Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

25 april 2012

GASTDICHTER HERVE J. CASIER


mijn woorden

soms spreekt mijn stem
zodat ik lichtjes schrik
om de klank die ik als
in een weegschaal wik

ondervraagt men mij omtrent
de toon van mijn geluid, zie
steenbreek heet mijn woord
dat naar de taalkern boort


en dan uiteindelijk ben jij

en dan uiteindelijk ben jij
voor mij een roos geworden
die langzaam dieper kleurt
en van kruiden sterker geurt
maar het hoogste donker rood
zeg ik, maar je weet het wel
ligt rakelings naast de dood


zich neerleggen op mos

bladeren laten takken los:
zoals zich neerleggen op mos
zijn onze dagen gevallen
in de eeuwigheid van het bos

      
magnitogorsk-brugge / de expres naar mijn oogst

treintje rij verder en zie
als je rijdt doe het zacht
stoor de mensjes toch niet
in de coupé van deze nacht

treintje rij verder en zie
in de coupé van deze nacht
stoor de mensjes toch niet
als je rijdt doe het zacht

stoor de mensjes toch niet
in de coupé van deze nacht
treintje rij verder en zie
als je rijdt doe het zacht


een theelepel

het geluk kan nooit nog
groter zijn dan het
al is geweest

en buiten de ware grootte
ervan is het om erin
te vergaan

zoals al te zeer omgeven
door water of lucht
ook gebeurt

veel sterker is droefheid:
in een theelepel ervan
kan je verdrinken


           
ontroering

een vlak licht op de weg
het lag er verloren
zonder gewicht

ik zou het vervoeren
om mensen ermee
te ontroeren

het was niet te vangen
het bleef achter
als verlangen


witte vogels

de grote witte vogels van de kilte
zwermen uit over de wereld
in de hoogte hierboven

niemand heeft ze ooit kunnen zien
ze komen los uit de wouden
bij klaarlichtere dag

en terwijl men naar uitzicht staart
slaan zij toe in en flits
om ons alles te roven

           
in de tuin / cuniculus 2

het dwergkonijn
op het gras
in de tuin
wacht op de nacht
als ik slaap
komt het geruisloos
bij mij binnen
aarzelt wandelt
langs de wegen
van mijn lichaam
legt zich na de reis
te rusten
in de zieke kamer
van mijn hart
de pels is zacht
geneest mij
van het zwart
als ik wakker kom
zit het al in de tuin
en eet wat gras
alsof het nooit
ergens in mijn lichaam was


rilke op oncologie

rilke is gestorven aan leukemie
heb ik gelezen - dat klopt
laatst zag ik hem
hij was aan het baxteren
op het bed naast dat
van een meisje
van laten we zeggen tien twaalf
in de dagkliniek oncologie
zij zat rechtop op bed
ook aan het baxteren
wat korrelsneeuw
een dun laagje ijs
de chemo had haar werk gedaan
zij blijft daar maar zitten
in mijn herinnering
naast hem terwijl hij haar
één van zijn gedichten leest:
später erzälte man: ein Engel kam
later vertelde men dat er een engel kwam

           
er is een steen

er is een steen
gevallen van de berg
die dacht dat
hij nooit vallen zou
het was een mens
met zachte woorden
en wat glinstering
nabij het hart zei men
maar er is een steen
gevallen van de berg
die altijd dacht
dat hij niet vallen zou

Hervé J. Casier

(Uit: De Warvingegedichten – Uitgeverij C. de Vries-Brouwers, Antwerpen – Rotterdam, 2011.)

Geen opmerkingen: