
Inzending: Ruud Poppelaars
Aard-Jan Quaak overleed op 9 september
Licht en klaar
(In Memoriam Aard-Jan Quaak)
Is het de rapsodie in zijn ogen die je niet ziet.
Stoere vlegel week als thee.
Of is het dan toch de bloem die samenvat hoe eenzaam
de wortel is geweest.
En je denkt slechts dat hij niet slaapt. Bijvoorkeur ’s avonds.
Als de stenen sterren eten. Als de kelp begint te ijlen.
Dan sta ik wel eens vanaf een Scheldedijk een beetje onhandig te sturen in zijn zee. Licht en klaar. En ook daar telkens weer die rapsodie.
Het is inmiddels precies een jaar geleden dat de dichter Aard-Jan Quaak besloot de aarde te laten voor wat ze is.
Maar hij laat sporen achter. Zo kwam ik hem opeens tegen in een versregel halverwege het gedicht Het Tuinfeest van Martinus Nijhoff: Ginds, aan den overkant, gaan reeds gitaren.
Maar wat was Quaak zelf een buitengewoon sterk dichter (Het is de bedoeling dat er een kloeke selectie uit zijn werk verschijnt, bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. De uitgave stond oorspronkelijk voorzien voor het najaar van nu, 2009. Helaas heeft de uitgave vertraging opgelopen. Aldus initiatiefnemer F. Starik) en wat was deze Zeeuw, vol van pretletters, geliefd. Twee collega dichters van hem laten op hun beurt zien wat voor lampionnen hij zoal nog meer in hun tuin achterlaat. Tot voorbij de vlindertoren, welhaast. Mensen. En Quaak, zoals we hem kennen, zelf schraapt nog wat na op straat: We hopen dat het overgaat.
Zwaluwstaart
Groter dan een hemel denk ik niet of hoger jij
'n zwaluw reikt zijn veren aan als schrijfgerei
of vlecht een stoel waarop het zitten lager is
niemand hoort je schrijven in het samen zijn
dan jij alleen als ik je voorlees en we lachend
door de verzen gaan dan ben ik jij, zo dicht
laten we zoete woorden zijn en al het zoute dat
verstijven vloeibaar maakt het weke als ik schrijf
over tijd 'n zwaluwstaart van hoe men veren vond
niet dat vogels zingen zoals jij die anders vliegt
dichter naar zee die verder trekt in golven wee
zoekend water dat leven slaat meer nog dan lucht
één zwaluw maakt geen zomer of zomers van
voorbij maar klinkt zich enkel aan de dagen
die vergedragen stiller maken of een hoger jij
(Rhinda)
Quaak ontwaak
Ik droomde dat je langzaam wakker werd,
de veren schudde. Klanken vielen
uit je mond zo op hun plek alsof
ze daar nog hoorden sinds het ogenblik
dat je de ogen sloot, jouw laatste hand
de pen neerlegde, in je oor opnieuw
de twijfel aan het keer op keer onzinnig
worstelen met dagaanbieding en intieme
rijmafspraken in de schoot zijn kop
legde, dat ene woord blies dat wij
hoorden toen de luchtbel weer eens
doorgeprikt werd. Deze keer. Voorgoed.
(Peter J.R. Vermaat)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten