HET LANGZAAM STROMEN VAN WATER
(De Dommel)
Ik zing een bijna vergeten lied
bij het langzaam stromen van water
dat aan mijn voeten ligt en in stilte
een zwijgende wandelaar, fietser meevoert.
Het stroomt en stroomt en kent geen
oponthoud. De lange stengels van het riet
wuiven gedwee mee in een zachte bries
op deze namiddag in september, gaande
naar een natte herfst, verval. Het water stroomt en
stroomt en draagt een wispelturig takje met zich mee.
Een verdwaalde eend maakt één enkel geluid
tussen dichtgegroeide waterplanten langs de oever
van deze waterkant. Ik laat de woorden zweven vanaf
de brug. Ze drijven traag voort, eerst samen, verdwijnen
dan één voor één uit zicht achter een flauwe bocht naar de einder.
Ik houd van deze rivier, beek, geduldige stroming, omdat zij gaat
als een beminnelijke vrouw. ’s Zomers in een ruisend kleed met bloemen
in het haar. In het voorjaar een schuchter meisje dat haar ogen
timide neerslaat bij elke doordringende blik. ’s Winters een bevroren uil.
Zoals bronzen uilen seizoenen doorstaan, de eeuwigheid.
(HR)
Uitgaven Demer Uitgeverij / Demer Press (v.a. 2008)
Diepenbeek
http://stores.lulu.com/hannierouweler
Geen opmerkingen:
Een reactie posten