Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

9 januari 2010

Een kunstenares om uit te nodigen, galerijhouder!



Tussen transparantie en schroom, fragiliteit en engagement


Bij Inge de Schuyter (Gent, 21 december 1964) springt de eeuwige zoektocht naar een wankel evenwicht tussen het zich toegankelijk opstellen en de schroom die haar dit elke keer verhindert, meteen in het oog. In haar recente objecten speelt de transparantie wel een meer dominante rol door het gebruik van metaalgaas. Haar werk wekt een verscheidenheid van gedachten en gevoelens op van waaruit een innerlijke reis naar het binnenste van zowel het onderwerp als het kunstobject mogelijk is. In haar objecten is ook geen horizon of een andere verwijzing naar een perspectief te vinden.

De Schuyter spreekt een persoonlijke beeldtaal, in directe samenhang met haar omgeving. De materialen die zij gebruikt en de manier waarop ze die toepast, lijken een verlengstuk van de zintuigen waarmee zij de grenzen van de ruimte aftast. Over het algemeen wordt de tussenruimte als leeg en transparant voorgesteld. Deze tussen-ruimte verhoudt zich echter niet neutraal tot de omgeving, maar zij is bezield en onderhevig aan stemmingen. De ervaring van de ruimte is veeleer gebaseerd op emotionele aspecten. In haar werk staat de tijd bijna stil; hij is gecondenseerd, vertraagd aanwezig, als de weergave van de langdurige handeling waardoor het tot stand komt.

In haar delicate, vaak minimalistische oeuvre zijn mode-elementen duidelijk terug te vinden. Niettegenstaande zij het monumentale niet schuwt, overheersen eenvoudige, verfijnde vormen en texturen. De weinig opdringerige objecten (als het ware etherische gedaanten die traag hun subtiliteit prijsgeven) nodigen uit om gekoesterd te worden. Dit maakt deze kunstvoorwerpen zo speciaal: in het fijne rag van de vorm vermoedt de beschouwer geen boodschap. Wanneer hij echter dichterbij komt, wordt hij, opgeschrikt door de harde realiteit waarmee de titel de vorm ontluistert, met zijn neus op de feiten gedrukt.

De dialoog inspireert, vernieuwt de manier waarop de beschouwer naar het werk kijkt. De kunstenares wil dat hij over de eigen grenzen heen kijkt, zich openstelt voor haar boodschap. Zij bruuskeert echter niets, integendeel: via de weg van de fijngevoeligheid en de kwetsbaarheid leidt zij de beschouwer binnen in de wereld van de vrouw. Achter dit ragfijne net van metaalgaas vertelt zij een verhaal waarin afhankelijkheid, monddood- en lustobject-zijn de hoofdrol spelen.

Van Gerrit Komrij weten wij dat “de dame maar een schijngestalte is. Als zij wordt uitgekleed, is ze vrouw”. Inge de Schuyter verliest het leven en de dood in de vrouw geen moment uit het oog. Haar figuren zijn niet uitgekleed of aangekleed. Het dierlijke soort-aspect is afwezig. Kleding individualiseert en dit wil de kunstenares niet. Ook het erotische aspect ontbreekt. Een minimum aan beeld voert naar een maximum van verbeeelding. De creativiteit van de beschouwer zelf wordt bijzonder geprikkeld.

Inge de Schuyter bewandelt niet de geplaveide weg, zij verkiest de onzekerheid, zij wil de strijd aanbinden met de vooroordelen die bestaan over vorm en ruimte. Haar kunstobjecten zijn statisch tot dynamisch, zij tonen hoe modern tijdloos kan zijn, zij zijn vormen in de ruimte, markeren de ruimte. Hun verfijnde eenvoud en het geraffineerde lijnenspel wekken een scherp staande spanning op.

In haar recente werk brengt zij een ode aan de vrouw, aan de sterke vrouw, haar overlevingsdrang, haar kracht, haar schoonheid, haar wijsheid om de dingen te doen die haar zo uitzonderlijk maken.

Eén van de werken noemt de kunstenares: 'Monument voor de Onbekende Vrouw. Bloed, zweet en tranen.' Dit ruimtelijke werk is gemaakt uit metaalgaas. Het bloed dat de vrouw uitzweet, wordt voorgesteld door rode glasparels, de tranen zelf door witte parels, het zweet door druppelvormige alu-plaatjes. Het heeft een vrouwelijke sensualiteit die lijfelijk aanwezig is door de eenvoud en de gecondenseerde vorm. Het lijkt wel het resultaat van een paradox, een contradictie tussen het fragiele en het gedrevene.

De ruimtelijke kunstobjecten van Inge de Schuyter zijn alle zo vrouwelijk en toch zo weerbaar sterk, zo sexy en toch zo uitgesproken anti-lustobject. Het beeld charmeert, het is niet dwingend of opdringerig, niet hardleers feministisch. Toch heeft het korset van metaalgaas iets van een harnas.

Een ander werk heeft als titel: 'Slachtoffer van haar eigen succes'. De annotatie – zo kun je de titels maar beter benaderen - eert de kracht en de moed van de vrouw. Hier is bovendien het contrast tussen sensualiteit en tekst veel groter. Aan de bustier hangen aluminium plaatjes zoals de franjes aan een echt corsage. Als je dichterbij komt, merk je dat er in de alu-plaatjes ook tekst is gegraveerd. Daar tref je de Engelse woorden aan voor ‘besnijdenis’, ‘verstoring’, ‘verkrachting’, ‘prostitutie’, ‘vernedering’, ‘lustmoord’, ‘fysiek geweld’, ‘seksueel misbruik’. Het liefelijke van de voorstelling (jawel, meneer!) zorgt ervoor dat deze woorden harder aankomen, als reële aanklachten. De annotaties van de kunstenares stemmen de beschouwer tot nadenken. Ook in dit werk is de tegenstelling tussen vrouwelijke fragiliteit en het metaalgazen harnas schrijnend. Het corsage staat eveneens voor het insnoeren van de talenten van de vrouw en haar mogelijkheden om zich te ontplooien of op zijn minst zichzelf te zijn.

Inge de Schuyter vertolkt op een bijzonder orginele wijze haar visie op de mondiale samenleving waar de discriminatie van de vrouw een probleem blijft. Heeft dit probleem te maken met de tijdsgeest waar angst voor het onbekende heerst of voor wat niet beheerst kan worden? Moet de ontplooiing van de vrouw daarom aan banden worden gelegd?

Haar kunst oogt niet maatschappijkritisch, maar is het wel - en dit is haar grote verdienste -, maar de boodschap is duidelijk: geen l’art pour l’art, de kunstenaar heeft een maatschappelijke missie, hij moet deelnemen aan het maatschappelijk debat. Op een kunstzinnige wijze.

Het is duidelijk dat Inge de Schuyter gewonnen is voor een toenadering tussen mode en kunst. In haar beleving ontsnapt de mode uit haar al te nauwe commercie-korset om zich als kunstobject veel vrijer te bewegen. De vluchtige schijn van haar kunstobjecten bedriegt. De beschouwer is weliswaar gecharmeerd door de schoonheid van het beeld dat zich artistiek reflecteert, maar de ‘lelijke’ werkelijkheid, met name het in de titel al verwoorde lot van de vrouw werpt een schaduw op deze schoonheid. Het verschil tussen het waas van glamour dat de vorm van het kunstobject creëert, en de inhoud van de boodschap is zo groot geworden dat de beschouwer beide elementen als iets zelfstandigs kan zien. De fraaie uit-beelding maakt de twee kanten even tastbaar. Ze maakt het probleem zichtbaar en bespeekbaar. Zonder agressie of betutteling.

Thierry Deleu

Geen opmerkingen: