Waddenzee
Weer sta ik op de dijk
tussen onwetende, grazende
schapen te kijken naar die
luchten boven beweeglijk water.
Alweer die vreemde spiegel
als aan de horizon geklonken
waarboven wolken geen bestemming vinden,
verder trekken naar een andere kust.
Net als de vogels op het slik
die driftig in de bodem
pikken, voedsel voor hun
lange reis. Als één opstijgt, dan allen.
Ik kijk tot het tij opkomt en water
langzaam binnenstroomt.
Er is niets dat zomaar komt of
gaat en niets dat zomaar blijft.
Hannie Rouweler

Geen opmerkingen:
Een reactie posten