toen is lang geleden
de adem barstensvol getemper
ingehouden om vast-
besloten uit krappe kamer te breken
kinderen wijs wachtend
geschroefd op piëdestal
(honger scheurt niet door de buiken)
verstrooien vooral het blik dwarst
het blik dat scherp als vaag
labeurende hoop verknoopt
tot grijze haren verpulverd tot stof
na het bruinen van blaren bevroren
onder jaren gloeiend sneeuwlicht,
licht dat loodzwaar schaduwen hangt
onder de kouwe kleren
ze blijven heelhuids, ’s avonds flakkert
een aarzelende kaars de avond en ingelijfd
op zondagen schateren ze zondaags
dat geschiedenis toekomst schrijft
© Marleen De Smet

Geen opmerkingen:
Een reactie posten