Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

29 mei 2008

Gedichten van Antoon van den Eynde

VERSPILLING

"Denk eens na, man"
Zei de vader tot de zoon
"Wat het heeft gekost
Om jou voort te brengen.

Jij hebt 1 vader en 1 moeder
Dat zijn er 2
Die hebben op hun beurt
Ieder
Ook weer 1 vader of 1 moeder
Dat zijn er 4
Die hebben er op hun beurt
Weer eens 2
Dat zijn er 12
Die 12 hebben ...
Je begrijpt dat het tellen
van je voorouders
Teruggaande van het standpunt
Van een omgekeerde pyramide
die jij bent
Oneindig is"

"Hoe kan dat"
Vraagt de zoon
"Mij werd wijsgemaakt
Dat alles vertrok van 1
Die zich splitste
En forniceerde
Met zijn uitgerukte rib
Hoe verenig je
De waarheid van de één-heid
Met die van de veel-heid?"

"We hebben het niet over
Een paradox"
Onderbrak de vader
"We hebben het Over een gigantische
Verspilling van energie"

KAMIKAZEBOOM

Wilson zei eens:
Dit krantenbericht
Vertrekkend van een enkel gezichtspunt
Is een autoritaire leugen
Dit bericht van een boom
Die omviel is niet slechts
Dat van een boom die omviel
Eens zal door bewustzijnsverruiming
Meer begrip ontstaan
Voor zulk een omvallende boom
Voor de vogels in zijn kruin
De wormen onder zijn schors
Men zal begrijpen
Dat wat toen met hem viel
Gisteren en morgen - zal
De zonnen, de sterren
De insecten, de beschavingen
Zelfs al de gruwelijke implicaties
Van zijn Geplande zelfmoordactie

PRUIKEN EN MASKERS
voor Alice Toen

“Was jij er toen al bij?”
"Dat kan best”
klonk het ver en vaag

Maar zeker wist ze
dat allen in het gezelschap
hadden gepoogd
om via hun personages
de wanhoop op te vangen
hierheen geseind
van de monaden
door de stervende oermoeder
triljoenen lichtjaren geleden
er klonken echo’s in de maskers van de spelers
Onduidelijke, uit hun verband gerukte boodschappen
Die men in nieuwe scenarios bundelde
Helemaal begrijpen deden ze die nooit
Wel, vrienden en bewonderaars
Zullen we ze weg gooien
die achtergelaten pruiken
nooit meer
nooit meer
Zelfs niet voor de lol
Of vergat je het?
Dat in de Munt de Opstand begon

VAN BINNEN NAAR BUITEN,VAN BUITEN NAAR BINNEN

Blinde wagens naderen
Niet aangereden worden
Een chauffeur waarschuwt
Een gekwetst kind huilt
Het is om mij te doen
Al die commotie buiten
Jij zou beter besloten blijven
In het blaffen van een hond
Veilig binnenin de regendrop
En binnenin je eigen droeve traan
Het had beter gebeurd binnenin
Weet je dan niet
Dat je alles bent
je persoon,de auto,het ongeluk
Al wat je buiten overkwam
de,winner en verliezer
Vind zijn oorsprong in jezelf.
Mijn pijn jouw pijn
Een zwijgende stroom
Van teruggekaatste gedachten
Onweerstaanbaar van binnen naar buiten
Van buiten naar binnen
Een enkele wederkerige beweging

Het is de smeltende sneeuw van Groenland
En de ijstijd van je ingewanden

GROETEN AAN DE PAPEGAAI
voor Gust Gils

1.
Op een ochtend
in de rue de Flandre
zet de winkelier
van een dierenspeciaalzaak
een grote kartonnen papegaai
buiten
in de zon

een vrouwtje
met een boodschappentas
vol uien en prei
en een frans brood
dat er uitsteekt als een boegspriet
van een fregat
sleft met haar keffertje
aan de leiband voorbij
staat stil en zegt
tegen haar huisdier:
“Mais dites une fois bonjour au beau perroquet”

Een Spaans Inqisiteur beval een autochtoon:
“Dites une fois bonjour au beau Jesus “
En voor een papegaai
die toevallig ook
vlak bij de marktplaats
op een tak
zat te schijten
sloeg de indiaan
een kruis
waarvoor hij prompt
het hoofd werd afgehakt.
wegens godslastering

PERESTROIKA
aan Ellen Stewart

Ik ben hier

Met tintels in de ogen
gaf een mij onbekende dame
de boodschap door en – hoe becschamend-
wist ik niet
wat ermee te doen

Temidden van al die gedisciplineerde heiligen
voelde ik mij hopeloos verloren
Ik,kleine onwetende ontkenner
zonder het vermogen
belangrijke signalen te herkennen
en door te seinen
naar de superflikken
van het mondiale geweten
die zich geinsalleerd hadden
op kunstmatige satelieten
in de kosmos
om daar
de doortocht naar het hiernamaals
te regelen

Wanneer destijds
het gerucht was verspreid
dat de Roomse kerk van Oekraienie
de Orthodoxe wou annexeren
ontstond er paniek

De fanatische strijd
werd ondergronds gestreden

Ene monseigneur Kunzewits
die zich Josaphat liet noemen
vond een bloeddorstige meiute
op de stoep van zijn kathedraal
Had hij ze niet in voorspellende visioenen gezien?

Of was het een smakeloos spelletje
van amateurs
dat lag te voren in de ruimte bestond
en eindeloos werd herhaald
voor het klienteel van een filmverhuurkantoor
dat stiekum haar eigen held
in pelicule bij zich had
om het er in te monteren
zodra de bedienden van de firma
niet keken

In een valselijk herstelde vorm
trad het ouderwetse drama
post-modernistisch op de voorgrond
alhoewel het eeuwen voordien
had plaats gevonden
maar had moeten wachten
op hernieuwde attentie
van de wereldpers

Dat moment was nu

Hij werd met een bijlslag gevild
van boven naar onderen
zoals een onnozel schaap
dat door de verbazing van de plotse agressie
niet eens kon bleren

Josaphat moet helemaal verdwijnen
alsof hij nooit had bestaan

Zijn resten werden in zakken
naar het diepste pint van de Djeper gevaren
en daar gelost

Maar amper die rage
tot volledige vernietiging voorbij
verschenen de volgelingen van monseigneur
vast besloten om
tot de restitutie van het lichaam
over te gaan

Stuk voor stuk werden de kootjes
uit de diepte gevist
als kostbare relekwieen gedroogd
en in elkaar gepast
door gediplomeerd archeologen

Het vlees groeide snel terug aan,
het gebeente
werd aangekleed met gewaden
een mijter en een staf
zodat hij er lag als een heilige
van speculoos
met rozijnen aan de vingers
Er werd lang niet geweten
wat er met het gereconstrueerde
lichaam gebeurde

Het kwam te voorschijn
in Wroclav
waar men een spookkar signaleerde
met krakende assen
en decenia later
In Krakov
waar een vastgeroeste kloosterpoort
plots kraakte

Het duurde
tot de adelijke familie Radziwil
bekende
dat ze hem verborgen
op hun domein
in de hoop hem
naar de Verenigde Staten
te verschepen

Het gevaar
voor hernieuwde destructie
naderde
door de grote bolsjewistise revolutie
werd het rood
van het geofferde bloed
de kleur van de toekomst

Laatst reed een mestkar
traag
door de scheidingsmuur van de DDR
de douane inspecteerde
de documenten
bestempeld en met handdtekens
van hooggeplaatsten

Ze waagden zich niet dichtbij
om de stinkende last te onderzoeken
en lieten ze door

Zij verdween
met de instemming
van het Kremlin
in de richting van het Varikaan

Toen eerst
begon men
aan de afbraak van de muur.

Antoon Van den Eynde

26 mei 2008

Landschapschilder 2008

De Derde Oever vzw nodigt u van harte uit op de inhuldigingsdag van

LANDSCHAPSDICHTER 2008
zondag 8 juni

Programma:
06 u - Dauwwandeling + Ontbijt
(volw. €8/kind. €5) inschrijven via: dederdeoever@gmail.com

11 u - Inhuldiging Landschapsdichter ROLAND JOORIS
in de pastorij op het Dorp van Schellebelle
Inleiding door Kenneth Taylor en Eric Bracke
Muzikale omlijsting door Frank De Vos

14 u - Inhuldiging poëziewandeling: Atelier van het Landschap
met beeldhouwwerken van RAPHAËL BUEDTS
vertrek in zaal ‘t Veer Hoogstraat, Schellebelle

17 u - Samenkomst in ‘t Veer met optreden van Nature’s Veins

Meer informatie op www.dederdeoever.be
i.s.m.: Natuurpunt vzw - Poëziecentrum Gent vzw - Gemeente Wichelen
met dank aan:
Houthandel De Dijcker-Lammens, ART pro, www.grootwichelen.be

15 mei 2008

De genomineerde moedergedichten

Gedichten voor moeder.
De vijf genomineerde dichters waren: Max Lerou, Ger Belmer, Sjoerd Bakker, Luk Paard, Kaatje Eert, Karin Beumkes, Jan Anton Gilles en Thierry Deleu.
De winnaar werd Sjoerd Bakker!

Juryrapport
Moeders kunnen tevreden zijn. Tien moederdaggedichten om met de buurvrouw te bespreken bij de koffie. Wat een verschil in de moederschappen! We kijken als kind natuurlijk.
Een moeder die pas in de middag anti-Duits wordt, de hond moet eerst nog afgeknald, een echte Max Lerou. Ja, zo'n moeder, ook die bestaat.
De dood van een moeder is ook het begin van een ander leven, schrijft Ger Belmer.
Sjoerd Bakker beschrijft de begrafenis van zijn moeder en de mensen die voorbij gaan: een soort pantonime zonder wederzijdse communicatie.
De moeder die altijd moeder zal blijven, levenslang. Luk Paard brengt een ode.
Kaatje Eert kijkt terug, wat gezegd had kunnen worden, neemt een kind soms een leven mee.
Karin Beumkes zal haar lippen verven als ze sterft, een mooie dooie.
Jan Anton Gilles beschrijft het langzame en het zekere: was zij het niet, die langzaam aan woorden en zinnen verliet? Mooi.
Marc Tiefenthal laat de tijd het werk doen, de dichtershand helpt een handje mee.
Thierry Deleu stopt de beademing en zo kan het afgelopen zijn, vakkundig, kaal, snel en hard geschreven, moeder glimlacht.

Wie wint de prachtbundel van Klaasje van der Zee, Sterker dan mijn verste eerste dromen.
Het gegeven criterium was het meest ontroerende gedicht. Ik kan niet echt kiezen. Het gedicht van Max Lerou bevalt mij het meest. Maar het is een keihard gedicht, vol cynisme. Ontroerend is het echter niet.
Ik kom niet uit bij een gedicht, maar bij de ontroering die het proza van Sjoerd Bakker bij mij opwekt.
Misschien omdat mijn eigen moeder al overleden was, toen ik mij als dichter begon te manifesteren? Ik weet het niet. Ik heb nooit een gedicht over haar geschreven, maar haar begrafenis komt wel voor in een verhaal toen ik mijn ex-vriendin heb ontmoet. Ik heb het indertijd gepubliceerd op VK-blog.

Je leest het stukje van Soerd Bakker hieronder. Een leuk subtiel verhaal, dat tot lering zou kunnen strekken.

Man en stad: een begrafenis op Kranenburg
Ik heb haar voor het laatst gezien op de begrafenis van mijn moeder aan het eind van het vorige millennium. Het was heel leuk om haar van een afstand te zien zitten aan een tafeltje met wat andere mensen waarvan ik sommige kende. Ik liep er op af en probeerde haar te kussen, maar dat wilde ze niet; misschien ook wel begrijpelijk als het al zo lang uit is. Ook wilde ze na afloop niet mee naar mijn flat aan de T., wat ik jammer vond; met name ook omdat ze er nog nooit was geweest. We hadden al die jaren wel soms telefonisch contact gehouden, maar ontmoeten wilde ze me allengs niet meer.
Mijn moeder was vanaf rond het midden van de jaren negentig geestelijk langzaam uit mijn leven vertrokken en haar dood paste wel in die ontwikkeling. Niet dat ze dementeerde of zo; ze had haar eigen leven opgebouwd met veel kennissen en daar paste ik steeds minder goed in. Ik heb weinig om haar dood getreurd, en haar nauwelijks ooit gemist. Ik had ook mijn eigen leven; ik denk dat het een natuurlijke ontwikkeling is om je van je familie los te maken. Bij de opbaring had ze er vreselijk uit gezien; ik denk dat ze erg heeft geleden. Het leek ook eigenlijk net of ze nog niet dood was, en het was mede daarom erg onprettig om met haar in een begrafenisauto door de stad naar de begraafplaats Kranenburg te rijden.
Ik had een net zwart pak gekocht, speciaal voor de begrafenis. Ik heb normaal gesproken niets anders dan spijkerbroeken en truien, en draag nooit nette kleding. Maar ik hou wel van plechtige rituelen zoals zo'n begrafenis, dus ik vond het daar wel gepast om eens in zo'n pak te lopen. Het laatst dat ik dat had gedaan was in de jaren tachtig op de trouwerij van mijn neef Henk, die inmiddels alweer gescheiden en hertrouwd is. Zo hard gaat dat in het werkelijke leven; het heeft wel wat, vind ik. Misschien heeft die voorliefde voor rituelen met mijn sterrebeeld Kreeft te maken.Ik had er niet op gerekend dat zo veel mensen me zouden komen condoleren. Ik stond achterin de aula aan een tafel; ik denk samen met mijn zus, hoewel ik me dat niet meer kan herinneren. Het was een grote rij die langstrok, en verreweg de meeste van die mensen kende ik helemaal niet. Ze zeiden soms wel waar ze mijn moeder van kenden, maar het bleven natuurlijk vreemden voor me. Ik kreeg heel sterk de indruk dat die mensen vooral met zichzelf bezig waren en niet met mij; daardoor leek het een soort pantonime zonder wederzijdse communicatie, alsof je vanachter glas met ze praatte.
Behalve mijn ex-vriendin was voor mij de enige levende op die begrafenis mijn oom Roelof, die meteen toen we na de plechtigheid vanuit de aula met de kist naar het graf vertrokken een sigaret opstak. Mijn tante vond dat het niet kon, maar ik vond het een goed idee, en begon zelf ook te roken. Verder zag ik niet dat er in de stoet iemand rookte, maar misschien deden ze dat sowieso niet. Ik ben na de begrafenis nog niet naar het graf geweest, wat ik eigenlijk wel jammer vind maar ik kom er gewoon niet toe, hoewel ik het toch niet buitensporig druk heb. Misschien dat het er ooit van gaat komen met een volgende vriendin, want vrouwen hebben meer gevoel voor die zaken.

Sjoerd Bakker

14 mei 2008

Meekers valt opnieuw in de prijzen!

Poëzieprijs van Vlierbeek

De Poëzieprijs van Vlierbeek, georganiseerd door het Davidsfonds, werd gewonnen door Mark Meekers. Zijn beide gedichten "In het Licht van de abdij"en "Voorbij" werden door de jury unaniem uitgekozen.
De tweede prijs ging naar Diana Freys met "Lauden in maart". Dirk Blockeel werd derde met "Schimmenspel".
Proficiat!

Bosbrief

BOSSENVERDRIET
BOSBRIEF AAN DE DODE DICHTERS VANWEGE GEWONDE EENHOORNS IN EEN ZEER TREURIG LAPPERSFORTBOS


Beste Melanie Vanbrughe, Mark Braet en Jotie T’Hooft,

We schrijven een bosbrief uit het Lappersfort Poëzie- en Vredesbos en we richten ons tot jullie, onze geliefde dode dichters. Jullie droegen de bossen een warm hart toe. Jullie verdedigden al wat teer en kwetsbaar is. Sommige van onze bestuurders geven de indruk doof, blind en genadeloos te zijn. Ze slijpen de bijlen. Fluister hen jullie dromen in het oor.

Naar aanleiding van gedichtendag wordt een essay van jullie levende collega Paul Bogaert verspreid, over de verdediging van de poëzie. Het is getiteld verwondingen. Wij denken aan de wonden die jullie afscheid heeft geslagen en aan wonden en bressen die de overheid nog altijd slaat in onze schaarse bossen.

Sinds jullie ons verlieten in respectievelijk 2006, 2003 en 1977 is de wereld niet veel verbeterd. Er braken (nog) geen andere tijden aan. Alles gaat harder en sneller, dat wel. Veel wereldpijn bereikt ons online in het internettijdperk. De winters lijken op de lentes (de opwarming van het klimaat), de samenleving wordt kouder en anoniemer. Politiek is vaak een schouwtoneel. Veel woorden, weinig daden.

Wij dromen nog van een solidaire samenleving. Proust indachtig zijn wij à la recherche du bois perdu. We hopen de spiraal van het zinloze bosgeweld te doorbreken. Het zou wat hoop en genezing brengen in de koude wereld. Wonden zouden helen, als politici hun bijlen zouden opbergen. Ergens moet iemand toch eens beginnen om de vernietiging van onze leefwereld een halt toe te roepen. Wie heeft de moed?

Wij zijn op zoek naar politici van goede wil wiens hart we kunnen veroveren. Mensen die van zuurstof voor het leven een erezaak maken en ons Lappersfortbos respecteren en bevrijden van knellende gedateerde BPA’s en overbodige bouwvergunningen voor Suez-Fabricom Gti.

Vandaag planten we weer een klein zaadje van hoop dat het ooit anders wordt. Misschien slaan bosminister Hilde Crevits en cultuurminister Bert Anciaux wel de handen in elkaar voor het behoud van het Poëzie- en Vredesbos? Met de juiste spirit en veel respect moet dat lukken. Zal Vlaanderen die grootmoedigheid kunnen opbrengen in Brugge? Durft Vlaanderen het bosbehoud op de kaart te zetten?

Met Plato en Seneca, jullie collega-schrijvers, in gedachten dromen wij dat poëzie de sleutel kan zijn die de harten van mensen opent. De sleutel ter verdediging van een landschap dat schreeuwt om zorg en goed beheer. Dit zonevreemde bos van vreemde vogels en vogelvrijen wacht op bevrijdende woorden. Wij dromen van een overheid als ‘agitateur positif’.

Lieve Melanie, Mark en Jotie, rust verder in vrede in de eeuwige wouden. Ook al zijn jullie lichtjaren van ons verwijderd, waak over onze droom in dit weerloze Poëzie- en Vredesbos. Zodat ons bos de dodendans en de bijlen ontspringt.

Namens de vele duizenden mensen die van de bossen van Vlaanderen houden.

Peter Theunynck, woordvoerder Lappersfort Poets Society * Luc Vanneste, secretaris Groene Gordel Front in Hanzestadcoalitie voor een duurzame en dierbare stad * Ingrid Weverbergh, weduwe van Jotie T’Hooft * Bert De Somviele, directeur VBV, Vereniging voor Bos in Vlaanderen www.vbv.be
Brugge, gedichtendag 2008 www.ggf.be

EENHOORN

Here, zonder naam en zonder gezicht
Zie vanuit den hoge
Op uw droeve eenhoorn neer
Die danig hunkert naar uw licht,

Die sierlijk door de wouden dwaalt
Maar bladeren geen voedsel vindt,
die voor de poort der doden draalt,
Allen bladeren op uw wind.

Here, zonder handen zonder stem
Snij de lichtlans van zijn voorhoofd
En vang hem in uw stalen klem
Voor de wereld hem de glans ontrooft,

Lok hem langs de stapsteen sterven,
Niet als anderen domweg gedoofd
Maar rein, vrij van bederven
Langs de kruisweg waar hij in gelooft.

Jotie T’Hooft

Meer info: zie www.gedichtendag.org www.flanderstoday.eu/jahia/Jahia/pid/867

VOLGENDE SEIZOENSWANDELINGEN LAPPERSFORTBOS 2008 zondagen 20 april, 6 juli en 5 oktober in 2008 & gedichtendag donderdag 29 januari 2009, telkens om 14u30. Ten Briele. Steun de strijd voor het integraal behoud van het Lappersfortbos 001-3811845-15 (Lappersfortmuseum via www.regiobrugge.be)

12 mei 2008

Thierry's webcolumn

De bibliothecaris en de kleine auteur

In mijn bezorgdheid om de “kleine auteur”, van wie ik reeds herhaald een omschrijving gaf, heb ik allicht op zere tenen getrapt, ook van hen die het niet eens verdienen. Excuses. Je mag nooit generaliseren, maar als je boos bent, doe je dit wel vaker.

De waarheid is dat elke auteur klein en onbekend begint, maar door geluk, kwaliteit en netwerk soms terechtkomt waar hij/zij wil. Soms, indien de wind gunstig waait, indien de kritiek een handje toesteekt, indien een uitgever commerciële baat vindt… Indien dit niet het geval is, ik bedoel: indien de factor geluk jou in de steek laat, dan ben je verloren voor de “literatuur”.
Ik wil niet alles in de schoenen schuiven van de bibliothecaris. Ach neen, hij/zij heeft niet zoveel tijd om zich om de kleine auteur te bekommeren. Er worden in een jaar tijd 16.000 boeken in de Nederlandse taal geproduceerd. En daar hebben de uitgeverijen dus al een grote selectie in gemaakt. Die 16.000 boeken kan de bibliothecaris niet allemaal aankopen. Daar moet hij/zij opnieuw een selectie in maken. De grootste schifting wordt echter gemaakt door de uitgeverijen. Zij krijgen dagelijks vijf manuscripten binnen en laten die allemaal lezen door lectoren die vervolgens hun oordeel geven. Een uitgeverij moet winst maken.
Met andere woorden: de bibliothecaris kan alleen oog hebben voor de auteurs die door uitgeverijen worden gepromoot. Waar haalt hij/zij de tijd om op speurtocht te gaan naar kleine auteurs die soms in regionale kranten eens hun ding mogen doen (boek voorstellen). Ik vraag mij toch af: is dit niet zijn/haar opdracht: literatuur in de meest brede zin aan “het volk” ter kennis brengen (dit heet ontvoogden)? Niet alleen inspelen op de verzuchtingen van de uitgevers, maar ook op de verwachtingen van de (ook kleine) auteurs.

Nu, het probleem van de onbekendheid en het niet aan bod komen, geldt niet alleen voor de wereld van de literatuur. De frustratie is even groot in de wereld van de beeldende kunsten. Kunstenaars die te weinig kansen krijgen om tentoon te stellen. Ook in de muziekwereld lopen er goede muzikanten rond die te weinig kunnen optreden en moeten bijklussen. Het probleem is omnivalent.

De meeste boeken - tenzij ze bibliofiel worden uitgegeven - van de “grote” auteurs liggen in de reguliere boekhandel en zijn vrij verkrijgbaar. De bibliothecaris die de winkels bezoekt, kan het boek effectief in de hand nemen en beslissen of hij/zij het aankoopt of niet. Het boek van de kleine auteur zien zij niet. De kleine auteur prijst zichzelf aan, maar de bibliothecaris krijgt alleen titel en auteur te lezen en hooguit de cover van het boek. Is het gebonden? Is het geniet? Is het gekopieerd of mooi verzorgd uitgegeven? Zijn het rijmelarijen, volksgedichten of experimentele poëzie of zijn het gelegenheidsgedichten? Neemt de auteur zijn kunstenaarschap ernstig? Indien het boek van de kleine auteur wordt aangekocht, wie voert dan promotie in de bib opdat het zou worden gelezen? Op al deze vragen is er maar één adequaat antwoord: is het niet de educatieve taak van de bibliothecaris om deze problemen mee te helpen oplossen? Ik beschouw de bibliothecaris niet als een ambtenaar (of niet alleen), maar ook als een speurneus, een obsédé, een ontvoogder, een vriend van alle auteurs.
Of is het gewoonweg niet meer te doen?

Het gaat hier niet alleen om mezelf (ik verkoop goed en word veel gelezen), maar gewoon om de vele “kleine” auteurs die zich afvragen waarom de bibs geen werk van hen aankopen. Vooroordelen over de kwaliteit? Alleen gediend met “grote” namen? Met gevestigde uitgeverijen? Ja zeker? Of uit gemakzucht: wie schrijft nu een bestelbon voor één boek?

De bibliothecaris heeft één opdracht:
Zoveel mogelijk boeken (liefst alle) beoordelen naar
- de inhoud;
- de groeimarge van het aantal lezers;
- de ethiek van de uitgeverij.

Ik weet dat dit een extra inspanning vraagt, maar uit ervaring weet ik dat er van de medewerkers geen “onmogelijke” (sic) zaken kunnen worden gevraagd.
De aankoop gebeurt met een bestelbon. Een bestelbon voor 15 euro is hetzelfde werk als een van 2.500 euro. Hoe kom je aan een bestelbon van 2.500 euro? Ja, zo.

Hoe bereikt de kleine auteur de Vlaamse en Nederlandse bibliotheken?

Thierry Deleu

* Lees mijn artikels her en der gepubliceerd over het probleem (de overheid, de uitgeverij, de bibliothecaris, de auteurs.

Ina Stabergh, 25 jaar dichteres!

Op 23 mei viert Ina Stabergh haar 25-jarig dichterschap. Een unieke gelegenheid om haar een kaartje/mailtje te sturen of een bundel te bestellen voor het goede doel...
Ina schenkt namelijk de volle opbrengst van de verkoop van haar jublileumbloemlezing Verwondering aan "De Bremberg", een school voor Buitengewoon Onderwijs te Diest.
Uiteraard bent u ook van harte welkom op de voorstelling van de bundel.
Alle info kan u lezen op http://users.skynet.be/ina.stabergh/
Graag een seintje naar: ina.stabergh@skynet.be

7 mei 2008

Wie is Constance uit "Het Verdriet van België"?












Foto 1 Huwelijksfoto van de ouders van Hugo Claus
Foto 2 Wie is de vrouw op foto 2? Zij staat links van Leon Vanpoucke (Veldegem) en Michel Deleu (Wevelgem). Is het Constance, alias Germaine Vanderlinden? Had zij een relatie met een Duitse officier?

In Het Verdriet van België is Constance de mama van Louis Seynaeve. Louis is Hugo Claus.

Enkele fragmenten uit het boek:
“Als de mis uit is, beginnen ze dan al te werken, aan de overkant, in de ERLA?”
“Dat hangt er van af hoe laat de mis gedaan is. Soms staat er al wat volk aan de poort.”
“Welk volk?”
“Het werkvolk. De bedienden komen later. Zoals Mama. Om halfnegen.”
(blz. 406)

“Dan telefoneert hij (Herr Lausengier) naar de pastoor van het dorp van de betrokkene om te weten te komen of het geen bedriegerij is en of de familie gunstig aangeschreven staat in de parochie, want ge weet nooit, mensen zijn in oorlogstijd slim en slecht. Dan, om elf uur, is er audiëntie en ontvangt hij de meestergasten. Het middagmal wordt in gezelschap van Frau Seynaeve gebruikt, een eitje, vis, vlees, tafelbier en als er geen klachten zijn van de Kommandantur een half flesje Bordeaux…”
(blz. 419)

“Herein,” zei Mama’s opgewekte stem. Zij sprong achter haar schrijfmachine vandaan, in een zelfde warrelende beweging schikte zij haar haar, drukte haar peuk uit en stak haar hand uit alsof zij, voor het eerst in hun leven samen, Louis’ hand wou drukken, maar zij aaide over zijn wang. (Zij speelde voor moeder opdat een witharige dunne dame die met een paperclip tussen de lippen aan een kleiner bureau zat het kon zien.)
(blz. 423)

“Henny,” zei Mama. De Doktor liet het goud in zijn mond zien. Hij had uitzonderlijk brede polsen, met gouden krulletjes…
“Hij zal het wel schaffen,” zei hij alsof Louis er niet bijstond, en groette een smalle jongeman in een gerafeld pak die binnengekomen was zonder kloppen…
(blz. 425)

“Goed. Dan zeg ik (Louis): distractie. Het is normaal dat zij wat distractie zoekt, zij moet toch hard werken, of niet soms? Ik ben er geweest en ik heb het gezien, zij is de hele tijd in de weer, facturen hier, correspondentie daar. Zij is daar gaarne gezien, zij noemen haar zelfs de ‘Madonna van de ERLA’. Omdat ze de gekwetste frezers of lassers verzorgt in de infirmerie.”
(blz. 432)

“… Wetens en willens wilt ge niet zien dat uw vrouw op de bureaus van de ERLA…”
“Zeg verder, Louis.”
“Dat ze daar het slachtoffer en de slaaf is van haar driften. (Ging hij te ver? Zijn vader knikkebolde maar bleef luisteren.) “Gij kent haar toch beter dan ik, gij weet hoe zij is. En dat ge dat toelaat, dat moet ge zelf weten…”
(blz. 434)

Hij (Louis) kreeg een glas aangeboden door een ERLA-jongmens dat zei dat zijn moeder opbloeide als een bloem…
(blz. 440)

“Ja, trek nog en beetje partij voor haar.’ ... “Zij wil niet bekennen, maar ze moet niet bekennen, want het is algemeen geweten in de ERLA, in heel Walle! Zij is gezien! Zij is gehoord! Weet gij hoe hij haar noemt?”
“Nee.” (Niet: Wie?)
“Flämmchen, mein Flämmchen. Alstublieft!”
“Mijn kleine Vlaamse?”
“Maar nee, Louis! Madam is een vlam! Alstublieft!”
(blz. 458)

Uit:
Jasper Geryl: De verplichte tewerkstelling in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog - De inzet van arbeiders uit Groot-Roeselare

Scriptie voorgelegd aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, voor het behalen van de graad vanLicentiaat in de Geschiedenis. - Academiejaar: 2002-2003, Universiteit Gent - Promotor: prof. Dr. De Wever.

Hoofdstuk 7.
De Umschulingswerkstatt van de Firma ERLA in Kortrijk
Ook voor jongeren onder de 18 jaar, personen die dus normaal gezien niet in aanmerking kwamen om gedeporteerd te worden was de kans reëel slachtoffer te worden van razzia’s. Iemand vertelde me dat zijn identiteitskaart tijdens een razzia van de Feldgendarmerie in dancing “de Beurs” afgenomen werd. Een drietal weken later ontving hij een oproepingsbevel, in de Werbestelle kreeg hij te horen naar Kiel te moeten vertrekken. De geïnterviewde die op dat moment pas 17 was studeerde nog en legde een klacht neer bij de Kreiskommandantur in Roeselare. Daar werd beslist hem in het VTI van Kortrijk om te scholen tot metaalarbeider. Vanaf het moment dat hij meerderjarig was geworden, werd hij naar Duitsland gedeporteerd. Eén van de 8 “Umschulungswerkstätten” bevond zich in het VTI van Kortrijk. Vier van de door mij geïnterviewde verplicht tewerkgestelden werden op een bepaald moment naar de Umschulungswerkstatt in Kortrijk verwezen, ze werden allen tewerkgesteld in de ERLA-fabriek in Leipzig waar de Messerschmidt 109 gemaakt werd. Dit waren jagers met een maximale capaciteit van 2 personen. De bedoeling was om personen om te scholen tot metaalarbeiders. Rond november ’40 werd de oprichting beslist van dergelijke scholen in Brussel, Luik, Antwerpen, Gent, Brugge, Moeskroen, Charleroi en Kortrijk. Elk van deze scholen had een contract afgesloten met Duitse firma’s met de bedoeling geschoolde arbeiders te leveren. Deze scholen dienden om “de arbeidskracht van werkloze jongeren efficiënt te benutten”. Per werkplaats konden 200 personen in een periode van 8 tot 12 weken omgeschoold worden. De omscholingswerkplaats van de Firma Erla in Kortrijk werd midden april ’42 opgericht. De arbeiders werden er opgeleid om te werken in de luchtvaartindustrie, meer bepaald de bouw van de cockpits van vliegtuigen. De jonge arbeiders reisden elke dag heen en terug naar Kortrijk. In deze school leerden ze eenvoudige metaalbewerkingen aan. Zo vertelde iemand me dat hij zich verveelde en alleen kleine metalen 8-figuren moest maken, anderen die de techniek onder de knie hadden sprongen creatiever om met de tijd en maakten na enkele weken opleiding zelfs miniatuurvliegtuigjes of spelden met de Belgische vlag erop.
(Overgenomen)

De moeder van Hugo Claus overlijdt op 14 oktober 1984 in Gent.
Toen zijn vader Jozef werd opgepakt bij de bevrijding in september 1944, wegens lidmaatschap van het VNV, trok moeder Germaine Vanderlinden samen met de kinderen in bij haar moeder in Astene in de Nieuwstraat. Zij was weduwe en haar echtgenoot was in de jaren twintig sluiswachter aan Astenesas geweest. De jongens werden naar school gestuurd in het Sint-Hendrikscollege. De armoede bij het gezin was enorm. Op een bepaald ogenblik werd het schoolgeld betaald met aardappelen. Hugo zat in de Latijnse richting, maar zou uiteindelijk in 1946 de school verlaten, vooral onder impuls van de beeldende kunstenaars Roger Raveel en Antoon De Clerck. Deze laatste had van hem een gedicht gelezen dat hij geschreven had voor Hilda Danneels, de dochter van de hoofdonderwijzer van Astene. Hij gebruikte op dat ogenblik het pseudoniem Hugo C. van Astene. In eerste instantie ging hij samen met Antoon De Clerck op een hoevetje wonen in de Damstraat in Sint-Martens-Leerne. Hij voorzag in zijn levensonderhoud als boekillustrator en met het schilderen van landschapjes en gevels. Dit hoevetje werd jammer genoeg enkele jaren geleden afgebroken. In 1948 verhuisde hij definitief naar Oostende. Bepaalde contacten blijven echter behouden, vooral zijn levenslange vriendschap met Roger Raveel. Zijn eerste dichtwerk en proza kreeg vorm in die 'Deinse' periode en verwijst regelmatig naar familieleden en toestanden in zijn nabije omgeving. Postkaartfoto van de jonge Hugo Claus door Studio Claerhout die toen was gevestigd in de Tolpoortstraat.
Het hele verhaal kan worden nagelezen in een artikel dat werd opgenomen in het jaarboek 1995 van de Kunst- en Geschiedkundige Kring van Deinze en de Leiestreek.
20-03-2008, 11:10 geschreven door Stefaan

Thierry Deleu

"Eindterm" (2002) - debuutroman Thierry Deleu - hoofdstuk 31-32

31

Indien een kogel uit haar eigen Smith & Wesson-revolver er niet anders over had beslist, zou Sabine du Tertre op 1 januari 1993 aangesteld worden als ombudsvrouw van de Vlaamse Gemeenschap. Minister Vanderweyden had haar naam ten berde gebracht op de ministerraad en niemand had een bezwaar geopperd. Voor Sabine du Tertre zou het de bekroning zijn geweest van haar carrière.
Na de dood van Sabine en de arrestatie van Dekunst stond minister Vanderweyden er ineens alleen voor. Bij Onderwijs kende hij niemand die zo hardnekkig en gefundeerd zijn hervormingen kon aanpraten, verdedigen en onderbouwen als deze tandem. Twee dagen na de dood van Du Tertre hadden zich reeds drie kandidaten aangemeld voor de post van afdelingshoofd en waarnemend directeur-generaal secundair onderwijs: Christof Dokmans, Betty Dehen, Nicole Leblanc. Geruchten deden de ronde dat kabinetschef Karel Pervijze Dekunst zou opvolgen. Dan zou ook het probleem voor de minister opgelost zijn: Pervijze weg en een betere kabinetschef in de plaats.

Joris Dekunst werd op woensdagavond 24 september 1992, twee dagen na de dood van Sabine du Tertre, in de gevangenis van Ieper opgesloten. Zijn arrestatie was het rechtstreeks gevolg van een rapport van wapendeskundige Yves Paelinck. De expert had aanvankelijk geloof gehecht aan de ongeluksthesis van Dekunst, maar bij nader onderzoek was hij op zijn standpunt teruggekomen. Hij had proefondervindelijk vastgesteld dat van een Smith & Wesson.38 geen schot kan afgaan zonder dat de trekker wordt overgehaald. Volgens Paelinck had Dekunst in zijn eerste verklaring gezegd dat hij alleen maar de haan van de revolver had beroerd. Maar er was nog iets anders: Dekunst had verklaard dat de revolver in zijn linkerhand lag toen het schot afging en dat hij met zijn rechterhand achteloos haan en trekker streelde. De wapenexpert merkte in zijn rapport op dat de linkerhand van Dekunst in dat geval brandwonden had moeten vertonen. Dat was niet het geval.
Enkele dagen na zijn aanhouding moest Dekunst voor de raadkamer verschijnen. Toen hij uit de politiecombi stapte, was hij niet met handboeien vastgemaakt aan de arm van een agent. Een hoogst ongebruikelijk voorval, dat veel kwaad bloed zette bij het plaatselijke parket. Men vroeg zich af wie aan de basis lag van deze manifeste voorkeursbehandeling. Een klein onderzoek wees uit dat iemand van het parket contact had opgenomen met het kabinet. De kabinetschef had erop aangedrongen dat Dekunst niet als de eerste beste boef ten tonele zou worden gevoerd.
De rechercheurs die zich over Dekunst ontfermden, waren niet vertrouwd met de harde ondervragingstechnieken waaraan vermoedelijke moordenaars werden onderworpen. Bovendien gingen ze met hem in discussie. Na elk verhoor confronteerden ze hem met de ongerijmdheden in zijn verhaal. Ze verstrekten hem zelfs allerlei technische details over de werking van een Smith & Wesson-revolver.
Dekunst maakte daarvan handig gebruik. Hij paste telkens zijn versie van de feiten aan.

Op zaterdag 27 september vond de reconstructie plaats. In de slaapkamer van Sabine du Tertre werden proefschoten gelost, om na te gaan of de klap in het conciërgehuis te horen was. Roos, die samen met haar man, Frank Hennebert, in het conciërgehuis woonde, had immers verklaard dat ze twintig minuten voor Dekunst alarm sloeg, een doffe klap had gehoord.
Het raam van Sabines slaapkamer stond die maandagavond 22 september op een kier. Op het ogenblik dat het schot werd overgedaan, was het echter dichtgespijkerd met houten planken.
Een rechercheur, die door een van de omstaanders daarop opmerkzaam werd gemaakt, zei: “Dat maakt niets uit.”
Van de proefschoten was niets te horen in het conciërgehuis.
Op 7 november 1992 werd Joris Dekunst door de Kamer van Inbeschuldigingstelling in voorlopige vrijheid gesteld. Er waren volgens de KIB onvoldoende aanwijzingen dat hij zich schuldig had gemaakt aan doodslag.
Dekunst had zes weken voorarrest achter de rug. Het gerechtelijk onderzoek zakte als een pudding in elkaar. Het onderzoeksteam werd van twintig man teruggebracht tot drie.

De administratie Onderwijs was onthoofd. Waar Dekunst zich had laten meedrijven op zijn emoties, reageerde waarnemend secretaris-generaal Karel Pervijze ijskoud. De medewerkers werd op het hart gedrukt dat dit spijtige voorval geen invloed mocht hebben op het tempo en de accuraatheid waarmee zij de dossiers moesten afwerken.
Om ook politiek de zaak in de kiem te smoren sprak minister Vanderweyden het Vlaams parlement als volgt toe: "Hoewel ik de tragische gebeurtenis van 22 september diep betreur, zal ik er nauwlettend op toezien dat noch het kabinet of de administratie of het onderwijsveld enig nadeel hiervan zou kunnen ondervinden. De dag na de feiten reeds heb ik de functie van waarnemend secretaris-generaal ingevuld. Begin volgende week zal ik met de administratie overleg plegen over een herschikking van de opdrachten.”
Tijdens zijn voorlopige invrijheidstelling werd Dekunst regelmatig geconsulteerd door de minister en door Pervijze. Het viel Pervijze op hoe Dekunst even onverstoorbaar zijn ideeën uiteenzette als voorheen. Hij kwam niet naar Brussel. Dit was hem door minister Vanderweyden met aandrang afgeraden. Dekunst was wel in een paar maanden tijd tien jaar verouderd. Zijn blik, eens zo doordringend, was helemaal verwaterd. Zijn computer werkte nog, maar alle vitaliteit was uit hem weggevloeid.

@

Begin november 1993 bereikt een merkwaardig bericht de media: Alexander Vanthuyne, de enige zoon van Sabine du Tertre, zou door Joris Dekunst schadeloos zijn gesteld. Pierre du Tertre, Sabines broer en bij testament de voogd van Alexander, trekt zich terug als burgerlijke partij. Het nieuws slaat in als een bom en geeft aanleiding tot wilde speculaties over de fabelachtige som waarmee Dekunst het leed van de familie Du Tertre zou hebben verzacht.
Een serie discrete gesprekken tussen de respectieve advocaten van Dekunst en Du Terte ging aan het akkoord vooraf. Het was de advocaat van Dekunst die ongeveer een jaar na de dood van Sabine haar broer Pierre met een voorstel tot schadeloosstelling had benaderd. Du Terte had daar om een aantal redenen wel oren naar.
Wanneer Peter Deforge, die Burghgraeveveld heeft moeten verlaten en nu bij zijn ouders in Kooigem woont, het nieuws verneemt, valt hij in zwijm. De dokter legt aan moeder Deforge uit dat de toevoer van zuurstof naar de hersenen een seconde is onderbroken geweest en stelt eveneens een begin van suikerziekte vast.

32

Peter Deforge zit in de grote zaal van de benedenverdieping van “De Heilige Familie”. De speelzaal. Ook TV-zaal genoemd. Marcel uit Luigne is verantwoordelijk voor de TV-programma's. Marcel kickt al voor de derde keer af en telkens hij naar huis mag, is hij er na drie dagen terug. Hij geraakt van de drank niet af. De chef van de TV-zaal spreekt Waals Frans en gebroken Vlaams. Hij kiest altijd voor Frankrijk 2.
“Rijsel 2, daar geven zij veel films.”
En iedereen moet dus elke dag naar “Rijsel 2” kijken. Deforge zit nooit in de groep. Hij kiest een plaatsje in de verste hoek rechts, dichtbij het biljart. In het schijnsel van de TV kan hij zien hoe de boerin de apotheker afrukt en hoe een veertiger een meisje van zeventien probeert te vingeren. Niemand kijkt daar van op en niemand kijkt daar op toe. De medicatie heeft alle zin voor nuances en voor ethiek weggeveegd.

Deforge is daar uit vrije wil naartoe gekomen.
Hij kon het leven niet meer aan. Twee zware klappen hadden hem flink dooreen geschud: enerzijds de dood van Sabine en anderzijds – en daar had hij het heel moeilijk mee - de ontdekking dat Sabine opnieuw contact gehad zou hebben met haar eerste lief: Piet Tersmidse. Peter riep de huisarts van Burghgraeveveld bij zich en na een kort overleg waren zij het eens dat een rustkuur in “De Heilige Familie” in Kortrijk een wijze beslissing was. De dokter zelf bracht hem bij zijn collega, dokter Van Kante.
De eerste dagen blijft Peter in bed en probeert een boek te lezen, maar het lukt hem niet. Hij deelt de kamer met een oudere man van over de zestig, die beter Frans spreekt, maar zich toch ook behoorlijk in het Nederlands uit de slag trekt. Als hij zich boos maakt, of op zijn vriendin roept, gebruikt hij altijd de taal van Voltaire. Arthur is een nette heer, met goede manieren. Ook zijn bezoek is van het betere soort.
Soms kan hij een bui van razernij krijgen. Deforge moet dan heel alert zijn, want Arhur zou in zijn toestand iedereen naar de keel grijpen.
Op zekere nacht stond hij bij Deforge aan het bed en duwde hem een papiertje in de hand. Het was zijn laatste wilsbeschikking. Deforge borg het papiertje in zijn nachtkastje op.
Tijdens de dag loopt Arthur heen en weer in de gang. Hij blijft naar de vloer kijken en loopt altijd op een zelfde rechte lijn. Alsof hij zichzelf ervan wil overtuigen dat hij niet gedronken heeft.
Op zekere avond komt hij niet meer naar zijn kamer terug. Deforge vraagt geen uitleg en hij krijgt ook geen verklaring.
Na een paar dagen gaat Peter mee met de andere residenten naar de therapie. Wanneer hij na twee maand de instelling verlaat, heeft hij een presse-papier gemaakt in de vorm van een walvis, mooi gepolijst en gevernist.

Peter kan zijn gemengde gevoelens voor Sabine niet van zich afzetten.
“Waarom heeft zij in godsnaam opnieuw contact gezocht met Tersmidse? Zij sprak nooit over hem. Hoogstens tweemaal. De laatste keer bij Cello Raepzaad toen wij naar haar naaktportret gingen kijken.”
Cello Raepzaad kende Tersmidse van bij Amaryllis. Het gebeurde zelden dat Tersmidse naar het schildersatelier kwam. Als hij er kwam, bleven ze tot in de vroege uurtjes oude koeien uit de gracht halen en zich bedrinken.
“Heeft Sabine daar Tersmidse ontmoet? Dat was nog geen reden om weer met hem een relatie te beginnen.”
“Ik word gek van de gedachte dat ze mij met Tersmidse bedrogen zou hebben!" jankt hij.

Met dokter Van Kante kan Peter Deforge goed opschieten. De psychiater maakt tijdens de gesprekken papieren vliegertjes en probeert ze van op afstand in de papiermand te gooien. Na een tijdje lijkt het alsof ze van rol hebben gewisseld: Peter wordt de zielsdokter van Van Kant. De dokter vertelt over zijn mislukt huwelijk en over zijn filosofische overtuiging die helemaal niet strookt met die van "De Heilige Familie". Ze worden goede vrienden. Nadat Deforge de instelling heeft verlaten, blijven ze elkaar ontmoeten.

De derde vrijdag van zijn verblijf in de instelling krijgt Peter Deforge bezoek van Lynn Vanhove. Ze heeft verlof gekregen op het kabinet. De nieuwe kabinetschef had geoordeeld dat zij de aangewezen persoon was om Deforge te bezoeken. Peter is blij met de komst van Lynn. Ze hebben vaak samengespannen om groter onheil te voorkomen op het hectische kabinet van de minister.
Lynn vertelt hem honderduit over de gebeurtenissen op het kabinet. Over Jacques Brusselmans die geheel overstuur was toen hij het nieuws vernam. Ze had gemerkt hoe ontroerd hij kon zijn ondanks zijn soms hautaine houding. Over Woutmans die nogmaals bij de kabinetschef had aangedrongen op promotie. Hij verdient het. Woutmans is een harde werker die veel op gang heeft gebracht voor de sportbeoefening op school en het statuut van de topsporters.
Ze bespreken samen ook het drama op Burghgraeveveld, maar Peter rept met geen woord over Tersmidse. Hij is daar veel te trots voor en hij wil ook het aandenken aan Sabine niet nog meer vertroebelen.
Wanneer Lynn afscheid van hem neemt, geeft ze hem een zoen op de mond.
“Je bent altijd welkom.”
Lynn Vanhove is een jonge weduwe met een dochtertje van tien.
Wanneer ze de dag daarop op het kabinet komt, wil iedereen weten hoe het met Peter Deforge is.
Hij was altijd vriendelijk voor iedereen. Hij had nooit iemand enig nadeel berokkend. Hij koesterde nog weinig ambitie. Hij beschouwde het kabinet als het sluitstuk van zijn carrière. Hij had ernaar verlangd om op Burghgraeveveld zijn leven te kunnen organiseren: lezen, schrijven, uit gaan eten, reizen.

“De Heilige Familie” heeft hem er weer bovenop geholpen. De laatste veertien dagen van zijn verblijf is Peter goed ingeschakeld in de taakverdeling. Hij deelt de medicatie uit. Hij schrijft voor iedereen die erom vraagt liefdesbrieven. Hij stelt mee de stichtingsakte van “Ooikonde” op. Hij werkt de drukproeven af van een bloemlezing waaraan hij een paar maand voor de dood van Sabine was begonnen. Zij schreef in die tijd verder aan haar dagboekroman.
Op zekere dag krijgt hij bezoek van Rosette, de zus van zijn vrouw zaliger. Zij is gehuwd geweest met een buschauffeur die zeven jaar na hun huwelijk verongelukte op reis in Italië, bij het Lago Maggiore. Ze hebben elkaar in jaren niet meer ontmoet. Rosette woont in Ruiselede, in een sociale woning, rechtover een radiomast. In het begin van zijn verkering met Greta zijn ze vaak samen uit geweest. Na haar dood werden de contacten schaarser. Toen haar man overleed, verhuisde ze naar Ruiselede waar ze een tijdje samenwoonde met een beroepsmilitair. Maar van die relatie kwam niets terecht.
Rosette komt hem om de andere dag opzoeken. Door haar bezoek kan hij zich weer beter integreren in de periode vóór Sabine en dat helpt hem in zijn herstel.

6 mei 2008

Eddy Bonte op de radio!

NIEUWSBRIEF 6
WWW.EDDYBONTE.BE

Nr. 6, 06 mei 2008

GEINTERVIEWD door RADIO 1 over MEI '68

Eén enkel item in deze brief: mei '68.
Ik werd door Jacques Dewulf van Radio 1 geïnterviewd over veertig jaar mei '68. De oorspronkelijke uitzending vond plaats in het nieuws van 07u op vrijdag 2 mei. Herbeluisteren kan nog een paar dagen op:

www.radio1.be/programmas/och1/90400
Kies achtereenvolgens “Mei 68”, “Audio”’ en daaronder “Mei 68 eddy bonte”.

Het interview is gebaseerd op mijn artikel “Mei '68 en Hippie”, te vinden op
www.eddybonte.be > Podium 68.

Lees of herlees overigens de schitterende bijdrage van gastauteur Eric Corijn in dezelfde rubriek.
Bedankt voor je bezoek aan www.eddybonte.be .

Eddy

5 mei 2008

Marleen Malyster en Dirk Vekemans maken deel uit van onze redactie! Van deze laatste kreeg ik (TD) onderstaande reactie, een hoopvol signaal!

Als voorstander van een brede literatuur beoefening, een beweging uit het verdorven poeltje waarin veel van de hedendaagse schrijverij is beland, en van online-initiatieven die iedereen gelijke kansen biedt, wil ik jullie initiatief zeker wel steunen. Onmiddellijk mee in de redactie zitten is mij misschien wat veel, er is de afstand en ik doe eigenlijk al veel te veel op vrijwillige basis…We zullen het overigens ook niet altijd eens zijn, maar dat sluit samenwerking niet uit. Het is juist de diversiteit dei een samenloop van creativiteiten vruchtbaar maakt.
In die zin vind ik uw oproep al hoopgevend, dat u met name de kritische noot opzoekt. Mijn eerste bedenking daarbij is dat we misschien ook van het negativisme afmoeten, een negativisme dat bij velen geïnspireerd kan zijn door de frustraties opgelopen gedurende jaren. In tegenstelling to wat men ons wil doen geloven is er immers geen sprake van een tekort aan interesse voor de letteren of aan beoefening van de letterkunst. Het voorgewende tekort is een artificieel tekort dat enkel hoog gehouden wordt voor kortzichtige commerciële redenen. Met de mogelijkheden van het internet wordt één en ander plots wel héél transparant en moeten veel gesubsidieerde bastions voor wiens productie nauwelijks belangstelling is weldra de komst van een generatie verteren die hun macht in het vijvertje eigenlijk niet meer nodig hebben om zich een lezersbasis te verwerven. De situatie is m.i. ook enigszins vergelijkbaar met de komst van de geluidsfilm: als je voortaan niet ongeredigeerd kan schrijven, én als je schrijverij zich geen verankering kan verwerven in het geheel van de open creatieve codevorming, dan dreig je in het nieuwe open medium op de achtergrond te geraken. Ik probeer die visie, met een nadruk op een open en uitbreidende literatuurbeleving, al geruime tijd uit te dragen via mijn blog, u zal begrijpen dat men mij daar niet overal dankbaar voor is. Alle reflexen van de literaire wereld zijn vooralsnog beschermend naar binnen toe, met een nefast negativisme dat het gewonnen terrein voor de invaderende, en als vijandig ervaren buitenwereld wil afschermen. Maar de opbloei van de vrije code is hoedanook nakend en onafwendbaar!

Dirk Vekemans
11 Novemberlaan 52,
B-3010 Kessel-lo
++32 16 582880Belgium
www.vilt.net
http://vilt.wordpress.com/


Zijn antwoord op:

Beste, Even je aandacht voor De Geletterde Mens op
http://www.geletterdemens.blogspot.com/
Wil je meewerken aan DGM? Welkom!
Wil je bij de redactie horen? Graag! Er is nog een plaatsje vrij!
Graag een kritisch geluid.

Wil je deel uitmaken van de unieke online ridderorde in de Lage Landen bij de zee?
Ga dan naar
http://www.knightsrazor.com/

Groetjes,

Thierry Deleu

Binnenkort verschijnt mijn 5de roman. Een politieroman, De doden zwijgen niet. Het zou mij genoegen doen, indien je hem zou kopen (en liefst ook lezen). Ik nodig je weldra uit op de voorstelling van het boek in de kok-pit van het (nieuwe) gemeentehuis in Koksijde.

4 mei 2008

Thierry's webcolumn - Wat maakt je GROOT in Letterenland?

Deze vraag wordt mij meestal gesteld door vrienden en ex-collega’s, die geen flauw benul hebben van hoe groot GROOT is. Wanneer zij het MIJ vragen, wil het ook zeggen dat zij het over een “GROTE auteur” hebben. Ik heb het al zo dikwijls uitgelegd en geargumenteerd, maar zij blijven het mij vragen. Laten wij aannemen dat het niet is om mij een pleziertje te doen en even met mij mee te lopen in het smalle literaire weggetje, dat grillig door de Lage Landen bij de zee kringelt. Dit is een opportuniteit en ik heb geleerd in opportuniteiten te denken.

Jij die mij deze vraag stelt, je moet natuurlijk willen lezen, daarom niet eens een boek (indien je mijn boek kóópt, ben ik al tevreden), maar toch moet je bereid zijn om met gretigheid te bladeren in kranten, weekbladen en tijdschriften of op internet te surfen naar literaire oneline magazines. Daar vind je mijn antwoord. Daar vind je welk advies ik geef aan de overheid en aan uitgevers en bibliothecarissen.

In het Vlaamse letterenland moet een mens op zijn woorden letten, zeker als het gaat over macht en centen. De machthebbers (die zich verstoppen achter structuren) zijn niet gediend met pottenkijkers zoals ik. Maar op mijn 68ste kan ik tegen discriminatie en verbanning indien het mijzelf betreft. Ook de collegialiteit onder de auteurs is niet voorbeeldig. Het zijn individualisten. Ze beconcurreren elkaar graag, maar ze verenigen zich niet graag. Nochtans “eendracht maakt macht”: macht in de vorm van inspraak, controle, medebeheer, beleid. Erger: auteurs laten zich opnemen in vermelde structuren waar ze worden opgehemeld (mentaal als financieel), maar waar ze eigenlijk worden ingekapseld en geneutraliseerd. “Je kunt maar beter goede maatjes zijn met de bazen!” is hun argument.

Opnieuw zullen velen zeggen: die krasse knar is daar weer! Soit! Ik voel mij niet zo, maar ik ben ook geen jonge hemelbestormer meer!
Hoe word je GROOT? Onze ouders (die van mij toch, in de jaren ’50) zouden zeggen: door naar het bord te kijken! Zij bedoelden: door hard te studeren om later “voor de staat” te kunnen werken, dit biedt zekerheid! Opleiding en werkzekerheid zijn zeker sterke troeven. “Plus kwaliteit,” hoor ik je met nadruk zeggen. Je maakt grote kans om een GROOT auteur te worden indien je geen imbeciel bent, goed je brood verdient en vast werk hebt. Ik ben geen imbeciel, ik heb mijn boterham verdiend en ik “stond rotsvast in het onderwijs”. En toch ben ik geen GROOT schrijver geworden. (Of ik een goed schrijver ben, laat ik in het midden.) Neen, ik geef niet uit bij bekende (erkende) uitgeverijen, over mij wordt nauwelijks geschreven en gepraat in de nationale media, ik krijg geen ronkende recensies in vakbladen, ik word niet geldelijk gesteund door de overheid. In termen van maatschappelijke status: ik ben niet GROOT.

Waarom is het mij niet gelukt? Ik had toch alles in handen om te slagen.
Wat had ik niet dat véél belangrijker is? Een gunstige wind! Toeval? Toeval bestaat niet, maar ik kwam nooit terecht in “gunstige omstandigheden”. Hugo Claus kwam Henri Vandeputte tegen, enkele kleinkunstenaars vonden genade bij Johan Anthierens, Magritte en Delvaux liepen Gustave Nellens tegen het lijf, Paul Snoek had veel te danken aan Anton van Wilderode en schurkte zich tegen Hugues C. Pernath… Wat ik wil zeggen, is simpel: via via is de juiste weg naar succes. Op één voorwaarde: de persoon die jou wil helpt, mag zelf niet hulpbehoevend zijn!

Vele getalenteerde auteurs blijven ter plaatse trappelen, omdat zij een netwerk hebben opgebouwd van enerzijds “zuchtigen” - en daar is niets van te verkrijgen - en anderzijds komedianten die veinzen en valse hoop creëren. Het is mooi als je met de nodige huisvlijt en vooral veel liefde aan je boek vijlt, maar het helpt je niet vooruit. Toch niet wat je naambekendheid betreft. En je weet: geen naam, geen faam, geen uitgever, geen subsidie, geen aankoop door de bibs.

Wat betekent dit in de praktijk? Hopen op een gunstige wind? Op een mecenas? Op een “gearriveerde” die het met jou wel ziet zitten? Op een vriend die een vriend kent die bevriend is met?
Deze wereld is een komedie en een groot circus. Het leven is een spel, soms wreed, soms aangenaam, maar we spelen allemaal naar best vermogen. Ik word dit spelletje moe. Ik kan het niet langer aanzien hoe jonge debutanten en begaafde auteurs niet aan hun trekken komen, omdat ze niet behoren tot het establishment en/of het kleine kransje critici en academici en/of de literaire elite in Vlaanderen en Nederland. Waar zijn onze waarden? Waarom deze normenvervaging? Waarom geen transparant beleid? Waarom gen objectieve criteria? Waarom geen gelijkwaardige behandeling?

Het geld moet worden verdeeld over meer schrijvers, over alle schrijvers die kwaliteit leveren. Alles in het literaire wereldje is perceptie. Een goed boek kan helpen, maar het is geen voorwaarde om in de belangstelling te komen. Mooi en mediageil zijn, is even belangrijk. En dit laatste is niet evident: je moet een vriend hebben die een vriend kent die bevriend is met… En zo ontstaan er literaire fabrieken, zoals de fabriek Lanoye, de fabriek Brusselmans, de fabriek Moeyaert… Ik voel mij geen loser van het zuiverste water, helemaal niet. Ik voel mij geen eeuwige belofte die maar niet echt doorbreekt in de literatuur. Ik ben al lang voorbij alle dromen en schaamte. Ik heb niets te verliezen. Ik hoef niet te vervallen in loos gebabbel of opgesmukte deftigheid om te behagen.

Zijn stompzinnigheid, egoïsme en een goede gezondheid de sterkste troeven om te slagen? Heeft Flaubert gelijk? Ik zou er ook grofheid bij vermelden. Spelbederf.

Thierry Deleu

3 mei 2008

Stadsdichter Oostende Eddy de Buf

Schuilen kan in stilte
(in memorie het staketsel)

De zee streelt de wolken
Met haar golven
Na een lange dag van ademhalen.
Bijna is ze geruisloos
Als ze verzamelt haar schelpen
In eb en vloed.

En meet ze zich
Aan de schepen in de haven,
Daar wordt ze zacht als een moeder,
Wordt ze nacht.

De haven is een wees,
Nu éénarm in armenland
Zich te kreupelen leggend
Tegen stroming en getij
In een stil gebed.

Is het nu oost of west
Of ergens daar tussenin
Waar ik mijn baken leg
En toon de weg naar het hart,
Wijzend naar de stilte in mij.
Wijzend naar de stilte in mij.


Wanneer ik ween als een wees

Mijn welluidende bron staat altoos en dagen droog
In langzaam en traag kijken. Het Noorden bijster.
Beluisterend in de schaduw van de wind, het lot
Van de mens, het achterlijk dier, en bid.

Omhooggevallen in de taal, vermenigvuldigend
De dagen. Zie, hoe ontelbaar en kreunend langzaam,
De tijd zich te luisteren legt, mij verliezend
In de én na de komma, het kleinst hoorbare interval.

Want gehavend en bloedend zal ik mij laven
Aan haar rijpste vruchten, als zij de muze
Zich ontbloot in naaktheid, ik haar nemen zal.
En wanneer uit de lenden mijn kleinste dood wegebt,
Zal ik wenen, zoals wanneer ik ween als een wees,
Diep in mijn donkerste bed.


CAYEUX-SUR-MER*

Hier heeft de liefde geen enkele betekenis, is alles zoals het is.
Hier legt de zee haar vorens in slib en algen, plooit duinen,
En reikt haar zachte hand aan witte meeuwen. Sainteté.

En Kleurt de lucht na een lang verhaal haar mooiste wolken.
Bij avond wordt de zee hier zachter, in de ondergaande zon.
Hier is alles ver en heel dichtbij, in heden en verleden, ook ruwheid.

En ruist de nacht over het water. Hoor het wenen
Van zeewezens wonend in de holle oksel van een warme schelp.
Hier is de schepping begonnen, daar waar de zee de hoedster is.
Hier raak ik de hemel aan en wijs naar jou, die ik liefheb.

*CAYEUX-SUR-MER is een dorpje aan de baai van de Somme


Hotel Du Parc
(Februari 2008)

Je zet je daar, zegt niets, luistert, en kijkt.

Men hoort er het ritselen der beursberichten,
Men likt er aan geld al zwijgend.
Men spaart er zijn eenzaamheid, voor later.
Om uit te drukken dat van twee of meer personen
Ieder op zijn manier de ander behandelt,
Staat men hier nooit op, maar gaat men heen.

Men kan er, zonder dat iemand zich eraan stoort, horen
Hoe de taal er een loopje neemt met de wereld,
Zich ‘Habitueert’, door op de koffie te slaan.
Om uit te drukken dat van twee of meer personen
Ieder op zijn manier de ander behandelt,
Leest men hier de krant achterstevoren, en zonder omkijken.

Hier geeuwt de tijd tegen de ramen. ‘Meeuwentemmer M/V
Gezocht’, staat er op de flank van een tram. Bam!
Bang! Schrijvers kruipen in hun grote woorden.
Om uit te drukken dat van twee of meer personen
Ieder op zijn manier de ander behandelt,
Kijken mensen naar een plek op een plek. 'DAAR!' wijzend.

Je staat op, je kijkt rond en zegt: ‘Bart is niet vergeten!’

* De Brasserie du Parc is omwille van zijn kunstzinnige uitstraling al decennia lang de vaste stek van artiesten, intellectuelen en rasechte Oostendenaars. http://www.hotelduparc.be/ostend/- Bart Bonroy: in 2007 neergestoken op het Marie-José-plien te Oostende, omdat hij weigerde een sigaret te geven.


De mijter van de kardinaalvogel
(voor Gaston Eysselinck)

Des morgens zitten ze hun parabels te lezen,
En in de bomen geeuwen stemmen zich wakker
Naar het lange wachten. En zie daar komt aangewandeld
Het ochtendjournaal, als een vlug blad met het laatste nieuws
Van gisteren in hoofdletters en vet gedrukt.

Hé, mag ik eerst mijn verkeerde been uit het bed rekken?
Traag mijn linkeroog in zijn oogkast rollen en op de juiste plaats zetten? Ook mijn spaarzame woorden samenrapen en mijn dromen ordenen, alvorens
Een spade te nemen om een diepe kuil te graven naar de toekomst?

Ach, zegt de postbode tegen zijn gezegde,
Die heeft zich zijn lip verbrand aan taal en spraak.

Ach mensen, geloof de veerman niet, zijn schraalheid is puur verzinsel.
Wees niet bang als des morgens een reine parabel je in de schoot valt
En in het geeuwen de bomen zich wakker stemmen tegen het ochtendgloren.

Want onder een ranke boom slaapt de mijter van de kardinaalvogel
De toekomst tegemoet en graaft zich in, in de slaapkuil van mijn verleden.
Daar zoekend traag naar het droefste woord dat hij vinden kan.
Een van zijn troon gevallen blauwe kever van Jan Fabre.


2de Stadsgedicht:
Vrees om in een afgesloten ruimte te vertoeven
(nav: het overlijden van Hugo Claus)

Ik heb aan jou gedacht,
Ook aan de dood, aan de liefde,
En aan al het onontkoombare.
Dat het nog komen moet
En komen zal,
Ja, dat wat nog moet komen,
Het komt.

Ik zie je nog staan en dacht:
‘Om eenzaam te zijn moet men liefhebben,
Of denken aan de dood.’, maar zei:
‘Om eenzaam te zijn moet ik wennen
Aan de liefde en zoveel jij.’

Toen keek je me aan,
Legde mijn mond het zwijgen op
En zei:
‘Om eenzaam te zijn
Moet ik wennen aan de liefde,
Of denken aan de dood.’
‘Maar blijf toch maar,
Nu je er bent.’

contacts: mhtml:%7BAB1B2ECB-2F6B-4A5A-B158-12E0DA8E27C9%7Dmid://00000154/!x-usc:mailto:organisatie@stadsdichter.org