Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

31 januari 2011


PRESS / announcement new English poetry book

(publication: February 2011)

Demer Press Belgium has the honour to announce a new poetry book by FLORIS BROWN, South-Africa.

website: www.lulu.com/content/10096354


Blue Ribbons
door Floris Brown

Pocket, 56 pages
Prijs: €14.00

New poems by Floris Brown, South-Africa. Floris Brown is professionally a Computer Trainer for Blind Adults -Tourguide at Institute for the Blind in South Africa.

FLORIS ABRAHAM BROWN was born on the 10th September 1948 in Parker Street Worcester South-Africa. He already published 24 poetry books and poems in more than 73 anthologies. He performed his poetry on a.o. TV-SABC-2, TV-PASELLA, TV-FOKUS, Radio Station RSG, Voice of the Cape – Moslem Radio Station, Radio Station Valley fm 88.8 Worcester. He also performed at festivals in Stellenbosch - Woordfees, KKNK, Suidoosterfees, Passaatwindefees, Chainouquafees, and toured in the Netherlands in 2007 performing in a.o. Amsterdam, Boxtel, Harderwijk and Nijmegen. He compiled four anthologies for the Breede Vallei Dichters in Worcester and included poets from the Netherlands.

ISBN nummer 978-1-4467-9452-4
Floris Brown (Standaard Copyright Licentie)
Uitgave 2011
Uitgever Demer Press
Engels
Afmetingen (cm) 19.1 breed × 19.1 hoog

The book can be ordered from the website, above.
Or contact the poet Floris Brown florisbrown@mweb.co.za

With kind regards,
Hannie Rouweler
Demer Press, e publisher
Belgium
http://www.demerpress.be/
info@demerpress.be
"Ik meld u met vreugde de geboorte van een nieuwe blog: 
een met suikerbonen en met de steun van Antwerpen Boekenstad."
uit het Boek Der Revelaties, hoofdstuk III, vers XXV.



http://suikerbonen.blogspot.com/
Frank Devos

30 januari 2011

Persbericht Demer Uitgeverij



L.S.,

Terwijl Belgische politici - aan beide zijden van de taalgrens - steeds dieper in het glas kijken en geen bodem vinden, heeft Demer Uitgeverij het grote genoegen een klare mix te schenken, door de nieuwe gedichtenbundel aan te kondigen van
 Bernard de Coen

DIEPER IN HET GLAS
cocktailgedichten

Publicatiedatum: april 2011
Voor verdere inlichtingen kunt u contact opnemen met de dichter
Bernard de Coen: farewellxlnc@hotmail.com

boekwebsite
www.lulu.com/content/10108612

Pocketboek, 96 pagina's
Prijs: €16.00

Nieuwe gedichten van de dichter en vertaler Bernard de Coen. Bernard de Coen (° 1965) studeerde Romaanse Filologie (Frans - Spaans) aan de K.U. Leuven en specialiseerde zich nadien in de vertaling van Nederlandstalige poëzie in het Frans. Gepubliceerde vertalingen kwamen er van het werk van o.m. de dichters Mark Meekers, Johan Van Cauwenberge, Bert Bevers, Joris Iven en Lucienne Stassaert. Hij heeft zo'n 3.500 vertaalde gedichten op zijn actief, gedichten van bijna alle hedendaagse dichters en dichteressen uit Vlaanderen en Nederland. Hij werkt als tolk en vertaler voor Minister van Energie en Klimaat Paul Magnette. Sedert 2005 houdt hij een dagboek bij. Uittreksels hieruit werden gepubliceerd in het tijdschrift "Romaneske". Hij publiceerde o.a. in 2000: Les bourraches, Franse sonnetten (uitg. Lux), 2001: Tiens, tweetalige haiku (uitg. Lux) en in 2005: Ontkoppelingen I, haiku (uitg. P).
website http://bernarddecoen.tripod.com/

ISBN nummer 978-1-4467-9321-3
Auteursrecht Bernard de Coen (Standaard Copyright Licentie)
Uitgever Demer Uitgeverij
Afmetingen (cm) 15.6 breed × 23.4 hoog
Vanaf april 2011 is de bundel verkrijgbaar bij de uitgeverij:
€ 18 (incl. € 2 verzendkosten)

Met vriendelijke groeten,
Hannie Rouweler
Demer Uitgeverij
info@demerpress.be
http://www.demerpress.be/

28 januari 2011

Tranen in de mist


als tranen
het verdriet
niet meer kunnen dragen
en muziek
de diepste drempel
van pijn heeft bereikt
kunnen ogen
enkel nog het licht verdragen
dat zacht doorheen
de nevel strijkt
van moegeweende dagen
het kind dat
in de mist verdwijnt

© 2011 Monique Verplancke

27 januari 2011




Het gedicht


Gelicht
uit de oerbron van het gevoel
het gedicht

weerbarstige woorden
uit de pas gezet

onverdroten
- gelijk bomen zoekend
het licht.

Germain Droogenbroodt

Nacht





Mij duikt de wens op je
simpelweg het woord te laten.

Geen maanlicht gooit je vensters open,
veel liever hou jij je achter
een gordijn verschanst.

En of het er iets toe doet
dat ik in de bossen van je slaap
weleens verzeild geraak,
en je grandeur zo nodig tussen
de lakens wil bewijzen.
Maar doe me vooral niet geloven dat
een vluchtige billenkoek en een orkaan
niet naast elkaar bestaan.

Voor je het weet ben je gebroken veer,
verdronken land
en al even snel wordt je blazoen
door de ochtend afgebroken.
.
Niet zelden sluip je in gorre portieken
en verdonkermaande steegjes,
schaamteloos, nooit verlegen.
'T zijn veeleer junkies in hun ademnood
die duister op je wegen.

Wat niet roert wordt niet verdacht.

Julie Goderis
In de stroom van de tijd 
En la corriente del tiempo

Poëzie van Germain Droogenbroodt
Recensie door Thierry Deleu, verschenen in STROOM nr. 31

Poëtisch hoogtepunt

Tweetaling: Nederlands-Spaans
Illustraties: Frans Minnaert
ISBNnr.: 9789071152009
Hard cover, 189 pagina’
Verkoopsprijs: 17,20 € + port
POINT Editions 2008
Bestellingen: POINT Editions, Rekkemsestraat 167
B-8510 Marke (Kortrijk)

De gedichtenbundel In de stroom van de tijd van Germain Droogenbroodt is een POINT-uitgave, luxueus, harde kaft, met omslag en tekeningen van Frans Minnaert.
Droogenbroodt (°1944, Rollegem) is dichter, vertaler, uitgever en promotor van moderne internationale poëzie. Sinds 1987 leeft en werkt hij in het schilderachtige, mediterrane kunstenaarsstadje Altea (Spanje).Hij bestudeerde de Oosterse culturen, hun filosofie en hun poëzie en verbleef talloze keren in het Verre Oosten en in India, wat in zijn poëtisch werk diepe sporen nagelaten heeft.

In de stroom van de tijd is een cruciale stap om door het creatieve schrijfproces een grotere kennis te bereiken van wat ons omringt, al dan niet zichtbaar. Deze bundel kwam tijdens twee verschillende periodes, maar op dezelfde plaats, tot stand, met name in Niglath, een dorpje in het hart van de Himalaya’s. Meteen wordt de belangrijke rol van het landschap en daarin de stroom, die een eigen klank (stem) heeft, duidelijk.

Niglath

Wees smeltende sneeuw
was je af van jezelf
Maulana Roemi

Is dit de bron
de Stem
die tussen de dunne lippen
van de rivieroever van mantra’s murmelt
of enig andere psalm?

Uit stilte ontstaat een wel
die stroom wordt

zuiver water
dat met trage schaduwen beladen
nachtwaarts voortvliedt
of naar een lichtspoor toe

- wie weet.

(blz. 9)

Zijn fijnzinnige, meditatieve gedichten verraden een poëtische virtuositeit. Zij pakken de lezer aan door hun subtiele weergave en beheerste vorm, door hun rijkdom aan verrassende beelden en metaforen. Ze zijn tegelijk gevoelig en intelligent.
Vooral het tweede deel (2007) ontdoen zich de meditaties van hun meer cryptisch en abstract harnas om - zoals het water - binnen te dringen in een gebied waar diverse stromen één stroom worden en zich verenigen met de natuur in een meer mystiek dan filosofisch proces, dat overgaat van het immanente naar het transcendente.

Denkend aan Herakleitos

Alles stroomt…
Herakleitos

Water
spreek met mij
spreek met andere woorden
dan met woorden van voorbijheid
spreek niet met woorden van weleer

maar schrijf ze in het water
opdat ze eeuwig blijven

- één geworden

met het water
met àl het water.

(blz. 105)

In vergelijking met de vorige bundels lijkt mij belangrijk te vermelden dat de natuurelementen de hele bundel overheersen.

Langzaam
als een grijze, gigantische vogel
strijkt de nevel over de Himalaya’s neer

in het takwerk van een nabije boom
flakkert een exotische vogelstem op

verlicht heel even
wat reeds duister was

dooft dan licht en schaduw
de onrust van de dag.

(blz. 45)

De gedichten profileren zich gaandeweg tot een ingehouden lyrisme, ingetogen en vatbaar, waar de natuur en hert ik versmelten tot één en dezelfde stem die in de sfeer van het niet begrijpende begrijpen van de mysticus, onderkomen vindt in een gebied waar Alles zich verklaart/in het onverklaarbare.

Ongemeten blijft
het onmeetbare

Welke waarheid is waarheid
welke wijsheid, wijsheid nog

waar blijft hij
die over het licht der dagen loopt
de taal der bloemen spreekt
de dorst kent van het water
het schuiloord
van duisternis en licht

Waar blijft hij?

(blz. 165)

Niet minder belangrijk is de dialoog van deze poëzie met de beeldende kunst. De veruit belangrijkste dialoog is hier echter de dialoog die ieder gedicht uit deze bundel met de lezer aangaat

Oude liefde

Over het kronkelpad van de hoop
zoekt hij naar licht

zoekt hij

in de vervallen kamers
van het geheugen

in de laden
met verbrande vleugels

maar het komt niet, het licht

of toch

heel even flakkert het op

- als stem

(blz. 91)

De lezer vindt zijn gading ten volle in de melancholie van de gedichten, echte pareltjes van zekerheid, twijfels, gedachten en beschouwingen.
De auteur is met de Spaanse versie van ‘In de stroom van de tijd’ (de eerste niet Spaanssprekende) laureaat van de XXIX Premio de Poesía Juan Alcaide 2008 geworden die onlangs in Madrid werd uitgereikt.







Drie nachten



De nacht
nog zoeter
dan de dag
vaart
zacht
als 't Kyrië
van Bach.

Aan het haakje
van de maan
hangt
nota bene
de nacht
in cantilene.

In de genade
van de nacht
man en vrouw
slapen
woordloos
elkaar
nog rakend.

uit (Mijn spraak is in de rui- uitgv .P)
Fernand Florizoone

De bibliothecaris is een onmisbare schakel tussen auteur en lezer!

Ode aan de bibliothecaris
Appreciaties en pijnpunten


Waarom niet? Is de bibliothecaris niet de bruggenbouwer tussen de informatie in een bibliotheek en haar bezoekers? Hij/zij zorgt ervoor dat het informatieaanbod van de bibliotheek goed aansluit bij de wensen van de bezoekers en houdt de collectie up-to-date. Verschijning van nieuwe boeken, tijdschriften of naslagwerken houdt hij nauwlettend in de gaten. Aanwinsten geeft hij - door middel van een coderingssysteem - een logische plek in de collectie. Wanneer bezoekers moeite hebben om informatie te vinden, helpt hij ze bij hun zoektocht. Dit is héél wat en daarom verdient hij/zij deze ode!

Toch kleeft aan het beroep van bibliothecaris nog altijd een stoffig imago. Zit hij/zij alleen maar met zijn/haar neus in de boeken? Zeker niet, het tegenovergestelde is waar. De bibliothecaris heeft juist een gevarieerd takenpakket. Hij/zij houdt zich niet alleen bezig met het beheer van de collectie, maar ook met het verstrekken van informatie. Vooral dit laatste aspect maakt het beroep leuk; de meest uiteenlopende vragen moet hij/zij kunnen beantwoorden. Iedere werkdag is hierdoor anders. De bibliothecaris heeft dus een leuk beroep.

Hij/zij verricht de volgende vijf hoofdtaken:
1. Beschikbaar stellen van informatie.
2. Up-to-date houden van de collectie.
De bibliothecaris houdt bij welke nieuwe boeken, tijdschriften en naslagwerken er verschijnen. Om te bepalen welke titels moeten worden aangeschaft, leest hij/zij onder andere recensies en aankondigingen van uitgevers.
Daar wringt het schoentje! Hoe maakt hij kennis met uitgaven van auteurs die niet bij “gevestigde” uitgevers (met recensie) worden uitgegeven? En indien hij/zij er weet van krijgt, vindt hij het dan belangrijk/onbelangrijk en/of tijdrovend om contact met de auteur te nemen? Wat doet de bibliothecaris indien hij/zij geen recensie toegestuurd krijgt of indien de auteur niet in de “officiële” recensiesluis is opgenomen?
Bij het uitbreiden van de collectie houdt hij/zij altijd de wensen van de bibliotheekgebruikers in zijn/haar achterhoofd.
Hij/zij adviseert de bevoegde schepen over de aanschaf van nieuwe boeken. Vaak is het echter zo dat de bibliothecaris zelf tot de aankoop overgaat. Hij beheert het budget.
Van wie krijgt hij informatie over nieuwe uitgaven? Wat indien hij/zij van de officiële bibliotheekdienst slechts informatie, voorzien van een recensie, ontvangt van ingezonden nieuwe boeken door de “grote” uitgeverijen? Besteedt hij ook evenveel aandacht aan informatie hem/haar door de auteur zelf bezorgd?
Een voorstel. Is het niet wenselijk (menselijk) dat ook (beginnende) auteurs of auteurs zonder grote uitgeverij of auteurs die uitgeven in eigen beheer zich met evenveel respect kunnen wenden tot diezelfde “boekendienst” (door de Overheid en/of het boekenbedrijf opgericht en/of gesubsidieerd)?
3. Informatie opbergen.
Een bibliotheekcollectie is ingedeeld aan de hand van een bepaald coderingssysteem. De bibliothecaris zorgt er voor dat dit coderingssysteem gehandhaafd blijft. Niet alleen voorziet hij/zij nieuwe boeken van de juiste code, maar hij/zij let er ook op dat het uitgeleende boek weer op de juiste plek wordt opgeborgen.
4. Helpen bij het zoeken van informatie.
Hoewel iedere bibliotheek beschikt over een zoeksysteem waarmee bezoekers zelfstandig de collectie kunnen raadplegen, hebben bezoekers regelmatig hulp nodig bij hun informatiezoektocht. Hij/zij maakt ze niet alleen wegwijs in het computersysteem - legt bijvoorbeeld uit welke zoektermen ze kunnen invullen -, maar draagt ook suggesties aan voor het raadplegen van bronnen.
Bijvoorbeeld bij het zoeken naar informatie over een schrijver.
Ook nu weer is de “onbekende” auteur de dupe. Wanneer de bezoeker het zoeksysteem raadpleegt, komt hij/zij nooit uit op een beginnende auteur, debutant, auteur zonder uitgeverij, tenzij de lokale bibliothecaris de man of vrouw persoonlijk kent en van hem/haar een aantal boeken heeft aangekocht. Deze auteur krijgt echter geen kans(en) om gelezen te worden door een ruimer publiek, om te worden geapprecieerd, om te worden gekocht. Hij blijft - als het meevalt - een lokale (hoogstens regionale) vedette.
Aan openbare bibliotheken op internet kunnen over allerlei onderwerpen vragen worden gesteld.
Voorstel. Op didactische borden/platen brengt de bibliothecaris eenvoudige tekst aan die de bezoeker wegwijs maakt in het zoeken naar alle auteurs, ook minder bekende, vergeten of doodgezwegen schrijvers. “De auteur die of het boek dat u hier niet vindt, kan u ons vragen. Wij helpen u zoeken!” Of “Een auteur? Een boek? Wij helpen u zoeken!”
Via Google is dit een eenvoudige klus: naam auteur zoeken, de verkregen bestanden overlopen, de websites of blogs van de auteur raadplegen. De bezoeker meldt de naam van de gezochte auteur(s) aan de bibliothecaris. Die naam komt op de lijst voor aankoop door de bibliothecaris.
5. Informatie uitwisselen met andere bibliotheken.
De bibliothecaris onderhoudt contact met andere bibliotheken en bibliotheekdiensten over het informeren over en het uitwisselen van boeken. Wanneer een bezoeker boeken van een andere bibliotheek wil lenen, bemiddelt en adviseert hij/zij hierbij.
Deze werkwijze geldt zeker ook wanneer het om een minder bekende, debuterende, zelf uitgevende auteur betreft. Indien de bibliothecaris en/of de bezoeker de woonplaats van deze auteur kent, kunnen zij de lokale openbare bibliotheek contacteren. Wat niet uitsluit dat de aangesproken bibliothecaris het boek aankoopt.
De bibliothecaris werkt samen met bibliotheekmedewerkers, documentalisten en soms ook archivarissen. Bibliotheekmedewerkers zijn verantwoordelijk voor het innemen en uitlenen van boeken. Documentalisten en archivarissen helpen bij het beheren van de collectie. Over het algemeen werkt de bibliothecaris zelfstandig.
Voorstel. De bibliothecaris onderstreept in zijn dienstmededelingen hoe belangrijk het is alle auteurs te kennen (niet alleen degenen die zij op school hebben gelezen), hoe de keuze van de bibliotheekbezoeker moet worden begeleid en verbreed, hij/zij benadrukt het respect dat zijn/haar medewerkers moeten hebben voor alle auteurs en alle bezoekers. Hij leert hun hoe onvrijwillig discriminerend zij kunnen tewerk gaan.
De organisatiestructuur van openbare bibliotheken is in de loop van de jaren veranderd. Het beroep bibliothecaris moet spoedig worden opgesplitst in twee functies: bibliothecaris backoffice en bibliothecaris frontoffice.
In het eerste geval (backoffice) legt hij/zij zich toe op het ontwikkelen van nieuwe diensten en producten. Hij/zij onderzoekt bijvoorbeeld welke informatiebehoefte basisscholen hebben en op basis hiervan ontwikkelt hij/zij een nieuwe dienst. Dat kan een cursus begrijpend lezen zijn.
De bibliothecaris frontoffice is dan verantwoordelijk voor de uitvoering van het nieuwe dienstenpakket.
Indien een bibliothecaris niet beantwoordt aan het volgende beroepsprofiel, dan is hij/zij fout bezig of niet geschikt voor de job:
1. Informatie snel kunnen opnemen.
2. Zorgvuldig en nauwkeurig kunnen werken.
3. Dienstverlenend zijn.
Wanneer bibliotheekbezoekers informatie niet kunnen vinden, vragen zij de bibliothecaris om raad. Hij/zij legt ze het zoeksysteem uit en maakt ze wegwijs in de collectie. Ook denkt hij/zij met hen mee: welke bronnen zijn geschikt om te raadplegen bij het zoeken naar een auteur of naar een boek?
4. Goed kunnen samenwerken.
De bibliothecaris werkt niet alleen samen met zijn/haar collega’s van de bibliotheek, maar ook met bibliotheekbezoekers. De samenstelling van die laatste groep is zeer divers. Hij/zij moet dan ook met mensen met diverse achtergronden overweg kunnen. Daartoe is het belangrijk dat hij/zij beschikt over goede communicatieve vaardigheden: zoals kunnen luisteren en durven door te vragen. Hij/zij moet immers iedereen kunnen adviseren.
5. Nieuwsgierig zijn.
Als bibliothecaris kun je vrijwel met ieder onderwerp en/of boek en/of auteur in aanraking komen. Een brede interesse is dan ook een absolute must.

Wie is volgens mij een topbibliothecaris? Een topper wordt hij/zij door hem/haar te specialiseren in een aantal onderwerpen. Door ontwikkelingen goed te volgen, zoals het debuut van een auteur, de kleinschalige uitgeverijtjes, de printing-on-demand, is hij/zij op de hoogte van de nieuwste uitgaven en (digitale) informatiebronnen. Hij/zij kan bibliotheekbezoekers hierdoor beter bijstaan bij hun zoektocht naar informatie en de kwaliteit van de collectie (actueel en volledig) vergroten.

Thierry Deleu
Wolfgang Borchert des nachts



nu de nacht komt
blijf ik bij jou,
schreef de zwerver

hij kwam van het front,
de kogels, de kou,
beelden die een mens bederven

voor een nacht wil ik
de jouwe zijn, liggend
op een legermantel

ik zal de hand slaan
aan jouw breekbaarheden
en nooit zullen zij
meer omgeven zijn,
met meer geduld omhuld

nu de nacht komt
wil ik jouw herberg zijn,
zei het meisje tot de zwerver

zij zag de brandende daken
van het dorp, zij hoorde
in het donker de horde bezig

Staf De Wilde
Kom



Je kijkt me aan met stralende ogen
kom zeg je en wenkt me met je hand.

Loop naar je toe want jouw lach
en ogen verwarmen mijn hart.

Ik pak je hand vast en leg in een stil
vertrouwen mijn hand in de jouwe..

Paula Hagenaars
nadie me quita lo bailao




die ogen die zien zonder te kijken
worden de nacht waar je induikelt
diepzee waar vissen schaarser worden
het licht dunner
kolk die je meezuigt en weer opgooit
met de golf waarop je dobbert
aquarium voor het geheim
waaraan je je voedt

die voeten die de vloer folteren
met het kunstige rakketak van hun roffelende hakken
zijn de ritmes van je hartslag
zij dansen je levensverhaal
strooien je uit als een gerucht
je zucht: het gedanste leven
niemand kan mij dit ooit nog ontnemen


volle maan


als de maan vol is
is mijn gedachte leeg

lichtbel
die zweeft op de nacht

als de maan vol is
is mijn gedachte leeg

mijn geest
is klaar voor de pluk


FRANCIS CROMPHOUT

26 januari 2011

Opgedragen aan alle collega’s dichters & schrijvers
naar aanleiding van Gedichtendag 2011
Van harte,
Ina

DE NACHT

Duizend gezichten heeft de nacht
buiten, binnen en aan de overkant,
tussen wolken, engelen,
diep in de modder
en bij het geld verdienen.

Nacht met zijn frivoliteiten
aan de poorten van de hemel,
de hel en het vagevuur.

Nacht in ontelbare talen
met melodieën op accordeon,
viool of fluit.

Nacht van dromen en heftige daden
van Pinocchio en Gulliver
tot Doornroosje en de dwergen.

Nacht van de kleine
en de grote dood.

Nacht van versteende verhalen
en sterren die al lang
verdwenen zijn
op het moment dat wij
hun gezicht mogen zien.

Ina Stabergh

Gedichtendag 2011 - thema: Nacht

DE DIEPTE



Mijn schuchter huis
kruipt onder de vleugels van de avond

langs mijn dakvenster
schuift in koninklijke sterrenkoetsen
het orakel van de tijd voorbij,

er moet iemand thuis zijn
in de diepte,

ik zie licht branden
aan de overkant.

Fernand Florizoone
Umnächtung



nader o nacht
nu de beelden neerstorten
dit hoofd wordt bedolven
als een zeer oude stad

zegen o nacht
dit voorhoofd zoals
een gebogen moeder
haar spreuken uitspreekt

een duim op een huid
en dieper doorheen het bot
van de schedel: druk op de kevers
verschanst in schilden en schalen,
ongedierte dat nooit wil slapen

nader, kom als een vader
met machtige hand, leg op deze kruin
uw as van geurige kruiden

kom met uw dromen, de schoonmakers
van ziel en klieren, reinig o nacht
dit duivels gebroed

zo zuiver kan geen bronwater
stromen, zo wijd als rotsen
die open schuiven: tedere
oevers, bedaarde oceaan

nader o nacht
als een meisje met een enkele vaas:
zijn hoofd is maar een schotel, meer
dan een gulpje kan het niet aan

Staf De Wilde

25 januari 2011

Gedichtendag 2011 - thema: Nacht

Haar nachtgewaad



Wanneer de zee haar nachtgewaad
met duizenden pailletten bezaaid
de zon schuilt onder het watervlak
de maan houdt een wijl de duisternis

tegen en op de valreep van licht
en donkerte tussen zien en ontzien
waterlijn en ontheemd gebied
rollen golven aan trekken golven

zich terug als zoeken zij de slaap
van op mijn bank tussen paal zes
paal zeven dring het tot mij door
dat de zee mij niet eens meer ziet.

Thierry Deleu

Gedichtendag 2011 - thema: Nacht

Nachtwacht


Toen de slaap niet kwam dienden
andere gasten zich talrijk aan.
Ze bleven, niet eens genodigd
en vulden de kamer met gulle
geschenken als : ijsbloemen
en klamme lakens, laarzengestamp
op een krakende trap, water tot aan
de lippen, een lang overleden stem.

Weigeren had geen enkele zin,
slaap veinzen evenmin. Hun
goedheid kende geen grenzen.
hardhandig grepen ze je bij de keel,
dwongen tot overgave, vleiden
en zalfden, en ruimden baan
verjaagd door het eerste licht.
En toen kwam de slaap naar binnen.

Christina Guirlande
De Voordrachtskunstenares (II)
voor Julie Goderis


Zij denkt alleen aan
andere woorden –
die leest ze al jaren
in theaterzalen, en elders.

Ineens ontdekt ze
eigen woorden –
in een dichtbundel
zoals het hoort

zou je zeggen. Als ver maanlicht.
Maar toch, ze blijft wie ze is.
Ze kent zoveel van anderen
dat het soms moeilijk kan zijn

een letter van jezelf. Oh jee, help.

Een schrift vol eigen leed, verdriet,
liefde, herinneringen, vreugde -
dat wat een mens tot dichter maakt.

Hannie Rouweler
DE VOORDRACHTKUNSTENARES

voor Julie Goderis


Aan de voordeur van de aarde
staat haar huis
haar tuintje ligt op de maan,
ontdaan van zwaartekracht
danst zij met woorden
en zweeft
aan lianen in het gedichtenbos,

haar naam is buigzaam als warmte,
zij draagt gedichten voor,
weeft
lange lianen
tot maancirkels poëzie

Fernand Florizoone

23 januari 2011

DE MESSIAS VAN HARVARD SQUARE



Elk jaar zou een willekeurige student wel opeisen dat hij de Messias was.
Het was de rabbijn die ermee te maken kreeg.
Jaren geleden was hij uit een rijdende goederenwagon gesprongen
op weg naar een dodenkamp. Door die sprong
was hij tot alles in staat.

Dit jaar met Pasen kondigde een joodse student Armageddon
aan. “Verbrand de boeken! Verbrand de tekstboeken!”
schreeuwde hij naar een juichende massa,
hij zong Hebreeuwse liederen om de mensen in verwarring te brengen,
kleedde zich voor het einde der tijden als Belshazzar.
Mensen bleven stilstaan om te fluisteren en te lachen.

“Ik heb een nobele opdracht,” legde de jongen uit.
“Ik moet mezelf erop voorbereiden het hoongelach van
dwazen te doorstaan.”

De rabbijn was een scepticus.
Jaren daarvoor had hij onderwezen, dat als je een boom plant
en iemand uitschreeuwt “De Messias is gekomen!”, stop dan met
de boom te planten. Ga vervolgens
kijken of het waar is.

Desondanks nam hij de jongen mee naar zijn studeerkamer
en ondervroeg hem geduldig, zeer precies,
alsof de arme ziel die voor hem stond misschien,
God sta ons bij, de Messias was.

VERTALING uit het Engels: Hannie Rouweler
dichtbundel: Blood Honey (2009)
Autumn House Press

Chana Bloch is dichter, vertaler, geleerde en hoogleraar. Zij is de auteur van vier dichtbundels, zes boeken met vertalingen van Hebreeuwse poëzie, oude en hedendaagse, en een kritische studie van George Herbert. Bloch is hoogleraar Emerita Engelse literatuur en creatief schrijven aan het Mills College, waar ze vele jaren doceerde en het Creative Writing Programma regisseerde. Ze woont in Berkeley, Californië.

21 januari 2011

Nieuwsbrief 3de jg., nr. 14 (vrij voor publicatie) - herhaling

EVEN JE AANDACHT:

1. Graag via mail - indien nog niet gebeurd - je akkoord met voorwaarden en modaliteiten die hieronder zijn te lezen in 4 punten.
2. In de kortste keren selecteer ik, in overleg met de subgroep Poëzie (geridderde dichters), het gedicht dat in het 2de jaarboek wordt geplaatst. Keuze wordt jou meegedeeld.
3. De prijs voor de bundel wordt later vastgelegd (afhankelijk van o.m. gedichten en illustraties).
4. De voorstelling zal opnieuw plaatsvinden op het gemeentehuis van Koksijde en nadien wordt (gezien het grote succes) opnieuw getafeld in de gerenommeerde hotelschool Ter Duinen tegen gunstprijs.
5. Tijdens de voorstelling zal de voorzitter een kort referaat houden over “De plaats van de dichter in ons bestel”. Ilse Chamon, het culturele gezicht van Koksijde, zal gedichten voordragen van een tiental dichters.

DE 50 MEESTER-DICHTERS VAN DE LAGE LANDEN BIJ DE ZEE

TWEEDE JAARBOEK
Dichter, uit de hemel gevallen meteoriet…
december 2011

DE 50 MEESTER-DICHTERS VAN DE LAGE LANDEN BIJ DE ZEE ZIJN BEKEND!
(behalve uitzonderlijke gevallen is deze lijst definitief)

Hilde Boulanger, John Brookhouse (N), Marc Bungeneers, Viviane Burssens, Gunnar Callebaut, Martin Carrette, Greta Casier, Hervé J. Casier, Lidy De Brouwer, Leni De Goeyse, Jenny Dejager, Thierry Deleu, Ferre Denis, Didi De Paris, Gwen Deprez, Marleen De Smet, Lieve Desmet, Lieve Devijver, Astrid Dewancker, Fernand Florizoone, Trijntje Gosker (N), Wim de Groot (N), Paula Hagenaars (N), Tine Hertmans, Jan Huyghe, Alexander Konovaloff, Patricia Lasoen, Paul van Leeuwenkamp (N), Cathy Mara, Luc C. Martens, Mark Meekers, Peter Motte, Peter le Nobel (N), Edith Oeyen, Ruud Poppelaars (N), Leonie Robroek, Eric Rosseel, Gerard Scharn (N), Hedwig Selles (N), Ina Stabergh, Annemie Steenbergen (N), Maurits Sterkenburg (N), Egied Steylaerts, Pien Storm van Leeuwen (N), Henri Thijs, Jozef Vandromme, Herwig Verleyen, Monique Verplancke, Katelijn Vijncke, Nathalie Vilain, Martin Wings (N)

Beste Meester-dichter,
Na ”De 33 Meester-koks van België” (met een proefjaar als “Compagnon de la Toque Blanche”) bestaat sinds 2000 analoog “De 50 Meester-dichters van de Lage Landen bij de zee” (met een proefjaar als “solliciterende Meester-dichter”).
Zoals je weet, is het aantal werkende leden “Meester-dichters” vastgelegd op maximum 50 leden. Om tot “Meester-dichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meester-dichter” te worden doorgemaakt. Deze periode omhelst één jaar.

“Razor’s Edge Editions” bracht december 2008 het eerste jaarboek op de markt, Hoe de dichter zich een weg geselt tegen wind, met als ondertitel “De 50 Meester-dichters van de Lage Landen bij de zee”.
Het tweede jaarboek (met nieuwe gedichten) wordt voor december 2011 in het vooruitzicht gesteld!

Slechts bij overlijden, ontslag of klacht wordt een Meester-dichter vervangen. Een wachtlijst wordt bijgehouden.
De geselecteerde dichters laten de voorzitter (thierry.deleu@skynet.be) via mail of brief weten dat zij akkoord gaan met hieronder genoemde modaliteiten en praktische afspraken.
1. De Meester-dichters doen afstand van hun auteursrecht voor het geselecteerde gedicht. Deze overeenkomst geldt enkel voor het jaarboek en dit gedicht. Het geselecteerde gedicht kan overal elders worden gepubliceerd waarbij de dichter zijn auteursrecht behoudt.
2. Daar hij/zij vrijwillig zijn/haar (nieuw) gedicht ter selectie opstuurt, ziet hij/zij ook af van welk honorarium ook en van zijn/haar auteursrecht.
3. De “Meester-dichter” verplicht er zich toe ook van het tweede jaarboek drie exemplaren aan te kopen tegen promotieprijs. Dat engagement wordt per e-mail of brief bevestigd.
4.Praktische afspraken:
- Meester-dichters die hun titel om welke reden ook niet meer willen verzilveren, delen dit asap mee.
- Zij die weet hebben van het overlijden van een Meester-dichter brengen asap de organisatie op de hoogte.
- Indien bezwaar wordt aangetekend tegen de upgrading van een dichter(es) tot meester-dichter wordt (worden) de klacht(en) in de schoot van de subgroep Poëzie besproken en de opneming uitgesteld en/of geweigerd. Deze procedure is niet publiekelijk om de ridderij als geheel niet te schaden.
- Op de wachtlijst staan op dit eigenste moment (in volgorde datum verzoek) een viertal dichters.
- Volgorde is niet het enige criterium voor selectie. Na 12 oproepen via de Nieuwsbrief werd de selectie geactualiseerd, zowel voor wat de effectieve lijst betreft als de wachtlijst.
1. Roswitha De Graaf (N)
2. Ingrid Vandepaer
3. Suzanita
4. Luk Vermeulen
5. Fred Bloemink (N)
Dichters kunnen zich (nog) altijd kandidaat stellen voor het volgende (derde) jaarboek. Zij worden toegevoegd aan de wachtlijst.

Met dichterlijke groeten,

Thierry Deleu,
voorzitter
thierry.deleu@skynet.be
http://www.geletterdemens.blogspot.com/
Zandzeggelaan 18 - BE 8670 Oostduinkerke

Niet langer ongepubliceerd!

DE ZEEMEERMIN



Toen in de nazomer van 2000
een zeemeermin aanspoelde op het
strand van Sint-André, - ik herinner mij
nog hoe zij het zand met haar staartvin

omwoelde, de armen crawlslag, -
zij keek de strandgangers in de ogen,
die bang verrast op afstand bleven,
- ik herinner mij hoe zij haar charmes

gebruikte, haar naaktheid preuts gewaad,
ronde roze lippen, in haar blauwe
ogen deemstering, blond haar tot
op de schouders, - ik was niet onder

de indruk, ik zou haar nooit het hof
maken zoals macho’s met gespierde
torso plachten te doen, ik hou niet
van haar gladde lijf en leden.




ALS DE ZEE
Voor F.F.


Als zee haar driften botviert,
overvloedige vloed, water
mij naar de keel grijpt, ga ik aan
land droom bloesems aan de bomen
vogels in de lucht zucht van wind,

als de zon door de wolken piept,
zee verzadigd inslaapt, ga ik
schelpjes rapen, streel potvis
op strand, overmand door verre

einder loop ik met het water
mee, eindeloos de zee in mijn
mistige blik, land in zicht.




ALS DE ZWALM


Als de zwalm in Tsjechië zijn nest bouwt,
bovenaan links hoeks tegen ‘t raam
- elke dag honderdmaal vliegt hij aan,
in zijn bek een kleine attentie, -

denk ik aan mijn grote vriend in de
Westhoek: hoe hij vogels spot en uur
en plaats noteert, - gezond leven naar
lichaam en geest, zegt mijn vrouw, - ik

verdwijn achter mijn pc, wil
Heibel recenseren en een
dichtende medemens in de rij,
ik heb geen moeite om hen de hemel

in te prijzen, voor een goede dichter
koester ik bewondering, voor een
debutant woorden van krediet,
voor een slechte bundel betaal ik

een goede prijs, - hier in Tsjechië
hebben de vogels hun trots bewaard,
mooie kleuren dons, rank gelakte
pootjes, mijn vriend de vogelspotter

krijgt over drie dagen ons kaartje
een zwalm in pitaleir, mijn vrouw schrijft:
“Fernand en Ida, zonnige groetjes
uit groen Buchlovice (bij Brno)”.




VRIENDSCHAP


Als vriend lief is zonder
vleugels, zeg mij dan wat liefde
is: een vlucht regenwulpen?
of een vliegtuig dromen?

Jij en ik één ziel twee
lichamen: hoe stijgen wij
dan ten hemel? rouwig om
halve ziel? Bijen halen

honing uit bloemen: halen
wij, mijn vriend, dan wijsheid uit
vriendschap? vreugde? euforie?
Mijn vriend, wie zegt dat wij

niet liegen: wie sterft dan
aan zijn eerste leugen?
wie aan zijn eerste waarheid?
Wij zijn geen vriend van alle

mensen. Ik hou van jou
omdat ik jou vertrouw
onthou wat je zegt,
ook wanneer je zwijgt.




ALTER EGO


Ik heb een glimp gezien van de man
van wie ik dacht dat hij was als ik ben
een vat vol tegenstellingen
koning en knecht heerser en slaaf

hoe hij woekert met zijn woorden
zich vergaloppeert aan slechte
vrienden de smaak van de waanzin
zich opwarmt opgeilt zichzelf beroert

talent aanmeet dat hij in één
beweging van tafel veegt hoe hij
goed en kwaad te grabbel gooit
kind met het badwater toen ik

het hem zei was hij boos ontsteld
uitzinnig zoals ik zou zijn
sinds zijn wij onafscheidelijk
houd niet eens een spiegel voor.




DE LICHTHEID VAN HET BESTAAN


Toen (niet veel vroeger) dacht hij
maar aan één ding: zichtbaarheid
verwachtte roem en macht twee
magische woorden van alle
tijden nu wil hij niet langer

gezien worden maar zien kijken
naar botoxvrouwen op de dijk
anorexiababes en
oudere mannen met jonge
meisjes die ijsjes eten

meewarig glimlacht hij om de
lichtheid van hun bestaan
nu wil hij schoonheid ontdekken
met intelligente oude

mannen en niet meer zo jonge
vrouwen een babbel doen over
de tijd van toen toen het net als
nu ging over roem en macht.




HEMELSE MODDER
voor Marc Vandenbussche, meester chocolatier


Ik vraag mij af: rotzooit hij er maar wat aan?
Is Appel zijn naam?

Uit de hemel laddert een regenboog uit
op de onderste tree onzichtbaar
is hij de moddervent?

Wanneer hij grote ogen zet
het ooglid samentrekt
weet ik: hij heeft
een modderman verwekt

die nu blijkt een smaakmaker
een kunstenmaker
een langharige met een staart
die met scalpel penseel en mes
de hemel klaart.

De hemelse modder heeft een chocoladesmaak.




HET EINDE NABIJ


Het einde is nabij. Ik voel
mijn lijf in alle leden;
het verleden vervaagt, geen toekomst
wenkt, het heden verziekt.

Bij schaarse goede momenten
schrijf ik mij voort tot de laatste
herinnering een slecht
geschreven boek bij de D

op het rek ons scheidt voorgoed.
Nu nog het graf opbreken
eer een nieuw verhaal begint
met woorden van een ander.




HITSIG VERGRIJP


Onderkoelde emotie frigide
dochter van ingeteelde kathaar
in kloven van landschap opgespaarde
semen van mannelijke dieren

in zuurte glijdt een papieren scheepje
voorbij kinderhand dat overleeft
na de ruwte van de daad ik wandel
het kerkje in dat romaans staat te

glarieogen gezicht uitdrukkingsloos
het gelaat van engelen, Heer, zeg ik,
in luwte van Maria, ik verzuip
in de geuten gore regen van

hitsig vergrijp.




INDIEN
voor Fernand Florizoone


Indien taal lettertjes zou zijn
die sinterklaas onverwacht
de huiskamer binnengooit
de kleintjes opgeschrikt hier daar

ginds onder boven tikje angst
in hun ogen dan is mijn
vriend de Sint.
Indien de Sint woordjes zou

sprokkelen kijken wikken wegen
bewaren niet behouden
dan is mijn vriend de dichter
grote mensen verwonderd

voor zoveel wat niet op papier
als van elkaar houden.
Mochten wij met ons allen
Sint en dichter zijn.




MET ZOUTSMAAAK


Met zoutsmaak op mijn lippen
volg ik de wiegende meeuwen
droom van een zee zo blauw
blauwer aan de overkant

een land waar heimwee mij belet
en water mij belaagt ik wil
naar huis retourkaartje heen-en-weer
thuis vind ik de rust die

mij weer reislustig maakt
in Oostduinkerke aan wal
vertel ik over de muiterij
bij mezelf en de blauwe zee.




TSUNAMI


De zee verzuipt het land, het water
grijpt mij naar de keel, een tsunami
van verbeelding overspoelt mijn geest,
och God, heb pitié, hoor hoe

de kauw tekeer gaat in mijn keel,
geen land te bezeilen als de zee
haar stormen niet beheerst, schipbreuk
mij verbant, ik lig aan land de

hemel kleurt vaal en bleek, ik kijk
vertwijfeld om mij heen, nieuw land
nieuwe zee die opklotst tegen
rotsen en wand, ik overleef.




Thierry Deleu
saudade



vrienden van vroeger, ach,
vermijd ze maar, al vreet
het heimwee aan je vlees
als aan een zeer oud laken

je ontmoet toch steeds
een vreemdeling met wie
je ooit mocht slapen in
een haastig opgezette tent

ja, die nacht in de duinen,
hoe scheef we lagen
met ons hoofd naar zee
het huiveren van het helmgras
en ’s ochtends de duik in de golven

hoe zeer het doet, deze dwaze
weemoed: we deelden om beurten
de kaarten waarmee we elkander
overtroefden, en de torens
op het schaakbord der woorden
vielen om als een bestormde burcht

(weet je, zo wijs leek in die dagen
hun raad: oudere broers,
schoolmeesters van het leven,
en later na hun stilstand van
eeuwen, zo stompzinnig hun praat)

zoek ze niet op al lees je
hun brieven van toen
met tremolo’s en geprevel:
de tijd, dat monster, is zonder
genade, wie farao’s opgraaft
bezorgt ze alleen maar schade

Staf De Wilde

20 januari 2011

vriendschap


zie het als het inademen van frisse lucht
als het onvermijdelijke overgaan
van de nacht in de dag
als het wisselen van seizoenen
daar denk je ook niet over na

zie het als het vieren van een feestje
als de zon op je huid
de bubbels in je drankje
de kers op jouw taart
zo gewoon is vriendschap.

Martin Wings





19 januari 2011

GRIEKS CYNISME



Onze wereld bolle vliegenvanger
waar gek veel mensen zich aan vasthouden,
nog bewegen ook, angstaanjagend
dreigend voor zwaartekracht en implosie,


het merendeel van hen stinkt heeft honger
is dodelijk ziek. Waar is de sterke
man die de vliegen gevoelige slag
toebrengt? Zelfmoorden epidemieën


doodvonnissen, oorlogen echter
veel efficiënter om toename
kinderen aan banden te leggen.
Wie preekt dat wij oorlog voeren


omdat het Gods wil is? Waar zijn de
oorlogsstokers krijgsheren onze helden
in de vuurlinie? Ik heb het niet zo
op ze, maar dat soort mensen is nodig.


Ik maak mij druk om het mensdom dat ons
in de nek hijgt. Daar dacht ik aan toen ik
het cynische uit mezelf naar boven
haalde in de file op de snelweg.


Joris Dewolf
Posted by Picasa

PERS

VOORJAARSUITGAVE Demer Press, Belgium

ISBN 978-1-4467-4851-0

Aankondiging nieuwe gedichtenbundel van Demer Press, België,
in DRIE TALEN:
Frans - Nederlands - Afrikaans.

BOEKWEBSITE: www.lulu.com/content/9025792

Liaisons invisibles, Onzichtbare verbintenissen, Onsigbare verbintenis

door Joris Iven, Paul Gellings, Guy van Hoof

Pocketboek, 152 pagina's
Prijs: €18.00

Drietalige dichtbundel FRANS, NEDERLANDS en AFRIKAANS.
Met gedichten van Paul Gellings, Joris Iven, Roger Nupie, Hannie Rouweler en Guy van Hoof.

Vertaler Nederlands-Afrikaans: FLORIS BROWN (Zuid-Afrika).
Inleiding: Floris Brown.

Auteursrecht: all poets and translators (Standaard Copyright Licentie)
Afmetingen (cm): 15.2 breed × 22.9 hoog

In Holland and Belgium: book can be ordered at Demer Press (€ 18 + € 2 delivery costs):
info@demerpress.be

Gelieve vooraf inschrijven bij de uitgeverij, indien u belangstelling heeft voor deze bijzondere bundel.
Vanaf mei a.s. is boek leverbaar.

Met vriendelijke groeten,
Hannie Rouweler,
Demer Press
http://www.demerpress.be/

17 januari 2011

samenkomst



een vriend kwam onze spijzen delen
een bourgogne werd plechtig gekraakt
we waren met ons drieën oprecht voldaan

daarna hebben we aan woorden geslepen
alsof we steenkool schuurden
tot echte diamant

het heeft een boek opgeleverd
van bescheiden karaat
een glans uit het verleden
beelden van een straat

en na de bavarois begonnen
verhalen over eenzaam
en tweezaam door de dagen gaan

we prezen de vrouw die onze tafel
wil delen en bespraken de kwalen
die we vrezen: het lege huis,
de kille lakens, de dood
van het woord dat de muren op loopt

een paar is nooit volledig
er horen vrienden bij
kameraden van reeds lang geleden
die niet vreemd zijn aan de pijn
en aan de glans van woorden
en de troost van een soepele wijn

Staf De Wilde
Spring is in the air



geen mooie woorden in mijn hoofd
al floot op straat een merel
en zondag bij het wandelpad
blonk een koolmees in een heester

het leven is in de war:
één dag van zon na weken
vorst en regen, en de vogels
hebben de lente in het bloed
zelfs die vechtjas van een merel
wil nu naar een wijfje bewegen

en mijn oude hoofd dat strubbelt
tegen: geen lente maar ellende
heeft het vastgehouden, het ziet
modderstromen en doden
waar huizen zijn verzwolgen

dit oude hoofd is verbolgen
om de stammentwist in eigen land
de stilstand van de heren
die over ons regeren

geen mooie woorden
al hoorde ik een merel
toen de nacht verbleekte
al zag ik zondag in het bos
een vrolijke koolmees
bungelen aan een tak:
precies een gele bloem
die geen weet had van het seizoen


Staf De Wilde

15 januari 2011

De sonate van harde noten


een tristesse
wou ze spelen
zwart wit op
klavierzachte tonen

om in diepte van
dragende akkoorden
vroege noten te wissen
die dissonant en schril

het pianospel verdoofden
huiveringwekkend eng

een tristesse
wou ze spelen
om het leven
te vergeten

dat ongenadig snel
de sonate van
harde noten
had getekend

doorheen de vingers
op zwartwitte toetsen snel

© 2011 Monique Verplancke
DIT FYSIEKE LAND
voor mijn vrouwtje


In de wolken lopen
op het water wandelen
van de aarde tuimelen
het is mij om het even

als ik maar even naast jou
tien stappen lopen kan
in dit fysieke land dat
naar verse regen ruikt

waar hazen je overhoop
rennen vogels er voor de
hand liggen handgeklap
van duiven geëxciteerd

door ons ongemeld bezoek
en jou een zoen geven
op je huid van zijde die
ik nooit verknippen zal.

Thierry Deleu

14 januari 2011

ALS IK AAN JE DENK




Als ik aan je denk, als ik chipolatapudding
eet, bitterkoekjes, gevulde chocolade
en roomsoesjes en vooral slagroomtaart

en ook als wij samen aan tafel zitten
en we drinken een glas rode wijn
en ik asperges op mijn bord zie liggen

dan bekruipt mij een gevoel dat ergens
onderin mijn voeten begint, naar boven
tintelt tot aan mijn rok en steeds dichterbij

dat warme plekje dat ik met jou op een bank
zo graag delen wil. Jij naast mij en tussen ons
niets anders dan al wat wij samen verlangen.

Hannie Rouweler

Uit: Hannie Rouweler Vogel op steen, Groningen, Passage, 2005

Respect!

Respect voor jezelf wensen betekent dat je ook de ander respecteert! Dit is pure logica en toch zijn er zoveel mensen die dit niet (willen) begrijpen. Cultuur is dynamisch en wie met zijn tijd mee wil, moet zich voortdurend heroriënteren en heraanpassen. Wat wil ik hiermee zeggen? Simpel: wie niet bereid is om te evolueren, stelt zich nooit vragen en blijft op zijn standpunt. Stilstand is achteruitgang!


Het scheppingsverhaal vormt de basis van de Bijbel. Het (natuur)wetenschappelijke denken vormt de basis voor de rest van de wetenschap. Het idee van hoe de wereld tot stand kwam en in elkaar zit, is bepalend voor de culturele bovenbouw. Aan het scheppingsverhaal heb ik - als intellectueel van vandaag - geen boodschap.

Velen hebben schrik voor verandering of zijn “gehecht” aan de vertrouwde verklaringen. Deze twee categorieën zijn niet zo interessant, soms wel gevaarlijk wanneer zij fundamentalistische trekjes vertonen. Zonder opwaarderen, zonder aanpassing aan plaats, cultuur, persoon en tijd geraakt men de weg kwijt of verbijsterd in gehechtheid. Het resultaat is voorspelbaar: geen tolerantie, theologische verdeeldheid over een levende persoonlijke God, geen eenheid in verscheidenheid, wel fundamentalisme, heerszucht, minachting voor de ander.

Boeiend zijn alle groepen van mensen die er tussenin liggen.
Opvallend is dat deze boeiende categorieën van mensen minder (of geen) vriendjespolitiek kennen (nepotisme), niet (of bijna) nooit vervallen in een foute combinatie van verbondenheid, rijkdom en democratie (oligarchie).
Ik hoor bij een tussencategorie van mensen die geen behoefte heeft aan een kapitalistische dictatuur. Ik hou niet van een foute samengaan van kapitalisme en filosofie enerzijds en van een fout idee van politieke macht anderzijds.
Zij die dit aankleven zijn niet alleen zelfgenoegzaam en daardoor ook geneigd om minderheden te verdrukken en geweld aan te doen, maar de rest van de wereld ook onrechtvaardig te behandelen op basis van hun foute denken.

Ik pleit voor een nieuwe wetenschap van de politiek. Op deze wijze kunnen wij een nieuwe wereld creëren. Mensen moeten worden heropgevoed. Door filosofen, door leerkrachten die filosofisch zijn ingesteld en geschoold, door geestelijke leraars. Dit zijn heel andere typen leraars dan theologen, veeleer psychologen/psychotherapeuten die de studenten verlichting in filosofische zelfverwerkelijking bijbrengen. De wedijver die door de leraars vandaag (nog altijd) wordt aangeprezen, moet worden omgebogen in respect. De leraars van morgen moeten (persoonlijke) beleving en introspectie bijbrengen.

Geloof en ongeloof zijn verouderde begrippen. Religie, hypocrisie, ethiek, relatie zijn de nieuwe deugden en ondeugden. Geloof is enkel nog reëel in seksgeloof en geldgeloof. Wie zich niet aanpast aan deze nieuwe werkelijkheid, wordt depressief en een depressieve mens is in drievoud gestoord in de tijd: het verleden ziet zwart, de toekomst is onzichtbaar en het heden is onaangenaam.

Wetenschappelijke verklaringen - hoe juist die ook kunnen zijn - ontsnappen niet aan deze nieuwe werkelijkheid. De tijd is niet absoluut in de snelheid van veranderen met het licht, maar de tijd is wel absoluut in de kwaliteit van het veranderen zelf. Alles is in beweging. Het heeft geen zin ons te hechten aan een theorie in weerwil van die verandering, in weerwil van het absolute gezag van de tijd. Dit betekent dat God - zoals die werd geopenbaard - dood is en dat de gemiddelde, mechanische tijd hopeloos is verouderd. Dat wil bovendien zeggen dat wie het geloof bestrijdt met bijtende spot en cynisme, zich niet kan losmaken van dit geloof. Dat wil bovendien zeggen dat wie zich in zijn geloof consolideert, sociopathisch reageert, als een stekelige cactus.

In mijn essay Schoon volk in de hemel dat verschijnt in 2012, na zes jaar onderzoek en literatuur, houd ik niet langer de schijn op van gezag, vooruitgang en beschaving. Ik maak mij los uit mijn “persoonlijk, intellectueel en sociaal failliet” om een nieuw pad te bewandelen. De weg van de kennis, de analyse, de discipline, het respect. Het mag duidelijk zijn dat je met een egobehoefte, met economisch/juridische argumenten, met een conservatieve ethiek, met begrip voor zwakte de wereld niet zult verbeteren. Bouwen aan de Tempel van de Mensheid is “drieledig” (drie werven): een omslag in ons denken en handelen vanuit substantieel onderzoek, wetenschappelijke nuchterheid en principiële spiritualiteit.

Zij die de Opperbouwmeester van het Heelal vrezen en zij die Hem afvallen, zullen nooit uit hun narcofiele en angst-neurotische obsessieve depressie en cynisme geraken. Laten wij bouwen aan een wereld waarin een rationeel/democratisch evenwicht heerst tussen het menslievende verlicht humanisme en het materieel gemotiveerde, traditioneel moralistisch/pragmatisme. Theologie en wetenschap zijn niet persoonlijk genoeg. Het is - voor mij - duidelijk dat wij, van de wetenschap via de spiritualiteit en de religie van persoonlijke bekentenissen en bekeringen, moeten evolueren tot een samenleving die deze planeet bij elkaar houdt.

Thierry Deleu

13 januari 2011

vondst van een oerbos bij Leersum



land van zeezand en polders
hoe zou je vermoeden
dat onder je bodem
een oerbos lag
van haagbeuk en linde

bomen van een miljoen
jaar geleden laten zich vinden
in de ziel van fossielen
stuifmeelkorrels laten
hen dateren

verbaasd lezen we het bericht
over warmere tijden
vóór de stormgetijden der zee
en vóór de droom der brede rivieren

land van zeezand en polders
hoe kon je vermoeden
dat je te lezen bent
als een handschrift
uit een klooster
dat ten dele is afgebrand

we verbazen ons over de aarde
vermoeden miljoenen dieren
dieren van het woud en vroegere
rivieren die de regen vergaarden
van een warmere tijd


Staf De Wilde

Aankondiging nieuwe gedichtenbundel - Thierry Deleu

Nieuwe gedichtenbundel van Oostduinkerkse auteur
THIERRY DELEU
verschijnt als netbook op De Geletterde Mens Online

Eb en vloed

Gedichten over reizen en thuiskomen, weggaan en terugkeren, ook in gedachten.

In Eb en vloed bloemleest Thierry Deleu gedichten over reizen en thuiskomen, weggaan en terugkeren, niet alleen wezenlijk maar ook in gedachten.
De geselecteerde gedichten werden geplaatst in bloemlezingen, tijdschriften en op e-zines. Ze werden gebundeld in In de weelde van de liefde, Magisch Alfabet, Bourgondische suite en Helvetiaanse verzen.
Die bundels werden uitgegeven door De Gebeten Hond (Harelbeke), Razor’s Edge Editions (Gent) en Het Prieeltje Online (Diest).

De auteur is bekend als een literaire duizendpoot: dichter, romancier, essayist, biograaf, bloemlezer, om zijn leerboeken, als eindredacteur van verschillende tijdschriften en uitgever.
Als recensent drukt hij een stempel op de (vooral) poëtische producten van de laatste jaren. Zijn oordeel wordt (vooral door ingewijden) op prijs gesteld.

Uit recensies:
“Geslaagde gedichten waarin de natuur de sfeer bepaalt, met originele vergelijkingen en overdrachtelijk gebruikte woorden en woordspelingen. De erotiek springt er duidelijk uit. In een van de mooiste gedichten, ‘Weinig’, spreekt de zoon de vader toe over ‘dit landschap tussen droom en waken’ op onovertroffen wijze. Magnifiek is ‘Vlinder’, waarin weer en wind, tijdelijkheid en menselijkheid, evenals tijdeloosheid, gerangschikt zijn als in een boeket” (Helma Wolf-Catz over Ik, een naaktloper).
“Deze bundel bevat enkele schitterende gedichten barstensvol kosmisch bewustzijn die beslist iedere liefhebber van moderne poëzie zullen bekoren. Liefde is het thema en het medium is een krachtige, heldere taal, die door klankrijkdom en vaak voorkomende alliteraties tot muziek is geworden. Hier is een dichter aan het woord die zich van zijn dichterschap volledig bewust is en die het niet nodig heeft aan sensationeel poëtisch opportunisme te doen” Mark Tufler over Ik, een naaktloper).
“Sterk opvallend bij Deleu is de onafscheidelijke eenheid tussen dichter en omgeving. Steeds opnieuw is er een wisselwerking tussen beeld en verbeelde, tussen natuur en het ik. Gaandeweg poogt hij op die manier een vorm van evenwicht te bereiken, een soort nulpunt dat hem in staat moet stellen geest en lichaam, leven en dood, angst en vreugde tot een grootse synthese uit te bouwen. Er is een soort osmose tussen dichter en natuur” (Car Flanders over Ik, een naaktloper).
“De ondertitel Verteldichten voor vader geeft nauwkeurig aan waar het in deze bundel om gaat. In deze episch-verhalende gedichten wordt de vaderfiguur aangesproken en als getuige betrokken bij een aantal episoden uit het verleden. Op mild-ironische wijze blikt de dichter terug op de prille jeugdjaren, de schooltijd, de bevrijding, de ouders, de ontluikende erotiek, de eerste verliefdheid, de dood… Best genietbare en spontaan aansprekende poëzie” (Dirk de Geest over Jaren na Lichtmis).
“De (impliciet) chronologische ordening en de praatstijl (‘verteldichten’) zorgen voor een hechte eenheid, waarin de ontwikkeling van kind tot jongeman op prachtige wijze wordt geschetst. De jeugd wordt waargenomen door de ogen van de volwassene van nu, die soms met humor en spot relativeert” (M.F. Beer over Jaren na Lichtmis).
“Vooral het hechte verband tussen natuur en lichaam, tussen het landschap en de mens, valt in deze gedichten sterk op. Dit leidde hoegenaamd niet tot mimetisme: steeds weer verrast Deleu door wat hij met de vermenging van taal en werkelijkheid weet te doen. Associatie, bi- en dissociatie, zin- en woordspeling, omkering – het zijn enkele van de steeds spontaan aandoende middelen waarmee de dichter te werk gaat” (Wim Meewis over Memoires).
“Deze gedichten suggereren ook een religieuze sfeer. Dat is logisch omdat erotiek en religie sowieso elkaars (extatische) verlengde zijn. In deze bundel komen de vergankelijkheid en de dood minder aan bod. Dit kan wijzen op een nieuwe fase in het leven van de dichter: die van de verrukking, de bijna hemelse exaltatie. Dit blijkt vooral uit het mooiste gedicht uit deze bundel ‘En het water neemt je naam’ (Jan Decock over Val der Engelen).
“De thematiek van Val der Engelen is onmiskenbaar de verheerlijking van Eros, de liefde, met een sterke neiging tot erotiek, en met als decorum de natuur, die soms herkenbar is (de Bourgogne, de Auvergne, De Moeren, de Leie…). De dichter is geëvolueerd, hij heeft zijn taal uitgezuiverd, hij heeft nog meer aandacht besteed aan vorm, ritmiek en structuur. Fantastische vondst vind ik de zgn. ‘vogelgedichten’. Als we de andere gedichten beschouwen als een aardse beleving van de liefde en de erotiek, dan zijn ‘de vogelgedichten’ hemels en bekijkt de dichter vanuit vogelperspectief en met een ongegeneerd voyeurisme het liefdesspel op aarde. Op die manier neemt hij voor een deel afstand en relativeert hij zijn eigen betrokkenheid” (Jan Van Herreweghe over Val der Engelen).
(De uitgever)

De bundel Eb en vloed wordt (nog) niet in boekvorm uitgegeven, maar kan wel als netbook worden gelezen.
http://www.knightsrazor.be/xDocs/EbEnVloed.pdf



Dit is de vierde bundel die Deleu zijn vele lezers ZOMAAR aanbiedt. Amor vincit omnia (2007) was de eerste, daarna volgden Bourgondische suite (2009), Helvetiaanse verzen (2009) en Wulpen, in nevel van tijd (2010).

Thierry Deleu is een onderwijsmens: leerkracht, pedagogisch begeleider, directeur secundair onderwijs, kabinetsmedewerker Onderwijs. Naast gedichtenbundels, romans, essays schreef hij taalboeken Nederlands en stelde bloemlezingen samen voor het kunstonderricht. Zijn fascinatie voor het schrijven is bijna zo oud als hijzelf. In 1965 verscheen zijn eerste gedichtenbundel. Hij is ook mede-oprichter van belangrijke tijdschriften als “Kreatief”, “Boulevard” en “De Geletterde Mens”. Sinds 2007 is hij voorzitter van “De 50 Meester-dichters van de Lage Landen bij de zee”.
Bij het Pablo Nerudafonds verscheen in 1986 een essay over zijn poëzie van de hand van de Antwerpse auteur Guy van Hoof, onder de titel Aan wat overblijft heb ik genoeg. In 2004 gaf de VWS in de reeks Bibliotheek van West-Vlaamse Schrijvers de monografie Als een jager in zijn grondgebied uit (auteur Guy van Hoof).

In voorbereiding: Schoon volk in de hemel (essay), Strandjutter (gedichten), Meeuwen in bloot onderlijf (Oostduinkerkse gedichten) en de roman Niets is wat het lijkt (2011).

EEN NIEUW JAAR

EEN NIEUW E-MAILADRES




De Geletterde Mens en zijn redactie kregen nieuwjaarswensen van: (deel 14)

Peter Holvoet-Hanssen
Lydia Deveen
Suzanne Binnenmans
Luc Bentein
Wim van Rooy
Peter Deleu
Guy en Yolanda van Hoof
Doris Dorné
Dirk Blockeel
Freddy Derwahl
Christiaan Germonpré
Danielle Declercq
Erwin Malfroy
Dirk Vandooren

12 januari 2011

ZEEMEERMIN
                   voor mijn jarig vrouwtje



De zee blauw koren
kerktorens diep, vissen
net vogels in de lucht
schelpen open en dicht

en als krols de golven,
het land zich opschikt
met het fijnste zand,
komt boven water uit

als in een glazen stolp
door golven opgetild
mijn zeeprinses twaalf
oesters om haar staart

ik open de handen
mijn ogen vastgepind,
op haar mond de monkel
van leven, in haar aura

het verhaal van toen
de hoop op morgen
meeuwen beamen
kauwen dragen uit

mijn zeeprinses, in zand
schrijf ik jouw naam
dit beeld in mijn ziel
voor altijd bewaard.


Thierry Deleu

10 januari 2011

Uitnodiging

Ter gelegenheid van Gedichtendag wordt Mark Meekers uitgenodigd in de bibliotheek van de gemeente Zwijndrecht.
Hij houdt een lezing over zijn poëzie, becommentarieerd en geïllustreerd met dia’s.

Aangesneden thema’s: poëzie als “software voor de ziel”, het beeldgedicht (Van Gogh, Camille Claudel, Rembrandt, Meunier, Eugeen Van Mieghem, de schilder van de Antwerpse haven en Félicien Rops).


Als eerste dorpsdichter van Doel brengt hij het verdrinkende dorp poëtisch weer tot leven.
Als provinciedichter opent hij even een Vlaams-Brabants boekje. Sociaal engagement spreekt uit zijn Tanzania-bundel.

Donderdag 27 januari 2011 om 20.00 uur
Bibliotheek, Binnenplein 1, 2070 Zwijndrecht. Inkom gratis.
Over alles wat niet deugt

In de bibliotheek Diepenbeek zal Hannie Rouweler tijdens Vrij Podium gedichten lezen, van diverse dichters uit Nederland en Vlaanderen, uit de bundel Over alles wat niet deugt - Protestgedichten.
Boekwebsite: http://www.lulu/com/content/9880267.
Een nieuwe bundel van Demer Uitgeverij, Belgie

Waar: Diepenbeek, 3590 Diepenbeek
Wanneer: 27 januari 2011 om 21.00u
Gratis

Informatie: info@demerpress.be

8 januari 2011

Dirk Blockeel - gedichten en haiku's

Amper open gaat de dag
al dicht. Geheim van sneeuw be-
slaat het land met sporen van
stilte. Ginds heeft grijs een meeuw

hooguit honger in de gaten.
Lucht van oker valt voor
wit – dat heeft het raden naar
wat werd gedicht. Een loper

laat zijn longen uit. Ik houd
een been van plaaster stijf, krijg
huisarrest met scrabble klein.

Woordwaarde als goud: zij veegt
de oprit welkom. Mist blijft
hangen, zoutgebrek, winter.

(22 december 2010)



Steunverbod

Koud de wereld. Geen herberg
biedt die kwamen ramen om
doorheen te dromen, de ster
een been om op te staan.

Avond nu valt als een jaar
gedachteloos in duigen.
Alleen de slimste mens komt
klaar. Bezeten zenders buigen

de rietkraag waarlangs ik wandel
in rimpels van door wind be-
wogen water. Ik handel

nog in waarden klein. Het kind
bezet de ziel met wimpels.
Zijn deelwoord, dood: bemind.

(23 december 2010)


Op weg, het leven doorgangs-
kamp met bandwerk van barakken.
Wat wijzen zonder lamp
– leeg landschap, kale takken –

gaan het wijzend teken ster
voorbij. Het weeskind kwijnt in
spervuur, aids. Zeg ons, hoe ver
nog, wachter, de nacht? Er lijnt

zich in het oosten rood een
lichtstrook af. Mijn grenzen zijn
niet langer van tel. Een bloot

beginnen wuift als eindrijm
voorbije maanden uit. Groot
welt uit het oude nieuw de wijn.

(28 december 2010)


drie kwatrijnen

Het nieuwe jaar houdt een slag
om de arm. Een slappe vlag
hangt roerloos in de regen –
bedachtzaam luikend de dag.

Weg rotjes en vals vuurwerk,
stilte een vreemdsoortig merk
met af en toe wat vogels.
In de verte klokt een kerk.

Wij gaan. Ik houd het been niet
langer stijf. Uit het vergiet
van tijd druipen droefheid, waan.
Ik verhef het tot uw lied.

(1-2 januari 2011)


drie haiku’s

mantels van stilte
in geduld gedrapeerd veld
droom van versmelten

koning komt als kind
in doeken gewikkeld woord
dodelijk verband

toonbeeld van een ster
stal met dieren kort bezoek
liefdesweefsel wit

(3 januari 2011)


Dirk Blockeel

6 januari 2011

Geluk



Geluk hoopte ik steeds te vinden
als ik weer zocht in mijn ziel
omdat ik het steeds niet kon zien.

Ging het verwoorden in Poëzie
een zoektocht naar de goede
woorden om gevoelens te tonen.

Zo het geluk te kunnen ontdekken
de warmte om me heen te voelen
het mooie van het leven te ervaren.

Plots besefte ik ook dat het geluk
hier zomaar voor het grijpen lag
toen ik de blik in jouw ogen zag.

© Paula Hagenaars
GEDICHTEN OVER EILANDEN


BONAIRE

door Albert Hagenaars


Eilandgevoel, dat is het onbetwiste trefwoord voor deze anthologie met gedichten en volksliederen over álle eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden. Het zijn er 12, verdeeld over het Caraïbisch gebied en Nederland zelf, waarvan er twee, Curaçao en Sint-Maarten, onlangs net als Aruba landen binnen het koninkrijk werden en drie, Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, bijzondere gemeenten.
Geholpen door kenners ter plaatse verzamelde Klaas de Groot, die ook het nawoord met verantwoording schreef, een opvallend groot aantal teksten: Ameland (8 stuks), Aruba (12), Bonaire (7), Curaçao (14), Rottum (6), Saba (7), Schiermonnikoog (8), Sint-Eustatius (4), Sint-Maarten (4), Terschelling (11), Texel (11), Vlieland (9). De room op het geheel is een slotdeel (met nog eens 8 teksten) dat een algemeen perspectief biedt. Dichters van faam, o.a. Arion, Bernlef en Slauerhoff, staan naast plaatselijke grootheden als Hubert E. Booi en Cecile Peterson.
John Jansen van Galen schreef een hoogst vermakelijk voorwoord aan de hand van eigen eilandervaringen en dat blijken er vele te zijn.
Het motto, van Cola Debrot, is zo goed gekozen dat ik het graag overneem. De originele tekst luidt: ‘Ami gusta un cos / I abo gusta e mes cos / ma kiko e cost a cu nos gusta / lo keda un secreto entre nos dos’. In de Nederlandse versie van Carel de Haseth komt dat niet minder treffend over: ‘Ik houd ergens van / en jij houdt van hetzelfde / maar wat het is waar wij van houden / blijft een geheim tussen jou en mij’.

Bonaire, dit ruim met natuurschoon bedeelde eiland met behalve Nederlandse ook Spaanse en Britse invloeden, kent een kleine bevolking, slechts ruim 13.000 inwoners die bijna allemaal in de meer kernen tellende hoofdplaats Kralendijk wonen, maar was goed voor toch nog zeven bijdragen aan Vaar naar de vuurtoren. De oproep in de titel kan op vijf verschillende manieren gerealiseerd worden want hoewel lang niet alle eilanden een vuurtoren bezitten, heeft Bonaire er maar liefst vijf, waarvan de Willemstoren uit 1838 de bekendste is. Drie torens zijn zelfs onlangs gerenoveerd en werken inmiddels op zonne-energie. Als daar geen nieuwe poëzie uit voortkomt…
De dichters zijn Frank Martinus Arion, Aletta Beaujon, Cola Debrot, Mery Maduro, Walter Palm en Lupe Reyes, wier werk afgesloten wordt door het volkslied van Hubert E. Booi.

Arion (º1936), die in Nederland vooral naam heeft door zijn roman Dubbelspel, waar bijna driekwart miljoen exemplaren van werden verspreid, komt niet van Bonaire. Hij werd geboren op Curaçao en woonde op Aruba alsmede in Nederland en, tot de militaire coup, in Suriname. Zijn lange gedicht ‘Bonairiaanse wandelingen met Carmita’ werd uit de bloemlezing Vermoeden van tijd - Poëzie van de jongere tijd (Meulenhoff, 1962) gelicht en vormt ongetwijfeld een van de grote verrassingen van Vaar naar de vuurtoren. Het oorspronkelijk in het Nederlands geschreven gedicht bestaat uit 6 delen en neemt net zoveel pagina’s in beslag. En dat betekent dus lang genieten want Arion heeft een gelukkige balans gevonden tussen epiek en lyriek. Lange gedichten verliezen al gauw aan spanning, zo bepalend voor hun wezen, en worden gemakkelijk saai wanneer ze ten gunste van het verhaal aan lyrische hulpmiddelen inboeten. Enerzijds neemt Arion de ruimte om veel informatie te geven, anderzijds weet hij alle delen (elk onderverdeeld in onregelmatige strofen) voldoende bezieling mee te geven om de tekst in de aandacht van de lezer overeind te houden. In dit opzicht doen de wandelingen aan de opzet van Omeros denken, het boek waarmee mede-Antilliaan Derek Walcott (º1930, Saint Lucia) de Nobelprijs binnenrijfde. Arion zet een krachtige, eilandgebonden beeldspraak in, gebruikt zonder het aansprekende parlando los te laten veel klankovereenkomst en heeft het, mede aan de hand van vragen, over existentiële kwesties, wat misschien ook nog een Europese echo van die tijd is. Onder de noemer van het Existentialisme passen in elk geval het definiëren van de eigen realiteit en plaats en daarmee het streven naar vrijheid, de afwijzing van de ratio, en het besef dat de enige zinvolle waarheid die zekerheid biedt die van ons eigen handelen is. Al deze elementen spelen een rol in de Bonairiaanse wandelingen met Carmita.

Ik citeer alvast het eerste deel:

Om een scheiding gaat het hier
van bloed en land
tranen van pekel zijn in de grond gedrongen
die droogte heeft mij hard gemaakt

om de scheiding van bloed en kleur
die overal de keten van liefde verbreekt
om volledig te vertrekken uit elke ruimte

Gij was mijn schaduw Carmita
en ik schuwde u zeer
gij was mijn hangmat
en ik hing aan u

maar de zon en de zee
zijn zout geworden
van zoveel geboorten:
de aarde loom
dit lichaam traag
van Europa

Over deze introductie valt het nodige te zeggen. De eerste regel rept van een scheiding en dit woord is meteen het hoofdmotief. De bewoording van Arion laat daar geen twijfel over bestaan. Een scheiding wordt eerder negatief dan positief ervaren, maar roept van de weeromstuit gemis en verlangen op, die wel degelijk vruchtbaar kunnen werken. De volgende regel roept het eerste raadsel op: een scheiding van bloed en land. Wanneer land al gescheiden wordt, is dat doorgaans van ander land, door water of een grens. Dat andere land kan echter associatief benoemd worden als een oord waar bloed een grote rol speelde. Opnieuw zal de gemiddelde lezer dit niet als positief ervaren, bijvoorbeeld door aan een plek te denken waar donoren in de rij staan, maar als negatief, als een plaats waar bloed vergoten wordt, zeker als hij doorleest en dan direct met ‘tranen’ geconfronteerd wordt. Arion hanteert daarmee een treffende tegenstelling: tranen en droogte, die echter aannemelijk gemaakt wordt door ‘pekel’. Zout, de economische peiler onder meerdere Antillen, werd in de regio nergens, naar verhouding wel te verstaan, zo’n bepalende factor als op Bonaire. Het was met name zout dat de slavenhandel op gang bracht. De slaven woonden in piepkleine bouwsels, stenen hutten, waarvan nog een aantal, al dan niet gerestaureerd, resteert. Er werden zelfs vier obelisken opgericht om vrachtschepen naar de zoutpannen te dirigeren en dat moet de vroegste versie zijn van de titel waar Klaas de Groot mee aankwam. Slavernij, dat is in Arions werk een van de uitgangspunten, te beginnen met zijn debuut Stemmen uit Afrika (1957). Fragmenten die hiernaar verwijzen zijn in dit lange gedicht: ‘zonzieke neger’, ‘scheiding van bloed en bloed’, ‘blanke negerin’ en vooral ‘keten’ en ‘slavenmuur’.
Een belangrijke uitspraak is ook regel vier, te vertolken als: problemen maken een mens niet alleen hardvochtiger maar ook sterker.
In strofe 2 verliest het bloed aan kleur zoals later, in strofe 5, aan vochtwaarde (‘…doe ik bloed opstuiven’). Gestaag ontrafelt Arion historische en sociale patronen, vervangt feiten door zijn poëtisch geladen taal, vangt de essentie in de gedachte dat zout bloed oplevert, en bloed zout wordt. ‘Keten’ kent twee aspecten, die van band zoals hier in ‘keten van liefde’ en die van ‘kluisters’. Arion speelt die mooi tegen elkaar uit, en tegelijk dus begrippen als vrijheid en gevangenschap, vertrek en gedwongen vertrek.
De naam Carmita in strofe 3 lijkt belangrijk. Hoe belangrijk? De naam komt uit het Hebreeuws. De betekenis is heel toepasselijk ‘lied’. Er is ook een relatie met de Karmel, samentrekking van Karem-El ofwel de wijngaard van God. De beboste flanken van deze berg in Israël, 20 km lang, 8 breed en 600 meter hoog, genieten al sinds vele eeuwen de faam een paradijselijk oord te vormen. In de oudheid waren er wijngaarden. De profeet Elia daagde hier de priesters van Baal uit en bracht het mentaal dolende volk terug tot haar verbond met God. Zelf moest ik dan ook nog aan Karma denken. Is dit alles te ver gedacht? Te ver voor Arion die behalve dichter ook taalwetenschapper is? Hij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde, deed veel voor het standaardiseren van het Papiaments en kreeg dus ook te maken met vergelijkend taalonderzoek. Zou hij deze fascinatie, die hij al vroeg onderging, uitgeschakeld hebben gelaten terwijl hij aan dit gedicht werkte? Te ver voor Frank Efraim Martinus zoals de naam van de schrijver in het dagelijkse leven luidt? Efraim is eveneens Hebreews en is afkomstig van de tweede zoon van Jozef, die, en dit kan haast geen toeval meer zijn, in ballingschap werd geboren. Er zijn kortom teveel zinvolle links om alleen maar uit te gaan van een geliefde. Als extra argumenten om niet alleen voor deze laatste mogelijkheid te kiezen, gelden twee inhoudelijke punten. Ten eerste het plechtstatige voornaamwoord Gij, dat in de Zuidelijke Nederlanden populair is (ik gebruik het zelf regelmatig in mijn dialect) maar verder alleen in de Bijbel voorkomt. Ten tweede het woord ‘schuwen’. Waarom zou je namelijk een minnares schuwen? Eerbied of angstvalligheid ten aanzien van een godheid, eventueel het welslagen van een goddelijk lied, ligt eerder voor de hand. Arion maakt echter dankbaar gebruik van de meerduidigheid. Hij verschaft overdrachtelijk een seksuele waarde aan hangmat maar waarom zou de sprekende persoon daar dan aan gaan hángen? De tweede duiding, hangen aan iemand, gehecht zijn aan iemand, kan echter wel. De eerste heeft de tweede dan al wel de voet dwars gezet. Dit taalspelletje werd een misstap.
In strofe 4 zijn, net als het bloed verder in de tekst, de zon en de zee zout geworden maar dan wel het zout van zoveel geboorten zodat Arion aan het zout der aarde raakt, letterlijk ook met aanhaling van het woord ‘aarde’ na de dubbelepunt die een conclusie aankondigt.
Waarom een lichaam traag van Europa is, is een vraag die ook tot enig filosoferen leidt. Gemakshalve kan geopteerd worden voor de mogelijkheid dat de Europese invloeden slecht passen bij de fysieke en culturele realiteit van het eiland. En Europese invloed kende Arion in 1962; zijn eerste periode in Nederland begon in 1955.

Tot zover het eerste deel van het vers. Bij de andere vijf zijn minstens zoveel openingen te maken. Welke van de andere dichters die over Bonaire schreven zouden met hun product nu graag achter dit meesterwerk van Arion geplaatst worden? De Groot hanteerde voor de dichtersnamen een alfabetische indeling per eiland dus het werd het gedicht “Brandaris” van Aletta Beaujon. Een betere keuze was gelukkig ook niet mogelijk want Beaujon lokaliseert haar talige handelingen op de Karmel van het eiland, de 240 meter hoogte bereikende Brandaris, en gebruikt dezelfde soort slagwoorden als Arion: dor, steen, zon, rotsen, zee. Ook de zegging komt overeen, al is die van Arion krachtiger. Wat beiden delen is bovendien het respect voor de natuur, beter gezegd het ondergaan van het wezen van de natuur, de vereenzelviging soms ook. Het laatste deel van haar gedicht:

Als ik straks dalen ga
rollen de stenen naar beneden
ik ben zo moe en zo bang
om voort te gaan
waarom kan ik hier niet blijven
zo rustig is het nergens
de wind zoemt
langs de toppen van de rotsen
en brengt zo nu en dan
het schreeuwen van de vogels
in de bomen daar beneden
zelfs een schot van de jager
een echo wordt gefluister
in de bergen
Ik wou dat ik elk plekje kende
in de verte

Beaujon biedt dus eveneens een solitair beleefd perspectief dat toch geen eenzaamheid oplevert. Eerder evoceert zij geborgenheid. Dat levert dan wel frictie op, enerzijds het verlangen om op de rustige helling of top te blijven, anderzijds elk plekje in de verte willen kennen. Dat heeft wel het voordeel dat de beweging neerwaarts omgebogen wordt tot een horizontale zichtlijn en de ruimte, aanvankelijk beperkt tot het kleine eiland, bezit neemt van de zee en andere kusten (bij helder weer zijn Curaçao en Venezuela te zien). Dat compenseert eventueel verontrustende elementen als rollende stenen en een schot. Beaujon geniet even van rust en reflectie, temeer daar ze weet dat deze serene ervaring maar kort duurt.
Ik wil, om in dit verband tot een nog beter vergelijk te komen, een paar regels uit deel 2 van Arions gedicht aanhalen:

…en ik heb genoeg
aan alles wat ik kan zien
zonder van dit eiland op te staan.

Hierna is het de beurt aan Cola Debrot, die wel op Bonaire geboren werd, in 1902 in Kralendijk, en als een van de belangrijkste schrijvers van de Antillen beschouwd moet worden. Hij vervulde tal van functies, variërend van arts tot gouverneur van de Nederlandse Antillen. Daarnaast bouwde hij een ongemeen boeiend oeuvre op, dat in het uit meerdere delen bestaande Verzameld Werk z’n beslag kreeg. Aan waardering had Debrot dus geen gebrek, wat het beeld van z’n trieste laatste jaren extra wrang maakt. Hij leed aan depressies en misschien schreef hij vanuit die staat het gedicht ‘Talbes’ dat door een onbekend gebleven vertaler goed in het Nederlands is overgezet, al heeft die niet, net als de dichter, de slotwoorden “tur os pena na caminda” gecursiveerd en dat is een gemiste kans want Debrot zette niet voor niets daar een accent.

MISSCHIEN


Misschien komt de dag weer,
een dag van louter blijheid.
Of was het zo’n licht maannacht
vol weemoed onder de siaboom?

Misschien komt de dag weer
dat cactus en siaboom
elkaar omhelzen
als toegenegen verwanten.

Misschien komt de dag,
-alle maïs heeft zijn zaad-
dat zelfs arbeider en kapitalist
elkaar zullen mogen.

Misschien…die dag is nog ver
verder dan de knoekoe van Ma Linda.
Maar verlies het geloof en de hoop niet,
ondanks al ons lijden onderweg.

Poëtisch legt de nestor van de Antilliaanse letteren het, met deze tekst althans, af tegen Arion (bij wiens debuut hij zeer nauw betrokken was) en ook nog tegen Beaujon. Dat ik het toch graag in z’n geheel citeer komt voort uit m’n respect voor Debrot. Ook kan ik ermee tegemoet komen aan een van de bedoelingen van samensteller Klaas de Groot, namelijk om vooral gedichten op te nemen die het eigene van het betreffende eiland benadrukken. Met vermeldingen van de siaboom, cactus, en zeker de knoekoe van Ma Linda voldoet Debrots tekst aan dit criterium.

Met de gedichten van Mery Maduro, Lupe Reyes komen we aan een zwak punt van het boek. Vrijwel alle gedichten in het Papiaments (op Bonaire niet Papiamentu zoals op Curaçao of Papiamento zoals op Aruba genoemd maar Papiamen) zijn vertaald, waarom deze twee dan niet? Uit ervaring weet ik wat er zoal komt kijken bij een dergelijke bloemlezing maar het zou toch niet een te zware belasting geweest zijn om ook Naturalesa di Bonaire van Maduro en Boneiru van Reyes een Nederlands jasje te geven, zeker niet wanneer er genoeg goede vertalers voorhanden zijn? Jammer!

Daarom volgt hier de opname van Boneiru, de kortste tekst van de twee, opdat lezers die geen Papiaments beheersen maar enige kennis van Spaans of Portugees hebben, en dat zijn er tegenwoordig toch een heleboel, nog een eind komen:

BONEIRU


Kada be mi despedí
di mi isla tan stimá
tristesa mi ta sinti
tur momentu; tur lugá
N’e momentu ku mi mira
solo bias: ‘Té mañan’,
nostalgia mi ta sinti
di mi isla adorá…

Boneiru, kuna di mi hubentut.
Tistiga muda di mi legría,
tristesa I soledat…
‘Zonida klá mi ta sinti,
di bo olanan I lamán.
Promesa firme mi ta hiba,
den mi alma, bon wardá.
Promesa ku lo mi kumpli
fo’I e momentu ku mi alehá,
aunke lew destinu hibami
semper lo bo ser rekordá.

Behalve het volkslied, wel in twee talen, is er dan nog het korte maar beeldenrijke Bonaire van Walter Palm (º1951, Curaçao):

BONAIRE


Flamingo’s beelden
rozezachte stilte uit

Groen gekrijs van papegaaien
omlijst de rust.

Naast de schildpad
zwemt de tijd.

Op de zeepaarden
hobbelt een glimlach.

Plots opduikende
dolfijnen, een flits

van inspiratie.

Hoewel Palm al acht dichtbundels publiceerde en aansprekende beelden weet weg te zetten, heeft hij nog geen meesterschap bereikt. Flamingo’s bijvoorbeeld roepen als vanzelf de kleur roze op, zoals schimmels wit en raven zwart, daarom zou je die kleur niet nog eens moeten noemen. Dat is een zwaktebod, de klankovereenkomst met ‘zacht’ ten spijt. ‘Groen gekrijs van papegaaien’ is vergeleken hiermee veel beter gekozen. ‘Een op zeepaarden hobbelende glimlach’ is daarentegen dan weer een ronduit rammelend beeld. Een tweede pleonasme vinden we in de verbinding van ‘plots’ en ‘opduiken’. Opduiken houdt immers al in dat iets plots verschijnt. Daar had een redacteur een stokje voor moeten steken.

Zoals bij andere eilanden eindigt het deel over Bonaire met het volkslied, in het Papiaments “Himno Bonaireano” geheten, in het Nederlands dankzij Fred de Haas flamboyanter “Land van zon, gestreeld door de passaatwind’.
Behalve de muzikale elementen zit er niet veel poëzie in maar het kent wel een even ontroerend als dapper einde:

Ningun poder lo por kita e afecto
Cu nos ta sinti pa e isla di Nos
Maske chikito cu su defecto
Nos ta stimele ariba tur cos.

ofwel

Geen macht op aarde kan de liefde doden
Die JIJ in ons hart laat wonen!
O eiland, onvolmaakt en klein,
Dat altijd nummer één zal zijn!

Alle teksten in Vaar naar de vuurtoren werden in de originele taal afgedrukt, die in het Fries en Papiaments op een paar na tevens in vertaling, de Engelse om begrijpelijke redenen niet.

Het resultaat is hoe dan ook een in alle opzichten afwisselend boek dat velen zal boeien én zelfs de koffers doen pakken!

VAAR NAAR DE VUURTOREN - GEDICHTEN OVER EILANDEN. Samenstelling en redactie: Klaas de Groot. Uitgeverij In de Knipscheer. ISBN: 978-9062-656585.€ 18,50

De Verborgen Hoek, no. 12, januari 2011