Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

18 oktober 2010

Brief aan Dirk Babylon

Lieve Peter,



Jouw bundel valt een beetje te vergelijken met een theaterstuk, we zijn nu aan de entr’acte aangekomen. Half blijspel en half drama, geschreven door jou en geregisseerd door mij zo goed als ik kon. Ik deed mijn best. Het is de allereerste keer dat er in De Distel sonnetten uitgegeven worden en nog wel door Dirk van Babylon.

Nu moeten we toezien dat jouw geestelijke kinderen mooi aangekleed worden. Door het vele heen en weer wiegen zijn ze een beetje van mij geworden. Het ergste was moeten kiezen, maar dan dacht ik: de niet verkozenen worden niet achtergelaten, ze keren terug naar hun veilige plek. Ik zal ze nog vaker lezen. Nu gaan we verder met de bundel, ik zal er niet zijn bij het doopsel maar me wel als doopmeter voelen (hoelang hebben we niet nagedacht en heen en weer geschreven met de vraag hoe we het kind zouden heten!). We zullen nog méér mails moeten uitwisselen want alles wat de drukkerij mij zal doorsturen stuur ik dan fw door naar jou, ook mijn antwoorden. Ook voor mij is het een avontuur geworden omdat alle bundels die De Distel uitgeeft kant en klaar afgeleverd worden. (op één na van een bijzonder lieve dame, die intussen gestorven is, die ik heel veel geholpen heb om haar losse schrijfsels tot gedichten om te werken).
En zo komt het dat mijn naastenliefde eigenlijk onuitputbaar is.

Dat je gedurende enkele jaren een gevierd auteur bent geweest weet ik. De naam Dirk van Babylon klinkt nog altijd helder in de oren van heel veel mensen. Toen ik je heb uitgenodigd naar de voorstelling van één van mijn bundels, in 2002, wist ik niet wie je was. Ik kende je als Peter van Breusegem (denk aan je eerste mail). Pas toen je aan de toog aan het babbelen was met Eddy Timmermans, en ik jullie kwam vervoegen, hoorde ik Eddy je aanspreken met de naam Dirk. Ik keek toen zo vreemd op dat Eddy zei “dat is Dirk van Babylon.” Een half jaar later was het distelfeest er. Intussen hadden we elkaar al goed leren kennen, vooral door jouw problemen die ook mij veel pijn deden. Gelukkig zijn die zo goed als opgelost.

Dat je altijd moeilijk hebt kunnen verkroppen dat dit avontuur als gevierd auteur niet verder geleid heeft, kan ik begrijpen, doch een mens kan niet stilstaan bij het voorbije. Wat nu op literair gebied op je toekomt zal je ook heel wat verrijken. Niet in de zin als je romans het hebben gedaan, al zei je me ooit dat er van al die centen niet veel overbleef na aftrek van de belastingen. Je mag je gelukkig prijzen dat je erin geslaagd bent een gevierd auteur te zijn geworden. En terwijl het stil was rondom jouw naam heb jij je privé leven in orde gebracht, dat was ook hard nodig.

Je mag niet vergeten dat Vlaamse auteurs heel sterk afhangen van de (Nederlandse) uitgever die al dan niet subsidies krijgt van de Vlaamse Regering. Toen die nog niet bestond werden auteurs niet als een stuk vuil behandeld. Auteurs hadden aanzien en een stevige naam tot aan hun dood, en tot ver daarna. Je hebt zelf gezien hoe het Cultureel Beleid van de Vlaamse Regering het vertikte ook maar één bundel aan te kopen van Distelbloemen, laat staan dat ze er één van mij zouden aankopen. Vooral Bert Anciaux die me naar zijn bureel liet komen, (zijn secretaris verscheen), doch niet één uitgave werd aangekocht van De Distel, ondanks het beloofde. Ik zal mij zo vlug niet meer begeven naar het Martelarenplein. De Vlaamse politici zijn leugenaars en zakkenvullers.

De Vlamingen hebben het aan zichzelf te danken. Ze zijn allemaal ingegaan op de eisen van de Nederlandse uitgevers wat onze taal betreft. Daarom houden ze de Vlamingen voor dom en ze lachen ons uit. Ik heb 20 jaar geleden een novelle (Klanken uit het oerwoud) ingestuurd bij een grote Nederlandse uitgever. Ze werd voor goed bevonden doch ik moest heel wat Vlaamse woorden vervangen. Ik heb het vertikt. Ik ben zoals ik ben en ga niet schrijven met de ’s anders adem. Ik blijf liever klein maar verloochen mezelf niet. Doch andere tijden zijn in zicht. Ik denk dat jij nog lang niet uitgeteld bent als auteur. Dat je nog vele boeken zult schrijven die uitgegeven zullen worden. Er zit iets in mij dat “sjans” heet en dat ik overdraag aan diegenen die me dierbaar zijn.

Peter/Dirk, kun jij je nog herinneren dat je vaak zei “N’importe quoi”, ook toen we in je auto zaten. Het is me altijd bijgebleven. Het heeft me een keer geïnspireerd tot een gedicht. We hadden in Ganshoren een kip staan, in plaaster, een heel goedkope dus, maar ik zag ze héél graag en ze staat nu hier in Asunción op de schouwmantel. Ik dacht toen: Dirk zegt altijd n’importe quoi als ik aan het babbelen sla.

Zo ontstaan mijn gedichten; dingen waarvan je zou denken dat ze niet bij elkaar horen (n’importe quoi) maar die tenslotte toch heel goed samen passen.

Ik ga je nu verlaten je een gedicht wijdend. Slaap wel!
Asunción
15.10.2010


Iris.


N’importe quoi
(voor Dirk van Babylon)

Zoals een kip kan troosten
over wiens kop je langs mag gaan
zal deze dag me troosten.

Er staat er zo één in mijn tuin.
Hoe ze er uitziet ben ik al bijna
vergeten. Het rood onthoud ik.
Dat van haar kam. Een kippenkam.

Ze weegt niet zwaar. Toen ik haar
ophief schrok ik even van haar licht
gewicht. Ze weegt zoveel als een gevoel
waarvan je weet dat het er is
maar liefst verzwijgt dat het er is.

Hoe deze kip ontstond vraag ik me af.
Uit welke grondstof komt ze voort?
Dat ze kan breken weet ik. En dat
ze in mijn ogen mooi is. En dat ze mij al
heel vaak troostte. Dat alles weet ik.

En dat ik langs haar kam mag gaan
zonder ze het vervelend vindt of
op de vlucht gaat slaan. Dat weet ik.
Daar ben ik zeker van.

Iris Van de Casteele
Ganshoren 2002

Geen opmerkingen: