ik aanschouw mijn plannen
en de gekste dwarsboom ik nog het meest
ver weg is de tijd dat ik eiste
dat ik van mezelf niets te eisen had
ik noch hamers noch sikkels zou hanteren
bloemen blinken nu frivool en weemoedig
als met voorzicht geplukte en ontvouwde herfstbladeren
en eindelijk leeft vrede bovenhuids in verstrengelde vorm
als een beschermd monument, een zeventiende wereldwonder
verschuil en onthul ik me als een ander in hangende tuinen
want
“JE est un autre”
en
“what goes up must come down”
[salus = salvus = òλος = heel (heilig) = gezondheid, welzijn]
á=ð+blablabla÷Ň↔voilà⅞ΐ≥ff≠ik versta je niet‰Ґ Ǽ
←hé zie daar, een mens℗‽K+Ħzut alors!
[donderdag 29 oktober 2009 0:50]
De Onmogelijkheid van Poëzie in een Wereld
die misschien zelf “onmogelijk” is,
die we in ieder geval niet graag zullen “mogen”
Ik keek deze namiddag naar de dvd “Paul Virilio: Penser la vitesse”, een film van Stéphane Paoli (2008; ARTE Editions). Paul Virilio (geboren 1932) is sinds de jaren 1970 actief als urbanist, kritische filosoof en essayist: zijn laatste boek heeft als titel Le Futurisme de l’instant (Paris Editions Galilée, 2009). Tegenwoordig legt Virilio zich toe op de “schade die de Vooruitgang veroorzaakt”. Een schade die gezien moet worden in de context van de op drift geslagen discrepantie tussen de mentale tijd waarin wij onze omgang met onszelf en de wereld ervaren en de reële tijd waarbinnen de gebeurtenissen (bv. de economie) zich in de werkelijkheid voltrekken. We worden gevangen in een ogenblikkelijkheid en onmiddellijkheid (instantaneity, immediacy) waarin informatie en fictie verweven zijn, waar allerlei parallelle informatie gelijktijdig zou moeten verwerkt worden maar waarbij we door de ogenblikkelijkheid van de informatie niet weten in hoeverre de informatie die ons bereikt voor ons privé-leven of beroepsleven relevant is of niet. Gezien het ermee gepaarde tijdverlies, kan de parallel geproduceerde informatie die op ogenblikkelijkheid berust, geen duiding of achtergrondanalyse met zich mee dragen. Paul Virilio duidt één van de fenomenen die in deze nieuwe wereld zullen optreden, aan met de term “déflagration de la perception collective” (“verbranding van de collectieve waarneming”): een gebeurtenis zoals bv. 9/11, of Katrina in New Orleans, of de financiële crisis die in 2008 in een paar dagen plots hevig losbarstte, laat de mensen niet toe hun waarneming op elkaar af te stemmen omdat niemand weet wat waarheid is en wat fictie, geruchten of verzinsels zijn, waarbij ook niemand weet of een gebeurtenis een minuut, een uur, een week, een maand of een jaar zal duren, waarbij ook niemand weet waar de gebeurtenis precies zijn oorzaak vindt of welke hulpmiddelen efficiënt kunnen aangewend worden en welke catastrofaal zullen falen.
Deze algemene versnelling van de gebeurtenissen die de werkelijkheid vormen, stuurt de serialiteit en lineariteit van ons denken en van onze taal naar het rusthuis voor dementen. Onze hersenen pakken probleem ná probleem aan (serieel) en zijn er niet op ingesteld 20 cognitieve maar tegelijk ook emotioneel geladen taken tegelijk uit te voeren (parallel). Mogelijk moeten onze hersenen via een chirurgische operatie vervangen worden of minstens aangevuld met een reeks minicomputers die niet zoals bij een Deep Brain Stimulation via 1 elektrode contact hebben met de hersenen, maar die verweven moeten zijn met de hersenen als geheel, mogelijk zelfs ook met het hormonaal systeem, de bloedsomloop en de ademhaling en het immuunsysteem. Door die hyperversnelling die niet te vergelijken is met de snelheid waarmee de wereld veranderde tijdens de paar Industriële Revoluties die we sinds 1800 achter de rug hebben, vervallen ook onze vertrouwde noties van tijd en plaats. We kunnen op 10, 50 en nog veel meer plaatsen tegelijk aanwezig zijn en aan de andere kant zijn de ogenblikkelijkheid en de onmiddellijkheid zo gestructureerd dat ze niet ingebed zitten in een tijd waarin het heden steeds verwijst naar een verleden en vooruitblikt op een toekomst. We denken normaliter in ons heden en in het tijdsverloop dat we beleven, voortdurend met elementen die verleden zijn en andere die toekomstig zijn, bv. wanneer we ’s morgen schematiseren wat we in de loop van de dag zullen doen. Het “ogenblik” is echter een zuiver en naakt “hier en nu”, herleid tot niet meer dan zichzelf, zonder verbindingen met voorafgaande gebeurtenissen en zonder toekomstperspectief. De ogenblikkelijkheid en de onmiddellijkheid van de gebeurtenissen in “real time” vragen een onmiddellijke reactie, en zo we dit door het tijdverlies van ons denken, van onze inwendige dialoog of ons overleg met anderen niet kunnen, zullen automatische systemen instaan voor een respons, machines die we in hun werking niet meer kunnen volgen en analyseren en waarover we dus in wezen geen controle hebben, bv. om accidenten te vermijden. Hier verschijnt de machinale posthumane “mens” die zijn omgang met de wereld niet langer regelt via het tussenstation van het nadenken, het stilstaan en de afstandneming van de gegeven situatie om op die manier een werkelijk adequaat handelen in deze wereld te kunnen ontplooien. De posthumane mens reageert zoals een machine onmiddellijk, zonder het medium van het denken of de taal (de menselijke individuele of collectieve geest als “slide-in” tussen “stimulus” en “respons” zoals ik dit ooit, in een poging een nieuw aantrekkelijk woord te introduceren, heb genoemd).
We kunnen zelfs heel apocalyptisch denken: in de mate dat mensen verworden zijn tot informatiedragers en informatieoverdragers maar in deze rol qua efficiëntie overtroffen worden door machines die in “real time” opereren, moet het mogelijk zijn dit informatieverkeer dat belangrijker is dan de vroegere dragers en overdragers die biologisch menselijk leven zijn, elders in de ruimte te organiseren zodat zonder veel morele scrupules het leven op aarde en de planeet zelf kunnen opgeofferd worden. Virilio suggereert een dergelijk Apocalyps wanneer hij vraagt naar het recht waarmee de CERN (Centre Européen de Recherche Nucléaire in Genève) experimenten uitvoert met deeltjes die in absolute versnelling worden gebracht en waarvan men alleen met zekerheid weet dat ze zwarte gaten of gaatjes kunnen produceren, die worden afgedaan als onschadelijk maar die in principe materie (de Aarde als planeet) zouden kunnen opzuigen en doen verdwijnen.
De ogenblikkelijkheid is het einde van de Taal en dus ook van de Poëzie. De Taal en de Poëzie en de kunsten in het algemeen, met uitzondering misschien van de muziek, kunnen niet meer vooruitlopen op Revoluties waarvan ze in het verleden de eerste signalen aanbrachten en de functie van eerste lentezwaluwen vervulden. Poëzie en kunst zijn gedoemd zich te richten tot nostalgici, tot mensen die in het verleden verkiezen te leven, tot folkloristen, heemkundigen en geschiedkundigen. Allemaal mensen die politiek reactionair zullen zijn omdat ze: 1) de cultuur van de ogenblikkelijkheid verwerpen en moeten verwerpen willen ze dichter of kunstenaar blijven; 2) ze ook, behalve in zeer vage, idyllische en vrijblijvende termen, geen programma of project kunnen aanbieden waarin de mogelijkheden van de broodnodige technologie op een andere manier kan aangewend kan worden zonder de humaniteit van de mens te ondermijnen, een tekortkoming die hen dwingt zich politiek te identificeren met de” goede oude tijd” van het Stenen Tijdperk, de Middeleeuwen of de Golden Sixties.
We mogen bv. niet vergeten dat de roman (en later de film) met zijn verhaaltrant waarin een paar figuren doorheen het vertellen van een reeks gebeurtenissen zich ontwikkelen als karakters met een innerlijke eenheid, samenhing met de burgerlijke revolutie waardoor de burger als enkeling in interactie met andere enkelingen die hij liefhad/haatte of die hij ge- en misbruikte, vorm kon geven aan een hoogst persoonlijk biografisch leven. We maken ons nu echter op om te leven in een wereld waarin tussen gebeurtenissen geen links meer bestaan omwille van hun ogenblikkelijk karakter. Volgt u maar eens een week of zelfs een maand het tv-journaal en poogt u dan op het einde van die week of die week een rode draad te weven doorheen de veelheid aan geïsoleerde items die in het journaal werden voorgesteld, dan zal u merken dat u niet veel verder raakt dan een rapsodie van een reeks spectaculaire momenten en niet van “ontwikkelingen”. 25 jaar geleden zou het veel gemakkelijker geweest een of meerdere rode draden te vinden omdat het nieuws de items dan veel meer verbond met reeds uitgezonden items en met een vooruitblik op waar een bepaalde gebeurtenis toe kon leiden. De fragmentatie van het nieuws valt samen met de fragmentatie van ons leven, ook van ons innerlijk leven en van onze “identiteit” of “persoonlijkheid”. Dit impliceert dat het schrijven van een klassieke roman met figuren die zich doorheen allerlei “avonturen” ontvouwen en openbaren, binnenkort een anachronisme zal zijn geworden. James Joyce’s Ulysse (1922) en Franz Kafka’s Der Prozeß (1925) zijn voorafbeeldingen van een literatuur zonder personages die niet veel meer zal kunnen zijn dan een collage. Omdat het leven een collage worden en het hebben van een identiteit een imaginaire illusie zal zijn die in Jacques Lacan’s termen geenszins correspondeert met het Reële van ons zelf (!?) en de wereld waarin we leven.
De poëzie en de letterkunde is al een tijd je verworden tot commercieel divertissement en wordt nu als spektakel op tv en in de andere Media gebracht: herrie rond literaire prijzen, evenementen zoals Gedichtendag laten goed zien dat de aandacht verschuift van het schrijven zelf naar randfenomenen die zich in “real time” afspelen. Iedereen hoort te weten en wil weten wie de uitputtingsslag rond de Gouden Uil heeft gewonnen, maar geen kat is wezenlijk geïnteresseerd in de schrijver of zijn werk. Het interview dat van de winnaar wordt afgenomen, overstijgt dan ook niet het niveau van Story of Dag Allemaal, magazines waarop dat soort schrijvers zo minachtend op neerkijken. De winnaar gaat bv. met het gewonnen geld een nieuwe auto kopen of voor het pasgeboren zoontje een nieuwe kinderkamer wat smaakvoller dan voorzien inrichten. Jeezes: ziet u Charles Baudelaire, Arthur Rimbaud, Fernano Pessoa, Rainer Maria Rilke, Sylvia Plath, Paul Auster of wie dan ook van de grote schrijvers uit verleden en heden al op dat kinderachtig niveau hun eigen imago om zeep helpen? Er zal dus een grote kloof ontstaan tussen zeldzame schrijvers die er op 1 of andere inovatieve manier nog echt in slagen letterkunde te produceren en aan de andere kant stand-up comedians en dichters die nog wat extra maar zeer déjà vu shockeren om toch maar aandacht te krijgen en in een regionale zender als de VRT op het scherm te komen. Dat wereldje van dichters en schrijvers van de tweede rang is gedoemd een krabbenmand van corruptie en dolken in de rug te worden. Schrijvers konden elkaar vroeger al amper verdragen, maar dat had een meer affectieve reden die voortsproot uit eerzucht en aanverwante affecten. Nu zal het gaan om een plaatsje in de economische zon, om bikkelharde gevechten om subsidies en plaatsen op een affiche van een “festival”, etc.
