Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

29 maart 2012

veelschrijver

ja, mijn woorden komen
op tafel als dagelijks brood
en wat overblijft is voor de vogels

kruimelwoorden die zich geduldig
laten breken en uitstrooien
op de wind

een dichter begint al rokend
een sierlijke sliert danst
uit zijn pijp

daarmee doet hij een vader na
die wonderlijk vertelde
en een grootvader die monkelde
bij de kachel en daar als gegoten
zat, ademend in de schaduw

woord na woord zal ik herbouwen
een verleden binnen leiden in vandaag
zoals men uit een zwarte stroom
een lichaam ophaalt dat wil leven


Staf De Wilde

27 maart 2012

naar een portret van alejandra anfossi

de grijsaard: troosteloze blik op oneindig
als hij voortijdig zijn dodenmasker kruist
in een flits langs hem heen kijkend
star in de richting van zijn nis
als aanschouwde hij zijn eigen nekholte

wik en weeg hoeveel dood er al in jou is gegroeid
met de verstening onderweg
van waaruit de voortzetting zich bestendigt
van dit plaatsvervangend onleven

met in je hoofd de echo nog
van het “ik wou dat ik oud was” van je eerste gedicht
in weerwil van iedere troost

Francis Cromphout
Europeeër zijn, om Vlaming te worden!
.


Er waart een spook door Europa! Het spook van de Dood!
“Dood ben je pas wanneer we jullie vergeten zijn.” Zo verwoordde de Lommelse burgemeester Peter Vanvelthoven met gepaste woorden zijn aangeslagenheid bij de herdenkingsplechtigheid voor de slachtoffers van de recente busramp in de Zwitserse Sierre-tunnel. Wijze taal voor een Limburger! Want inderdaad: van de eeuwen en eeuwen geleden gestorven mensen herinneren we ons enkel hen die onze hersenen in een andere plooi hebben gelegd: bijzondere voorouders zoals Zeus die het deed donderen als het hem beliefde, Jahwe die boeken dicteerde aan de ongeletterde Mozes, Zarathoestra die zelfs 2 millennia later Nietzsche tot wereldliteratuur inspireerde, de eerste pottenbakker die al meteen bloempotten bakte in weergaloze regenboogtinten, de ingenieuze uitvinder van het dak boven ons hoofd en van het hemelbed, de man die de paraplu introduceerde, de eerste Afrikaans neger die bereid was zich als slaaf te verkopen, of Marilyn Monroe die na een twee uur durende sekspartij met president J.F.K. Kennedy nog in behoorlijke staat was voor diens verjaardag “Happy Birthday, Mr. President” te zingen.
Al de rest die geen sociaal overerfbare sporen in onze neuronencircuits heeft nagelaten, hebben we onderworpen aan een georganiseerde en genadeloze Entlösung, op kosten van de ministeries van Onderwijs en Cultuur. Miljarden en miljarden mensen hebben we met fanfaremuziek en liturgische zangen morsdood gemaakt. Zo is, om ons tot het recente verleden te beperken, de zogenaamde naamloze bedenker van de euro al lang dood en vergeten.
Om nog een gewichtiger geval aan te halen, Paul-Henri Spaak. Zowel Paul-Henri Spaak als zijn befaamde uitspraak “Nous avons peur!” (september 1948) kan niemand onder ons zich nog herinneren. Spaak en zijn retorische uitsmijter (als symbool voor de oprichting van de NATO) kostte ons Westerlingen en Oosterlingen nochtans bijna 50 jaar Koude Oorlog, met overal ter wereld plaatsing van afschrikkingwekkende kernbommen en daarnaast voortdurende bloederige slagen onder de gordel in de zogenaamde periferie van de beschaafde wereld (dus in Afrika, Azië en Zuid-Amerika). Een al even interessante “collateral damage” van Spaaks hemelbestorming was dat zijn polarisering ons het socialisme snel deed vergeten: het stierf uiteindelijk zonder bloemen noch kransen. Maar goed over de doden iets dan goeds.
Een meer door heilige geesten dan aardse kwellingen geïnspireerd (volgens de “prentjes” toch) iemand als Pater Damiaan zijn we in die context juist NIET vergeten en de pater leeft verder in ons hart, al heeft hij soms nood aan voedingssupplementen en, ondanks zijn legendarische geilheid, aan een paar injecties met het knuffelhormoon oxytocine. Pater Damiaan zullen we nooit vergeten: hij leeft zoals Jezus is blijven voortleven met zijn lichaam en ziel, zijn brood en zijn wijn (al kunnen we moeilijk de kwaliteit van de ziekenhuizen en de gezondheidszorg in de 7de hemel laten evalueren door onze federale inspectiediensten). Pater Damiaan leerde 99,99% van de stervelingen die binnen zijn actieradius vielen, hun spaargeld te schenken aan bodemloze putten die “goede doelen” worden genoemd. Toegegeven: je moet een verheven god of minstens een halfgod zijn om zo’n mirakel te verrichten. Guy Mortier mag in het aanschijn van zijn (fel slinkende) fans van Humo’s Pop Poll wel middels een metatheologische frats zo’n halve en hele goden als Pater Damiaan tot “lul van het jaar” doen verkiezen. Feit is dat dienen Mortier, als postmodern opvolger van The Strangers, zelf alvast nooit kans zal maken op een vermelding in de jaarlijkse scheurkalender van de Druivelaar. In tegenstelling tot de Smurfen die erin slaagden de hersens van een derde van de wereldbevolking significant te infantiliseren zodat het aantal schoolverlaters zonder diploma in gans Europa onrustwekkend blijft stijgen (overigens in correlatie met de toenemende inzet van slachtofferhelpers allerhande). Dramatisch ziet de situatie er vooral uit in de Europese regio Vlaanderen, waar de Smurfen kunnen rekenen op een vaste coalitie met Suske & Wiske, Jommeke, Urbanus, FC De Kampioenen, Kiekeboe, {inbegrepen} de Studiedienst van de CD&V, Rode Oortjes en verder last but not least ook nog het TV-journaal op Eén.
[Het TV-journaal? Dat kreeg toch een Televisiester dit weekend? Maar laps! Het is nu net 19:00 en "Kom-op-tegen-Kanker" van dienst Wim de Vilder kondigt als intro de twee belangrijkste nieuwsitems van het Journaal aan: "Het aantal gevallen van huidkanker neemt onrustwekkend toe!"; onmiddellijk erna, en zonder adempauze, verslikt De Vilder zich niet eens in zijn 2de hoofditem: "Een kwart van de verpleegkundigen is opgebrand!" Tja: huidkanker wordt toch vooral veroorzaakt door te lang in de zon liggen, nee? (Ook volgens De Vilder zelf blijkt al meteen). Dus: wat liggen al die verplegers en verpleegsters daar op het dakterras van hun ziekenhuis te doen? Melanoommasochisten? Hoe dan ook: zij zullen snel vergeten en dus dood zijn. Je vraagt je af wie in dat soort embryo's en foetussen investeert. Toch niet mijn geliefde en nog niet vergeten Laurette zeker?]
Soit.
Een spook waart door Europa. Het spook van de Dood. Het is vanzelfsprekend niet de eerste keer dat Europa af te rekenen heeft met een spook. De eerste, waarover historische bronnen bestaan, was Julius Caesar en zijn Romeinse Imperium. De Eburonen, Nerviërs of Bataven hadden nog nooit mensen gezien met dergelijke verfijnde soldatenuniformen. Erger nog ze waren nog nooit in oorlog geweest met een leger dat een militaire strategie hanteerde. Na het verbijsterend spook van het Romeinse Imperium doken in de later eeuwen een reeks mutanten van dat Imperium op: het christendom (met een lichtjes bijgestelde strategie), de builenpest, de Beeldenstorm en uiteindelijk dan het communisme. Die communisten waren bijzonder vooruitstrevend en pasten moderne technieken toe in hun marketing. De communisten hadden al wat zich onder hun spookkledij verborg, neergeschreven in een fraai en bij wijlen grappig boekje. Dat presenteerden ze aan de doelgroep van potentiële consumenten, waarbij ze 50% korting boden als je als vrouw je hoerenloper van een burgerlijke echtgenoot in de steek liet om huismeid – “secretaresse” – te worden bij de schrijvers van het boekje Marx & Engels. In de periode 1850-1950 hebben Marx en Engels een 400.000-tal secretaressen gehad, maar de verandering van de naam van het beroep “secretaresse” in “personal assistant manager” liep uit op een complete catastrofe. Een te bevruchten huismeid die plots het management kreeg over de kleur van het behang en de keuze van de schilderijen in de hall: het spook van het communisme was rap vergeten en dus dood. In Vlaanderen vermoedt men dat het ergens begraven ligt in de vierhoek Cockerill-Sambre - de Limburge Steenkoolmijnen – de Scheepswerven van Boel-Temse en de Oostendse Wagons-Lits. Als er al iets van het kadaver van het spook overgebleven is! Ongetwijfeld is het zoals het gefolterde lichaam van Patrice Lumumba (1961; niet toevallig werd Lumumba door hypermachtige debielen beschouwd als een “communist”) opgelost in één of andere bijtend zuur.
En nu voelen de mensen zich weer beangstigd door een spook dat door Europa waart. Het spook luistert deze keer echter naar de naam van de streek waar het precies rondwaart en zich schuilhoudt: ”Europa”. En het spook zwijgt als vermoord. Als het spreekt is het tien keer raadselachtiger dan het befaamde Oud-Griekse orakel van Delphi. Dat orakel had dan nog een bijzondere priesteres, de Pythia, in dienst die aan de mensen die het orakel raadpleegden een stuk interpretatie gaf over het geraaskal van het orakel. Nu, in Europa, kun je niet eens zeggen dat de Europese woordvoerder effectief ook het woord voert. Hij spreekt een soort taaltje – en dan nog zo weinig mogelijk – dat Merkel en Sarkozy vermoedelijk wisselen wanneer ze elkaar toevallig ontmoeten in het toilet onder het Justus-Lipsius-gebouw. Ze laten het water hard stromen om hun handen te wassen: dan hoeven ze het niet eens over het weer te hebben.
Niemand heeft dan ook een herinnering aan het actuele spook dat Europa heet. Het spook draagt een naam, maar verwijst naar niets, hooguit naar verre verledens of naar irrelevante aspecten. Europa? Dat is Spartacus, de leider van een slavenopstand in het Rome van rond 70 v. Chr. (Spartacus werd met circa 6000 gevangen slaven gekruisigd langs de 200 kilometer lange Via Appia van Capua naar Rome en hun lijken bleven nog jaren langs de weg hangen als waarschuwing voor lieden die op ongepaste gedachten zouden komen; Spartacus verrees even uit zijn graf in het Duitsland van na de Eerste Wereldoorlog). Europa? Dat is een mythologisch meisje dat bloemen plukte op de vlakte van Libanon en door oppergod Zeus werd verleid om plaatst te nemen op zijn rug waarna hij, voortdurende seksuele acrobatieën ten beste gevend, met haar de Hellespont overtrok en haar in de omgeving van het kasteel van Dracula in Transsylvanië achterliet. Tot de 16de eeuw heeft niemand nog van haar gehoord. Europa? Dat is Lourdes, de lijkwade van Turijn, de grotten van Lascaux, de Slag bij Waterloo, de Zeemeermin van Kopenhagen, het standbeeld van Leopold II bij de Oostendse Drie Gapers en de mislukte deal tussen Hitler en Churchill. Europa? Dat is de bronnen van Spa, de koningsbrug in Praag, de Noorse fjorden, Brigitte Bardot, de Slag bij Verdun, de Côte d’Azur, de Mont Blanc, de gemeente Staphorst in Overijssel, de Londense Big Ben en de Grote Markt van Zevekote met haar onderaardse parking in Art Nouveau stijl.
Europa is niet dood want ze is zeker niet helemaal vergeten, al krijgt ze meer en meer kenmerken van een levende dode.
Maar dit Europa wat we ons herinneren en dat levend blijft op de plaatsen waar we op vakantie gaan, dat is niet het Europa dat opereert als een spook. Niemand weet iets van dat spookachtig Europa, of zoals onze buurlanders zeggen: “Brussel”. Niemand weet wie zich daar in dat gebouw bevindt en zeker niet wat ze er uitspoken. We zouden Europese leiders hebben, maar wie of wat ze leiden: geen der drie leden van de Heilige Drievuldigheid heeft er maar het flauwste vermoeden van. Barroso en Herman Van Rompuy: nemen zij samen beslissingen of geven zij commando’s aan elkaar door. En Merkozy is dat een eeneiige of een twee-eiige tweeling? Als ze met hun vieren kaartspelen, spelen ze dan elk voor zich en in ploegen van twee? En hoe goed beheersen ze de timing voorzien in de beruchte “calendas Graecas”?
Europa is noch levend noch dood. In de theologie noemt men dan een “limbo” (of “limbus”): een kind dat sterft voor het gedoopt kon worden. Het kind is bezoedeld met de erfzonde, maar heeft verder geen zonden op het geweten, het heeft daar de tijd nog niet voor gehad. Dus hoort de “limbe” niet thuis noch in de hemel, noch in de hel, noch in het vagevuur. De plaats waar de limbe eeuwig moet toeven, is onuitspreekbaar. Een levende ziel is de limbe niet, maar ook niet het tegenovergestelde, zijnde “dood”. Wat noch levend noch dood is, dwaalt in oneigenlijke werelden die wezenlijk onbestaande zijn en ondenkbaar zijn. De limben vormen een schemerzone tussen het menselijke en het onmenselijke of niet-meer-menselijke of nog-niet-menselijke, zoals de levende doden (de zgn. “muzelmannen”) in Auschwitz & Co (cf. Giorgio Agamben “Ce qui reste d’Auschwitz” – 2003; Italiaans origineel 1998; Engelse vertaling eveneens beschikbaar; Nederlandse uiteraard niet).
Ik wed erop dat Herman Van Rompuy & co zich verleden jaar in een bevlieging hebben laten ontdopen als signaal aan alle goedgelovigen (aan allen dus) dat ze met bisschop Roger Van Gheluwe absoluut niets, ook niet hun simpele geloof, gemeen hadden. Beladen met hun erfzonde, hadden de opportunisten echter niet voorzien dat ze nu gedoemd zijn door allerlei gangen van pompeuze instellingen te dwalen als een soort in eeuwige coma rondtollende limben.

Eric Rosseel

25 maart 2012


Isolde (Lasoen)




Isolde met aangerolde 

roffel drum jij muziek in d’oren

van Jan Publiek zodanig dat
ied’re muzikant meegezogen


in het ritme van je slagen
het lied bij vlagen speelt op
sublieme wijze de zaal

klapt in de handen de zanger


met mond vol tanden herhaalt
het refrein groot en klein zingen
uit volle borst het feest naar
letter en geest geslaagd niemand


die het nog waagt kritiek te
spuwen op de muziek van
zanger orkest en lied
Isolde a dream of perfect bliss.


Thierry Deleu 

22 maart 2012

Toulouse

kan je teder blijven
als het over wraakzucht gaat
‘oog om oog’ staat er geschreven
en wat baat het dat je aan het rekenen
slaat en uitkomt op 1 oog
voor 100 ogen?

je weegt doch wat zal het zwaarste
wegen: kinderen verpletterd
door een leger of kinderen
neer gekogeld door een gek?

de haat wordt als een deugd
bedreven en steeds wordt daarbij
een god gehaald wiens woord
door mensen is geschreven
en door mensen mis vertaald

van Gaza naar Toulouse
het is een kwade reis
en kinderen zijn de losers
en geen volwassene wordt wijs

Staf De Wilde

21 maart 2012

Het Cultuurcentrum Ieper en de Kulturele Kring Ambrozijn nodigen u van harte uit op de opening van de thematentoonstelling 
30

Met beeldend en/of literair werk van:
Jacob Baert - Ingrid Bruneel - Marc Bungeneers
Dirk Clement - Marie-Thérèse De Clercq - Patrick Deldaele
Thierry Deleu - Nancy Demeester - Gerda De Preter
Ludovik Dornez - Oswald Fieuw - Ludo Geloen
Els Houwen - Els Janssoone - Annick Jolyt - Sylvie Marie
Mark Meekers - Wim Mouton - Marcel Rademakers
Roger Raveel - Ute Resch - Erna Schelstraete
Bernard Sercu - Marianne Van den Berghe - Anja Vanderper
Fernand Vanderplancke - Robie Van Outryve - Ilse Vanraepenbusch
Wilma Vissers - Lili Willemsen

Op donderdag 19 april 2012 om 19.30 uur
in CC Het Perron, Fochlaan 1, 8900 Ieper.

De tentoonstelling wordt officieel geopend door Schepen van Cultuur Katrien Desomer.
Edgard Storme en Marleentje Nys, voorzitter en secretaris van de Kulturele Kring Ambrozijn, v.z.w. leiden de tentoonstelling in.
Daarop volgt de creatie van een lied door Dirk Blockeel, klavecimbel en Roel Vansevenant, tenor.
Bernard Sercu nodigt de dichters uit om aan het woord komen. Zij brengen op de huid van de kunstwerken geschreven poëzie.

Muziek van Bach zet het getal 30 luister bij.
Ten slotte volgt de première van de film Ambrozijn 30 van Jo Vandamme.
Achteraf bieden we u graag een drankje aan.

30 loopt van 20 april tot en met 18 mei 2012 in CC Het Perron van maandag t.e.m. vrijdag van 9.30 tot 18.00 uur en op zaterdag van 13.30 tot 18.00 uur, gratis te bezichtigen.

Meer info:
CultuurCentrum Ieper, Fochlaan 1, 8900 Ieper. tel. 057 239 480, cultuurcentrum@ieper.be, www.acci.be of
www.ambrozijn-vzw.be
generale repetitie


je pauwenstaart als blikvanger
voor wijfjes en ook roofdieren

je kranig gemanoeuvreer
door het fijnmazig doodsnet
maakt van jou een uitgelezen
vogel voor de poes
in wiens klauwen je
tot over je oren
tuimelt

hiermee volg ook jij de wetten
van de chaos die alleen alles ordent
tijdens de vermeende generale repetitie
van jouw eenmalig leventje

Francis Cromphout

20 maart 2012

De melk der woorden

Het alfabet dat zwanger is,
de hoop die aan een woord begint
en tekens gaart:
de moederschoot, de tijd die spint
en alle vreugden dieper.
De melk der woorden
die in bloesems stremt
voor het maartse kind
uit goddelijk dronkenschap
geboren.

Fernand Florizoone

reeds in HERDRUK:


Antwerpen/Oostende 
stads- en zeegedichten + foto's + stadsessay & zee-proza
Peter Holvoet-Hanssen

- ‘Een fascinerende grensganger in de poëzie (...) Hij doorbrak alle genzen in zijn stad, ook door met zijn Oostendegedichten zijn woordenstroom van aan de Schelde in de zee te laten overvloeien’ (De Morgen, 4 sterren - over Antwerpen/Oostende)-- ‘Poëzie met weerhaken, dus. Grote poëzie’ (Ons Erfdeel - over de eerder lovend onthaalde 'bloemlezing-bundel ' De reis naar Inframundo)
Holvoet-Hanssen spande een brug van poëzie tussen twee havensteden, met introverte tot opstandige verzen.
Hij brak het concept 'stadsgedicht' open door samen te werken met andere dichters, met jong en oud, anderstaligen,... Hij sloot zijn tweejarige Antwerpse stadsdichterschap af in Oostende.

Stads- en zeegedichtenbundel Antwerpen/Oostende, een prachtig overzicht van twee jaar Stadsdichterschap met o.a. de stadsgedichtontwerpen van Jelle Jespers en foto's en tekeningen van Jo Clauwaert, 'zeekunstenaar'. Met extra stadsessay en schuimend proza: een 'citybook Oostende' i.o. het Vlaams-Nederlands Huis deBuren.
Vanaf 21 maart 2012, Internationale Poëziedag, is de 2e druk verkrijg- en bestelbaar (her en der vind je nog de gebonden luxe-editie met dvd maar die is dra een collector’s item).

De 2e druk is een paperback met fraaie afbeeldingen in zwart-wit. De prachtige kortfilm De Veer van César - met een buiten de oevers tredend stadsgedicht - geselecteerd voor het Newport International Filmfestival eind april – blijft bestelbaar via <<http://productie.picoux.be 5>>


Peter Holvoet-Hanssen (Antwerpen, 1960), gelauwerd dichter en moderne troubadour - zie ook www.kapersnest.be, won diverse prijzen van de Vlaamse Debuutprijs tot de driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap (voorheen 'Staatsprijs'). Zijn gedichten vormen een aparte niche in de poëzie-biotoop, openen een waaier van werelden en hebben vaak een muzikale ondertoon.


Peter Holvoet-Hanssen | Antwerpen/Oostende
Prometheus | (nieuw:) ISBN 978 90 446 21792 | € 25,00 | Paperback (192 p.)
met ontwerper Jelle Jespers en zeekunstenaar-fotograaf Jo Clauwaert


bekijk de filmpjes e.d. van de stadsgedichten te www.antwerpenboekenstad.be ('stadsdichters', klik PHH)

Indien u een interview of een presentex wenst aan te vragen: publiciteit@pbo.nl (NL) rein.janssens@wpg.be (B)
of u kan rechtstreeks contact opnemen met Peter Holvoet-Hanssen via: pholvoeth@yahoo.com cc kapersnest@scarlet.be
gsm +32 499 12 05 42 begin_of_the_skype_highlighting            +32 499 12 05 42      end_of_the_skype_highlighting

19 maart 2012


Poëzie Beauvoorde 2012
Zondag 1 april 2012 om 16.00 uur
Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaartkerk Wulveringem
La Passione – Mario Luzi
Kruisweg bij het Colosseum
Patrick Lateur – Voordracht en vertaling
Jan Vermeire – Orgel
Mario Luzi wordt beschouwd als een van de belangrijkste Italiaanse dichters. In opdracht van Paus Johannes Paulus II schreef hij in 1999 La Passione voor de kruisweg bij het Colosseum op Goede Vrijdag.
Deze krachtige meditatieve tekst laat de eenzame Christus aan het woord. In een ononderbroken monoloog spreekt Hij op weg naar Golgota zijn liefde voor de wereld uit. La Passione is een bijzonder oorspronkelijke kruisweg zonder theatraliteit.
Patrick Lateur vertaalde La Passione in 2002 (Uitgeverij Halewijn).
Organist Jan Vermeire zorgt voor de muzikale omkadering met koraalvoorspelen uit de Passietijd van Georg Böhm, Johann Gottfried Walther en Johann Ludwig Krebs.
Patrick Lateur (1949) publiceert dichtbundels, vertalingen en bloemlezingen. Hij is redacteur van Kunsttijdschrift Vlaanderen, lid van het Guido Gezellegenootschap en de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, en sinds 2005 lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Jan Vermeire (1968) is organist van de Onze-Lieve-Vrouw ter Duinenkerk in Koksijde, heeft een drukke concertpraktijk, is artistiek directeur van verschillende orgelfestivals, neemt regelmatig cd’s op en publiceert in vaktijdschriften.
Wie vooraf reserveert (wat aan te raden is) door overschrijving op het nummer 474-5148701-75 van Opbouwwerk IJzerstreek vzw Beauvoorde, krijgt, in volgorde van inschrijving, voorbehouden plaatsen. Ticket: € 10
Info: Marc Segher gsm: 0476 313 047

16 maart 2012

20 jaar geleden en meer (vadergedichten + één moedergedicht)

WEINIG


Weinig heb ik begrepen vader
van de smaak van water en wingerdrank,
de geur van gras, de grijze vacht van schapen,
van de bliksem en de rauwe hagel.

Hoe zacht 's morgens het licht beweegt
over het beslagen groene water,
over de kantkraag van het wijde bos,
over de drenkplaats van dieren,

met lippen dik van de dorst,
over de huizen en de daken.
Zacht en onvoelbaar streelt het licht
dit landschap tussen droom en waken,

als een vader het zeer jonge kind. 


VADER (1)


Vader, nu je nog in leven bent
in de focus van vandaag herinneringen schoffelen
aan die jaren na Lichtmismaand
in eenvoudige woorden, en vader
om bestwil geen leugen,

fijn dat je nog 'ns genieten kunt
of ook 'n keer een wrange nasmaak proeft
Ik wil geen leemten opvullen, vader
enkel herstellen wat wij toen ongemaakt
achter ons lieten, met het excuus
dat we later wel 'ns tijd zouden maken

Als ik mensen hoor praten over herinneringen
dan lijkt het wel of zij zich zonder meer
weer te binnen kunnen brengen wat geweest is
Ik kan dat niet, vader, ik weet nooit
het verschil tussen wat nu echt is 
en de vele verhalen die zich
daaroverheen hebben neergevlijd

De tijd van toen, vader
toen de Engelsen kwamen als engelen
in kaki gehuld met bruine dekens en
confituur van appelsien in blikken dozen
Bill noemden zij jou


NAAR ZEE


Ik herinner mij nog levendig, vader
alsof het gisteren was
hoe je in de gutsende regen
met je gammele fiets naar Kortrijk reed
Om een saxofoon
Voor die knappe zoon van jou

Ik was toen zeven en de derde van de klas
de eerste die met pen en inkt mocht schrijven
de eerste die, zes maand later
op kosten van het ziekenfonds
naar Zon en Zee mocht
omdat ie een zwakke gezondheid had

Moeder werd er stil van
haar gemoed schoot vol,
bij de deur bestak zij de dokter van dienst
alsof ie jarig was

jij keek over mijn linkerschouder
in de richting Dover
toen wij afscheid namen
ginderver, een busreis van huis
waar het een privilege was te mogen blijven
Bij de Zusters van Liefde


DE HETAEREN                                                                                                              


't Was al herfst of eind van de zomer                                                                                    
een zondagavond, toen je uit Menen terugkeerde                                                                           
en je fiets stalde tegen de gevel van het café,                                                                          

moeder krijste dat je laat was, te laat                                                                                   
en het koor zong van de hetaeren                                                                                         
de meisjes van plezier                                                                                                    

je had een stap in de wereld gezet, vader                                                                                
en je zou die duur betalen,                                                                                               
er werden namen gelispeld                                                                                                
één naam ligt nog op mijn lippen                                                                                          
maar ook nu verraad ik jou niet                                                                                          

Toen zijn wij gaan wandelen                                                                                               
op aandringen van 't mansvolk                                                                                            
tot aan de hoek van de rijksweg,                                                                                          

ik liep erbij voor spek en bonen                                                                                         
een paar meter achterop                                                                                                   
en dacht aan de waterval van Coo                                                                                        
die met de twee gulpen,                                                                                                   

immers jullie hadden zóveel te zeggen                                                                                    
zo haastig tegen elkaar op                                                                                                
als een cascade van woorden                                                                                              

Bij het terugkeren                                                                                                        
daar waar de rooilijn een paar meter inspringt                                                                           
plaste moeder gehurkt in de aarde                                                                                         
en de ruzie was ermee bijgelegd                                                                                          


VADER (2)


Minder en minder kan ik afstand nemen
van wat voorbij is,
figuren maken zich los en treden naar voren

Als een archeoloog graaf ik naar sporen
diep in mij bewaard gebleven,
elke laag is een periode
in elke periode vind ik tekens van herkenning
schilderingen, wachtwoorden

Het verblijf op de lagere school is een periode,
maar over eerder, nog vroeger terug
wil ik jou schrijven,
over mensen en dingen van toen
over de puberteit, terugzien zonder schroom
op een tijd van onzekerheid en onzekerheden

In die periode ontmoette ik N.
het eerste meisje dat ik kuste
met wie ik heb gevrijd, al heeft dat woord niet de inhoud
die je er later aan geeft

Dit her-denken loopt mij soms uit de hand,
het wordt meer en meer een terugreis
naar mijn eigen begin, naar mijn eerste eind,
ik voel onrust, angstzweet breekt mij uit


VADER (3)

Dat je wantrouwig bent
als ik over mijn eerste liefde schrijf
dat is jou geraden, vader

ik heb niet een eerste liefde gekend
(nou ja, ontelbare ook niet),
wat ik zeggen wil is
dat je van je eerste liefde niet wist
dat zij de eerste was
of dat je ten onrechte meende
dat je het liefde kon noemen,

nu ik dat schrijf, zit ik vragend
tegen die liefdes aan te kijken:
wat was nu de eerste, de hevigste,
wat bleek de sterkste, de mooiste?

Ligt het geheim van de liefde
niet in haar samenstelling
dit en dat en dat en dat?

Het eerste vriendinnetje, de eerste
vriend, het meisje dat net begon
de mensen die ik mij herinner
zijn misschien nooit geweest
zoals ik wil dat ze waren, vader 


TOONTJE

De kerk is van het kind
weemoed ligt in hinderlaag
als ik aan moeders hand
behoedzaam binnenschrijd.

Voor Toontje mijn Toontje
steekt zij een kaarsje aan,
prevelt kleine geluiden
die mij behagen.

Haar woorden kroppen en
haar pas versnelt als zij
het zwaar ademen hoort
van de stilte. Telkens

ik er wederkeer voel ik
een zachte bries een hand
in mijn hand samen wolken
raken en engelen.


LAATSTE DUEL
Voor vader

Ik registreer de aardbeving
in zijn ontstelde blik
hoe zijn trots heel even
nieuw leven door hem jaagt.

Nog eenmaal smeekt zijn hand
om een goed woord
de zuster lacht stereotiep
haar witte dijen bloot.

Mijn hand schikt onhandig
het laken over zijn
gestuiptrekt lijf. Ik zet
de tijd op winteruur

in mijn merg de warmte
van toekomstig spijt. Zijn
laatste woord voelt ijskoud
ik leg een deken bij.

Thierry Deleu