12 november: 't Is Feest op 't Slot
De fine fleur, haute-volée, slotheren, slotvrouwen,
schrijlings of in amazonezit rijden zij
de ophaalbrug over, strojonkers, vlaggejonkers, pages,
schildhouders, wapendragers houden meester en paard
bij de teugels, Joris slaat nauwlettend zijn heer gade,
Parcilot, Genoveres favoriete ridder,
de ridders van het Scheermes komen thuis van de
dertiende, de kruistochten zijn in trek, trendy reizen
naar verre warme landen, grootdadig streden zij
voor het goede doel: het Heilig Land ontfutselen
aan de zwarte moren, Diederik en Filips van den Elzas,
de vaders van Robert van Bethune en Gwij van Dampierre,
neven en ‘nichten’ gingen vrede stichten in Jeruzalem,
“Parcilot heeft zijn sporen verdiend,” fluistert stiekem
Genovere tegen een fellen met een baard scheel
van dorst, ’t was een lange voettocht van zon naar maan,
van ginder tot hier, van warm naar koud, de faam snelde
hen vooruit, de vijand deed hen wijken, de strijd was
ongelijk, de moren bliezen zich op, hun kijvende
vrouwen ingepakt, donkere spoken die zich
omzichtig voortbewogen op het slagveld, lijken
pikkend, adelbrieven gebruikend als pasmunt,
de gate scharniert open, een stille stoet trappestapt
binnen in rijen van twee links rechts de binnenkoer op,
Parcilot glijdt van zijn ros, Genovere begroet
haar Heer met een dikke knuffel, het edelmetaal
tegen haar borst drukkend, een zoen op zijn gebarsten
lip, de freules en knapen juichen hun meester toe,
hij die zonder blaam of vrees henenging,trompetten
schallen, de paarden hinniken hees, de stalknechten
geuren naar vers stro en haver, de Heer wenkt zijn kompanen,
de wastobben worden buiten gezet, de ridders ontdoen zich
van hun bast, gieten seulen water over hun hoofd,
straks is het feest op ’t Slot van here Parcilot,
met clubkaart en gesloten deuren, de trouvères
schrapen hun keel, de deernen hun gat tot laat in de nacht.
schrijlings of in amazonezit rijden zij
de ophaalbrug over, strojonkers, vlaggejonkers, pages,
schildhouders, wapendragers houden meester en paard
bij de teugels, Joris slaat nauwlettend zijn heer gade,
Parcilot, Genoveres favoriete ridder,
de ridders van het Scheermes komen thuis van de
dertiende, de kruistochten zijn in trek, trendy reizen
naar verre warme landen, grootdadig streden zij
voor het goede doel: het Heilig Land ontfutselen
aan de zwarte moren, Diederik en Filips van den Elzas,
de vaders van Robert van Bethune en Gwij van Dampierre,
neven en ‘nichten’ gingen vrede stichten in Jeruzalem,
“Parcilot heeft zijn sporen verdiend,” fluistert stiekem
Genovere tegen een fellen met een baard scheel
van dorst, ’t was een lange voettocht van zon naar maan,
van ginder tot hier, van warm naar koud, de faam snelde
hen vooruit, de vijand deed hen wijken, de strijd was
ongelijk, de moren bliezen zich op, hun kijvende
vrouwen ingepakt, donkere spoken die zich
omzichtig voortbewogen op het slagveld, lijken
pikkend, adelbrieven gebruikend als pasmunt,
de gate scharniert open, een stille stoet trappestapt
binnen in rijen van twee links rechts de binnenkoer op,
Parcilot glijdt van zijn ros, Genovere begroet
haar Heer met een dikke knuffel, het edelmetaal
tegen haar borst drukkend, een zoen op zijn gebarsten
lip, de freules en knapen juichen hun meester toe,
hij die zonder blaam of vrees henenging,trompetten
schallen, de paarden hinniken hees, de stalknechten
geuren naar vers stro en haver, de Heer wenkt zijn kompanen,
de wastobben worden buiten gezet, de ridders ontdoen zich
van hun bast, gieten seulen water over hun hoofd,
straks is het feest op ’t Slot van here Parcilot,
met clubkaart en gesloten deuren, de trouvères
schrapen hun keel, de deernen hun gat tot laat in de nacht.
Derek van ’t Gulle Zand

Geen opmerkingen:
Een reactie posten