DE ZEEMEERMIN
Toen in de nazomer van 2000
een zeemeermin aanspoelde op het
strand van Sint-André, - ik herinner mij
nog hoe zij het zand met haar staartvin
omwoelde, de armen crawlslag, -
zij keek de strandgangers in de ogen,
die bang verrast op afstand bleven,
- ik herinner mij hoe zij haar charmes
gebruikte, haar naaktheid preuts gewaad,
ronde roze lippen, in haar blauwe
ogen deemstering, blond haar tot
op de schouders, - ik was niet onder
de indruk, ik zou haar nooit het hof
maken zoals macho’s met gespierde
torso plachten te doen, ik hou niet
van haar gladde lijf en leden.
ALS DE ZEE
Voor F.F.
Als zee haar driften botviert,
overvloedige vloed, water
mij naar de keel grijpt, ga ik aan
land droom bloesems aan de bomen
vogels in de lucht zucht van wind,
als de zon door de wolken piept,
zee verzadigd inslaapt, ga ik
schelpjes rapen, streel potvis
op strand, overmand door verre
einder loop ik met het water
mee, eindeloos de zee in mijn
mistige blik, land in zicht.
ALS DE ZWALM
Als de zwalm in Tsjechië zijn nest bouwt,
bovenaan links hoeks tegen ‘t raam
- elke dag honderdmaal vliegt hij aan,
in zijn bek een kleine attentie, -
denk ik aan mijn grote vriend in de
Westhoek: hoe hij vogels spot en uur
en plaats noteert, - gezond leven naar
lichaam en geest, zegt mijn vrouw, - ik
verdwijn achter mijn pc, wil
Heibel recenseren en een
dichtende medemens in de rij,
ik heb geen moeite om hen de hemel
in te prijzen, voor een goede dichter
koester ik bewondering, voor een
debutant woorden van krediet,
voor een slechte bundel betaal ik
een goede prijs, - hier in Tsjechië
hebben de vogels hun trots bewaard,
mooie kleuren dons, rank gelakte
pootjes, mijn vriend de vogelspotter
krijgt over drie dagen ons kaartje
een zwalm in pitaleir, mijn vrouw schrijft:
“Fernand en Ida, zonnige groetjes
uit groen Buchlovice (bij Brno)”.
VRIENDSCHAP
Als vriend lief is zonder
vleugels, zeg mij dan wat liefde
is: een vlucht regenwulpen?
of een vliegtuig dromen?
Jij en ik één ziel twee
lichamen: hoe stijgen wij
dan ten hemel? rouwig om
halve ziel? Bijen halen
honing uit bloemen: halen
wij, mijn vriend, dan wijsheid uit
vriendschap? vreugde? euforie?
Mijn vriend, wie zegt dat wij
niet liegen: wie sterft dan
aan zijn eerste leugen?
wie aan zijn eerste waarheid?
Wij zijn geen vriend van alle
mensen. Ik hou van jou
omdat ik jou vertrouw
onthou wat je zegt,
ook wanneer je zwijgt.
ALTER EGO
Ik heb een glimp gezien van de man
van wie ik dacht dat hij was als ik ben
een vat vol tegenstellingen
koning en knecht heerser en slaaf
hoe hij woekert met zijn woorden
zich vergaloppeert aan slechte
vrienden de smaak van de waanzin
zich opwarmt opgeilt zichzelf beroert
talent aanmeet dat hij in één
beweging van tafel veegt hoe hij
goed en kwaad te grabbel gooit
kind met het badwater toen ik
het hem zei was hij boos ontsteld
uitzinnig zoals ik zou zijn
sinds zijn wij onafscheidelijk
houd niet eens een spiegel voor.
DE LICHTHEID VAN HET BESTAAN
Toen (niet veel vroeger) dacht hij
maar aan één ding: zichtbaarheid
verwachtte roem en macht twee
magische woorden van alle
tijden nu wil hij niet langer
gezien worden maar zien kijken
naar botoxvrouwen op de dijk
anorexiababes en
oudere mannen met jonge
meisjes die ijsjes eten
meewarig glimlacht hij om de
lichtheid van hun bestaan
nu wil hij schoonheid ontdekken
met intelligente oude
mannen en niet meer zo jonge
vrouwen een babbel doen over
de tijd van toen toen het net als
nu ging over roem en macht.
HEMELSE MODDER
voor Marc Vandenbussche, meester chocolatier
Ik vraag mij af: rotzooit hij er maar wat aan?
Is Appel zijn naam?
Uit de hemel laddert een regenboog uit
op de onderste tree onzichtbaar
is hij de moddervent?
Wanneer hij grote ogen zet
het ooglid samentrekt
weet ik: hij heeft
een modderman verwekt
die nu blijkt een smaakmaker
een kunstenmaker
een langharige met een staart
die met scalpel penseel en mes
de hemel klaart.
De hemelse modder heeft een chocoladesmaak.
HET EINDE NABIJ
Het einde is nabij. Ik voel
mijn lijf in alle leden;
het verleden vervaagt, geen toekomst
wenkt, het heden verziekt.
Bij schaarse goede momenten
schrijf ik mij voort tot de laatste
herinnering een slecht
geschreven boek bij de D
op het rek ons scheidt voorgoed.
Nu nog het graf opbreken
eer een nieuw verhaal begint
met woorden van een ander.
HITSIG VERGRIJP
Onderkoelde emotie frigide
dochter van ingeteelde kathaar
in kloven van landschap opgespaarde
semen van mannelijke dieren
in zuurte glijdt een papieren scheepje
voorbij kinderhand dat overleeft
na de ruwte van de daad ik wandel
het kerkje in dat romaans staat te
glarieogen gezicht uitdrukkingsloos
het gelaat van engelen, Heer, zeg ik,
in luwte van Maria, ik verzuip
in de geuten gore regen van
hitsig vergrijp.
INDIEN
voor Fernand Florizoone
Indien taal lettertjes zou zijn
die sinterklaas onverwacht
de huiskamer binnengooit
de kleintjes opgeschrikt hier daar
ginds onder boven tikje angst
in hun ogen dan is mijn
vriend de Sint.
Indien de Sint woordjes zou
sprokkelen kijken wikken wegen
bewaren niet behouden
dan is mijn vriend de dichter
grote mensen verwonderd
voor zoveel wat niet op papier
als van elkaar houden.
Mochten wij met ons allen
Sint en dichter zijn.
MET ZOUTSMAAAK
Met zoutsmaak op mijn lippen
volg ik de wiegende meeuwen
droom van een zee zo blauw
blauwer aan de overkant
een land waar heimwee mij belet
en water mij belaagt ik wil
naar huis retourkaartje heen-en-weer
thuis vind ik de rust die
mij weer reislustig maakt
in Oostduinkerke aan wal
vertel ik over de muiterij
bij mezelf en de blauwe zee.
TSUNAMI
De zee verzuipt het land, het water
grijpt mij naar de keel, een tsunami
van verbeelding overspoelt mijn geest,
och God, heb pitié, hoor hoe
de kauw tekeer gaat in mijn keel,
geen land te bezeilen als de zee
haar stormen niet beheerst, schipbreuk
mij verbant, ik lig aan land de
hemel kleurt vaal en bleek, ik kijk
vertwijfeld om mij heen, nieuw land
nieuwe zee die opklotst tegen
rotsen en wand, ik overleef.
Thierry Deleu