lopend door ons
straatje
mijn dorp, ik voel je
nader
komen en hoe spreek ik je
aan
de namen ontbreken
van stille buren die
stonden
in een poortje toen
ik
verlegen ben voorbij
gegaan
te jong was ik om deel te
nemen
wanneer zij des
zomers
samen zaten,
zwaluwen,
vleermuizen boven hun
hoofd
waarover werd
gesproken:
de zorgen van de
morgen
die al verneveld
waren
in de vrede van de
velden
ik was een ruiter op een
rug
en speelde: mag ik
oversteken
mijn dorp, nooit ben
ik
aan een overkant
gekomen
tenzij voor even
wanneer een veerboot
golfjes sloeg tegen een
steiger
schaduwen van mijn
straatje
onbeweeglijk als een
reiger
staarden ze me na, hun
namen
ben ik vergeten: de
vrouwen
in een voorschoot, de
mannen
met hun scheve pet
vandaag komen ze mij
nader
al deze vaders met zware
handen
en de moeders van
rumoerige
kinderen en een eenzame
dame
die overbleef en mij blijmoedig groette
alsof ik hoorde bij haar
bloemen:
een zoemend wezen dat
even
neerstreek en
verdween
Staf De Wilde
Geen opmerkingen:
Een reactie posten