Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

8 november 2009



EEN DICHTER DIE WOORDEN ONBENUT LAAT!



Echec Romantiek vind ik een leuke titel, waarom de dichter zich echter verschuilt achter VPM Bio is mij een raadsel. Zou het niet veel poëtischer zijn te kunnen vermelden dat Vincent Billiau de dichter is? De recensent zou meteen vermelden dat Billiau ook uitgever (Litera-Este) en fotograaf is van o.a. Bekentenissen en Zwarte Vijvers van Guy van Hoof.

Is dit een detail? Indien het over poëzie gaat, is de naam van de dichter niet belangrijk of zou toch de recensent niet mogen beïnvloeden. Ik ken Billiau niet. Maar de man intrigeert mij wel (VPM Bio dan toch een goede vondst?).
Bio en Billiau zullen in een kindermond wel hetzelfde zijn. Hetzelfde klinken. “Gaan wij naar nonkel Bio, mama?” De V van VPM zal dan wel staan voor Vincent.

Elke dichter verkent zijn territorium. Fictief of niet-fictief. Spontaan of gespeeld. Bij Billiau gaat het om de verbondenheid tussen de mensen. Of beter: hoe zoeken wij elkaar (te begrijpen), is er een verband (verbondenheid), is er een eenheid die bindt en ruimte laat?

Ik vermoed dat Billiau de metafysische toer opgaat om zichzelf te ontdekken, zijn eigen identiteit, de redenen ook waarom hij zoveel spanning ervaart, waarom hij zich permanent in een wankel evenwicht bevindt.

Mooie titel, mooie kaft. Mooie verzen?
De bundel heeft drie poorten en één passe-partout. “Ont-aarden”, “Twentse gedichten” en “Onvergetelijke spijs”.
“Ont-aarden” lijkt mij de aanleiding tot de bundel, de andere gedichten zijn bij geplaatst. Dit gebeurt wel meer bij (overhaaste) dichters.

Billiau schrijft goede poëzie wanneer hij zich beheerst, niet flitst als een fotoapparaat of heen en weer loopt als een lokale reporter. Ik besef dat hij wil “ont-aarden” en de lange lijn tussen “ont” en “aarden” wijst op de tijd die hij onderweg is, een lange tijd bovendien.

Het was oorlog. Hij sprong over het water… Moeder daalde af van de dijk (p. 4). Vanuit het land aan de overkant ziet hij hoe mijn land is verwoest, door de mof (p. 6). Toen hij haar ontmoette, zij was het nieuwe landschap/dat plaats maakte voor de oorlog (p.7), paste hij zich wonderwel aan (ja, hij zou het ooit in het Engels kunnen bedenken).

Daar in Engeland is de zee afstand tussen heden en verhalen (p. 8). Hij drinkt in stilte aan een nieuw leven (p. 9). En dan komt de tijd dat hij terug moet, want niet hier maar daar ligt de toekomst (p. 10). Zijn vrouw is verrast, (blij verrast?): Mijn man is opgestaan uit de dode/woorden die hij achterliet en De kinderen lopen weg/want vader is een spook (p. 11).

De dichter (in de rol van de vader) heeft twee vrouwen, twee dochters (Mijn dochters zijn verschillend,/de ene drinkt thee en de andere koffie (p. 12). Hij aardt niet meer, hij ziet nog enkel zielen uit het verleden liggen (p. 12), de moeders raken het niet eens p. 12).
Hij valt tussen de boot,/tussen schip en schande (p. 13).
Hij zoekt ontspanning (hij ontspant zich, wanhopig op zoek naar rust) in haar rosy corner (p. 15).

Tijdens het ontmijnen (van zijn geest) springt het geladen tuig (p. 17). Hij overleeft en wordt een held. Zij was het kind in hem/en van hem verloren (p. 19).

Toen de oorlog voorbij was, brachten de treinen/grenzen binnen. Ogen gericht op het water/een boot vol minnaars/en winnaars,/het einde van de ellende (p. 22).

Als recensent ben ik hier (letterlijk) het spoor kwijt en rest mij niets anders dan vragen. Ging het in de voorbije gedichten over de vader van de dichter? Of over hem zelf? Heeft de dichter geen twee dochters, maar wel een enig kind, hij noemde haar steeds Mon/hoewel ze een meisje was (p. 24). Werd zij winkeljuffrouw in een Haute couture zaak die niet uit de stad kwam (p. 26)? Had Mon een kind? Kleinkind (van de dichter zelf)?

De gedichten in “Ont-aarden” kunnen mij niet alle bekoren, ze zijn van ongelijke kwaliteit, ik voel wel soms de doorleefde emotie, maar de woorden op papier zijn ontoereikend. Vermoedelijk heeft dit te maken met de optie van de dichter om een evenwicht te vinden tussen verbeelding en realiteit. Toch krijgt hij signalen door van onmenselijk lijden en hertverscheurende liefde. De wendingen en overgangen zijn echter te bruusk, de taferelen die hij creëert zijn te compact.

De “Twentse gedichten” lezen veel vlotter, ze zijn minder verminkt, beklijven meer, waar in “Ont-aarden” de beelden ballonnetjes leken die vlug uiteenspatten, zijn de beelden hier van een sterke elasticiteit, plastisch, met enkele origineel taalgebruik, zoals

Wijdbeens stond ze voor hem,
langer dan hij kon kijken
vermoedde zij zijn kracht.
...
Bij haar kleine dood

Vond hij de waarheid.

(p. 31)

Als hij in haar hut dicht bij
zijn warmtebron
het akkerbeeld van
welbehagen dropte
wreef ze haar ogen uit.


Op een kreet die meerdere
tellen duurde smeekte ze
naar engelenhaar en
vrije liefde.

(p. 32)

Toch ontbreekt ook hier nog te vaak de eenheid tussen woord en gevoel, tussen beeld en verbeelde, tussen nuchterheid en dronkenschap. Misschien voelt de dichter dit ook aan in het gedicht “Vlinderschouder”.

Er lag een weg tussen ademen
en schrijven.

Het verkwisten van woorden
om liefde te bewaren lag niet
in deze richting.

(p. 35)

Toch heeft de dichter de potentie om de lezer te accapareren, te omarmen, mee te nemen, te koesteren. Dit is bovendien de essentie van goede poëzie: de dichter beroert, ontroert, verstoort, maakt blij en opstandig, bedroeft, geilt op.

Indien Billiau de hardheid van zijn woorden vervangt door poreusheid, licht krokant, indringende smaak zullen de beelden die hij vormt veel beter (in dichterlijke taal) de lezer aanspreken. Waarom houdt hij de volgende voorbeelden niet vol of werkt hij die niet uit?

Zij was het nieuwe landschap
dat plaats maakte voor de oorlog.

Ik heb in stilte gedronken aan een nieuw
leven.
...
Het water is dorstig
en je schip vertrekt
...
De kinderen lopen weg
vader is een spook.
...
Haar eerste glimlach
was gestolen.
...
Met kracht van een zeespin bewoog
het leven zich in en uit.

Echec Romantiek is niet geslaagd omdat de dichter zijn persoonlijke geschiedenis niet uitdraagt als poëzie, maar als onverwerkte herinneringen waarvoor hij de woorden niet vindt die zijn gevoelens tot bij de lezer brengen.

Ik wil hiermee niet zeggen dat Billiau geen armslag heeft, de kracht is er al, nu nog de elegantie, de charme, de lichtheid die poëzie zo tastbaar maakt.
Ik vind wel de drie sporen van herinnering (vader - dichter - dochter) een vondst die echter te weinig helder is uitgewerkt. Het ontbreken van links (bruggen) en de bruuske gedachtesprongen maken de lezer moe(deloos).

Thierry Deleu

VPM Bio, Echec Romantiek, Litera-Este, 2007.

Geen opmerkingen: