Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

5 september 2010

IK SCHREEF ONDER ALLES NAMEN



Het was in mei 1952, ik toefde op de weiden van de Blankaert te Woumen. Daar hoorde ik voor het eerst de doordringende roep van de roerdomp, een magische vogel die tussen riet en lis een verborgen leven leidt. Nog hoor ik de roep van zijn eenzaamheid, die ik een onderkomen gaf tussen het riet van mijn woorden.

Op mijn tochten heb ik vaak de bosuil gehoord in de schemering of in het nachtelijk duister. Zijn stilte vloog over de stoppels van mijn woorden. Soms heb ik mij afgevraagd: waarom stroomt de rivier voorbij en is geluk als water in de schelp van mijn hand?

Ik heb de glinstering van de steen gezien in de bergbeek: de steen door water en tijd tot bijna een volmaakte vorm geslepen. Nog niet zolang geleden heeft een meer dan honderdjarige taxusboom in mijn dagboek geschreven: laten we nog eens bloeien!

Ik ben opgegroeid tussen de vergankelijkheid der dingen. Ik ontdekte de dagen en schreef onder alles namen.
Er is veel te zien in vogels, rivieren en stenen, in velden en bergen en daarrond en daartussen de mensen.
Wat verbergt al niet een voordeur van een huis?
De Kleine Prins van de Saint-Exupérie zei: de woestijn is zo mooi, doordat er ergens een waterput verborgen is. Ja, schoonheid is soms onzichtbaar. Ogen zijn vaak ontoereikend, met het hart moet men zien.

Meer en meer ondervond ik, dat iemand achter de dingen staat. Ik noem hem de onnoembare, boordevol is zijn naam, onzegbaar zijn naam.

Ik heb ook de dood ontmoet, vader en moeder zien sterven, zeven broers en drie zussen zijn me voorgegaan en tal van nabestaanden, telkens werd het oeverloos stil in mij en was mijn spraak in de rui.
Ik heb ook de liefde ontmoet, zij is mijn eiland in blauw water, de liefde is poëzie van het geluk.

Uit de schaarste en de leemte kwamen enkele woorden los die ik heb geborsteld en gebundeld, woorden die ik prijsgeef in rituelen van kwetsbaarheid.
Mogen de lezers wat stilte vinden in de doorkijk van die woorden.Mocht tussen de files, de haast en het jachtige leven het gedicht wat zuurstof brengen. Immers elke naam is doorwaadbaar.


Fernand Florizoone
(uit de slottoespraak op de voorstelling van Rituelen van kwetsbaarheid - 2000 )

Geen opmerkingen: