Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

15 september 2010



Tags: Thamar palmboom, Thamar poëzie


Onderweg lees ik op een beeld
gehouwen met vooroorlogse handen
“Thamar op je hoge borsten
betoveren me 2 vissen
en op je vingertoppen
roert een ontluikende roos”

flower power denk ik
waarvoor destijds de Belgische frank
prompt werd gedevalueerd

maar Thamar?
laten we deze vraag even rusten

agenten van een openbare nv zijn in mijn woonst ladders op en af aan het klimmen om het houtwerk buiten aan mijn ramen met olie kleur ‘noten’ te beschermen tegen de regen en de winden die zich in deze septembermaand ter hoogte van de Noordzee reeds aan het klaarstomen zijn. meteen val ik niet langer onder de privacy-wet maar onder de wetten betreffende de handhaving van de openbare orde. mijn leefkamer is een publieke ruimte geworden en het doen en laten in deze ruimte valt onder de bevoegdheid van diverse ministers van Binnenlandse Zaken met ingewikkelde en daarom voor de privé-persoon zo gevaarlijke niet-homogene en overlappende bevoegdheden. ik moet er zorg voor dragen dat er toiletpapier hangt in de wc’s en dat mijn stopcontacten 220 volt leveren in plaats van de 130 waarvoor ik elke maand normaliter al een flink van mijn leefloon moet aanspreken. mijn bed moet opgemaakt zijn en de kant naast deze waar ik zelf geslapen heb, moet koud aanvoelen. mijn katten mogen maar één keer per uur miauwen want anders riskeren ze op basis van één of andere federale, regionale of gemeentelijke wet, decreet of reglement gesteriliseerd of gedissecteerd te worden. en als ik mijn patatten kook, moet ik alle hens aan dek roepen om erover te waken dat de boel niet overloopt, anders staat mijn burgerlijk tekortschieten morgen al in het Staatsblad.

verder is het niet langer ik die in mijn stek woon, maar een naamloze meneer. “meneer, hebt u een stofzuiger?” informeert één van de agenten op een toon die niet verschilt van deze waarmee zijn collega-proletariër, al even onderdrukt door Koning, Kerk, Kapitaal & Kroost, me zou aangesproken hebben. vanzelfsprekend informeren ze niet maar mijn Miele S251i stofzuiger, maar naar een stofzuiger tout court. zoals ook de kassierster in de GB niet vraagt naar mijn geld, maar naar geld in het algemeen. waar mijn geld vandaan komt interesseert haar niet. overigens ook niet waar het geld in het algemeen vandaan komt.

ik stel als hypothese voorop: zoals spaghetti groeit geld aan de bomen in zuid-italië.

maar nu de agenten van de openbare nv hun achturendag hebben voleindigd, duikt als een boemerang de vraag op:

Maar Thamar? Gegoogeld blijkt het de Bijbelse naam te zijn voor 2 koninginne-achtige vrouwen die naar een palmboom werden genoemd waarrond een stad was gebouwd. Het waren twee vrouwen die bijzonder seksueel bedreven waren. De éne door zich met haar zin te laten verkrachten. De andere idem maar juist met tegenzin. Dat maakte in die tijd vermoedelijk noch juridisch noch moreel enig verschil uit.

In welk aquarium de beeldhouwer jandorie die 2 vissen kweekt, blijft me een raadsel. Ik reken erop dat het allereerste verslag van het deskundige en VN-gesubsidieerde ‘Centrum voor Erkenning, Heling en Verzoening’ dat mysterie voor kerstmis wel voor de verzamelde kerkgemeenschap uit de doeken zal doen. Als compensatie voor de miljoen geboren en ongeboren slachtoffers die immers als schadevergoeding geen geld maar een (wat meer eigentijds) herderlijk en inslaapwiegend sprookje vragen. Ik zelf was uiteraard weer bij de slimmeriken: ik stuurde Léonard de Zestiende in mei onder vier pseudoniemen (met dezelfde bankrekening) vier verschillende pikante verhalen. Een halve week later kreeg ik al zoveel geld dat ik nu als 1 der weinige aardbewoners elke week een bak Westvleteren-trappist kan kopen. En op de website van de Abdij mag ik als eerst een review schrijven over zowel de voortreffelijke als de minder voortreffelijke eigenschappen van bak, fles en flesinhoud.

Eric Rosseel

Geen opmerkingen: