Patrick Galvin is een van de oudere Ierse dichters, maar zeker niet de minste. Een korte biografische schets tekent de dichter.
Patrick Galvin is geboren op 15 augustus 1927 in Cork, meer bepaald in Margaret Street, een zeer arme buurt. Op zijn zevende ging hij naar een kloosterschool en na schooltijd verkocht hij schotschriften en bladeren met liedteksten en balladen op straat. In 1939 stopte hij met school lopen, onder de leeftijd van veertien jaar, zoals wettelijk vereist, maar hij had zijn geboorteakte laten vervalsen en zich ouder laten verklaren dan hij was. Hij begon te werken als boodschappenjongen, krantenverdeler en projector in de bioscopen.
In 1943 trok hij naar Belfast om zich te laten inlijven bij het Amerikaanse leger, maar hij werd - ook onder de vereiste leeftijd - opgenomen in de RAF en diende als kapitein van een bombardementsvliegtuig in de tweede wereldoorlog. Na de oorlog ging hij aan het werk in Londen en trok hij al liftend door Europa. Hij bleef in Londen wonen tot 1962, toen hij verhuisde naar Dublin.
Omstreeks 1950 begon hij poëzie te schrijven, maar later in de jaren 1950 werd hij een volkszanger. Hij nam platen op bij de Workers’ Music Association (WMA) in Ierland en hij nam zeven LP’s op in New York.
In 1959 debuteerde hij als dichter met de bundel De kern van de deugdzaamheid, die een jaar later al werd gevolgd door een tweede bundel, Christus in Londen.
De jaren 1960 en 1970 werden gekenmerkt door verhuizingen, veel theaterstukken en iets minder poëzie. In 1962 verhuisde hij naar Dublin, in 1963 terug naar Londen, in 1965 naar Cork en in de jaren 1967-1969 bezocht hij Spanje, Israël en Duitsland. In 1979 en 1983 zou hij nog eens, telkens voor een half jaar, naar Spanje trekken.
Patrick Galvin heeft in totaal acht toneelstukken geschreven en in die hoedanigheid was hij writer in residence in Belfast (1974-1978), de East Midlands, de University College Cork en Dún Laoghaire (1995-1996).
Hij schreef ook acht dichtbundels en zijn New and Selected Poems verschenen in 1996 bij de Cork University Press. Als dichter gaf hij een reeks lezingen in Mexico en de Verenigde Staten.
Patrick Galvin is vier keer getrouwd geweest en heeft twee dochters en drie zonen. Zijn tweede vrouw was de romanschrijfster Stella Hagan, dochter van de communistische auteur T.A. Jackson.
In 2003 werd Patrick Galvin getroffen door een ernstige beroerte, maar hij schrijft nog poëzie.
*
We brengen hier een kleine selectie uit zijn dichtwerk.
De heks van Cork
”Vandaag
Is de feestdag van Sint-Anna
Bid voor mij
Ik ben de heks van Cork”
Gisteren
In Castle Street
Zag ik twee kobolten op voethoogte
Ik zag een paard zonder kop
De doden
Naar het kerkhof brengen
Aan Turners Cross.
”Ik ben de heks van Cork
Niemand praat met mij.”
Als ik in de regen loop
Gooien de kinderen stenen naar mij
Oude mannen zitten achter me aan
En de vrouwen sluiten hun deuren.
Als ik ga sterven
Geloof me
Dan zullen ze me op de brandstapel zetten.
”Ik ben de heks van Cork
Ik beteken niets.”
Soms
Met een arend in mijn hoofd
Kan ik zien hoe een trein
Zich gaat te pletter rijden in het station.
Als ik dat aan de mensen zou vertellen
Dan zouden ze me wurgen -
Waar zou ik dan staan?
”Ik ben de heks van Cork
De mensen haten mij.”
Toen Canon Murphy stierf
Heb ik gehuild op zijn graf
Dat is vijfentwintig jaar geleden.
Toen ik hem daarnet terugzag
In Dunbar Street
Had hij klei tussen zijn tanden
Hij zegende mij.
”Ik ben de heks van Cork
De geestelijken hebben meelij met mij.”
Ik zie de dood
In de takken van een boom
Geboorte in de veren van een vogel.
Maar om een kind te zien met één oog
Of een vrouw begraven in ijs -
Dat is het ergste
Dat is onvoorstelbaar.
”Ik ben de heks van Cork
Ik ben vol van mijn gedachten.”
Ik zou jong willen zijn
Me kleden in zijden jurken
En negen kinderen hebben.
Ik zou rode lippen willen hebben
Maar ik ben tachtig jaar oud
Ik heb niets
Buiten een klein huis zonder ramen.
”Ik ben de heks van Cork
Ga weg van mij.”
Als ik nu zou sterven
Raak me dan niet aan.
Ik wil wegzeilen in een lange boot
Van hier naar Roche's Point
En daar zal ik de zee zalven
Met olie van albast.
”Ik ben de heks van Cork
En vandaag is de feestdag van
Sint Anna.
Geef me eten.”
De man in het portaal
In den beginne
We vroegen niet wie hij was
Of wat hij daar deed
In ons voorportaal
Waar hij ons zat aan te kijken.
Maar
Je kan zo veel aanvaarden van een man
Die je vanuit het voorportaal
Zit aan te kijken
En uiteindelijk
Begonnen we hem toch vragen te stellen.
Hij gaf geen antwoord.
We boden hem eten aan
Geserveerd op een dienblad
Dat we voor hem neerzetten
En het was goed eten
Maar hij duwde het aan de kant
En bleef ons daar zitten
Aankijken
Vanuit ons voorportaal.
We dachten dat hij gek was
Of dat hij een andere taal sprak dan wij.
We maakten gebaren in de lucht.
We maakten tekeningen op de grond
Aardige tekeningen
Van vogels en dieren
En koppels die elkaar kussen onder de bomen
Maar hij zei niets
Noch gaf hij enig teken dat hij ons verstond.
Hij zat ons daar gewoon aan te kijken
Vanuit ons voorportaal.
We dachten dat wij gek waren geworden.
We voelden ons onnozel
Zoals we daar stonden
Gebaren te maken in de lucht
En tekeningen te maken op de grond.
We vroegen hem op te hoepelen.
Het was immers niet zijn voorportaal
Het was het onze
En dat hebben we hem verteld
Maar hij zat ons daar
Nog aan te kijken.
Toen hebben we hem afgemaakt.
We namen hem mee naar onze rivier
Bonden twee stenen aan zijn nek
En duwden hem
Onder water.
Van dan af hebben we ons veiliger gevoeld -
Voor een tijdje toch.
De man die gedichten verbrandt
Er is een man in deze stad
Die gedichten verbrandt.
Ik ken hem niet bij naam
Maar elke dag zie ik rook
Uit de schoorsteen
Van zijn huis komen.
Mijn vrouw zegt:
Hij verbrandt lichamen.
Gisteren
Zag ik de man die gedichten verbrandt
In onze voortuin staan.
Hij had een fototoestel in zijn hand
En was de dahlia’s
Aan het fotograferen.
Mijn vrouw zegt:
Hij is een plek aan het zoeken
Om de assen te begraven.
Deze ochtend
Klopte de man die gedichten verbrandt aan
Bij onze achterdeur.
Ik weigerde hem binnen te laten
En hij staat daar nu
Nog altijd.
Mijn vrouw zegt:
Wacht tot het begint te regenen -
Misschien zal de regen hem wegspoelen.
Ik denk niet
Dat het gaat regenen.
Ik denk dat we voor
Een lang en warm millennium staan.
Ik ga mijn gedichten opeten
En doen alsof ik een zeemeeuw ben.
Mijn vrouw zegt:
Dat zou alles oplossen.
Niets is veilig
Niets is meer veilig.
Ik schreef afgelopen nacht een gedicht
En toen ik vanochtend wakker werd
Was er geen spoor meer van.
Ik dacht dat de muizen het hadden opgegeten
(Wij vallen ten prooi aan muizen in dit huis)
Maar dan toch
Waarom zouden ze?
Poëzie past niet bij muizen.
Natuurlijk,
Nu het huidige klimaat is
Wat het is
Kan om het even wat zijn gebeurd –
Een plotse regenstorm
‘s Nachts
De koude wind
Die stiekem door het raam kiert
En het gedicht sterft aan een longontsteking.
Wanneer ik de volgende keer een gedicht schrijf
Zal ik het naar mijn tante sturen
Die in een gekkenhuis zit.
Ze is blind
Maar ze houdt van de textuur van papier.
Ze houdt het in haar hand
Verfrommelt het
En luistert naar het geluid.
Misschien
Is dat waar het uiteindelijk
Om gaat –
Het geluid van papier
Dat schreeuwt in de hand.
Voor iemand die verdween
Herinner jij je Kerstmis
Herinner jij je de sneeuw
Het kind in het raam
De niet aflatende zee
Herinner jij je mij?
2
De sneeuw fluistert met Kerstmis
Hij dwarrelt weg in nachtelijke hoeken
Hij luistert mee aan de telefoon
Hij opent deuren
En doet ze dan weer dicht.
3
Mensen verdwijnen met Kerstmis
Ze worden rivieren van sneeuw
Naamloos
Ongeboren
De sneeuw begraaft hen.
4
De maan bloedt met Kerstmis
Het kind wordt witbleek
De sneeuw komt tot bloei
Alleen blinden kunnen de beloften
Zien die in de zon zijn gegraveerd.
5
Herinner jij je Kerstmis
Herinner jij je de sneeuw
Het kind in het raam
De niet aflatende zee -
Herinner jij je mij?
Alleen gekken
Hier leven alleen gekken
Die spiegels tegen de muur schilderen
En tekeer gaan tegen hun eigen spiegelbeeld.
Als
Je goed kijkt
Zul je zien dat deze mensen
Geen hoofd hebben.
Je zou ook kunnen zien
Dat ze geen voeten hebben.
Als ze die wel zouden hebben
Dan zouden ze hier weglopen.
Wat mezelf betreft
Ik raakte gisteren mijn ogen kwijt.
Ik rukte ze uit
Bottelde ze in pekelwater
En toen verdween de fles.
Dat soort dingen
Gebeurt hier -
Overal dieven.
Maar jij dan?
Jij hebt je tong opgegeten
Ik kon het voelen.
Ik hoorde het geluid dat je maakte
En dat was heel onaangenaam.
Maar hoe ging het met de rest van jou?
Heb je al geschreeuwd?
Dat is normaal.
Hier leven alleen gekken
Die spiegels tegen de muur schilderen
En tekeer gaan tegen hun eigen spiegelbeeld.
Vertaling: Joris Iven
Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten