Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

7 september 2009


Inzending: Ruud Poppelaars
Aard-Jan Quaak overleed op 9 september



Licht en klaar
(In Memoriam Aard-Jan Quaak)

Is het de rapsodie in zijn ogen die je niet ziet.
Stoere vlegel week als thee.
Of is het dan toch de bloem die samenvat hoe eenzaam
de wortel is geweest.
En je denkt slechts dat hij niet slaapt. Bijvoorkeur ’s avonds.
Als de stenen sterren eten. Als de kelp begint te ijlen.
Dan sta ik wel eens vanaf een Scheldedijk een beetje onhandig te sturen in zijn zee. Licht en klaar. En ook daar telkens weer die rapsodie.

Het is inmiddels precies een jaar geleden dat de dichter Aard-Jan Quaak besloot de aarde te laten voor wat ze is.
Maar hij laat sporen achter. Zo kwam ik hem opeens tegen in een versregel halverwege het gedicht Het Tuinfeest van Martinus Nijhoff: Ginds, aan den overkant, gaan reeds gitaren.
Maar wat was Quaak zelf een buitengewoon sterk dichter (Het is de bedoeling dat er een kloeke selectie uit zijn werk verschijnt, bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. De uitgave stond oorspronkelijk voorzien voor het najaar van nu, 2009. Helaas heeft de uitgave vertraging opgelopen. Aldus initiatiefnemer F. Starik) en wat was deze Zeeuw, vol van pretletters, geliefd. Twee collega dichters van hem laten op hun beurt zien wat voor lampionnen hij zoal nog meer in hun tuin achterlaat. Tot voorbij de vlindertoren, welhaast. Mensen. En Quaak, zoals we hem kennen, zelf schraapt nog wat na op straat: We hopen dat het overgaat.

Zwaluwstaart

Groter dan een hemel denk ik niet of hoger jij
'n zwaluw reikt zijn veren aan als schrijfgerei
of vlecht een stoel waarop het zitten lager is

niemand hoort je schrijven in het samen zijn
dan jij alleen als ik je voorlees en we lachend
door de verzen gaan dan ben ik jij, zo dicht

laten we zoete woorden zijn en al het zoute dat
verstijven vloeibaar maakt het weke als ik schrijf
over tijd 'n zwaluwstaart van hoe men veren vond

niet dat vogels zingen zoals jij die anders vliegt
dichter naar zee die verder trekt in golven wee
zoekend water dat leven slaat meer nog dan lucht

één zwaluw maakt geen zomer of zomers van
voorbij maar klinkt zich enkel aan de dagen
die vergedragen stiller maken of een hoger jij

(Rhinda)


Quaak ontwaak

Ik droomde dat je langzaam wakker werd,
de veren schudde. Klanken vielen
uit je mond zo op hun plek alsof
ze daar nog hoorden sinds het ogenblik
dat je de ogen sloot, jouw laatste hand
de pen neerlegde, in je oor opnieuw
de twijfel aan het keer op keer onzinnig
worstelen met dagaanbieding en intieme
rijmafspraken in de schoot zijn kop
legde, dat ene woord blies dat wij
hoorden toen de luchtbel weer eens
doorgeprikt werd. Deze keer. Voorgoed.


(Peter J.R. Vermaat)

Geen opmerkingen: