Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

30 juni 2011

              Emotie

                Letters vormen woorden
gevoel dat wordt
weergegeven.
Lijnenspel van tranen
door inkt in kleuren
gevangen.
Emotie verwerkt in
geschreven zinnen
op papier.

© Paula Hagenaars
Auteur zijn?


Als mieren wervelkringelend mijn hersenen belopen
de woorden van mijn evenmens vervagen tot gefluister
snap ik de wereld niet en evenmin de verhalen van
zin en onzin in boekjes bladzijden uitlopend over

de rand van het toelaatbare is dat schrijven? auteur zijn?
ik walg van die bedoening en ontvlucht ze constant voor
andere oorden waar mijn denken verdrinkt in prozac
mijn bloed zich dunnetjes mengt met lichtlopend asaflow

en desalniettemin kan ik het niet laten het genot
in de kiem te smoren de angst te doen zegevieren
over het ongewoon banale van het dagelijkse
leven ik broed een ei uit nieuw boek met nooit gevraagde

woorden regels zinnen waar geen mens op wacht tenzij
ik zelf mijn spiegel mijn libido mijn alter ego
ja ja ik besef het weer ik stop ermee ik wil het niet
nog maar eens ondergaan tot eigen eer vergane glorie.


Thierry Deleu

29 juni 2011

Geld

Geld maakt niet gelukkig hoor je zo vaak. Waarom doen we dan zoveel moeite om het na te streven? Geld is verdomd handig. Wie het niet heeft, mist iets.

1. Geld hebben is beter dan geen geld hebben.
Geluk kan je er niet mee kopen, maar wel een aantal dingen die er naar leiden: financiële zekerheid, kwaliteitsvolle opleidingen, mooie reizen  En ook over je oude dag hoef je je geen zorgen te maken. Geld zorgt voor vrijheid.

2. Zorg dat je niet ‘rijk aan geld ’maar ‘arm aan tijd’ wordt.
Zorg voor een goede balans. Werkelijk al je tijd besteden aan geld verdienen, is geen goed idee. Het is niet gezond als je geen persoonlijk leven meer overhoudt. In dat geval ben je veel ‘armer’ dan je bankrekening zou doen vermoeden.

3. Herinneringen zijn belangrijker dan materiële zaken.
Vooral mooie herinneringen en realisaties zijn belangrijk. Familiebijeenkomsten, vakanties, feestjes en andere memorabele gebeurtenissen. Deze zaken kosten natuurlijk ook geld, maar voor bijna elk gezin moet het mogelijk zijn om zich deze voor een redelijke prijs te veroorloven.

4. Een doel hebben is ongelooflijk belangrijk.
Je kan je in het leven gewoon laten meedrijven en zien waar je uitkomt, maar beter is het om een doel voor ogen te hebben. Geen overwinning zonder inspanning.  Je zult verbaasd zijn door wat je kunt bereiken met een goede planning.

5. Leef in het hier en nu
“Hic et nunc”. Doelen op lange termijn, oké, maar denk erom te genieten van wat er vandaag allemaal gebeurt. Er moet een goed evenwicht tussen beide zijn.

6. Het helpt om enorm veel geluk te hebben
Om de top te bereiken moet je het natuurlijk goed aanpakken, maar ook puur geluk speelt een cruciale rol. Nu is stomweg geluk hebben natuurlijk niet de enige factor die telt: het leven is meer dan wat met dobbelstenen gooien. Geluk bevindt zich op het snijpunt van kansen en voorbereiding.

Joris Dewolf

Open brief

Crisis?

Ik ben een ongebreidelde levensgenieter. Ik ben niet conservatief nederig. Ik ben echter niet verdoofd door het heersende neoliberalisme, met de slagzin “ik koop, dus ik ben”.
En toch lijkt het erop alsof nu een aantal zaken bereikt is waar de oermens slechts van kon dromen. Ik denk aan de onbeperkte stroom van alle soorten vruchten, aan de afstelbare binnenklimaatregeling, aan de moderne media.
Heeft de moderne mens daarmee de ideale toestand van weelde en overvloed bereikt?

Ik opteer helemaal niet voor een conservatief pleidooi van schuld en boete, een soort van “vernieuwde nederigheid”.
Wij leven in een tijd waarin de mensen niet langer veroordeeld zijn tot zware lichamelijke arbeid of onderworpen aan een knellende moraal. Laten wij onszelf niet belasten met een nieuw schuldgevoel (zondebesef). Ik heb geen schuldgevoelens (meer).

Voor de meeste westerlingen zijn welvaart, veiligheid en vrijheid enorme toegenomen; woorden als “schaarste” en “tekort” doen geen recht meer aan de huidige situatie. Maar… bij gebrek aan gebrek verzinnen velen daarom tekorten en vergroten minieme toestanden enorm uit.

Door dit gebrek aan realiteitszin is het moeilijk om goed om te gaan met de crisis. Deze nieuwe ethiek staat haaks op wat ik wil en hoe ik leef. Ik ben echter geen egoïst pur sang: om te voorkomen dat deze ethiek ons verpest, ben ik voorstander van een nieuwe ethiek, van nieuwe waarden, een nieuwe moraal, nieuwe omgangsvormen.

Ik breng de boodschap van de verandering.
1° Wij moeten niet naar het mogelijke, maar naar het onmogelijke verlangen.
2° Wij moeten ons afkeren van slechte gewoonten, zoals ingesleten ondoordachte meningen en voorstellingen.
3° Ik ben voor een derde generatie van liberalen: de cultuurliberalen.

Wat is cultuur? De nieuwe cultuur heeft allerlei vormen, zoals sereniteit en mystiek, kunst als spiegel en als magische bol. Cultuur is ook spanning tussen het gewone leven en het avant-gardistische. Deze spanning moet blijven.

Wie niet door het meer-dan-grote wordt gegrepen, behoort niet tot de Homo sapiens.

Thierry Deleu

Uit ons archief (2007)

Oostduinkerke, 27 juli 2007.


Beste  Jan,
Vriend van oudsher,

Ik weet dat je een brief in authentiek handschrift verwacht, maar ik doe dit niet meer en ik wil  deze gewoonte in ere houden. Na de typemachine ben ik nu een adept van de pc en de tekstverwerking.


Beste lezer,

Als Harelbekenaar, geboren in Menen, getogen in Wevelgem, en nu wonend in Oostduinkerke, heb ik niet alleen vaak verhuisd en veel gereisd, maar ook veel beleefd. Ik ben niet honkvast – mijn vrienden zeggen dat ik nieuwzuchtig ben – en ik hou van uitdagingen, dit is waar. Van mijn vrouwtje wil ik echter nooit weg, zij is mijn soulmate en mijn grootste Muze.

Het moet je dan ook niet verwonderen dat ik haar zowel in mijn gedichten als in mijn romans verheerlijk, niet altijd bij haar echte naam, dat zou gênant zijn, maar zoek het maar eens op, het kan een tijdrovend spelletje worden.

Mijn poëzie wordt geciteerd als erotisch en critici waarderen mij als “één van de beste liefdespoëten in Vlaanderen”.

In mijn werk komen er – dat had je al begrepen – veel autobiografische elementen voor. Zo lees je dat ik  enig kind was, ja, maar niet verwend, veeleer streng opgevoed. Op mijn twaalfde vloog ik in een internaat en kon er geregeld fluiten naar mijn ‘vrijheid’. Tot mijn twaalfde leefde ik in een ‘harde’ wereld. Cowboy en bandiet spelen, voetballen met een zelfgemaakte stoffen bal, met de schietlap mikken op de glazen potjes van de elektrische draden, vette pruimen uit de klakkebus duwen. En dan de 'bendes' die elkaar bevochten met kluiten en stenen. Ik speelde  echter liever poppenspel voor  een klein publiek uit de buurt.

Mijn vader was wever, maar in de gemeente was hij vooral bekend als duivenmelker. Wij woonden in de ‘Kweke’, een beruchte wijk, de rode buurt. Mijn leeftijdgenootjes vond ik wat brutaal. Ik deed niet veel kattenkwaad Ik kon er wel hard om lachen.  

In het vijfde leerjaar gaf de ‘meester’ ons als opdracht voor een opstel: 'Mijn peter.' Opa was een vloerenlegger en ik mocht soms met hem mee, met de steekkar of met de triporteur. Ik mocht mijn verhaal voorlezen op de trede voor het bord. Ik was elf jaar, zat vooraan in de klas en wist: ik word schrijver. Logisch, ik blonk verder in niets uit.

Ik speelde 'journalistje’ op mijn vijftiende. Ik dicteerde artikels en verhalen aan mijn beste maat – hij werd mijn schoonbroer – en die tokkelde zo hard en zo snel als hij kon op een oude schrijfmachine. De blaadjes werden geplakt en in een paar bussen bedeeld in de straat. Toen ik niet meespeelde, zeiden ze tegen elkaar: 'Thierry is aan het schrijven.' Aan de ene kant hoorde ik erbij, aan de andere kant kon ik mij afzonderen. En dat is vandaag, op mijn 67ste, nog altijd zo.

Waarom schrijf ik dit, beste lezer? Omdat het deel uitmaakt van mijn schrijven: therapeutisch, onthullend, de puntjes op de i plaatsen, mezelf blootgeven. Ken je nog de titel van één van mijn eerste gedichtenbundels? ‘Ik, een naaktloper’.

Jan, de bibliothecaris, is mijn vriend. ‘Het is geen gewone,” maar dat wist je al. Ik heb een gedichtje voor hem geschreven, niet in mijn gewone stijl (beelden, metaforen, vergelijkingen), maar zoals hij het liever heeft.

Mijn vriend

Rusteloos zichzelf bekreunende verwarde
en verwarring stichtende bezige bij
mijn vriend chaos creërend orde scheppend
zeven boeken in de hand zeven boeken
aan de rand van zijn tafel hij consumeert
veelvraat onverzadigd onverzadigbaar

wat drijft hem? de levensvragen? indrukwekkend
als hij zich opblaast het uitproest van stil genot
pontificale provocatie met een knipoog
hij weet wat hij niet wil en wat hij niet kan
indien het al mag ambtenaar ambivalente
onruststoker opgejaagd om de eerste te zijn

hij gaat niet op café eet friet met frikadel
hongerstiller kunstobject hij voelt zich beeldend
een wereldverbeteraar rebel without a cause
adviseur voor kunst en vliegwerk in het geweer
voor experiment en tot kunst verheven ambacht
voelt zich als een vis op het droge in de ateliers

de donkere kamers van verwarde geesten
hij spreekt niet hij vertelt een verhaal geen toespraak
veeleer een anekdote hij gooit de kunstenaar
in de arena het volk ziet de waanzin in zijn
ogen de blik van de wijze verwaand gebukt
neergeslagen door massale barbarij.

Ik wens hem een gelukkige verjaardag: 25 jaar bibliothecaris! Hij heeft de Harelbeekse bouwvakker en zijn matrone ontvoogd, hij heeft hun kinderen het avontuur van het lezen leren appreciëren. Dit is héél wat meer dan vele politici ooit zullen kunnen bereiken. Wees hem dankbaar en geef hem af en toe een schouderklopje. Hij zal je zeggen dat het niet hoeft, maar hij meent het niet.

Groetjes en blijf mijn boeken kopen, van lezen alleen kan ik niet leven,


Thierry
P.S. Het boek  dat ik prefereer, Jan, om  opnieuw te lezen? ‘Eindterm’, een ‘moeilijke’ roman die  de moeite loont om te herlezen. Omdat hij ‘ontluistert’ en ‘onthult’.
Een foto mail ik jou door. 

Alter ego


Ik heb een glimp gezien van de man
van wie ik dacht dat hij was als ik ben
een vat vol tegenstellingen
koning en knecht heerser en slaaf,

hoe hij woekert met zijn woorden,
zich vergaloppeert aan slechte
vrienden, de smaak van de waanzin,
zich opwarmt opgeilt zichzelf beroert

talent aanmeet dat hij in één
beweging van tafel veegt, hoe hij
goed en kwaad te grabbel gooit,
kind met het badwater, toen ik

het hem zei was hij boos ontsteld
uitzinnig zoals ik zou zijn,
sinds zijn wij onafscheidelijk
houden niet eens een spiegel voor.


 Thierry Deleu
Vriendschap


Als vriend lief is zonder
vleugels, zeg mij dan wat liefde
is: een vlucht regenwulpen?
Of een vliegtuig dromen?
Jij en ik één ziel twee

lichamen: hoe stijgen wij
dan ten hemel? Bijen halen
honing uit bloemen: halen
wij wijsheid uit vriendschap?

Mijn vriend, wie zegt dat wij
niet liegen: wie sterft dan
aan zijn eerste leugen?
Wie aan zijn eerste waarheid?


Joris Dewolf

Gedichten om uit te hangen

Een kikvors
in aureolen water

een blad
dat van oktober valt

het paard
met elegische velden in zijn oog

de wesp
de najaarsridder op de confituur

het kind
dat voor het eerst zijn voornaam schrijft

gedichten om uit te hangen
in de beste kamer.

Fernand Florizoone

Persbericht


Demer Uitgeverij kondigt met groot genoegen een bundel aan met essays, kritieken, artikelen over Marokkaanse dichters en schrijvers
DE KALLIGRAFIE VAN DE SCHREEUW
DRISS CHRAIBI, ABDELLATIF LAABI, MOHAMMED KHAIR-EDDINE, ABDELKEBIR KHATIBI, TAHAR BEN JELLOUN.

door JORIS IVEN en THEO DIRIX
Contactpersoon: Joris.iven@telenet.be
Presentatie wordt georganiseerd in GENT. (informatie: bij Joris Iven en Frank Despriet, Frank.despriet@skynet.be)

Pocketboek, 112 pagina's 
16 €

Wordt verzonden in 3-5 werkdagen 
De bundel is vanaf 1 september te bestellen bij de uitgeverij € 18 (incl. verzendkosten binnen Nederland en Belgie)

Hannie Rouweler
Demer Uitgeverij
ze slaapt

ze slaapt als een broze schelp
gesloten – moge een droom
haar zo bewaren: ongebroken

je wordt er week en weerloos van
je hebt dit wezen nodig
je wil verdwijnen in haar schelp

er is een angst die ’s avonds
opdaagt en jou tot de morgen
gijzelt: je vreest de voet
die komen zal, de grote
voet die haar verbrijzelt

je voelt hoe zij het laken
warmt en je kantelt
naar haar zijde

haar lichaam zegt verwijtend:
ongelovige zoals jij wankelt
ik blijf in alle tijden

Staf De Wilde

28 juni 2011

De ganzen

Een V-lint trekt
over de bitse stekels van de steden

te Damme aan heimwee
grassenzacht geland,

ganzen
grazen in de vrede.



Semois

In de vallei woont het water,
schone slaapster,
die in haar schoot het licht ontvangt,

de wolk vervloeit tot mond
en zoent,
een forel springt een rimpel in het water.

Fernand Florizoone
Bedenkingen

Het wordt een gewoonte
kinderen zonder stekelbaarsjes
in hun spiegelbeeld te zien,

de herder heeft de trein gemist,
waarom bleef hij achter
bij wind en distel?

Vanmorgen zaaide ik nog gerst en vlas
en dacht dat ik gelukkig was.

Fernand Florizoone

Heerlijke haiku

Geliefden bloeien
als breekbare meeldraden
in eenzelfde bloem

Fernand Florizoone
Ik ben geen nachtegaal
noch een wandtapijt
in een kasteel,

ik zaai biet en peterselie,
's avonds eet ik yoghurht met radijs,
rabarbermoes komt ook op tafel,

mijn beeldbuis is een pessimist,
voert elke dag de ruzies aan,

waarom toont het nieuws
nooit eens een huismus
die een zandbad neemt
of de aarde van Ovidius
waarop een geitje loopt?

Fernand Florizoone

Ridderlijke gedichten - Derek van 't Gulle Zand

Parcilot tot ridder geslagen


Vader o vader mag ik naar ‘t hof
van Montsalvat? Mag ik? Parcilot
vroeg het op zijn beide knieën
het hoofd een beetje schuin omhoog

als heiligen doen. Toen hij daar aankwam
werd hij geschrobd geknipt gepoederd
van top tot teen de meisjes dansten
om Koning Arthurs jongste heen.

Parcilot  werd page aan tafel
en in hun vertrekken bediende
hij de oude heer en zijn madam.
De jonge Parcilot onderging

gedwee werd zedig in taal houding
bij het eten drinken van wijn.
Hij kende de regels zegde die
zonder verlet vóór ’t avondgebed.

“Met keurige nagels aan tafel
gordel aan niet losgeriemd
brood niet tegen de borst geklemd
vingers niet in mosterd zout en

schotel niet smakken oprispen
vóór ‘t drinken de mond afgeveegd
niet vooroverbuigen of op
d’ ellebogen leunen de tanden niet

stoken met het mes” Parcilot
werd schildknaap leerde paardrijden
steenwerpen wapens hanteren
springen dansen zingen vrouwen

versieren. Toen op zekere dag
ontving hij plechtig de ridderslag
Parcilot geridderd verwierf
ros schild maliënkolder harnas.


Genovere en het Oog van het Kwaad


Genovere blozend om zoveel lieve woordjes,
- hoewel schoonzus had gezegd
op haar qui-vive te zijn -,
knielde neer en kuste zijn amb’ren ring

“Dank monseigneur, uw woorden
zijn als muziek in de oren,
ik ben het niet weerd dat u tot mij komt,”
prevelde Genovere, helemaal gaga

en versuft. De kardinaal boog zich voorover
en fluisterde in haar rechteroor:
“O springgazel van mijn geest, kon ik maar
strelen de enkels van je kleine voetjes.”

Van die woorden schrok Genovere
en deinsde achteruit - zij herinnerde zich
de woorden van haar broeders gade -.
Een vrouwenloper, een vies oud ventje?

De kardinaal zag de twijfel in haar blauwe ogen,
trok zijn vlezige vingers terug:
“U hoeft niet bang te zijn, mijn kind,
het zijn woorden Gods die mijn respect

verwoorden voor je maagdelijkheid.”
Mans glimlach kon Genovere niet bekoren,
zij vluchtte weg over de binnenkoer
de kasteelmuur op, dook in ’t slotwater,

zwom naar de overkant waar het gras
veel groener was. Ontdaan druipnat
betraand viel zij languit op haar buik
in ’t warme hooi bewust van zonde.


 Genovere op vrijersvoeten


Toen koets de Creuse doorkruiste
stak Genovere haar hoofdje buiten
verwonderd over zoveel groen
gele brem luchtte zij haar gemoed

tegen de ruiter op de bok
die op de rem ging staan de paarden
bij de teugels trok en vroeg: madam
voel jij je niet op je gemak?

Genovere stapte uit schikte
haar drietrapskleed in zeven haasten
liep naar de graskant volumineus
vlijde ze zich neer  keek amechtig

naar de hemel en klapte in haar
handjes. Toen bracht de koetsier
de picknickmand dichterbij gevuld
met tommycake en droog fruit

nam plaats naast zijn meesteres plukte
bloempjes om ‘r heen een boeketje
slaafse gehoorzaamheid Genovere
spreidde haar rokken over zijn kroes

de oude bok lustte nog wel een
groen blaadje. Toen de haan driemaal had
gekraaid vervolgden zij hun weg
Parcilot droeg hoorns vervuld van trots.


Ridder Yvan ontmoet Genovere


Geradbraakt zeven estafettes
van Russia tot in de Highlands
verscheen ridder Yvan aan de poort
van Koning Arthurs buitenverblijf.

Schildwachten haalden de brug op
paard en ruiter schreden het slot in
de binnenkoer op laatste stuiptrekking.
Het schuimende paard verdween stalwaarts.

Blote Yvan onder de koude douche
afgedroogd besprenkeld ingepakt
de trap op gebracht naar Arthurs verdiep.
Aan ‘t voeteinde wachtte Genovere.

Arthur uithuis bekommerde zij zich
toegewijd om de gasten. Met de
nodige égards ontving ze hen
in de grote slaapkamer zoals

dat toen gebruikelijk mode was.
Yvan kende die gewoonte niet
en vroeg zich af wat mooie Genovere
in het schild voerde. Hij deed een wens

voelde geilheid tot toren zwellen.
Genovere boog zich naar hem toe
en sprak op zachte wijze de woorden:
“U bent wel erg voorbarig, heer.”


Rolling Stone


Wanneer de minstreel glariënd
binnenkomt als bij wonder
op gezichtjes van deernen en
maagden een blos een glimlach

Rolling Stone back in castle
de zoetgevooisde. Genoveer
klimt op haar toonladder hofnar
houdt de stijlen zij plukt noten

klapt in haar handjes welkom
de minstreel buigt voorover
de gasten leggen stemvork neer
muzikanten nemen hun gerief

bazuin herderspijp schalmei
het strijkje speelt Stone zet de toon
mist hoogte heft aarzelend een
lied in zijn blik paniek schroom

vlug zet Genoveer de toon
murmelend trekt de zanger
zich op dreef uit volle borst
diepe decolleté valt zij in

wenkt de zanger aan haar zij
hoor hoe zij zingen voorspel
pièce de résistance naspel
pousse-café in volmaakt akkoord.


De Noormannen


Aan de einder stip op zee een vaartuig
stevent snedig smalle drakenkop
dichterbij. Parcilot handen als
dak boven wenkbrauwen vrouwen

kringelschuiven om hem heen en weer
vragende blikken wegen wikken
de angst in d’ ogen van hun mannen
wat beogen de vikingen hoe

stout zijn hun plannen? Parcilot geeft
zijn bevelen uit schorre kelen
klinkt de echo van zijn woorden
achter staketsels staan honderden

schutters met pijl en boog hoog in de
lucht sliert een zwerm meeuwen voorbij
landinwaarts naar veiliger oorden
aan moorden hebben zij een vleugel lam.

Het drakenschip nadert op het dek
stoere mannen met gekrulde snor
witte baard lange lokken eerste
kreten snijden door de lucht op een

zucht van de ridders beschermheren
van vrouwen weduwen wezen
beschaving tegen barbaarse
plunderaars stokebranden oorlog.


Uitgeregend


De Moren bezetten de terrassen
- stilte hangt dreigend over de heuvel -.
Waarom is Álora tot strijd bereid?
Geen mens die het weet geen Moor of ridder.

Oorlogen worden niet in vraag gesteld.
Amfetamine wordt rij per rij
doorgegeven één tablet één slok water.
Een hinnikend paard uitverkozen

houdt zijn soortgenoten wakker.
De zon priemt door donkere wolken.
Appelsienen als bleekscheten.
Als Parcilot het schouwspel gadeslaat

weet hij raad noch daad te verzinnen.
Heeft hij zich van plaats en tijd vergist?
Van achter stugge Moorse ruggen
treden ineens blanke maagden ten tonele.

Ze zingen treurig a capella
over wijn overdaad en verkrachting.
Zij schitteren lampions schone schijn.
De Moren grijnzen. De belagers veinzen.

Parcilots page slaat de trom één-twee-drie
één-twee-drie hij weet van tijd noch uur.
De regen valt met emmers uit de lucht.
De meisjes vluchtten over de kim.

De Moren drogen hun kaken met blaren
van gescalpeerde fruitbomen.
Parcilot pleegt overleg besloten wordt
indien de regen zich niet terugtrekt

de aftocht te blazen in alle
toonaarden. De Moren lopen niet weg.
Wie weet? Het Westen druipt af. Het Oosten
triomfeert. Vrede heerst een regen lang.


De Guldensporenslag


Nazaten van Parcilot verbeten
strijden zij aan onze zijde
de Engelsen onze vrienden
‘t economisch belang primeert

een opgepoetste stofwolk waait
de grens over houdt ineens
de benen stil bij de Gaverbeek
ridders uit Frankrijk gekomen

om die bastaards verdacht zootje
ongeregeld kopje kleiner
te maken paarden stuiven uiteen
“Liquidation rapide messieurs!”

Uit één keel weergalmt “Vlaand’ren
die Leeuw!” Het veld kleurt rood
temidden van de wei wappert
onze vlag een heidense draak

zonder vleugels de Engelse
luipaard klimt tegen de rug van
de vijand op zie hoe de Liebaert
van Vlaand’ren zijn tong uitsteekt

rood als zijn klauwen de Fransen
wijken bezwijken onder de
mokerslagen druipen af de staart
tussen bescheten achterbenen.


Brief aan Hélène


Hélène hitsige maagd op kousenvoetjes
de lange puntstaart van je kornet
krult zich over je rug kwispelt over
de grond gekrulde fallus in erectie

zachte stokebrand zet de tobbe uit
hits het water op prikkel mijn zinnen
schrob mijn knoken hard mijn eikel
kom wijdbeens over dat ik oprollen kan

je kleed tot aan je lenden schouwspel
cinema in geuren en kleuren en
als ik oprijs tsunami zoen ik jou
als een ontdekkingsreiziger

roep america  en vaar landinwaarts
voorbij de klippen je baai binnen
de zon steekt het water schuimkopt
jij koert en kirt ik gier van pret.


Middeleeuws overspel


In ‘t groenlachende woud verspert
een hegge de toegang tot de
tuin van onkruid en lust.
Achter het raam prijkt de heks

in al haar verdorven naakt.
De pages rijden voorbij
apegapend links rechts
op het ritme van hun ros.

Wie is zij? Allochtone?
Autochtone? Wat maakt het uit,
ze is rein en ervaren,
heeft geleden en verzucht,

mannen opgegeild tot zij
hun laatste adem bliezen.
De pages begraven het
geheim. Ze hebben zwijgplicht.

De ridder in zijn kist wordt
geloofd om zijn man’lijkheid.
Door een kier in het struikgewas
kijkt zij geamuseerd toe


Ode aan Gentse wever


Vlaand’ren tussen Scheld’ en Noordzee,
Brabant, Henegouwen, Aartrijk,
volslanke maagd in Frankenland,
begeerd besprongen verwenst,
aan uw stuwende boezem laaft
Gent zich dronken van glorie,
door overvloed verwend.

Wever Kobe, strop en poorter,
dankt zijn welvaart aan ’t fijn gestreept
laken en de plaats van wieg en
water samenvloeiing van Lei’
en Scheld’, Gent tweestromenland.

Hij koopt beste wol in Eng’land,
verkoopt lakens in Rijnland,
op jaarmarkten van Champaan,
in Noord-Duitsland, Spanje,
Portugal, Gibraltar via
westvaart over Franse oceaan.

Kobe, strop en poorter, dankbaar
onderweg met paard en kar
pelgrimstocht naar Santiago
de Compostela. Broeierigheid
gaat over in regen, druppels
slaan fel uiteen tegen kar.
Boven heuvels donkert de lucht.
In de verte dreigt gerommel.
Kar hobbelt over karrensporen.
Kobe zalft zijn blauwe plekken.

Kobe, strop en poorter, op beevaart,
komt Italianen tegen,
Duitsers, Catalanen, paters
op sandalen, Tempelridders,
op Franse markten kermissen.
In zijn logboek lees ik nog:
“Dorpelingen op wegen
onderweg naar steden, waar zij
ambacht leren, kraampjes opslaan
in nauwe straatjes, winkeltje
spelen, bakker, slager, slotenmaker.”
Een nieuw’ mens priemt zich door
vruchtbare grond: de middenstander.


’t Is feest op ‘t Slot


De fine fleur, haute-volée, slotheren, slotvrouwen,
schrijlings of in amazonezit rijden zij
de ophaalbrug over, strojonkers, vlaggenjonkers, pages,
schildhouders, wapendragers houden meester en paard

bij de teugels, Joris slaat nauwlettend zijn Heer gade,
Parcilot, Genoveres favoriete ridder,
de ridders van het Scheermes komen thuis van de
dertiende, de kruistochten zijn in trek, trendy reizen

naar verre warme landen, grootdadig streden zij
voor het goede doel: het Heilig Land ontfutselen
aan de zwarte moren, Diederik en Filips van den Elzas,
de vaders van Robert van Bethune en Gwij van Dampierre,

neven en ‘nichten’ gingen vrede stichten in Jeruzalem,
“Parcilot heeft zijn sporen verdiend,” fluistert stiekem
Genovere tegen een fellen met een baard scheel
van dorst, ’t was een lange voettocht van zon naar maan,

van ginder tot hier, van warm naar koud, de faam snelde
hen vooruit, de vijand deed hen wijken, de strijd was
ongelijk, de moren bliezen zich op, hun kijvende
vrouwen ingepakt, donkere spoken die zich

omzichtig voortbewogen op het slagveld, lijken
pikkend, adelbrieven gebruikend als pasmunt,
de gate scharniert open, een stille stoet trappestapt
binnen in rijen van twee links rechts de binnenkoer op,

Parcilot glijdt van zijn ros, Genovere begroet
haar Heer met een dikke knuffel, het edelmetaal
tegen haar borst drukkend, een zoen op zijn gebarsten
lip, de freules en knapen juichen hun meester toe,

hij die zonder blaam of vrees henenging, trompetten
schallen, de paarden hinniken hees, de stalknechten
geuren naar vers stro en haver, de Heer wenkt zijn kompanen,
de wastobben worden buiten gezet, de ridders ontdoen zich

van hun bast, gieten seulen water over hun hoofd,
straks is het feest op ’t Slot van here Parcilot,
met clubkaart en gesloten deuren, de trouvères
schrapen hun keel, de deernen hun gat tot laat in de nacht.

Derek van ’t Gulle Zand

De glans wordt in een traan geboren, 't lied
van wolk en wind uit zee en eeuwigheid,
't geluk is als een kinderoog dat schreit
en door een traan de wereld glinstren ziet.


uit In de branding -1955

Fernand Florizoone
U I T N O D I G I N G

Auteur Patricia De Landtsheer nodigt je van harte uit op de boekpresentatie van het getuigenisverhaal van één van de jongste nog in leven zijnde overlevenden van de Holocaust, Dov Nasch uit Antwerpen.

'Bewaar altijd een stukje brood' is een uniek getuigenisdocument over één van de gruwelijkste periodes uit onze geschiedenis.
Tegelijk met deze getuigenisavond stelt kunstfotograaf Etienne Vanden Bulcke uit Nijlen zijn toepasselijke fotoreportage over Auschwitz ter beschikking. De fototentoonstelling loopt van 1 juli 2011 t/m 15 juli 2011 (mogelijkheid tot verlenging) tijdens de openingsuren van de Kunstentaverne (week: vanaf 14 u-18u; weekend: vanaf 12u-18u; vrijdag gesloten, toegang vrij)

Wil jij graag Dov Nasch ontmoeten, naar zijn verhaal luisteren en hem vragen stellen over de kampen waar hij gevangen zat, dan kan dat door aanwezig te zijn op DONDERDAG 30 JUNI 2011 om 19.30 u in Kunsten- en Literaire Taverne DE KLEINE NOTELAAR, Vlassenbroek 222 te 9200 Dendermonde-Vlassenbroek (Baasrode), ongeveer 200 m. voorbij het kerkje afdalen aan de vijver.
Programma
- Inleiding en korte bespreking van het boek 'Bewaar altijd een stukje brood' (uitg. C. de Vries-Brouwers, Antwerpen/Rotterdam) door Patricia De Landtsheer.
- Doel en belangrijkheid van herinnering- en herdenkingseducatie door Patrick De Landtsheer, medewerker van de werkgroep Dendermonde rond deze thematiek.
- Prozaïsch intermezzo 'Stap met mij mee' gebaseerd op de fotoreeks van kunstfotograaf Etienne Vanden Bulcke uit Nijlen (www.etiennevdbulcke.be)
- Monoloog 'De laatste uren' van Patricia De Landtsheer, door Melissa Leboeuf, woordkunstenaar, op muziek van Bernard Bertoni (viool).
- Receptie.
- De auteur en de getuige signeren na afloop.
Surf ook naar www.christenenvoorisrael.nl om deelgenoot te worden van 3 generaties in beeld.

Graag uw bevestiging op landtsheer@yahoo.com of foons: 052/211180 of gsm 0494/601961.
Het boek is ter plaatse verkrijgbaar à 16,90 €, bij de erkende boekhandel, bij de uitgever www.devries-brouwers.be of bij de auteur, Spoorwegstraat 69, 9200 Dendermonde.

W E L K O M     -     S H A L O M