LEES OOK DE REACTIES OP HET VOORSTEL BIJ "REACTIES" - AANTIKKEN ONDERAAN HET ARTIKEL
Dag Thierry Deleu,
Veel succes ermee. De subsidies voor compositieopdrachten zijn in 2009 geslonken tot € 65150. Dit komt overeen met een gemiddeld jaarhonorarium van € 108 netto per geregistreerd componist als erkentelijkheid voor het in stand houden van ons compositorisch patrimonium.
Dat is nog erger dan het Vlaams Fonds voor de Letteren. Hoe harder we strijden, hoe luider ze ons uitlachen in Brussel.
En “toch blijven opstaan” zoals de dame van het gedicht onderaan zo mooi verwoordt.
Mvg,
Lucien Posman
Bijlokevest 39
9000 Gent
tel: 09 223 87 50
http://www.comav.be/
http://www.iamic.net/news/iamic/iamic-virtual-composers-residence-programme
Redactie: Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Thierry Deleu (eindredactie), Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Jan Van Loy, Dirk Vekemans
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
31 januari 2010
Rue Léopold te Luik, 27 januari 2010
Nacht was het, toen de ijswind langs de gevels huilde
en gas tot ontploffing kwam
ingestort als kaartenhuis werd het gebouw
nu een graf voor weerloos vlees
de chaos groot en diep in vragen gehuld
zoeken hulpverleners nog naar adem en naar leven
op het marmerblauw van een dorpel rust morgen
een vroege vlinder die een lied voor de doden zingt
ik raap dan de scherven samen en huiver om de kille stilte.
Edith Oeyen
VOORSTEL TOT HERSCHRIJVEN VAN HET DECREET VAN
30 MAART 1999
30 MAART 1999
HOUDENDE DE OPRICHTING VAN EEN VLAAMS FONDS VOOR DE LETTEREN
Thierry Deleu
Art. 5 van Hoofdstuk II. De oprichting van een VFL zegt dat “Het VFL tot doel heeft de Nederlandstalige letteren … in de brede zin van het woord te ondersteunen en de sociaal-economische positie van auteurs … te verbeteren.”
Onder andere door de toekenning van subsidies? Ja, natuurlijk. Maar welke is de positie van de auteur als het decreet stelt
- dat productiesubsidies alleen door uitgevers kunnen worden aangevraagd en verkregen.
- dat stimuleringsbeurzen niet kunnen worden toegekend voor uitgaven “in eigen beheer”
Voor een gezond letterenbeleid staat het subsidie-instrument centraal. Maar er zijn voorwaarden: het VFL mag zich niet lenen tot het ondersteunen van enkel erkende uitgeverijen door het toekennen van welke subsidievorm ook. Zo verleggen zij het accent van de auteur (die hulpbehoevend is) naar de uitgeverij (die handel drijft en winst op het oog heeft). Niet de uitgever (tenzij die dezelfde persoon als de auteur) moet worden ondersteund maar de individuele auteur (waar en hoe hij ook uitgeeft, indien het professioneel gebeurt). Alleen het criterium “kwaliteit” is de objectieve norm!
Eén criterium:
“Indien u een boek schrijft of wilt schrijven (poëzie, roman, essay, biografie), dan kunt u in aanmerking komen voor subsidie van het VFL.”
Voorwaarden:
- toegankelijk voor een breed publiek en geschreven in de Nederlandse taal;
- gepubliceerd in boekvorm;
- verkrijgbaar in de boekhandel (de wijze waarop is niet relevant);
- in een redelijke oplage.
Als auteur hebben wij recht op subsidie. Deze vorm van “uitkering” mag niet afhankelijk worden gesteld van het loon, het leefloon of een andere bijstandsuitkering. Het zou redelijk zijn indien hulpbehoevende auteurs ook een uitkering kregen op grond van werk en inkomen, maar dit is nu niet aan de orde.
Indien het nieuwe decreet zou stellen dat het de auteur is die moet worden ondersteund en niet de uitgever, dan pas zou de decreetgever zich een aureool van rechtvaardigheid kunnen opeisen.
Natuurlijk moet het decreet ook de uitgever helpen, zoals de overheid andere bedrijven in nood helpt. Niemand zal dit betwisten. Maar mijn punt is: niet uitsluitend en met het accent op de auteur!
De vraag luidt niet: “Is het echt wel de taak van de overheid om schrijvend Vlaanderen financieel te helpen?”. Natuurlijk, maar: “Moet de hulpbehoevende auteur niet eerst en méér worden geholpen?” en “Is deze hulp niet groter of kleiner naargelang van zijn hulpbehoevendheid?” In deze vraagstelling zit terecht een vingerwijzing naar de grote bedragen voor “grote” auteurs, de kleine bedragen (indien ze bij een erkende uitgever onderdak vonden) voor de “kleine” auteurs en de non-subsidiëring voor de auteurs die geen uitgeverij vonden en toch aan de kwaliteitseis voldoen. Literatuur beoordelen is geen sinecure. Heeft het niet alles met smaak te maken? Wie is een goede auteur? Wat is goede literatuur? Het grote probleem blijft dat 90% van de auteurs zich in een grijze zone bevinden. Hoe verklaar je anders dat auteurs na hun dood worden opgehemeld, die tijdens hun leven aan het kruis werden genageld of niet eens aan de bak kwamen (bij het VFL)?
Dit is het gehele probleem in een notendop! De overheid heeft de dekselse plicht de auteurs te promoten. Wat als er helemaal geen boeken meer verschijnen en de cultuur, zoals de dino’s vroeger, spoorloos verdwijnt?
Wat is het resultaat van deze foute subsidiëringpolitiek?
Auteurs zoeken ijverig (en soms vergeefs) naar media-impact en sponsoring, nemen ijverig deel aan wedstrijden, creëren een eigen uitgeverij, storten zich vol overgave op het nieuwe fenomeen “print-on-demand”, stampen e-zines uit de grond, prostitueren zich. Maar blijven gefrustreerd toekijken hoe de grote uitgevers, met in hun zog de grote auteurs, de VFL-koe leegmelken.
Deze toestanden hebben niets met “kwaliteit” te maken of met “gebrek aan kwaliteit”. Literatuur moet zich niet verstoppen achter intellectueel struikgewas. Af en toe moet er grondig worden gesnoeid, maar zoals de subsidiëring nu werkt, hebben de “kleine” auteurs zelfs geen recht op een snoeibeurt. Zij worden niet au sérieux genomen door de overheid, hun kwaliteit wordt niet eens gemeten, hun groeiproces wordt niet eens begeleid.
Het VFL bestaat voor 95% uit professoren en assistenten van professoren en hun vrienden. Kun je van deze mensen een redelijkheidsprincipe verwachten? Of zijn ze geneigd aan elitevorming te doen? Of hebben ze geen voeling met de “werkvloer”? Auteurs moet je in het VFL zoeken let een vergrootglas.
Dezelfde problematiek stel je vast in de subsidiëring van tijdschriften? Sedert 1989 zijn er een kleine 20 verdwenen. Als gevolg van het subsidiebeleid van het VFL, waarbij vooral andere belangen speelden dan zuiver literaire en kwalitatieve. Tijdschriften hadden “geen profiel, te weinig kwaliteit, geen schrijvers genoeg uit de eerste linie”. “Schrijvers uit de eerste linie”? Wie zijn dat? Ja, die!
Een randbemerking is hier wel op zijn plaats. De tijdschriften zijn blijkbaar geen ladder meer om hoger te komen in het wereldje van de literatuur. Met andere woorden: ze zijn geen onontbeerlijke schakel meer in de ketting van het literaire bedrijf. Het probleem is echter dat de literaire tijdschriften niet meer worden gelezen. (Lees: nog minder worden gelezen dan vroeger!) En wie zijn weer de dupe? De “kleine” auteurs, de “kleine” uitgeverijen. Kranten hebben in hun bijlagen deze taak overgenomen? Larie, wie komen er aan bod, denk je? Gelukkig zijn er nog redacteuren voor wie tijdschriften maken een ziekte is, een obsessie.
Wat is het VFL van plan? Bibliotheken overtuigen van de noodzaak om een abonnement te nemen(en nu komt het) op de door het VFL gesubsidieerde literaire tijdschriften.
Samengevat: in mijn artikels over “Malaise in de Vlaamse letterkundige wereld?” en “Grote en kleine auteurs” heb ik geklopt op dezelfde nagel. Ik kan het probleem niet oplossen. Wie kan het beter dan de auteur zelf, de uitgever, de redacteurs, de overheid, de adviseurs, in een aantal rondetafelgesprekken proberen een consensus te bereiken met tegengestelde ideeën en belangengroepen.
Thierry Deleu
Poëzie
Een nieuwe dimensie aan de realiteit geven
Aan dagen nog altijd goed gevuld
Als stramgewerkte
Bekant zes en vijftig worden.
Leven, leven stemt toch tot nadenken
Doorwerken is een familieziekte.
Tienduizenden en tienduizenden
Samengestroomde gedachten
Van heinde en verre
Filteren vanuit het spontane keuvelen.
Maar hersenletsel is een nare voetganger
Die niet echt passeert
Deels grammaticaal een beetje blijft haken
Zonder afscheid te nemen.
En dan toch opstaan
Dan toch opstaan
Opstaan stemt tot nadenken
Dat het best mogelijke geschreven is
Of was
Een nieuwe dimensie aan de realiteit geven.
2007
Annemieke Steenbergen
30 januari 2010
99% terug aan afzender!
Wanneer je op zekere dag zegt: “Ik wil een roman schrijven,” zul je kort erop worden geconfronteerd met de vraag: “Wie zal het boek uitgeven?” Ik bedoel: een uitgever investeert niet zomaar in een schrijver. Dit is zo. Al degenen die al eens een manuscript naar een uitgeverij hebben opgestuurd, zullen weten dat het zo is.
Deze vaststelling is niet bedoeld om chagrijnig af te geven op al die mensen die graag hun boek willen uitgeven, maar om informatie te geven. Wat gebeurt er met zo'n manuscript op een uitgeverij? Waarom gaat meer dan 99% van die manuscripten weer terug naar de afzender?
Bij de grote literaire uitgeverijen van Nederland en Vlaanderen komen elke dag twee tot vijf manuscripten binnen. Bijna elke uitgeverij gaat daar anders mee om, maar geen een uitgeverij doet er helemaal niets mee. Ze worden altijd door iemand bekeken, of dat nu de uitgever zelf is of een secretaresse, dat heb je niet voor het zeggen.
In de meeste gevallen worden de manuscripten ingeschreven - in een computersysteem - voor er een eerste selectie plaatsvindt. Manuscripten zijn dan altijd te traceren: wanneer zijn ze binnengekomen, is er een ontvangstbrief gestuurd, wanneer ging het terug? Een van de redacteuren of een externe lezer maakt de eerste keus wat meteen terugkan: veel manuscripten hebben een genre die de uitgeverij niet uitgeeft en worden dus tevergeefs gestuurd. Meestal gaan ze meteen terug.
Na deze eerste selectie, wordt er echt gelezen. Door de uitgever, een redacteur of een externe lezer die de uitgeverij adviseert. Ook hier vallen in rap tempo manuscripten af. Vaak is al aan een paar alinea's te zien of het een goed boek gaat worden, of een boek voor de betreffende uitgeverij. Pas als een redacteur twijfelt of juist enthousiast is, leest een collega mee. In alle andere gevallen: return to sender.
Is de uitgeverij enthousiast, dan wordt er een afspraak gemaakt met de schrijver. In bijna alle gevallen zal de uitgeverij adviezen voor verbetering van het boek aandragen. Ook beroemde auteurs worden in hun schrijven begeleid en krijgen kritiek op de eerste versie van hun manuscripten, daar zijn de redacteuren per slot van rekening voor. Als de schrijver aan zijn boek wil werken, wordt er meestal eerst een volgende versie afgewacht alvorens hem of haar een contract wordt aangeboden. Dit gaat uiteraard allemaal in onderling overleg.
Is er eenmaal een contract dan begint het maken van het boek.
Waarom worden zoveel manuscripten afgewezen?
Er wordt altijd gezegd: van alle manuscripten die op de uitgeverij binnenkomen gaat 99,99% weer terug. Het getal zal niet zo hoog zijn, maar het komt er dicht in de buurt. Er zijn gevallen bekend van later beroemd geworden auteurs die “uit de post” gehaald zijn, of eerst jaren zijn afgewezen en toen topauteurs zijn geworden. Erg talrijk zijn die verhalen echter niet.
Wat zijn de meest voorkomende tekortkomingen van de ingestuurde manuscripten?
Er wordt alles aan gedaan om het boek spannend te maken. Literair spannend of thriller spannend. Alles wat er staat is op de plot gericht, het verhaal wordt ingewikkeld gemaakt en vele clous worden gegeven. Dat een boek onderhoudend moet zijn en niet alleen een skelet moet hebben maar ook vlees aan de botten, wordt soms vergeten.
De taal is “gewild literair”. De schrijver gaat literatuur schrijven en dat zal de lezer weten. Archaïsche woorden en bombastische metaforen volgen elkaar in rap tempo op en de ene ingewikkelde zinsconstructie volgt op de andere. Tenslotte valt de schrijver terug op clichés. Schrijven is echter je onderscheiden: niet alleen in het verhaal dat je vertelt, ook in de taal die je gebruikt.
In veel manuscripten zit geen humor of wordt niet gerelativeerd. De hoofdpersoon wordt uiterst serieus genomen en doet het altijd goed of altijd fout. Hij wordt daardoor niet een personage van vlees en bloed. Al zijn gedachten, overpeinzingen en de motivatie achter zijn handelingen worden beschreven, zodat er niets aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten. Juist door dingen echter niet allemaal uit te leggen, kun je een zekere spanning oproepen.
Geweld en sex: dat moet, vinden veel schrijvers. Zoals veel filmers denken: zonder sex-scène, geen goede film, zo zullen veel schrijvers denken: zonder sex geen literatuur. In een boek kun je die passages beter overslaan. De sex zit dan in het hoofd van de lezer.
Een gevoelig punt zijn de 100% autobiografische boeken, vaak met een tragische inhoud. Hoe hard het ook klinkt: vaak zijn die verhalen te privé om voor een breder publiek geschikt te zijn. Er komen allerlei namen en verwijzingen naar vroegere gebeurtenissen in voor die de lezer niets zeggen: hij is geen naaste familie, geen vriend en weet dus niets van wat er is gebeurd. Hier is belangrijk: om afstand te nemen tot het eigen verhaal en zich de vraag te stellen: wat kan een ander hiermee en waarom moet dit verhaal de wereld in? Het beoordelen van eigen werk is een van de moeilijkste dingen die er zijn. Laat het eerst een tijd liggen of vraag het aan een kennis die genoeg van de situatie weet om het verhaal te begrijpen en genoeg afstand heeft om het voor de buitenwereld te bekijken.
De lezer is héél belangrijk! De schrijver moet zich van een lezer bewust zijn en spelen met zijn aandacht. Waarom is een boek spannend? Omdat een schrijver maar stukje bij beetje prijsgeeft hoe de vork in de steel zit. Waarom is een boek romantisch? Omdat een van de personages verliefd is op een ander personage en het nog niet meteen duidelijk is of het wat gaat worden. Dit spel met de lezer geldt op alle niveaus: structureel, in de taal, maar ook in de humor, in het relativeren, in de keuze van het perspectief en zo voort. Leg dus niet teveel uit. Onderschat de lezer niet. Als de schrijver niet geïnteresseerd is in de lezer, waarom zou de lezer dan in de schrijver geïnteresseerd moeten zijn?
Joris Dewolf
Wanneer je op zekere dag zegt: “Ik wil een roman schrijven,” zul je kort erop worden geconfronteerd met de vraag: “Wie zal het boek uitgeven?” Ik bedoel: een uitgever investeert niet zomaar in een schrijver. Dit is zo. Al degenen die al eens een manuscript naar een uitgeverij hebben opgestuurd, zullen weten dat het zo is.
Deze vaststelling is niet bedoeld om chagrijnig af te geven op al die mensen die graag hun boek willen uitgeven, maar om informatie te geven. Wat gebeurt er met zo'n manuscript op een uitgeverij? Waarom gaat meer dan 99% van die manuscripten weer terug naar de afzender?
Bij de grote literaire uitgeverijen van Nederland en Vlaanderen komen elke dag twee tot vijf manuscripten binnen. Bijna elke uitgeverij gaat daar anders mee om, maar geen een uitgeverij doet er helemaal niets mee. Ze worden altijd door iemand bekeken, of dat nu de uitgever zelf is of een secretaresse, dat heb je niet voor het zeggen.
In de meeste gevallen worden de manuscripten ingeschreven - in een computersysteem - voor er een eerste selectie plaatsvindt. Manuscripten zijn dan altijd te traceren: wanneer zijn ze binnengekomen, is er een ontvangstbrief gestuurd, wanneer ging het terug? Een van de redacteuren of een externe lezer maakt de eerste keus wat meteen terugkan: veel manuscripten hebben een genre die de uitgeverij niet uitgeeft en worden dus tevergeefs gestuurd. Meestal gaan ze meteen terug.
Na deze eerste selectie, wordt er echt gelezen. Door de uitgever, een redacteur of een externe lezer die de uitgeverij adviseert. Ook hier vallen in rap tempo manuscripten af. Vaak is al aan een paar alinea's te zien of het een goed boek gaat worden, of een boek voor de betreffende uitgeverij. Pas als een redacteur twijfelt of juist enthousiast is, leest een collega mee. In alle andere gevallen: return to sender.
Is de uitgeverij enthousiast, dan wordt er een afspraak gemaakt met de schrijver. In bijna alle gevallen zal de uitgeverij adviezen voor verbetering van het boek aandragen. Ook beroemde auteurs worden in hun schrijven begeleid en krijgen kritiek op de eerste versie van hun manuscripten, daar zijn de redacteuren per slot van rekening voor. Als de schrijver aan zijn boek wil werken, wordt er meestal eerst een volgende versie afgewacht alvorens hem of haar een contract wordt aangeboden. Dit gaat uiteraard allemaal in onderling overleg.
Is er eenmaal een contract dan begint het maken van het boek.
Waarom worden zoveel manuscripten afgewezen?
Er wordt altijd gezegd: van alle manuscripten die op de uitgeverij binnenkomen gaat 99,99% weer terug. Het getal zal niet zo hoog zijn, maar het komt er dicht in de buurt. Er zijn gevallen bekend van later beroemd geworden auteurs die “uit de post” gehaald zijn, of eerst jaren zijn afgewezen en toen topauteurs zijn geworden. Erg talrijk zijn die verhalen echter niet.
Wat zijn de meest voorkomende tekortkomingen van de ingestuurde manuscripten?
Er wordt alles aan gedaan om het boek spannend te maken. Literair spannend of thriller spannend. Alles wat er staat is op de plot gericht, het verhaal wordt ingewikkeld gemaakt en vele clous worden gegeven. Dat een boek onderhoudend moet zijn en niet alleen een skelet moet hebben maar ook vlees aan de botten, wordt soms vergeten.
De taal is “gewild literair”. De schrijver gaat literatuur schrijven en dat zal de lezer weten. Archaïsche woorden en bombastische metaforen volgen elkaar in rap tempo op en de ene ingewikkelde zinsconstructie volgt op de andere. Tenslotte valt de schrijver terug op clichés. Schrijven is echter je onderscheiden: niet alleen in het verhaal dat je vertelt, ook in de taal die je gebruikt.
In veel manuscripten zit geen humor of wordt niet gerelativeerd. De hoofdpersoon wordt uiterst serieus genomen en doet het altijd goed of altijd fout. Hij wordt daardoor niet een personage van vlees en bloed. Al zijn gedachten, overpeinzingen en de motivatie achter zijn handelingen worden beschreven, zodat er niets aan de verbeelding van de lezer wordt overgelaten. Juist door dingen echter niet allemaal uit te leggen, kun je een zekere spanning oproepen.
Geweld en sex: dat moet, vinden veel schrijvers. Zoals veel filmers denken: zonder sex-scène, geen goede film, zo zullen veel schrijvers denken: zonder sex geen literatuur. In een boek kun je die passages beter overslaan. De sex zit dan in het hoofd van de lezer.
Een gevoelig punt zijn de 100% autobiografische boeken, vaak met een tragische inhoud. Hoe hard het ook klinkt: vaak zijn die verhalen te privé om voor een breder publiek geschikt te zijn. Er komen allerlei namen en verwijzingen naar vroegere gebeurtenissen in voor die de lezer niets zeggen: hij is geen naaste familie, geen vriend en weet dus niets van wat er is gebeurd. Hier is belangrijk: om afstand te nemen tot het eigen verhaal en zich de vraag te stellen: wat kan een ander hiermee en waarom moet dit verhaal de wereld in? Het beoordelen van eigen werk is een van de moeilijkste dingen die er zijn. Laat het eerst een tijd liggen of vraag het aan een kennis die genoeg van de situatie weet om het verhaal te begrijpen en genoeg afstand heeft om het voor de buitenwereld te bekijken.
De lezer is héél belangrijk! De schrijver moet zich van een lezer bewust zijn en spelen met zijn aandacht. Waarom is een boek spannend? Omdat een schrijver maar stukje bij beetje prijsgeeft hoe de vork in de steel zit. Waarom is een boek romantisch? Omdat een van de personages verliefd is op een ander personage en het nog niet meteen duidelijk is of het wat gaat worden. Dit spel met de lezer geldt op alle niveaus: structureel, in de taal, maar ook in de humor, in het relativeren, in de keuze van het perspectief en zo voort. Leg dus niet teveel uit. Onderschat de lezer niet. Als de schrijver niet geïnteresseerd is in de lezer, waarom zou de lezer dan in de schrijver geïnteresseerd moeten zijn?
Joris Dewolf
ONTWAKEN
languit haar naaktheid een preuts gewaad
op haar been een streep geronnen licht
dat zich een weg baant in de kamer
naar lavendel ruiken de lakens
doodstil dit huis in een beginnende regen
de zon schuift haar lichtende ladder uit
op de vleugels van haar ogen
even talmen zij wanneer een wolk
over de heldere ruimte glijdt
nu knipperen ze in het blinkende licht
languit haar handen achter het hoofd
vraagt zij hoe laat het is
Thierry Deleu
29 januari 2010
EENMANSVLUCHT
Gevlucht voorbij speren van regen,
ik die schaduw hing aan stille bomen,
balsem wreef op kreunende kruinen,
met neergehurkte adem luister ik
naar het breekbaar spreken van de takken,
mijn ogen uitgewist van geur van mist
en angst om vallende blaren. Ik die
groene ruggen streel van krekelstemmen,
vlugger stuifmeel overbreng dan de
vlugste vlinder, onder het asbest
van de maan snijd ik de takken tot
stilten, wachtend op het eerste licht.
Thierry Deleu
Is Arne een Dichter?
28/01/2010
de dichter recycleert geen afval
hij dealt geen drugs op treinen met vertraging
die door zijn yogawoorden dan toch tijdig
hun vergeten lotsbestemming bereiken
hij verdooft het rommelen van magen niet
en ontlast geen endeldarmen met kamillethee
hij verlakt noch vermaakt wat dwaas reeds is
hij delft uit de rauwe vreselijke tonen en kreten
van zijn onbegrepen vreemd en vervreemd wezen
een dubieuze cynische maar oprechte poging
tolk te worden van een kreunende vulkaan
en hij slingert wat de volksmond verzen noemt
als een aanzwellende bijtende boreale storm
temidden diezelfde hunkerende rauwe tonen
van zijn altijd ontrouwe lezers en verraders
tot de infernale pijn vuur vat in hun handen
en in de ploeg die uit zwaarden wordt gesmeed
één snijdende zin, één paniekzaaiend woord
één diepe klank die lichtjaren ver drachtig is
voldoet hem al om snel glimlachend te sterven
de liefde van één muze spat zijn eeuwigheid
tegen de laatste wankelende wanden van de tijd
zoniet vervoegt hij gelaten de rijen wachtenden
en herschoolt zich: lasser of assistant manager
nooit is hij de koopman die op 28 januari
zijn beste lied neuriet tot glorie van een Natie
Eric Rosseel
[28 januari 2010, "gedichtendag"]
28/01/2010
de dichter recycleert geen afval
hij dealt geen drugs op treinen met vertraging
die door zijn yogawoorden dan toch tijdig
hun vergeten lotsbestemming bereiken
hij verdooft het rommelen van magen niet
en ontlast geen endeldarmen met kamillethee
hij verlakt noch vermaakt wat dwaas reeds is
hij delft uit de rauwe vreselijke tonen en kreten
van zijn onbegrepen vreemd en vervreemd wezen
een dubieuze cynische maar oprechte poging
tolk te worden van een kreunende vulkaan
en hij slingert wat de volksmond verzen noemt
als een aanzwellende bijtende boreale storm
temidden diezelfde hunkerende rauwe tonen
van zijn altijd ontrouwe lezers en verraders
tot de infernale pijn vuur vat in hun handen
en in de ploeg die uit zwaarden wordt gesmeed
één snijdende zin, één paniekzaaiend woord
één diepe klank die lichtjaren ver drachtig is
voldoet hem al om snel glimlachend te sterven
de liefde van één muze spat zijn eeuwigheid
tegen de laatste wankelende wanden van de tijd
zoniet vervoegt hij gelaten de rijen wachtenden
en herschoolt zich: lasser of assistant manager
nooit is hij de koopman die op 28 januari
zijn beste lied neuriet tot glorie van een Natie
Eric Rosseel
[28 januari 2010, "gedichtendag"]
TUSSEN KOFFIE EN KANEEL
Zondag 21 februari om 11u
Tussen broodjes, beleg en kaneel serveren de dichters Frank De Vos, Roger Nupie en Vera Alexander Beerten u erotische gedichten op de nuchtere maag.
Gastheer: Dirk Celis.
Muzikale omlijsting door accordeonist Bart Wils (accordeon).
Galerie Arte Falco, Falconrui 33, 2000 Antwerpen
Inkom 12 €.
U kunt inschrijven op rekeningnummer 320-0145311- 75 m .v.v. Tussen koffie en kaneel.
Zondag 21 februari om 11u
Tussen broodjes, beleg en kaneel serveren de dichters Frank De Vos, Roger Nupie en Vera Alexander Beerten u erotische gedichten op de nuchtere maag.
Gastheer: Dirk Celis.
Muzikale omlijsting door accordeonist Bart Wils (accordeon).
Galerie Arte Falco, Falconrui 33, 2000 Antwerpen
Inkom 12 €.
U kunt inschrijven op rekeningnummer 320-0145311- 75 m .v.v. Tussen koffie en kaneel.
28 januari 2010
RECENTE PUBLICATIES VAN
THIERRY DELEU
NOG IN VOORRAAD
Marc Bourry, man van het volk. - Stad Harelbeke, 1986, 384 blz. - Geschiedenis van een beweging, kroniek van een stad, verhaal van een leven
25 euro (*)
Val der Engelen. - Harelbeke: Het Schaap, 1997, 48 blz. - Tekeningen Henk Deleu
10,50 euro (uitverkocht)
Verslag van een literaire ontmoeting met André Velghe. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 1998, 150 blz.
12 euro (*)
In de weelde van de liefde. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2000, 199 blz.. - Gedichten
15 euro (*)
Ik zou liegen als ik het anders zei. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2001, 240 blz. - Teksten 1965-2000
15 euro (uitverkocht)
Guy van Hoof, dichter zonder kroon. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2001
15 euro (uitverkocht)
Eindterm (roman). - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2002
12 euro (*)
Amélie Laforêt (roman). - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2003
15 euro (*)
Arsène du Frêne, heer van La Vallade (historische roman). - Harelbeke, De Gebeten Hond, 2004
15 euro (* + **)
À titre Personnel (brievenboek). - Groningen: Gopher Publishers, 2004
20 euro (uitverkocht)
De kiemjaren (gedichten). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2006
10 euro (uitverkocht)
Klamme handen (roman). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2006
14 euro (**)
Magisch alfabet (gedichten). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2007
14 euro (uitverkocht)
De doden zwijgen niet (roman). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2008
15 euro (2de druk) (**)
Liefde en dood op Sint-André (roman). - Gent, Razor’s Edge Editions, 2009
15 euro (2de druk) (**)
(*) Te bestellen in de Stedelijke Openbare Bibliotheek Harelbeke, Eilandstraat 2 te 8530 Harelbeke (vragen naar Jan Van Herreweghe) - 056/733440 of 056/733442.
(**) Te bestellen bij de auteur: Zandzeggelaan 18-102 te 8670 Oostduinkerke (058/514120 of 0478/745498) of over te schrijven op 000-0900214-54 van de auteur.
THIERRY DELEU
NOG IN VOORRAAD
Marc Bourry, man van het volk. - Stad Harelbeke, 1986, 384 blz. - Geschiedenis van een beweging, kroniek van een stad, verhaal van een leven
25 euro (*)
Val der Engelen. - Harelbeke: Het Schaap, 1997, 48 blz. - Tekeningen Henk Deleu
10,50 euro (uitverkocht)
Verslag van een literaire ontmoeting met André Velghe. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 1998, 150 blz.
12 euro (*)
In de weelde van de liefde. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2000, 199 blz.. - Gedichten
15 euro (*)
Ik zou liegen als ik het anders zei. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2001, 240 blz. - Teksten 1965-2000
15 euro (uitverkocht)
Guy van Hoof, dichter zonder kroon. - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2001
15 euro (uitverkocht)
Eindterm (roman). - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2002
12 euro (*)
Amélie Laforêt (roman). - Harelbeke: De Gebeten Hond, 2003
15 euro (*)
Arsène du Frêne, heer van La Vallade (historische roman). - Harelbeke, De Gebeten Hond, 2004
15 euro (* + **)
À titre Personnel (brievenboek). - Groningen: Gopher Publishers, 2004
20 euro (uitverkocht)
De kiemjaren (gedichten). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2006
10 euro (uitverkocht)
Klamme handen (roman). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2006
14 euro (**)
Magisch alfabet (gedichten). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2007
14 euro (uitverkocht)
De doden zwijgen niet (roman). - Gent: Razor’s Edge Editions, 2008
15 euro (2de druk) (**)
Liefde en dood op Sint-André (roman). - Gent, Razor’s Edge Editions, 2009
15 euro (2de druk) (**)
(*) Te bestellen in de Stedelijke Openbare Bibliotheek Harelbeke, Eilandstraat 2 te 8530 Harelbeke (vragen naar Jan Van Herreweghe) - 056/733440 of 056/733442.
(**) Te bestellen bij de auteur: Zandzeggelaan 18-102 te 8670 Oostduinkerke (058/514120 of 0478/745498) of over te schrijven op 000-0900214-54 van de auteur.
LIEFDE
Liefde ? Wie heeft ze uitgevonden ?
In mijn contreien vind ik ze niet echt,
tenzij iemand ze daar heeft gelegd
als voer voor loslopende honden.
Toch zoek ik haar met de moed
der wanhoop als een kip die constant
loopt te kakelen op het erf en moet
scharrelen naar haar sporen in het zand.
Is het de dag of is het de nacht
of de verbeelding aan de macht
die ons haar bestaan heeft toegezonden?
Niemand die het weet of toegeeft onomwonden.
Waarom doet zij dan zo een deugd
en legt ze in het verdriet soms zoveel vreugd
als ze toch als een spook niet eens bestaat
maar voor al onze grieven altijd openstaat?
Aanvaard daarom eenvoudig en sereen
dat ze met een been in de hemel en een
ander op de aarde balanceert op een koord
dat werd gespannen over het populaire oord
van geven en nemen en houden van elkaar.
Want blozend als een roos in het haar
is ze overal en van alle tijden
een balsem op mateloos lijden.
(12-01-2010)
© Henri Thijs
Liefde ? Wie heeft ze uitgevonden ?
In mijn contreien vind ik ze niet echt,
tenzij iemand ze daar heeft gelegd
als voer voor loslopende honden.
Toch zoek ik haar met de moed
der wanhoop als een kip die constant
loopt te kakelen op het erf en moet
scharrelen naar haar sporen in het zand.
Is het de dag of is het de nacht
of de verbeelding aan de macht
die ons haar bestaan heeft toegezonden?
Niemand die het weet of toegeeft onomwonden.
Waarom doet zij dan zo een deugd
en legt ze in het verdriet soms zoveel vreugd
als ze toch als een spook niet eens bestaat
maar voor al onze grieven altijd openstaat?
Aanvaard daarom eenvoudig en sereen
dat ze met een been in de hemel en een
ander op de aarde balanceert op een koord
dat werd gespannen over het populaire oord
van geven en nemen en houden van elkaar.
Want blozend als een roos in het haar
is ze overal en van alle tijden
een balsem op mateloos lijden.
(12-01-2010)
© Henri Thijs
mix van technieken: LEENTJE BONDROIT
over de grens
Nu even een moment van rust
de vaart eruit, de woorden
ingehaald en opgepoetst.
Jij bent een vreemde snuiter
denkt u dan.
En of u het gelooft of niet,
ik groet hen - wees gegroet -
en schrijf welwillend op:
je kan de mieren op het asfalt
horen lopen hier - wees stil.
© ERIC VANDENWYNGAERDEN
De overtolligen
Ze leven inwaarts.
In de eigen bloedrode aderen en haarvaten
delven ze naar een ietsje goud en edelstenen
zij het zonder het minste ressentiment.
Ze zien alles wat ze ook werkelijk zien
en daarbovenop nog veel meer van dat.
Ze horen hoe de slag van hamer op aambeeld
weergalmt in het slakkenhuis van hun oren
en het ruisen van het vocht in de wandelgangen
van deze oertijdse ongekerstende regionen.
Ze kijken door het venster.
Verlangens kopen ze sinds lang niet meer
noch in flessen noch in kartonnen dozen.
Waarvoor ze de straat zijn opgegaan
beseffen ze pas eens terug thuis, veilig
geborgen achter de doorzichtige douchedeur.
Vóór elk scherm op hun leeglopende weg
kruisen ze hun benen meer dan achteloos.
Waar ze op zo’n moment echt acht op slaan
is vanzelfsprekend nergens te bespeuren.
Een onbeschrijfelijke zalige waas slibt
de vensters van hun ziel voor eeuwig dicht.
Wie hen oprecht en gemeenzaam de hand drukt
wandelt blijkbaar onverschillig aan de overkant
van een bij dag en nacht opgehaalde brug.
Ze kijken naar het venster.
Ze hebben niet het minste weet
Dat buiten permanent
alarm wordt geslagen.
Ze lijden er ook niet onder
dat ze totaal onwetend zijn van
deze aanhoudende noodtoestand.
Zelfs op hun vensters laten ze
amper een opgebaard spoor na.
Eric Rosseel
Ze leven inwaarts.
In de eigen bloedrode aderen en haarvaten
delven ze naar een ietsje goud en edelstenen
zij het zonder het minste ressentiment.
Ze zien alles wat ze ook werkelijk zien
en daarbovenop nog veel meer van dat.
Ze horen hoe de slag van hamer op aambeeld
weergalmt in het slakkenhuis van hun oren
en het ruisen van het vocht in de wandelgangen
van deze oertijdse ongekerstende regionen.
Ze kijken door het venster.
Verlangens kopen ze sinds lang niet meer
noch in flessen noch in kartonnen dozen.
Waarvoor ze de straat zijn opgegaan
beseffen ze pas eens terug thuis, veilig
geborgen achter de doorzichtige douchedeur.
Vóór elk scherm op hun leeglopende weg
kruisen ze hun benen meer dan achteloos.
Waar ze op zo’n moment echt acht op slaan
is vanzelfsprekend nergens te bespeuren.
Een onbeschrijfelijke zalige waas slibt
de vensters van hun ziel voor eeuwig dicht.
Wie hen oprecht en gemeenzaam de hand drukt
wandelt blijkbaar onverschillig aan de overkant
van een bij dag en nacht opgehaalde brug.
Ze kijken naar het venster.
Ze hebben niet het minste weet
Dat buiten permanent
alarm wordt geslagen.
Ze lijden er ook niet onder
dat ze totaal onwetend zijn van
deze aanhoudende noodtoestand.
Zelfs op hun vensters laten ze
amper een opgebaard spoor na.
Eric Rosseel
27 januari 2010
Gedichtendag 2010 in het Hageland
Ina Stabergh, ex-stadsdichter van Diest (2006-2008), eerste stadsdichteres van Vlaanderen en momenteel Hagelanddichter is van mening dat de jaarlijkse Gedichtendag een mooi initiatief is maar onvoldoende om poëzie dichter bij de mensen te brengen.
Ondanks de vele initiatieven tijdens deze ene dag blijft het promoten van de poëzie nog steeds ondermaats.
Het heeft geen zin om elitaire clubjes alle aandacht te geven en podium te verlenen in stadsfeestzalen en –schouwburgen. Allemaal goedbedoelde evenementen die weinig of geen aarde aan de dijk brengen bij de ‘man en vrouw in de straat’.
Gedichten moeten gedurende het hele jaar een plaats krijgen in het dagelijkse leven en als het effe kan: ook in het straatbeeld…!
Hoog tijd om de overheden in ons land wakker te schudden. In het Hageland is men - mede door Europese steun (van het Leader Hageland + project) - goed begonnen.
Toen men het een aantal jaren geleden het had over dichters en gedichten werd wellicht onwillekeurig gedacht aan een stelletje dromers dat niet helemaal met beide voeten op de grond stond.
Wat stellen we nu echter vast?
Bij elke ingrijpende gebeurtenis: geboorte, huwelijk, overlijden e.a., komen de diepste gevoelens in de mens naar boven en tracht men die op een of andere manier te verwoorden…
In onze contreien heeft men op dat vlak nog niet zo een lange traditie.
In de ons omringende landen zien we een heel andere manier van omgang met het woord in het algemeen, met poëzie in het bijzonder.
Het mooiste voorbeeld is Ierland. In bijna elke pub en winkel, zelfs in de kleinste dorpjes en in de verste uithoeken van het eiland, hangen posters met foto’s van bekende schrijvers en dichters. Het is overigens en unieke belevenis om bepaalde liedjesteksten van Ierse groepen en muzikanten te beluisteren. Hun teksten zijn meestal gedichten/gedachten waarin de vele facetten van het leven (weemoed, droefheid, blijheid, verlangen, liefde) in terug te vinden zijn. Dit zijn ook de thema’s die men kan ontdekken in het oeuvre van de meeste dichters.
Bovendien is het schrijven en lezen van gedichten niet voor softies! Integendeel…
Ook in Vlaanderen merken we de laatste jaren een ietwat grotere belangstelling voor poëzie.
Wie de actualiteit volgt, heeft ongetwijfeld al vernomen dat enkele steden en gemeenten al stadsdichters & dorpsdichters hebben aangesteld.
Toch blijf ik bij mijn standpunt dat men ruimer moet denken en zorgen voor een betere spreiding en ‘verspreiding’.
Kinderen en jongeren hebben een grote openheid ten aanzien van poëzie: zéér opvallend bij de vele lezingen en creatieve ateliers die ik in de scholen geef.
Een kind is puur, een kind is poëzie!
Vandaar mijn dringende oproep: ga opnieuw naar de bron, naar de basis en haal de poëzie weg uit cultuurtempels en ‘muffe’ ruimtes!
Het zou fijn zijn indien je bijgevoegd gedicht zou kunnen publiceren of voorlezen. Dank!
Vriendelijke groeten,
Ina Stabergh
Koningsbos 18 - 3460 Bekkevoort
Tel: 013/333994
GSM: 0486/845214
ina.stabergh@skynet.be
http://users.skynet.be/ina.stabergh/
GEEF ALLE KINDEREN
Geef alle kinderen
een korf vol rozenblaadjes
een verhaal op elk blad
en tijd om kind te zijn.
Geef ze een schaal
vol bessen en geurige oliën
herinneringen en vreugde
in spel en aanwezigheid.
Laat de kinderen leven
met hun lievelingskleuren
zonder angst voor de pijn
die uit wonden stroomt.
Laat de grondvesten beven
voor al wie de levensdraad
van een kind aan stukken snijdt,
de veren rukt uit hun veilig nest.
Geef elk kind de tijd
om kind te zijn.
Ina Stabergh
28 januari 2010
Ina Stabergh, ex-stadsdichter van Diest (2006-2008), eerste stadsdichteres van Vlaanderen en momenteel Hagelanddichter is van mening dat de jaarlijkse Gedichtendag een mooi initiatief is maar onvoldoende om poëzie dichter bij de mensen te brengen.
Ondanks de vele initiatieven tijdens deze ene dag blijft het promoten van de poëzie nog steeds ondermaats.
Het heeft geen zin om elitaire clubjes alle aandacht te geven en podium te verlenen in stadsfeestzalen en –schouwburgen. Allemaal goedbedoelde evenementen die weinig of geen aarde aan de dijk brengen bij de ‘man en vrouw in de straat’.
Gedichten moeten gedurende het hele jaar een plaats krijgen in het dagelijkse leven en als het effe kan: ook in het straatbeeld…!
Hoog tijd om de overheden in ons land wakker te schudden. In het Hageland is men - mede door Europese steun (van het Leader Hageland + project) - goed begonnen.
Toen men het een aantal jaren geleden het had over dichters en gedichten werd wellicht onwillekeurig gedacht aan een stelletje dromers dat niet helemaal met beide voeten op de grond stond.
Wat stellen we nu echter vast?
Bij elke ingrijpende gebeurtenis: geboorte, huwelijk, overlijden e.a., komen de diepste gevoelens in de mens naar boven en tracht men die op een of andere manier te verwoorden…
In onze contreien heeft men op dat vlak nog niet zo een lange traditie.
In de ons omringende landen zien we een heel andere manier van omgang met het woord in het algemeen, met poëzie in het bijzonder.
Het mooiste voorbeeld is Ierland. In bijna elke pub en winkel, zelfs in de kleinste dorpjes en in de verste uithoeken van het eiland, hangen posters met foto’s van bekende schrijvers en dichters. Het is overigens en unieke belevenis om bepaalde liedjesteksten van Ierse groepen en muzikanten te beluisteren. Hun teksten zijn meestal gedichten/gedachten waarin de vele facetten van het leven (weemoed, droefheid, blijheid, verlangen, liefde) in terug te vinden zijn. Dit zijn ook de thema’s die men kan ontdekken in het oeuvre van de meeste dichters.
Bovendien is het schrijven en lezen van gedichten niet voor softies! Integendeel…
Ook in Vlaanderen merken we de laatste jaren een ietwat grotere belangstelling voor poëzie.
Wie de actualiteit volgt, heeft ongetwijfeld al vernomen dat enkele steden en gemeenten al stadsdichters & dorpsdichters hebben aangesteld.
Toch blijf ik bij mijn standpunt dat men ruimer moet denken en zorgen voor een betere spreiding en ‘verspreiding’.
Kinderen en jongeren hebben een grote openheid ten aanzien van poëzie: zéér opvallend bij de vele lezingen en creatieve ateliers die ik in de scholen geef.
Een kind is puur, een kind is poëzie!
Vandaar mijn dringende oproep: ga opnieuw naar de bron, naar de basis en haal de poëzie weg uit cultuurtempels en ‘muffe’ ruimtes!
Het zou fijn zijn indien je bijgevoegd gedicht zou kunnen publiceren of voorlezen. Dank!
Vriendelijke groeten,
Ina Stabergh
Koningsbos 18 - 3460 Bekkevoort
Tel: 013/333994
GSM: 0486/845214
ina.stabergh@skynet.be
http://users.skynet.be/ina.stabergh/
GEEF ALLE KINDEREN
Geef alle kinderen
een korf vol rozenblaadjes
een verhaal op elk blad
en tijd om kind te zijn.
Geef ze een schaal
vol bessen en geurige oliën
herinneringen en vreugde
in spel en aanwezigheid.
Laat de kinderen leven
met hun lievelingskleuren
zonder angst voor de pijn
die uit wonden stroomt.
Laat de grondvesten beven
voor al wie de levensdraad
van een kind aan stukken snijdt,
de veren rukt uit hun veilig nest.
Geef elk kind de tijd
om kind te zijn.
Ina Stabergh
28 januari 2010
Over "Liefde en dood op Sint-André" - Thierry Deleu
Thierry,
Allereerst: wat mij in jouw boeken zo enorm aanspreekt, is die (voor mij) typische Vlaamse sfeer.
Het Vlaams is qua zinsconstructies toch altijd net even anders dan het wat killere Hollands.
Kan daar echt van genieten.
Wat betreft het verhaal: het eerste deel beschrijft van dag tot dag de emoties van een in de steek gelaten man. Dat komt heel geloofwaardig over.
Ook de emoties van deel 3 komen heel integer over.
Maar bij deel 2 ( die thuiskomst) ben je mij als lezer even kwijt.
Ik kan me niet voorstellen, dat iemand, die 2 jaar in de steek gelaten werd, niet vol van onderhuidse woede zit. Die hij weliswaar niet toont om haar niet opnieuw kwijt te raken, maar ik mis dit aspect in het 2de deel, waardoor het overkomt als een "gedwongen" happy end.
Ik kan me niet voorstellen dat iemand daar werkelijk zo laconiek overheen stapt, alsof ze alleen maar even een pakje sigaretten was gaan kopen. Je had misschien beter deel 2 in deel 3 en 4 kunnen verwerken als een stukje terugblik, wanneer hij aan het ziekbed terugdenkt aan de verzoening.
Wat het logischer maakt vanuit zijn angst om haar ziekte. (Volgens het principe: over de doden niets dan goed.)
Maar zoals gezegd: ik vind je schrijfstijl heerlijk om te lezen.
Roswitha De Graaf
Allereerst: wat mij in jouw boeken zo enorm aanspreekt, is die (voor mij) typische Vlaamse sfeer.
Het Vlaams is qua zinsconstructies toch altijd net even anders dan het wat killere Hollands.
Kan daar echt van genieten.
Wat betreft het verhaal: het eerste deel beschrijft van dag tot dag de emoties van een in de steek gelaten man. Dat komt heel geloofwaardig over.
Ook de emoties van deel 3 komen heel integer over.
Maar bij deel 2 ( die thuiskomst) ben je mij als lezer even kwijt.
Ik kan me niet voorstellen, dat iemand, die 2 jaar in de steek gelaten werd, niet vol van onderhuidse woede zit. Die hij weliswaar niet toont om haar niet opnieuw kwijt te raken, maar ik mis dit aspect in het 2de deel, waardoor het overkomt als een "gedwongen" happy end.
Ik kan me niet voorstellen dat iemand daar werkelijk zo laconiek overheen stapt, alsof ze alleen maar even een pakje sigaretten was gaan kopen. Je had misschien beter deel 2 in deel 3 en 4 kunnen verwerken als een stukje terugblik, wanneer hij aan het ziekbed terugdenkt aan de verzoening.
Wat het logischer maakt vanuit zijn angst om haar ziekte. (Volgens het principe: over de doden niets dan goed.)
Maar zoals gezegd: ik vind je schrijfstijl heerlijk om te lezen.
Roswitha De Graaf
vrijdag 22 januari 2010
Collectie-gekibbel heeft zo zijn voordelen...
De onbekende auteur in een (blog) daglicht stellen, dat is leuk! (en zo kwam ik hier terrecht).
Mezelf even voorstellen: Lucas Moor (62) (pseudoniem), voortijdig genietend van pensioenachtig leven, schrijven (literatuur met een zeer kleine l), muziek beoefenen en studeren (slagwerk) en verder, niets doen...
Uitgegeven werken: één, titel 2001 A Spacecake Odyssey 12/2006 Free Musketeers NL, ISBN 90-8539-593-3, In België enkel nog te koop bij boekhandel "De Zondvloed" Roeselare.
Bezig: Verzenbundel, SF Thriller De Groene Gifkikker (verschijnt hopelijk dit jaar).
Zo nu en dan schrijf ik wel eens een column, maar nooit werd er één gepubliceerd.
Misschien via dit medium?
Bedankt Thierry (voor het gekibbel op Collectie)
Lucas Moor
26 januari 2010
Dit gedicht behoeft geen uitleg: het schittert in zich; uit zich zelf.
We schrijven allemaal wel eens een goed gedicht, maar we schrijven zelden een meesterwerk.
Hoeveel echt intense gedichten kan een dichter dragen?
Dit is er zo'n eentje!
Ruud Poppelaars
On Mon, 1/25/10
Ik leg het oor
Ik leg het oor op haar buik
en laat er rauwe bloemen achter,
eerst sneeuwklokjes, dan anemonen,
speenkruid en klaverzuring.
Haar buik een nest jonge eenden
peddelend in het dikke water.
Ik druk mijn stethoscoop tussen
de sleutelbloemen en viooltjes.
In haar heupen voel ik vogel
en vleugels beven als een riet.
Tussen haar oevers slijm is het
water dat zich traag beweegt.
Thierry Deleu
We schrijven allemaal wel eens een goed gedicht, maar we schrijven zelden een meesterwerk.
Hoeveel echt intense gedichten kan een dichter dragen?
Dit is er zo'n eentje!
Ruud Poppelaars
On Mon, 1/25/10
Ik leg het oor
Ik leg het oor op haar buik
en laat er rauwe bloemen achter,
eerst sneeuwklokjes, dan anemonen,
speenkruid en klaverzuring.
Haar buik een nest jonge eenden
peddelend in het dikke water.
Ik druk mijn stethoscoop tussen
de sleutelbloemen en viooltjes.
In haar heupen voel ik vogel
en vleugels beven als een riet.
Tussen haar oevers slijm is het
water dat zich traag beweegt.
Thierry Deleu
25 januari 2010
Verleden
Voetstappen in het zand
vervaagd door de tijd
zoals zij werd van meisje
naar nu een vrouw.
Lopend aan het strand
stromen de tranen
over haar gezicht en
vallen in het zand.
Golven voeren haar
tranen met zich mee
bevrijden haar, nemen
ze mee naar de horizon
Gedragen door de wind
nemen de golven ook
mee, het verleden van
het kind nu ze eindelijk
is geworden een vrouw.
Paula Hagenaars
24 januari 2010
Navigamare
EEN GOLFSLAG OP VELE OEVERS
De poëtische ontwikkeling van Frans August Brocatus
Wie had dat gedacht? Wie had in 1983, het jaar dat zijn eerste gedichten op de markt kwamen, ooit kunnen denken dat Frans August Brocatus zich van een romantisch georiënteerde tot een formeel opererende dichter zou ontwikkelen en dat zonder zijn lyrische principes prijs te geven, noch zijn thematische kern? Ik niet in elk geval en hijzelf vermoedelijk ook niet.
In 1983 verschenen, in eigen beheer en onder de naam Frans Brocatus, twee cahierachtige uitgaafjes met teksten, respectievelijk Bloed dat gespierd en Reizen en plaatsen, die nog niet tot gedichten gerijpt zijn maar wel tal van voorbeelden bevatten van de treffende beeldspraak die sinds die tijd het belangrijkste kenmerk van zijn poëzie vormt. Alleen al deze beelden maken de geniete bundeltjes tot meer dan een collector’s item. Het is al meteen prijs in de opdracht voor ‘mijn moeder, mijn aanleiding / mijn vader, mijn oorzaak’, (Bloed dat gespierd).
In de vorm van zijn eerste verzen is Brocatus duidelijk nog zoekende. Hoe goed de beeldspraak ook is, dat zwakke formele punt kan er niet door gecompenseerd worden: Een fragment uit het openingsgedicht:
het bos dat ademt
als een long
tussen de akkers,
de gekapmantelde nacht
die zijn paarden uitstuurt,
wolken grazen laat,
het ontwaken gebiedt.
Duidelijk aanwijsbaar is de invloed van, of op z’n minst verwantschap met, collega’s als Trakl en Snoek. Het laatste geciteerde woord van dit openingsgedicht is, terugkijkend althans, niet zonder belang: gebiedt. In volgende bundels wint de imperatief namelijk aan belang.
Opmerkelijk laat maakt Brocatus, dan voluit Frans Augustus Brocatus geheten, zijn Vlaamse debuut. In 1991 verschijnt bij Dilbeekse Cahiers, op de omslag warm aanbevolen door Monika Lo Cascio, de bundel Niet tevergeefs, een titel die wel een positieve strekking heeft maar tegelijk een defensief standpunt inneemt. Dat is vreemd want de kwaliteit is, vergeleken met de eerder genoemde werkjes, niet één maar wel twee niveaus hoger. Het meest valt de bondigheid op; Brocatus heeft soms maar een enkele strofe nodig om een gedicht op te zetten. Bij de enige haiku verwacht je niet anders. Zelfs het langste vers echter telt slechts 12 regels en die dragen elk niet meer dan zes woorden. Essentieel is dat de gedichten geen slierten beelden meer zijn. Er is ditmaal vaak sprake van een zinvolle balans, getuige het titelgedicht dat, niet toevallig, het boekje besluit:
ik zeg het nu in uw slaap:
steeds vouw ik dicht onder
wat gij noemt: steen.
ik ben een kever daaronder,
en verder nog: er zijn meeuwen
die in mijn handen scheepgaan
het bewijs dat er voedsel is,
niet tevergeefs streel ik dus.
De zegging kan nog verbeterd worden (vooral op de overgang tussen regels 4 en 5), de beelden zijn niet samenvallend of complementair (in plaats van de symboliek uit te buiten van aarde, vertegenwoordigd door de kever, en lucht en water, door de meeuwen, laat Brocatus de zeevogels scheepgaan!) en het slotwoord mag overbodig, zelfs storend genoemd worden, maar hier is een talent aan het woord dat belooft nog te gaan verrassen.
Een gedicht dat daar nog duidelijker een voorbode van vormt, is ‘Les ombres des amants’, waar Brocatus spirituele referenties in verweeft, getuige de eerste twee strofen:
in het kardinaalsrood
van haar mond knielt hij,
een monnik de gebeden
zeer toegewijd,
en zij ontvangt hem
onbevlekt en zinderend
met kleine bronzen klokken
klingelend in haar keel.
Dat Niet tevergeefs nog geen volwassen bundel is, komt door de opname van flauwe versjes en teksten die zich als aforisme willen voordoen. ‘Vakantie’: “ik slinger rond / zoals mijn vulpen: / het dopje erop” is een voorbeeld van het eerstgenoemde.
Vijf jaar later maakt Brocatus, die al in 1986 in de regio Breda was komen wonen, zijn Nederlandse debuut. Bij Poëzie-uitgeverij WEL verschijnt Bittere Rijst, dat in vijf afdelingen een aantal thema’s bindt: de te verwachten liefde en dood, maar ook de kracht van het verleden en het belang van de kunst. Bovendien zet hij een wetenschapper, een veldheer, een ontdekkingsreiziger e.d. in als embleem. Zo kruipt hij in de huid van o.a. Columbus, Mercator, Thomas à Kempis, Nostradamus, de hertog van Alva, Leonardo da Vinci, Georg Trakl en Hugues Pernath. De zegging is opnieuw kort maar nu wel in een overkoepelende stijl met een innerlijke kracht die nog versterkt lijkt te worden door een frequent gebruik van de gebiedende wijs, wat de gedichten een dwingend karakter geeft. Dat schraagt de fragmenten die door tederheid bepaald worden. Vorm en inhoud zijn meer ineengeschoven, zoals in ‘ Madame Bovary’, waaruit de laatste drie strofen:
laat dan in Rouaan de huizen
meebuigen achter gevels
van geteerd hout en gedroogd leem,
stuur in de schemering
de koetsier met hoge hoed,
de paarden met omwikkelde hoeven
en hoor hoe achter gordijnen in het rijtuig
met gekreukt nachtleer haar jurk
blijft ruisen, knisteren zoals weleer.
Het beste gedicht is wellicht ‘Jager te voet’, dat vrij is gebleven van enige zweverigheid (die samen met de behoefte aan opsmuk het grootste gevaar voor Brocatus’ poëzie vormt). Hier is sprake van klaarheid die toch vervreemding tot stand brengt, raadsels oproept:
onder een weelde van wolken,
tussen schaduwrijke wilgen
staat hij dan als een man
in stilstaand water
gesloten onder sleutelbeenderen,
de drijfjacht gestaakt,
het mes tot aan het heft
tussen gladde stenen geplant.
Dit is poëzie van de bovenste plank! Met de daaropvolgende bundel, Ruiters in regenblauw uit 1998 weet Brocatus niet een handvol gedichten maar een heel boek op het hoogste niveau te brengen. Hij toont hoe hij op structureel gebied is gegroeid.
Ruiters in regenblauw is gesitueerd in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. De kern betreft de behandeling van leven en een aantal werken van de vroegtijdig overleden schilder Egon Schiele. Dit deel is ingebed in teksten over tijd- en cultuurgenoten van Schiele, zijn collega Klimt, de componist Schönberg, de vader van de psychoanalyse Sigmund Freud, de taalwetenschapper Wittgenstein. Deze en andere personages trekken met hun leven en werk, kortom hun betekenis voor in elk geval de Westerse wereld, banen om de levensvragen waar het Brocatus om gaat. Drie technieken zijn met name belangrijk voor Navigamare.
Ten eerste zet de dichter de figuren die hem inspireerden, die hij als boegbeelden en wie weet als voorbeelden ziet, in op drie niveaus. Het meest gewicht wordt dus aan Egon Schiele toegekend, die letterlijk en figuurlijk in het boek centraal staat. Schiele wordt geflankeerd (zie de hierna volgende beschreven techniek) door met name genoemde kunstenaars en wetenschappers (maar die achtergronden lopen bij Brocatus ineen) en op het derde niveau komen cultuurdragers aan bod die niet in titels genoemd worden maar vanuit een woonadres, een stamkroeg of anderszins benaderd worden. Ik noem slechts Walther Gropius, Peter Altenberg en Arthur Schnitzler. Als verbindingscriteria, ook weer op verschillende niveaus, gelden hier de Auenbruggergasse waar Gustav Mahler en diens vrouw Alma woonden. De laatste was de minnares van o.a. Klimt en Kokoschka en ook nog eens echtgenote van Gropius en Werfel. Zo verbindt Brocatus plaatsen, liefdes en dood en verval, toont hij beïnvloeding aan, verspreiding van ideeën.
Ten tweede heeft hij bij elkaar horende gedichten uiteen gehaald en ondergebracht in zowel afdelingen vóór het Schiele-deel, als in die daarna. Zo kan het gebeuren dat bijvoorbeeld het gedicht ‘Arnold Schönberg I’ op blz. 10 staat en ‘Arnold Schönberg II’ op blz. 66, en ‘Sigmund Freud I’ op blz. 22 en ‘Sigmund Freud II’ op blz. 54, consequent binnen de gedichten over Schönberg dus. Hij vormt als het ware ringen om ringen.
Ten derde, nog meer doordacht, nog verfijnder, worden de teksten verbonden door separate zinnen en zinsdelen, elk ook op een aparte pagina. Samen echter vormen ze nog twee extra gedichten. Deze twee gefragmenteerde teksten verwijzen o.a. naar de 4 km lange Ringstrasse, waar de grote culturele voorzieningen van Wenen werden gerealiseerd.
Met succes experimenteert Brocatus hier met ordeningsprincipes die zowel de delen als het geheel op een logische wijze een meerwaarde moeten verschaffen. Deze principes zijn niet alleen hiërarchisch maar ook symbolisch. Daarin past dan weer de magie die de dichter aan getallen toekent, zoals 2 (gebaseerd op de splitsing van zowel bundel als een aantal gedichten) en 3 (dat uitgaat van de drie niveaus en de drie gedichten waaruit sommige cycli bestaan). Het knappe is dat deze technieken vooral op onbewuste werking gericht zijn, hun skelet het boek niet vastklinkt; de inhoud integendeel doet blijven stromen.
Na deze geslaagde krachttoer volgen de overgangsbundels Kroonvuur (2002) en Rozenoog, Zeekelk (2006). Beide bevatten onmiskenbaar goede gedichten maar ontberen een onontkoombaar onderling verband. Een fragment uit Kroonvuur dat in al z’n eenvoud wel duidelijk appelleert aan de in Navigamare toegepaste principes is ‘Zwijgen in december’:
ik genees niet
meer en meer
houd ik van
eenvoudig enkelvoud
ik genees niet
meer en meer
huis ik in zwijgen
gedeeld door twee.
In het omvangrijkere Rozenoog, Zeekelk staat een tekst in een vergelijkbare stijl met een interessante dubbele omkering, uitlopend in beelden die bewust de logische mogelijkheden ontstijgen. Met evenveel recht mogen ze geforceerde effecten genoemd worden als pogingen om zich van de conventie te bevrijden.
MIJN VADER WORDT OUDER EN IK
Voor Antoon Frans Brocatus
benig worden
onze schouders.
smal het draagvlak
van veel en meer.
wij keren woorden om
en komen weer thuis.
hoe lang nog zullen
de duiven van zijn ogen
gebaren naar de vleugels
van mijn paarden?
Er valt in alle twee de bundels veel te ontdekken. Ze weten echter door hun meer uiteenlopende stijl en verkruimelde compositie Ruiters in regenblauw allesbehalve te overtreffen. Het blijft wachten op een volgende stap in Brocatus’ ontwikkeling.
Een nieuwe periode zet feitelijk pas ruim tien jaar later in, met Het brood, de roos, de monnik, dat in 2009 verschijnt. De titel zegt alles al. In zijn drievoudigheid verwijst hij naar respectievelijk de materie; de dimensie van schoonheid en de kunst; de spirituele waarden. Je hoeft niet van katholieke huize te zijn om de heilige drievuldigheid en de transcendentie van brood en lichaam te kunnen zien.
Compositorisch grijpt Brocatus terug op het beproefde recept van Ruiters in regenblauw. We hebben immers opnieuw te maken met een bundel in een bundel, met splitsing. Alleen is nu de getalssymboliek sterker aangezet en vraagt hij nog meer aandacht voor de essentie van verschillende aspecten van zowel de waarneembare werkelijkheid als de religieuze verdieping die nodig is om de realiteit te duiden en een plaats te geven. De geestelijke waarden zijn duidelijk belangrijker maar kunnen niet zonder de concrete zintuiglijke gewaarwording en ja sensitiviteit blijft nu eenmaal een van Brocatus’ kenmerken.
De opbouw van de bundel bestaat uit een deel met de gedichten I t/m VII, een tweede en omvangrijker deel met 26 gedichten, toepasselijk getiteld A t/m Z, en een slotdeel VIII t/m XIV. Wat een associaties dringen zich hierin op! De bundel is een drieluik bestaande uit een centraal paneel en twee kleinere panelen die samen ook één afbeelding vormen en tegelijk het middendeel onzichtbaar maken. De twee zijpanelen bestaan samen uit 14 gedichten, evenveel als het aantal kruisstaties van Jezus.
Er blijkt zelfs nog een tweede kruisweg in het boek verborgen, maar dat realiseerde ik me pas bij het samenstellen van dit essay. Ook in het middendeel zijn 14 gedichten gegroepeerd met elk drie disticha, links daarvan 6 gedichten met regelschema 2-1-2- en rechts ook, waarmee de buitenkant van de zijpanelen, elk bestaand uit 7 gedichten, ineens niet meer overeenkomt met hun gespiegelde binnenkant. Een vertekenend effect, waar Escher, mocht hij literaire aspiraties gehad hebben, trots op had kunnen zijn, maar ook en vooral een perfect voorbeeld van het samenvallen van vorm en inhoud, van een geraffineerde verschuiving tot een poëticaal moment. En zo zijn er veel meer ontdekkingen te doen.
Maar we wisten al dat Brocatus compositorisch z’n mannetje staat. Wat Het brood, de roos, de monnik behalve het weglaten van alleen maar aandacht afleidende titels onderscheidt van Ruiters in regenblauw zijn de ditmaal nadrukkelijker aanwezige parallellie en verschuivingen daarin. Deze handelswijze voert direct naar de uniek uitgevoerde bundel Navigamare. De hoofdmotieven komen in telkens andere verbanden terug en worden daardoor wel altijd meteen door de lezer herkend maar niet geduid, laat staan dat een vergelijking van de meerdere duidingen snel mogelijk is. Dat kan het best door met de zoekfunctie van een tekstverwerker de motiefwoorden op te sporen. Brocatus zou dat niet willen; zo’n benadering kan alleen maar de mysteriën schaden die hij in zelfs de eenvoudigste dingen ziet. Een bloem is bij hem al, en volkomen terecht, een wereld, niet een wereld op zich maar een wereld van boodschappen en verwijzingen. Tijdens de presentatie van de bundel, in juni 2009, liet hij niet voor niets de film ‘Into great silence’ zien, een sfeervolle, inspirerend langzaam weergegeven documentaire over het leven van de Kartuizer monniken in La Grande Chartreuse in de Franse Alpen. Wie als woordkunstenaar zoveel aandacht heeft voor religie kan niet om gebeden heen. Juist het aanroepen van een hogere macht geeft aanleiding tot herhalen en variëren. Toch blijven de teksten in Het brood, de roos, de monnik in eerste instantie nog korte, apart te lezen (want door veel bladwit omgeven) gedichten. Pas na herlezen dus is meestal te zien dat Brocatus niet alleen woorden en zinsdelen herhaalt maar ook klanken. Zijn rijmen, bijvoorbeeld ‘engel’ / ‘stengel’ en ‘stenen’ / ‘stemmen’ (in de alliteratie ‘st’ schuilt nog een extra verbinding), staan vaak niet dicht bijeen. Ze spelen mee maar geraffineerder dan de lezer zich realiseert. Een stengel verbindt zich semantisch echter ook met het trefwoord ‘penseel’.
Klank en betekenis gaan allerlei kruiselingse, bijna onnavolgbare overeenkomsten aan die zich gaandeweg oplossen in een dichte nevel van woorden die blijft nazinderen, en weer oplicht bij herlezen.
Om met één voorbeeld aan te tonen op welke wijze Brocatus zijn motieven inzet, volgen enkele inbeddingen van het woord ‘steen’:
“hij slijpt de ploegschaar / bewaart landstenen in een cirkel” (II). Let op de verwijzing naar o.a. Stonehenge;
“hij halveert stenen en pauzeert / tot de helften elkaar weer vinden” (IV);
“zilverstift en zwarte steen onaangeraakt” (A);
“hij halveert stenen en pauzeert / tot de helften elkaar weer vinden” (J);
“hij slijpt de ploegschaar / bewaart landstenen in een cirkel” (L);
“ver in de nacht ligt omgekeerd een steen / met de runen van zijn verlangen” (P). Het signaal omgekeerd levert in dit motiefonderzoek het woord nest op, steen en nest kennen verschillende overeenkomsten;
“van haar schoot edelt hij een steen” (R);
“zilverstift en zwarte steen onaangeraakt” (U);
“ver in de nacht ligt omgekeerd een steen / met de runen van zijn verlangen” (XII);
“van haar schoot edelt hij een steen” (XIV).
Maar de dichter noemt niet alleen het woord steen, hij benoemt ook herhaaldelijk de materiaalsoort, o.a. lava, gips, arduin, marmer, klei, erts. Ook deze woorden staan voor proces en overgang (arduin en marmer worden aangewend voor kloosterzuilen), gaan allerlei verbanden aan.
Zelfs in de spreiding van dit motiefwoord gebruikt Brocatus spiegeleffecten: II en IV in het linkerpaneel en XII en XIV in het rechter.
Tenslotte zij opgemerkt dat stenen, zoals de lezer in bovenstaand overzicht kan zien, doorrollen tot in de tweede bundel in Het brood, de roos, de monnik maar ook dan nog spiegelen: twee opnames in het linker paneel, twee in het rechter.
Om deze theorie niet de poëtische aanleiding te laten overwoekeren, tot besluit een gedicht uit Het brood, de roos, de monnik:
Y
Schaduw en geur onder haar linnen kleed
hoe zij onthult en ongeplooid blijft staan
onder zijn baard het witte bewaren
geen kaarsvlam die hem schroeit
hij bidt laat mij hier binnengaan
ademen tussen marmer en arduin.
Wezen de jaartallen van het verschijnen van de voorgaande bundels nog op een relatief lange tijd van ontstaan en conceptie, Navigamare was al bijna klaar toen Het brood, de roos, de monnik verscheen. Gezien de hoge kwaliteit van dit boek, mag geconstateerd worden dat Frans August Brocatus zich in een zeldzaam vruchtbare fase bevindt.
In Navigamare, hoogstwaarschijnlijk bedoeld als een combinatie van varen (navigeren, plaats bepalen) en minnen, trekt hij de tendens van de vorige bundel consequent door. Waar in Ruiters in regenblauw de gedichten nog naar elkaar verwijzende tekstblokjes waren, dominostenen of, beter nog, schaakstukken, en in Het brood, de roos, de monnik voornamelijk woorden en zinsdelen die naar en in elkaar grepen, zijn de gedichten in Navigamare ook formeel opgelost in één lange golvende tekst van steeds herhaalde gelijksoortige en toch unieke bewegingen op 26 bladzijden, een voor elke letter van het alfabet. Dat dit geen toeval is, demonstreren de beginletters van elke regel op elke bladzijde. Een andere stap in deze richting was niet logisch geweest; déze bundel, déze werkwijze moest er komen, was onafwendbaar!
Eigenlijk zet Brocatus een grote stap in verschillende richtingen tegelijk, zelfs achteruit. De densiteit van de beelden doet bijvoorbeeld denken aan z’n allereerste probeersels. Het huidige resultaat is echter de voldragen vrucht van een lange en goed doordachte ontwikkeling en daardoor overtuigend. Vervolgens heeft hij veel traditionele elementen, letterlijk, overboord gegooid, ik noem titels, strofebouw en interpunctie. Het principe van herhaling is nu geen middel tot effect meer maar totaalvorm, elke herhaalde woordgroep is een golf die de andere voortstuwt en meetrekt. De scheiding tussen tekst en bladspiegel is deels doorbroken. Er zijn immers ook geen witregels meer. Wel heeft hij voor een spatiëring gezorgd die in sommige regels bewust sterker is doorgevoerd dan in andere.
Wie weet zou Brocatus, als hij niet meer beperkt was door de druktechniek, ook de marges hebben laten vervallen.
Navigamare zet als volgt in:
ademend bloed verzamelend onder het
borstbeen ribben rangschikkend tussen lijnen
contouren van haar lichaam
de gestrekte stilte van haar spieren
en haar adem over zijn handen
en eindigt op de eerste bladzijde met:
voor de ogen die
wachten in hun ontbreken verbergt hij zich
xenoglossie gestorven vaders moeders het
ijs dat gesmolten is verzonken ligt in een
zee met wolken op volgeschreven spiegels
Al op de tweede bladzijde veranderen deze beginregels in
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
contouren van haar lichaam
de gestrekte stilte van haar spieren
en haar adem over zijn handen
en vervolgens wordt de derde regel vervangen:
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
cirkels die zijn vingers toveren
de gestrekte stilte van haar spieren
en haar adem over zijn handen
en dan de vierde etcetera:
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
cirkels die zijn vingers toveren
de woorden gedicht in haar onderhuid
en haar adem over zijn handen
Zo verandert met kleine aanpassingen de tekst voortdurend totdat hij in hetzelfde deel op de laatste bladzijde begint met de volgende 5 regels en eindigt met de nieuwe 5 slotregels. Het is hetzelfde gedicht gebleven en toch ook niet.
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
cirkels die zijn vingers toveren
de woorden gedicht in haar onderhuid
en haar adem over zijn handen
voorbij hun gebaren de woorden herkennen
wegen hoe hun monden nieuwe landschappen
xenoglossie overboord gegooid lezen in water
ijs dat zij herinneren van winterse boottochten
zee die spiegels volschrijft met wolken
Frans August Brocatus is erin geslaagd zich van een interessante tot een bepalende dichter met een volstrekt eigen poëtica te ontwikkelen, en dát op eigen kracht. Natuurlijk komt het altijd in eerste instantie aan op de kwaliteit van de poëzie maar succes, voor dichters al gauw te vertalen in opdrachten en publicaties in toonaangevende tijdschriften en bloemlezingen, kan extra stimuleren en dus wel degelijk van invloed zijn op de kwaliteit. Hoewel Brocatus over gebrek aan bijval en opdrachten niet hoeft te klagen, is hij in staat gebleken om ver van de literaire machtscentra en zonder spraakmakende publicaties z’n eigen weg te volgen, z’n eigen inzichten te realiseren.
Navigamare is het voorlopige eindpunt van een lange ontwikkeling. Brocatus staat nu voor een moeilijke keuze: ofwel doorgaan en werkelijk driedimensionale poëzie creëren ofwel het over een andere boeg gooien, nieuw beginnen.
Navigamare verdient het elke keer opnieuw ontdekt en beleefd te kunnen worden, de lezer om de golfslag van dit lange gedicht steeds krachtiger op de eigen oever te voelen slaan.
Albert Hagenaars
Navigamare, Frans August Brocatus
Editie: 2010
ISBN: 978-1-4452-4156-2
De bundel is rechtstreeks verkrijgbaar via deze website:
http://www.lulu.com/content/7556625
Of via Demer Uitgeverij, v.a. maart 2010.
info@demerpress.be / hannierouweler@telenet.be
Euro 15 (excl. verzendkosten)
EEN GOLFSLAG OP VELE OEVERS
De poëtische ontwikkeling van Frans August Brocatus
Wie had dat gedacht? Wie had in 1983, het jaar dat zijn eerste gedichten op de markt kwamen, ooit kunnen denken dat Frans August Brocatus zich van een romantisch georiënteerde tot een formeel opererende dichter zou ontwikkelen en dat zonder zijn lyrische principes prijs te geven, noch zijn thematische kern? Ik niet in elk geval en hijzelf vermoedelijk ook niet.
In 1983 verschenen, in eigen beheer en onder de naam Frans Brocatus, twee cahierachtige uitgaafjes met teksten, respectievelijk Bloed dat gespierd en Reizen en plaatsen, die nog niet tot gedichten gerijpt zijn maar wel tal van voorbeelden bevatten van de treffende beeldspraak die sinds die tijd het belangrijkste kenmerk van zijn poëzie vormt. Alleen al deze beelden maken de geniete bundeltjes tot meer dan een collector’s item. Het is al meteen prijs in de opdracht voor ‘mijn moeder, mijn aanleiding / mijn vader, mijn oorzaak’, (Bloed dat gespierd).
In de vorm van zijn eerste verzen is Brocatus duidelijk nog zoekende. Hoe goed de beeldspraak ook is, dat zwakke formele punt kan er niet door gecompenseerd worden: Een fragment uit het openingsgedicht:
het bos dat ademt
als een long
tussen de akkers,
de gekapmantelde nacht
die zijn paarden uitstuurt,
wolken grazen laat,
het ontwaken gebiedt.
Duidelijk aanwijsbaar is de invloed van, of op z’n minst verwantschap met, collega’s als Trakl en Snoek. Het laatste geciteerde woord van dit openingsgedicht is, terugkijkend althans, niet zonder belang: gebiedt. In volgende bundels wint de imperatief namelijk aan belang.
Opmerkelijk laat maakt Brocatus, dan voluit Frans Augustus Brocatus geheten, zijn Vlaamse debuut. In 1991 verschijnt bij Dilbeekse Cahiers, op de omslag warm aanbevolen door Monika Lo Cascio, de bundel Niet tevergeefs, een titel die wel een positieve strekking heeft maar tegelijk een defensief standpunt inneemt. Dat is vreemd want de kwaliteit is, vergeleken met de eerder genoemde werkjes, niet één maar wel twee niveaus hoger. Het meest valt de bondigheid op; Brocatus heeft soms maar een enkele strofe nodig om een gedicht op te zetten. Bij de enige haiku verwacht je niet anders. Zelfs het langste vers echter telt slechts 12 regels en die dragen elk niet meer dan zes woorden. Essentieel is dat de gedichten geen slierten beelden meer zijn. Er is ditmaal vaak sprake van een zinvolle balans, getuige het titelgedicht dat, niet toevallig, het boekje besluit:
ik zeg het nu in uw slaap:
steeds vouw ik dicht onder
wat gij noemt: steen.
ik ben een kever daaronder,
en verder nog: er zijn meeuwen
die in mijn handen scheepgaan
het bewijs dat er voedsel is,
niet tevergeefs streel ik dus.
De zegging kan nog verbeterd worden (vooral op de overgang tussen regels 4 en 5), de beelden zijn niet samenvallend of complementair (in plaats van de symboliek uit te buiten van aarde, vertegenwoordigd door de kever, en lucht en water, door de meeuwen, laat Brocatus de zeevogels scheepgaan!) en het slotwoord mag overbodig, zelfs storend genoemd worden, maar hier is een talent aan het woord dat belooft nog te gaan verrassen.
Een gedicht dat daar nog duidelijker een voorbode van vormt, is ‘Les ombres des amants’, waar Brocatus spirituele referenties in verweeft, getuige de eerste twee strofen:
in het kardinaalsrood
van haar mond knielt hij,
een monnik de gebeden
zeer toegewijd,
en zij ontvangt hem
onbevlekt en zinderend
met kleine bronzen klokken
klingelend in haar keel.
Dat Niet tevergeefs nog geen volwassen bundel is, komt door de opname van flauwe versjes en teksten die zich als aforisme willen voordoen. ‘Vakantie’: “ik slinger rond / zoals mijn vulpen: / het dopje erop” is een voorbeeld van het eerstgenoemde.
Vijf jaar later maakt Brocatus, die al in 1986 in de regio Breda was komen wonen, zijn Nederlandse debuut. Bij Poëzie-uitgeverij WEL verschijnt Bittere Rijst, dat in vijf afdelingen een aantal thema’s bindt: de te verwachten liefde en dood, maar ook de kracht van het verleden en het belang van de kunst. Bovendien zet hij een wetenschapper, een veldheer, een ontdekkingsreiziger e.d. in als embleem. Zo kruipt hij in de huid van o.a. Columbus, Mercator, Thomas à Kempis, Nostradamus, de hertog van Alva, Leonardo da Vinci, Georg Trakl en Hugues Pernath. De zegging is opnieuw kort maar nu wel in een overkoepelende stijl met een innerlijke kracht die nog versterkt lijkt te worden door een frequent gebruik van de gebiedende wijs, wat de gedichten een dwingend karakter geeft. Dat schraagt de fragmenten die door tederheid bepaald worden. Vorm en inhoud zijn meer ineengeschoven, zoals in ‘ Madame Bovary’, waaruit de laatste drie strofen:
laat dan in Rouaan de huizen
meebuigen achter gevels
van geteerd hout en gedroogd leem,
stuur in de schemering
de koetsier met hoge hoed,
de paarden met omwikkelde hoeven
en hoor hoe achter gordijnen in het rijtuig
met gekreukt nachtleer haar jurk
blijft ruisen, knisteren zoals weleer.
Het beste gedicht is wellicht ‘Jager te voet’, dat vrij is gebleven van enige zweverigheid (die samen met de behoefte aan opsmuk het grootste gevaar voor Brocatus’ poëzie vormt). Hier is sprake van klaarheid die toch vervreemding tot stand brengt, raadsels oproept:
onder een weelde van wolken,
tussen schaduwrijke wilgen
staat hij dan als een man
in stilstaand water
gesloten onder sleutelbeenderen,
de drijfjacht gestaakt,
het mes tot aan het heft
tussen gladde stenen geplant.
Dit is poëzie van de bovenste plank! Met de daaropvolgende bundel, Ruiters in regenblauw uit 1998 weet Brocatus niet een handvol gedichten maar een heel boek op het hoogste niveau te brengen. Hij toont hoe hij op structureel gebied is gegroeid.
Ruiters in regenblauw is gesitueerd in de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. De kern betreft de behandeling van leven en een aantal werken van de vroegtijdig overleden schilder Egon Schiele. Dit deel is ingebed in teksten over tijd- en cultuurgenoten van Schiele, zijn collega Klimt, de componist Schönberg, de vader van de psychoanalyse Sigmund Freud, de taalwetenschapper Wittgenstein. Deze en andere personages trekken met hun leven en werk, kortom hun betekenis voor in elk geval de Westerse wereld, banen om de levensvragen waar het Brocatus om gaat. Drie technieken zijn met name belangrijk voor Navigamare.
Ten eerste zet de dichter de figuren die hem inspireerden, die hij als boegbeelden en wie weet als voorbeelden ziet, in op drie niveaus. Het meest gewicht wordt dus aan Egon Schiele toegekend, die letterlijk en figuurlijk in het boek centraal staat. Schiele wordt geflankeerd (zie de hierna volgende beschreven techniek) door met name genoemde kunstenaars en wetenschappers (maar die achtergronden lopen bij Brocatus ineen) en op het derde niveau komen cultuurdragers aan bod die niet in titels genoemd worden maar vanuit een woonadres, een stamkroeg of anderszins benaderd worden. Ik noem slechts Walther Gropius, Peter Altenberg en Arthur Schnitzler. Als verbindingscriteria, ook weer op verschillende niveaus, gelden hier de Auenbruggergasse waar Gustav Mahler en diens vrouw Alma woonden. De laatste was de minnares van o.a. Klimt en Kokoschka en ook nog eens echtgenote van Gropius en Werfel. Zo verbindt Brocatus plaatsen, liefdes en dood en verval, toont hij beïnvloeding aan, verspreiding van ideeën.
Ten tweede heeft hij bij elkaar horende gedichten uiteen gehaald en ondergebracht in zowel afdelingen vóór het Schiele-deel, als in die daarna. Zo kan het gebeuren dat bijvoorbeeld het gedicht ‘Arnold Schönberg I’ op blz. 10 staat en ‘Arnold Schönberg II’ op blz. 66, en ‘Sigmund Freud I’ op blz. 22 en ‘Sigmund Freud II’ op blz. 54, consequent binnen de gedichten over Schönberg dus. Hij vormt als het ware ringen om ringen.
Ten derde, nog meer doordacht, nog verfijnder, worden de teksten verbonden door separate zinnen en zinsdelen, elk ook op een aparte pagina. Samen echter vormen ze nog twee extra gedichten. Deze twee gefragmenteerde teksten verwijzen o.a. naar de 4 km lange Ringstrasse, waar de grote culturele voorzieningen van Wenen werden gerealiseerd.
Met succes experimenteert Brocatus hier met ordeningsprincipes die zowel de delen als het geheel op een logische wijze een meerwaarde moeten verschaffen. Deze principes zijn niet alleen hiërarchisch maar ook symbolisch. Daarin past dan weer de magie die de dichter aan getallen toekent, zoals 2 (gebaseerd op de splitsing van zowel bundel als een aantal gedichten) en 3 (dat uitgaat van de drie niveaus en de drie gedichten waaruit sommige cycli bestaan). Het knappe is dat deze technieken vooral op onbewuste werking gericht zijn, hun skelet het boek niet vastklinkt; de inhoud integendeel doet blijven stromen.
Na deze geslaagde krachttoer volgen de overgangsbundels Kroonvuur (2002) en Rozenoog, Zeekelk (2006). Beide bevatten onmiskenbaar goede gedichten maar ontberen een onontkoombaar onderling verband. Een fragment uit Kroonvuur dat in al z’n eenvoud wel duidelijk appelleert aan de in Navigamare toegepaste principes is ‘Zwijgen in december’:
ik genees niet
meer en meer
houd ik van
eenvoudig enkelvoud
ik genees niet
meer en meer
huis ik in zwijgen
gedeeld door twee.
In het omvangrijkere Rozenoog, Zeekelk staat een tekst in een vergelijkbare stijl met een interessante dubbele omkering, uitlopend in beelden die bewust de logische mogelijkheden ontstijgen. Met evenveel recht mogen ze geforceerde effecten genoemd worden als pogingen om zich van de conventie te bevrijden.
MIJN VADER WORDT OUDER EN IK
Voor Antoon Frans Brocatus
benig worden
onze schouders.
smal het draagvlak
van veel en meer.
wij keren woorden om
en komen weer thuis.
hoe lang nog zullen
de duiven van zijn ogen
gebaren naar de vleugels
van mijn paarden?
Er valt in alle twee de bundels veel te ontdekken. Ze weten echter door hun meer uiteenlopende stijl en verkruimelde compositie Ruiters in regenblauw allesbehalve te overtreffen. Het blijft wachten op een volgende stap in Brocatus’ ontwikkeling.
Een nieuwe periode zet feitelijk pas ruim tien jaar later in, met Het brood, de roos, de monnik, dat in 2009 verschijnt. De titel zegt alles al. In zijn drievoudigheid verwijst hij naar respectievelijk de materie; de dimensie van schoonheid en de kunst; de spirituele waarden. Je hoeft niet van katholieke huize te zijn om de heilige drievuldigheid en de transcendentie van brood en lichaam te kunnen zien.
Compositorisch grijpt Brocatus terug op het beproefde recept van Ruiters in regenblauw. We hebben immers opnieuw te maken met een bundel in een bundel, met splitsing. Alleen is nu de getalssymboliek sterker aangezet en vraagt hij nog meer aandacht voor de essentie van verschillende aspecten van zowel de waarneembare werkelijkheid als de religieuze verdieping die nodig is om de realiteit te duiden en een plaats te geven. De geestelijke waarden zijn duidelijk belangrijker maar kunnen niet zonder de concrete zintuiglijke gewaarwording en ja sensitiviteit blijft nu eenmaal een van Brocatus’ kenmerken.
De opbouw van de bundel bestaat uit een deel met de gedichten I t/m VII, een tweede en omvangrijker deel met 26 gedichten, toepasselijk getiteld A t/m Z, en een slotdeel VIII t/m XIV. Wat een associaties dringen zich hierin op! De bundel is een drieluik bestaande uit een centraal paneel en twee kleinere panelen die samen ook één afbeelding vormen en tegelijk het middendeel onzichtbaar maken. De twee zijpanelen bestaan samen uit 14 gedichten, evenveel als het aantal kruisstaties van Jezus.
Er blijkt zelfs nog een tweede kruisweg in het boek verborgen, maar dat realiseerde ik me pas bij het samenstellen van dit essay. Ook in het middendeel zijn 14 gedichten gegroepeerd met elk drie disticha, links daarvan 6 gedichten met regelschema 2-1-2- en rechts ook, waarmee de buitenkant van de zijpanelen, elk bestaand uit 7 gedichten, ineens niet meer overeenkomt met hun gespiegelde binnenkant. Een vertekenend effect, waar Escher, mocht hij literaire aspiraties gehad hebben, trots op had kunnen zijn, maar ook en vooral een perfect voorbeeld van het samenvallen van vorm en inhoud, van een geraffineerde verschuiving tot een poëticaal moment. En zo zijn er veel meer ontdekkingen te doen.
Maar we wisten al dat Brocatus compositorisch z’n mannetje staat. Wat Het brood, de roos, de monnik behalve het weglaten van alleen maar aandacht afleidende titels onderscheidt van Ruiters in regenblauw zijn de ditmaal nadrukkelijker aanwezige parallellie en verschuivingen daarin. Deze handelswijze voert direct naar de uniek uitgevoerde bundel Navigamare. De hoofdmotieven komen in telkens andere verbanden terug en worden daardoor wel altijd meteen door de lezer herkend maar niet geduid, laat staan dat een vergelijking van de meerdere duidingen snel mogelijk is. Dat kan het best door met de zoekfunctie van een tekstverwerker de motiefwoorden op te sporen. Brocatus zou dat niet willen; zo’n benadering kan alleen maar de mysteriën schaden die hij in zelfs de eenvoudigste dingen ziet. Een bloem is bij hem al, en volkomen terecht, een wereld, niet een wereld op zich maar een wereld van boodschappen en verwijzingen. Tijdens de presentatie van de bundel, in juni 2009, liet hij niet voor niets de film ‘Into great silence’ zien, een sfeervolle, inspirerend langzaam weergegeven documentaire over het leven van de Kartuizer monniken in La Grande Chartreuse in de Franse Alpen. Wie als woordkunstenaar zoveel aandacht heeft voor religie kan niet om gebeden heen. Juist het aanroepen van een hogere macht geeft aanleiding tot herhalen en variëren. Toch blijven de teksten in Het brood, de roos, de monnik in eerste instantie nog korte, apart te lezen (want door veel bladwit omgeven) gedichten. Pas na herlezen dus is meestal te zien dat Brocatus niet alleen woorden en zinsdelen herhaalt maar ook klanken. Zijn rijmen, bijvoorbeeld ‘engel’ / ‘stengel’ en ‘stenen’ / ‘stemmen’ (in de alliteratie ‘st’ schuilt nog een extra verbinding), staan vaak niet dicht bijeen. Ze spelen mee maar geraffineerder dan de lezer zich realiseert. Een stengel verbindt zich semantisch echter ook met het trefwoord ‘penseel’.
Klank en betekenis gaan allerlei kruiselingse, bijna onnavolgbare overeenkomsten aan die zich gaandeweg oplossen in een dichte nevel van woorden die blijft nazinderen, en weer oplicht bij herlezen.
Om met één voorbeeld aan te tonen op welke wijze Brocatus zijn motieven inzet, volgen enkele inbeddingen van het woord ‘steen’:
“hij slijpt de ploegschaar / bewaart landstenen in een cirkel” (II). Let op de verwijzing naar o.a. Stonehenge;
“hij halveert stenen en pauzeert / tot de helften elkaar weer vinden” (IV);
“zilverstift en zwarte steen onaangeraakt” (A);
“hij halveert stenen en pauzeert / tot de helften elkaar weer vinden” (J);
“hij slijpt de ploegschaar / bewaart landstenen in een cirkel” (L);
“ver in de nacht ligt omgekeerd een steen / met de runen van zijn verlangen” (P). Het signaal omgekeerd levert in dit motiefonderzoek het woord nest op, steen en nest kennen verschillende overeenkomsten;
“van haar schoot edelt hij een steen” (R);
“zilverstift en zwarte steen onaangeraakt” (U);
“ver in de nacht ligt omgekeerd een steen / met de runen van zijn verlangen” (XII);
“van haar schoot edelt hij een steen” (XIV).
Maar de dichter noemt niet alleen het woord steen, hij benoemt ook herhaaldelijk de materiaalsoort, o.a. lava, gips, arduin, marmer, klei, erts. Ook deze woorden staan voor proces en overgang (arduin en marmer worden aangewend voor kloosterzuilen), gaan allerlei verbanden aan.
Zelfs in de spreiding van dit motiefwoord gebruikt Brocatus spiegeleffecten: II en IV in het linkerpaneel en XII en XIV in het rechter.
Tenslotte zij opgemerkt dat stenen, zoals de lezer in bovenstaand overzicht kan zien, doorrollen tot in de tweede bundel in Het brood, de roos, de monnik maar ook dan nog spiegelen: twee opnames in het linker paneel, twee in het rechter.
Om deze theorie niet de poëtische aanleiding te laten overwoekeren, tot besluit een gedicht uit Het brood, de roos, de monnik:
Y
Schaduw en geur onder haar linnen kleed
hoe zij onthult en ongeplooid blijft staan
onder zijn baard het witte bewaren
geen kaarsvlam die hem schroeit
hij bidt laat mij hier binnengaan
ademen tussen marmer en arduin.
Wezen de jaartallen van het verschijnen van de voorgaande bundels nog op een relatief lange tijd van ontstaan en conceptie, Navigamare was al bijna klaar toen Het brood, de roos, de monnik verscheen. Gezien de hoge kwaliteit van dit boek, mag geconstateerd worden dat Frans August Brocatus zich in een zeldzaam vruchtbare fase bevindt.
In Navigamare, hoogstwaarschijnlijk bedoeld als een combinatie van varen (navigeren, plaats bepalen) en minnen, trekt hij de tendens van de vorige bundel consequent door. Waar in Ruiters in regenblauw de gedichten nog naar elkaar verwijzende tekstblokjes waren, dominostenen of, beter nog, schaakstukken, en in Het brood, de roos, de monnik voornamelijk woorden en zinsdelen die naar en in elkaar grepen, zijn de gedichten in Navigamare ook formeel opgelost in één lange golvende tekst van steeds herhaalde gelijksoortige en toch unieke bewegingen op 26 bladzijden, een voor elke letter van het alfabet. Dat dit geen toeval is, demonstreren de beginletters van elke regel op elke bladzijde. Een andere stap in deze richting was niet logisch geweest; déze bundel, déze werkwijze moest er komen, was onafwendbaar!
Eigenlijk zet Brocatus een grote stap in verschillende richtingen tegelijk, zelfs achteruit. De densiteit van de beelden doet bijvoorbeeld denken aan z’n allereerste probeersels. Het huidige resultaat is echter de voldragen vrucht van een lange en goed doordachte ontwikkeling en daardoor overtuigend. Vervolgens heeft hij veel traditionele elementen, letterlijk, overboord gegooid, ik noem titels, strofebouw en interpunctie. Het principe van herhaling is nu geen middel tot effect meer maar totaalvorm, elke herhaalde woordgroep is een golf die de andere voortstuwt en meetrekt. De scheiding tussen tekst en bladspiegel is deels doorbroken. Er zijn immers ook geen witregels meer. Wel heeft hij voor een spatiëring gezorgd die in sommige regels bewust sterker is doorgevoerd dan in andere.
Wie weet zou Brocatus, als hij niet meer beperkt was door de druktechniek, ook de marges hebben laten vervallen.
Navigamare zet als volgt in:
ademend bloed verzamelend onder het
borstbeen ribben rangschikkend tussen lijnen
contouren van haar lichaam
de gestrekte stilte van haar spieren
en haar adem over zijn handen
en eindigt op de eerste bladzijde met:
voor de ogen die
wachten in hun ontbreken verbergt hij zich
xenoglossie gestorven vaders moeders het
ijs dat gesmolten is verzonken ligt in een
zee met wolken op volgeschreven spiegels
Al op de tweede bladzijde veranderen deze beginregels in
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
contouren van haar lichaam
de gestrekte stilte van haar spieren
en haar adem over zijn handen
en vervolgens wordt de derde regel vervangen:
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
cirkels die zijn vingers toveren
de gestrekte stilte van haar spieren
en haar adem over zijn handen
en dan de vierde etcetera:
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
cirkels die zijn vingers toveren
de woorden gedicht in haar onderhuid
en haar adem over zijn handen
Zo verandert met kleine aanpassingen de tekst voortdurend totdat hij in hetzelfde deel op de laatste bladzijde begint met de volgende 5 regels en eindigt met de nieuwe 5 slotregels. Het is hetzelfde gedicht gebleven en toch ook niet.
ademend bloed verzamelend onder het
bleekblauwe licht de huid gespannen rond de
cirkels die zijn vingers toveren
de woorden gedicht in haar onderhuid
en haar adem over zijn handen
voorbij hun gebaren de woorden herkennen
wegen hoe hun monden nieuwe landschappen
xenoglossie overboord gegooid lezen in water
ijs dat zij herinneren van winterse boottochten
zee die spiegels volschrijft met wolken
Frans August Brocatus is erin geslaagd zich van een interessante tot een bepalende dichter met een volstrekt eigen poëtica te ontwikkelen, en dát op eigen kracht. Natuurlijk komt het altijd in eerste instantie aan op de kwaliteit van de poëzie maar succes, voor dichters al gauw te vertalen in opdrachten en publicaties in toonaangevende tijdschriften en bloemlezingen, kan extra stimuleren en dus wel degelijk van invloed zijn op de kwaliteit. Hoewel Brocatus over gebrek aan bijval en opdrachten niet hoeft te klagen, is hij in staat gebleken om ver van de literaire machtscentra en zonder spraakmakende publicaties z’n eigen weg te volgen, z’n eigen inzichten te realiseren.
Navigamare is het voorlopige eindpunt van een lange ontwikkeling. Brocatus staat nu voor een moeilijke keuze: ofwel doorgaan en werkelijk driedimensionale poëzie creëren ofwel het over een andere boeg gooien, nieuw beginnen.
Navigamare verdient het elke keer opnieuw ontdekt en beleefd te kunnen worden, de lezer om de golfslag van dit lange gedicht steeds krachtiger op de eigen oever te voelen slaan.
Albert Hagenaars
Navigamare, Frans August Brocatus
Editie: 2010
ISBN: 978-1-4452-4156-2
De bundel is rechtstreeks verkrijgbaar via deze website:
http://www.lulu.com/content/7556625
Of via Demer Uitgeverij, v.a. maart 2010.
info@demerpress.be / hannierouweler@telenet.be
Euro 15 (excl. verzendkosten)
Aankondiging nieuwe gedichtenbundel
FRANS AUGUST BROCATUS
NAVIGAMARE
In de nieuwe gedichten van F.A. Brocatus staan de liefde, verbondenheid, dood, onbestemd verlangen, centraal.
Met een vakkundig en uitgebreid Nawoord, door de dichter / criticus Albert Hagenaars.
(fragmenten)
In Navigamare, hoogstwaarschijnlijk bedoeld als een combinatie van varen (navigeren, plaats bepalen) en minnen, trekt hij de tendens van de vorige bundel consequent door. Waar in Ruiters in regenblauw de gedichten nog naar elkaar verwijzende tekstblokjes waren, dominostenen of, beter nog, schaakstukken, en in Het brood, de roos, de monnik voornamelijk woorden en zinsdelen die naar en in elkaar grepen, zijn de gedichten in Navigamare ook formeel opgelost in één lange golvende tekst van steeds herhaalde gelijksoortige en toch unieke bewegingen op 26 bladzijden, een voor elke letter van het alfabet. Dat dit geen toeval is, demonstreren de beginletters van elke regel op elke bladzijde. Een andere stap in deze richting was niet logisch geweest; déze bundel, déze werkwijze moest er komen, was onafwendbaar!
Frans August Brocatus is erin geslaagd zich van een interessante tot een bepalende dichter met een volstrekt eigen poëtica te ontwikkelen, en dát op eigen kracht. Natuurlijk komt het altijd in eerste instantie aan op de kwaliteit van de poëzie maar succes, voor dichters al gauw te vertalen in opdrachten en publicaties in toonaangevende tijdschriften en bloemlezingen, kan extra stimuleren en dus wel degelijk van invloed zijn op de kwaliteit. Hoewel Brocatus over gebrek aan bijval en opdrachten niet hoeft te klagen, is hij in staat gebleken om ver van de literaire machtscentra en zonder spraakmakende publicaties z’n eigen weg te volgen, z’n eigen inzichten te realiseren.
Navigamare verdient het elke keer opnieuw ontdekt en beleefd te kunnen worden, de lezer om de golfslag van dit lange gedicht steeds krachtiger op de eigen oever te voelen slaan.
Albert Hagenaars
De bundel is rechtstreeks verkrijgbaar via deze website:
http://www.lulu.com/content/7556625
Of via Demer Uitgeverij, v.a. maart 2010.
Info@demerpress.be / hannierouweler@telenet.be
Euro 15 (excl. verzendkosten)
Onlangs verscheen eveneens Een reis langs rood en wit, gedichten Hannie Rouweler, met een Nawoord door Roger Nupie (Antwerpen).
http://www.lulu.com/content/7589959
Met vriendelijke groeten,
Hannie Rouweler
Demer Uitgeverij
E publisher
23 januari 2010
Marleen De Smet in poëziebundel.
Geraardsbergen - Dichteres Marleen De Smet is niet enkel sant in eigen land, ook buiten Geraardsbergen weet men de verzen van Marleen te waarderen. Een van haar gedichten is nu in een bundel opgenomen.
Tien Vlaamse en Nederlandse dichters zijn gebundeld in Klaprozen en kamermuziek, zij werden geselecteerd door Hannie Rouweler en Thierry Deleu voor de Vlaamse Demer Uitgeverij.
Op zaterdag 20 maart wordt de bundel voorgesteld in de 'Kok-pit' van het nieuwe gemeentehuis in Koksijde, Zeelaan 333, om 11 u. Marleen De Smet is een van de genodigden.
Van Marleen De Smet wordt gezegd 'zit er een deuk in haar gedachten, dan geeft zij er een poëtische bonk op.' Sinds haar veertiende kwam zij in aanraking met poëzie en schreef haar eerste vers voor haar verzamelbundel Groepijnen - van veertien tot eenenveertig.
Later volgde de roman De verborgen oorlogsliefde. Eind 2005 zag haar tweede bundel Vreemd hoe het gaat het daglicht. Ook werden een aantal gedichten van Marleen opgenomen in verzamelbundels en tijdschriften.
Jan Lion
22 januari 2010
Gedichtendag,
Op donderdag 28 januari bent u van harte welkom
1/ om 16.30u in de bibliotheek van Hoboken waar ik samen met Nip Luyben en Tony Rombouts gedichten zal voordragen. Cellist Dirk Strybol zorgt voor muziek. Gastheer is Frans Vlinderman.
De ‘Einde loopbanen van tulpen’ uit mijn reeks bedichtingen van canvas zullen er tot einde februari worden tentoon gesteld.
2/ om 20.30u op ‘Acht Achtbare Dichters’ in Den Hopsack, Grote Pieterpotstraat 24 te 2000 Antwerpen. Bert Bevers, Xtine Mäser, Paul Vincent, Anne-Marie Sauer, Wim Persoon, Guy Van Hoof, Walter Simons en Frank De Vos zetten hun beste beentje voor hun gedichten. Spetterende pianomuziek wordt gebracht door Marc Clement.
21 januari 2010
Reactie op "Warme oproep" (1)
Hallo Thierry,
Nu je het in dit forum hebt over andere publikatie-methoden dan de klassieke uitgeverij, wil ik graag mijn eigen werken voorstellen die via print-on-demand zijn uitgegeven bij www.lulu.com.
De eerste link verwijst naar alles wat ik al heb uitgegeven :
http://www.lulu.com/browse/search.php?search_forum=-1&search_cat=2&show_results=topics&return_chars=200&search_keywords=&keys=&header_search=true&search=&sitesearch=lulu.com&q=&fSearch=roggemans&fSearchFamily=0&fSubmitSearch.x=5&fSubmitSearch.y=7
Uiteraard is het niet de bedoelingen dat alles evenveel aandacht kan krijgen.
De drie belangrijkste werken zijn wel :
Geschiedenis van de occulte en mystieke broederschappen
http://www.lulu.com/product/paperback/geschiedenis-van-de-occulte-en-mystieke-broederschappen/3332674?productTrackingContext=center_search_results
Inleiding tot het esoterisme
http://www.lulu.com/product/paperback/inleiding-tot-het-esoterismeastrologie-alchemiekabalah-en-tarot/4423489?productTrackingContext=center_search_results
Geheim Egypte – Hermes Trismegistus en de tabula smaragdina
http://www.lulu.com/product/hardcover/geheim-egypte---hermes-trismegistus-en-de-tabula-smaragdina/5646887?productTrackingContext=center_search_results
Alle werken hebben een ISBN-nummer.
Ik vermoed dat dit wel een voorwaarde is om op de uitgiftemarkt terecht te kunnen.
Verder weet ik niet of deze mail alleen bij jou terecht komt of bij alle andere collega’s.
Alvast nog een heel goeie samenwerking.
Marcel Roggemans
Beeldarchief – Woordarchief - VRT
Archiveringsbeheer-Wisbeheer
2 G 18
tel. : 02/741 56 35
Nu je het in dit forum hebt over andere publikatie-methoden dan de klassieke uitgeverij, wil ik graag mijn eigen werken voorstellen die via print-on-demand zijn uitgegeven bij www.lulu.com.
De eerste link verwijst naar alles wat ik al heb uitgegeven :
http://www.lulu.com/browse/search.php?search_forum=-1&search_cat=2&show_results=topics&return_chars=200&search_keywords=&keys=&header_search=true&search=&sitesearch=lulu.com&q=&fSearch=roggemans&fSearchFamily=0&fSubmitSearch.x=5&fSubmitSearch.y=7
Uiteraard is het niet de bedoelingen dat alles evenveel aandacht kan krijgen.
De drie belangrijkste werken zijn wel :
Geschiedenis van de occulte en mystieke broederschappen
http://www.lulu.com/product/paperback/geschiedenis-van-de-occulte-en-mystieke-broederschappen/3332674?productTrackingContext=center_search_results
Inleiding tot het esoterisme
http://www.lulu.com/product/paperback/inleiding-tot-het-esoterismeastrologie-alchemiekabalah-en-tarot/4423489?productTrackingContext=center_search_results
Geheim Egypte – Hermes Trismegistus en de tabula smaragdina
http://www.lulu.com/product/hardcover/geheim-egypte---hermes-trismegistus-en-de-tabula-smaragdina/5646887?productTrackingContext=center_search_results
Alle werken hebben een ISBN-nummer.
Ik vermoed dat dit wel een voorwaarde is om op de uitgiftemarkt terecht te kunnen.
Verder weet ik niet of deze mail alleen bij jou terecht komt of bij alle andere collega’s.
Alvast nog een heel goeie samenwerking.
Marcel Roggemans
Beeldarchief – Woordarchief - VRT
Archiveringsbeheer-Wisbeheer
2 G 18
tel. : 02/741 56 35
20 januari 2010
De Geletterde Mens wordt gelezen!
(sm1derek)
Visits
Total ....................... 21,732
Average per Day ................. 97
Average Visit Length .......... 1:51
This Week ...................... 676
Page Views
Total ....................... 34,814
Average per Day ................ 145
Average per Visit .............. 1.5
This Week .................... 1,016
http://sm1.sitemeter.com/stats.asp?site=sm1derek
Visits
Total ....................... 21,732
Average per Day ................. 97
Average Visit Length .......... 1:51
This Week ...................... 676
Page Views
Total ....................... 34,814
Average per Day ................ 145
Average per Visit .............. 1.5
This Week .................... 1,016
http://sm1.sitemeter.com/stats.asp?site=sm1derek
Ledenlijst PEN Vlaanderen
Datum: januari 2010
1. Ludo Abicht
2. Egbert Aerts
3. Fernand Auwera
4. Marcella Baete
5. Benno Barnard
6. Ludo Bekkers
7. Aster Berkhof
8. Wilfried Bertels
9. Suzanne Binnemans
10. Joris Bogaert
11. Gie Bogaert
12. Paul Bogaert
13. Albert Bontridder
14. Stefan Boonen
15. Hugo Bousset
16. Hugo Brems
17. Stefan Brijs
18. Frans August Brocatus
19. Jaak Brouwers
20. Tone Brulin
21. Hugo Brutin
22. Dimitri Casteleyn
23. Carine Ceyssens
24. Guy Commerman
26. Annik Corremans
27. Hans Cottyn
28. Willy Courteaux
29. Eva Cox
30. Jos Daelman
31. Lut De Block
32. Kurt De Boodt
33. Johan de Boose
34. Jos de Bremaeker
35. Marleen de Crée
36. Frank de Crits
37. Mieke de Loof
38. Roger de Neef
39. Bob de Nijs
40. Janine de Rop
41. Carl De Strycker
42. Daniël de Vin
43. Lukas de Vos
44. Paul de Wispelaere
45. Frank Decerf
46. Marc Declercq
47. Lionel Deflo
48. Jan Defreyn
49. Julien Deknop
50. Jozef Deleu
51. Thierry Deleu
52. Alain Delmotte
53. Jan Deloof
54. Bart Demyttenaere
55. Frans Denissen
56. Aline Dereere
57. Alfred Derwahl
58. Mon Detrez
59. Lydia Deveen
60. Luc Devoldere
61. Gie Devos
62. Rudy Van Schoonbeek
63. Joris Gerits
64. Wim Geysen
65. Jan Gloudemans
66. Paul Goris
67. Jo Govaerts
68. Luuk Gruwez
69. Clara Haesaert
70. Frank Hellemans
71. Kristien Hemmerechts
72. Nele Hendrickx
73. Stefan Hertmans
74. Hendrika Heymans
75. Per Holmer
76. Peter Holvoet-Hanssen
77. Pol Hoste
78. Luc Huybrechts
79. Luc Huyse
80. Mark Insingel
81. Joris Iven
82. Paul Jacobs
83. Kolet Janssen
84. Frieda Joris
85. Hilde Keteleer
86. Lisette Keustermans
87. Hanna Kirsten
88. Hans Knol
89. Paul Koeck
90. Jeroen Kuypers
91. Jan Lampo
92. Rachida Lamrabet
93. Patricia Lasoen
94. Patrick Lateur
95. Kris Lauwerys
96. Simone Lenaerts
97. Dirk Leyman
98. Jan Lippens
99. Rene F. Lissens
100. Bob Maes
101. Marc Maes
102. Gwij Mandelinck
103. Elisabeth Marain
104. Bob Mendes
105. Ann Meskens
106. Bart Moeyaert
107. Ramsey Nasr
108. Dirk Nielandt
109. Leonard Nolens
110. Tjen Pauwels
111. Elvis Peeters
112. Koen Peeters
113. Patrick Peeters
114. Sven Peeters
115. Yvo Peeters
116. Willem Persoon
117. Leo Pleysier/ Leen Dries
118. Harold Polis
119. Willy Poppelmonde
120. Guy Posson
121. Anne Provoost
122. Piet Piryns
123. Hugo Raes
124. Renaat Ramon
125. Xavier Roelens
126. Willem M. Roggeman
127. Tony Rombouts
128. Carine Roosen
129. Jean-Pierre Rondas
130. Isabelle Rossaert
131. Hannie Rouweler
132. Sylvain Salamon
133. Annmarie Sauer
134. M. P. Schepens
135. Staf Schoeters
136. Willy Schuyesmans
137. Gerd Segers
138. Karel Sergen
139. Aleksandr Skorobogatov
140. Rudy Soetewey
141. Willy Spillebeen
142. Werner Spillemaeckers
143. Ina Stabergh
144. Lucienne Stassaert
145. Koen Stassijns
146. Piet Teigeler
147. Jeroen Theunissen
148. Peter Theunynck
149. August Thiry
150. Piet Thomas
151. Willy Tibergien
152. Walter Tillemans
153. David Troch
154. Chika Nina Unigwe
155. Joris Van Acker
156. Paul van Aken
157. Gaston van Camp
158. Henri Van Daele
159. Stefaan van den Bremt
160. Denise Van den Broeck
161. Leen Van Dijck
162. Sus van Elzen
163. Irina van Goeree
164. Miriam Van hee
165. Guy van Hoof
166. Geert van Istendael
167. Hugo Van Laere
168. Bart Van Loo
169. Monika van Paemel
170. Margareta Van Raemdonck
171. David van Reybrouck
172. Gerrie Van Rompaey
173. Erik van Ruysbeek
174. Mark van Tongele
175. Willem van Zadelhoff
176. Roger Vanbrabant
177. Jos Vandeloo
178. Johan Vandenbroucke
179. Guy Vandeputte
180. Ingrid Vander Veken
181. Margot Vanderstraeten
182. Rose Vandewalle
183. Toon Vanlaere
184. Herlinda Vekemans
185. Jozef Verhaeren
186. Willie Verhegghe
187. Trijne Vermunt
188. Erik Vlaminck
189. Lief Vleugels
190. Frans Vyncke
191. Raf Willems
192. Walter Zinzen
Betalen meerdere malen lidmaatschap omwille van de Tijdingen:
Provincie Vlaams-Brabant Dienst Archief en Bibliotheek, Provincieplein 1, 3010 Leuven
Stadsbibliotheek Antwerpen Tijdschriftenafdeling, H. Conscienceplein 4; 2000 Antwerpen
Zoek op de PEN Vlaanderen-website
1. Ludo Abicht
2. Egbert Aerts
3. Fernand Auwera
4. Marcella Baete
5. Benno Barnard
6. Ludo Bekkers
7. Aster Berkhof
8. Wilfried Bertels
9. Suzanne Binnemans
10. Joris Bogaert
11. Gie Bogaert
12. Paul Bogaert
13. Albert Bontridder
14. Stefan Boonen
15. Hugo Bousset
16. Hugo Brems
17. Stefan Brijs
18. Frans August Brocatus
19. Jaak Brouwers
20. Tone Brulin
21. Hugo Brutin
22. Dimitri Casteleyn
23. Carine Ceyssens
24. Guy Commerman
26. Annik Corremans
27. Hans Cottyn
28. Willy Courteaux
29. Eva Cox
30. Jos Daelman
31. Lut De Block
32. Kurt De Boodt
33. Johan de Boose
34. Jos de Bremaeker
35. Marleen de Crée
36. Frank de Crits
37. Mieke de Loof
38. Roger de Neef
39. Bob de Nijs
40. Janine de Rop
41. Carl De Strycker
42. Daniël de Vin
43. Lukas de Vos
44. Paul de Wispelaere
45. Frank Decerf
46. Marc Declercq
47. Lionel Deflo
48. Jan Defreyn
49. Julien Deknop
50. Jozef Deleu
51. Thierry Deleu
52. Alain Delmotte
53. Jan Deloof
54. Bart Demyttenaere
55. Frans Denissen
56. Aline Dereere
57. Alfred Derwahl
58. Mon Detrez
59. Lydia Deveen
60. Luc Devoldere
61. Gie Devos
62. Rudy Van Schoonbeek
63. Joris Gerits
64. Wim Geysen
65. Jan Gloudemans
66. Paul Goris
67. Jo Govaerts
68. Luuk Gruwez
69. Clara Haesaert
70. Frank Hellemans
71. Kristien Hemmerechts
72. Nele Hendrickx
73. Stefan Hertmans
74. Hendrika Heymans
75. Per Holmer
76. Peter Holvoet-Hanssen
77. Pol Hoste
78. Luc Huybrechts
79. Luc Huyse
80. Mark Insingel
81. Joris Iven
82. Paul Jacobs
83. Kolet Janssen
84. Frieda Joris
85. Hilde Keteleer
86. Lisette Keustermans
87. Hanna Kirsten
88. Hans Knol
89. Paul Koeck
90. Jeroen Kuypers
91. Jan Lampo
92. Rachida Lamrabet
93. Patricia Lasoen
94. Patrick Lateur
95. Kris Lauwerys
96. Simone Lenaerts
97. Dirk Leyman
98. Jan Lippens
99. Rene F. Lissens
100. Bob Maes
101. Marc Maes
102. Gwij Mandelinck
103. Elisabeth Marain
104. Bob Mendes
105. Ann Meskens
106. Bart Moeyaert
107. Ramsey Nasr
108. Dirk Nielandt
109. Leonard Nolens
110. Tjen Pauwels
111. Elvis Peeters
112. Koen Peeters
113. Patrick Peeters
114. Sven Peeters
115. Yvo Peeters
116. Willem Persoon
117. Leo Pleysier/ Leen Dries
118. Harold Polis
119. Willy Poppelmonde
120. Guy Posson
121. Anne Provoost
122. Piet Piryns
123. Hugo Raes
124. Renaat Ramon
125. Xavier Roelens
126. Willem M. Roggeman
127. Tony Rombouts
128. Carine Roosen
129. Jean-Pierre Rondas
130. Isabelle Rossaert
131. Hannie Rouweler
132. Sylvain Salamon
133. Annmarie Sauer
134. M. P. Schepens
135. Staf Schoeters
136. Willy Schuyesmans
137. Gerd Segers
138. Karel Sergen
139. Aleksandr Skorobogatov
140. Rudy Soetewey
141. Willy Spillebeen
142. Werner Spillemaeckers
143. Ina Stabergh
144. Lucienne Stassaert
145. Koen Stassijns
146. Piet Teigeler
147. Jeroen Theunissen
148. Peter Theunynck
149. August Thiry
150. Piet Thomas
151. Willy Tibergien
152. Walter Tillemans
153. David Troch
154. Chika Nina Unigwe
155. Joris Van Acker
156. Paul van Aken
157. Gaston van Camp
158. Henri Van Daele
159. Stefaan van den Bremt
160. Denise Van den Broeck
161. Leen Van Dijck
162. Sus van Elzen
163. Irina van Goeree
164. Miriam Van hee
165. Guy van Hoof
166. Geert van Istendael
167. Hugo Van Laere
168. Bart Van Loo
169. Monika van Paemel
170. Margareta Van Raemdonck
171. David van Reybrouck
172. Gerrie Van Rompaey
173. Erik van Ruysbeek
174. Mark van Tongele
175. Willem van Zadelhoff
176. Roger Vanbrabant
177. Jos Vandeloo
178. Johan Vandenbroucke
179. Guy Vandeputte
180. Ingrid Vander Veken
181. Margot Vanderstraeten
182. Rose Vandewalle
183. Toon Vanlaere
184. Herlinda Vekemans
185. Jozef Verhaeren
186. Willie Verhegghe
187. Trijne Vermunt
188. Erik Vlaminck
189. Lief Vleugels
190. Frans Vyncke
191. Raf Willems
192. Walter Zinzen
Betalen meerdere malen lidmaatschap omwille van de Tijdingen:
Provincie Vlaams-Brabant Dienst Archief en Bibliotheek, Provincieplein 1, 3010 Leuven
Stadsbibliotheek Antwerpen Tijdschriftenafdeling, H. Conscienceplein 4; 2000 Antwerpen
Zoek op de PEN Vlaanderen-website
19 januari 2010
NOTEER NU IN JOUW AGENDA
UITNODIGING UITNODIGING
JE BENT HARTELIJK WELKOM OP DE VOOSTELLING VAN 10 VLAAMSE EN NEDERLANDSE DICHTERS GEBUNDELD IN
KLAPROZEN EN KAMERMUZIEK
10 Vlaamse en 10 Nederlandse dichters werden geselecteerd door Hannie Rouweler en Thierry Deleu voor de Vlaamse Demer Uitgeverij.
Een prestigieuze bundel met gedichten van Fernand Florizoone, Jenny Dejager, Paul Gellings, Thierry Deleu, Marleen De Smet, Joris Iven, Bert Bevers, Floor Deroo, Guy van Hoof en Hannie Rouweler.
VOORSTELLING:
Op zaterdag 20 maart 2010 in de Kok-pit van het nieuwe gemeentehuis in Koksijde, Zeelaan 333, om 11 u.
* Welkom pr cultuur, Ilse Chamon.
* Welkomstgroet burgemeester & parlementslid Marc Vanden Bussche.
* Overhandiging eerste ex. aan de burgemeester door Thierry Deleu.
* Thierry Deleu leidt de 10 dichters kort in.
* Dichters Fernand Florizoone, Joris Iven, Marleen De Smet en Bert Bevers en Paul Gellings lezen elk één gedicht.
* Voordrachtkunstenares, Ilse Chamon, leest van de dichters uit de Westhoek Jenny Dejager, Thierry Deleu, Floor Deroo en Fernand Florizoone (nogmaals) één gedicht voor.
* Thierry Deleu geeft korte uitleg over afhalen/verkoop boeken
* Ilse Chamon nodigt uit tot de receptie
* Receptie
De 10 dichters zijn een voor een gelauwerde poëten in binnen- en buitenland. We stellen ze even aan jou voor:
Fernand Florizoone werd in 1925 geboren te Veurne in de Westhoek, waar de grote Florizoone-familie al woont van in de 16de eeuw. Hij studeerde aan het Klein Seminarie van Roeselare en was bijna 40 jaar lang opvoeder-bibliothecaris aan het Koninklijk Atheneum van Veurne. Hij debuteerde als dichter in 1955 met In de branding.
Florizoones werk werd vertaald in vele talen, opgenomen in bloemlezingen en meermaals bekroond met o.a. de J.L. De Belderprijs voor Poëzie (1977), de Poëzieprijs Stad Blankenberge (1986) en de vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs 1982 - 1986 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en letterkunde (1987).
Jenny Dejager publiceerde vier gedichtenbundels: De smaak van stilte, In vlindervlucht naar de regenboog, Twee voetstappen later, Naast de liefde.
Gedichten en verhalen van haar werden opgenomen in verschillende literaire tijdschriften, bloemlezingen en op het internet. Roman en vijfde bundel zijn in opmaak.
Paul Gellings (Amsterdam, 16 mei 1953) is een Nederlands dichter, schrijver en vertaler. In 1999 promoveerde hij aan de Rijksuniversiteit Leiden op het proefschrift Le fardeau du nomade: poésie et mythe dans l'œuvre de Patrick Modiano.
Hij publiceert regelmatig poëzie, novellen, artikelen in literaire tijdschriften als Hollands Maandblad, De Gids, Bzzletin en Tirade. Daarnaast is hij werkzaam als literatuurrecensent bij De Stentor en het Nieuw Israelietisch Weekblad. Gebloemleesd werk o.m. in Meulenhoffs Dagkalender en “De dikke Komrij”.
In 2004 werd Gellings voor een periode van twee jaar benoemd tot eerste stadsdichter van Zwolle.
Thierry Deleu is eredirecteur secundair onderwijs - gewezen kabinetsattaché op Onderwijs. Auteur leerboeken Nederlands ten behoeve van het beroepsonderwijs, onder de titel Ons Taalboek (1968-1972).
Thierry Deleu is vooral bekend als dichter, romancier, essayist en biograaf.
Hij is voorzitter van het Vlaams-Nederlands dichtersgenootschap “De 50 Meesterdichters van de Lage landen bij de zee”. Op 3 december 2008 werd het eerste jaarboek, Hoe de dichter zich een weg geselt tegen wind…, voorgesteld in het gemeentehuis van Koksijde.
In voorbereiding: Schoon volk in de hemel (essay), Meeuwen in bloot onderlijf (De Oostduinkerkse gedichten) en de roman Het bewogen leven van Riet Dupon (2011).
Van Marleen De Smet (Geraardsbergen) wordt gezegd: “Zit er een deuk in haar gedachten, dan geeft zij er een poëtische bonk op.” Sinds haar veertiende kwam zij in aanraking met poëzie en schreef haar eerste vers voor de verzamelbundel Groepijnen - van veertien tot eenenveertig. Later volgde de roman, De verborgen oorlogsliefde. Eind 2005 zag de tweede bundel vreemd hoe het gaat het daglicht. Ook werden een aantal gedichten opgenomen in verzamelbundels en tijdschriften.
Joris Iven (°25 januari 1954 in Diepenbeek) studeerde toegepaste economische wetenschappen en sociologie. Volgde cursussen Spaans en scenarioschrijven.
Was poëzierecensent voor Het Belang van Limburg (1978-1991) en redacteur van de literaire tijdschriften Letters (1992-1995) en Deus ex Machina (1998-2004).
Professioneel is hij ziekenhuisdirecteur.
Bert Bevers (˚ 1954, Bergen op Zoom) is dichter en beeldend kunstenaar. Woont en werkt in Antwerpen. Gedichten van zijn hand verschenen in vele bloemlezingen en in literaire tijdschriften in binnen- en buitenland, waaronder Archipel - Cahier internationale de littérature, Het Brakke Verslag, Bzzlletin, DW&B, Digther, Hollands Maandblad, Krakatau, Poetry Monthly, Revolver en Stroom. Hij gaf De Houten Gong - tijdschrift voor poëzie uit, en stelde diverse bloemlezingen samen. Bert Bevers is medewerker van Poëziekrant. Zijn meest recente bundel is Lambertus van Sint-Omaars beschrijft de wereld.
Floor Deroo (Ieper, 01/03/1986) werd geboren tijdens een winterse zaterdagnacht. Dat bezorgde haar de bijnaam Sneeuwwitje en een bijzonder poëtisch begin. Op zevenjarige leeftijd was er het eerste literaire hoogtepunt op de schoot van Sint-Maarten. Floor las voor uit een gelegenheidsgedicht dat de zeer verrassende titel voor de sint droeg. De daaropvolgende jaren ontwikkelde zich een fanbasis die hoofdzakelijk bestond uit haar ouders, twee zussen en een leerkracht. Hun trouwe aanhang werd beloond toen Floor in 1998 in de prijzen viel bij de Soetendaele- wedstrijd van Jeugd en Poëzie. Dat was het begin van een poëtische groeiweg.
Ze compenseerde haar absoluut-niet-literaire studierichting (economie-wiskunde) met het volgen van toneel, voordracht en welsprekendheid.
Momenteel houdt Floor zich fulltime bezig met haar woordverslaving. Ze studeert Nederlands en Engels in Leuven.
Jeugd en Poëzie heeft - met behulp van een genereuze sponsor - Floor de kans gegeven om een bundel samen te stellen en uit te geven. Half oktober 2006 verscheen Stille Plek.
Guy van Hoof (Borgerhout, 23 juli 1943) is dichter en literair criticus en inleider van vernissages van tentoonstellingen van plastische kunstenaars.
Hannie Rouweler (Goor, 13 juni 1951) is een Nederlandse dichter.
Zij werd geboren in een rooms-katholieke familie in het overwegend protestantse Goor. Haar eerste dichtpogingen gaan terug tot haar vijftiende levensjaar, maar ze was al een eind in de dertig toen haar debuutbundel Regendruppels op het water verscheen in 1988. Daarna volgden de bundels elkaar snel op. Bovendien stelde Rouweler enkele poëziebloemlezingen samen. Haar werk werd vertaald in verschillende Europese talen.
Zij woonde lange tijd in het Groningse Usquert, tot ze neerstreek in Diepenbeek in Vlaams Limburg.
Hannie Rouweler is hoofd Demer Uitgeverij.
Op verzoek van Demer Uitgeverij stelden Thierry Deleu en Hannie Rouweler deze bundel samen.
Zij selecteerden op kwaliteit en originaliteit. Leeftijd, man/vrouw, afkomst speelden hierbij geen rol. Uit de geselecteerde namen kun je opmaken dat naast bekende (lees: gelauwerde) dichters ook opkomend talent werd opgenomen.
Wie de vele (verzamel)bundels die verschijnen overziet, kan het niet ontgaan dat de meeste van deze bundels hun keuzes maken aan de hand van andere criteria dan poëticale. Zo zijn er die pretenderen niet op stijl of programma te selecteren maar alleen op een meestal niet nader omschreven begrip van “kwaliteit”, bundels die vooral selecteren op leeftijd, bundels die een overzicht geven van de poëzieproductie van een bepaald jaar, en een eindeloze stroom themabundels die selecteren op buitenpoëtische thema's en ga zo maar door.
Wij hebben gekozen, maar we hadden geen strategische bedoeling. Klaprozen en kamermuziek heeft gegrasduind in een poëtisch veld dat zich uitstrekt over Vlaanderen en Nederland.
(De samenstellers)
Het boek kost 15 €.
Je kunt bestellen bij Thierry Deleu of via Hannie Rouweler:
- 000-0900214-54 van Thierry Deleu, Zandzeggelaan 18-102, 8670 Oostduinkerke
- 001-4253999-43 t.n.v. J.R.M. Rouweler, Diepenbeek (voor België)
- 3424272 t.n.v. J.R.M. Rouweler Diepenbeek, België (voor Nederland)
- Op de voorstelling wordt het boek jou overhandigd (je bespaart de portokosten).
De samenstellers,
Thierry Deleu
Hannie Rouweler
Abonneren op:
Berichten (Atom)












