Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

13 november 2012


13-11-2012
Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zee (Nicole Van Overstraeten)
De overgang van het zomerseizoen naar de herfst is weer achter de rug. Het regent dat het giet en we bibberen af en toe van de kou: heerlijk! Maar de omschakeling ging ook gepaard met onheilspellende berichten: mensen in mijn omgeving werden plots ziek, in de wereld volgden rampen mekaar in ijltempo op. Ook bij ons was het bijwijlen hectisch... 

We moesten poes Pipo vrijdag bij de dierenarts binnenbrengen, het beestje was zwaargewond na een vechtpartij en een ongelukkige val. Pas zondagmiddag kregen we hem terug, na twee gesofisticeerde operaties. Maar een kat heeft negen levens en pipo wandelt - met kaal geschoren buik en achterwerk - weer rond in het salon. 
Was daar wel een beetje van ondersteboven, veearts was in het begin niet positief en we vreesden het ergste...
maar na een periode van opschudding komt, heel onopvallend en op natuurlijke wijze, weer een rustpauze. Je moet alleen een beetje aandachtig nagaan wat rondom je gaande is en openstaan voor de toemaatjes (ik schreef bijna tomaatjes!) van het lot. 
Een tijdje geleden kreeg ik een mooi gedicht over de zee doorgemaild en gisteren vond ik - toeval bestaat niet - in mijn mailbox prachtige beelden en een video van Henri Lemineur uit Sint-Idesbald. Ik kreeg onmiddellijk toestemming om de video te kopiëren en ook Thierry Deleu gaf zijn gedicht prijs. Daarom dit bericht, als interval tussen ander opwindend nieuws...
P.S.: het gedicht begint 's morgens, de video is opgenomen bij zonsondergang, maar ala..

DE ZEE, MIJN LIEF

Mystiek de liefde die ik voor jou
voel wanneer ik bij ochtendgloren
mijn ogen opendoe de zee zich
aandient als ontbijt meeuwen krijsen

mijn favoriete ochtendlied
tussen zonsopgang en zonsondergang
probeert zij mij te verrassen met
haar liefdesspel dans van beweging

en positionering ik lijk verstroomd
de glimlach van de eerste golf herhaalt
zich duizendmaal repetitio
mater studiorum glinstering

van zoveel oogopslagen mijn woorden
luisteren naar de echo die in
haar verste hoeken openknalt.
Zee, lief heb ik jouw lenig lijf!

Thierry Deleu  

11 november 2012



NIEUWSBRIEF WOORD & POEZIE * 06 *
ZONDAG 11 en MAANDAG 12 NOVEMBER 2012
WWW.RADIO68.BE

Beste liefhebber van poëzie en woord,

Vandaag en morgen (herhaling) hoor je op Radio 68 Lut de Block en Guy Commerman die voorlezen uit eigen werk. We kozen voor:
Lut de Blocks laatste bundel “Het holst van de lente” :
“Het jaar lichternis” van Guy Commerman (i.s.m. Jan Landau).
Daarnaast kan je luisteren naar uittreksels uit “Mistero Buffo” door – uiteraard - de Internationale Nieuwe Scène.
De muziek komt van “Luthomania” (cd Périples).
De show “My Generation” begint ’s zondags om 16 uur, het onderdeel “Vrije Vranke Woord en Poëzie” zelf start om 21 uur.
Herhaling op maandag: de show begint om 10 uur, het onderdeel “Vrije Vranke Woord en Poëzie” om 15 uur.

ELKE WEEK een nieuwe uitzending van HET VRIJE VRANKE WOORD en POEZIE:
ZONDAG 16 – 22 uur, Het Vrije Vranke Woord & Poëzie om 2100 uur **
HERHALING op MAANDAG 10 – 16 uur, Het Vrije Vranke Woord en Poëzie om 1500 uur ** www.radio68.be
Gedetailleerde PROGRAMMAGEGEVENS vind je op www.radio68.be

Bedankt voor de interesse,
Eddy BONTE
www.radio68.be


Guy Commerman


Winterzon


De zon kiert tussen de
huizen, verrast sneeuw en
buur, verstoort zijn winter
in lijf en leden,

een glimlach valt in de
plooi van mijn gezicht, ik
glijd de deur uit, voel de
koude van de grond de

kille lucht, de zon trekt
lijntjes tussen daken,
mijn gedicht licht heel
omzichtig het zout op,

onder mij - kinderen
sleeën voorbij, opa’s
manen aan voorzichtig
te proeven van het ijs,

de winterpret heeft zon
in de zeilen, de zee
kijkt meewarig toe hoe
zij aandacht verliest.
   

Thierry Deleu 

11 november

helden, geloof me, zij dragen
geen helm: zij worden door
vragen ontwapend

speld geen klaproos op je mouw
de velden waren van prikkeldraad
en kraters, van modder en rat

en dan de brand in de kelen,
de brand in de ogen:
het mosterdgas

geloof me, een held die houdt het
bij brieven, die schrijft de keizer aan
en een oproep zal hij verscheuren

en dan de staak, de paal, het peloton
op een rij dat richt op het hart: daar
staan de helden, als toortsen, ja

zij bezweken maar zwijmelden niet
over dappere moorden: zij schreven
hun woorden van protest,

zij weigerden en van hun weigering rest
geen spelden van klaprozen, geen velden
van leuze en leugen: alleen de balk
van de maarschalk - alleen dit geheugen:

zij bezweken om de dwaasheid te bezweren
zij stonden voor de vuurkracht van geweren
als bloedende toortsen in de nacht

Staf De Wilde

Nieuwsflash (7 oktober 2012)

Werk mee aan het 'World-Wide-Bird-Art-Project' dat door Ed Hanssen uit Nederland in juni 2012 op facebook werd gestart en tot doel heeft kunstenaars over de grenzen heen elkaar de hand te laten reiken onder de vorm van een kunstbijdrage. Het was de bedoeling dat 'Bird' op dezelfde dag zou worden voltooid (7 oktober 2012), daarna gefilmd of gefotografeerd en samen met de andere deelnemers worden doorgestuurd langs facebook, Youtube edm. Op dat moment begon 'Bird' zijn reis rond de wereld. Er waren een 38-tal landen ingeschreven.

Wat heeft dit nu met de kunstvrienden van Kunsten-en Literaire taverne De Kleine Notelaar te maken? Vermits het thema van gedichtendag 2013 Muziek is koppel ik als coördinator dit thema aan het project ‘Bird’, dat later een vervolg zal kennen tijdens de Poëziezomer van 2013.

Mijn persoonlijke interpretatie van dit project wordt een woordvogel die de vrede uitdraagt. Ik vind Ed's initiatief bijzonder geslaagd en wil hier dan ook zoveel mogelijk aan meewerken, maar zoals jullie weten deel ik dit graag met anderen, met jullie collega-kunstenaars bijvoorbeeld, zodat het project nóg waardevoller wordt en nóg meer betekenis krijgt.

Mocht het ooit lukken dat onenigheid en oorlog tussen de verschillende landen, waarbij kinderen en onschuldige burgers elke dag het slachtoffer worden, hierdoor zou worden gestopt, ik was een gelukkig mens. Een utopie? Mogelijk, maar het tegenovergestelde is ook mogelijk. Misschien kunnen wij onze woordvogel zo ver laten vliegen tot alle onvrede tussen de volkeren is uitgeroeid. Hoop doet leven, zegt het spreekwoord, en daar ben ik alvast rotsvast van overtuigd.

Met poëtische groet,

Patricia De Landtsheer - coördinator

Oproep: Bijdragen poëzie, onder het motto ‘Bird’, l’oiseau qui vole sans ailes (of de woordvogel waarvan sprake hierboven, een metafoor op de dichter, de schrijver, die het woord en zijn taal uitdraagt tot verbetering van de wereld waarbij vooral dialoog tussen de volkeren centraal staat en zou moeten leiden tot een vredevoller bestaan. Bird staat voor: tegen oorlog en geweld, voor vrede).

De poëtische inzendingen worden verwacht ten laatste op 15 december 2012. Het betreft max. één gedicht, niet langer dan 30 regels dat nog niet verschenen is in boekvorm, tijdschriften, langs poëzieroutes of facebook, in blogs of op websites. De mooiste bijdrage wordt later verder gebruikt en in samenspraak met de auteur verwerkt naar de poëziezomer 2013 toe (Notelaarse Kunst- en Poëziedagen) en zal opnieuw worden opgenomen in een bloemlezing. De gedichten worden in het Algemeen Nederlands geschreven. Vertaling ervan is toegelaten, maar moet samen met het Nederlandstalig gedicht worden aangeboden. Afmeting: het gedicht moet in een A5-formaat passen (voor de bloemlezing) en in Times New Roman 11 (interlinie enkel) worden toegestuurd aan landtsheer@yahoo.com. Korte gedichten liefst met interlinie anderhalf. Verdere info ivm bloemlezing en activiteiten hieraan verbonden volgt later.

Patricia De Landtsheer - coördinator

9 november 2012


Patricia De Landtsheer en de Openbare Bibliotheek 
Dendermonde
nodigen u van harte uit op de boekvoorstelling van

S T E A M I N G

Op woensdag 19 december 2012, aanvang 20 u
Kerkstraat 111 te 9200 Dendermonde.

Programma
- Inleiding.
- Els Piccart, griffier Jeugdrechtbank Dendermonde, over het juridische aspect "De hulpverlening aan het woord".
- De auteur leest een fragment.
- Receptie aangeboden door de auteur.

Intekenstrook
° Naam: ……………………………………………………………………….

° Adres: …………………………………………………………………..........

° Gemeente: ………………………………………… Postnummer: …………

Ο Woont de voorstelling graag bij met … personen en haalt haar/zijn ex. af op 19 december 2012, na de voorstelling, en stort 16,90 € op rek. BE69 0631 3870 4678 van Patricia De Landtsheer (duidelijk naam en aantal vermelden aub). Storting ten laatste op 5 december a.u.b.

O Woont enkel de voorstelling bij met ... personen

Ο Wil het boek opgestuurd krijgen (+ 2 € verzendkosten)
(gelieve uw keuze aan te kruisen a.u.b. en het adres te vermelden)

E-mail: Patricia De Landtsheer: landtsheer@yahoo.com

mijn allerlaatste gedicht

 dichters zijn loslopende dieren in de zooamuseren bezoekers met de gekende kunstjes
in ruil voor wat broodkruimels en chocolade
dichters horen bij de braafste dierensoorten:
tevreden met ‘t minste, een spiegel bijvoorbeeld
ze tonen graag met vooraf ingeschatte lust
de rood gezwollen billen van hun bavianenkont
en laten zich zonder gids in kratten verschepen
van daar in singapore naar hier in zaventem
dwaze moeders doen hun zonen een dichter cadeau
voor hun zestiende verjaardag, en voor de gezinsfoto
dat broedsel brengen ze een jaar later naar het asiel
krijgen snoep bij de eerste vleet en bij valavond een spuitje
terwijl een zuivere opzichter en ceremoniemeester
op de lier gedichten van herman de coninck voorleest
want daarvoor zijn die gedichtjes tenslotte geschreven
(nietwaar kristien?)
allemaal heerlijke grafschriften voor “deed ik het goed?”
[versie 8 nov. 2012]
Eric Rosseel

7 november 2012



Graag vestigt De Geletterde Mens uw aandacht op een nieuwe (tweetalige) uitgave, die een kleurrijk steentje vormt in de mozaïek van de moderne kunst:

MARK MEEKERS, FUSION, 
KUNSTENAARS UIT ZUIDWEST-FRANKRIJK  
ARTISTES PEINTRES DU SUD-OUEST

Gent, 2012, 129 p., 28 ill., 4 kleurenill.

“In deze eerste studie over de internationale schildersgroep ‘Fusion’, die een kwart eeuw geleden in Zuidwest-Frankrijk werd opgericht, toont Mark Meekers hoe deze ‘groene schilders’ de geesten rijp maakten voor de ecologische bewustwording en een terugkeer naar de essentie van het schilderen: kleur en licht.” (Achterplat)
De internationale groep FUSION werd in 1985 opgericht in de Périgord (Dordogne) door twee Vlaamse kunstenaars Marcel Rademakers en Rudy Meekers. Ze hield vijf grensverleggende tentoonstellingen in Frankrijk en zes in België o.a. in het CC. Sint-Agustinuskerk (Antwerpen).
Deze tweetalige uitgave bevat: definitie en concept / luminiscenties (historisch overzicht) / kunstenaars (biografieën) / tentoonstellingen / persartikelen / bibliografie.
MARK MEEKERS, gaf 63 publicaties in boekvorm uit, publiceerde talrijke artikels over kunst en literatuur, gaf talrijke lezingen o.a. over Camille Claudel, Van Gogh, Rembrandt e.a. Hij is “De meest bekroonde Vlaamse auteur” (De Standaard).

RECENSIES


- “Fusion is om velerlei redenen een buiten-gewoon boek, omdat je als recensent het niet in één oogopslag kunt onderbrengen in een genre. Is het een verhaal? Of is het een essay? … Een mee-slepend verhaal over ecologische bewustwording en terugkeer naar de essentie.” ( Th. Deleu)- “Niet Vlaanderen maar Frankrijk zendt zijn Vlaamse zonen uit (…) Mijn sympathie voor dat onderbelichte dat hier nooit voldoende kans krijgt of onder het stof wordt gevaagd!” (Frank De Vos)
- “Het boek Fusion is een totaalpakket geworden, een aanstekelijke portfolio, een mooi verpakte ‘stapsteen’ in het bouwwerk dat Kunst heet.” (Frank Cartsens)- “ Il y a chez tous, une démarche qui tend vers quelque chose de nouveau dans la peinture moderne où l’infini de l’espace de l’univers est repensé. (R. Bariteau, Le démocrate indépendant)

FUSION kan worden verkregen door overschrijving van 22 euro (verzendingskosten inbegrepen) op rekening IBAN BE33 0000 6188 0946, BIC BPOTBEB1 van Marcel Rademakers, Leo Dartelaan 20, 3001 Heverlee, met de vermelding “Fusion”.

6 november 2012


.
een wolk komt aandrijven
leeg
en sprakeloos
een vliegtuig doorklieft de wolk
en de wolk blijft sprakeloos
zo zit ik te kijken
doorkliefd door een vliegtuig
naar een wolk
al even sprakeloos

Eric Rosseel

4 november 2012


Op 11 november 2012 - dag van de wapenstilstand - start ‘Battle of the Rings’ 
in kunstgalerij De Mijlpaal in Heusden-Zolder.
        
         een expo over de ring in alle mogelijke betekenissen, symbolen en functies,
         over alles wat met een ring te maken heeft of ernaar verwijst,
         uitgevoerd in alle mogelijke materialen,
         met objecten waarin de verwijzing naar de ring expliciet aanwezig is
         en liefst niet groter dan 30x30x30 cm.

Max Gielis, Trees De Mits, Karin Borghouts, Rembrandt Jordan, Kuppers & Wuytens, An Lanckman, Lore Langendries, Jean Lemmens, Iris Mondelaers, Audi Pauwels, Kitty Spaenjers, Ick Reuvis, Helena Schepens, Ann Van Hoey, Siegfried De Buck, Koen Vanmechelen, Hilde Van Der Heyden, Inge De Schuyter, Nilton Cunha, Peter Deleu.

Een expo die deel uit maakt van de tentoonstelling COMBAT Koen Vanmechelen die van 7 oktober tot 16 december 2012 te bezoeken is in de landcommanderij van Alden Biesen in Bilzen en in kunstgalerij De Mijlpaal in Heusden-Zolder (www.combat-koenvanmechelen.com).


     Koen Vanmechelen
     Alden Biesen - De Mijlpaal
     7-10-2012  tot 16-12-2012
     www.combat-koenvanmechelen.com
    
     Alden Biesen, Kasteelstraat 6, 3740 Bilzen,                        
     www.alden-biesen.be, aldenbiesen@vlaanderen.be

     De Mijlpaal, Brugstraat 45, 3550 Heusden-Zolder
     www.demijlpaal.com, demijlpaal@skynet.be 

3 november 2012


Katrien RYSERHOVE, Zaak: De Zutter (Kwestigen Nacht)

uitgave van Het Moment bvba


"Met Julienne De Zutter schiep Ryserhove een geloofwaardige hoofdpersoon en het verhaal dat ze ophangt, beklijft, omdat het onderwerp van alle tijden is, maar ook omdat de schrijfster Katrien het boeiend weet te vertellen."
De moorden van Beernem hebben generaties Vlamingen geboeid. Dat is niet alleen gevolg van het mysterie waarmee deze opeenvolgende misdaden en de gebeurtenissen daarrond nog altijd omgeven zijn. Het is ook de onverdroten ijver van één persoon, Alfons Ryserhove, die maakte dat de zaak (of zaken) niet in het vergeetboek raakten. Dochter Katrien Ryserhove erfde niet alleen Alfons’ kwaliteiten, niet in het minst koppige volharding, ze kreeg ook kansen waar haar vader wel van droomde maar nooit kreeg. Het dossier van één episode van de moorden van Beernem, tevens een scharniermoment in het geheel, bleef gesloten voor Alfons. Maar op 13 juli 2010 kreeg Katrien de toelating om het dossier van de Zaak Hector De Zutter van de periode 1926-1929 in het Rijksarchief in te kijken. De documenten, die zoveel stof hadden doen opwaaien, lagen daar zelf stof te vergaren. Katrien kreeg de gelegenheid om de doden opnieuw te laten spreken…
Twee jaar bestudeerde ze de eindeloze stroom verhoren en verklaringen, de al dan niet anonieme brieven, de bewijslast en al andere paperassen, in een poging om de waarheid te reconstrueren. Wat gebeurde er toch die beruchte kermisnacht in november 1926? Ondanks de complexiteit van het gebeurde, ondanks de vele valse verklaringen, afgelegd door mensen die spraken ten voordele van de betrokken partijen, ondanks de pogingen om mensen het zwijgen op te leggen via omkoping of door hen te bedreigen en bang te maken, ontrafelde ze stilaan het mysterie. Twee mensen werden veroordeeld, maar Katrien achterhaalde, zo gelooft zij en zo argumenteert ze, wie de moord echt pleegde. In haar niet alleen figuurlijk zwaarwichtige boek, 368 bladzijden in groot formaat (24,5 x 17 cm), reconstrueert ze de feiten, maar niet als een wetenschapsvrouw, in een droge systematische opsomming van feiten en conclusies, maar als romancière. ‘Zaak: De Zutter‘ werd een roman.
In de filmwereld noemt men een boek als Zaak: De Zutter een docudrama, waarin feiten gedramatiseerd worden, niet zozeer voor het dramatisch effect (hoe ‘commercieel’ dat ook moge zijn), wel om aan de gebeurtenissen een vloeiende beweging van aanleiding, oorzaak en gevolg te geven. Dat geeft aan schijnbaar losse feiten een logisch verband en een mogelijke verklaringsgrond. Het staat soms ook toe om tot besluiten te komen waar een puur analytische benadering niet toe in staat is. Het lijkt op het verband tussen een verhaal en een parabel. Die laatste zal de inhoud verduidelijken, de kern blootleggen en, in geval van een parabel, daar een morele les aan koppelen. Dat laatste vind je natuurlijk niet in dit boek, maar Katrien Ryserhove kiest toch zijde, niet alleen omdat je sympathiseert met het slachtoffer en zijn nabestaanden en haast vanzelfsprekend de moordenaar(s) veroordeelt, maar ook omdat er iemand was die door haar hardnekkigheid het voortouw nam in de verdediging van de eer van de vermoorde, iemand die er zo niet alles, dan toch héél veel voor over had om de waarheid te doen zegevieren.
Die heldin was Julienne De Zutter, één van de vele zusters van de vermoorde, Hector De Zutter. De feiten geven Ryserhove gelijk in haar keuze. Julienne was het die onverdroten op zoek ging naar haar verdwenen broer. Al snel groeide het vermoeden dat Hector vermoord was. Eens zijn lijk gevonden werd, bleef ze zelf op onderzoek uitgaan, ontsteld door de brutale en onbeschaamde pogingen van een Beernemse ‘clan’ om de zaak onder de mat te vegen, duidelijk geholpen door hoge heren die hun eigen verborgen agenda bleken te hebben. Die invloed reikte tot in de Brugse pers en, veel erger, tot in de Brugse gerechtelijke kringen. Julienne vond bondgenoten en actieve medestanders, zij het minder in de eigen familiale kring. Gelukkig voor Julienne was er een journalist, Victor De Lille (of Delille), die zich vastbeet in de zaak, vastberaden en met een scherp denkvermogen. Hij liet zich niet doen door afleidingsmanoeuvres, bedreigingen en bespotting. Ook de Gentse gerechtelijke instanties lieten de zaak niet rusten, tegen hun Brugse collega’s in. En in en om Beernem waren er vele, soms al te stille sympathisanten.
Het lag dus voor de hand dat Katrien van strijdvaardige, intelligente en gevoelige Julienne haar protagoniste zou maken. Zij is het ook die in de loop van het boek een cruciale vaststelling doet die aan het eind leidt tot de ‘oplossing’ van het mysterie. Maar dat besef je zelf pas aan het slot! De figuur van Julienne De Zutter met haar onafscheidelijke fiets en haar al even ‘trouwe’ rechtvaardigheidsgevoel, gaf Katrien de kans om, pour le besoin de la cause, een amoureuze geschiedenis in het verhaal te schuiven. Deze hoofse affaire is, zoals ze beschreven wordt, dan wel een verdichtsel, maar zou in werkelijkheid ten slotte uitmonden in een huwelijk. Julienne stichtte samen met haar Alberic (Bric) een gezin, zoals de foto van het paar met hun kinderen toont.
Katrien Ryserhove gaat er prat op dat ze aan de gegevens die ze in de documenten vond niks heeft toegevoegd of gewijzigd. Ze laat het dossier spreken. Er is het kader, dat uiteraard dichterlijke vrijheid is, maar, waar het aankomt op de aangevoerde feiten, de dialogen zoals genoteerd, de verhoren door het gerecht, de al dan niet anonieme getuigenissen, heeft de auteur zich strikt gehouden aan wat er in het dossier te lezen valt. Om dat te onderstrepen heeft ze in de lopende tekst waar dat gelijk liep met de tekst foto’s van de vergeelde documenten toegevoegd, en achteraan staan er nog een boel documenten van belang voor de hele zaak. Met een beetje inspanning kan men op deze wijze vaststellen dat Katrien zich gehouden heeft aan die premisse. Het zijn trouwens niet de enige afbeeldingen in het boek: er zijn ook foto’s van de diverse hoofdrolspelers, enkele verduidelijkende tekeningen, foto’s van gebouwen die te maken hebben met het gebeurde. Dat is niet alles: omdat na een tijd de stoet van nieuwe namen, en vroegere die plots weer opduiken, een beetje veel kan worden voor de argeloze lezer, is een verklarende namenlijst toegevoegd. Er is ook een bladzijde met de verwantschap in de families die de hoofdrol spelen, die van Schepers, Devos en Hoste. Er zijn ook voetnoten, een lijst van de herkomst der afbeeldingen, een bronvermelding (geraadpleegde werken), enzovoort, alles wat een werk met dergelijke ambities moet hebben. De voorintekenlijst ontbreekt niet.
Om haar verhaal verteld te krijgen, heeft Ryserhove een paar niet te versmaden troeven, niet in het minst haar vlotte pen, die ze scherpte tijdens het schrijven van een reeks eerdere werken, waaronder een handvol romans. Ze begon in 2004 met non-fictie: ‘De Moorden van Beernem‘ is de neerslag van de lezingen die ze over het onderwerp hield, in opvolging van haar vader. Daarna volgden misdaadromans als ‘Het Wodkameisje‘ (2006) en ‘De Forummoorden‘ (2007) Het meest recente werk is ‘En nu, Bojana?‘ en dateert van 2010, jaar dat alles moest wijken voor dit titanenwerk. Katrien is ook dichteres, schrijft voor toneel en stelt gelegenheidsprogramma’s samen (bvb. voor Valentijn) en heeft een lange ervaring in het glibberige vak van toneelregisseur. Deze vaardigheden helpen bij het schrijven van een turf als ‘Zaak: De Zutter‘. Het maakt van het boek een vlot leesbaarvertellement, waar je na enkele bladzijden aan verhangen raakt. We betrapten er ons op om de verdere lectuur te rekken ver voorbij de tijd die we ons zelf toegemeten hadden, binnen onze eigen werkzaamheden, zodat we, voor onze normen, snel aan het einde waren. Dat is ongetwijfeld een goed teken. Ook bij navraag bij mensen die wél vertrouwd waren met het onderwerp en eigenlijk de ‘afloop’ in grote trekken al kenden, kregen we gunstige reacties.
Bij het schrijven moest Ryserhove rekening houden met een aantal factoren, inherent aan een werk van deze aard. Er waren de gevoeligheden van de nabestaanden van de betrokken families. Op de officiële voorstelling van het werk in Provinciaal Domein Bulskampveld in Beernem bleek dat ze daar terdege rekening mee had gehouden en respectvol was omgegaan met wat in bepaalde families nog steeds leeft. Anderzijds was er het taalprobleem: we gaan ervan uit dat het geen optie was het taalgebruik van de jaren twintig te hanteren in de dialogen. Daarom dat de dialogen in hedendaags Nederlands gesteld zijn. Het lijkt vreemd als iemand in 1926 ‘super!‘ gebruikt om iets ‘heel goed’ te vinden, maar als dat het offer is dat men moet brengen in ruil voor de leesbaarheid van het werk, dan is dat een kleine prijs. Maar toch heeft Katrien niet nagelaten de couleur locale weer te geven, ook in het taalgebruik, wanneer de gelegenheid zich daartoe leende. Termen als ‘pintje-dek‘, ‘blauwen‘ (niets te maken met ‘blowen‘!), een ‘perse‘ (afgeleid van het Frans ‘perche‘) en, iets grappiger, ‘taarteklaai‘ en ‘zoetekauw‘ horen tot de taalrijkdom. Weet u wat bij voorbeeld ‘kwestigen nacht‘ betekent?
In fictie is het standaard dat de helden, ondanks alle tegenkanting, zeker aan het eind, een klinkende overwinning halen. Die is er niet voor Julienne en de haren, al komt er uiteindelijk toch een vorm van gerechtigheid. Dat is typisch voor de realiteit, waarin het onderscheid tussen ‘goeien’ en ‘slechten’, ‘succes’ en ‘mislukking’ zelden of nooit scherp te trekken is. Het leven gaat gewoon voort, ondanks het klinkende onrecht van een moord, die er lang over deed om ook als moord te worden erkend (en niet als zelfmoord zoals de latere schuldigen van in het begin trachten naar voren te schuiven) Dat alles geeft aan het boek ook een ongeëvenaarde naturel: zo is het leven.
Tot slot. Katrien Ryserhove is erin geslaagd met deze levendige reconstructie van een knoert van een dossier, een prachtig tijdsbeeld te schetsen van de Vlaamse boerenmaatschappij en de hogere standen die er als het ware boven zweven. Met Julienne De Zutter schiep ze een geloofwaardige hoofdpersoon en het verhaal dat ze ophangt, ondanks de vele peripetieën en ontgoochelingen, ondanks de vele figuren die ze in deze context niet kan uitdiepen, beklijft, omdat het onderwerp van alle tijden is en boeit, maar ook omdat Katrien het weet te vertellen. Alsof je erbij staat. Ook enige tijd na de lectuur blijven we over bepaalde aspecten prakkezeren. Eén ding weten we na afloop zeker: de butler heeft het voor één keer niet gedaan, maar op onze lokale kermis hebben we ons dit jaar toch maar niet vertoond…
Antoine Légat.

2 november 2012


ONEINDIG BESPEELBAAR


De ochtend is niet zoals je denkt
een havik hoe hij heeft geroken
weerloos het verdriet
onzegbaar zalig is de ochtend

achter de strandhuisjes
op een tong van de zee
liggen zij uit de wind
handtastelijk de vroege knapen

dit is de ochtend proeven
in hun keel de hete holte
van het zand ontelbaar tellen

zij weten het zij hebben het achterhaald
de ochtend is een feest
blondgehaard en oneindig bespeelbaar


Thierry Deleu 

dag

traag heb ik de dag in schemer
naar de nacht gebracht gelegd

zo zacht dat stof zich hecht en stil
beleden zo in stede van te gaan

heb ik de dag als een verleden akte
over aan de dag gedaan

gewacht en zo de dag geacht zonder
vraag of ik de zin zag van vandaag


vandaag

vandaag tast ik het glas met tal
van mijn gedachten aan en leen
het antwoord van de vraag of het
mij verwacht vandaag

nu het grijs me drukt en geen
gesprek me lukt met bladeren
van bomen die glad en nat van
boven tegen mijn ramen komen

en winter zo in weer en wind hier
zijn neergang vindt terwijl mijn glas
mij laat dat stil op tal van mijn
gedachten nog te wachten staat


jarig

vandaag zie ik naar de dag van
morgen en vraag die dag
voor mij te zorgen

als ik hem kleur en niet aan zijn
rug afscheur om zo te zien
of hij mij viert misschien

en leegte laat vergeten weer
alleen te eten of denken dat
ik zeur

het tocht wat bij de deur

christiaen j de chattelion
dichteropglas.nl

31 oktober 2012


De jaren 80


Op 21 oktober 1988 kreeg Mark Braet de 3de Schaap Prijs die hem werd overhandigd in het Ontmoetingscentrum te Harelbeke tijdens de opening van de tentoonstelling tekeningen en schilderijen van Henk Deleu. De Prijs was een initiatief van de “Orde van het Zwarte Schaap”. Dit genootschap werd opgericht te Beveren (Roeselare) op 6 maart 1982. Ik werd voorzitter in continuo. De “Orde” is al bijna twee decennia “in slaap” (in het Frans en het vaakst gebruikt: “en sommeil”). 
Na de uitreiking zongen wij in café “Brouwputje” op de Marktstraat in Harelbeke luidkeels de Internationale. Ik geef het toe: onder invloed van (veel) drank.

De “Orde van het Zwarte Schaap” is een confrérie van mannen en vrouwen die ijvert voor een open, verdraagzaam en pluralistisch Vlaanderen. Zij steunt op het modern humanisme dat aanzet tot nadenken en creatieve bezinning. Zij doet een beroep op menselijke vermogens die zij als positief ervaart, zoals redelijkheid, verantwoordelijkheid en kritische zin.

De 3de Schaap Prijs werd aan Mark uitgereikt voor zijn ijver om het humanistisch ideeëngoed ingang te doen vinden bij de Vlaamse intelligentsia, voor zijn bijdrage tot de Zuid-Nederlandse cultuur als auteur, vertaler en uitgever en voor zijn inspanningen om de toenadering tussen de volkeren te bevorderen.
Terloops: de 1ste Schaap Prijs werd in 1984 toegekend aan Guy Commerman. Guy publiceerde bij uitgeverij Het Schaap: Hoe iets aan het licht komt, gedichten, in 1982 en Kreet in krijt, gedichten, in 1986.

Mark en ik werden vrienden einde jaren ’70 toen wij elkaar af en toe ontmoetten op activiteiten van de Belgo-Sovjetse vereniging (vanaf 1977 Vereniging België-USSR). Hij werd in 1969 nationaal secretaris van de Vereniging. Ter gelegenheid van zijn opruststelling in januari 1986 hield ik de feestrede in café “Au Casino” (nu restaurant) op de Doorniksewijk in Kortrijk waar hij door de plaatselijke afdeling werd gehuldigd.

Toen hij in 1986, met Bart Vonck, het Pablo Nerudafonds oprichtte, vroeg hij aan Guy van Hoof om een essay over mijn poëzie te schrijven. Het essay kreeg als titel Aan wat overblijft heb ik genoeg.
Op verzoek van Koen D’Haene van de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers schreef diezelfde Van Hoof een monografie over mij voor de reeks VWS-cahiers. Als ik mij niet vergis, had Christiaan Germonpré (toen nog redacteur van de Cahiers) dit eerst aan Jan Van Herreweghe gevraagd.
Nog voor die vraag er kwam, was ik al op eigen initiatief bezig met een essay over Guy van Hoof, omdat het voor mij bovendien een gelegenheid zou zijn om mijn literaire carrière mee uit te schrijven. Het essay Dichter zonder kroon verscheen bij De Gebeten Hond in 2001.

Van Hoof en ik werkten 30 jaar samen. Eerst was hij vanaf 1972 redacteur bij Boulevard en later, in 1981, richtten wij uitgeverij Het Schaap op. Dit is de achtergrondgeschiedenis, maar ik geef grif toe dat dit alles mij goed uitkwam. In Dichter zonder kroon schrijf ik ook over Boulevard, Het Schaap, mijn poëzie, mijn standpunten vis-à-vis de literaire wereld en enkele figuren en figuranten. Via o.a. André Velghe (Verslag van een literaire ontmoeting met André Velghe. De Gebeten Hond, 1998) vertel ik mijn eigen ding. Voor het nageslacht? Voor de herinnering? Voor de eeuwigheid? Drie retorische vragen.

Wie komt nog aan de beurt? Ik word oud. Nu eisen ook anderen hun plaats op in dit literaire tranendal door inleidingen te schrijven bij mijn werk. Ik denk aan In de weelde van de liefde en Ik zou liegen als ik het anders zei, ingeleid door Jan Van Herreweghe (2000 en 2001). Intussen publiceerde ik een essay over de poëzie van een van de betere dichters in de Lage Landen bij de zee, met name Fernand Florizoone.

Ik herinner mij dat ik mij toen (in de jaren ’80 en ’90) nog druk kon maken om het feit dat de (regionale) pers de laatste tijd door de fusies en de besparingen werd gemuilkorfd en de fotografen vaker thuis zaten duimen te draaien, gelukkig waren er toen veel accidenten en branden, moorden en zelfmoorden. Gelukkig. Wat zou het leven anders saai zijn.

Op 27 februari 1986 viel het VWS-cahier van Guy van Hoof over mij in mijn bus. Sober, verzorgd, mooie foto’s (beter dan de originele), boeiende tekst. Op 9 maart werd het voorgesteld in de leesput van de bibliotheek van Harelbeke.

Mark Braet was 78 toen hij op 6 februari 2003 overleed. Guy Commerman schreef een mooi huldedicht: Zijn lach, een zachtheid,/zijn beweging, zeilen naar de tijd/van wachten en vertwijfeling./…/Zijn blik, een baken,/zijn verbazing, jagen op het uur/van licht en schoonheid./…/Zijn hand, een zekerheid,/zijn echo, dwalen in het dal/van labyrint en het verlorene.

Marks vader stamde uit de burgerij. Hij was een liberaal, progressief en vrijdenkend man die zijn afkeer verkondigde tegenover Kerk, gezag en geloof. Aannemer van openbare werken. Moeder Bertha Loobuyck kwam uit een heel katholiek landbouwersgezin met twaalf kinderen.

Hij kreeg les Nederlands van Karel Jonckheere aan de RMS te Nieuwpoort. Jonckheere inspireerde tientallen leerlingen tot het schrijven van gedichten of wat ervoor doorging. Op 23 juli 1939 schreef Mark zijn eerste gedicht: Ik/speel/een lied/op een viool,/idool,/uit mijn versmolten dromen.//Ik weet mijn handen beven gaan,/en ‘k voel mijn benen/knikkend staan,/terwijl mijn ogen wenen.

In 1950 verscheen zijn eerste gedichtenbundel. Daarop volgden nog 15 andere bundels en 2 essays. Hij maakte vertalingen van werken uit het Duits (Bertolt Brecht, Heinrich Heine), het Frans, en het Spaans (Pablo Neruda). Een keuze van zijn gedichten werden vertaald in Moscou, Leningrad en (Oost-)Berlijn. Gedichten verschenen in vertaling in buitenlandse tijdschriften (in Frankrijk, Hongarije, Griekenland, Bulgarije).

Hij was sterk maatschappelijk-cultureel geëngageerd als drager van een humanistisch ideeëngoed en getuigde van een bijzonder menselijk-gevoelige dichtkunst. In die zin is hij nog brandend actueel, omdat de samenleving zeker vandaag mensen met zijn waarden en talenten kan gebruiken.

Mark Braet was lid van de loge “La Flandre” Brugge (GOB) en “Tanchelijn” Brugge (GOB). Ook in de Tempel hebben wij elkaar enkele keren ontmoet.
Vrijmetselaars zijn mensen van vlees en bloed. Iedere vrijmetselaar kan van de broederschap een bijna fulltime bezigheid maken. Iedere week of om de twee weken woont hij de vergadering van zijn werkplaats bij, die in de vooravond begint. Het formele gedeelte duurt ongeveer anderhalf uur, tenzij met rituele omkledingen een nieuw lid wordt ingewijd of de spreker een uitgebreide uiteenzetting houdt en een levendige discussie op gang brengt. Daarna gaat hij aanzitten aan het broedermaal en blijft hij nakaarten in de bar of “vochtige kamer”. Als hij nog maar recent ingewijd is en als leerling een “salarisverhoging” wil verkrijgen en opklimmen tot gezel en weldra tot meester, woont hij regelmatig de “instructieloges” bij om zich vertrouwd te maken met de eigen wereld van de loges.
Om zijn kijk op de vrijmetselarij te verruimen, meldt hij zich regelmatig aan als bezoeker bij één of andere loge van de eigen of van een bevriende obediëntie.
Zo heb ik Mark ontmoet.

Op 27 februari 2007 vroeg ik mijn “inslaapstelling”.
Ik werd ingewijd in 1966 (toen de jongste maçon in Vlaanderen). Twintig jaar later werd ik Achtbare Meester. (Ik doorliep het hele gamma van functies: van ceremoniemeester over redenaar, secretaris, eerste opziener tot voorzitter). Tijdens mijn triënnium kwam “L’ Amitié” significanter dan voorheen op de kaart van de Belgische loges. Als tweetalige loge vervulde zij een voorbeeldfunctie. De Commissie schaarde zich unaniem achter haar voorzitter. Talrijke prominente broeders kwamen op bezoek. Er was “leven in de brouwerij”, letterlijk en figuurlijk.
In 1987 werd ik parlementair medewerker (bijberoep), in 1988 directeur secundair onderwijs. Ik werd veel gesolliciteerd en mijn maandagen waren benomen. Ik kon niet meer aanwezig zijn in mijn eigen werkplaats. Ik trad wel op als spreker op andere dagen in andere loges. Soms vergezelde ik mijn vrouw naar de gemengde loge Droit Humain “Klimop” (Kortrijk).
In 1995 werd ik kabinetsattaché van resp. Vlaams minister van Onderwijs, Luc Van den Bossche en Eddy Baldewijns. In deze laatste functie (vóór mijn oppensioenstelling) hielp ik een aantal broeders om aan hun eigen carrière of die van hun kinderen vorm te geven.
Toen ik in deze periode twee kandidaten voorstelde om lid te worden van onze werkplaats, werden die door de Commissie geweigerd. De reden van hun afwijzing was resp. tekort aan integriteit en mooipraterij. Uit betrouwbare bron kwam ik te weten dat vooral een joodse (aangespoelde) broeder uit Antwerpen zijn antipathie voor de politiek ventileerde op elke kandidaat-politicus. Anderen handelden als “mijn” inquisiteurs omdat “ik” niet meer naar de werkplaats kwam. Die laatste groep kwam vooral uit het onderwijs. Revancheerden zij zich uit naijver op mijn “manier van leven en handelen” (carrière)?
In al die jaren (twintig jaar) kwam er vanwege de werkplaats geen teken van leven. De Achtbare Meesters volgden elkaar op en blijkbaar was er geen enkele in staat om zich als een “sterke figuur” te profileren. Tot een telefoontje kwam begin 2007.
Ondertussen bleef ik een ijverige vrij onderzoeker, een vrijdenker à la lettre. Zowel in mijn creatief werk als in mijn essayistisch werk gaf ik de maçonnerie een plaats. Wat niet betekent dat ik mij niet kritisch zou hebben opgesteld (en opstel) en niet de durf had om mijn denken te confronteren en aan te passen aan nieuwe ideeën en feiten. Zes jaar geleden begon ik aan het essay Schoon volk in de hemel? dat normaliter in 2012 moet verschijnen. Hierin zoek ik een brug te slaan tussen het spirituele en de wetenschap. Hieruit blijkt eveneens dat ik afstand neem van de “stupid atheist” (van de religieuze fundamentalist was ik al veertig jaar verlost).

Deze nieuwe opstelling heeft mijn houding tegenover de Vrijmetselarij niet in die mate beïnvloed dat ik ervan afstand zou nemen. Neen, ik blijf een maçon. Een vrijmetselaar die zich echter vrij heeft gemaakt van elke hang naar “ingekapselde” en “geleide” structurering. Ik heb afstand genomen van om het even welk “a-priori aanvaard” gedrag, ik zoek ijverig naar de nuances in het leven, de mens en de wetenschap.
Neen, ik koester geen slechte gevoelens tegenover de maçonnerie in het algemeen en mijn broeders in het bijzonder. Ik blijf bij dat wedervaren sereen.

Ook met Mark Braet had ik in de loop van 1986 (publicatie Aan wat overblijft, heb ik genoeg) en daarna enkele gesprekken over het feit dat sommige broeders of zusters zijn na enige tijd ontgoocheld of niet meer geïnteresseerd door wat zich in de tempels afspeelt, hun activiteiten stopzetten. Meningsverschillen, beroepsnaijver, of uiteenlopendheid van karakters spelen soms een rol. Het is ook ontegensprekelijk dat een aantal leden naar de vrijmetselarij komen, omdat ze hierin een uitdrukking van hun steun aan de vrijzinnigheid zien, zonder dat ze zich daarvoor verder daadwerkelijk willen of kunnen inzetten. Anderen beschouwen hun lidmaatschap als een verzekeringspolis voor de dag dat ze de steun van de broederschap zouden behoeven.

Het boekje aforismen dat ik in 1981 publiceerde, onder de titel Ik heb de pastoors van mijn spijskaart geschrapt (Het Schaap), bracht Mark en ik voor de eerste keer samen. Toen het boekje een week uit was (tegen een briefje van 100), kwam E.H. Deken De Jaeger bij mij thuis en kocht een exemplaar. We hadden een leuke babbel. Op het einde van ons gesprek vroeg hij: “En mijnheer Deleu, is het waar dat u bij de Loge bent? Ik kan het niet geloven.”
De aforismen die ik toen bundelde, waren alle van Jan Vanspauwen, een goede vriend en vaste medewerker aan "Boulevard". Hij overleed in 1979. Vanspauwen werd (zoals Persijn en Bolland) door de doelgroep voor wie hij schreef verdonkeremaand: een uitgelezen publiek, zijn bêtes noires, de intellectuelen (het venijnigste mensentype). In zijn Inleiding tot het manuscript De Mens, een Prototype (1970) schrijft hij verbitterd over die z.g. intellectuelen die “zich boven iedereen verheven voelen, maar zich bukken voor primitieve geesten, om wier gunst zij bedelen”.

Enkele aforismen en aforistische citaten van Vanspauwen:
- Geen mens trekt meer op een ouderwetse pastoor dan een vrijmetselaar.
- De penis staat vaak een bezadigd oordeel over de vrouw in de weg.
- De zwakke kant van de vrouw is haar oor.
- De meeste revolutionairen zijn slechts gefrustreerde bourgeois.
- Het einde van de vriendjespolitiek is het einde van de politiek!
- De eeuwige waarheden zijn de dagelijkse leugens.
- De schijnheiligen moet je tussen de heiligen zoeken.

Op 12 november 2004 werd het bestaan van “The Knights of the Razorblades” openbaar gemaakt. “The Knights of the Razorblades” is de eerste significante oneline ridderorde in Vlaanderen. Ik was nauw betrokken bij de (her)oprichting ervan.
Het genootschap is zowel een ludieke als een creatieve orde. “Kousenband”, “Halsband”, “Eikenkroon”, “Cordon Bleu”, “Gulden Vlies” waren (zijn) ook geen diepzinnige symbolen en toch waren (zijn) zij ridderorden.
“The Knights of the Razorblades” is nog wel iets anders zijn dan een serviceclub. De leden gaan verder in het promoveren van ethische waarden en persoonlijke vervolmaking. Op basis van symbolen en instructies ontwikkelen zij een originele methode van zelfkennis, zelfverbetering en universele solidariteit die verder reikt dan wat een serviceclub aanbiedt.
Los van een collectieve geloofsovertuiging ontwikkelen zij een wereldvisie waar gelovigen en ongelovigen zonder probleem kunnen samenwerken. Zij willen een maatschappij bouwen op basis van de vier absolute normen: waarheid, eerlijkheid, reinheid en onzelfzuchtigheid.
Hoewel “The Knights” voor een quasi middeleeuwse constructie kiezen, zijn zij toch geen epigonen die retrogevoelens koesteren en bang weg vluchten in de veilige schoot van de duistere Middeleeuwen. “The Knights” transponeren het gedachtegoed in de toekomst. Ze zijn op hun tijd vooruit. Ze bevinden zich in de Melkweg van het Internet. Op zoek naar de Ultieme Verbinding. Ze willen helemaal niet het middelpunt van de wereld zijn, veeleer en met nadruk een Centrum van Eenheid.

Tijdens de vervolging van de Tempeliers zijn velen van hen gevlucht naar veilige oorden. Na verloop van tijd verenigden sommige ingewijde Tempeliers zich opnieuw en stichtten een nieuwe orde. Om alle kans op vervolging te voorkomen werd er gezocht naar een veilige naam: de “Orde van de Scheermessen”. Deze naam verwijst naar het feit dat vele ridders, tijdens hun vlucht, zich van hun baard ontdeden om iedere kans op herkenning te vermijden. In modernere tijden werd deze naam gewijzigd in de “Orde van de Scheermesjes”.
Op heden wordt dit ritueel symbolisch overgedaan door aan de leek de vraag te stellen of hij of zij (ridder of jonkvrouw) bereid is zich te laten scheren door zijn broeders en zusters. Via het scheren wordt de overgang van de Tempeliers naar de nieuwe orde gesymboliseerd.
Dit ritueel impliceert niet dat alle leden baardloos zijn. Dit is geen vereiste. De Orde laat zijn ridders volledig vrij. De symbolische bereidheid is voldoende en zorgt ervoor dat de ridder op de hoogte wordt gebracht van de voorgeschiedenis van de Orde.

De geopenbaarde “Knights of the Razorblades” streeft naar de totstandkoming van een netwerksamenleving met het internet als belangrijkste medium. De ingebakken flexibiliteit van het internet biedt de ridders ongekende voordelen in een omgeving gekenmerkt door constante verandering. Het internet is hun geprefereerd communicatiemiddel. Het maakt communicatie mogelijk tussen verschillende personen, op zelfgekozen tijdstippen en op globale schaal.
“The Knights of the Razorblades” moedigt haar ridders en jonkvrouwen aan tot het verwerven van doorgedreven muis en toetsenbordkennis. Via deze kennis tracht men de Ultieme Verbinding te verkrijgen.
Via de website http://www.knightsrazor.be/ bij sectie “ridders” krijgt de leek meer informatie over toetreding tot de orde. Man of vrouw, computeringewijde of leek, iedereen met een gezonde drang naar kennis en absurditeit, komt in aanmerking.

Vrijheid is de centrale waarde. De ridderorde wil zich niet integreren in het spanningsveld politiek civiele maatschappij internet. Ze wil zich wel organiseren via het net, niet alleen omdat het perfect aansluit bij haar losse netwerkstructuur, maar ook omdat het netwerk de dynamiek verandert van de samenleving.
In een wereld gekenmerkt door wijd verspreide crisis van politieke legitimiteit en onvrede vanwege burgers tegenover politici, acht “The Knights of the Razorblades” het internet een perfect middel om rust en evenwicht, respect en sereniteit te brengen, eerst bij haar leden en daarna in de omgeving van elk van hen. Deze ridderorde beschouwt het internet als bevrijdende technologie.
Een groot deel van de leden zijn héél creatieve mensen zijn. Auteurs, fotografen, beeldende kunstenaars, musici, maar ook onderwijsmensen, ambtenaren.

Razor’s Edge Editions huisvest de POD-uitgeverij van “The Knights of the Razorblades”. De modaliteiten om bij Razor’s Edge Editions een boek te laten drukken zijn eenvoudig: de auteurs mailen hun kopij door. In het geval van gedichten en korte verhalen maken zij zelf vooraf een selectie van wat zij wensen te publiceren. Dit maakt het de redactie gemakkelijker om een oordeel te vormen. Bij hun inzending voegen zij suggesties bij over de lay-out. Razor’s Edge Editions neemt het initiatief tot nieuw contact.

Het scheermesje staat symbool voor rein, ongekunsteld, eenvoudig, zonder aanstellerij, recht voor zijn raap, een man, een man, een vrouw, een vrouw, een woord, een woord, onbevooroordeeld, onbevangen, eerlijk. Deze principes zijn bovendien verwant met “goed voor de dag komen”, voortreffelijk, vriendelijk, deugdzaam, goedaardig, goedgeefs, goedheilig.
Terwijl de “Wereldlijke Arrogantie” zich afkeert van de Ultieme Verbinding en zich slechts met de zwakken gaat inlaten indien zij hierdoor macht verwerft en bovendien de wijdvertakte “wereldse verbinding” als het enige goed uitroept, moet “The Knights of the Razorblades” een beweging op het getouw zetten die soepel en minder evolutionistisch de slinger van Foucault zijn werk laat doen.
Het genootschap verzet zich hardnekkig tegen deze nieuwe “Wereldse Arrogantie” die alle krachten bundelen wil om een “cordon sanitaire” op te werpen tegen vrije en eerlijke mannen die door ideologie, altruïsme en onbaatzuchtigheid het ideaal van het gemeenschappelijk welzijn wil ontwikkelen.

De ware traditie van het ridderschap ligt in haar progressiviteit. Het prijst de scheppende arbeid waar hand en hoofd de levenloze stof tot schoonheid vervormen, arbeid die bevrijdt en waarin de mens zichzelf verwezenlijkt. Het is ook deze arbeid waaruit wetenschap en technologie gegroeid zijn die ons de mogelijkheden zal bieden om de Ultieme Verbinding te maken. Wetenschap en technologie zijn slechts middelen: zij kunnen hun taak alleen vervullen in een rechtvaardig georganiseerde maatschappij waar vrijheid en gelijkheid worden nagestreefd.

Het riddergenootschap overweegt Mark Braet postuum de titel van “Prins van de Tempel” toe te kennen.


Thierry Deleu