Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

12 mei 2008

Thierry's webcolumn

De bibliothecaris en de kleine auteur

In mijn bezorgdheid om de “kleine auteur”, van wie ik reeds herhaald een omschrijving gaf, heb ik allicht op zere tenen getrapt, ook van hen die het niet eens verdienen. Excuses. Je mag nooit generaliseren, maar als je boos bent, doe je dit wel vaker.

De waarheid is dat elke auteur klein en onbekend begint, maar door geluk, kwaliteit en netwerk soms terechtkomt waar hij/zij wil. Soms, indien de wind gunstig waait, indien de kritiek een handje toesteekt, indien een uitgever commerciële baat vindt… Indien dit niet het geval is, ik bedoel: indien de factor geluk jou in de steek laat, dan ben je verloren voor de “literatuur”.
Ik wil niet alles in de schoenen schuiven van de bibliothecaris. Ach neen, hij/zij heeft niet zoveel tijd om zich om de kleine auteur te bekommeren. Er worden in een jaar tijd 16.000 boeken in de Nederlandse taal geproduceerd. En daar hebben de uitgeverijen dus al een grote selectie in gemaakt. Die 16.000 boeken kan de bibliothecaris niet allemaal aankopen. Daar moet hij/zij opnieuw een selectie in maken. De grootste schifting wordt echter gemaakt door de uitgeverijen. Zij krijgen dagelijks vijf manuscripten binnen en laten die allemaal lezen door lectoren die vervolgens hun oordeel geven. Een uitgeverij moet winst maken.
Met andere woorden: de bibliothecaris kan alleen oog hebben voor de auteurs die door uitgeverijen worden gepromoot. Waar haalt hij/zij de tijd om op speurtocht te gaan naar kleine auteurs die soms in regionale kranten eens hun ding mogen doen (boek voorstellen). Ik vraag mij toch af: is dit niet zijn/haar opdracht: literatuur in de meest brede zin aan “het volk” ter kennis brengen (dit heet ontvoogden)? Niet alleen inspelen op de verzuchtingen van de uitgevers, maar ook op de verwachtingen van de (ook kleine) auteurs.

Nu, het probleem van de onbekendheid en het niet aan bod komen, geldt niet alleen voor de wereld van de literatuur. De frustratie is even groot in de wereld van de beeldende kunsten. Kunstenaars die te weinig kansen krijgen om tentoon te stellen. Ook in de muziekwereld lopen er goede muzikanten rond die te weinig kunnen optreden en moeten bijklussen. Het probleem is omnivalent.

De meeste boeken - tenzij ze bibliofiel worden uitgegeven - van de “grote” auteurs liggen in de reguliere boekhandel en zijn vrij verkrijgbaar. De bibliothecaris die de winkels bezoekt, kan het boek effectief in de hand nemen en beslissen of hij/zij het aankoopt of niet. Het boek van de kleine auteur zien zij niet. De kleine auteur prijst zichzelf aan, maar de bibliothecaris krijgt alleen titel en auteur te lezen en hooguit de cover van het boek. Is het gebonden? Is het geniet? Is het gekopieerd of mooi verzorgd uitgegeven? Zijn het rijmelarijen, volksgedichten of experimentele poëzie of zijn het gelegenheidsgedichten? Neemt de auteur zijn kunstenaarschap ernstig? Indien het boek van de kleine auteur wordt aangekocht, wie voert dan promotie in de bib opdat het zou worden gelezen? Op al deze vragen is er maar één adequaat antwoord: is het niet de educatieve taak van de bibliothecaris om deze problemen mee te helpen oplossen? Ik beschouw de bibliothecaris niet als een ambtenaar (of niet alleen), maar ook als een speurneus, een obsédé, een ontvoogder, een vriend van alle auteurs.
Of is het gewoonweg niet meer te doen?

Het gaat hier niet alleen om mezelf (ik verkoop goed en word veel gelezen), maar gewoon om de vele “kleine” auteurs die zich afvragen waarom de bibs geen werk van hen aankopen. Vooroordelen over de kwaliteit? Alleen gediend met “grote” namen? Met gevestigde uitgeverijen? Ja zeker? Of uit gemakzucht: wie schrijft nu een bestelbon voor één boek?

De bibliothecaris heeft één opdracht:
Zoveel mogelijk boeken (liefst alle) beoordelen naar
- de inhoud;
- de groeimarge van het aantal lezers;
- de ethiek van de uitgeverij.

Ik weet dat dit een extra inspanning vraagt, maar uit ervaring weet ik dat er van de medewerkers geen “onmogelijke” (sic) zaken kunnen worden gevraagd.
De aankoop gebeurt met een bestelbon. Een bestelbon voor 15 euro is hetzelfde werk als een van 2.500 euro. Hoe kom je aan een bestelbon van 2.500 euro? Ja, zo.

Hoe bereikt de kleine auteur de Vlaamse en Nederlandse bibliotheken?

Thierry Deleu

* Lees mijn artikels her en der gepubliceerd over het probleem (de overheid, de uitgeverij, de bibliothecaris, de auteurs.

Geen opmerkingen: