IK KAN HET HEIBELEN NIET LATEN - EEN HAAT-LIEFDEVERHOUDING?
Thierry Deleu
Een kloeke “Heibel” ligt boven op mijn brievenbus. Het tijdschrift kan (wil) niet bij mijn dagelijkse post. 128 bladzijden boeiende artikels, vol gillende uitschuivers, met tabasco opvliegers en bittere nasmaken. In een stevige retroverpakking.
Wat biedt ons de nieuwe “Heibel”? Waarover wordt er geheibeld? Wie wordt de grond ingeboord en wie wordt de hemel in geprezen? Vind ik dezelfde ingrediënten terug? Dezelfde statements? Dezelfde (hardgekookte) principes?
Is er enige pitié voor de ongelovigen? De niet-kerkelijken? De zwartzakken? De gearriveerden? De gesubsidieerden?
“Heibel” begint met een “Bericht aan de heibelverslaafden”. Omdat ik daarbij hoor, lees ik dat mijn naamgenoot Jozef alweer een veeg uit de pan krijgt. Heeft Jozef echt zoveel macht en invloed?
Welke zijn de hoofdrolspelers in deze “Heibel”? De protagonisten? De antagonisten? De gelauwerden? De gedupeerden? De gebalsemden? De vermaledijden?
Ik doe een poging, een simpele poging, noem het een infantiel proberen om een antwoord te geven.
Bij de categorie “die in goede aarde vallen” staat Lief Vleugels op één. Terecht. Zij schrijft mooie poëzie. “Heibel” beloont haar met 10 bladzijden. Maar het is niet alles: ook Mensen wordt besproken. Onder deze doodgewone titel worden schilderijen van Jef Blancke en teksten van Lief naast elkaar gezet. Jef is ook schrijver. Ik herinner mij zijn roman Holleweg. Mooi boek. Zo krijgt Lief nog eens 4 bladzijden extra.
Maar “Heibel” blijft niet lief.
Yves Desmet werd geïnterviewd door Nadia Dala in “De Morgen” van 27 juni 2009. De voor-de-raapse Yves is een open boek - een zegen voor een interviewer -, hij zegt wat hij denkt over Mireille Schreurs en Freya Van den Bossche, wanneer hij zijn eerste erectie kreeg, zijn opgeblazen huwelijk en zo. O zegt “Heibel”, wat een bedenkelijk niveau!
Op blz. 25, op een halve bladzijde, worden vier slechteriken (de categorie “die naar de hel zullen gaan”) gebrandmerkt: Mireille, Karel, Freya en Yves. Uit betrouwbare bron weet ik dat dit klaverblad lid is van de Loge.
Op blz. 26 herinnert Robin Hannelore zich “zoveel krasse dingen”. Onder andere hoe hij op school voor “een plechtige-communicant” werd aanzien. Hoe hij het ter ziele gegane “Labris” een esoterisch lettristisch tijdschrift vond. Hoe hij samen met Frans Depeuter en Walter van den Broeck “Heibel” oprichtte. Hoe Walter er vanonder muisde (spijtig dat het niet “moos” is, zoals “las”). Hoe Frans en hij in een vlaag van zinsverbijstering “Heibel” overlieten aan Luc Van Campenhout en Gust Faes. Hoe zij hun kind fout zagen opgroeien, bedenkelijk oud worden. Hoe zij tantaluskwellingen kregen.
Robin leert Ruyslinck en Lampo kennen. Hubert zorgt voor een keerpunt. De geschiedenis gebiedt Hannelore te zeggen dat Lampo, Veulemans en Jonckheere grote meneren waren. (Ik heb het zo dikwijls anders gehoord!)
Volgens Hannelore is Walter van den Broeck “een der grootste talenten van de (toen) jongerengeneratie.”( Zou Depeuter dit ook beamen, publiekelijk?) Een andere vaandeldrager van de jongeren (toen) is Frans Depeuter (zegt Hannelore). Ook Jan Berghmans behoort (toen) zeker tot de elite van zijn generatie. Hannelore is nog altijd in de wolken van zijn ontmoeting met “de fameuze, zelfs beruchte Maria Rosseels”. De geciteerden wonen (woonden) in Limburg of komen (kwamen) er die dagen wonen. Ook “de veelzijdige” Jan Veulemans behoort tot de beteren van deze aarde.
Lespeki Nisi-nanga-masru Na’patu publiceert zijn “verdere belevenissen”. Leuk, maar niet relevant. Behalve dat ik verneem dat Frans graag pale ales drinkt en veel.
Dat “Heibel” veel bladzijden spendeert aan de (uitreiking van de) Nestorprijzen 2009, is vanzelfsprekend. Frans en Robin zijn tenslotte de initiatiefnemers. Cas Goossens en Louis Neefs verdienen de Prijs. De slottoespraak van Depeuter is een gezonde etalering van kennis (wijnkennis bv.) en Vlaamsvoelendheid.
Julien Vangansbeke gaat weer door het (lees)lint. Hij bespreekt bevlogen enkele boeken. Streng. Het grote uitstel van Marc Reugebrink, Vallende vrouw van Karin Spaink, Lolita van Vladimir Nabokovs zijn meester-werkjes. Hella Kuipers krijgt voor haar Brandsporen niet het maximum. Er is te veel “worstenvullerij”. Vangansbeke is vol lof over de gedichtenbundel Winterwerk van zijn vriend, wijlen Fernand Handtpoorter.
Van Scharrelhaan van Jean-Pierre Dumoulin blijft geen spaander meer over. Het boek is een “prul”. Ik heb enig meevoelen met het “allermooiste Vlaamse dichteresje sinds het einde van WO II”, Patricia Lasoen, zijn echtgenoot.
Ik vermei mij in het “onthullen” van koningen en koninginnen. Ik heb geen hoge pet op van “hemelsblauw bloed”. Ik kan mij echter vinden in Juliens visie dat vele van deze boekjes over royals “niemendalletjes” zijn. Zelfs Evrard Raskin bezondigt zich hieraan.
“Werkmensen met het hart op de juiste plaats stellen zich niet alleen vragen over de dotaties, maar ook over de schandalig hoge wedden en pensioenen van hun raadgevers.”
In “Kort geknipt” is Staf Versweyveld de kapper van dienst. Ik zie (?) het hem graag schrijven: “Herman Brusselmans deed kond van het feit dat hij het hele jaar 2010 lang geen boek zal publiceren.” Indien het een stunt zou zijn, dan zou ik zwaar ontgoocheld zijn, Herman.
Saskia De Coster is buiten bij “De Standaard” en Groen! Is dit het trieste lot van onze “zwartgelaarsde ijskoningin” die zich als een “lijzig meisje” door de Letteren waadt? Ik hou van haar… spartelen om boven water te blijven. Geen kwaad woord over mijn fb-vriendin.
Kristien Hemmerechts is weg en straks is ze terug van weg geweest. Van Atlas naar De Geus. Omwille van de redactionele begeleiding. Wijs, Kristien!
Joke “Laagvliegje” mag voor mij eens het decreet over VFL herschrijven. Of kent zij nog het VFL niet? Weet zij (nog) niet dat het Fonds auteurs gijzelt, discrimineert, zichzelf verrijkt. Schauvliege werd beloond, verloond, gehoond door dezelfden, die haar met Cultuur een spiegel voorhouden. Knap staaltje van hypocrisie! Ik geef echter grif toe dat “haar voorgangers” ook niet zo inventief waren.
In “Het tetteren van de Letteren” laat Bart de Man “wekelijks de nieuwste letterkundige opblaaspoppen leeglopen”. Geen moeilijke klus. Lees:
- Yves Desmet, de cultuurpaus aller pausen.
- Gust Gils is een groot dichter.
- De (herrezen) Jean-Marie Berckmans geeft van jetje.
- Constant De Kinder was een genie, een waarachtig wichelaar, een toekomstblikker, een Nostradamus zijner jeugd.
- Hugo Bousset, Knoet de IJsbeer.
Frans schrijft een brief aan koningin Fabiola. Is Alowie Overtwater zijn alter ego? Hij vergelijkt haar met Jeanne d’Arc. Hij verheugt zich over de moeite die veiligheidsagenten op de nationale feestdag hebben getroost om haar te beschermen, te bewaren, te pamperen.
Hij maakt zich boos om de aantijgingen in “La Dernière Heure” dat zij Boudewijn zou hebben vergiftigd.
In een P.S. feliciteert hij Filip met zijn baard: hij ziet er mannelijk uit, grijs en wijs, majestueus.
Wat een baard doen kan! Hij straalt enerzijds rauwe oerkracht uit en anderzijds getemde passie.
Frans zelf ontvangt een tweede brief van “Albeir Den Twiede”, waarin de koning zijn Technema 90 van 185,5 miljoen frank aanpraat.
Robin Hannelore (altijd heb ik de neiging om Robin Hood te schrijven) maakt “Heibel in Lilliput”. Hij serveert de lezer nog enkele stouterds (= zij die niet op de juiste wijzen heibel maken): Bertje Anciaux, de tv-kwibus Marcel Vanthilt, de kunstenmakers Lanoye, Fabre en Tuysmans. Deze drie laatsten “beheersen de kunst van het naar boven vallen.” Ook de nationale hofnar, Urbanus, krijgt een veeg uit de pan. Depeuter verdenkt hem ervan opzettelijk hardop “anders” te denken. Hij geeft enkele voorbeelden:
- sterkste wapen van links is een stempel met een hakenkruis.
- tegenwoordig moet je altijd je woorden wegen.
- ge zijt heel rap een racist of een separatist.
- geef je Jean-Marie Dedecker gelijk, dan ben je een loeiboedist.
Zo sprokkelt Frans zeggende woorden van Urbanus over de berichtgeving, over racisme en de allochtonen, over lachen en geloof, over de vuile partij, over links en rechts, groen en rood, over rechtse portefeuilles, over onze politici, over de (on)veiligheid, over de omgekeerde wereld, de solidariteit met de Walen en het nut van diploma’s.
En Frans sprokkelt verder…
Staf Versweyveld herdenkt de doden: Hilde Rens (“Dupon was de pineut”), Karel van Miert (“een veeltalig verstandige landman”), Wacko Jacko (“de plastieken King of Pop”), Simon Vinkenoog (“verloederd, grappig, hallucinerende schrijver-dichter”), Michaël Zeeman (“Nederlands allergrootste lezer en afschrijver”), Christine D’haen (“de beste naoorlogse dichteres van Vlaanderen”).
Frans Depeuter verdiept zich in Ex-drummer, de verfilmde roman van Brusselmans. Hij noemt het “een flinterdun verhaaltje, … dat al snel tot een maffe brij van geforceerde onnozelheden evolueert.” En ook: “Brusselmans beseft dat hij aan ’t lullen is en stapt uit de band om nog wat cynische grimmigheden en vuilbekkerij te produceren.”
Van die “schotel kwakjes” heeft Koen Mortier een film gemaakt.
Depeuter is niet de enige die Ex-drummer terug in de beerput wil dumpen. Toch zijn er ook die dat soort “humor” op prijs stellen. De meningen zijn dus verdeeld.
Julien Vangansbeke (helemaal terug van weg geweest) dient de lezer “hersentjes met appelmoes” op. Na vijftien jaar inactiviteit begint hij weer kronieken te schrijven. Ik ken Julien van “Yang”, “Kreatief” en “Boulevard”. Een toffe peer.
In zijn kroniek brengt hij een ode aan dactylografe Christa die in de jaren ’80 “Yang” belangeloos uittypte op een IBM-composer “met bolletje”. Haar bazen waren Herman Balthazar en Robert Van Eenoo van de Gentse universiteit. Toen “Yang” in offset werd gedrukt, werd Christa “offsetster”.
Frans trekt opnieuw de paarse toga aan en banbliksemt enkele Vlaamse wijven, kunstenmakers en gescalpeerde zangers, zoals Goedele, Murielle Scherre, Roos Van Acker, Dina Tersago, Saskia De Coster, Annelies Verbeke, Kristien Hemmerechts, Nadia Dala, Kamagurka, Lotti, Christophe Vekeman en Herman Brusselmans. Enkelen van hen passeerden al eerder de kassa!
“Heibel” kabbelt voort tot bladzijde 117 waar ik Willy Copmans’ “Boekenkraam” uitzet. Copmans: alweer een oude bekende. “Heibel” wordt oud.
Hij bespreekt Een Keulse reis van Hans Ratsma (“één sterk geheel”), Anaxia van Richard Verbrugghe (“niet overtuigende roman”) en Verzwegen Oorlog van Frits Criens (“geen grote roman, toch een goed gevoel”).
Ook de “onpartijdigheid” van de openbare omroep krijgt een veeg uit Depeuters pan. Lees:
- Een Rood Nest.
- Journalisten met een Rode Zegeltje of een rode sjaal.
- Discriminatie, politieke vaardigheid, misleiding.
- De VRT is niet politiek onafhankelijk, niet neutraal, geen garantie voor de democratie.
- De Openbare Omroep manipuleert.
- In Villa Politica (renne)rent een “Zwarte Lola”.
Frans wil nog eens “Vlaanderen volgens Hans Tijl” uit de (archief)kast halen. Gelijk heeft hij! Tijl maakte er een potje van. Vlamingen zijn “kleinburgers die jagen op geld en bezit” (dit is niet altijd waar, Hans) en “geen levensgenieters” (sommige Vlamingen zijn echte Bourgondiërs, Hans). De Vlaming is “een schaap in schaapskleren” (volgens Hans zijn wij schaapachtig dom, onnozel, bête). Vandaar dat “de Vlamingen zich kunnen optrekken aan de Walen.”
Tijl heeft overschot van gelijk als hij zegt dat “Freya een aardig snoetje” heeft en Tom Boonen “een mooie jongen” is. Dat Reynebeau (wat een naam) “een jonge god is”, vind ik dan weer grof overdreven.
Zoals bij vorige nummers maak ik er een sport van om in “Heibel” de goeden en de slechten te zoeken (cowboys en bandieten, cowboys en indianen). Iedere keer word ik gesterkt in mijn overtuiging: “Heibel” is rechts, katholiek, Vlaams. Er is daar niets fout aan. Ik wil gerust bekennen dat ik voor links wordt “aangezien”, mij altijd Vlaams heb gevoeld, zeker niet katholiek ben of kerkelijk, vrij-denkend en vrij-onderzoekend (ik heb de waarheid niet in handbereik), bij wijlen allergisch voor structuren en sekten, ronduit: een bruisend vat vol wankel (on)evenwicht.
De lijstjes: een greep uit de goeden: Jef Blancke, Lief Vleugels, Jan Veulemens, Jan Berghmans, Maria Rosseels, Fernand Handtpoorter, Filip, Karel van Miert, Christine D’haen; een greep uit de slechten: Yves Desmet, Mureille Scherre, Freya Van den Bossche, Jean-Pierre Dumoulin, Herman Brusselmans, Saskia De Coster, Kristien Hemmerechts, Marcel Vanthilt, Lanoye, Fabre, Tuysmans, Urbanus, Annelies Verbeke.
“Heibel” blijft een curiosum in ons literair landschap. Een hebbeding! “Het Pallieterke” van de letteren! Ik heb ook van het derde nummer, 14de jaargang, intens genoten!
Thierry Deleu
“Heibel”, 14de jg., nr. 3, Frans Depeuter, De Heikens 29, 2250 Olen - 25 € voor een abonnement op 979-3986331-24 van FD.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten