Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

27 augustus 2007

Heertje Psilo ten voeten uit!

OF HOE LUUK GRUWEZ ZICHZELF
OP MEESTERLIJKE WIJZE PORTRETTEERT!


Luuk Gruwez (°1953) is fulltime schrijver van poëzie en proza. Hij schreef ook columns voor De Standaard en De Morgen (elke maand tot 2003).
De critici rekenen zijn werk tot de neoromantiek (een reactie op het nieuw-realisme van de jaren ’60). Vooral in zijn poëzie eist Gruwez een plaats op voor gevoelens van liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood.
Zijn gedichtenbundels werden herhaaldelijk bekroond, zoals De feestelijke verliezer (1985) met de Dirk Martensprijs, Dikke mensen (1990), met de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen, Vuile manieren (1994), met de Hugues C. Pernathprijs.

Psilo is een vreemde man. Hij lijkt wel stateloos te zijn en zonder kennis van zijn roots. Soms lijkt hij een androgyn levend wezen. Zijn autonomie is ongelooflijk groot en dat wekt onrust op: Psilo is heel zelfingenomen, creatief, want hij vindt voortdurend zichzelf uit. Psilo is een (de) Schepper van zijn nietigheid; hij acht zichzelf een onbeduidend en onbestemd deeltje van het onmetelijke heelal.

Psilo heeft vele trekken van zijn Schepper, de auteur Luuk Gruwez. Blijkbaar is Psilo niet erg tevreden over zijn Schepper en vergeet hij hoe hij zijns Gelijke is, zijn spiegelbeeld, zijn blauwdruk. Hij ergert zich over God tegen wie hij een rechtszaak aanspant, hij ergert zich over beider hang naar perfectie en hij stelt herhaaldelijk vast dat die onmogelijk te realiseren is.

Opgelet, die rechtszaak legt ook de oeverloze melancholie van Psilo bloot. Hij wil steeds elders zijn, hij lijdt onder zijn evasiedrang. Hij keert zich tegen zijn eigen schepping; hij ergert zich aan zijn melancholie, maar hij verdedigt het recht op heimwee; hij vlucht en iedere keer komt hij bij de Dood terecht.

Hierdoor is Psilo, hoe vreemd hij zich ook gedraagt, hoezeer hij ook in permanente mutatie is, een mens, of beter: hij is menselijk.

Hij wil een fabelachtig zakencijfer, een bolide van een wagen, een harem meisjes om zijn libido te blussen, een kast van een villa, een riant buitengoed. Hij wil alles wat een mens wil hebben die niet te stelpen is, die méér wil, die méést wil, die nooit verkrijgt omdat perfectie bereikbaar is. Psilo barst van ambitie, hij wil het ver schoppen, maar weet overigens niet of het hem zal lukken. Hij kijkt neer op die deerniswekkende en stupide medemensen en vraagt zich toch aarzelend af of zij het niet verder hebben geschopt.

Psilo, androgyn en zelfcreërend, is niet alleen Adam en Eva, maar ook “hebben” en “zijn”. Wie het meest heeft, is ook het meest! En wat hij niet direct wil toegeven is zijn aftakeling, zijn verval, zoals al wie en alles wat geschapen is, vervalt. Psilo bestaat uit ontelbare gaten die minuut na minuut toenemen. Als uitslag die zich snel verspreidt over het lichaam. Hij is permanent bezig met het stoppen van die gaten, hij vult zichzelf op met bezit om niet leeg te lopen, maar hij is lek, zo lek als een mens kan zijn.
Als lezer realiseer je je dat Psilo een optelsom is van wat je zelf mist of begeert. Hij geniet van het weekend, hij haast zich moedeloos naar het werk (de gaten vullen!), hij voelt zich opgebrand en klaar voor het vilbeluik.

In dit bevreemdend verhaal, zwanger van metafoor en dubbele bodem, vind je romantiek en mystiek.

Psilo doet als figuurtje denken aan Peenhaar van Jules Renard en Monsieur Teste van Paul Valéry. Maar in zijn korte verhaaltjes is Gruwez zoveel origineler en gevatter. Gruwez is een categorie apart als dichter en schrijver. Hij heeft het talent om het verhevene te vermengen met het aardse, hij houdt zichzelf en zijn lezers een spiegel voor, hij is grappig in zijn intriestheid, hij doet aan zelfanalyse op een wijze die de lezer intrigeert, soms “bouleverseert”, maar altijd pakt en ontroerd. Hij speurt naar zijn eigen identiteit, maar ik verdenk er hem van dat hij die kent en met korte stoten - om niets te bruuskeren - kenbaar maakt.

Luuk Gruwez schreef met Psilo een boek over ieder van ons (met dezelfde gevoelens van angst, pijn, liefde en verlangen naar geborgenheid). Psilo is een universele mens. Een mooie, evocatieve boek waarmee de West-Vlaming Luuk Gruwez hoge literaire ogen gooit!


Thierry Deleu

Luuk Gruwez, Psilo, Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 2007, met tekeningen van Ilah, ISBN 978 90 295 64847/NUR 301

Geen opmerkingen: