Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

7 september 2010


HET SUBLIEME VAN HET LELIJKE



Voor het eerst sinds ik dicht heb ik één van mijn eigen verzen tot op het bot ontleed. Ik sta versteld van het resultaat. Hetgeen uit een vers te halen is dat men zogezegd blindelings heeft geschreven, zonder de minste opzet of zonder het minste doel, is heel wat meer dan wat zich laat vermoeden. Het komt een beetje neer op de ontleding van de eigen ziel waarbij de versregels er achteraf wat zielig bij liggen. Het zal zo vlug niet meer gebeuren dat ik in mijn eigen huid ga snijden om te kijken wat eronder steekt.

Ik geef toe dat ik naast gemakkelijk verstaanbare verzen ook andere heb geschreven die voor het ongeoefend oog cryptisch lijken of zijn. Doch ervaring heeft me geleerd dat men, zelfs bij eenvoudig lijkende verzen, zelden het onderste uit de kruik haalt; dat er té gemakkelijk overheen gelezen wordt.

In de bezonken laag zit vaak nog heel wat meer.

Dat ik ook zogenaamde moeilijke verzen schrijf heeft daarmee te maken dat abstracte en surrealistische kunst me ongewoon boeien, vooral de visionaire beelden die ik erin vind laten me niet los. Ik probeer ze te duiden omdat ze mij ontroeren, en omdat ik erachter een boeiend iemand vermoed. Niet mijn eigen kleine wereld probeer ik erin te ontdekken, wel de kunstenaar of de kunstenares die de kern is van het oeuvre.

Zou alleen een zielsverwante iemands innerlijk wezen begrijpen? Ik zou het niet weten. Wel weet ik dat de kunstenaar zijn ziel blootlegt in zijn creatie. Doch hoeveel langskomenden wagen het om zich over de diepe welput te buigen waarin het water glinstert. Velen nemen genoegen met een vluchtige blik van op veilige afstand: ze buigen zich niet over de rand. Veel minder nog zullen ze proberen te raden wat achter het spiegelvlak verborgen ligt. De bronader is hen onbekend.

Soms heb ik grote behoefte aan uitgesproken lelijke verzen lezen zoals Paul Snoek er enkele schreef. Ze drukken me met de neus op de werkelijkheid. Verzen die niet in de smaak vallen van de massa. Verzen waarbij je alles van je af zou willen zetten wat naar suiker smaakt of naar honing ruikt, en waarop niemand het te pas en te onpas gebruikte woordje ‘mooi’ zou kleven.

Ja, lelijke verzen om het sublieme aan te tonen, zoals een fotograaf een verweerd gezicht vastlegt op film. Op die wijze kan de oneindige schoonheid van de aftakeling langzaam tot ons doordringen en ons diep ontroeren. Wel moeten we de foto aandachtig bekijken. We moeten ons afvragen hoeveel brandende zon, bittere koude, snijdende wind en snerpende regen dit gelaat hebben geteisterd, en vooral welke mens erachter schuilt. Hoeveel levensstrijd hij heeft uitgevochten, hoeveel nederlagen hij heeft overleefd.

Evenmin als een geciviliseerde boom krom mag groeien, of krom mag staan, evenmin blijkt het ons gegund de uiterlijke tekens te zullen mogen behouden van de tijd waarmee we geworsteld hebben, en van het leven dat niemand spaart, en dat ons anderzijds zoveel heerlijke momenten schenkt. Het ontzaglijk leven dat ons rijk maakt aan ervaringen. Dat ons leert wat ware schoonheid is van zodra we het zogezegde lelijke weten te relativeren.

Velen beseffen wellicht nooit dat de mens op latere leeftijd even boeiend kan zijn als een oude vrijgevochten boom: verweerd en krom, maar vol beduidende ringen.


Iris Van de Casteele

Geen opmerkingen: