Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

22 oktober 2010

EEN PAUZE VOOR PASSIE


DEBUUTROMAN VAN JENNY DEJAGER
STEMT MIJ HOOPVOL!


Een pauze voor passie is het prozadebuut van Jenny Dejager. De eerste roman van Jenny Dejager is een “curieus, vreemd, raar” boek. Een boek met rare sprongen. Een boek dat zijn schepper soms in het nauw drijft. Toch heeft het de verdienste iets anders te willen dan het gangbare. Dit kan mensen boeien. Jenny Dejager kan bij meer beheersing een plaats krijgen onder degenen, die onze literatuur “beoefenen”.

Het boek begint met een warrige ouverture, waar moeilijk een touw aan vast is te knopen, die zoveel elementen (personages) bevat die tot verwarring leiden of op zijn minst de lezer onderdompelen in een bad van informatie.
Als je verder leest, komt alles echter keurig op zijn pootjes terecht. Na het lezen van het boek concludeer ik graag: Een pauze voor passie is een prozadebuut dat hoop wettigt.

“Het verschijnen van je eerste boek is zonder twijfel het leukste moment in je leven. Dan ben je zó in de gloria. Een jaar lang ben ik high geweest van vreugde. Ik stond 's ochtends op en begon meteen te dansen,” zegt Renate Dorrestein in een interview.

Haar personages zijn heel stereotiep, maar daarom niet minder realistisch: het mailverkeer is niet voor de eerste keer uitgeprobeerd, maar het plaatst je wel in een bekende ruimte.
De roman in briefvorm is al eeuwenoud. Les liaisons dangereuses van Choderlos de Laclos uit 1782 is misschien wel de bekendste brievenroman. In 1991 schreef ex-cabaretier Henk Elsink, onder het pseudoniem Elsinck, de thriller in faxvorm Moord per fax.
De brief, bestaat die nog? En wie faxt nog tegenwoordig? Dus zijn er nu ook romans die geheel uit een e-mailcorrespondentie bestaan. Een roman in e-mailvorm. Goed idee, al worden niet alle goede ideeën ook goed uitgevoerd.
Je kunt, zoals Jenny Dejager, ook e-mails gebruiken als kapstok waar je het verhaal aan ophangt.
Dat mailcontact leent zich tot een uitwisseling van gedachten en verwachtingen. Het zijn vraag- en antwoordspelletjes, waarin de hoofdpersonages en de auteur zich blootgeven.

Wat deze roman krachtig en spannend had kunnen maken, is het gegeven dat een echte ontmoeting tussen Leonie en Eva steeds wordt uitgesteld, maar het werd niet echt uitgewerkt. De digitale briefwisseling brengt (nog) te weinig schot in de zaak. Spijtig, want een roman met e-mailverkeer als uitgangspunt, zou kunnen aanleiding geven tot een onverwachte wending of tot vlotte dialoog en omarmende ontboezemingen.

De auteur bekijkt het verhaal niet door de bril van één persoon, maar zij beleeft het via verschillende personen (in hoofdzaak Leonie en Eva). Dit is een oud, maar geschikt procedé, omdat je zo niet alleen de verschillende karakters kan zien, maar ook dat iedereen zijn eigen mening heeft. Zijn eigen leugen. Zijn eigen gewaarwording.

Leonie is zelfingenomen, vindt van zichzelf dat ze mooi is, analyseert de dingen onophoudelijk, is rationeel. Eva is voorzichtig, niet roekeloos, timide. Ook van uiterlijk verschillen ze: Leonie heeft nu kort geknipt ros haar (na de dood van Manu, om er vrolijker uit te zien), Eva heeft blond haar, is mollig, draagt paardenstaart, is onopvallend.
De lezer verneemt ook dat Leonie een verwarde geest is (na wat zij de laatste jaren heeft meegemaakt), zij kan niet (meer) logisch denken, zij voelt zich geen goede moeder, is wereldvreemd, stuurloos, frigide, zij kan geen vaste relatie (ook geen vriendschap) aan.
Beiden, Leonie en Eva, drinken. Eva is een kip zonder kop, is altijd te vinden voor een goedkope flirt, geeft toe dat zij bi is en is stapel verliefd op Ed.

Met deze gegevens kan een spannend verhaal worden opgezet, maar de auteur verliest zich soms te veel in beschouwend proza enerzijds en in sommige e-mails in poëtische sfeerschepping anderzijds. De e-mails hadden een springplank kunnen zijn naar een boeiend verhaal van overspel, jaloezie, lesbische toestanden. Pauze voor passie straalt minder passie uit dan je zou verwachten.

Leonie en Eva komen via e-mail met elkaar in contact. Leonie is een leerkracht zedenleer die het onderwijs vroegtijdig verliet en Eva is een psychotherapeute op zoek naar een luisterend oor. Er ontstaat een spontane e-mailcorrespondentie, soms geselend, soms verademend. Beiden schrijven over hun liefdesleven en beiden vallen op foute mannen. Een verhaal en een verhaallijn die mogelijkheden bieden.

Het oneigenlijk gebruik van sommige leestekens stoort mij. Maar wat mij vooral stoort is de taal van de mailberichten: te literair en te hoogdravend, zodat de spontaniteit wegebt. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat dit voor de auteur een bewuste keuze is geweest.

Het genre lijkt mij dubieus: is het een prozadebuut, of een debuutroman, een psychoanalytische of psychologische roman? Ik houd het bij het laatste genre.
De roman begint met een hypothese: stel dat Emmanuel Tack dood is, wat moet ik, Leonie, met mijn leven aanvangen? Dit is Leonie: depressief, lethargisch, zwijgzaam, introvert. Aaron, haar minnaar, is getrouwd met zijn werk (bankier), samen hebben zij een wankelende relatie van jaren. Ook een dode Manu (van wie Leonie de minnares is geweest) gunt haar geen rust. Dit gegeven vat gevat de roman samen.

Leonie vindt in haar mailbox een berichtje van een onbekende vrouw, Eva. Zij is psychotherapeute en rechterhand van een psychiater. Leonie mailt terug: “ik ben een leerkracht die om gezondheidsredenen op vervroegd pensioen ben gegaan”.

Wanneer Aaron iedere keer weer voorrang geeft aan zijn dochter, is de onbekende Eva een verademing. Daarnaast heeft Leonie met haar zoon, Anton, een goede band. Hij is opgegroeid in co-ouderschap.

Wanneer Eva een nieuw bericht stuurt, begint het verhaal definitief. Zij spuwt haar gal uit over haar werkomstandigheden en haar collega’s. Ook over haar baas, Ed Colombier, is zij dubieus: enerzijds verwijt ze hem zijn zwak karakter: overbeschermd, opgegroeid als supertalent, wereldvreemd, anderzijds is zij verliefd op hem.

Het boek begint met een eerste hoofdstuk “Zij is allang zijn lief niet meer”, maar nergens vind ik een nieuwe titel voor een tweede, derde hoofdstuk. Waarom de eerste en enige titel dan? Moet hij de samenvatting zijn aan het verhaal? Pas dan - en dan nog - zou hij enige zin (betekenis) hebben.

De thema’s die aan bod komen, zijn: de werkvloer, hun gemoedsstemming, verveling, agressie, verwantschappen, de slachtofferrol, hun frustraties. Stuk voor stuk thema’s die veel mogelijkheden bieden voor diepgang, gefilosofeer, spanning, maar deze zijn slechts met mondjesmaat aanwezig. Een gemiste kans. Dit is echter geen verrassing bij een beginnend schrijver: hij/zij focust zich vaak te veel op zijn/haar “eerste ingeving”, op zijn/haar “vondst”, met andere woorden: op het “plan”. Hierdoor wordt de verhaallijn te transparant, mist mysterie, de inhoud wordt te “volmaakt”, “begrijpbaar”, te “openbaar”. De lezer verliest zijn aandacht, hij/zij wil dat de auteur een uitvinder is, desnoods een insectenverdelger.

Neen, dit is geen afwijzend oordeel over de debuutroman van Jenny Dejager. De mailberichten van de twee hoofdpersonages zijn trucs om een verhaal op gang te brengen en op gang te houden. Daar is niets mis mee. Vraag is of uit dit schrijfproces goed proza voortkomt, en indien ja, dan heb je het bewijs geleverd van goed schrijverschap.

Bovendien komt het e-mailverkeer vreemd over. Kunnen de twee vrouwelijke hoofdpersonages “het verhaal” reconstrueren aan de hand van deze e-mails? Er worden sprongen gemaakt of met opzet e-mails weggelaten. Dat laatste zou spijtig zijn, want de roman zou aan spankracht hebben gewonnen indien hij haast volledig als een roman in e-mailvorm zou zijn uitgewerkt.

Ik heb het boek graag gelezen, helaas was het soms net ietsje te onduidelijk en verwarrend. De vonk is er, maar ze wil niet overspringen. Een pauze voor passie haalt iets te weinig niveau in de breedte.

Eén van de mooiste passages in het boek lees ik op pagina 56, in een mail die Leonie stuurt aan Eva en waarin zijn het over haar overleden minnaar, Manu Tack, heeft. “De afwezigheid van Manu overmant haar met een ankerkracht.” Het is ook één van de langste mails in het boek.
Hier wordt het verhaal spannend, levensecht, aanvoelbaar, hier wekt Leonie (de schrijfster) mijn aandacht, ik lees haastig verder, met hoge verwachtingen.
Deze mail onthult werelden van verschil, tussen Ed en Eva, tussen Leonie en Eva, tussen Manu en Ed. De auteur maakt dankbaar gebruik van deze verschillen. Ze zijn inspirerende ingrediënten om het verhaal te stofferen.

Halfweg de roman verrast de auteur de lezer met een zo verhoopte meerwaarde in het verhaal: Leonie bekent Eva dat wat zij haar mailt maar een verhaal is en dat zij eraan twijfelt om ermee door te gaan. Bovendien ontmoet zij Tom, een ex-collega.
Ook Eva heeft niet af. Zij vraagt zich af: hoeveel van Leonies verhaal is nu fictie en wat is er non-fictie? Voor Eva is het een nieuwsgierigheid waaraan zij verslaafd is geraakt en voor Leonie blijkbaar een dwingend spelletje.
Het e-mailverkeer trekt zich weer op gang. Opvallend hierbij is dat Eva eigenschappen (kenmerken) vertoont van Leonie: ook Eva stuift rond in haar kleine wereld, kent dezelfde buien van twijfel, voelt zich onzeker. Beiden kiezen ervoor “zich te laten drijven op het leven”.

Ik sta ook even stil bij de lectuur die Leonie opsomt: het gedicht “Jonge sla” van Rutger Kopland, de romans Geheime kamers van Jeroen Brouwers, Lilith van Remi de Gourmont, de film en het boek Gejaagd door de wind van Ashley Wilkes, Malinche van Laura Esquival, Foute mannen van Olivia Goldsmith, David Grossman en De Seizoenen van Clem Schouwenaars. Vooral dit laatste boek roept reminiscenties op.

Bij de meeste boeken heb je een vervelend stuk waar je doorheen moet. Ook bij deze roman. Het boek leest vrij vlot, de aanloop naar de spanning gaat niet altijd in crescendo, maar het loont de moeite verder te lezen.
Wat mij stoort is de vraag: “Is het verhaal nu een hoofdlijn of een sublijn?” Soms zijn de fragmenten tussen de e-mails niet relevant of verliezen aan relevantie door overbodig uitweiden.

De pikante titel? Behalve de mooie alliteratie vind ik niet dat de vlag de lading dekt. Waarom “een pauze”? Waarop slaat de passie? Vertelt Leonie haar leven aan Eva via e-mails? Is Een pauze voor passie de wereld van Leonie die Manu voor haar achterliet? Is Eva het alter ego van Leonie? Is Leonie de schrijver?

Pas laat begon Jenny Dejager met schrijven (aanvankelijk het schrijven van gedichten). Vanuit welke impuls weet ik niet. Uit frustratie(s)? “Ik ben altijd een opstandig kind geweest,” zegt ze van zichzelf. “Ik heb over bruggen gelopen met kleine kasseien (kleine verdrieten), grote kasseien (grote verdrieten). Maar ik heb ook over Zonnesteen gelopen, (de leeuw brult maar lacht ook vaak). Nu schrijft Zonnesteen mij terug. Ik heb lang getwijfeld of ik mijn oor hiervoor mocht lenen.” Schrijven is altijd toch een droom geweest: “een laagje poedersneeuw bedekt de angst om nooit te versagen aan de droom.”

Zij publiceerde vier gedichtenbundels in eigen beheer: De smaak van stilte, In vlindervlucht naar de regenboog, Twee voetstappen later, Naast de liefde. Haar vijfde bundel, De aanhalingstekens van liefde en troost, verschijnt in het voorjaar van 2011.
Haar inspiratie put zij uit dagelijkse ervaringen, zoals: kinderen, gezin, (nieuwe) liefde, het ouder worden en afstand nemen. Thema's zijn: pijn, verlies, eenzaamheid, woede en verzet. Mij valt op (en ook nu in haar eerste roman) hoe zij schrijft over de kleine kosmos van huwelijk en gezin.

De roman is strak gestructureerd, te hecht gebonden aan de e-mails (het procedé), te weinig een krachtige explosie, nog te veel een doordacht werkstuk.

Jenny Dejager heeft voorraad, heeft “inhoud”, heeft levenservaring, ambitie, om een goede roman te schrijven, - of is het nood aan een lang antwoord aan hen die haar nooit hebben begrepen? -. De aanzet met Een pauze voor passie belooft veel goed.

De schrijver zit nog te strak in het pak. Ze houdt de schrijfpen te hard in bedwang. In de passages waarin zij vergeet dat zij de auteur is, is zij op haar best: suggestief, raak schetsend, ongedwongen, niet geremd.

Een pauze voor passie heeft mij niet teleurgesteld. Een goed debuut dat mij hoopvol stemt.

Thierry Deleu

Jenny Dejager, Een pauze voor passie, Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, Nederland, ISBN 978-90-5911-985-7 - te koop op www.uitgeverijaspekt.nl



Geen opmerkingen: