Op zaterdag 2 oktober om 15 uur
wordt het interviewboek van Guy van Hoof
Gesprekken met Willem M.Roggeman
voorgesteld
in Boekhandel LiberMundi
Berlarij 90
Lier
Guy van Hoof stelt de auteur enkele vragen en Roggeman zal gedichten lezen.
Redactie: Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Thierry Deleu (eindredactie), Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Jan Van Loy, Dirk Vekemans
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
30 september 2010
KOM
Kom maar mee vriendin
we bewegen met de wind
samen zullen we buigen
zodat er niets zal breken.
Laat ons dansen in de zon
lachen als we samen zijn
niet alleen maar vandaag
ook in de nieuwe morgen.
Vriendschap kent vele vormen
zoals de golven horen bij
een rustig kabbelende zee,
drijf ik op afstand met je mee.
Paula Hagenaars
Kom maar mee vriendin
we bewegen met de wind
samen zullen we buigen
zodat er niets zal breken.
Laat ons dansen in de zon
lachen als we samen zijn
niet alleen maar vandaag
ook in de nieuwe morgen.
Vriendschap kent vele vormen
zoals de golven horen bij
een rustig kabbelende zee,
drijf ik op afstand met je mee.
Paula Hagenaars
het is niet de LAVA
Marleen de Crée
* Zaterdag 16 oktober 2010 om 20 uur presenteren Marleen de Crée, de Vrienden van de Zwarte Panter en Uitgeverij P de nieuwe dichtbundel het is niet de LAVA in de galerie De Zwarte Panter, Hoogstraat, 70 te Antwerpen.
* Prof. em. dr. Joris Gerits, leidt de bundel in.
* Floris De Rycker (8-korige renaissanceluit) verzorgt het muzikaal gedeelte.
* Marleen de Crée leest voor.
* Uitgever Leo Peeraer overhandigt de eerste exemplaren.
* Aansluitend wordt er een receptie aangeboden.
Iedereen is van harte welkom!
Gelieve uw aanwezigheid te melden aan uitgeverij P via email: info@uitgeverij-P.be
Marleen de Crée werd talrijke malen onderscheiden, o.a. met de Provinciale Prijs van Antwerpen voor Poëzie, de Maurice Gilliams- en de August Bernaertprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen. Zij publiceerde een 20-tal dichtbundels en gedichten werden opgenomen in tijdschriften en verzamelbundels in Vlaanderen en in Nederland.
U kunt de dichtbundel bestellen aan de verkoopprijs van 15 euro via overschrijving op rek. 431-0529081-13 van uitgeverij P. Vermeld of u de bundel
- ophaalt bij de voorstelling
- thuis wenst te ontvangen (verzendkosten per exemplaar 3 euro)
DE TREK
Duiven scheren over de accasia's,
een zoevend geluid,
ik denk een gedicht moet kunnen vliegen,
!n de stilte van water
schiet een forel
mijn geboorte voorbij,
honderd meter verder
maakt de rivier een heup van een vrouw
die zich laat raden,
de wilg aan het water
van wortel tot gewei is getuige
van de eenzame trek in mij.
Fernand Florizoone
Uitnodiging
Op zaterdag 23 oktober a.s. om 20 u.
geeft literator-essayist-germanist en schrijver Erik Vermeulen
een literaire lezing over
de Hongaarse auteur Imre Kertész
in Kunstentaverne De Kleine Notelaar te Vlassenbroek 222 Baasrode/Vlassenbroek (voorbij het kerkje een 300 m verder afdalen aan de vijver).
Eerder was Erik Vermeulen bij ons te gast met een lezing over dichter Pessoa.
Imre Kertész was de eerste Hongaarse auteur die de Nobelprijs voor literatuur ontving (2002). Samen met György Konrad en Péter Esterhazy behoort hij tot de top van de hedendaagse Hongaarse en Europerse literatuur. Zijn roman Onbepaald door het lot deed heel wat stof oppwaaien. Maar ook andere werken als 'Liquidatie', 'Samenzwering', 'Dagboek van een galeislaa' e.a. zijn parels van schrijfkunst waarin een unieke stijl gekoppeld wordt aan diep inzicht in het menselijke lijden. En het is precies dit lijden, dit aspect van het menselijk lot dat Kertész een vaste plaats wil geven in de literatuur.
In zijn lezing plaatst Erik Vermeulen het oeuvre van deze Hongaarse schrijver in een ruimere context: eerst en vooral binnen de rijke Hongaarse literatuur van deze en voorbije eeuw en tegelijk ook binnen de historische Hongaarse context. De Tweede Wereldoorlog en de Hongaarse Opstand spelen hierbij een centrale rol.
Aan de hand van een gestruvctureerde analyse van het werk van Kertész, gekruid met talloze citaten, treden we binnen in het niet zozeer omvangrijke maar weliswaar fabuleuze oeuvre van deze Hongaarse reus.
Als u er bij wilt zijn, teken dan zo vlug mogelijk in. De plaatsen zijn beperkt.
Bijdrage: 5 €.
Patricia De Landtsheer leidt onze gast kort in.
Indien gewenst kunt u ook telefonisch bevestigen op nr. 052/211180 of 0494/601961.
organisator: vzw Kunsten- en Literaire vereniging Symbiose i.s.m. De Kleine Notelaar.
Surf ook naar www.dekleinenotelaar.be.
geeft literator-essayist-germanist en schrijver Erik Vermeulen
een literaire lezing over
de Hongaarse auteur Imre Kertész
in Kunstentaverne De Kleine Notelaar te Vlassenbroek 222 Baasrode/Vlassenbroek (voorbij het kerkje een 300 m verder afdalen aan de vijver).
Eerder was Erik Vermeulen bij ons te gast met een lezing over dichter Pessoa.
Imre Kertész was de eerste Hongaarse auteur die de Nobelprijs voor literatuur ontving (2002). Samen met György Konrad en Péter Esterhazy behoort hij tot de top van de hedendaagse Hongaarse en Europerse literatuur. Zijn roman Onbepaald door het lot deed heel wat stof oppwaaien. Maar ook andere werken als 'Liquidatie', 'Samenzwering', 'Dagboek van een galeislaa' e.a. zijn parels van schrijfkunst waarin een unieke stijl gekoppeld wordt aan diep inzicht in het menselijke lijden. En het is precies dit lijden, dit aspect van het menselijk lot dat Kertész een vaste plaats wil geven in de literatuur.
In zijn lezing plaatst Erik Vermeulen het oeuvre van deze Hongaarse schrijver in een ruimere context: eerst en vooral binnen de rijke Hongaarse literatuur van deze en voorbije eeuw en tegelijk ook binnen de historische Hongaarse context. De Tweede Wereldoorlog en de Hongaarse Opstand spelen hierbij een centrale rol.
Aan de hand van een gestruvctureerde analyse van het werk van Kertész, gekruid met talloze citaten, treden we binnen in het niet zozeer omvangrijke maar weliswaar fabuleuze oeuvre van deze Hongaarse reus.
Als u er bij wilt zijn, teken dan zo vlug mogelijk in. De plaatsen zijn beperkt.
Bijdrage: 5 €.
Patricia De Landtsheer leidt onze gast kort in.
Indien gewenst kunt u ook telefonisch bevestigen op nr. 052/211180 of 0494/601961.
organisator: vzw Kunsten- en Literaire vereniging Symbiose i.s.m. De Kleine Notelaar.
Surf ook naar www.dekleinenotelaar.be.
Uitnodiging
U wordt uitgenodigd op donderdag 14 oktober om 19.30 uur in de gotische zaal van het stadhuis, Grote Markt, 3000 Leuven op de voorstelling van
SNEL-WEG
een bloemlezing met meer dan zestig gedichten over ongevallen en verdriet op de weg.
(Samenstelling: Bruno Berghs, Guido Cloet, Mark Meekers).
Programma:
Astrid Rubbens van Rondpunt en Zebra vzw licht toe. Prof. em. Hubert Claassen plaatst kanttekeningen.
De dichters Lieve Devijver, Wim Van den Abeele en Mark Meekers lezen.
Denise Vandevoort, schepen van Cultuur dankt.
Receptie in de wandelzaal.
De bundel is te bestellen bij: Casinno CVBA, €12 + €3 verzendingskosten op rekening 736-4037573-12
SNEL-WEG
een bloemlezing met meer dan zestig gedichten over ongevallen en verdriet op de weg.
(Samenstelling: Bruno Berghs, Guido Cloet, Mark Meekers).
Programma:
Astrid Rubbens van Rondpunt en Zebra vzw licht toe. Prof. em. Hubert Claassen plaatst kanttekeningen.
De dichters Lieve Devijver, Wim Van den Abeele en Mark Meekers lezen.
Denise Vandevoort, schepen van Cultuur dankt.
Receptie in de wandelzaal.
De bundel is te bestellen bij: Casinno CVBA, €12 + €3 verzendingskosten op rekening 736-4037573-12
De voorzitter en leden van het Hugues C. Pernathfonds nodigen u uit op de vijfde Hugues C. Pernathlezing die gehouden zal worden door
Walter van den Broeck
Het land van Pernath
De lezing heeft plaats op vrijdag 8 oktober 2010 om 20.00 uur in het Letterenhuis, Minderbroedersstraat 22 2000-Antwerpen. Na afloop is er een receptie en wordt de brochure met de tekst van de lezing ter beschikking gesteld van de aanwezigen.
Gratis toegang – wel graag inschrijven (voor 6 oktober) per mail letterenhuis@stad.antwerpen.be of telefonisch 03 222 93 20
Letterenhuis
Stad Antwerpen
Cultuur, sport en jeugd
Musea en Erfgoed Antwerpen
Minderbroedersstraat 22
2000 Antwerpen
tel. + 32 3 222 93 20
fax + 32 3 222 93 21
letterenhuis@stad.antwerpen.be
http://www.letterenhuis.be
22 september 2010
Bij uitgeverij Artcadia verscheen: Rudy Van Meekers, schilder-pintor-painter.
Deze monografie belicht leven en werk van de Vlaams-Spaanse dichter en schilder Rudy Van Meekers (°1940), minder gekend in zijn regio van oorsprong (Vlaanderen), des te meer geapprecieerd in talrijke tentoonstellingen in België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Italië, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Spanje. Zijn werk is een zuiver picturaal project dat licht en kleur als drager van het immateriële verkent.
De auteur (Mark Meekers) is zelf beeldend kunstenaar en leidde het werk in van meer dan vijftig kunstenaars, was curator van meerdere tentoonstellingen, schreef talrijke essay’s over kunst en literatuur in Nederlandse en Vlaamse tijdschriften.
23 Zwart-witafbeeldingen en 9 illustraties in kleur verhelderen de tekst (86 pag.).
Prijs: 15 euro (+ 3 € verzendingskosten) over te maken op rekening 000-0618809-46 (IBAN BE33 0000 6188 0946, BIC BPOTBEB1) van Rademakers Marcel, Leo Dartelaan 20, 3001 Heverlee met de vermelding “monografie Rudy Van Meekers”.
Rudy Van Meekers transcendeert het materiële en zichtbare met zuiver picturale middelen, zoekt gestalte te geven aan “het essentiële licht”. In Vlaanderen toetst hij de artstieke tendenzen van zijn tijd af en trekt naar Frankrijk om er zich te verdiepen in de natuur. Figuratie maakt plaats voor abstractie als enig adequaat middel om de essentie van leven en wereld te evoceren. Levensinzicht en artistieke uiting gaan bij Van Meekers hand in hand. Rond de eeuwwisseling zoekt deze originele, eigenzinnige, gedreven schilder het Spaanse licht op en komt zijn werk tot een boeiende synthese.
Nieuwe bundel van Marnix Speybroeck
Op 17 oktober verschijnt de bundel
NAAI MIJ MAAR DICHT
van Marnix Speybroeck
Uit deze bundel publiceert De Geletterde Mens drie gedichten.
als hij het deurtje met de grendel sluit
dan is de dag voor iedereen voorbij,
daar leg ik mij bij neer, herkauw wat was,
het hooi praat achter tralies stug terug
over een meisje dat wijd haar benen spreidt,
over horzels, ereprijs en wuivend helmkruid
en dauw die groeien doet, het hooi weet veel,
dat elke kale jonker stekels heeft,
bij lage zon je schaduw langer wordt,
en huivert niet voor blauwtong, kreupelrot
of teken aan de wand; benieuwd of hij
die bij het eerste licht de grendel grijpt,
mijn kop zal krauwen waar ik niet krabben kan
EEN SCHUUR VOOR WINTERHOUT
wat ik reeds heb:
een okkernoot van vorig jaar,
de vleugel van een Vlaamse gaai,
de schedel van een kat (welke?),
scherven (brengen die geluk?),
vier planken tropisch hout,
(een soort die niet op water drijft)
een platte kei waarmee ik keilen kan,
een handjevol verroeste krammen,
een bout waaraan de moer ontbreekt
het hart van een versleten vensterluik
een touw waar niets aan vast te knopen valt
wat ik nog mis:
een foto van de engel Gabriël
een plattegrond van elke horizon
een moer (waarvan de bout in mijn bezit)
twee zijderupsen in een moerbeiboom
een koffielepel nuchter speeksel
ik wou een brug van regenboog
het wordt een schuur voor winterhout
OVER GRENZEN
vertel mij over grenzen hoe
wij verlegen ze verleggen
hoe wij het gras steeds groener
reikhalzend ooit bereiken en
aan de overkant dan aanbe-
land elk blad dat ritselt vrezen
heb ik aan pantser wel genoeg
volstaat een kus om mij te kwetsen
ik wil je wel bekennen dat
ik een stalen sleuteltje bezit
dat past op allerhande kisten
in hooischelven verstopt en laden
opent van eiken secretaires
zelfs nietsvermoedend linnenkasten
maar zelden vind ik wat ik zoek
vertel mij over grenzen
wij staan aan beide kanten ooit
wij staan aan alle kanten bloot
Marnix Speybroeck
CULTUREEL CENTRUM HET SPOOR
Eilandstraat 4 8530 Harelbeke
B O E K P R E S E N T A T I E
MANIEREN VAN ORDENEN
Over het verzamelen van boeken en de ‘problemen’ die ermee gepaard gaan.
Van feitelijk gebeuren tot conceptueel idee.
van
Jan VAN HERREWEGHE
De presentatie vindt plaats op zaterdag 16 oktober 2010 om 19u30 in de aula van cultureel centrum.
De auteur zal deelnemen aan een causerie, samen met beeldend kunstenaar Denmark,
van wie die avond een tentoonstelling wordt geopend.
Moderator: Johan Pas
Manieren van ordenen. Over het verzamelen van boeken en de ‘problemen’ die ermee gepaard gaan. Van feitelijk gebeuren tot conceptueel idee is een verhalend essay over de psychologie en de psychoanalyse van het verzamelen van boeken. Wat drijft een mens die alle dagen op boekenjacht gaat en welke regels hanteert hij om zijn collectie te ordenen?
Jan Van Herreweghe is van mening dat boeken het lot van mensen bepalen. Het ordenen van die boeken is het zichzelf toeëigenen van het recht om de chaos van de wereld te lijf te gaan om op die manier oases
van rust te creëren. Alle eenheid is immers het resultaat van een ordening.
Jan Van Herreweghe heeft aandacht voor de verschillende ordeningssystemen die gangbaar zijn, gaande van Melvil Dewey - de uitvinder van de Universele Decimale Classificatie - over Paul Otlet en Henri Lafontaine – de grondleggers van het Mundanaeum -, Joris Baers, Aby Warburg, het SISO-systeem, het ZIZO-systeem en zoveel meer. Er zijn vele manieren om boeken in een boekenkast te ordenen en de essayist legt er in zijn eigengereide stijl – anekdotisch vertellend, ernstig en met kennis van zaken, soms schertsend, relativerend - getuigenis van af.
Manieren van ordenen is het derde deel van de boekencyclus Het menselijk tekort bij een teveel aan papier en getuigt opnieuw van een grote belezenheid en een passie voor alles wat te maken heeft met boeken. Na het lezen van het manuscript schreef de Nederlandse literator en boekenfreak Gerrit Komrij het volgende:
Beste Jan,
Ik heb het derde deel van je cyclus ontvangen en opnieuw met veel plezier gelezen. De verzamelaar kan zichzelf alleen genezen door zijn ongeneeslijkheid. Op weg naar zijn goddelijke status, de status van de man die alle boeken heeft, is hij al een beetje een halfgod.
Gerrit Komrij
Stefan Brijs schreef volgende reactie:
Als Jan Van Herreweghe een schrijver was, zou ik zeggen: schrappen, Jan, schrappen! Maar jan Van Herreweghe is een lezer, en wat voor één, en daarom kan ik enkel zeggen: meer, Jan, méér, MEER!
Stefan Brijs
21 september 2010
Over "Wulpen, in nevel van tijd" - Thierry Deleu
Beste Thierry,
Wulpen, in nevel van tijd.
Onder deze mooie titel, las ik met veel plezier jouw nieuwe gedichten.
Meteen al viel ik in -en ook op- de sfeer die jouw bundel oproept:
De oude tijd, de noeste arbeid van eenvoudige mensen, vissers aan het water, armoede.
Je volgt daarbij de geschiedenis. Je noemt de aanwezigheid van Willibrordus, de beeldenstorm, de pest en de Franse revolutie.
Een oude molen is getuige van een lang verhaal.
Ik vind het sterke en directe gedichten, geen woord teveel, met veel klankverwantschap en binnenrijm.
Dat laatste vind ik gedichten vaak aan zegkracht doen winnen en het past hier zo mooi bij jouw kwinkslagen.
Je gedicht 1789 bijvoorbeeld – ik zie die boerenmensen in hun avondlijke huiskamer nog altijd tobberig het hoofd schudden, over zoveel onheil.
Zij leven nog, zij krijgen nog altijd gelijk.
Het spelen met het woord Wulp en de overeenkomst met de gelijknamige vogel, kon niet natuurlijk niet uitblijven.
Je gedicht de Wulpse Wulp is een prachtig sfeervol gedicht!
We bevinden ons hier in een contemplatief gebied met water, rust.
Tegenwoordig ook in een wereld, zo blijkt uit de toegevoegde tekst, van schilders, dichters en dromers.
Woorden als: zeestier, ter ommeloop, bezige bonken, masteluinbrood, priorin en vele anderen dragen bij aan het plaatselijke en historische van Wulpen.
Al met al heb jij Wulpen opnieuw op de kaart gezet met een, aldaar, historische familiegeschiedenis.
Dat alles maakt dat ik, ongekend, van zo’n omgeving zou kunnen houden.
Catharina Boer (Nederland)
Wulpen, in nevel van tijd.
Onder deze mooie titel, las ik met veel plezier jouw nieuwe gedichten.
Meteen al viel ik in -en ook op- de sfeer die jouw bundel oproept:
De oude tijd, de noeste arbeid van eenvoudige mensen, vissers aan het water, armoede.
Je volgt daarbij de geschiedenis. Je noemt de aanwezigheid van Willibrordus, de beeldenstorm, de pest en de Franse revolutie.
Een oude molen is getuige van een lang verhaal.
Ik vind het sterke en directe gedichten, geen woord teveel, met veel klankverwantschap en binnenrijm.
Dat laatste vind ik gedichten vaak aan zegkracht doen winnen en het past hier zo mooi bij jouw kwinkslagen.
Je gedicht 1789 bijvoorbeeld – ik zie die boerenmensen in hun avondlijke huiskamer nog altijd tobberig het hoofd schudden, over zoveel onheil.
Zij leven nog, zij krijgen nog altijd gelijk.
Het spelen met het woord Wulp en de overeenkomst met de gelijknamige vogel, kon niet natuurlijk niet uitblijven.
Je gedicht de Wulpse Wulp is een prachtig sfeervol gedicht!
We bevinden ons hier in een contemplatief gebied met water, rust.
Tegenwoordig ook in een wereld, zo blijkt uit de toegevoegde tekst, van schilders, dichters en dromers.
Woorden als: zeestier, ter ommeloop, bezige bonken, masteluinbrood, priorin en vele anderen dragen bij aan het plaatselijke en historische van Wulpen.
Al met al heb jij Wulpen opnieuw op de kaart gezet met een, aldaar, historische familiegeschiedenis.
Dat alles maakt dat ik, ongekend, van zo’n omgeving zou kunnen houden.
Catharina Boer (Nederland)
Uitnodiging
Maularia Fist - Subtiela Bombastica, een tocht op gevoel.
“ Het is zover! 26-10-2010 van 17.00 u. - 19.00 u. is de releaseparty van Subtiela Bombastica, een tocht op gevoel. En waar is dat dan? Nou, dat is bij boekhandel van Kooten, die zich bevindt op de Zandstraat 143, 3905 EB te Veenendaal.
De prijs van deze oogstrelende bundel is: € 9,75 en € 12,- op bestelling (incl. verzendkosten)
Maularia Fist is het pseudoniem van Maurits Sterkenburg, een man van ± 1.70 m wiens geboorte plaatsvond te Ede, 20-11-1987. Hij groeide op in een liefdevol gezin in Veenendaal. Zijn vader is kapper en zijn moeder huisvrouw, hij heeft drie broers, van wie de oudste in 1998 overleed. Zijn passies zijn die van een dichter/spoken word artist, abstract- en Kolozaïkkunstenaar en het opvoeden van huisdieren. Hij trad voor het eerst op bij Veenendaal Artistiek in 2004.
In het dagelijks leven volgt hij de studie Allround DTP. Hij is lid van het collectief Kapstok uit Veenendaal, volmaakt ridder bij The Knights of the Razorblades, Meesterdichter van de Lage Landen bij de Zee en ook nog frontman van de actiegroep Veense Peper. Eerste publicatie op zijn naam is de gedichtenbundel?Voorgaande Naloper? uit 2007, die eveneens uitkwam bij Razor's Edge Editions.
?Maularia Fist is een mix van performer en dichter, zijn gedichten komen het best tot hun recht als hij ze zelf voordraagt. Dichter en gedicht zorgen voor de communicatie met de luisteraar. Hij doorbreekt graag de structuur van het gedicht om te kunnen zeggen wat hij bedoelt en hoe hij het wil laten horen. Door zijn ongestructureerd rijmen (binnenrijm en eindrijm) trekt hij de aandacht en verleent zelfs aan de banaalste werkelijkheid een muzikale air.
Zonder aarzeling durf ik hem een aanwinst te noemen in het Nederlandstalige poëtische landschap. Hij heeft het ritme beet om een creatie te verwoorden, nu nog met meer zin voor "surplace" werken aan beeldvorming: poëzie schept leven, het gedicht leeft een eigen leven, de beelden zijn vaak de levensaders.?
Thierry Deleu, recensie Vreemde eend in de bijt, 2007 ”
Uitnodiging
Op zaterdag 2 oktober om 15 uur
wordt het interviewboek van Guy van Hoof
Gesprekken met Willem M.Roggeman
voorgesteld
in Boekhandel LiberMundi
Berlarij 90
Lier
Guy van Hoof stelt de auteur enkele vragen en Roggeman zal gedichten lezen
wordt het interviewboek van Guy van Hoof
Gesprekken met Willem M.Roggeman
voorgesteld
in Boekhandel LiberMundi
Berlarij 90
Lier
Guy van Hoof stelt de auteur enkele vragen en Roggeman zal gedichten lezen
Graag nodigen wij u uit tijdens de opening zondagnamiddag 26 september tussen 14 en 18 uur.
Adelheid Smets
Schilderijen
Of tijdens de tentoonstelling die loopt tot en met zondag 17 oktober telkens van 14 uur tot 18 uur.
Extra en uitzonderlijke openingsuren ter gelegenheid van:
Het laatste weekend (buren bij kunstenaars - provincie West-Vlaanderen) is ook uitzonderlijk open op zaterdagnamiddag 16 oktober tussen 14 en 18 uur en ook open op zondagvoormiddag 17 oktober tussen 10 en 12 uur.
Anders ook altijd na afspraak.
Stefaan Goethals
Vooruitgangsstraat 8
8900 Ieper
Tel / Fax : +32 (0)57 209333
E-mail : stefaan@hartistic.com
http:// www.galerijhartistic.tk
VOOR JOU…
DE LAATSTE ROOS GEPLUKT
BEDAUWD, STRALEND IN DE OCHTENDZON
IK KEEK VERZONKEN IN HERINNERING
BLOED LIEP IN STRAALTJES VAN HAND
TOT ARM, ZO HARD HIELD IK VAST,
VERGAT DE DOORNEN
OP JE ARM STAAT MIJN NAAM
GETATOEËERD, NIET IN JE HART
JE ZOU ALTIJD VOOR ME ZORGEN
TOT IK JE NODIG HAD
JE BRACHT ME ROZEN
WIT OF ROZE,DIEPRODE
BIJ ELKE ONTROUW, BELOVEND
BEZWEREND DT IK JE LIEFDE HAD
VOOR EEUWIG EN EEN DAG
VERGAT JE LEUGENS
DE LAATSTE ROOS VOOR JOU GEPLUKT
IK VERGEET JE
MORGEN EN DE TIJD ERNA
HEB JE NIET MEER NODIG
SUZANNE
http://puindesaanstoots-17.blogspot.com/
DE LAATSTE ROOS GEPLUKT
BEDAUWD, STRALEND IN DE OCHTENDZON
IK KEEK VERZONKEN IN HERINNERING
BLOED LIEP IN STRAALTJES VAN HAND
TOT ARM, ZO HARD HIELD IK VAST,
VERGAT DE DOORNEN
OP JE ARM STAAT MIJN NAAM
GETATOEËERD, NIET IN JE HART
JE ZOU ALTIJD VOOR ME ZORGEN
TOT IK JE NODIG HAD
JE BRACHT ME ROZEN
WIT OF ROZE,DIEPRODE
BIJ ELKE ONTROUW, BELOVEND
BEZWEREND DT IK JE LIEFDE HAD
VOOR EEUWIG EN EEN DAG
VERGAT JE LEUGENS
DE LAATSTE ROOS VOOR JOU GEPLUKT
IK VERGEET JE
MORGEN EN DE TIJD ERNA
HEB JE NIET MEER NODIG
SUZANNE
http://puindesaanstoots-17.blogspot.com/
Fernand Florizoone sprokkelt onverdroten schatten op zolder
ALZHEIMER
I
Een geruite draad
omheint zijn tuin
waarover te hoge vogels trekken
'ik zal de tram
naar moeder nemen, zegt hij.
Zij blijft het enig woord
als breekpunt van zijn cirkel,
de dag stropt
afgebrokkeld,
langzaam is hij nergens,
toen zijn lichaam stierf
was hij al eerder gestorven.
II
Hij had uit de Oude Wereld
voorgelezen,
ieder krijgt zijn Odyssee,
zei hij
stranden en vuurtorens
verzanden,
waar was hij weer?
Fernand Florizoone
I
Een geruite draad
omheint zijn tuin
waarover te hoge vogels trekken
'ik zal de tram
naar moeder nemen, zegt hij.
Zij blijft het enig woord
als breekpunt van zijn cirkel,
de dag stropt
afgebrokkeld,
langzaam is hij nergens,
toen zijn lichaam stierf
was hij al eerder gestorven.
II
Hij had uit de Oude Wereld
voorgelezen,
ieder krijgt zijn Odyssee,
zei hij
stranden en vuurtorens
verzanden,
waar was hij weer?
Fernand Florizoone
Twee uitnodigingen
Kunstgalerij Mens & Natuur
Maenhoutstraat 75a - 9830 Sint-Martens-Latem
Open : donderdag-, vrijdag-, zaterdag-, en zondagnamiddag van 14:00 tot 18:00u en op afspraak
http://www.mens-en-natuur.com/
Vrijdag 24 september 2010 om 20 uur
DVD Sea the Truth,
een internationale film over de conditie van onze zeeën en oceanen.
Twee jonge marien biologen, Marianne van Mierlo en Barbara van Genne, gaan wereldwijd op zoek naar wetenschappelijke informatie over de conditie van onze grootste ecosystemen, die meer dan 2/3 van onze planeet bedekken. De gerenommeerde onderwaterfotograaf Dos Winkel toont de schoonheid van het onderwaterleven en de enorme bedreigingen waaraan dat bloot staat.
Als we in het huidige tempo vis blijven vangen en eten kunnen over 30 jaar de oceanen en zeeën leeggevist zijn. Wetenschappers verkondigen deze boodschap al jaren, maar dit heeft nog niet geleid tot maatregelen die het tij kunnen keren. De jacht op vis is een uit de hand gelopen economisch monstrum: met grote sleepnetten worden de bodems van de zeeën leeg geschraapt, alles wat leeft met een vernietigende kracht met zich meenemend.
De film is een realisatie van de Nicolaas G. Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Nederlandse Partij voor de Dieren. Zie: http://www.seathetruth.nl
De voorstelling wordt begeleid door Judith Wouters, voorzitter Sea First Foundation België, en door Dos Winkel, initiatiefnemer van deze film en ondervoorzitter van SFF (http://www.seafirst.eu/).
Toegang: 10,00 euro
Door te reserveren stel je voor jezelf alvast een plaatsje veilig. E-mail arnold.eloy@skynet.be
Feestelijke finissage op zondagnamiddag 26 september
Tentoonstelling Aquarellen en tekeningen
Miejef Callaert
2 - 26 september / septembre 2010
Meer over Miejef Callaert leest u op:
http://www.mens-en-natuur.com/collections/callaert.php
Maenhoutstraat 75a - 9830 Sint-Martens-Latem
Open : donderdag-, vrijdag-, zaterdag-, en zondagnamiddag van 14:00 tot 18:00u en op afspraak
http://www.mens-en-natuur.com/
Vrijdag 24 september 2010 om 20 uur
DVD Sea the Truth,
een internationale film over de conditie van onze zeeën en oceanen.
Twee jonge marien biologen, Marianne van Mierlo en Barbara van Genne, gaan wereldwijd op zoek naar wetenschappelijke informatie over de conditie van onze grootste ecosystemen, die meer dan 2/3 van onze planeet bedekken. De gerenommeerde onderwaterfotograaf Dos Winkel toont de schoonheid van het onderwaterleven en de enorme bedreigingen waaraan dat bloot staat.
Als we in het huidige tempo vis blijven vangen en eten kunnen over 30 jaar de oceanen en zeeën leeggevist zijn. Wetenschappers verkondigen deze boodschap al jaren, maar dit heeft nog niet geleid tot maatregelen die het tij kunnen keren. De jacht op vis is een uit de hand gelopen economisch monstrum: met grote sleepnetten worden de bodems van de zeeën leeg geschraapt, alles wat leeft met een vernietigende kracht met zich meenemend.
De film is een realisatie van de Nicolaas G. Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Nederlandse Partij voor de Dieren. Zie: http://www.seathetruth.nl
De voorstelling wordt begeleid door Judith Wouters, voorzitter Sea First Foundation België, en door Dos Winkel, initiatiefnemer van deze film en ondervoorzitter van SFF (http://www.seafirst.eu/).
Toegang: 10,00 euro
Door te reserveren stel je voor jezelf alvast een plaatsje veilig. E-mail arnold.eloy@skynet.be
Feestelijke finissage op zondagnamiddag 26 september
Tentoonstelling Aquarellen en tekeningen
Miejef Callaert
2 - 26 september / septembre 2010
Meer over Miejef Callaert leest u op:
http://www.mens-en-natuur.com/collections/callaert.php
19 september 2010
In aandenken aan mijn vader
LAATSTE DUEL
voor vader (+1996)
Ik registreer de aardbeving
in zijn ontstelde blik
hoe zijn trots heel even
nieuw leven door hem jaagt.
Nog eenmaal smeekt zijn hand
om een goed woord
de zuster lacht stereotiep
haar witte dijen bloot.
Mijn hand schikt onhandig
het laken over zijn
gestuiptrekt lijf. Ik zet
de tijd op winteruur
in mijn merg de warmte
van toekomstig spijt. Zijn
laatste woord voelt ijskoud
ik leg een deken bij.
Thierry Deleu
REGLEMENT VOOR POËZIEWEDSTRIJD 2011
Uitgeschreven door de Koninklijke Vereniging van Limburgse schrijvers
naar aanleiding van het 75 jarig bestaan van de vereniging.
1: De inzending bestaat uit één nog niet gepubliceerd of eerder bekroond of op eender welke wijze openbaar gemaakt Nederlandstalig gedicht getypt op A4.
2: Er is geen opgelegd thema. De wedstrijd staat open voor iedere Nederlandstalige inzender vanaf 18 jaar.
3: Het gedicht mag 1 blz. A4 niet overschrijden, max. 32 regels.
4: De eerste prijs bestaat uit een kunstwerk en een oorkonde.
5: Onder het gedicht vermeldt u een niet eerder gebruikte schuilnaam of leuze, echter niet uw
pseudoniem. Op de bijgevoegde en gesloten omslag herhaalt u de schuilnaam of leuze e ingesloten uw echte naam of gebruikelijk pseudoniem, adres, geboortedatum, telefoon- en/ faxnummer, e-mail.
6: Om geldig in te zenden, voegt u bij het gedicht vijf postzegels toe, Nederlanders sluiten een
antwoordcoupon in
7: Het gedicht zendt u in vijfvoud en ten laatste 30 november 2010 (afstempeling post) aan: KVLS, p.a. Edith Oeyen, Hanebergstraat 75, 3581 Beringen. Vermelden in linkerbovenhoek: Poëziewedstrijd volwassenen KVLS. Niet voldoende gefrankeerde en/of aangetekende zendingen worden niet aanvaard.
8: De prijs wordt na voorlezing van het juryrapport uitgereikt tijdens de viering van 75 jaar bestaan van de KVLS op 13 mei 2011. Van deelneming zijn uitgesloten: de leden van de jury en het bestuur van de KVLS.
9 : De jury is samengesteld uit: mevr. Ingrid Lenaerts, auteur, mevr. Edith Oeyen, dichter, Mevr. Ina Staberg, dichteres, de heer Willy Nelissen, dichter, de heer Mark Naessens, dichter.
10: De uitspraak van de jury is bindend.
11: Er wordt geen briefwisseling gevoerd over deze wedstrijd. Ingezonden gedichten worden niet teruggestuurd.
12: Voor de ingezonden gedichten en voor het eventueel opnemen in de bloemlezing kan geen vergoeding worden geclaimd.
13: Deelnemers die worden opgenomen in de bloemlezing verplichten zich tot het afnemen van twee exemplaren tegen auteursprijs.
14: Door deel te nemen aan de poëziewedstrijd 2011 van de KVLS, verklaren de deelnemers zich akkoord met de bepalingen van dit reglement. Reglementen kunnen worden aangevraagd bij:
KVLS p.a. Jeannette Funk, Torenplein 1 bus 9, 3500 Hasselt of per mail: Jeannette.funk@telenet.be
Uitgeschreven door de Koninklijke Vereniging van Limburgse schrijvers
naar aanleiding van het 75 jarig bestaan van de vereniging.
1: De inzending bestaat uit één nog niet gepubliceerd of eerder bekroond of op eender welke wijze openbaar gemaakt Nederlandstalig gedicht getypt op A4.
2: Er is geen opgelegd thema. De wedstrijd staat open voor iedere Nederlandstalige inzender vanaf 18 jaar.
3: Het gedicht mag 1 blz. A4 niet overschrijden, max. 32 regels.
4: De eerste prijs bestaat uit een kunstwerk en een oorkonde.
5: Onder het gedicht vermeldt u een niet eerder gebruikte schuilnaam of leuze, echter niet uw
pseudoniem. Op de bijgevoegde en gesloten omslag herhaalt u de schuilnaam of leuze e ingesloten uw echte naam of gebruikelijk pseudoniem, adres, geboortedatum, telefoon- en/ faxnummer, e-mail.
6: Om geldig in te zenden, voegt u bij het gedicht vijf postzegels toe, Nederlanders sluiten een
antwoordcoupon in
7: Het gedicht zendt u in vijfvoud en ten laatste 30 november 2010 (afstempeling post) aan: KVLS, p.a. Edith Oeyen, Hanebergstraat 75, 3581 Beringen. Vermelden in linkerbovenhoek: Poëziewedstrijd volwassenen KVLS. Niet voldoende gefrankeerde en/of aangetekende zendingen worden niet aanvaard.
8: De prijs wordt na voorlezing van het juryrapport uitgereikt tijdens de viering van 75 jaar bestaan van de KVLS op 13 mei 2011. Van deelneming zijn uitgesloten: de leden van de jury en het bestuur van de KVLS.
9 : De jury is samengesteld uit: mevr. Ingrid Lenaerts, auteur, mevr. Edith Oeyen, dichter, Mevr. Ina Staberg, dichteres, de heer Willy Nelissen, dichter, de heer Mark Naessens, dichter.
10: De uitspraak van de jury is bindend.
11: Er wordt geen briefwisseling gevoerd over deze wedstrijd. Ingezonden gedichten worden niet teruggestuurd.
12: Voor de ingezonden gedichten en voor het eventueel opnemen in de bloemlezing kan geen vergoeding worden geclaimd.
13: Deelnemers die worden opgenomen in de bloemlezing verplichten zich tot het afnemen van twee exemplaren tegen auteursprijs.
14: Door deel te nemen aan de poëziewedstrijd 2011 van de KVLS, verklaren de deelnemers zich akkoord met de bepalingen van dit reglement. Reglementen kunnen worden aangevraagd bij:
KVLS p.a. Jeannette Funk, Torenplein 1 bus 9, 3500 Hasselt of per mail: Jeannette.funk@telenet.be
18 september 2010
TIJDENS EEN LESUUR
Na de verdwenen kinderstemmen
de kruimelmussen
op de speelplaats van de school,
de vensterramen rondom
kijken als verwonderde ogen
op de vogels van de stilte,
zo bevreemdend voltooid is dit uur
wanneer 400 kinderen samen zwijgen
en het ademen van de aarde
in de mussen hoorbaar wordt.
1972
Fernand Florizoone
Na de verdwenen kinderstemmen
de kruimelmussen
op de speelplaats van de school,
de vensterramen rondom
kijken als verwonderde ogen
op de vogels van de stilte,
zo bevreemdend voltooid is dit uur
wanneer 400 kinderen samen zwijgen
en het ademen van de aarde
in de mussen hoorbaar wordt.
1972
Fernand Florizoone
Want de liefde schept een band
en (on)rust.
(HR)
AANKONDIGING nieuwe uitgave Demer Uitgeverij
Demer Uitgeverij heeft het blijde genoegen een fraaie en boeiende nieuwe verzamel - poëziebundel aan te kondigen, met als thema liefde en erotiek.
(72 blz)
Samenstellers: Roger Nupie en Hannie Rouweler.
Publicatiedatum: december 2010.
Boekwebsite: www.lulu.com/content/8598478
Heel geschikt als een verrassend sinterklaas- of kerstgeschenk (december)
en ook als Valentijnsdag cadeau (februari).
Hearts in love Hearts in de liefde
Price: €16.00
Liefdespoëzie (met illustraties) van Thierry Deleu, Mark Meekers, Roger Nupie, Theo van der Wacht, Ina Stabergh, Joris Iven, Marleen De Smet, Johan Van Cauwenberge, Job Degenaar, Rik Wouters, Hannie Rouweler, Guy van Hoof, Maria Sesselle, Erik Verstraete, Paul Gellings, Hilde Pinnoo, Tjarda Eskes, Lisette Waterschoot, Boudewijn Knevels, Tine Hertmans, Michiel van Kempen, Francis De Preter, Lupo Barca, Lief Vleugels, Frank Despriet, Patty Scholten en Bert Deben.
ISBN 978-1-4461-6487-7
Copyright all poets / alle dichters (Standard Copyright License)
Edition 2010
PublisherDemer Uitgeverij
De uitgave is direct leverbaar via boekwebsite. Drukkerij Lulu, Londen.
Te bestellen bij Demer Uitgeverij en leverbaar v.a. december a.s.
€ 18, (incl. € 2 verzendkosten)
Roger Nupie en Hannie Rouweler
(samenstellers)
Demer Uitgeverij, Demer Press e Publisher
imailto:info@demerpress.be
website www.demerpress.be
e-adres: info@demerpress.be
NIEUWE UITGAVE RAZOR'S EDGE EDITIONS
Beste vrienden,
Hierbij nodig ik jullie uit voor de releaseparty van mijn nieuwe bundel:
Subtiela Bombastica, een tocht op gevoel.
De voorstelling grijpt plaats op 26 oktober 2010 van 17.00u tot 19.00u bij boekhandel Van Kooten, Zandstraat 143, 3905 EB te Veenendaal.
Daarnaast wil ik jullie ook uitnodigen om om 20.00u te dineren, maar dit is is nog een verrassing.
Laat wat van je horen.
Met vriendelijke groet,
Maurits Sterkenburg
http://www.maulariafist.punt.nl/
Hierbij nodig ik jullie uit voor de releaseparty van mijn nieuwe bundel:
Subtiela Bombastica, een tocht op gevoel.
De voorstelling grijpt plaats op 26 oktober 2010 van 17.00u tot 19.00u bij boekhandel Van Kooten, Zandstraat 143, 3905 EB te Veenendaal.
Daarnaast wil ik jullie ook uitnodigen om om 20.00u te dineren, maar dit is is nog een verrassing.
Laat wat van je horen.
Met vriendelijke groet,
Maurits Sterkenburg
http://www.maulariafist.punt.nl/
verloren brood
verleden jaar sprak ik je over mijn poezen
die naar Erik Satie luisteren en dan vergeten
dat panters en tijgers hun verwanten zijn
ik tekende je stillevens met hortensia’s
en sneden beschimmeld volkorenbrood
veel brood is sindsdien wel verloren gegaan
en al het zoet water in mijn achtertuin
is ondertussen wild en wreed gesmoord
in onvoorstelbaar plankton van zilt en zout
ik heb er helaas geen foto’s van genomen
om je te laten delen in mijn immense vreugde
je het relevante verschil uit te leggen tussen onmensen
en aan de andere kant mensen die geen mensen zijn
zoals er naast huisdieren in deze zoo ondieren rondlopen
en dieren die je in het geheel geen dieren kunt noemen
als ik een meter opzij ga staan wordt hoe dan ook
alles helemaal anders en moet ik echt hard lachen
een eeuwigheid geleden in een verscheiden vorig leven
dat ik nog eens verloren brood klaarmaakte
en me nog niet geleerd was dat de aarde rond is
Eric ROSSEEL
http://rosseel.wordpress.com/
verleden jaar sprak ik je over mijn poezen
die naar Erik Satie luisteren en dan vergeten
dat panters en tijgers hun verwanten zijn
ik tekende je stillevens met hortensia’s
en sneden beschimmeld volkorenbrood
veel brood is sindsdien wel verloren gegaan
en al het zoet water in mijn achtertuin
is ondertussen wild en wreed gesmoord
in onvoorstelbaar plankton van zilt en zout
ik heb er helaas geen foto’s van genomen
om je te laten delen in mijn immense vreugde
je het relevante verschil uit te leggen tussen onmensen
en aan de andere kant mensen die geen mensen zijn
zoals er naast huisdieren in deze zoo ondieren rondlopen
en dieren die je in het geheel geen dieren kunt noemen
als ik een meter opzij ga staan wordt hoe dan ook
alles helemaal anders en moet ik echt hard lachen
een eeuwigheid geleden in een verscheiden vorig leven
dat ik nog eens verloren brood klaarmaakte
en me nog niet geleerd was dat de aarde rond is
Eric ROSSEEL
http://rosseel.wordpress.com/
17 september 2010
woorden voor een lezeres
jouw woorden hebben haar
verlamd, schrijft een lezeres
moet jij je nu schuldig voelen
hoe nederig maakt jou deze les
wie weet van de macht van
lettergrepen, grijpen ze
naar een keel, hijsen ze
zich op aan het ijle
alsof de leegte van bomen is
vruchtbomen in bloei
op een heuvel, hun bloesem
drijft als een heldere wolk
weet jij wel van lettergrepen,
ben jij hun maker of hun tolk
je bent een stem in een menigte
die zwijgend voorbij moet gaan
wanneer de daken leken
en soms is er een die zichzelf herkent
in jouw moeizaam spreken
wie begrijpt die wordt gegrepen
die zal even blijven staan
van zoveel ben je zeker
want ook jij bent er een van velen:
wie schrijft die is toch maar
de eerste lezer
Staf De Wilde
jouw woorden hebben haar
verlamd, schrijft een lezeres
moet jij je nu schuldig voelen
hoe nederig maakt jou deze les
wie weet van de macht van
lettergrepen, grijpen ze
naar een keel, hijsen ze
zich op aan het ijle
alsof de leegte van bomen is
vruchtbomen in bloei
op een heuvel, hun bloesem
drijft als een heldere wolk
weet jij wel van lettergrepen,
ben jij hun maker of hun tolk
je bent een stem in een menigte
die zwijgend voorbij moet gaan
wanneer de daken leken
en soms is er een die zichzelf herkent
in jouw moeizaam spreken
wie begrijpt die wordt gegrepen
die zal even blijven staan
van zoveel ben je zeker
want ook jij bent er een van velen:
wie schrijft die is toch maar
de eerste lezer
Staf De Wilde
VVL-Nieuws
Notulen Raad van Bestuur 24 augustus 2010
Lokaal Carolus Linkeroever om 14 u.
Aanwezig: Bert Bevers, Ferre Denis, Richard Foqué , Roger Nupie.
Verontschuldigd: Marc Andries, Frank Decerf, Tony Rombouts en Guy van Hoof.
Goedkeuring ontwerpnotulen Raad van bestuur 15 juni 2010
De ontwerpnotulen worden goedgekeurd.
Financieel verslag
Saldo: 1309,11 euro.
Er zijn tot nu toe slechts twee leden van de Raad van Bestuur die hun honorarium van de voorleessessie in Oostende hebben door gestort naar de VVL.
Boekenbeurs:
Donderdag 4.11 van 16 tot 17.45 u. Oranjezaal.
De Auteur
De Auteur september 2010
Poëzie in de Antwerpse openbare ruimte, Bert Bevers, 2 blz.
foto’s teksten van: Bart Moeyaert (2), D. L. (3), Ezra Pound (4), Joke van Leeuwen (5), Gust Gils (6), Herman de Coninck (7), Herman J. Claeys (8), Joke van Leeuwen (9+10), Maurice Gilliams (11), Michel Bartosik (12), Ramsey Nasr (13),Wannes Van de Velde (14),Willem Elsschot (15), Nestor 2010 Ferre Denis 1 blz.
Poëtisch logboek (1) Amir Or, Willem M. Roggeman, 1 blz.
Boekhandel: Liber Mundi, Guy van Hoof, 2 blz.
aRtivistisch manifest, Frank Devos, 1 blz.
Boekbespreking
Tine Hertman De geur van akkerwinde, Ferre Denis, 1 blz.
Nupie & H. Rouweler, Van binnen uit verlicht, Richard Foqué, 1 blz.
Paul Baekelandt Elvire, Ferre Denis, 1 blz.
Marleen De Smet Tussen schaduw en schittering, Roger Nupie, 1,5 blz.
Boekenbeurs 0,5 blz.
Uitnodiging Viering Gust van Brussel.
Korte berichten 4 blz.
Reclame 3,5 blz.
OMSLAG
1 foto: poëzie in Antwerpen.
2 foto:
3 VVL- lidgeld/bestuur.
4 afbeeldingen boeken.
Brugge
Stand wordt bevolkt door Roger Nupie en Bert Bevers.
Ferre Denis zorgt voor een Power Point over VVL, aangepaste versie, folders en proefnummers van DE AUTEUR.
Bert Bevers zorgt voor een laptop.
Dag van de auteur
De literaire Estafette kan aan voordelig posttarief verzonden worden als extra nummer van DE AUTEUR.
Verzenden naar: ex-leden? jonge auteurs? Wie zorgt voor de adressen?
Samenwerking andere verenigingen
Sint-Truiden: Guy van Hoof kan contact opnemen; hij zal verontschuldigen omwille van een sterfgeval in de familie.
De secretaris heeft contact opgenomen met de Kempische schrijvers om in de toekomst samen iets te organiseren.
Viering Gust Van Brussel
50 jaar romanschrijver wordt gevierd op 19 oktober in het stadhuis van Antwerpen.
Varia
Op het schrijven naar de voorzitter van het VFL is tot heden geen antwoord gekomen. De secretaris zal een brief sturen naar het ministerie van cultuur.
Bert Bevers zal een nieuwe rubriek voor DE AUTEUR op zich nemen: nieuwe publicaties.
Contact opnemen met Boekenstad, Michel Van den Bril.
Volgende Raad van bestuur:
dinsdag 212 september om 14 u. lokaal Carolus.
Ferre Denis
secr.-penningmeester
Lokaal Carolus Linkeroever om 14 u.
Aanwezig: Bert Bevers, Ferre Denis, Richard Foqué , Roger Nupie.
Verontschuldigd: Marc Andries, Frank Decerf, Tony Rombouts en Guy van Hoof.
Goedkeuring ontwerpnotulen Raad van bestuur 15 juni 2010
De ontwerpnotulen worden goedgekeurd.
Financieel verslag
Saldo: 1309,11 euro.
Er zijn tot nu toe slechts twee leden van de Raad van Bestuur die hun honorarium van de voorleessessie in Oostende hebben door gestort naar de VVL.
Boekenbeurs:
Donderdag 4.11 van 16 tot 17.45 u. Oranjezaal.
De Auteur
De Auteur september 2010
Poëzie in de Antwerpse openbare ruimte, Bert Bevers, 2 blz.
foto’s teksten van: Bart Moeyaert (2), D. L. (3), Ezra Pound (4), Joke van Leeuwen (5), Gust Gils (6), Herman de Coninck (7), Herman J. Claeys (8), Joke van Leeuwen (9+10), Maurice Gilliams (11), Michel Bartosik (12), Ramsey Nasr (13),Wannes Van de Velde (14),Willem Elsschot (15), Nestor 2010 Ferre Denis 1 blz.
Poëtisch logboek (1) Amir Or, Willem M. Roggeman, 1 blz.
Boekhandel: Liber Mundi, Guy van Hoof, 2 blz.
aRtivistisch manifest, Frank Devos, 1 blz.
Boekbespreking
Tine Hertman De geur van akkerwinde, Ferre Denis, 1 blz.
Nupie & H. Rouweler, Van binnen uit verlicht, Richard Foqué, 1 blz.
Paul Baekelandt Elvire, Ferre Denis, 1 blz.
Marleen De Smet Tussen schaduw en schittering, Roger Nupie, 1,5 blz.
Boekenbeurs 0,5 blz.
Uitnodiging Viering Gust van Brussel.
Korte berichten 4 blz.
Reclame 3,5 blz.
OMSLAG
1 foto: poëzie in Antwerpen.
2 foto:
3 VVL- lidgeld/bestuur.
4 afbeeldingen boeken.
Brugge
Stand wordt bevolkt door Roger Nupie en Bert Bevers.
Ferre Denis zorgt voor een Power Point over VVL, aangepaste versie, folders en proefnummers van DE AUTEUR.
Bert Bevers zorgt voor een laptop.
Dag van de auteur
De literaire Estafette kan aan voordelig posttarief verzonden worden als extra nummer van DE AUTEUR.
Verzenden naar: ex-leden? jonge auteurs? Wie zorgt voor de adressen?
Samenwerking andere verenigingen
Sint-Truiden: Guy van Hoof kan contact opnemen; hij zal verontschuldigen omwille van een sterfgeval in de familie.
De secretaris heeft contact opgenomen met de Kempische schrijvers om in de toekomst samen iets te organiseren.
Viering Gust Van Brussel
50 jaar romanschrijver wordt gevierd op 19 oktober in het stadhuis van Antwerpen.
Varia
Op het schrijven naar de voorzitter van het VFL is tot heden geen antwoord gekomen. De secretaris zal een brief sturen naar het ministerie van cultuur.
Bert Bevers zal een nieuwe rubriek voor DE AUTEUR op zich nemen: nieuwe publicaties.
Contact opnemen met Boekenstad, Michel Van den Bril.
Volgende Raad van bestuur:
dinsdag 212 september om 14 u. lokaal Carolus.
Ferre Denis
secr.-penningmeester
Uit "Staalkaart" (1971-1972) - Dichter in nood?
LANGSHEEN STAAN
langsheen staan, koeien langs,
wanneer het kind zit achter op de fiets,
het kind zit met in zijn hand de ballon
die op en neer beweegt met de fiets bij elke put,
deze put, gene put, stramme-tweewieler,
ballon, kind, fiets tussen geloei bewegen,
met de fiets tussen koeien die loeien,
beu bulken, en beu opnieuw, meerdere, vele keren
wanneer het kind de ballon heen en weer beweegt
en wuift, wuivend de hand beweegt
tussen loeiende koeien en achterop de fiets beweegt,
stramme-tweewieler, op en neer
bij elke put-put-put-put tussen de vele
die langsheen staan, koeien loeiende, beu-bulkende,
bewegende wanneer het kind de ballon
heen en weer beweegt, en dan opnieuw:
kind, fiets, ballon, op en neer, tussen koeien,
tussen beu-bulkende koeien, tussen, in,
temidden van, verdwenen voor gene koe daar
die langsheen staat en ziet, beweegt,
niet verdwenen voor deze koe hier
die langsheen staat en ziet,
beweegt, koeien bewegen, beu-bulkende bewegen
en langsheen staan en zien, het kind zit
achter op de fiets, met de ballon in de hand
die op en neer beweegt met de fiets
bij elke put-put-put-put, kind-fiets-ballon-put,
en put, put, en langsheen staan,
VANDAAG GEDENKT ONZE STAD
Vandaag gedenkt onze stad haar doden.
Vandaag gedenken wij onze doden.
Haar doden uit de eerste oorlog.
Onze doden uit de tweede oorlog.
Haar doden uit de derde oorlog.
Onze doden uit de vierde oorlog.
De eerste man roept:
nergens in het oosten vind je zulke doden.
De tweede man roept:
nergens in het westen vind je zulke doden.
De derde man roept:
nergens in het noorden vind je zulke doden.
De vierde man roept:
nergens in het zuiden vind je zulke doden.
Het volk roept:
de hemel zij geprezen om zulke doden.
De hemel zij geprezen, zegt de burgemeester.
Ja en amen, zegt onze stad.
Ja en amen, zeggen wij.
Ja en amen, zeggen de overlevenden.
Amen, zwijgen de doden.
DENKEN
denken, zeggen en nietsdoen
(denken te handelen
zeggen niets te doen)
denken nietsdoen
zeggen handelen
(denken niets te doen
zeggen te handelen)
denken, zeggen en handelen
HET DENKEN
het denken gaat vooraf, het handelen volgt
het denken gaat het handelen vooraf
het handelen volgt het denken
het denken gaat vooraf wat volgt
het handelen volgt wat voorafgaat
wat voorafgaat wordt gevolgd
wat volgt wordt voorafgegaan
voorafgaat wat volgt
wat volgt gaat vooraf
het handelen gaat vooraf, het denken volgt
WETEN
weten
te weten komen
wetend
de waarheid weten
de waarheid achterhalen
(feiten weten
feiten achterhalen)
achterhalend weten
feiten achterhalen een feit
(de waarheid achterhaalt feiten)
feiten achterhalen de waarheid
het feit van het weten
van het te weten komen
van het wetend zijn
de waarheid van het wetend zijn
de waarheid van het feit
de waarheid van het feit van het wetend zijn
het feit van de waarheid:
weten en (weer) niet weten
weten en (weer) onwetend zijn van
Thierry Deleu
langsheen staan, koeien langs,
wanneer het kind zit achter op de fiets,
het kind zit met in zijn hand de ballon
die op en neer beweegt met de fiets bij elke put,
deze put, gene put, stramme-tweewieler,
ballon, kind, fiets tussen geloei bewegen,
met de fiets tussen koeien die loeien,
beu bulken, en beu opnieuw, meerdere, vele keren
wanneer het kind de ballon heen en weer beweegt
en wuift, wuivend de hand beweegt
tussen loeiende koeien en achterop de fiets beweegt,
stramme-tweewieler, op en neer
bij elke put-put-put-put tussen de vele
die langsheen staan, koeien loeiende, beu-bulkende,
bewegende wanneer het kind de ballon
heen en weer beweegt, en dan opnieuw:
kind, fiets, ballon, op en neer, tussen koeien,
tussen beu-bulkende koeien, tussen, in,
temidden van, verdwenen voor gene koe daar
die langsheen staat en ziet, beweegt,
niet verdwenen voor deze koe hier
die langsheen staat en ziet,
beweegt, koeien bewegen, beu-bulkende bewegen
en langsheen staan en zien, het kind zit
achter op de fiets, met de ballon in de hand
die op en neer beweegt met de fiets
bij elke put-put-put-put, kind-fiets-ballon-put,
en put, put, en langsheen staan,
VANDAAG GEDENKT ONZE STAD
Vandaag gedenkt onze stad haar doden.
Vandaag gedenken wij onze doden.
Haar doden uit de eerste oorlog.
Onze doden uit de tweede oorlog.
Haar doden uit de derde oorlog.
Onze doden uit de vierde oorlog.
De eerste man roept:
nergens in het oosten vind je zulke doden.
De tweede man roept:
nergens in het westen vind je zulke doden.
De derde man roept:
nergens in het noorden vind je zulke doden.
De vierde man roept:
nergens in het zuiden vind je zulke doden.
Het volk roept:
de hemel zij geprezen om zulke doden.
De hemel zij geprezen, zegt de burgemeester.
Ja en amen, zegt onze stad.
Ja en amen, zeggen wij.
Ja en amen, zeggen de overlevenden.
Amen, zwijgen de doden.
DENKEN
denken, zeggen en nietsdoen
(denken te handelen
zeggen niets te doen)
denken nietsdoen
zeggen handelen
(denken niets te doen
zeggen te handelen)
denken, zeggen en handelen
HET DENKEN
het denken gaat vooraf, het handelen volgt
het denken gaat het handelen vooraf
het handelen volgt het denken
het denken gaat vooraf wat volgt
het handelen volgt wat voorafgaat
wat voorafgaat wordt gevolgd
wat volgt wordt voorafgegaan
voorafgaat wat volgt
wat volgt gaat vooraf
het handelen gaat vooraf, het denken volgt
WETEN
weten
te weten komen
wetend
de waarheid weten
de waarheid achterhalen
(feiten weten
feiten achterhalen)
achterhalend weten
feiten achterhalen een feit
(de waarheid achterhaalt feiten)
feiten achterhalen de waarheid
het feit van het weten
van het te weten komen
van het wetend zijn
de waarheid van het wetend zijn
de waarheid van het feit
de waarheid van het feit van het wetend zijn
het feit van de waarheid:
weten en (weer) niet weten
weten en (weer) onwetend zijn van
Thierry Deleu
Misschien - dichters koesterwoord!
MISSCHIEN
Misschien is de morgen een witte deur
die zich langzaam openzet
dit is mijn voorraadkamer
een landschap van bevroren tranen
een huis dat geen huis meer is
maar een witte keel een stollende zee.
Ieder mens hamstert voor een tijd
dat het land naar traag water ademt
een spons lichaam in een lege kamer.
Misschien heb ik mijn voet gezet
tussen de deur van de ochtend
mijn kamer heeft een klam behang.
ONTWAKEN
languit haar naaktheid een preuts gewaad
op haar been een streep geronnen licht
dat zich een weg baant in de kamer
naar lavendel ruiken de lakens
doodstil dit huis in een beginnende regen
de zon schuift haar lichtende ladder uit
op de vleugels van haar ogen
even talmen zij wanneer een wolk
over de heldere ruimte glijdt
nu knipperen ze in het blinkende licht
languit haar handen achter het hoofd
vraagt zij hoe laat het is
Thierry Deleu
Misschien is de morgen een witte deur
die zich langzaam openzet
dit is mijn voorraadkamer
een landschap van bevroren tranen
een huis dat geen huis meer is
maar een witte keel een stollende zee.
Ieder mens hamstert voor een tijd
dat het land naar traag water ademt
een spons lichaam in een lege kamer.
Misschien heb ik mijn voet gezet
tussen de deur van de ochtend
mijn kamer heeft een klam behang.
ONTWAKEN
languit haar naaktheid een preuts gewaad
op haar been een streep geronnen licht
dat zich een weg baant in de kamer
naar lavendel ruiken de lakens
doodstil dit huis in een beginnende regen
de zon schuift haar lichtende ladder uit
op de vleugels van haar ogen
even talmen zij wanneer een wolk
over de heldere ruimte glijdt
nu knipperen ze in het blinkende licht
languit haar handen achter het hoofd
vraagt zij hoe laat het is
Thierry Deleu
"La Belgique en crise-4" (2010) olie/doek 100x100cm
GC 't Blikveld
Waversesteenweg, 11
2820 Bonheiden
http://www.blikveld.be/
nodigt u uit op de opening van de tentoonstelling van werk van Achilles Cools
Vernissage donderdag 23 september te 20 u.
Inleiding: Frank HUYGENS, kunsthistoricus
Projectie video's over de ontstaansgeschiedenis van de werken van WVE;
Zie ook uitgebreid artikel in ISEL MAGAZINE nr. 37 (juli-augustus 2010).
De expo is vrij te bezichtigen van vrijdag 24 september tot en met zondag 24 oktober 2010.
Op weekdagen van 9 tot 16,30 u. Donderdag ook van 18 tot 20 u.
Zaterdag en zondag enkel tijdens activiteiten in 't Blikveld.
Alle inlichtingen zie website GC 't BLIKVELD
Sofie Teugels, Cultuurdienst: 015/50 28 75
Vriendelijke groet,
Willy Van Eeckhout
Adres: Zemstbaan 53, 2800 Mechelen
Tel. 32-015/41 80 05
GSM: 0499/71 06 81
Website: http://users.telenet.be/willyvaneeckhout
16 september 2010
Sterren
Hoe groots en met schoonheid
overspoeld de sterren
die zomeravond toen wel waren.
Je zoemde laatst nog in.
Ik weet, er is de weg die ieder
zich moet maken,
en niets is wat het lijkt,
maar dat ik nauwelijks lucht kreeg
van de beving in je leven
en de nevelslierten in je stem ?
Beschamend geen beeld te bedenken
van een hoofd beslijkt
meer en meer op modder lijkt.
Maar dat luttel later
in wurgend water roerloos
een gedicht werd opgevist...
Niet eens een onbeholpen brug,
geen leuning die je hand kon grijpen
en je restjes ademhalen ?
Er hangt sinds dagen
slijk aan mijn mond.
(in memoriam MC. B.)
Julie Goderis
Hoe groots en met schoonheid
overspoeld de sterren
die zomeravond toen wel waren.
Je zoemde laatst nog in.
Ik weet, er is de weg die ieder
zich moet maken,
en niets is wat het lijkt,
maar dat ik nauwelijks lucht kreeg
van de beving in je leven
en de nevelslierten in je stem ?
Beschamend geen beeld te bedenken
van een hoofd beslijkt
meer en meer op modder lijkt.
Maar dat luttel later
in wurgend water roerloos
een gedicht werd opgevist...
Niet eens een onbeholpen brug,
geen leuning die je hand kon grijpen
en je restjes ademhalen ?
Er hangt sinds dagen
slijk aan mijn mond.
(in memoriam MC. B.)
Julie Goderis
Gedichtendag wordt gecordineerd door Poetry International (Nederland) en Stichting Lezen (Vlaanderen).
16 september 2010
‘Nacht’ is het thema van de twaalfde Gedichtendag die Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen op donderdag 27 januari 2011organiseren. Remco Campert schrijft de Gedichtendagbundel 2011. Voor het eerst wordt dit jaar de VSB Poëzieprijs op de vooravond van Gedichtendag uitgereikt. Ook de tweede editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd zal deze avond zijn ontknoping kennen.
Gedichtendag is ieder jaar het poëziefeest van Nederland en Vlaanderen. Op de laatste donderdag van januari staat de poëzie een dag lang in het zonnetje door een grote diversiteit aan poëzieactiviteiten op scholen, in bibliotheken en winkels, culturele instellingen, op het werk of gewoon op straat. Kranten, radio, televisie en het internet klinken die dag een stuk poötischer.Poetry Internationalen Stichting Lezen Vlaanderenleggen met de keuze voor het thema, de Gedichtendagbundel, de lessuggesties en www.gedichtendag.comde basis voor Gedichtendag.
Nacht als thema
“Een bliksemflits… en toen de nacht!”
(Baudelaire)
Is het in de nacht dat alles poëzie wordt? Dat is teveel gezegd, maar in de nacht doet de werkelijkheid zich anders aan ons voor. De niets verbloemende helderheid van de wereld bij daglicht maakt plaats voor een schimmiger, gedekter palet.
De nacht is vol contrasten: het is of donker of licht. De nacht flirt even hard met de dood als met liefde en erotiek. De nacht plaatst onzichtbaarheid, stilte, introspectie en ingetogenheid van de natuur naast de ongewone uitbundigheid van het tegendraadse leven, het feest na sluitingstijd van de kantoren en romantische, geheime, zelfs geheimzinnige ontmoetingen. In de nacht klinken woorden anders dan overdag, omfloerster soms, ongeremder, jubelender, poëtischer. ’s Nachts wordt gelachen, gezongen en gedanst, ’s nachts leeft wat het daglicht niet verdragen kan: de onderwereld ziet zijn kansen schoon en heksen, geesten en andere engerds komen tevoorschijn. Fantasieën krijgen de vrije hand in dromen of in sterke verhalen bij het vuur. De nacht biedt bezinning, verdieping en rust, rangschikt belevenissen, reset, laadt op, opent de ogen van de ziel en reikt daarmee de sleutel aan om de werkelijkheid te zien. In de nacht is het glas een spiegel. In de nacht zijn we het meest onszelf. Alleen na de nacht is morgen een nieuwe dag.
De eeuwenoude fascinatie voor de nacht maakt het tot een van de meest bezongen thema’s wereldwijd. Gedichtendag 2011 wordt met dit thema ook een beetje Gedichtennacht.
Remco Campert schrijft Gedichtendagbundel
Ieder jaar schrijft een bekende dichter ter gelegenheid van Gedichtendag de Gedichtendagbundel. Remco Campert schrijft op uitnodiging van Stichting Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen de Gedichtendagbundel 2011. De bundel zal zo'n tien nieuwe gedichten bevatten en is vanaf Gedichtendagvoor € 2,50 te koop in de boekhandel. Eerdere Gedichtendagbundelswerden geschreven door dichters als Tsjibbe Hettinga, Antjie Krog, Mark Boog, Leonard Nolens, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland, Eva Gerlach, Hugo Claus, Judith Herzberg en Toon Tellegen. Hun bundels werden in hoge oplage gedrukt en waren meestal snel uitverkocht.
De Gedichtendagbundel van Remco Campert verschijnt i.s.m. De Bezige Bij.
Nieuwe lessuggesties voor op school
Zoals leerkrachten en docenten van ons gewend zijn verschijnen er op de website www.gedichtendag.com binnenkort nieuwe lessuggesties voor het basisonderwijs en het voortgezet/seundair onderwijs. Ze worden samengesteld door Tatjana Daan en Marit Trioen en bevatten veel poëzie geïnspireerd op het thema 'Nacht'. De gratis lessuggesties zijn makkelijk in gebruik en bedoeld om leerlingen enthousiast te maken voor poëzie. U kunt er zo mee aan de slag, in de aanloop naar Gedichtendag of op Gedichtendag zelf. Vraag ze aan via de website en u heeft ze begin november in huis.
Prijzen
Ook deze Gedichtendag worden er weer vele prijzen uitgereikt. Zo wordt dit jaarvoor het eerst deVSB Poëzieprijs(Nederland en Vlaanderen) op de vooravond van Gedichtendag uitgereikt. De belangrijkste poözieprijs voor Nederlandstalige poëzie, die in 2010 niet werd uitgereikt om een verschuiving naar Gedichtendag mogelijk te maken, bekroont de beste po�ziebundel uitgekomen tussen 1 januari 2009 en 1 september 2010 met een prijs van € 25.000,-. Genomineerden maken een educatieve tour langs scholen, de winnaar krijgtde kans het internationale podium te betreden tijdens het Poetry International Festival 2011. De prijsuitreiking wordt op 26 januari georganiseerd in samenwerking met het Huis van de Poëzie/SLAU in het Stadhuis van Utrecht.
De Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (Nederland) is de eerste nationale poëzieprijs die iedereen kan winnen. De prijs voor het beste gedicht bedraagt € 10.000,- en deelnemers makenkans op publicatie door uitgeverij Augustus die de top 100 in een bundel zal publiceren. Inzenden kan tot 1 november 2010. De eerste editie was vorig jaar een groot succes met ruim 15.000 ingestuurde gedichten. Ook de prijsuitreiking van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd vindt plaats op de vooravond van Gedichtendag. De Turing Foundation en de Poëzieclub organiseren de prijs.
De Herman de Coninckprijs 2011 (Vlaanderen) is na vier edities een begrip in Vlaanderen. Op Gedichtendag vindt in de Antwerpse Arenbergschouwburg de uitreiking plaats van de 5de editie van de prijs. Eigenlijk zijn er drie Herman De Coninckprijzen: voor de beste dichtbundel (€ 6.000,-), voor het beste debuut (€ 1.000) en voor het beste gedicht.De vakjury kiest de beste dichtbundel en het beste debuut. Het publiek kan via www.boek.bezijn stem uitbrengen voor het beste gedicht.
Veel succes en plezier
Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen hopen dat het thema 'Nacht' veel poëzieliefhebbers zal inspireren en wensen iedereen veel succes en vooral heel veel plezier met het organiseren van alle activiteiten voor Gedichtendag. Voor ideeën kunt u terecht op www.gedichtendag.com. Daar kunt u ook uw activiteit aanmelden, zodat iedereen weet waar ie op Gedichtendag moet zijn!
Gedichtendag wordt gecordineerd door Poetry International (Nederland) en Stichting Lezen (Vlaanderen).
16 september 2010
‘Nacht’ is het thema van de twaalfde Gedichtendag die Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen op donderdag 27 januari 2011organiseren. Remco Campert schrijft de Gedichtendagbundel 2011. Voor het eerst wordt dit jaar de VSB Poëzieprijs op de vooravond van Gedichtendag uitgereikt. Ook de tweede editie van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd zal deze avond zijn ontknoping kennen.
Gedichtendag is ieder jaar het poëziefeest van Nederland en Vlaanderen. Op de laatste donderdag van januari staat de poëzie een dag lang in het zonnetje door een grote diversiteit aan poëzieactiviteiten op scholen, in bibliotheken en winkels, culturele instellingen, op het werk of gewoon op straat. Kranten, radio, televisie en het internet klinken die dag een stuk poötischer.Poetry Internationalen Stichting Lezen Vlaanderenleggen met de keuze voor het thema, de Gedichtendagbundel, de lessuggesties en www.gedichtendag.comde basis voor Gedichtendag.
Nacht als thema
“Een bliksemflits… en toen de nacht!”
(Baudelaire)
Is het in de nacht dat alles poëzie wordt? Dat is teveel gezegd, maar in de nacht doet de werkelijkheid zich anders aan ons voor. De niets verbloemende helderheid van de wereld bij daglicht maakt plaats voor een schimmiger, gedekter palet.
De nacht is vol contrasten: het is of donker of licht. De nacht flirt even hard met de dood als met liefde en erotiek. De nacht plaatst onzichtbaarheid, stilte, introspectie en ingetogenheid van de natuur naast de ongewone uitbundigheid van het tegendraadse leven, het feest na sluitingstijd van de kantoren en romantische, geheime, zelfs geheimzinnige ontmoetingen. In de nacht klinken woorden anders dan overdag, omfloerster soms, ongeremder, jubelender, poëtischer. ’s Nachts wordt gelachen, gezongen en gedanst, ’s nachts leeft wat het daglicht niet verdragen kan: de onderwereld ziet zijn kansen schoon en heksen, geesten en andere engerds komen tevoorschijn. Fantasieën krijgen de vrije hand in dromen of in sterke verhalen bij het vuur. De nacht biedt bezinning, verdieping en rust, rangschikt belevenissen, reset, laadt op, opent de ogen van de ziel en reikt daarmee de sleutel aan om de werkelijkheid te zien. In de nacht is het glas een spiegel. In de nacht zijn we het meest onszelf. Alleen na de nacht is morgen een nieuwe dag.
De eeuwenoude fascinatie voor de nacht maakt het tot een van de meest bezongen thema’s wereldwijd. Gedichtendag 2011 wordt met dit thema ook een beetje Gedichtennacht.
Remco Campert schrijft Gedichtendagbundel
Ieder jaar schrijft een bekende dichter ter gelegenheid van Gedichtendag de Gedichtendagbundel. Remco Campert schrijft op uitnodiging van Stichting Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen de Gedichtendagbundel 2011. De bundel zal zo'n tien nieuwe gedichten bevatten en is vanaf Gedichtendagvoor € 2,50 te koop in de boekhandel. Eerdere Gedichtendagbundelswerden geschreven door dichters als Tsjibbe Hettinga, Antjie Krog, Mark Boog, Leonard Nolens, Gerrit Kouwenaar, Rutger Kopland, Eva Gerlach, Hugo Claus, Judith Herzberg en Toon Tellegen. Hun bundels werden in hoge oplage gedrukt en waren meestal snel uitverkocht.
De Gedichtendagbundel van Remco Campert verschijnt i.s.m. De Bezige Bij.
Nieuwe lessuggesties voor op school
Zoals leerkrachten en docenten van ons gewend zijn verschijnen er op de website www.gedichtendag.com binnenkort nieuwe lessuggesties voor het basisonderwijs en het voortgezet/seundair onderwijs. Ze worden samengesteld door Tatjana Daan en Marit Trioen en bevatten veel poëzie geïnspireerd op het thema 'Nacht'. De gratis lessuggesties zijn makkelijk in gebruik en bedoeld om leerlingen enthousiast te maken voor poëzie. U kunt er zo mee aan de slag, in de aanloop naar Gedichtendag of op Gedichtendag zelf. Vraag ze aan via de website en u heeft ze begin november in huis.
Prijzen
Ook deze Gedichtendag worden er weer vele prijzen uitgereikt. Zo wordt dit jaarvoor het eerst deVSB Poëzieprijs(Nederland en Vlaanderen) op de vooravond van Gedichtendag uitgereikt. De belangrijkste poözieprijs voor Nederlandstalige poëzie, die in 2010 niet werd uitgereikt om een verschuiving naar Gedichtendag mogelijk te maken, bekroont de beste po�ziebundel uitgekomen tussen 1 januari 2009 en 1 september 2010 met een prijs van € 25.000,-. Genomineerden maken een educatieve tour langs scholen, de winnaar krijgtde kans het internationale podium te betreden tijdens het Poetry International Festival 2011. De prijsuitreiking wordt op 26 januari georganiseerd in samenwerking met het Huis van de Poëzie/SLAU in het Stadhuis van Utrecht.
De Turing Nationale Gedichtenwedstrijd (Nederland) is de eerste nationale poëzieprijs die iedereen kan winnen. De prijs voor het beste gedicht bedraagt € 10.000,- en deelnemers makenkans op publicatie door uitgeverij Augustus die de top 100 in een bundel zal publiceren. Inzenden kan tot 1 november 2010. De eerste editie was vorig jaar een groot succes met ruim 15.000 ingestuurde gedichten. Ook de prijsuitreiking van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd vindt plaats op de vooravond van Gedichtendag. De Turing Foundation en de Poëzieclub organiseren de prijs.
De Herman de Coninckprijs 2011 (Vlaanderen) is na vier edities een begrip in Vlaanderen. Op Gedichtendag vindt in de Antwerpse Arenbergschouwburg de uitreiking plaats van de 5de editie van de prijs. Eigenlijk zijn er drie Herman De Coninckprijzen: voor de beste dichtbundel (€ 6.000,-), voor het beste debuut (€ 1.000) en voor het beste gedicht.De vakjury kiest de beste dichtbundel en het beste debuut. Het publiek kan via www.boek.bezijn stem uitbrengen voor het beste gedicht.
Veel succes en plezier
Poetry International en Stichting Lezen Vlaanderen hopen dat het thema 'Nacht' veel poëzieliefhebbers zal inspireren en wensen iedereen veel succes en vooral heel veel plezier met het organiseren van alle activiteiten voor Gedichtendag. Voor ideeën kunt u terecht op www.gedichtendag.com. Daar kunt u ook uw activiteit aanmelden, zodat iedereen weet waar ie op Gedichtendag moet zijn!
Gedichtendag wordt gecordineerd door Poetry International (Nederland) en Stichting Lezen (Vlaanderen).
15 september 2010
Tags: Thamar palmboom, Thamar poëzie
Onderweg lees ik op een beeld
gehouwen met vooroorlogse handen
“Thamar op je hoge borsten
betoveren me 2 vissen
en op je vingertoppen
roert een ontluikende roos”
flower power denk ik
waarvoor destijds de Belgische frank
prompt werd gedevalueerd
maar Thamar?
laten we deze vraag even rusten
agenten van een openbare nv zijn in mijn woonst ladders op en af aan het klimmen om het houtwerk buiten aan mijn ramen met olie kleur ‘noten’ te beschermen tegen de regen en de winden die zich in deze septembermaand ter hoogte van de Noordzee reeds aan het klaarstomen zijn. meteen val ik niet langer onder de privacy-wet maar onder de wetten betreffende de handhaving van de openbare orde. mijn leefkamer is een publieke ruimte geworden en het doen en laten in deze ruimte valt onder de bevoegdheid van diverse ministers van Binnenlandse Zaken met ingewikkelde en daarom voor de privé-persoon zo gevaarlijke niet-homogene en overlappende bevoegdheden. ik moet er zorg voor dragen dat er toiletpapier hangt in de wc’s en dat mijn stopcontacten 220 volt leveren in plaats van de 130 waarvoor ik elke maand normaliter al een flink van mijn leefloon moet aanspreken. mijn bed moet opgemaakt zijn en de kant naast deze waar ik zelf geslapen heb, moet koud aanvoelen. mijn katten mogen maar één keer per uur miauwen want anders riskeren ze op basis van één of andere federale, regionale of gemeentelijke wet, decreet of reglement gesteriliseerd of gedissecteerd te worden. en als ik mijn patatten kook, moet ik alle hens aan dek roepen om erover te waken dat de boel niet overloopt, anders staat mijn burgerlijk tekortschieten morgen al in het Staatsblad.
verder is het niet langer ik die in mijn stek woon, maar een naamloze meneer. “meneer, hebt u een stofzuiger?” informeert één van de agenten op een toon die niet verschilt van deze waarmee zijn collega-proletariër, al even onderdrukt door Koning, Kerk, Kapitaal & Kroost, me zou aangesproken hebben. vanzelfsprekend informeren ze niet maar mijn Miele S251i stofzuiger, maar naar een stofzuiger tout court. zoals ook de kassierster in de GB niet vraagt naar mijn geld, maar naar geld in het algemeen. waar mijn geld vandaan komt interesseert haar niet. overigens ook niet waar het geld in het algemeen vandaan komt.
ik stel als hypothese voorop: zoals spaghetti groeit geld aan de bomen in zuid-italië.
maar nu de agenten van de openbare nv hun achturendag hebben voleindigd, duikt als een boemerang de vraag op:
Maar Thamar? Gegoogeld blijkt het de Bijbelse naam te zijn voor 2 koninginne-achtige vrouwen die naar een palmboom werden genoemd waarrond een stad was gebouwd. Het waren twee vrouwen die bijzonder seksueel bedreven waren. De éne door zich met haar zin te laten verkrachten. De andere idem maar juist met tegenzin. Dat maakte in die tijd vermoedelijk noch juridisch noch moreel enig verschil uit.
In welk aquarium de beeldhouwer jandorie die 2 vissen kweekt, blijft me een raadsel. Ik reken erop dat het allereerste verslag van het deskundige en VN-gesubsidieerde ‘Centrum voor Erkenning, Heling en Verzoening’ dat mysterie voor kerstmis wel voor de verzamelde kerkgemeenschap uit de doeken zal doen. Als compensatie voor de miljoen geboren en ongeboren slachtoffers die immers als schadevergoeding geen geld maar een (wat meer eigentijds) herderlijk en inslaapwiegend sprookje vragen. Ik zelf was uiteraard weer bij de slimmeriken: ik stuurde Léonard de Zestiende in mei onder vier pseudoniemen (met dezelfde bankrekening) vier verschillende pikante verhalen. Een halve week later kreeg ik al zoveel geld dat ik nu als 1 der weinige aardbewoners elke week een bak Westvleteren-trappist kan kopen. En op de website van de Abdij mag ik als eerst een review schrijven over zowel de voortreffelijke als de minder voortreffelijke eigenschappen van bak, fles en flesinhoud.
Eric Rosseel
MIJN HUIS
Mijn huis groen beslagen frêle waterloop
waar kille regen hangt en gras dat beeft
waar leeft met blozende wangen de wind
hoe hij betast onzeglijk geil dit huis
van glas onaanraakbaar broos de gewelven.
Ik droog beschroomd mijn tranen af met gras
op mijn lippen de smaak van wilde vinnen.
Ik hoor de vogels op hun hoge masten
op schrale vingers van een vuist verdriet
windwijzers aan mijn uitgeregend water.
Thierry Deleu
Op het ritme van de zee
En hoe de zee met
ontblote hand je telkens weer inpakt.?
Hoe je huid dieper inkleurt
met meeldraden van zon
en zomersproetjes telkens
hun zin krijgen.
Hoe je blik steeds hoger
krijsende meeuwenvlerken achterna.
Je parelwitte adem
op het ritme van zee
plukt de halve wereld leeg.
Hoe in het holst van het vertier
de dijk in al zijn variëteit
een terrasje savoureert.
En dat de verf van je vingernagels rood is
kan ik voelen tot hier.
Vreemd toch hoe zeekiekjes stiekem dromen,
alsof je haarscherp poseert voor een favoriet schilderij
en ik je zeewaarts silhouet
steeds nauwkeuriger herschep.
Dichter kan niet.
Julie Goderis
En hoe de zee met
ontblote hand je telkens weer inpakt.?
Hoe je huid dieper inkleurt
met meeldraden van zon
en zomersproetjes telkens
hun zin krijgen.
Hoe je blik steeds hoger
krijsende meeuwenvlerken achterna.
Je parelwitte adem
op het ritme van zee
plukt de halve wereld leeg.
Hoe in het holst van het vertier
de dijk in al zijn variëteit
een terrasje savoureert.
En dat de verf van je vingernagels rood is
kan ik voelen tot hier.
Vreemd toch hoe zeekiekjes stiekem dromen,
alsof je haarscherp poseert voor een favoriet schilderij
en ik je zeewaarts silhouet
steeds nauwkeuriger herschep.
Dichter kan niet.
Julie Goderis
HET MYSTIEKE DORP
naar een doek van Georges Verschingel
Hij die rein is als de meeldraad
is het gegeven
het dorp vervoerd te zien,
de huizen toegespitst op toren,
een aureool omkranst het wonen,
de weg loopt door de mirre vande zomer.
Binnenshuis en landwaarts
bestuift liefhebben
het stijgen van het zwijgen,
het dorp vervoerd:
een liefdesbrief van de aarde aan de hemel.
DE LANSSTOOT
De kleuren zijn de ziel ontlopen
elk woord is grijs
en elke echo wedergrijs.
Blindheid die tot inzien noopt,
de lansstoot wijst
Adieu.
De ruimte bitter,
de azijn was grijs
en wederzijds de dood.
IN HET APPELHOUT
De appels geplukt,
de boom van goed en kwaad ontbladerd,
Goede Vrijdag in het appelhout,
een zee van niet meer wonen,
geen mensen meer,
waar zijn de vrienden?
Het uur ontledigd
en de leegte geladen,
het wijde land gewijd.
Fernand Florizoone
naar een doek van Georges Verschingel
Hij die rein is als de meeldraad
is het gegeven
het dorp vervoerd te zien,
de huizen toegespitst op toren,
een aureool omkranst het wonen,
de weg loopt door de mirre vande zomer.
Binnenshuis en landwaarts
bestuift liefhebben
het stijgen van het zwijgen,
het dorp vervoerd:
een liefdesbrief van de aarde aan de hemel.
DE LANSSTOOT
De kleuren zijn de ziel ontlopen
elk woord is grijs
en elke echo wedergrijs.
Blindheid die tot inzien noopt,
de lansstoot wijst
Adieu.
De ruimte bitter,
de azijn was grijs
en wederzijds de dood.
IN HET APPELHOUT
De appels geplukt,
de boom van goed en kwaad ontbladerd,
Goede Vrijdag in het appelhout,
een zee van niet meer wonen,
geen mensen meer,
waar zijn de vrienden?
Het uur ontledigd
en de leegte geladen,
het wijde land gewijd.
Fernand Florizoone
Katelijn Vijncke
Van mijn 5 jaar tot mijn 18de in het M.P.I. Ten Dries te Landegem. Sinds mijn 18de woonde ik in het "home Angèle Verburght". Vanaf mijn 14 jaar schrijf ik poëzie. Al 7 bundels zijn in eigen beheer uitgegeven. Nu woon ik zelfstandig te Gent. Mijn 8de en tot op heden de laatste is uitgegeven door Gigaboek in Nederland. U wordt hiervoor vriendelijk doorverwezen naar de website.
Ik ben lid van SABAM, de Belgische Vereniging van Auteurs, Componisten en Uitgevers. In mijn werk spreken gevoelens een prominente rol. Mijn poëzie is kwetsbaar en diep, vertelt men.
Ondanks mijn lichamelijke handicap en mijn spraakstoornis sta ik erop uit eigen werk voor te dragen. Dit gebeurt aan de hand van een overheadprojector of een beamer en laptop zodat het publiek de tekst kan volgen. Ondertussen ben ik al vele voordrachten en tentoonstellingen verder, maar ik heb nog meer in mijn mars!
Regelmatig stel ik mijn werk tentoon, gemaakt in Powerpoint voorzien van eigen gecreëerde illustraties en zelf geschreven gedichten, ingekaderd.
Mijn poëzie is te verkrijgen in het poëziecentrum Gent, alsook bij Gigaboek Amsterdam.
Ik heb veel bewondering voor Paul Van Ostaijen. Een gedicht is pas goed genoeg als het iets nieuw heeft. Ook hou ik van soberheid met wat pit in, zoals bij Vasalis. Maria Neeltje Min kan ook heel goed haar woorden kiezen. Bart Moeyaert: gedichten voor gelukkige mensen vind ik fantastisch, ze zijn zo eenvoudig mooi of gewoon beschreven. Herman De Coninck is mijn absolute favoriet.
Toch een voorkeur voor papier, omdat ik iets waardevols in mijn handen kan voelen. Een schrijver heeft dat pak papier letterlijk geschreven. Als ik erbij stil sta hoelang ik over één blad doe, dan kan ik soms moeilijk vatten dat sommige jaren geduld kunnen opbrengen voor een kanjer te maken van 1.500 pagina’s.
Door mijn motorische handicap ben ik gebonden aan een aangepaste computer. Een laptop of iets dergelijks gesofisticeerd kan ik onmogelijk meenemen op reis. Een boek heb ik overal bij mij.
Het is zalig zelf kort en bondig te kunnen schrijven en mij te verliezen in het lezen van lange ingewikkelde verhalen.
Ik blijf liefst mezelf. Door mijn motorische handicap heb ik een specifieke kijk op de wereld ontwikkeld en of mijn poëzie nu of niet over deze beperking gaat, mijn poëzie is erdoor beïnvloed en krijgt daardoor een meerwaarde.
Mijn achtste bundel kreeg de naam : Tijd rolt zich, tijd vouwt zich.
Hij weegt 42 pagina’s en is een heel gezond meisje.
Indien je een kijkje wil nemen, kan je hem bestellen door mij een e-mail of een briefje te sturen. Je kan 13.50 euro als geschenkje voor de baby overschrijven wanneer hij zich in je brievenbus verstopt. Ja, ’t is nog een flink mensje! Je kan hem ook eens komen ophalen,dan is het 12.50 euro.
Ja, ik mag niets over hem verklappen! Je kan deze gedichtenbundel bij mij bestellen.
Ik wens je veel leesgenot.
Groetjes,
Katelijn
mailto:katelijn.vijncke@skynet.be
website: http://www.katelijnvijncke.tk/
14 september 2010
U bent van harte uitgenodigd aanwezig te zijn bij de presentatie van
De man die Belg wilde worden,
monografie van Marc Wildemeersch over Georges Kopp, de commandant van George Orwell
Voor meer informatie over het boek zie http://www.indeknipscheer.nl/phpBB2/viewtopic.php?t=57969
Met beste groet,
franc knipscheer
UITGEVERIJ IN DE KNIPSCHEER
ACTUEEL
Rudi Claessens zal morgen, woensdag 15 september vanaf 17u op Radio Centraal aandacht besteden aan de uitgave met poëzie en beeldend werk Van binnen uit verlicht, samengesteld door Hannie Rouweler & Roger Nupie.
Van elke dichter/beeldend kunstenaar in deze uitgave (Mark Meekers, Hannie Rouweler, X-tine Mässer, Roger Nupie, Willie Cools & Guy Commerman) wordt één gedicht voorgelezen. Ook het beeldend werk wordt besproken.
Deze uitzending kan beluisterd worden op de website:
http://www.radiocentraal.be/Realescape/
Om het programma te horen: klik links op "streaming".
Veel luistergenot!
Met vriendelijke groet,
Roger Nupie
Van elke dichter/beeldend kunstenaar in deze uitgave (Mark Meekers, Hannie Rouweler, X-tine Mässer, Roger Nupie, Willie Cools & Guy Commerman) wordt één gedicht voorgelezen. Ook het beeldend werk wordt besproken.
Deze uitzending kan beluisterd worden op de website:
http://www.radiocentraal.be/Realescape/
Om het programma te horen: klik links op "streaming".
Veel luistergenot!
Met vriendelijke groet,
Roger Nupie
RECUERDA QUE… LA MUSIQUE AFRO-PERUVIENNE. HISTOIRE D’UNE RENAISSANCE
Dernièrement, le monde semble avoir découvert la musique afro-péruvienne. Cette découverte, en fait, renvoie à une autre, pas si ancienne, qui concerne les péruviens qui, dans les années soixante-septante, ont été eux-mêmes surpris par l’existence de cette musique, qui leur rappelait cependant quelques vagues souvenirs. « Recuerda que… » entonnait la grande Chabuca Granda dans sa fameuse chanson « La Flor de la Canela »… Mais de quoi au fond, fallait-il se souvenir ?
Pour le grand public, il s’agissait des fêtes créoles mixtes dans les « callejones de un solo caño » (ruelles d’un seul robinet, où habitaient au dix-neuvième siècle, après l’abolition de esclavage par Ramon Castillo, les noirs de Lima, dans des habitations collectives, fort semblables aux « cités » ouvrières du dix-neuvième siècle européen). Ces fêtes, appelées « jaranas », étaient le seul endroit où se perpétuaient les danses des noirs pratiquées autrefois dans les haciendas champêtres de la côte du Pacifique, ainsi que les concours de « décimas », vers octosyllabiques improvisés. Dans les haciendas de la côte du Nord on pratiqua alors, sur des rythmes produits par des harpes, et quelques formes de percussions primitives, ainsi que probablement aussi par le « zapateo » (sorte de « tap dance ») des danseurs, la « chilena », rebaptisée après la guerre du Pacifique le « zambalando » puis la « Marinera », cette gracieuse danse à mouchoirs, au rythme marqué à trois temps, associée aujourd’hui à la vie festive de la ville de Trujillo.
La « renaissance » de cette musique, débuta dans les années cinquante. A cette époque le ministre de l’Education, Luis Varcarcel, se mit à promouvoir les traditions artistiques populaires et en chargea le grand auteur et ethnologue péruvien José Maria Arguedas. Celui-ci nomma à son tour le connaisseur, issu de la campagne, Porfirio Vasquez, professeur à la nouvellement fondée Académie du Folklore. C’est que cette renaissance de la musique afro-péruvienne, ne concernait pas seulement les noirs, mais nourrissait aussi la nostalgie des créoles blancs de Lima, qui, se voyant envahis par une invasion massive de métis d’origine andine, sentaient le besoin de se replonger dans cette belle époque – esclavagiste pour sûr – où les noirs égayaient aussi la vie des haciendados liméens. Le vrai promoteur de cette renaissance fut José Durand qui, inspiré par Porfirio Vasquez, mit en scène, avec sa « Compañia Pancho Fierro » cette musique et les danses que celle-ci accompagnait. La décima composée par ses soins, « Ritmos negros del Peru », devint par la suite un hymne à la négritude péruvienne, accompagné de percussions afro-cubaines et abakwa (Yoruba). Mais à l’époque cette première manifestation de la culture afro-péruvienne se situait encore dans un contexte paternaliste bon enfant. Il fallait attendre la deuxième renaissance, des années soixante, avec Victoria et Nicomedes Santa Cruz, pour que les choses prennent un tour émancipatoire, renforçant l’identité de la population noire du Pérou. Le contexte historique avait alors changé. Le dictateur gauchiste Velasco était arrivé au pouvoir et promut une politique de nationalisations, tant dans le domaine socio-économique, que dans celui de la culture, où prévalait une vision patriotique qui mena Victoria de Santa Cruz à la direction de la Escuela Nacional de Folklore.
Dans cette fonction, mais aussi par son engagement pour sa troupe de danse « Cumanana » où elle fit connaître le « lando » et la « zamacueca », elle propagea la notion de « mémoire culturelle ». En fait les participants à la culture afro-péruvienne se référaient à un passé collectif qu’ils n’avaient pas vécu personnellement. N’oublions pas que, contrairement aux noirs de l’Atlantique, les noirs péruviens, à l’instar des 40 nègres offerts à Pizarro au 15e siècle, qui tous venaient d’Espagne, avaient des ancêtres qui vivaient en Europe, en Argentine ou à Cuba, sans avoir été en contact avec leur ancienne culture africaine. Les éléments musicaux qu’ils ont élaborés ne renvoient que de façon indirecte à ce qu’ils ont pu percevoir des rythmes africains – à Cuba par exemple. Cette renaissance afro-péruvienne assume la « diaspora » africaine sur la base d’une reconstruction de la mémoire d’Afrique. Et résulte être une identification imaginaire tardive, mettant en question le discours du « criollismo » en s’inspirant de l’ « Atlantique noir », question de se refaire une patrie africaine mythique applicable au « Pacifique noir » du Pérou. Dans sa troupe « Cumanana », uniquement constituée de participants noirs, elle tenta de réaliser cette « mémoire ancestrale » à travers la danse spontanément reproduite par le corps. Une attitude qui, lorsqu’on lit le texte d’une de ses chansons (« Pa’ goza con el ritmo del tambo, negro tiene que ser ») court le risque de s’entacher de racisme. Par la suite Victoria de Santa Cruz se rendra compte que le comportement racial n’est pas inhérent à la personne, mais est appris, comme le sont aussi les comportements idéologiques et patriotiques.
C’est d’ailleurs surtout son frère, le poète Nicomedes Santa Cruz qui développa des théories sur les origines africaines de la musique afro-péruvienne, issues d’un fervent engagement pour la négritude à travers une vision panafricaniste. Il sympathise fortement avec la révolution cubaine. Poète lui-même de la décima (poésie octosyllabique de quatre strophes de 10 lignes, déclamée ou improvisée et accompagnée d’une mélodie jouée à la guitare, nommée « socabon »), il trouva son modèle en Nicolas Guillén, le poète de la négritude cubaine. Il résida aussi au Brésil où il fut influencé par des intellectuels tels que Edison Carneiro et assista à une conférence internationale panafricaine. Il fut également influencé par les choréographies de Katherine Dunkan qui évoquaient un rite de passage Yoruba. Ce qui fut à l’origine de sa théorie du « lundu » africain, qui serait la base ancestrale du « lando » et d’autres danses d’accouplement afro-américaines, caractérisées toutes par « el golpe de frente », c’est-à-dire de pelvis et du nombril. Si la crédibilité des arguments de Nicomedes peut être mise en doute, son influence effective sur la renaissance afro-péruvienne ne l’est pas. Ainsi il fut le père du premier enregistrement d’un lando péruvien en 1964, intitulé « Samba Malato » qui devint par la suite le modèle rythmique de la musique de type « festejo », caractérisée par l’alternance de rythmes binaires et ternaires (6/8 et 2/4 et 6/4 combiné avec 12/8).
A partir de 1970 le régime du général Velasco posa en vitrine le groupe « Peru Negro » (actuellement encore toujours actif). Né d’une compagnie de danseurs actifs dans le district populaire de La Victoria, celui-ci fit connaître la musique folklorique afro-péruvienne au monde entier. C’est à travers « Peru Negro » que la « cajon » s’est imposé comme instrument rythmique principal. Introduit par Ronaldo Campos, celui-ci imposa sa façon de jouer et ses figures rythmiques aux générations à venir. Bien que le cajon fut déjà attesté au milieu du dix-neuvième siècle, aucun témoignage ne permet de se faire une idée comment il était joué alors. D’ailleurs d’autres instruments à percussion, tels la « cajita », la « quijada » et les clochettes étaient plus fréquemment utilisés. L’introduction du cajon permit de libérer la deuxième guitare, dont les deux cordes inférieures étaient utilisées pour les bourdons rythmiques. Peru Negro devint aussi le modèle pour les danses et ses membres enseignaient à l’Ecole Nationale du Folklore, au risque de congeler toute créativité postérieure. Aujourd’hui ce projet folklorique continue de jouir d’une grande popularité, grâce entre autres à ce que je crains devoir taxer d’une manipulation touristique qui concerne la ville de zone rurale de Chincha. Cette petite ville au Sud de Lima est considérée en ce moment comme le berceau de la musique nègre du Pérou. Un mythe créé à partir du fait que plusieurs membres de Peru Negro étaient originaires de là et qui fut commercialisé par entre autres la famille Ballumbrosio qui organise des danses typiques pour les touristes dans son restaurant. On y trouve cependant aussi certains éléments authentiques, tels la « Yunza », danse qui marque la fin du carnaval, venant du syncrétisme métissé qui prévaut également dans la culture andine. Une autre fête religieuse andine, la Virgen del Carmen, y apparaît sous la version de la « Navidad negra » où les enfants dansent, dans la tradition du « baile de negritos » andins (portant des masques nègres) « el Hatajo de negritos », accompagnés du violon d’Amador Ballumbrosio, tel qu’on peut l’écouter sur le disque « Akundun » du chanteur de rock hispano-péruvien Miki Gonzales, qui n’a pas peu fait pour rendre populaire la ville de Chincha.
Ce projet de fusion « afro-peru-rock » me rappelle d’autres formes de fusion, comme « Los hijos del Sol », formation afro-peru-jazz, fondée en 1989 par le percussionniste Alex Acuña. Ce dernier quitta son Pérou natal en 1960 pour jouer avec Perez Prado, puis dans les années 70, il fit partie du fabuleux groupe « Wheater Report » de Wayne Shorter et Joe Zawinul. Ce n’est qu’à partir des années 8O, qu’Acuña se mit à jouer de la musique afro-péruvienne. Il réunit quelques excellents musiciens latinos, tels les frères Stagnaro et la chanteuse Eva Ayllon. Ils conquirent les grandes scènes péruviennes, mais faute d’une promotion efficace, ne purent pas percer aux Etats-Unis. La seule rescapée fut Eva Ayllon qui devint la grande diva du vals criollo et de la musique populaire afro-péruvienne, remportant également un succès immense auprès des expats péruviens un peu partout au monde.
La seule artiste péruvienne qui conquit le public étranger fut Susana Baca. Produite par l’ex « Talking Head » David Byrne et sa firme de disque Luaka Bop, sa musique s’est intégrée avec succès dans ce qu’on pourrait appeler le tourisme sonique de la « World Music ». Produite pour un public cosmopolite à la recherche d’une authenticité nuancée d’une certaine familiarité reconnaissable. Ce qui dit tout, non pas de l’artiste, mais de son public. L’artiste Susana Baca, parfaitement inconnue en un premier temps du public péruvien, fut initiée à la musique par Chabuca Granda, dont elle était l’assistante. « Maria Lando », la chanson sur un texte du poète César Calvo, avec laquelle David Byrne la lança, était une chanson restée à l’époque inachevée, enrichie musicalement par les accords sophistiqués du guitariste Roberto Arguedas. Les autres productions qui suivirent s’inscrivirent dans le même style. Textes poétiques, arrangements et instruments recherchés, tels les tambours nègres antérieurs à la mode du cajon (le « checo », fabriqué de calebasses). Les expatriés péruviens en Amérique du Nord, la plupart immigrés dans les terribles années 80 du terrorisme, ne reconnaissaient pas dans ses chansons la musique de leur pays et préférèrent des artistes comme la chaleureuse diva afro-pop créole Eva Ayllon pour nourrir leur nostalgie. L’audience à laquelle s’adressa Susana Baca, étaient les intellectuels cosmopolites de la World Music, ce qui lui conféra un statut international qu’aucun artiste péruvien, pas même la grande chanteuse-compositrice Chabuca, n’avait obtenu jusqu’alors. Et ce malgré les très bons musiciens et groupes afro-péruviens qui continuent à surgir: les frères Santa Cruz (neveux des premiers), le groupe andino-jazz-afro-peruvien « Wayruro » du pianiste Luis Madueño et du saxophoniste Jean-Pierre Magnet, le guitariste Richie Zellon et j’en passe. Dans des peñas comme le Don Porfirio, gérée par ses descendants, et où on peut savourer le meilleur « lomo saltado » de la capitale, la négritude chère à Nicomedes continue à être choyée.
L’aventure commencée par José Durand et son groupe, en ressuscitant à travers quelques rares témoignages une musique qu’on considérait comme perdue, s’est révélée une reconstruction et un sauvetage qui par ses qualités émancipatoires à mené à une africanisation de cette culture noire qui a largement enrichi la culture musicale péruvienne et mondiale avec le temps.
Francis Cromphout
Dernièrement, le monde semble avoir découvert la musique afro-péruvienne. Cette découverte, en fait, renvoie à une autre, pas si ancienne, qui concerne les péruviens qui, dans les années soixante-septante, ont été eux-mêmes surpris par l’existence de cette musique, qui leur rappelait cependant quelques vagues souvenirs. « Recuerda que… » entonnait la grande Chabuca Granda dans sa fameuse chanson « La Flor de la Canela »… Mais de quoi au fond, fallait-il se souvenir ?
Pour le grand public, il s’agissait des fêtes créoles mixtes dans les « callejones de un solo caño » (ruelles d’un seul robinet, où habitaient au dix-neuvième siècle, après l’abolition de esclavage par Ramon Castillo, les noirs de Lima, dans des habitations collectives, fort semblables aux « cités » ouvrières du dix-neuvième siècle européen). Ces fêtes, appelées « jaranas », étaient le seul endroit où se perpétuaient les danses des noirs pratiquées autrefois dans les haciendas champêtres de la côte du Pacifique, ainsi que les concours de « décimas », vers octosyllabiques improvisés. Dans les haciendas de la côte du Nord on pratiqua alors, sur des rythmes produits par des harpes, et quelques formes de percussions primitives, ainsi que probablement aussi par le « zapateo » (sorte de « tap dance ») des danseurs, la « chilena », rebaptisée après la guerre du Pacifique le « zambalando » puis la « Marinera », cette gracieuse danse à mouchoirs, au rythme marqué à trois temps, associée aujourd’hui à la vie festive de la ville de Trujillo.
La « renaissance » de cette musique, débuta dans les années cinquante. A cette époque le ministre de l’Education, Luis Varcarcel, se mit à promouvoir les traditions artistiques populaires et en chargea le grand auteur et ethnologue péruvien José Maria Arguedas. Celui-ci nomma à son tour le connaisseur, issu de la campagne, Porfirio Vasquez, professeur à la nouvellement fondée Académie du Folklore. C’est que cette renaissance de la musique afro-péruvienne, ne concernait pas seulement les noirs, mais nourrissait aussi la nostalgie des créoles blancs de Lima, qui, se voyant envahis par une invasion massive de métis d’origine andine, sentaient le besoin de se replonger dans cette belle époque – esclavagiste pour sûr – où les noirs égayaient aussi la vie des haciendados liméens. Le vrai promoteur de cette renaissance fut José Durand qui, inspiré par Porfirio Vasquez, mit en scène, avec sa « Compañia Pancho Fierro » cette musique et les danses que celle-ci accompagnait. La décima composée par ses soins, « Ritmos negros del Peru », devint par la suite un hymne à la négritude péruvienne, accompagné de percussions afro-cubaines et abakwa (Yoruba). Mais à l’époque cette première manifestation de la culture afro-péruvienne se situait encore dans un contexte paternaliste bon enfant. Il fallait attendre la deuxième renaissance, des années soixante, avec Victoria et Nicomedes Santa Cruz, pour que les choses prennent un tour émancipatoire, renforçant l’identité de la population noire du Pérou. Le contexte historique avait alors changé. Le dictateur gauchiste Velasco était arrivé au pouvoir et promut une politique de nationalisations, tant dans le domaine socio-économique, que dans celui de la culture, où prévalait une vision patriotique qui mena Victoria de Santa Cruz à la direction de la Escuela Nacional de Folklore.
Dans cette fonction, mais aussi par son engagement pour sa troupe de danse « Cumanana » où elle fit connaître le « lando » et la « zamacueca », elle propagea la notion de « mémoire culturelle ». En fait les participants à la culture afro-péruvienne se référaient à un passé collectif qu’ils n’avaient pas vécu personnellement. N’oublions pas que, contrairement aux noirs de l’Atlantique, les noirs péruviens, à l’instar des 40 nègres offerts à Pizarro au 15e siècle, qui tous venaient d’Espagne, avaient des ancêtres qui vivaient en Europe, en Argentine ou à Cuba, sans avoir été en contact avec leur ancienne culture africaine. Les éléments musicaux qu’ils ont élaborés ne renvoient que de façon indirecte à ce qu’ils ont pu percevoir des rythmes africains – à Cuba par exemple. Cette renaissance afro-péruvienne assume la « diaspora » africaine sur la base d’une reconstruction de la mémoire d’Afrique. Et résulte être une identification imaginaire tardive, mettant en question le discours du « criollismo » en s’inspirant de l’ « Atlantique noir », question de se refaire une patrie africaine mythique applicable au « Pacifique noir » du Pérou. Dans sa troupe « Cumanana », uniquement constituée de participants noirs, elle tenta de réaliser cette « mémoire ancestrale » à travers la danse spontanément reproduite par le corps. Une attitude qui, lorsqu’on lit le texte d’une de ses chansons (« Pa’ goza con el ritmo del tambo, negro tiene que ser ») court le risque de s’entacher de racisme. Par la suite Victoria de Santa Cruz se rendra compte que le comportement racial n’est pas inhérent à la personne, mais est appris, comme le sont aussi les comportements idéologiques et patriotiques.
C’est d’ailleurs surtout son frère, le poète Nicomedes Santa Cruz qui développa des théories sur les origines africaines de la musique afro-péruvienne, issues d’un fervent engagement pour la négritude à travers une vision panafricaniste. Il sympathise fortement avec la révolution cubaine. Poète lui-même de la décima (poésie octosyllabique de quatre strophes de 10 lignes, déclamée ou improvisée et accompagnée d’une mélodie jouée à la guitare, nommée « socabon »), il trouva son modèle en Nicolas Guillén, le poète de la négritude cubaine. Il résida aussi au Brésil où il fut influencé par des intellectuels tels que Edison Carneiro et assista à une conférence internationale panafricaine. Il fut également influencé par les choréographies de Katherine Dunkan qui évoquaient un rite de passage Yoruba. Ce qui fut à l’origine de sa théorie du « lundu » africain, qui serait la base ancestrale du « lando » et d’autres danses d’accouplement afro-américaines, caractérisées toutes par « el golpe de frente », c’est-à-dire de pelvis et du nombril. Si la crédibilité des arguments de Nicomedes peut être mise en doute, son influence effective sur la renaissance afro-péruvienne ne l’est pas. Ainsi il fut le père du premier enregistrement d’un lando péruvien en 1964, intitulé « Samba Malato » qui devint par la suite le modèle rythmique de la musique de type « festejo », caractérisée par l’alternance de rythmes binaires et ternaires (6/8 et 2/4 et 6/4 combiné avec 12/8).
A partir de 1970 le régime du général Velasco posa en vitrine le groupe « Peru Negro » (actuellement encore toujours actif). Né d’une compagnie de danseurs actifs dans le district populaire de La Victoria, celui-ci fit connaître la musique folklorique afro-péruvienne au monde entier. C’est à travers « Peru Negro » que la « cajon » s’est imposé comme instrument rythmique principal. Introduit par Ronaldo Campos, celui-ci imposa sa façon de jouer et ses figures rythmiques aux générations à venir. Bien que le cajon fut déjà attesté au milieu du dix-neuvième siècle, aucun témoignage ne permet de se faire une idée comment il était joué alors. D’ailleurs d’autres instruments à percussion, tels la « cajita », la « quijada » et les clochettes étaient plus fréquemment utilisés. L’introduction du cajon permit de libérer la deuxième guitare, dont les deux cordes inférieures étaient utilisées pour les bourdons rythmiques. Peru Negro devint aussi le modèle pour les danses et ses membres enseignaient à l’Ecole Nationale du Folklore, au risque de congeler toute créativité postérieure. Aujourd’hui ce projet folklorique continue de jouir d’une grande popularité, grâce entre autres à ce que je crains devoir taxer d’une manipulation touristique qui concerne la ville de zone rurale de Chincha. Cette petite ville au Sud de Lima est considérée en ce moment comme le berceau de la musique nègre du Pérou. Un mythe créé à partir du fait que plusieurs membres de Peru Negro étaient originaires de là et qui fut commercialisé par entre autres la famille Ballumbrosio qui organise des danses typiques pour les touristes dans son restaurant. On y trouve cependant aussi certains éléments authentiques, tels la « Yunza », danse qui marque la fin du carnaval, venant du syncrétisme métissé qui prévaut également dans la culture andine. Une autre fête religieuse andine, la Virgen del Carmen, y apparaît sous la version de la « Navidad negra » où les enfants dansent, dans la tradition du « baile de negritos » andins (portant des masques nègres) « el Hatajo de negritos », accompagnés du violon d’Amador Ballumbrosio, tel qu’on peut l’écouter sur le disque « Akundun » du chanteur de rock hispano-péruvien Miki Gonzales, qui n’a pas peu fait pour rendre populaire la ville de Chincha.
Ce projet de fusion « afro-peru-rock » me rappelle d’autres formes de fusion, comme « Los hijos del Sol », formation afro-peru-jazz, fondée en 1989 par le percussionniste Alex Acuña. Ce dernier quitta son Pérou natal en 1960 pour jouer avec Perez Prado, puis dans les années 70, il fit partie du fabuleux groupe « Wheater Report » de Wayne Shorter et Joe Zawinul. Ce n’est qu’à partir des années 8O, qu’Acuña se mit à jouer de la musique afro-péruvienne. Il réunit quelques excellents musiciens latinos, tels les frères Stagnaro et la chanteuse Eva Ayllon. Ils conquirent les grandes scènes péruviennes, mais faute d’une promotion efficace, ne purent pas percer aux Etats-Unis. La seule rescapée fut Eva Ayllon qui devint la grande diva du vals criollo et de la musique populaire afro-péruvienne, remportant également un succès immense auprès des expats péruviens un peu partout au monde.
La seule artiste péruvienne qui conquit le public étranger fut Susana Baca. Produite par l’ex « Talking Head » David Byrne et sa firme de disque Luaka Bop, sa musique s’est intégrée avec succès dans ce qu’on pourrait appeler le tourisme sonique de la « World Music ». Produite pour un public cosmopolite à la recherche d’une authenticité nuancée d’une certaine familiarité reconnaissable. Ce qui dit tout, non pas de l’artiste, mais de son public. L’artiste Susana Baca, parfaitement inconnue en un premier temps du public péruvien, fut initiée à la musique par Chabuca Granda, dont elle était l’assistante. « Maria Lando », la chanson sur un texte du poète César Calvo, avec laquelle David Byrne la lança, était une chanson restée à l’époque inachevée, enrichie musicalement par les accords sophistiqués du guitariste Roberto Arguedas. Les autres productions qui suivirent s’inscrivirent dans le même style. Textes poétiques, arrangements et instruments recherchés, tels les tambours nègres antérieurs à la mode du cajon (le « checo », fabriqué de calebasses). Les expatriés péruviens en Amérique du Nord, la plupart immigrés dans les terribles années 80 du terrorisme, ne reconnaissaient pas dans ses chansons la musique de leur pays et préférèrent des artistes comme la chaleureuse diva afro-pop créole Eva Ayllon pour nourrir leur nostalgie. L’audience à laquelle s’adressa Susana Baca, étaient les intellectuels cosmopolites de la World Music, ce qui lui conféra un statut international qu’aucun artiste péruvien, pas même la grande chanteuse-compositrice Chabuca, n’avait obtenu jusqu’alors. Et ce malgré les très bons musiciens et groupes afro-péruviens qui continuent à surgir: les frères Santa Cruz (neveux des premiers), le groupe andino-jazz-afro-peruvien « Wayruro » du pianiste Luis Madueño et du saxophoniste Jean-Pierre Magnet, le guitariste Richie Zellon et j’en passe. Dans des peñas comme le Don Porfirio, gérée par ses descendants, et où on peut savourer le meilleur « lomo saltado » de la capitale, la négritude chère à Nicomedes continue à être choyée.
L’aventure commencée par José Durand et son groupe, en ressuscitant à travers quelques rares témoignages une musique qu’on considérait comme perdue, s’est révélée une reconstruction et un sauvetage qui par ses qualités émancipatoires à mené à une africanisation de cette culture noire qui a largement enrichi la culture musicale péruvienne et mondiale avec le temps.
Francis Cromphout
Zandkorrels op het strand
turend
over de waterlijn
voelend hoe
zandvullende schoenen
voeten
worden ankers van
turend
over de waterlijn
horend hoe
de westenwind zingt
oren
worden ontvangers van
wie ben jij
aan de overkant
of zo heel dichtbij
fluitend doorheen de wind
turend
over de waterlijn
voelend hoe
pijn me overmant
vertel me
mijn vriend of
ben jij het
mijn onbekende ik
verscholen tussen
zandkorrels op het strand
© 2010 Monique Verplancke
turend
over de waterlijn
voelend hoe
zandvullende schoenen
voeten
worden ankers van
turend
over de waterlijn
horend hoe
de westenwind zingt
oren
worden ontvangers van
wie ben jij
aan de overkant
of zo heel dichtbij
fluitend doorheen de wind
turend
over de waterlijn
voelend hoe
pijn me overmant
vertel me
mijn vriend of
ben jij het
mijn onbekende ik
verscholen tussen
zandkorrels op het strand
© 2010 Monique Verplancke
11 september 2010
Verloren stilte
waar
raakte ik je
verloren
razendsnelle
trein van
mijn bestaan
reed voorbij
het station
dat verwees naar
de stille plek
ooit aanwezig
binnenin
verlaten tuin
door pijn verweven
ontoegankelijk terrein
ik zal blijven sporen
naar jou
mijn diepe zijn
je vinden
wetend
de weg is vrij
©2010 Monique Verplancke
waar
raakte ik je
verloren
razendsnelle
trein van
mijn bestaan
reed voorbij
het station
dat verwees naar
de stille plek
ooit aanwezig
binnenin
verlaten tuin
door pijn verweven
ontoegankelijk terrein
ik zal blijven sporen
naar jou
mijn diepe zijn
je vinden
wetend
de weg is vrij
©2010 Monique Verplancke
NIEUWSBRIEF
van Kunsten- en Literaire Vereniging SYMBIOSE
Kunstentaverne DE KLEINE NOTELAAR
Opeenvolgende activiteiten in De Kleine Notelaar.
1. Wisseltentoonstelling in het kader van Vlassenbroek Poëziedorp vanaf zaterdag 11/9 tot 24/9 Clement Leybaert – schilderijen, grafisch werk; Marthe Vanhoutte keramiek; Cecile Vanhoutte poëzie, wenskaarten.
Openingsuren: week 14-18u weekend 12-18u, vrijdag gesloten.
2. zaterdag 25 september 2010 aanvang 19u: Vernissage van het 1ste deel fotografisch werk van Dai (Aalst) ‘Isoteric Influence, opgeluisterd door Wim Bayens, improvisatie op de piano. Het 2de deel wisselt op 23 oktober 2010.
Openingsuren: week 14-18u weekend 12-18u vrijdag gesloten.
3. zaterdag 2 oktober 2010 vanaf 19 u: Café Chantant met Anny, Louis en Bernard: we klinken samen met een natje en droogje u aangeboden door De Kleine Notelaar ter ere van vier jaar Kleine Notelaar. Eerder die dag gaat de officiële huldiging door van het gedicht ‘Ingepolderd land’ van Ludo Colman uit St Niklaas aan de pastoriemuur. Receptie achteraf in De Kleine Notelaar.
4. Zondag 10 oktober 2010 om 10.30 uur (deuren om 10.00 uur) Aperitiefconcert/afsluitmoment Vlassenbroek Poëziedorp/Kunstreflectie Dender 2010, Stadhuis Dendermonde - Ros Beiaardzaal, Trio Con Passione (viool, cello en piano met werk van Grieg), Fotoprojectie door de Fotografische kring met live music & poëzie, Receptie achteraf aangeboden door de stad Dendermonde. Inkom gratis. Reservatie verplicht op 0494/601961.
5. zaterdag 23 oktober 2010: literaire lezing door essayist Erik Vermeulen,
aanvang 20 u – Tegelijk opening wisseltentoonstelling Dai (de fotografische tentoonstelling loopt tot 2 november). Bijdrage voor de lezing 5 €.
Vanaf november is de zaak gesloten vanaf 18 u. December-januari-februari is de zaak gesloten tijdens de week. Weekends ALTIJD geopend vanaf 12 u.
Activiteiten van Kunsten- en Literaire vereniging Symbiose op andere locaties.
- Vrijdag 24 september 2010: Nationale Vredesdag in het CC van Heist-op-den-Berg, met voorstelling v.h. boek ‘Genummerd voor het leven’, de laatste getuigen, fotoreportage Auschwitz van Etienne Van den Bulcke, met teksten van Patricia De Landtsheer, totaalproject i.s.m. de bibliotheek van Heist-op-den-Berg en de Heilig Hartscholen, aanvang 20 u. Bijdrage 2 €. Receptie achteraf.
- Vrijdag 1 oktober 2010: Plechtige opening groepstentoonstelling in de crypte v.h. Belfort te Aalst, aanvang 20u met participatie van kunstschilder Carine Van den Stock, Schilderij: ‘De tijdsleutel’ op tekst van Patricia De Landtsheer, receptie achteraf.
TE VERWACHTEN
- Kunstenaar Daniel Janssens, beelden, sculpturen wordt verwacht.
- Naar aanleiding van de Nationale gedichtendag gaat in januari 2011 de 12de editie van Gedichtendag/Symbiose/Dendermonde door, met bekendmaking van de laureaten van dit grootse literaire project.
- Februari 2011 geeft germaniste/schrijfster Gerda De Preter een lezing over haar literair werk. Bijdrage: 5 €.
Data later te bepalen.
van Kunsten- en Literaire Vereniging SYMBIOSE
Kunstentaverne DE KLEINE NOTELAAR
Opeenvolgende activiteiten in De Kleine Notelaar.
1. Wisseltentoonstelling in het kader van Vlassenbroek Poëziedorp vanaf zaterdag 11/9 tot 24/9 Clement Leybaert – schilderijen, grafisch werk; Marthe Vanhoutte keramiek; Cecile Vanhoutte poëzie, wenskaarten.
Openingsuren: week 14-18u weekend 12-18u, vrijdag gesloten.
2. zaterdag 25 september 2010 aanvang 19u: Vernissage van het 1ste deel fotografisch werk van Dai (Aalst) ‘Isoteric Influence, opgeluisterd door Wim Bayens, improvisatie op de piano. Het 2de deel wisselt op 23 oktober 2010.
Openingsuren: week 14-18u weekend 12-18u vrijdag gesloten.
3. zaterdag 2 oktober 2010 vanaf 19 u: Café Chantant met Anny, Louis en Bernard: we klinken samen met een natje en droogje u aangeboden door De Kleine Notelaar ter ere van vier jaar Kleine Notelaar. Eerder die dag gaat de officiële huldiging door van het gedicht ‘Ingepolderd land’ van Ludo Colman uit St Niklaas aan de pastoriemuur. Receptie achteraf in De Kleine Notelaar.
4. Zondag 10 oktober 2010 om 10.30 uur (deuren om 10.00 uur) Aperitiefconcert/afsluitmoment Vlassenbroek Poëziedorp/Kunstreflectie Dender 2010, Stadhuis Dendermonde - Ros Beiaardzaal, Trio Con Passione (viool, cello en piano met werk van Grieg), Fotoprojectie door de Fotografische kring met live music & poëzie, Receptie achteraf aangeboden door de stad Dendermonde. Inkom gratis. Reservatie verplicht op 0494/601961.
5. zaterdag 23 oktober 2010: literaire lezing door essayist Erik Vermeulen,
aanvang 20 u – Tegelijk opening wisseltentoonstelling Dai (de fotografische tentoonstelling loopt tot 2 november). Bijdrage voor de lezing 5 €.
Vanaf november is de zaak gesloten vanaf 18 u. December-januari-februari is de zaak gesloten tijdens de week. Weekends ALTIJD geopend vanaf 12 u.
Activiteiten van Kunsten- en Literaire vereniging Symbiose op andere locaties.
- Vrijdag 24 september 2010: Nationale Vredesdag in het CC van Heist-op-den-Berg, met voorstelling v.h. boek ‘Genummerd voor het leven’, de laatste getuigen, fotoreportage Auschwitz van Etienne Van den Bulcke, met teksten van Patricia De Landtsheer, totaalproject i.s.m. de bibliotheek van Heist-op-den-Berg en de Heilig Hartscholen, aanvang 20 u. Bijdrage 2 €. Receptie achteraf.
- Vrijdag 1 oktober 2010: Plechtige opening groepstentoonstelling in de crypte v.h. Belfort te Aalst, aanvang 20u met participatie van kunstschilder Carine Van den Stock, Schilderij: ‘De tijdsleutel’ op tekst van Patricia De Landtsheer, receptie achteraf.
TE VERWACHTEN
- Kunstenaar Daniel Janssens, beelden, sculpturen wordt verwacht.
- Naar aanleiding van de Nationale gedichtendag gaat in januari 2011 de 12de editie van Gedichtendag/Symbiose/Dendermonde door, met bekendmaking van de laureaten van dit grootse literaire project.
- Februari 2011 geeft germaniste/schrijfster Gerda De Preter een lezing over haar literair werk. Bijdrage: 5 €.
Data later te bepalen.
7 september 2010
GABRIELLE DEMEDTS
DICHTEND TOT OP DE LAATSTE GRENS
"Er is moed nodig om het schrijverschap te blijven beoefenen tot op de laatste grens". Met deze woorden beëindigt Eugene Van Itterbeek het voorwoord van de verzenbundel EEUWIG IS NU, waarin een rijke keuze uit het oeuvre van Gabrielle DEMEDTS. Een verzorgd boek, uitgegeven door Leuvense Schrijversaktie en aldaar te bestellen, of eventueel langs de boekhandel.
Een boeiende bundel waarin de dichteres haar meest geliefde verzen samenbrengt, lopend van 1933 tot 1993. Zestig jaar dichterschap: geen kleinigheid. (En de uitgever van het boek moge het mij vergeven: dichterschap beduidt, naar mijn innig gevoel, helemaal iets anders dan schrijverschap).
In de vroege lente van het jaar 1992, nog voor de gedichten gebundeld waren, had ik een eerste persoonlijk gesprek met Gabriëlle, waardoor ik deze uitzonderlijke vrouw beter kon leren kennen. Op de vraag of ze met mij een vraaggesprek zou willen aangaan voor De Poëzietuin van het weekblad Vrij Maldegem, antwoordde ze welwillend. Het duurde echter bijna twee jaar eer het gesprek ter pers kon gaan. Ten dele lag het aan Gabrielle zelf (nooit voldaan met de antwoorden), maar grotendeels lag het aan mezelf: een zware longontsteking, met de daaraan verbonden lange herstelperiode, maakte het mij gedurende vele maanden soms onmogelijk ook maar een letter op papier te zetten.
De trouwe lezers van De Poëzietuin zullen wel gemerkt hebben dat hun geliefde bijdrage vaak ontbrak. Maar met de moed, waarover Eugene Van Itterbeek het al eerder had, beginnen we opnieuw, of beter, nemen we de draad weer op. Ik zal Gabrielle nu zelf aan het woord laten; een echte vertelster, die niet alleen mij, maar vele lezers zal weten te ontroeren. Gabrielle met haar leed, haar opstandigheid, haar vertwijfeling, haar heftigheid, haar hartstocht, haar tederheid, haar humor, en haar niet te verwoesten hoop. Van deze vrouw gaan we, tijdens dit uitvoerig gesprek, proberen een beeld op te hangen.
Dag Gabrielle. Wees hartelijk welkom in de Poëzietuin. Misschien kun je ter kennismaking de lezers iets vertellen over je geboorteplaats. Waar ben je geboren? Waar groeide je op?
Ik zal maar beginnen, lieve Iris, met op je vragen in te gaan. Ik ben geboren op 11 juni 1909 in West-Vlaanderen te Sint Baafs-Vijve, tussen Mandel en Leie. In het westen en noorden palend aan Oostrozebeke, in het oosten: Wakken, waarvan gescheiden door de Mandelrivier. Vlak in het zuiden, een uur van bij ons, heb je de kerk. Die staat op een paar meter afstand van de Leie. Aan de overkant heb je Desselgem en, meer oostwaarts, Sint Elois-Vijve, langs een brug toegankelijk; vroegertijds met een veerpont.
We paalden toen ook nog aan Wielsbeke, zuidzuidwest, waarmee onze gemeente intussen, samen met Ooigem, gefusioneerd is. Dus voortaan geen Sint Baafs-Vijve meer! De bewoners van de dorpsplaats noemen de plaats waar wij woonden Canada, om onze noordelijke ligging, en onze wijk Drogenbroodkoek.
Symbolisch? Toch niet toen ik geboren werd, korte jaren voor de eerste wereldoorlog, waarvan ik als vijfjarige nog herinneringen aan 'vluchterkesmaandag' heb overgehouden.
De Duitsers zouden alle mannen beneden de vijftig, (of ongeveer), meenemen als dwangarbeiders. Er werd bij ons voor vader gevreesd. We zouden ons op het leemzolderke, dat pal noord lag, verbergen en Dolfke Van Acker, onze oude boever, zou de boer verbeelden en Mietje uit de Drie Koningen, een nabijgelegen herberg, de boerin! Het ging gelukkig niet door. Op zeker ogenblik hoorde ik van op dit leemzolderke, waarop ik reeds veiligheidshalve met het slechts enkele maanden tevoren geboren broertje Paul, heen gebracht was, een vrouwenstem van op Wakkenskouter dringend roepen " het is niet wàààr". En zo werden wij er, tot mijn spijt weer afgehaald, en zo ontdekte ik mijn zucht naar avontuur..
Hoe heerlijk het had kunnen zijn moet ik gevoeld hebben als vader en moeder en André samen met ons de nacht hadden doorgebracht, in dat schemerig, geurig, lekker ruikend oord. Angstig luisterend wellicht of we nog die woeste Noormannen, de Duitsers, niet hoorden tegen Dolfke razen... Of wat verwachtte ik heimelijk? Juist, ja, doodgewoon iets anders dan 't gewone.
Je kunt je duidelijk nog heel goed je kinderjaren herinneren?
Jazeker, maar laten we herbeginnen aan de jaren met de fatale datum voor mij: 8 oktober 1909. Moeder wilde mij 's morgens uit de wieg tillen, zoals gewoonlijk, maar mijn hoofd en ledematen hingen te slingeren. Moeder schrok zo hevig dat ze mij terugwierp, (zoals ik het haar later hoorde vertellen) en luid krijtend naar de aardappeloogsters naar buiten liep: "dát Gabrielleke is nu ook dood". Dát sloeg op het feit, dat voor mijn geboorte, mijn enig zusje dat ook Gabrielle heette, aan longontsteking gestorven was. De erbij gehaalde dokter stond er hulpeloos bij. Hij kende blijkbaar de naam van de infectieziekte niet die mij getroffen had. Later sprak men van kinderverlamming maar toen was ik reeds aan herstel toe. Verlamd waren mijn rechterbeen en mijn linkerarm. Ik zou beter halfverlamd zeggen, want aan de voet van het getroffen been deden de tenen het normaal. Maar de Achillespees deed het helemaal niet. Aan de linkerhand waren pink en duim in orde maar de wijsvinger kon of kan niets, hij staat rechtop als ik hem niet dwing. De twee middelvingers hadden, of liever hebben wel kracht genoeg om iets vast te houden, maar ze kunnen niets grijpen.
Het ergste was eigenlijk wat er nadien bijgekomen is. In het begin dat ik kon lopen (en ik liep voor de eerste keer op Sint Jozefsdag 1912, bijna 3 jaar oud dus). Een meid moest me 's morgens door de weide heen, naar mijn grootouders begeleiden (later kon ik dat alleen natuurlijk) . Zij was slecht gezind, omdat moeder haar voor ons vertrek een uitbrander gaf: "zie maar dat ge niet zo lang wegblijft als gisteren..!".
Ze ging zo vlug, met mij aan haar hand, dat ik viel. Ze rukte mij recht, aan de goede arm trekkend, en daar ik niet onmiddellijk mijn evenwicht vond en daarbij nog lachte, moet ze gedacht hebben dat ik het erom deed, dus gaf ze er nog een flinke ruk aan. Ze gaf er nog een bovenop, denkend misschien "ik zal haar wel temmen", waarop de hoofdspier in mijn schouders sprong zoals een te strak gespannen elastiek zou doen.. Resultaat: eerst een scherpe pijn, daarna een doodmoe gevoel dat enkele dagen aanhield. En niemand merkte het, want ik sprak er niet over. Zei die meid immers niet "dat ik het erom deed"? En had ik toen ik lachte niet aan een spel, zoals met mijn liefste meidje Irmaatje, gedacht?
Ik dacht dus aan eigen schuld. Je ziet, Iris, hoe ik toen reeds reageerde. Zo is het verder gegaan: steeds had ik, aan de verkeerde dingen die me overkwamen, in zekere zin schuld. (Dat dacht ik tenminste) . Dus was ik een gemakkelijke prooi voor treiters en ruziemakers.
Was er dan niemand in je onmiddellijke omgeving, Gabbeke, die bemerkte wat er eigenlijk met jou aan de hand was?
Vader en moeder bemerkten ongeveer tezelfdertijd dat ik mijn arm niet meer opwaarts gebruikte. Een boterham midden op de tafel van het bord nemen, was genoeg om het krabsgewijs te moeten doen: met de vingers van de rechterhand er naartoe lopend tot ik het begeerde beet kreeg. Natuurlijk zag de dokter niets bevreemdends. De dofheid was al lang weggeëbd, dus geen hogere kleur meer dan normaal. Ik was al meer dan tien jaar oud, toen men bemerkte dat mijn schouder zich half buiten het gewricht bewoog. Veel en veel te laat voor iets wat pas met de huidige techniek hersteld had kunnen worden, en dan nog slechts indien het onmiddellijk gesignaleerd zou worden.
Je zou het een groot ongeluk kunnen noemen. Je droeg dat lichamelijk letsel dus je hele verdere leven mee?
Daarmee heb ik het tot mijn vijfenzestigste gedaan. Dan is me nog iets ergers overkomen: een heupbreuk, die spijts of omwille van de speciale goede wil waarmee ze hersteld werd, verknoeid was voor de rest van mijn leven. De kromming aan de heup - vergroeiing die door het vele gebruik ontstaan was - konden ze wegwerken door die erin naar binnen te draaien, en klaar was Kees, dachten ze verheugd, om hun goede inval. Maar ze rekenden niet mee dat daardoor het evenwicht in de rug en de andere heup verbroken kon worden.
Sindsdien kan ik niet meer alleen buitengaan. In huis wankel ik wel wat rond, wat dikwijls tot vallen leidt en tot breuken: aan de zwakke linkerarm of zelfs aan het rechterbeen. Nu moet ik voorgoed - en basta ermee - in een rolstoel door de smalle gangskens van het appartement, heenslingerend en... haperend. Is dit samenspel van kleine tegenslagen met levenslange gevolgen duidelijk genoeg? Tot vervelens toe, vrees ik.
Gabrielle, ik ken je als een sterke vrouw. Een sterke persoonlijkheid. Iemand die niet opgeeft. Iemand die vecht voor een waardig bestaan. Of vergis ik mij?
Ik houd het uit. Ik word binnen een paar maanden 85 en lijk nog niet in de nabije toekomst te zullen sterven, alhoewel dat hart, (die holle spier!), soms bitter in gebreke blijft, maar verder is het taai als welster. (Een soort leder denk ik, misschien van haaien, zoals in 't schoenmakerslied).
Je stamt dus uit een echt boerengezin, zoals er op de dag van vandaag nog weinig te vinden zijn, veronderstel ik. Ken jij nog af en toe die hunker naar jouw geboortegrond?
Onze familie, langs vaders zijde, woonde reeds sinds 1626 op dezelfde hoeve, toen waarschijnlijk nog leengoed (braakliggend in elk geval) van 't Blauw Kasteelke, wiens land aan het onze paalde. In de loop der tijden werd het een pachthoeve en onder het regeringsschap van Karel Guillemijn ° 1765, flink uitgebreid tot een middelgrootte oppervlakte van 16,40 hectaren. Onze overgrootvader, Sebastiaan Demedts, kwam van Dentergem in 1829, om er in te trouwen met Karels jongste dochter Coletta.
Die heren van 't Blauwhuis, op wiens grond onze overleveringen stonden, heetten Van Mander (zoals Carel van Mander, uit Meulebeke, geboren in mei 1548, die naar Holland vluchtte in de Spaanse tijd en er zijn Schildersboek schreef, waarvoor hij nu nog gememoreerd wordt.) Mijn broer André dacht dat ze van dezelfde familiestam moesten zijn, omdat ze allen uit dezelfde West- Vlaamse gemeente kwamen. Dat is slechts in zover belangrijk omdat de vrouw, die onze stammoeder zou worden, en met de eerste Guillemijn trouwde, reeds zwanger bleek voor hij haar "bekende", zoals dat zo mooi in de bijbel heet.
In elk geval kregen ze daardoor van hun leenheer, waar ze beiden voor werkten, het leengoed toegeschoven in volle eigendom, voor de eerstgeborene die ook Karel zou heten. (Vraag me nu niet of ik dat allemaal voor echt verklaren kan, ge weet wat sagen en legenden kunnen zijn: een vleugje waarheid en de rest, in de loop der tijden, steeds vollediger gemaakt om het als 'af' te tonen).
Ik weet, lieve Gabrielle, dat je naast levensmoed en wilskracht, een scherp verstand bezit. Je boeit mij door enerzijds je tederheid en oprechtheid, en anderzijds door de machtige pulseringen die een groot deel van je leven beheersen, tot het abrupte toe, zou ik haast durven zeggen. Die poëtische ziel van je, waardoor je zo goed kunt vertellen en waardoor je gedichten schrijft, heb je die van een van je voorouders geërfd?
Poëzie, zei mijn vader, dat is een speciale gave: de één bezat die, en de andere kon zich uitpersen maar bereikte niets; niets authentieks. André, (liet hij doorschemeren), had die dus.
André's medewerking aan bekende literaire tijdschriften begon op zijn achttiende, met het gedicht "Gebed voor Lenin", in Pogen, waarvan Wies Moens redactielid was. Hij was ook de auteur van "Celbrieven", waardoor ik op mijn vijftiende tot de literatuur bekeerd werd. Ik dacht dus dat ik dat zou moeten compenseren door proza te schrijven. Ik heb, tot mijn verrassing, op de leeftijd van 24 jaar, om precies te zijn op 27 november 1933, mijn eerste kreten op papier genoteerd. Ik wist niet of men het geschrevene wel als een gedicht beschouwen zou. Het draagt de titel "NACHT", dat nu als eerste (aangezien hun chronische volgorde waarin de verzen gerangschikt zijn) in het boek "EEUWIG IS NU" verschenen is.
Er zitten zeker nog een heleboel dingen in je geheugen opgeslagen uit je jeugdjaren? Dingen die ons interesseren, die ons een stap terugbrengen naar onze eigen jeugd. Een generatiekloof maakt al een hele hoop verschil uit, om nog te zwijgen van meerdere. Je zou soms verstomd staan van wat jongere mensen graag weten, waar ze naar trachten, naar dingen uit 'de goede oude tijd'...
Ja, Iris, ik moet nog iets vertellen. Victor de Lille, hoofdredacteur van 't Getrouwe Maldeghem, nam dat gedicht van André, "Gebed voor Lenin", uit Pogen, in zijn eerstvolgend nummer op, (op de voorste zijde, rechts).
Omdat het voor die tijd zulk een geavanceerde stellingname tegenover het communisme aan het licht bracht, die slechts bij de meest vooruitstrevende aan bod kon komen. Wat een tijden toen! Slechts enkele jaren nadien kwam Henriette Roland Holst-van der Schalk, na haar bezoek aan de Sovjet-Unie, met haar gedicht: "We zullen u niet zien/ o lichtende vrede/ niet rusten in uw weeligheid/ van onze lippen naar ons hart gegleeden/ noch wikkelen om onze leeden/ de weeke plooi uwer broederlijkheid.. ./".
Ik wist niet dat uw broer André Gebed voor Lenin schreef. Intussen hebben we heel wat bijgeleerd, nietwaar? We horen en zien niets anders dan corruptie, uitbuiting en verdwazing in onze eigen Westerse wereld. En Henriette Roland Holst-van der Schalk heeft wellicht nooit de menselijke ellende en de slaventoestand verdicht van het Rusland van vóór Lenin. De Soviet-Unie is dan toch voor één ding goed geweest, me dunkt: ze heeft zolang ze kon, het egoïsme in de mens bestreden, het druggebruik en de pornografie. En heeft vele broederoorlogen vermeden. Kijken we maar naar wat nu in ex-Joegoslavië aan de gang is. Maar laat het ons over iets anders hebben dan over politiek en politici, mij heeft hun taak nooit geboeid. Vertel misschien liever iets over je grootvader Ivo?
Grootvader Ivo Demedts had veel gelezen. Hij kende Frans en Latijn, speelde viool en kon daarbij zeer schoon zingen. Zo te horen geen echte boer. Zeker niet in de zin van wroeten en slaven om het aardse goed. Hij dacht en hij voelde daarvoor te diep en te ruim, en genoot te graag van schoonheid. "Het leven is zo schoon', dacht hij "hoe dat er mensen kunnen zijn die niet gaarne leven?"
"Zo hard en zo schoon", zou ik eerder met Jeanne Van de Putte zaliger willen zeggen. Maar hij bezat gaven ongeteld en kon vrij naar alle zijden, het bestaan begaan. "Niemand die zo vrij kan leven als een boer die op zijn eigen hoeve woont", zei hij, "maar zover zijn wij nog niet". Dat was wel waar, maar intussen werd bij ons toch de traditie hoog gehouden.
Met traditie bedoel je wellicht onder andere ook gastvrijheid? Welke soort mensen kregen jullie op bezoek?
Bij ons stond de poort, zowel in de week als 's zondags, wagenwijd open. Er was 's zondags dikwijls bezoek, wat bij onze grootouders ook al het geval schijnt geweest te zijn. Allerhande kunstenaars, en deze die graag zo genoemd werden, en literatoren, jong en oud, kwamen op André's naam af. En ook een paar vrienden van André en mij. De intieme ontving André in de Beste Kamer die hij, met alle oude meubels erbij, tot zijn kamerbureau had gepromoveerd. Ze diende ook nog voor groot familiebezoek. Boeken en papieren verdwenen in de boekenkast.
Andere bezoekers bleven gewoon in de woonplaats. Er waren er zelfs bij die graag kaartten. Dan werd er met gevieren een bodspel opgezet. Dat deed ik echt gaarne, al was ik niet de meest gewiekste; dat was ontegenzeglijk René de Buyck, een boerenzoon en oud medesoldaat van André. Dan was er Georges Vandemoortele, de schilderbeeldhouwer, die hele stukken uit Homerus of Sofokles voordroeg. Of uit Goethe's Faust. Heerlijk gezelschap was dat.
Ja, Gabrielle, het zal er bij jullie niet saai aan toegegaan zijn. Hoe zit het met vrouwelijk schoon? Kwam ook dit over de vloer?
Er was mijn levenslange vriendin, Marcella Van Sieleghem, die iedere zondag kwam, van mijn achttiende tot mijn vierentwintigste jaar. Toen trouwde ze, op 17 augustus 1933. Vier maanden daarna, op 27 november 1933, schreef ik dat eerste vers:
Nacht
Over de open vlakte
schreeuw ik een naam,
ijzig en stil
hoort de verte mij aan.
Trilt er nog verlangen
in die rauwe stem ?
Is er zachtheid te verwachten
van een dier in een klem ?
Plotseling lichten ogen
door 't vertwijflen heen,
de wanhoop vlucht ijlings
en laat mij alleen.
Om die blik alleen
wil ik wel gevangen zijn,
wil ik mij bedwingen
tot ik lach, rillend van pijn.
Ik kan de twijfel, waarvan je sprak bij het begin van ons gesprek, onmiddellijk wegnemen: zeker, Gabrielle, is dit een gedicht. En nog wel een dat meer dan een mens zal ontroeren. Heeft het iets te maken met je vriendschap met Marcella? Was ze een soort vertrouwelinge? Iemand aan wie je alles kwijt kon?
Wij waren zo intiem met mekaar, elkander al onze geheimen toevertrouwend, dat waarschijnlijk die kreten van mij, niet meer door haar opgevangen, wel in woorden-om-op-te-schrijven moesten uitbreken. Tenminste zo leg ik die eerste, beslissende uitbarsting uit. (Inspiratie, zoals we het willen noemen) . De volgende verzen waren het evenzo. Het papier werd de toeverlaat van het ongetrooste inwendig zeer eenzaam meisje dat ik was.
We hadden het ooit over godbewustzijn. Je zei me ooit dat het beeld dat je had van het leven na de dood, de ene dag positief is, de andere dag negatief. Je gaat nu stilaan de avondwijdte in met alles wat dit meebrengt aan overpeinzingen. Denk je dat je een deel van het grote mysterie hebt kunnen ontsluieren of blijft dit, nu je een hogere leeftijd bereikt hebt, een onoplosbaar raadsel voor jou?
In die tijd ook, op weg naar Wakken zijnde, om er mijn haar te laten knippen, is me iets zeer ernstigs overkomen. Na telkens twee boomgaten te hebben gepasseerd, moest ik telkens opnieuw een ogenblik blijven staan om eens goed adem te halen. Toen overviel me plots de gedachte en het gevoel: er is niets dan leegte. God bestaat niet. Je vader en je moeder en je broers kunnen niets voor je doen. Je bent alleen in die leegte om je heen. Gras groeide er misschien over, maar geen reddende zekerheid kon ik nog ooit terug verwerven.
Hoezeer ik later ook leed en schreide, er werd niet meer opengedaan. Geen troon, waar ik God op zou zien, uit mijn kindertijd, toen ik meende dat men maar tot aan de einder moest, om er daar eens achter te kijken. (Dacht ik aan gordijnen die konden opengeschoven worden, of aan een schemerige muur waar doorheen een gat te maken viel? Ik heb het niet concreet kunnen uitvoeren, een 'hier even' bestaat zelfs niet).
Wat jij me zegt wijst op groot gemis. In de meeste van je gedichten is dit gemis aanwezig. Meestal schrijnend. Ik weet niet of je in een paar woorden kunt weergeven wat je echt gemist hebt in je leven. Heeft het te maken met je leven als vrouw? Het kinderloos zijn? Of zijn het jouw nooit uitgekomen kinderdromen? Vergeef me als ik probeer tot in je intiemste gedachten door te dringen, maar een oudere mens heeft soms behoefte om dingen uit te spreken waarover hij een heel leven lang heeft gezwegen. Hoe zou jij het woordje 'gemis' best kunnen omschrijven?
Sinds ik tussen de stenen woon, Iris, dat is sinds 10 mei 1944, na het huwelijk van mijn broer Paul, ken ik een niet aflatend heimwee naar 'buiten'. Naar bomen die men aanraken kan, en gras om in te liggen 's zomers. Zoals ik vader soms zag "noenstonden", met zijn klak onder zijn hoofd en verder al het groen onder hem als een echt tapijt. En vogels, urenlang, dagenlang, de leeuwerik boven het koren waar hij zijn nest had. Je kon de deur niet uit of daar hoorde je hem (of haar). Ik heb er zelfs dichtregels over: "Mijn gedachten gaan naar u/ zoals een leeuwerik naar de aarde schiet/ uit zijn hoog en zingend zweven/ zo schieten mijn gedachten naar u toe../". En merels, vinken, zelfs de slag van de kwakkel was er soms.
Mijn grootste gemis in mijn volwassen leven echter, Iris, was van dezelfde oorsprong als dit van jou. We hadden beiden een grote vrouw als moeder, die het beliefde niet van ons te houden. Of is dit niet helemaal juist? Wat mij betreft zekerlijk niet. Als ik viel en mij pijn deed kwam ze toegeëild om mij te helpen. Maar een andere keer deed ze mij, met een kleine slag, op de grond belanden. Het is natuurlijk die keer, die levenslang schrijnt.
Ook die keer dat ze weigerde mijn verkreupelde rechterarm te helpen wassen de zaterdag. Ze was niet moe, we waren samen, helemaal alleen. "Ik moet dat ook zelf doen", zei ze schamper. Het laat zich niet vertroosten, niet paaien met ergens een ander detail. Het blijft onopgelost. Wat mij kwellen blijft zijn de vragen over het waarom. Waarom??? Deed ik niet evenzeer mijn best als mijn broers die zij letterlijk over de dood heen zou hebben gedragen? Het feit hoe blij ik was als ze vriendelijk deed of was, bewijst hoezeer ik van haar hield. Ook later, in mijn winkel, toen ik een vulpen uitprobeerde voor een klant, kwam daar onbewust het woord 'moeder' tevoorschijn.
Tot het eens tot mijn bewustzijn doordrong en ik het uit mijn vingers dwong... want hysterie hoefde ook niet. Die gedichten met hun noodkreten als van een jakhals bij nacht, ze ontstonden steeds bij een van die negentien uitbarstingen van moeder. Dat was de lont aan het stro.
Ja, Gabbeke, hoe goed versta ik je. Jouw moeder is al lang gestorven en je zult dit groot gemis misschien wel nooit te boven komen. Ik daarentegen weet dat mijn moeder nog leeft. Ze gaf mij als straf 'levenslang'. Wat hebben wij misdaan? Niets! Wij waren en zijn in hun ogen te gevoelig voor tederheid, voor warmte, voor genegenheid, voor schoonheid, voor oprechtheid. Onze ruime ziel past niet in hun enge wereld. Ik heb mij neergelegd bij het feit, dat mensen zoals wij vaak vergeefs beminnen. Dat we onbegrepen blijven tot aan onze dood. Misschien is dit de zware tol die we moeten betalen om innerlijk een rijk leven te leiden. Maar wat mijn moeder betreft: ik heb me eindelijk, na een halve eeuw hopeloos wachten op wat wederliefde van harentwege, van achter de tralies bevrijd. Ik ben eindelijk uit mijn lijden verlost. Graag zou ik dit schrijnend gedicht van jou, Gabrielle, willen publiceren. Het lijkt alsof het uit je ziel gereten werd:
Hier sta ik
Hier sta ik en ik vraag: was dit mijn leven wel,
was er geen ander, stouter, grootser heilig-vrij,
meer van mij? O het wreed, ondoorgrondelijk bestel
dat de bottende stengel van 't zonlicht verstak!
Hier sta ik ontzet: is mijn leven, is het voorbij?
Was dit dulden en derven het hele besprek?
Hoe is het te verklaren dat vruchteloos zij
het vol en hoog willen van het vroegere kind...
O man o kinderen o arbeid breed en zwaar,
eenvoudig lot dat duizenden leiden zo maar,
ik sta u terzij omstuwd door bloemen en wind
en eenzaam als het kruis op mijn vaders koud graf.
Dromen vragen leven: al drijft vruchteloos af.
Er schiet me opeens te binnen, Gabrielle, dat de plaats waar jullie woonden Canada genoemd werd. Weet je wat de naam Canada eigenlijk betekent? Aca nada of 'ca nada. Komt van de Spaanse veroveraars, die in dat deel van het latere continent America aan land gingen en riepen: 'ca nada' ( 'ier niets): niets dan leegte.
Wat je niet zegt, Iris, ja.. de leegte. Maar over mijn familie zou ik nog iets willen vertellen. Mijn ouders kwamen beiden uit een boerenmilieu. Moeder was rijker, burgerlijker dan mijn vader waar het over cultuur, literatuur, muziek en levensopvatting ging. Beiden hadden middelbare studies gedaan; moeder tot haar achttiende, waarbij ze de gouden medaille won. Vader studeerde slechts twee jaar in het Tieltse bisschoppelijk College waar hij ook steeds de eerste in uitmuntendheid was. Hij had zelfs op aanraden van zijn leraar in het voorbereidende, het eerste middelbaar overgeslagen om er toch weer als primus uit te komen. Vader had thuis zijn kennis goed kunnen aanvullen door de boeken van zijn vader te lezen; boeken komend uit een veiling, de nalatenschap van een pastoor, dr. in theologie, uit Markegem, kleinste gemeente in West-Vlaanderen. Reeds toen dus wisten de bisschoppen niets beters te doen met hun briljante priesters dan ze zo klein mogelijk te houden. (Kwestie misschien van overvleugeld te worden?)
Ja, een hele karrevracht boeken waren het, plus een viool waar de lijm aan ontbrak, allemaal komend van die pastoor, aangekocht door mijn overgrootvader Sebastiaan op zijn negende jaar! Zodoende had deze overgrootvader, vooruitziende als hij was, de grondslag gelegd voor het ontstaan van een André Demedts, op de boerenbuiten van de Drogenbroodkoek, in het hartje van West-Vlaanderen, dat Canada geheten werd, zoveel als te ver af en te verwaarlozen. ('ier niets', zoals je zei).
Het oude huis
Hoe vaak heb ik de regen beluisterd
in het oud huis waar wij allen waren,
hoe vaak uw namen gefluisterd
hoe moet ik mijn heimwee bedaren.
Hoe moet ik mijn heimwee bedaren
nu niets nog ooit kan verkrijgen:
daar allen weer samen ervaren
dat groot naar elkander-toe-neigen.
Je overgrootvader heeft ook de grondslag gelegd voor het ontstaan van een Gabrielle Demedts, zou ik zeggen. In hoever heeft André Demedts, die broer van jou die, toen hij het al niet meer besefte, gekluisterd door zijn ziekte, de Staatsprijs zou winnen, je beïnvloed? Heeft zijn bekendheid je dichterschap bevorderd? Ik vraag dit, wetend dat het steeds moeilijk is geweest voor een vrouw om haar talent erkend te zien, en misschien nóg meer als er al één in de familie alle erkenning geniet.
Vraag je mij of het gunstig of ongunstig was André's zuster te zijn? Ik ben in alle geval geestelijk zo geworden door zijn nabijheid, in dezelfde tijd en levensomstandigheden volwassen te zijn geworden, kritisch als ik ben, zelfstandig, breed-open naar alle zijden, vol begrip en meeleven voor de minder goed gesitueerden. Mij inspannend tot het uiterste als het om liefde, vriendschap en genegenheid gaat.
Je hebt het over zelfstandigheid, Gabrielle. Zou je deze van jezelf een beetje nader willen omschrijven?
Ik heb getracht deze uit te drukken door het literair tijdschrift "HANDEN" te willen oprichten in 1981. Toen lukte het niet omdat er financieel niet aan te beginnen viel. Maar in 1983 kwam er het aanbod van de uitgever van Oranje, (Romain Witdouck, waarmee ik reeds van uit de tijd van mijn Waregemse boekhandel, Orion, bevriend was), om zelf uit te geven, verbonden met alle financiële lasten en administratie, zelf te dragen en te verzorgen.
Na aarzelen en talen (weet je wat je op je neemt?) heb ik aangenomen en samen met mijn reeds gewonnen redactieleden: Maria de Leebeeck, Germaine Dijckhoff, Bertien Buyl en Jet de Coster, vergaderden we bij onze uitgever. Dat was op 7 oktober 1983. In diezelfde maand nog vielen er al twee weg: Maria de Leebeeck en Jet de Coster. De drie anderen, waaronder ikzelf, bleven over. In 1984 verscheen ons eerste nummer, met op de voorzijde de afbeelding van Käthe Kolwitz' "Nadenkende Vrouw".
Ik heb het tijdschrift HANDEN niet gekend tijdens zijn bestaan. Ik wist zelfs niet dat het bestond en leerde het pas door jou kennen, nadat het al opgehouden had te bestaan, toen je me drie exemplaren toestuurde. Ik was trouwens zeer onder de indruk. De inhoud was van het bovenste beste. Ik vond er bijdragen in van vrouwen en van mannen, en toch wordt nu verteld dat jullie een soort tirannen waren voor de man? Hoe komen jullie aan zo'n misleidend imago?
Dat ik in de redactieraad louter vrouwen wilde, was niet bedoeld als uitsluiting van mannelijke medewerking. Van in den beginne heb ik naar alle zijden om kopij verzocht, met als onderwerp liefst (niet uitsluitend) over wat vrouwen aan groots in de loop der eeuwen hadden teweeg gebracht, nl. op gebied van letterkunde, politiek, wetenschap enz. om er maar een paar te noemen: Marie Curie, Hadewijch, Käthe Kolwitz, Belle van Zuilen (over deze laatste had Greta Seghers reeds een artikel klaar in 1982, ze heeft het dan aan "Ons Erfdeel" aangeboden omdat HANDEN toen nog niet beschikbaar bleek), Emily Dickinson, Virginia Woolff, Sappho. (Andre had het in het eerste nummer over Henriette Roland Holst-van der Schalk). Ik wilde daarmee aantonen dat grootheid niet alleen bij het mannelijke deel van de mensheid te vinden is.
Ik begrijp je best, Gabrielle, en ik ben het roerend met je eens dat vrouwen niet de verdiende aandacht (of zal ik zeggen niet het verdiende loon) krijgen waarop ook zij recht hebben. Bij jou ging het erom het talent van de vrouw in het juiste licht te rukken?
Het was een kwestie van de vrouw een podium te bezorgen dat gemakkelijker te betreden viel. Kan jij mij verklaren, Iris, waarom alle waardevolle tijdschriften in Vlaanderen alleen op mannelijke kracht, en macht, en inzicht en mogelijkheden steunen?
Tja... Waaraan dat liggen mag? Ik vermoed dat vele factoren een rol spelen, één ervan is wellicht, dat vrouwen feller zijn dan mannen, daarmee bedoel ik dat ze zich vaak gedragen als het wakend, op de loer liggend, wijfjesdier. In dit geval, de vrouw die iets te beschermen heeft: haar eigenheid misschien. Zo'n houding komt meestal antipathiek over omdat velen er niet aan herinnerd willen worden dat ook de mens een dier is.
Bij de mannelijke, minder intuïtieve groep, is het een oeroude gewoonte, dat men het wijfjesdier probeert uit te sluiten. Ik voel me nochtans goed in mannelijk gezelschap; ik heb behoefte aan deze antipode: hij herinnert mij aan dat amorfe deel in mij dat nooit tot leven gewekt werd. Je zou het zo kunnen stellen, dat mannen heerlijke wezens zijn zolang de vrouw zich niet bemoeit met wat zij als hun zaak beschouwen. En dat sommige vrouwen, vooral carrièrevrouwen, onuitstaanbare wezens kunnen zijn zowel voor de man als voor hun eigen soortgenoten. (Het wijfje, weet je).
Ja, Iris, de vrouwen... leer ze mij kennen. Ik weet het wel. Ik heb het genoeg ondervonden. De meeste vrouwen steken niet graag de nek uit. Angst dat hij neergeslagen of belachelijk gemaakt wordt? Ik denk vooral het laatste. Het ontbreekt hen aan zelfvertrouwen. Daarbij komt nog dat het leven van een carrièrevrouw zo druk bezet is - partner, kinderen, huishouden en de baas van haar werk - dat ze schijnbaar geen adem meer over heeft voor eigen initiatief.
Ook de kwestie van helemaal geen mannen in ons bestuur, lag aan die karaktertrek van vrouwen die het liefst de laatste beslissing overlaten aan de man. Een man met een andere visie dan de uwe volstaat om alle dames 'en bloc' voor hem te zien kiezen. Waar sta je dan als gelijkberechtigde of als hoofdredactrice? Nergens, meisje. Ik heb het ondervonden toen de uitgever zich verwaardigde een oordeel te vellen over het al dan niet aannemen van een kopij.
Dat de dames gezamenlijk, 'en bloc', zoals je zegt, voor een man kiezen verwondert me niet. Jij en ik zijn uit ander hout gesneden, hebben reeds als peuter moeten dulden; ons weren. We bezitten meer zelfvertrouwen. We kennen onze gebreken en schamen ons niet die toe te geven. Enfin, wij zijn zoals vrouwen zouden moeten zijn die de man als hun gelijkwaardige beschouwen. Daarom was er tussen ons beiden, vanaf het eerste ogenblik, een hechte band. Ik herinner mij dat het Frans Fransaer was die jou op mijn dichterschap wees. Je hebt me meteen een zeer ontroerende brief geschreven die ik als een schat bewaar.
Ja, Gabbeke, jij bent zoals ik: je dringt jezelf nooit op de voorgrond, je laat andere dichteressen aan het woord en je hebt geen angst overvleugeld te worden. Ik herinner mij hoe je bij ons eerste gesprek met liefde sprak over Christine D'Haen. Waren alle vrouwen in de literaire wereld maar even onbaatzuchtig, het zou er voor ons allen veel beter uit zien. Maar was het gedrag van je medewerksters bepalend om de uitgave van het tijdschrift HANDEN stop te zetten ?
Het laatste jaar, toen ik zelf een vzw oprichtte, en alles op mijn schouders nam omdat de uitgever faalde, en omdat ik hoopte het aan een jongere kracht te zullen kunnen doorgeven, waren er enkele waardevolle redactieleden bijgekomen: Carolina de Maegd, Monica Van de Craen, Nanda Imant. Jammer genoeg onttrok zich mijn vriendin Bertien Buyl: zij wilde het niet langer op zich nemen om mede met mij 'hoofd' te zijn en over de kopij te moeten beslissen. Dat moeten afwijzen zo dikwijls deed haar teveel pijn, zei ze.
Ik moest opgeven vanwege het gebrek aan financiële middelen. Het lag dus buiten mijn wil. Ik kreeg niet de te verwachten subsidie van minister Dewael, namelijk de som nodig voor de erelonen van de auteurs. Ik had het tijdschrift zo graag overgemaakt. Het moest blijven bestaan zijn, maar dan had het meer gepromoot moeten worden. Meer dan ik er instak is niet te verantwoorden, geloof me. Degenen die het hadden kunnen verhinderen, door voor een erbarmelijke som van 100.000 frank te zorgen, hebben het allemaal op hun geweten. Was het maar voor de voetbal geweest, Iris.
Ik proef de bittere nasmaak van je woorden, Gabrielle. Jammer dat we elkaar niet ontmoet hebben eer HANDEN verdween. Ja, ik vind het doodjammer, omdat we het samen zeker niet hadden opgegeven, daar ben ik van overtuigd, omdat we beiden taai zijn als welster, en dat moeten we, willen we ook maar iets ten goede keren voor de vrouw in onze 'republiek der letteren'. Ik laat je, met een van je diepste gedichten, voorlopig afscheid nemen:
In mijn handen in het heden
Al een half leven verder sinds ik u liet,
node achterliet aan bos en beek,
geest van mijn weide, wilde kersouw,
adem van weten in humus en dauw
geheimzinnig geproefd.
Zoals de slag van de vink
in klaar water vallen
en tegen regen, 's merels gezang,
zovele malen aangehoord en verdroomd
jeugdjarenlang.
De grassen verdwenen onder mijn hand
en 't weids open dromen dreef ook die kant.
Geest van mijn weide, wilde kersouw,
adem van liefdes levende weten,
slaat op als geluk uw onvergelijkelijk blauw
in de kleur van het eike uit dat nest van weleer
terug in mijn hand in het heden.
Na dit pakkend groots gedicht van Gabrielle, waarin ze haar hunker naar God vertaalt, wil ik haar dit gedicht aanbieden dat ik in 1992 voor haar schreef en opnam in mijn bundel Amplitudes:
Gedicht voor een vrouw
Zozeer op elkaar gelijkend
zo vol van die pijn
van die hartstocht
waarin onze wereld zich uit
ieder gebaar een gebed
iedere harteklop een bezwering
een omzichtig tasten
van de een naar de ander
een samenvloeien van wezens
zo vol van die heilige wil
van die stuwende kracht
die ons maakt wat we zijn
en zeggen dat het bestaat
een vrouw die een vrouw
met amper wat lettertekens
zoveel warmte kan geven
zoveel liefelijkheid
zoveel genegenheid
Iris Van de Casteele
DICHTEND TOT OP DE LAATSTE GRENS
"Er is moed nodig om het schrijverschap te blijven beoefenen tot op de laatste grens". Met deze woorden beëindigt Eugene Van Itterbeek het voorwoord van de verzenbundel EEUWIG IS NU, waarin een rijke keuze uit het oeuvre van Gabrielle DEMEDTS. Een verzorgd boek, uitgegeven door Leuvense Schrijversaktie en aldaar te bestellen, of eventueel langs de boekhandel.
Een boeiende bundel waarin de dichteres haar meest geliefde verzen samenbrengt, lopend van 1933 tot 1993. Zestig jaar dichterschap: geen kleinigheid. (En de uitgever van het boek moge het mij vergeven: dichterschap beduidt, naar mijn innig gevoel, helemaal iets anders dan schrijverschap).
In de vroege lente van het jaar 1992, nog voor de gedichten gebundeld waren, had ik een eerste persoonlijk gesprek met Gabriëlle, waardoor ik deze uitzonderlijke vrouw beter kon leren kennen. Op de vraag of ze met mij een vraaggesprek zou willen aangaan voor De Poëzietuin van het weekblad Vrij Maldegem, antwoordde ze welwillend. Het duurde echter bijna twee jaar eer het gesprek ter pers kon gaan. Ten dele lag het aan Gabrielle zelf (nooit voldaan met de antwoorden), maar grotendeels lag het aan mezelf: een zware longontsteking, met de daaraan verbonden lange herstelperiode, maakte het mij gedurende vele maanden soms onmogelijk ook maar een letter op papier te zetten.
De trouwe lezers van De Poëzietuin zullen wel gemerkt hebben dat hun geliefde bijdrage vaak ontbrak. Maar met de moed, waarover Eugene Van Itterbeek het al eerder had, beginnen we opnieuw, of beter, nemen we de draad weer op. Ik zal Gabrielle nu zelf aan het woord laten; een echte vertelster, die niet alleen mij, maar vele lezers zal weten te ontroeren. Gabrielle met haar leed, haar opstandigheid, haar vertwijfeling, haar heftigheid, haar hartstocht, haar tederheid, haar humor, en haar niet te verwoesten hoop. Van deze vrouw gaan we, tijdens dit uitvoerig gesprek, proberen een beeld op te hangen.
Dag Gabrielle. Wees hartelijk welkom in de Poëzietuin. Misschien kun je ter kennismaking de lezers iets vertellen over je geboorteplaats. Waar ben je geboren? Waar groeide je op?
Ik zal maar beginnen, lieve Iris, met op je vragen in te gaan. Ik ben geboren op 11 juni 1909 in West-Vlaanderen te Sint Baafs-Vijve, tussen Mandel en Leie. In het westen en noorden palend aan Oostrozebeke, in het oosten: Wakken, waarvan gescheiden door de Mandelrivier. Vlak in het zuiden, een uur van bij ons, heb je de kerk. Die staat op een paar meter afstand van de Leie. Aan de overkant heb je Desselgem en, meer oostwaarts, Sint Elois-Vijve, langs een brug toegankelijk; vroegertijds met een veerpont.
We paalden toen ook nog aan Wielsbeke, zuidzuidwest, waarmee onze gemeente intussen, samen met Ooigem, gefusioneerd is. Dus voortaan geen Sint Baafs-Vijve meer! De bewoners van de dorpsplaats noemen de plaats waar wij woonden Canada, om onze noordelijke ligging, en onze wijk Drogenbroodkoek.
Symbolisch? Toch niet toen ik geboren werd, korte jaren voor de eerste wereldoorlog, waarvan ik als vijfjarige nog herinneringen aan 'vluchterkesmaandag' heb overgehouden.
De Duitsers zouden alle mannen beneden de vijftig, (of ongeveer), meenemen als dwangarbeiders. Er werd bij ons voor vader gevreesd. We zouden ons op het leemzolderke, dat pal noord lag, verbergen en Dolfke Van Acker, onze oude boever, zou de boer verbeelden en Mietje uit de Drie Koningen, een nabijgelegen herberg, de boerin! Het ging gelukkig niet door. Op zeker ogenblik hoorde ik van op dit leemzolderke, waarop ik reeds veiligheidshalve met het slechts enkele maanden tevoren geboren broertje Paul, heen gebracht was, een vrouwenstem van op Wakkenskouter dringend roepen " het is niet wàààr". En zo werden wij er, tot mijn spijt weer afgehaald, en zo ontdekte ik mijn zucht naar avontuur..
Hoe heerlijk het had kunnen zijn moet ik gevoeld hebben als vader en moeder en André samen met ons de nacht hadden doorgebracht, in dat schemerig, geurig, lekker ruikend oord. Angstig luisterend wellicht of we nog die woeste Noormannen, de Duitsers, niet hoorden tegen Dolfke razen... Of wat verwachtte ik heimelijk? Juist, ja, doodgewoon iets anders dan 't gewone.
Je kunt je duidelijk nog heel goed je kinderjaren herinneren?
Jazeker, maar laten we herbeginnen aan de jaren met de fatale datum voor mij: 8 oktober 1909. Moeder wilde mij 's morgens uit de wieg tillen, zoals gewoonlijk, maar mijn hoofd en ledematen hingen te slingeren. Moeder schrok zo hevig dat ze mij terugwierp, (zoals ik het haar later hoorde vertellen) en luid krijtend naar de aardappeloogsters naar buiten liep: "dát Gabrielleke is nu ook dood". Dát sloeg op het feit, dat voor mijn geboorte, mijn enig zusje dat ook Gabrielle heette, aan longontsteking gestorven was. De erbij gehaalde dokter stond er hulpeloos bij. Hij kende blijkbaar de naam van de infectieziekte niet die mij getroffen had. Later sprak men van kinderverlamming maar toen was ik reeds aan herstel toe. Verlamd waren mijn rechterbeen en mijn linkerarm. Ik zou beter halfverlamd zeggen, want aan de voet van het getroffen been deden de tenen het normaal. Maar de Achillespees deed het helemaal niet. Aan de linkerhand waren pink en duim in orde maar de wijsvinger kon of kan niets, hij staat rechtop als ik hem niet dwing. De twee middelvingers hadden, of liever hebben wel kracht genoeg om iets vast te houden, maar ze kunnen niets grijpen.
Het ergste was eigenlijk wat er nadien bijgekomen is. In het begin dat ik kon lopen (en ik liep voor de eerste keer op Sint Jozefsdag 1912, bijna 3 jaar oud dus). Een meid moest me 's morgens door de weide heen, naar mijn grootouders begeleiden (later kon ik dat alleen natuurlijk) . Zij was slecht gezind, omdat moeder haar voor ons vertrek een uitbrander gaf: "zie maar dat ge niet zo lang wegblijft als gisteren..!".
Ze ging zo vlug, met mij aan haar hand, dat ik viel. Ze rukte mij recht, aan de goede arm trekkend, en daar ik niet onmiddellijk mijn evenwicht vond en daarbij nog lachte, moet ze gedacht hebben dat ik het erom deed, dus gaf ze er nog een flinke ruk aan. Ze gaf er nog een bovenop, denkend misschien "ik zal haar wel temmen", waarop de hoofdspier in mijn schouders sprong zoals een te strak gespannen elastiek zou doen.. Resultaat: eerst een scherpe pijn, daarna een doodmoe gevoel dat enkele dagen aanhield. En niemand merkte het, want ik sprak er niet over. Zei die meid immers niet "dat ik het erom deed"? En had ik toen ik lachte niet aan een spel, zoals met mijn liefste meidje Irmaatje, gedacht?
Ik dacht dus aan eigen schuld. Je ziet, Iris, hoe ik toen reeds reageerde. Zo is het verder gegaan: steeds had ik, aan de verkeerde dingen die me overkwamen, in zekere zin schuld. (Dat dacht ik tenminste) . Dus was ik een gemakkelijke prooi voor treiters en ruziemakers.
Was er dan niemand in je onmiddellijke omgeving, Gabbeke, die bemerkte wat er eigenlijk met jou aan de hand was?
Vader en moeder bemerkten ongeveer tezelfdertijd dat ik mijn arm niet meer opwaarts gebruikte. Een boterham midden op de tafel van het bord nemen, was genoeg om het krabsgewijs te moeten doen: met de vingers van de rechterhand er naartoe lopend tot ik het begeerde beet kreeg. Natuurlijk zag de dokter niets bevreemdends. De dofheid was al lang weggeëbd, dus geen hogere kleur meer dan normaal. Ik was al meer dan tien jaar oud, toen men bemerkte dat mijn schouder zich half buiten het gewricht bewoog. Veel en veel te laat voor iets wat pas met de huidige techniek hersteld had kunnen worden, en dan nog slechts indien het onmiddellijk gesignaleerd zou worden.
Je zou het een groot ongeluk kunnen noemen. Je droeg dat lichamelijk letsel dus je hele verdere leven mee?
Daarmee heb ik het tot mijn vijfenzestigste gedaan. Dan is me nog iets ergers overkomen: een heupbreuk, die spijts of omwille van de speciale goede wil waarmee ze hersteld werd, verknoeid was voor de rest van mijn leven. De kromming aan de heup - vergroeiing die door het vele gebruik ontstaan was - konden ze wegwerken door die erin naar binnen te draaien, en klaar was Kees, dachten ze verheugd, om hun goede inval. Maar ze rekenden niet mee dat daardoor het evenwicht in de rug en de andere heup verbroken kon worden.
Sindsdien kan ik niet meer alleen buitengaan. In huis wankel ik wel wat rond, wat dikwijls tot vallen leidt en tot breuken: aan de zwakke linkerarm of zelfs aan het rechterbeen. Nu moet ik voorgoed - en basta ermee - in een rolstoel door de smalle gangskens van het appartement, heenslingerend en... haperend. Is dit samenspel van kleine tegenslagen met levenslange gevolgen duidelijk genoeg? Tot vervelens toe, vrees ik.
Gabrielle, ik ken je als een sterke vrouw. Een sterke persoonlijkheid. Iemand die niet opgeeft. Iemand die vecht voor een waardig bestaan. Of vergis ik mij?
Ik houd het uit. Ik word binnen een paar maanden 85 en lijk nog niet in de nabije toekomst te zullen sterven, alhoewel dat hart, (die holle spier!), soms bitter in gebreke blijft, maar verder is het taai als welster. (Een soort leder denk ik, misschien van haaien, zoals in 't schoenmakerslied).
Je stamt dus uit een echt boerengezin, zoals er op de dag van vandaag nog weinig te vinden zijn, veronderstel ik. Ken jij nog af en toe die hunker naar jouw geboortegrond?
Onze familie, langs vaders zijde, woonde reeds sinds 1626 op dezelfde hoeve, toen waarschijnlijk nog leengoed (braakliggend in elk geval) van 't Blauw Kasteelke, wiens land aan het onze paalde. In de loop der tijden werd het een pachthoeve en onder het regeringsschap van Karel Guillemijn ° 1765, flink uitgebreid tot een middelgrootte oppervlakte van 16,40 hectaren. Onze overgrootvader, Sebastiaan Demedts, kwam van Dentergem in 1829, om er in te trouwen met Karels jongste dochter Coletta.
Die heren van 't Blauwhuis, op wiens grond onze overleveringen stonden, heetten Van Mander (zoals Carel van Mander, uit Meulebeke, geboren in mei 1548, die naar Holland vluchtte in de Spaanse tijd en er zijn Schildersboek schreef, waarvoor hij nu nog gememoreerd wordt.) Mijn broer André dacht dat ze van dezelfde familiestam moesten zijn, omdat ze allen uit dezelfde West- Vlaamse gemeente kwamen. Dat is slechts in zover belangrijk omdat de vrouw, die onze stammoeder zou worden, en met de eerste Guillemijn trouwde, reeds zwanger bleek voor hij haar "bekende", zoals dat zo mooi in de bijbel heet.
In elk geval kregen ze daardoor van hun leenheer, waar ze beiden voor werkten, het leengoed toegeschoven in volle eigendom, voor de eerstgeborene die ook Karel zou heten. (Vraag me nu niet of ik dat allemaal voor echt verklaren kan, ge weet wat sagen en legenden kunnen zijn: een vleugje waarheid en de rest, in de loop der tijden, steeds vollediger gemaakt om het als 'af' te tonen).
Ik weet, lieve Gabrielle, dat je naast levensmoed en wilskracht, een scherp verstand bezit. Je boeit mij door enerzijds je tederheid en oprechtheid, en anderzijds door de machtige pulseringen die een groot deel van je leven beheersen, tot het abrupte toe, zou ik haast durven zeggen. Die poëtische ziel van je, waardoor je zo goed kunt vertellen en waardoor je gedichten schrijft, heb je die van een van je voorouders geërfd?
Poëzie, zei mijn vader, dat is een speciale gave: de één bezat die, en de andere kon zich uitpersen maar bereikte niets; niets authentieks. André, (liet hij doorschemeren), had die dus.
André's medewerking aan bekende literaire tijdschriften begon op zijn achttiende, met het gedicht "Gebed voor Lenin", in Pogen, waarvan Wies Moens redactielid was. Hij was ook de auteur van "Celbrieven", waardoor ik op mijn vijftiende tot de literatuur bekeerd werd. Ik dacht dus dat ik dat zou moeten compenseren door proza te schrijven. Ik heb, tot mijn verrassing, op de leeftijd van 24 jaar, om precies te zijn op 27 november 1933, mijn eerste kreten op papier genoteerd. Ik wist niet of men het geschrevene wel als een gedicht beschouwen zou. Het draagt de titel "NACHT", dat nu als eerste (aangezien hun chronische volgorde waarin de verzen gerangschikt zijn) in het boek "EEUWIG IS NU" verschenen is.
Er zitten zeker nog een heleboel dingen in je geheugen opgeslagen uit je jeugdjaren? Dingen die ons interesseren, die ons een stap terugbrengen naar onze eigen jeugd. Een generatiekloof maakt al een hele hoop verschil uit, om nog te zwijgen van meerdere. Je zou soms verstomd staan van wat jongere mensen graag weten, waar ze naar trachten, naar dingen uit 'de goede oude tijd'...
Ja, Iris, ik moet nog iets vertellen. Victor de Lille, hoofdredacteur van 't Getrouwe Maldeghem, nam dat gedicht van André, "Gebed voor Lenin", uit Pogen, in zijn eerstvolgend nummer op, (op de voorste zijde, rechts).
Omdat het voor die tijd zulk een geavanceerde stellingname tegenover het communisme aan het licht bracht, die slechts bij de meest vooruitstrevende aan bod kon komen. Wat een tijden toen! Slechts enkele jaren nadien kwam Henriette Roland Holst-van der Schalk, na haar bezoek aan de Sovjet-Unie, met haar gedicht: "We zullen u niet zien/ o lichtende vrede/ niet rusten in uw weeligheid/ van onze lippen naar ons hart gegleeden/ noch wikkelen om onze leeden/ de weeke plooi uwer broederlijkheid.. ./".
Ik wist niet dat uw broer André Gebed voor Lenin schreef. Intussen hebben we heel wat bijgeleerd, nietwaar? We horen en zien niets anders dan corruptie, uitbuiting en verdwazing in onze eigen Westerse wereld. En Henriette Roland Holst-van der Schalk heeft wellicht nooit de menselijke ellende en de slaventoestand verdicht van het Rusland van vóór Lenin. De Soviet-Unie is dan toch voor één ding goed geweest, me dunkt: ze heeft zolang ze kon, het egoïsme in de mens bestreden, het druggebruik en de pornografie. En heeft vele broederoorlogen vermeden. Kijken we maar naar wat nu in ex-Joegoslavië aan de gang is. Maar laat het ons over iets anders hebben dan over politiek en politici, mij heeft hun taak nooit geboeid. Vertel misschien liever iets over je grootvader Ivo?
Grootvader Ivo Demedts had veel gelezen. Hij kende Frans en Latijn, speelde viool en kon daarbij zeer schoon zingen. Zo te horen geen echte boer. Zeker niet in de zin van wroeten en slaven om het aardse goed. Hij dacht en hij voelde daarvoor te diep en te ruim, en genoot te graag van schoonheid. "Het leven is zo schoon', dacht hij "hoe dat er mensen kunnen zijn die niet gaarne leven?"
"Zo hard en zo schoon", zou ik eerder met Jeanne Van de Putte zaliger willen zeggen. Maar hij bezat gaven ongeteld en kon vrij naar alle zijden, het bestaan begaan. "Niemand die zo vrij kan leven als een boer die op zijn eigen hoeve woont", zei hij, "maar zover zijn wij nog niet". Dat was wel waar, maar intussen werd bij ons toch de traditie hoog gehouden.
Met traditie bedoel je wellicht onder andere ook gastvrijheid? Welke soort mensen kregen jullie op bezoek?
Bij ons stond de poort, zowel in de week als 's zondags, wagenwijd open. Er was 's zondags dikwijls bezoek, wat bij onze grootouders ook al het geval schijnt geweest te zijn. Allerhande kunstenaars, en deze die graag zo genoemd werden, en literatoren, jong en oud, kwamen op André's naam af. En ook een paar vrienden van André en mij. De intieme ontving André in de Beste Kamer die hij, met alle oude meubels erbij, tot zijn kamerbureau had gepromoveerd. Ze diende ook nog voor groot familiebezoek. Boeken en papieren verdwenen in de boekenkast.
Andere bezoekers bleven gewoon in de woonplaats. Er waren er zelfs bij die graag kaartten. Dan werd er met gevieren een bodspel opgezet. Dat deed ik echt gaarne, al was ik niet de meest gewiekste; dat was ontegenzeglijk René de Buyck, een boerenzoon en oud medesoldaat van André. Dan was er Georges Vandemoortele, de schilderbeeldhouwer, die hele stukken uit Homerus of Sofokles voordroeg. Of uit Goethe's Faust. Heerlijk gezelschap was dat.
Ja, Gabrielle, het zal er bij jullie niet saai aan toegegaan zijn. Hoe zit het met vrouwelijk schoon? Kwam ook dit over de vloer?
Er was mijn levenslange vriendin, Marcella Van Sieleghem, die iedere zondag kwam, van mijn achttiende tot mijn vierentwintigste jaar. Toen trouwde ze, op 17 augustus 1933. Vier maanden daarna, op 27 november 1933, schreef ik dat eerste vers:
Nacht
Over de open vlakte
schreeuw ik een naam,
ijzig en stil
hoort de verte mij aan.
Trilt er nog verlangen
in die rauwe stem ?
Is er zachtheid te verwachten
van een dier in een klem ?
Plotseling lichten ogen
door 't vertwijflen heen,
de wanhoop vlucht ijlings
en laat mij alleen.
Om die blik alleen
wil ik wel gevangen zijn,
wil ik mij bedwingen
tot ik lach, rillend van pijn.
Ik kan de twijfel, waarvan je sprak bij het begin van ons gesprek, onmiddellijk wegnemen: zeker, Gabrielle, is dit een gedicht. En nog wel een dat meer dan een mens zal ontroeren. Heeft het iets te maken met je vriendschap met Marcella? Was ze een soort vertrouwelinge? Iemand aan wie je alles kwijt kon?
Wij waren zo intiem met mekaar, elkander al onze geheimen toevertrouwend, dat waarschijnlijk die kreten van mij, niet meer door haar opgevangen, wel in woorden-om-op-te-schrijven moesten uitbreken. Tenminste zo leg ik die eerste, beslissende uitbarsting uit. (Inspiratie, zoals we het willen noemen) . De volgende verzen waren het evenzo. Het papier werd de toeverlaat van het ongetrooste inwendig zeer eenzaam meisje dat ik was.
We hadden het ooit over godbewustzijn. Je zei me ooit dat het beeld dat je had van het leven na de dood, de ene dag positief is, de andere dag negatief. Je gaat nu stilaan de avondwijdte in met alles wat dit meebrengt aan overpeinzingen. Denk je dat je een deel van het grote mysterie hebt kunnen ontsluieren of blijft dit, nu je een hogere leeftijd bereikt hebt, een onoplosbaar raadsel voor jou?
In die tijd ook, op weg naar Wakken zijnde, om er mijn haar te laten knippen, is me iets zeer ernstigs overkomen. Na telkens twee boomgaten te hebben gepasseerd, moest ik telkens opnieuw een ogenblik blijven staan om eens goed adem te halen. Toen overviel me plots de gedachte en het gevoel: er is niets dan leegte. God bestaat niet. Je vader en je moeder en je broers kunnen niets voor je doen. Je bent alleen in die leegte om je heen. Gras groeide er misschien over, maar geen reddende zekerheid kon ik nog ooit terug verwerven.
Hoezeer ik later ook leed en schreide, er werd niet meer opengedaan. Geen troon, waar ik God op zou zien, uit mijn kindertijd, toen ik meende dat men maar tot aan de einder moest, om er daar eens achter te kijken. (Dacht ik aan gordijnen die konden opengeschoven worden, of aan een schemerige muur waar doorheen een gat te maken viel? Ik heb het niet concreet kunnen uitvoeren, een 'hier even' bestaat zelfs niet).
Wat jij me zegt wijst op groot gemis. In de meeste van je gedichten is dit gemis aanwezig. Meestal schrijnend. Ik weet niet of je in een paar woorden kunt weergeven wat je echt gemist hebt in je leven. Heeft het te maken met je leven als vrouw? Het kinderloos zijn? Of zijn het jouw nooit uitgekomen kinderdromen? Vergeef me als ik probeer tot in je intiemste gedachten door te dringen, maar een oudere mens heeft soms behoefte om dingen uit te spreken waarover hij een heel leven lang heeft gezwegen. Hoe zou jij het woordje 'gemis' best kunnen omschrijven?
Sinds ik tussen de stenen woon, Iris, dat is sinds 10 mei 1944, na het huwelijk van mijn broer Paul, ken ik een niet aflatend heimwee naar 'buiten'. Naar bomen die men aanraken kan, en gras om in te liggen 's zomers. Zoals ik vader soms zag "noenstonden", met zijn klak onder zijn hoofd en verder al het groen onder hem als een echt tapijt. En vogels, urenlang, dagenlang, de leeuwerik boven het koren waar hij zijn nest had. Je kon de deur niet uit of daar hoorde je hem (of haar). Ik heb er zelfs dichtregels over: "Mijn gedachten gaan naar u/ zoals een leeuwerik naar de aarde schiet/ uit zijn hoog en zingend zweven/ zo schieten mijn gedachten naar u toe../". En merels, vinken, zelfs de slag van de kwakkel was er soms.
Mijn grootste gemis in mijn volwassen leven echter, Iris, was van dezelfde oorsprong als dit van jou. We hadden beiden een grote vrouw als moeder, die het beliefde niet van ons te houden. Of is dit niet helemaal juist? Wat mij betreft zekerlijk niet. Als ik viel en mij pijn deed kwam ze toegeëild om mij te helpen. Maar een andere keer deed ze mij, met een kleine slag, op de grond belanden. Het is natuurlijk die keer, die levenslang schrijnt.
Ook die keer dat ze weigerde mijn verkreupelde rechterarm te helpen wassen de zaterdag. Ze was niet moe, we waren samen, helemaal alleen. "Ik moet dat ook zelf doen", zei ze schamper. Het laat zich niet vertroosten, niet paaien met ergens een ander detail. Het blijft onopgelost. Wat mij kwellen blijft zijn de vragen over het waarom. Waarom??? Deed ik niet evenzeer mijn best als mijn broers die zij letterlijk over de dood heen zou hebben gedragen? Het feit hoe blij ik was als ze vriendelijk deed of was, bewijst hoezeer ik van haar hield. Ook later, in mijn winkel, toen ik een vulpen uitprobeerde voor een klant, kwam daar onbewust het woord 'moeder' tevoorschijn.
Tot het eens tot mijn bewustzijn doordrong en ik het uit mijn vingers dwong... want hysterie hoefde ook niet. Die gedichten met hun noodkreten als van een jakhals bij nacht, ze ontstonden steeds bij een van die negentien uitbarstingen van moeder. Dat was de lont aan het stro.
Ja, Gabbeke, hoe goed versta ik je. Jouw moeder is al lang gestorven en je zult dit groot gemis misschien wel nooit te boven komen. Ik daarentegen weet dat mijn moeder nog leeft. Ze gaf mij als straf 'levenslang'. Wat hebben wij misdaan? Niets! Wij waren en zijn in hun ogen te gevoelig voor tederheid, voor warmte, voor genegenheid, voor schoonheid, voor oprechtheid. Onze ruime ziel past niet in hun enge wereld. Ik heb mij neergelegd bij het feit, dat mensen zoals wij vaak vergeefs beminnen. Dat we onbegrepen blijven tot aan onze dood. Misschien is dit de zware tol die we moeten betalen om innerlijk een rijk leven te leiden. Maar wat mijn moeder betreft: ik heb me eindelijk, na een halve eeuw hopeloos wachten op wat wederliefde van harentwege, van achter de tralies bevrijd. Ik ben eindelijk uit mijn lijden verlost. Graag zou ik dit schrijnend gedicht van jou, Gabrielle, willen publiceren. Het lijkt alsof het uit je ziel gereten werd:
Hier sta ik
Hier sta ik en ik vraag: was dit mijn leven wel,
was er geen ander, stouter, grootser heilig-vrij,
meer van mij? O het wreed, ondoorgrondelijk bestel
dat de bottende stengel van 't zonlicht verstak!
Hier sta ik ontzet: is mijn leven, is het voorbij?
Was dit dulden en derven het hele besprek?
Hoe is het te verklaren dat vruchteloos zij
het vol en hoog willen van het vroegere kind...
O man o kinderen o arbeid breed en zwaar,
eenvoudig lot dat duizenden leiden zo maar,
ik sta u terzij omstuwd door bloemen en wind
en eenzaam als het kruis op mijn vaders koud graf.
Dromen vragen leven: al drijft vruchteloos af.
Er schiet me opeens te binnen, Gabrielle, dat de plaats waar jullie woonden Canada genoemd werd. Weet je wat de naam Canada eigenlijk betekent? Aca nada of 'ca nada. Komt van de Spaanse veroveraars, die in dat deel van het latere continent America aan land gingen en riepen: 'ca nada' ( 'ier niets): niets dan leegte.
Wat je niet zegt, Iris, ja.. de leegte. Maar over mijn familie zou ik nog iets willen vertellen. Mijn ouders kwamen beiden uit een boerenmilieu. Moeder was rijker, burgerlijker dan mijn vader waar het over cultuur, literatuur, muziek en levensopvatting ging. Beiden hadden middelbare studies gedaan; moeder tot haar achttiende, waarbij ze de gouden medaille won. Vader studeerde slechts twee jaar in het Tieltse bisschoppelijk College waar hij ook steeds de eerste in uitmuntendheid was. Hij had zelfs op aanraden van zijn leraar in het voorbereidende, het eerste middelbaar overgeslagen om er toch weer als primus uit te komen. Vader had thuis zijn kennis goed kunnen aanvullen door de boeken van zijn vader te lezen; boeken komend uit een veiling, de nalatenschap van een pastoor, dr. in theologie, uit Markegem, kleinste gemeente in West-Vlaanderen. Reeds toen dus wisten de bisschoppen niets beters te doen met hun briljante priesters dan ze zo klein mogelijk te houden. (Kwestie misschien van overvleugeld te worden?)
Ja, een hele karrevracht boeken waren het, plus een viool waar de lijm aan ontbrak, allemaal komend van die pastoor, aangekocht door mijn overgrootvader Sebastiaan op zijn negende jaar! Zodoende had deze overgrootvader, vooruitziende als hij was, de grondslag gelegd voor het ontstaan van een André Demedts, op de boerenbuiten van de Drogenbroodkoek, in het hartje van West-Vlaanderen, dat Canada geheten werd, zoveel als te ver af en te verwaarlozen. ('ier niets', zoals je zei).
Het oude huis
Hoe vaak heb ik de regen beluisterd
in het oud huis waar wij allen waren,
hoe vaak uw namen gefluisterd
hoe moet ik mijn heimwee bedaren.
Hoe moet ik mijn heimwee bedaren
nu niets nog ooit kan verkrijgen:
daar allen weer samen ervaren
dat groot naar elkander-toe-neigen.
Je overgrootvader heeft ook de grondslag gelegd voor het ontstaan van een Gabrielle Demedts, zou ik zeggen. In hoever heeft André Demedts, die broer van jou die, toen hij het al niet meer besefte, gekluisterd door zijn ziekte, de Staatsprijs zou winnen, je beïnvloed? Heeft zijn bekendheid je dichterschap bevorderd? Ik vraag dit, wetend dat het steeds moeilijk is geweest voor een vrouw om haar talent erkend te zien, en misschien nóg meer als er al één in de familie alle erkenning geniet.
Vraag je mij of het gunstig of ongunstig was André's zuster te zijn? Ik ben in alle geval geestelijk zo geworden door zijn nabijheid, in dezelfde tijd en levensomstandigheden volwassen te zijn geworden, kritisch als ik ben, zelfstandig, breed-open naar alle zijden, vol begrip en meeleven voor de minder goed gesitueerden. Mij inspannend tot het uiterste als het om liefde, vriendschap en genegenheid gaat.
Je hebt het over zelfstandigheid, Gabrielle. Zou je deze van jezelf een beetje nader willen omschrijven?
Ik heb getracht deze uit te drukken door het literair tijdschrift "HANDEN" te willen oprichten in 1981. Toen lukte het niet omdat er financieel niet aan te beginnen viel. Maar in 1983 kwam er het aanbod van de uitgever van Oranje, (Romain Witdouck, waarmee ik reeds van uit de tijd van mijn Waregemse boekhandel, Orion, bevriend was), om zelf uit te geven, verbonden met alle financiële lasten en administratie, zelf te dragen en te verzorgen.
Na aarzelen en talen (weet je wat je op je neemt?) heb ik aangenomen en samen met mijn reeds gewonnen redactieleden: Maria de Leebeeck, Germaine Dijckhoff, Bertien Buyl en Jet de Coster, vergaderden we bij onze uitgever. Dat was op 7 oktober 1983. In diezelfde maand nog vielen er al twee weg: Maria de Leebeeck en Jet de Coster. De drie anderen, waaronder ikzelf, bleven over. In 1984 verscheen ons eerste nummer, met op de voorzijde de afbeelding van Käthe Kolwitz' "Nadenkende Vrouw".
Ik heb het tijdschrift HANDEN niet gekend tijdens zijn bestaan. Ik wist zelfs niet dat het bestond en leerde het pas door jou kennen, nadat het al opgehouden had te bestaan, toen je me drie exemplaren toestuurde. Ik was trouwens zeer onder de indruk. De inhoud was van het bovenste beste. Ik vond er bijdragen in van vrouwen en van mannen, en toch wordt nu verteld dat jullie een soort tirannen waren voor de man? Hoe komen jullie aan zo'n misleidend imago?
Dat ik in de redactieraad louter vrouwen wilde, was niet bedoeld als uitsluiting van mannelijke medewerking. Van in den beginne heb ik naar alle zijden om kopij verzocht, met als onderwerp liefst (niet uitsluitend) over wat vrouwen aan groots in de loop der eeuwen hadden teweeg gebracht, nl. op gebied van letterkunde, politiek, wetenschap enz. om er maar een paar te noemen: Marie Curie, Hadewijch, Käthe Kolwitz, Belle van Zuilen (over deze laatste had Greta Seghers reeds een artikel klaar in 1982, ze heeft het dan aan "Ons Erfdeel" aangeboden omdat HANDEN toen nog niet beschikbaar bleek), Emily Dickinson, Virginia Woolff, Sappho. (Andre had het in het eerste nummer over Henriette Roland Holst-van der Schalk). Ik wilde daarmee aantonen dat grootheid niet alleen bij het mannelijke deel van de mensheid te vinden is.
Ik begrijp je best, Gabrielle, en ik ben het roerend met je eens dat vrouwen niet de verdiende aandacht (of zal ik zeggen niet het verdiende loon) krijgen waarop ook zij recht hebben. Bij jou ging het erom het talent van de vrouw in het juiste licht te rukken?
Het was een kwestie van de vrouw een podium te bezorgen dat gemakkelijker te betreden viel. Kan jij mij verklaren, Iris, waarom alle waardevolle tijdschriften in Vlaanderen alleen op mannelijke kracht, en macht, en inzicht en mogelijkheden steunen?
Tja... Waaraan dat liggen mag? Ik vermoed dat vele factoren een rol spelen, één ervan is wellicht, dat vrouwen feller zijn dan mannen, daarmee bedoel ik dat ze zich vaak gedragen als het wakend, op de loer liggend, wijfjesdier. In dit geval, de vrouw die iets te beschermen heeft: haar eigenheid misschien. Zo'n houding komt meestal antipathiek over omdat velen er niet aan herinnerd willen worden dat ook de mens een dier is.
Bij de mannelijke, minder intuïtieve groep, is het een oeroude gewoonte, dat men het wijfjesdier probeert uit te sluiten. Ik voel me nochtans goed in mannelijk gezelschap; ik heb behoefte aan deze antipode: hij herinnert mij aan dat amorfe deel in mij dat nooit tot leven gewekt werd. Je zou het zo kunnen stellen, dat mannen heerlijke wezens zijn zolang de vrouw zich niet bemoeit met wat zij als hun zaak beschouwen. En dat sommige vrouwen, vooral carrièrevrouwen, onuitstaanbare wezens kunnen zijn zowel voor de man als voor hun eigen soortgenoten. (Het wijfje, weet je).
Ja, Iris, de vrouwen... leer ze mij kennen. Ik weet het wel. Ik heb het genoeg ondervonden. De meeste vrouwen steken niet graag de nek uit. Angst dat hij neergeslagen of belachelijk gemaakt wordt? Ik denk vooral het laatste. Het ontbreekt hen aan zelfvertrouwen. Daarbij komt nog dat het leven van een carrièrevrouw zo druk bezet is - partner, kinderen, huishouden en de baas van haar werk - dat ze schijnbaar geen adem meer over heeft voor eigen initiatief.
Ook de kwestie van helemaal geen mannen in ons bestuur, lag aan die karaktertrek van vrouwen die het liefst de laatste beslissing overlaten aan de man. Een man met een andere visie dan de uwe volstaat om alle dames 'en bloc' voor hem te zien kiezen. Waar sta je dan als gelijkberechtigde of als hoofdredactrice? Nergens, meisje. Ik heb het ondervonden toen de uitgever zich verwaardigde een oordeel te vellen over het al dan niet aannemen van een kopij.
Dat de dames gezamenlijk, 'en bloc', zoals je zegt, voor een man kiezen verwondert me niet. Jij en ik zijn uit ander hout gesneden, hebben reeds als peuter moeten dulden; ons weren. We bezitten meer zelfvertrouwen. We kennen onze gebreken en schamen ons niet die toe te geven. Enfin, wij zijn zoals vrouwen zouden moeten zijn die de man als hun gelijkwaardige beschouwen. Daarom was er tussen ons beiden, vanaf het eerste ogenblik, een hechte band. Ik herinner mij dat het Frans Fransaer was die jou op mijn dichterschap wees. Je hebt me meteen een zeer ontroerende brief geschreven die ik als een schat bewaar.
Ja, Gabbeke, jij bent zoals ik: je dringt jezelf nooit op de voorgrond, je laat andere dichteressen aan het woord en je hebt geen angst overvleugeld te worden. Ik herinner mij hoe je bij ons eerste gesprek met liefde sprak over Christine D'Haen. Waren alle vrouwen in de literaire wereld maar even onbaatzuchtig, het zou er voor ons allen veel beter uit zien. Maar was het gedrag van je medewerksters bepalend om de uitgave van het tijdschrift HANDEN stop te zetten ?
Het laatste jaar, toen ik zelf een vzw oprichtte, en alles op mijn schouders nam omdat de uitgever faalde, en omdat ik hoopte het aan een jongere kracht te zullen kunnen doorgeven, waren er enkele waardevolle redactieleden bijgekomen: Carolina de Maegd, Monica Van de Craen, Nanda Imant. Jammer genoeg onttrok zich mijn vriendin Bertien Buyl: zij wilde het niet langer op zich nemen om mede met mij 'hoofd' te zijn en over de kopij te moeten beslissen. Dat moeten afwijzen zo dikwijls deed haar teveel pijn, zei ze.
Ik moest opgeven vanwege het gebrek aan financiële middelen. Het lag dus buiten mijn wil. Ik kreeg niet de te verwachten subsidie van minister Dewael, namelijk de som nodig voor de erelonen van de auteurs. Ik had het tijdschrift zo graag overgemaakt. Het moest blijven bestaan zijn, maar dan had het meer gepromoot moeten worden. Meer dan ik er instak is niet te verantwoorden, geloof me. Degenen die het hadden kunnen verhinderen, door voor een erbarmelijke som van 100.000 frank te zorgen, hebben het allemaal op hun geweten. Was het maar voor de voetbal geweest, Iris.
Ik proef de bittere nasmaak van je woorden, Gabrielle. Jammer dat we elkaar niet ontmoet hebben eer HANDEN verdween. Ja, ik vind het doodjammer, omdat we het samen zeker niet hadden opgegeven, daar ben ik van overtuigd, omdat we beiden taai zijn als welster, en dat moeten we, willen we ook maar iets ten goede keren voor de vrouw in onze 'republiek der letteren'. Ik laat je, met een van je diepste gedichten, voorlopig afscheid nemen:
In mijn handen in het heden
Al een half leven verder sinds ik u liet,
node achterliet aan bos en beek,
geest van mijn weide, wilde kersouw,
adem van weten in humus en dauw
geheimzinnig geproefd.
Zoals de slag van de vink
in klaar water vallen
en tegen regen, 's merels gezang,
zovele malen aangehoord en verdroomd
jeugdjarenlang.
De grassen verdwenen onder mijn hand
en 't weids open dromen dreef ook die kant.
Geest van mijn weide, wilde kersouw,
adem van liefdes levende weten,
slaat op als geluk uw onvergelijkelijk blauw
in de kleur van het eike uit dat nest van weleer
terug in mijn hand in het heden.
Na dit pakkend groots gedicht van Gabrielle, waarin ze haar hunker naar God vertaalt, wil ik haar dit gedicht aanbieden dat ik in 1992 voor haar schreef en opnam in mijn bundel Amplitudes:
Gedicht voor een vrouw
Zozeer op elkaar gelijkend
zo vol van die pijn
van die hartstocht
waarin onze wereld zich uit
ieder gebaar een gebed
iedere harteklop een bezwering
een omzichtig tasten
van de een naar de ander
een samenvloeien van wezens
zo vol van die heilige wil
van die stuwende kracht
die ons maakt wat we zijn
en zeggen dat het bestaat
een vrouw die een vrouw
met amper wat lettertekens
zoveel warmte kan geven
zoveel liefelijkheid
zoveel genegenheid
Iris Van de Casteele
Abonneren op:
Berichten (Atom)