De filosoof Dieter Lesage merkte rond 2005 reeds op: “Kunstenaars stoppen tegenwoordig meer tijd in marketing en de promotie van hun werk dan in de eigenlijke artistieke bezigheid.” Van sommige grote namen in de Vlaamse literatuur, die elk jaar een roman afleveren, wordt nu zelfs al getwijfeld of ze deze romans wel zelf schrijven, want ze komen dagelijks op radio of tv, ze treden iedere avond ergens op in een parochiehuis of een Cultureel Centrum en ze schrijven wekelijks ook nog een column van een redelijk niveau in een krant. Van zo’n mensen kan ik me alleen voorstellen dat ze trendy volksvermaak produceren (zij het eerder voor BV’s dan voor het “volk”), maar niet dat ze worstelen met een “thema” dat bezit van hen genomen heeft en waarbij het schrijven een kwestie wordt van leven en dood. Schrijvers die schrijven in plaats van zich af te vragen hoe hun werk zal “ontvangen” worden, lijken mij al een paar decennia een zeer zeldzame zeldzaamheid te zijn geworden. Althans in de Lage Landen. Niet te verwonderen dat de Vlaamse auteurs die internationaal het best scoren, misdaadauteurs zijn: m.a.w. typisch mensen die vermaak produceren voor een welbepaalde doelgroep, maar literatuur kun je dit niet noemen. Jef Geeraerts was in Vlaanderen vermoedelijk de eerste die aanvoelde dat de mode om te scoren met de beschrijving van vagina’s (in zijn geval van negerinnen) zijn tijd had gehad en dat vermaak in de vorm van misdaadromans voor een clevere kruidenier die Jef Geeraerts toch altijd is geweest.
Nu is er op zichzelf niets fout aan vermaak, divertissement en clownerie als dusdanig. Maar wat tot het verleden hoort is de maatschappelijke functie van de literatuur en de kunsten als de aankondiger van maatschappelijke veranderingen. De Renaissance werd bv. aangekondigd door een vorm van schilderkunst gebaseerd o.a. het perspectief en een nieuwe visie op het oog waarbij het oog de dingen niet zag door een soort stralen uit te zenden die in hun terugkaatsing door het zichtbare en geziene object dan weer door het oog heropgevangen werden. Deze visie werd doorheen de 14-15de eeuw in de schilderkunst geïntegreerd: Leonardo da Vinci is dan door zijn veelzijdigheid met de eer mogen gaan lopen symbool te zijn voor deze nieuwe schilderkunst, maar de trend was al een eeuw vόόrheen merkbaar. Tegenwoordig poogt een schrijver eerder commercieel maximaal te profiteren van maatschappelijke ontwikkelingen die zich reeds voltrokken hebben: het aantal auteurs dat het in zijn werk heeft over de euthanasiekwestie en het zelf beschikken over de eigen dood, heeft nu reeds een verzadigingspunt bereikt.
Poëzie aangepast aan de onmiddellijkheid en ogenblikkelijkheid waarvan Paul Virilio ons wijst op de gevaren die ze betekenen voor de mensheid zoals we die kennen, werd in wezen in de jaren 1910 en de jaren 1920 geproduceerd. Dada en bij ons Paul van Ostaijen waren in wezen hun tijd ver vooruit. Net zoals de moderne kunst (kubisme, futurisme, etc.) die rond 1900 doorbrak, het einde betekende van de wijze waarop de goegemeente toen dacht dat de wereld (bv. het waargenomen lichaam van een schildersmodel) samengesteld was. Deze fragmentatie die in de kunst opdook als thema en als werkwijze (ook in de muziek bv.) heeft dan vooral in de 2de helft zijn maatschappelijk beslag gekregen.
De laatste zinnen van Paul Virilio in de film luiden:
(boos) ‘On nous dit que la science, la techno-science a remplacé la métaphysique. Merci, c’est vraiment une bonne nouvelle !’.
‘Il y a eu Goethe qui disait en mourant: «Plus de lumière» – mehr Licht, mehr Licht;
mais la plus belle phrase, c’est Léo T. [ik kan de naam niet verstaan van wie hij bedoelt, of ik ken die kerel niet, iets in het genre van Léo Thom], « Qu’est-ce que vous ressentez?»; «Une immense curiosité»;
ça, c’est génial, c’est une phrase d’une espérance absolue; pour moi, c’est la plus belle phrase d’un mourant.’
(lacht luidop en ongeremd; waarop de interviewer zegt : ‘Et ça te fait rire encore!’).
‘Mais oui, parce que penser, c’est pas triste.’
(Einde van de film; zicht op strand en rustig aanrollende zee)
[donderdag 29 oktober, vóór en na een redelijk heerlijk avondmaal]
Voor de rest van de nacht lees ik wat in Philipp Blom De duizelingwekkende jaren: Europa 1900-1914
(Amsterdam, De Bezige Bij, 2009; oorspronkelijke Engelse uitgave: Philipp Blom The Vertigo Years. Change and Culture in the West 19000-1914. London, Weidenfeld & Nicolson, 2008). Het boek is me geschonken door een vriendin, Marianne W., in een generositeit die ik niet goed begrijp. Dat ze me dit boek aanbeval begrijp ik volkomen: de periode 1880-1920 is mijn geschiedkundige lievelingsperiode. Maar het ontgaat me waarom ze haar eigen exemplaar naar me opstuurde en nu zelf 10 dagen moet wachten op een vers exemplaar voor haar zelf. We zullen maar aan Blaise Pascal denken: «Le Cœur a ses raisons que la Raison ne connaït pas.» Sommige mensen overstijgen zichzelf in onnodige gulheid. Maar ik aanvaard graag het geschenk : na een paar bladzijden gelezen te hebben moet ik tot de conclusie komen dat het een prachtig boek is, een tour de force. Dit boek komt in de boekenkast van mijn nieuwe leefkamer in de Velodroomstraat in Oostende.
Doorgaans vergelijkt men de crisisjaren die we nu meemaken met de jaren 1930 en de Grote Depressie. Maar zoals Philipp Blom aangeeft en een mening die ik ook altijd heb aangehouden, lijken de jaren die we nu meemaken veeleer op de periode 1900-1914, toen men eveneens te maken had met een enorme versnelling op diverse vlakken die heel wat mensen in verwarring bracht en zelfs ziek maakte (het was de periode van de “neurasthenie” of zenuwzwakte, een ondertussen schijnbaar verdwenen ziekte, die nu vooral als depressie wordt geduid). Het was bovendien, net zoals nu, een periode waar niemand een duidelijk beeld had van waar één en ander zou eindigen en waar heel wat mensen geplaagd werden door onzekerheden, van de evolutie van de seksuele relatie tot het politiek regime dat leiding zou geven aan de respectievelijke Europese vaderlanden. De toekomst was open: beangstigend dus maar ook vol opportuniteiten.
(LICHT UIT EN SLAPEN !!!)
http://zarathoestra.wordpress.com/
Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
31 oktober 2009
28 oktober 2009
Eric Rosseel is back!
Stroomafwaarts
De stem van de mensen is bitter scherp geworden
Hun zeisen zijn na een halve eeuw weer met olie gewet
En de stem van kinderen en kids is hel maar ver van helder
Hun aller lijf voert oxydanten van lever naar nier en hart
En de zachtzinnige bodem van hun darmen is gehard
Met modder en een laag bezinksel van lood en cadmium
Ze zouden omwille van optimale verkoopbaarheid
En de malse smaak van hun tijdseigen vlees uiteraard
In kippengemeenschap best es een maand toeven in Bresse
In de stringente en breed golvende weilanden aldaar
Wat ochtenddauw, vers gras en aardwormen oppikken
Plus een glas Bourgogne ’s avonds lekker bij het haardvuur
De dichter in ons is zelf naar lichaam en geest ondermijnd
Door deze ongenietbare weefselvernietigende kakofonie
Van felle stemmen, loeiende sirenes en gierende banden
Nog een geluk: de meisjes van 12 tot 16 hebben huisarrest
Hun gegiechel en gillen activeert teveel straattestosteron
Op Internet bestellen ze nu Michael Jackson tranquillizers
U begrijpt wel dat al wat de dichter nog rest aan performantie
Slapend de boot neemt: Brussel tot Zennegat, de Schelde op
Dan Westerschelde en de Bocht van Bath, naar de Noordzee
Hij ontwaakt en steelt het ietwat verschraalde Gulden Vlies
Ter hoogte van het Casino en de zongele Venetiaanse Galerijen
Zie die inheemsen: ze dansen nu zijn talenten plots weer jubelen
[vrijdag 23 oktober 2009]
Eric Rosseel
De stem van de mensen is bitter scherp geworden
Hun zeisen zijn na een halve eeuw weer met olie gewet
En de stem van kinderen en kids is hel maar ver van helder
Hun aller lijf voert oxydanten van lever naar nier en hart
En de zachtzinnige bodem van hun darmen is gehard
Met modder en een laag bezinksel van lood en cadmium
Ze zouden omwille van optimale verkoopbaarheid
En de malse smaak van hun tijdseigen vlees uiteraard
In kippengemeenschap best es een maand toeven in Bresse
In de stringente en breed golvende weilanden aldaar
Wat ochtenddauw, vers gras en aardwormen oppikken
Plus een glas Bourgogne ’s avonds lekker bij het haardvuur
De dichter in ons is zelf naar lichaam en geest ondermijnd
Door deze ongenietbare weefselvernietigende kakofonie
Van felle stemmen, loeiende sirenes en gierende banden
Nog een geluk: de meisjes van 12 tot 16 hebben huisarrest
Hun gegiechel en gillen activeert teveel straattestosteron
Op Internet bestellen ze nu Michael Jackson tranquillizers
U begrijpt wel dat al wat de dichter nog rest aan performantie
Slapend de boot neemt: Brussel tot Zennegat, de Schelde op
Dan Westerschelde en de Bocht van Bath, naar de Noordzee
Hij ontwaakt en steelt het ietwat verschraalde Gulden Vlies
Ter hoogte van het Casino en de zongele Venetiaanse Galerijen
Zie die inheemsen: ze dansen nu zijn talenten plots weer jubelen
[vrijdag 23 oktober 2009]
Eric Rosseel
De Geletterde Mens wordt gelezen!
(sm1derek)
Visits
Total ....................... 15.157
Average per Day ................. 79
Average Visit Length .......... 2:28
This Week ...................... 551
Page Views
Total ....................... 24.709
Average per Day ................ 128
Average per Visit .............. 1.6
This Week ...................... 894
http://sm1.sitemeter.com/stats.asp?site=sm1derek
(sm1derek)
Visits
Total ....................... 15.157
Average per Day ................. 79
Average Visit Length .......... 2:28
This Week ...................... 551
Page Views
Total ....................... 24.709
Average per Day ................ 128
Average per Visit .............. 1.6
This Week ...................... 894
http://sm1.sitemeter.com/stats.asp?site=sm1derek
27 oktober 2009
"Nacht van de Ziel" in Oostuinkerke
Nacht van de Ziel
Op zondag 1 november wordt de Nacht van de Ziel georganiseerd op de begraafplaats van Oostduinkerke. 2009 kaarsjes zullen de begraafplaats en alle zielen over de hele wereld verlichten. Een bijzondere manier van afscheid nemen van de doden: grenzen, religie en overtuiging overschrijdend.
De Nederlandse dood- en levenskunstenaar Mary Fontaine organiseert i.s.m. de dIS Koksijde een Nacht van de Ziel op de begraafplaats van Oostduinkerke. Mary Fontaine heeft al enkele jaren ervaring met het organiseren van een "Nacht van De Ziel" in Almere, Nederland. "Onze" Nacht van de Ziel werd in 2008 voor de 1ste keer georganiseerd in kader van het project Ars Moriendi.
Om de link te maken naar Vlaanderen werd beslist deze nacht te organiseren in de periode dat de graven er hier het mooist bij liggen: onze dodendagen - Allerheiligen / Allerzielen.
De Nacht van de Ziel is een avond van licht en afscheid nemen van de doden op een eigen, gevoelige en mondiale manier.
Voor die gelegenheid wordt de begraafplaats van Oostduinkerke intiem, sfeerrijk en smaakvol licht gegeven door duizenden winddichte kaarsjes die ons verbinden en doen denken aan onze geliefden die zijn heengegaan. Die alle gestorvenen extra in het licht zetten. Vuurkorven geven je de kans je geliefde een berichtje te sturen en nog te vertellen wat je niet meer kon of nu nog graag zou willen.
Belangrijk is dat de dood niemand ontgaat. De dood onderscheidt geen culturen, rassen of komaf. De dood is alomtegenwoordig en elke cultuur ervaart ze als iets dat het leven de moeite waard maakt.
Gezien de stedenband met het district Marowijne in Suriname zullen op deze feeërieke avond eveneens Surinaamse elementen verweven worden.
In Suriname (Zuid-Amerika) is er bv. niet één ritueel rondom de dood, het zijn er eigenlijk heel veel. Sterven is een overgangsritueel, een overgang van leven naar dood. Het is voor de Surinamers erg belangrijk om lang, diep en goed afscheid te nemen. Zo kan de ziel of de geest van de overledene in alle rust de wereld verlaten en kunnen de nabestaanden op een gegeven moment weer rustig verder leven. Afscheid nemen is er ook een kleurrijke en muzikale belevenis, waar langzaam naar toe gewerkt wordt. Het afscheid nemen, lange en oeroude tradities, vele culturen, het vieren en verzorgen van de dode en het ophalen van leuke anekdotes en herinneringen staan centraal. Een bekend Surinaams gezegde is dan ook: “Waar de dood is, moet ook gelachen worden”. Want de dode was geliefd.
Op de begraafplaats zelf klinken op verschillende locaties zachte klanken. Muziek brengt mensen, culturen dichter bijeen.
Op de begraafplaats komt een kunstwerkje dat eveneens in Almere stond. Dit kunstwerkje is een extra afscheid van een Nederlandse dame aan haar gestorven baby’tje.
De Nacht van de Ziel, i.s.m. de Nederlandse Mary Fontaine, is geïnspireerd op de Mexicaanse dodendagen. Of ook: hoe in andere culturen mensen afscheid nemen van hun doden. In deze magische sfeer komen we samen met onze geliefde overledenen. Het mondiale aspect maakt deze dodennacht uniek. De hemel vult zich met de feeërieke klanken. Gezellige warme vuurkorven en sterretjes om berichtjes te laten branden en te vervliegen in de hemel naar de doden over de hele wereld.
De Nacht van de Ziel overschrijdt de grenzen van elke begraafplaats over de hele wereld, verbindt alle doden en culturen met elkaar. Brengt ons dichter bij onze geliefde gestorvenen.
Graag nodigen we dan ook iedereen uit op zondag 1 november van 22u30 tot 1u30 op de begraafplaats van Oostduinkerke om de heel bijzondere Nacht van de Ziel te beleven!
Mondiale sfeer, mystiek licht, geloof en geografie overschrijdend en bijzondere muzikale klanken. Een unieke nacht.
Gratis inkom natuurlijk.
Gastredacteur (zie linkerkolom) JOSE CHAMON - deel 1
Fernand Vanderplancke
Beeldhouwer Beeld verdienstelijke wielrenner 2009 en trofee Ronde van Vlaanderen
De Oostduinkerkse kunstenaar Fernand Vanderplancke is een geboren Bruggeling die in zijn jeugd nog speelde bij Club Brugge, in de tijd van zijn boezemvriend Fernand Boone. In zijn jeugdjaren trok hij naar de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Brugge. Na zijn huwelijk vestigde hij zich in Koksijde, later in Oostduinkerke. Hij werkte voor "Kind en Gezin", later in het Koningin Elisabeth Instituut. Maar zijn leven is één rode draad en gepassioneerd in het creëren en scheppen van kunstobjecten en medailles. In zijn atelier modelleert en boetseert hij, kapt hij in hout, beitelt of is minutieus aan het polieren. In zijn tuin ontwerpt hij grotere monumentale stukken. Kunstwerken die men in onze streek op diverse plaatsen kan bewonderen. Voor het oud gemeentehuis van Koksijde, in de voortuin van de Hotelschool Ter Duinen. Aan de rotonde aan het gerechtsgebouw in Veurne, enz. Tijdens de winteravonden doet hij aan grafisch werk, of schetst hij nieuwe creaties. In zijn atelier maakt hij medailles of plaketten. Op 29 februari 1999 werd in Parijs door de Internationale vereniging voor Plastische kunsten gelieerd met de Unesco aan Fernand Vanderplancke het "Certificat de Distinction" toegekend. In het najaar 2003 ontving Fernand Vanderplancke de hoogste onderscheiding in eigen gemeente. Hij werd door de gemeenteraad benoemd tot "Cultureel Ambassadeur van de gemeente Koksijde".
Succesrijke tentoonstellingen
In juli 2004 was er in Koksijde de bijzondere succesrijke kunsttentoonstelling met werken van Delphine Boël en Fernand Vanderplancke in Ten Bogaerde. Naast bronzen beelden toonde Vanderplancke hier in primeur een aantal werken in "wood-scissel art". In 2005 stelde hij voor het eerst zijn bronzen beelden tentoon in New York. In maart-mei 2006 nam Vanderplancke op uitnodiging deel aan de Internationale penningtentoonstelling in de Galerie de Steenlinde in Soest in Nederland en in juni van hetzelfde jaar stelde hij tentoon in het Kursaal in Oostende en werkte mee aan "Impressies van water en wind" in de havengeul van Nieuwpoort.
Sporttrofeeën
Het is bijna niet meer te tellen hoeveel personen, ondernemingen, overheidsinstellingen of sportverenigingen aan Fernand Vanderplancke opdracht gaven om een bijzondere trofee te maken. Voor de trofee "Ronde van Vlaanderen" maakt Fernand twee ontwerpen één voor de mannen en één voor de vrouwen. "De trofee 2010" is voor mij een zelfportret van de winnaar. Een kunstwerk waarop hij straks fier kan zijn. Aan de basis van het ontwerp toon ik wat het zal worden: de soms buitensporige inspanningen, de kracht en het beulswerk, de souplesse, vooral ook die tomeloze inzet en wil van de renner die hem tot ver voorbij de pijngrens brengt.
"En tenslotte de haatliefde verhouding met de fiets…”, verdedigt de kunstenaar zijn project.
José Chamon
26 oktober 2009
UITNODIGING
KAN LIEFDE ZÓ GROOT ZIJN ALS IN DE ZESDE ROMAN VAN
THIERRY DELEU
LIEFDE EN DOOD
OP SINT-ANDRE
Razor’s Edge Editions
*
Liefde en dood op Sint-André van Thierry Deleu
© 2009, Thierry Deleu en Razor’s Edge Editions
Druk: NetcopX Menen
Omslagontwerp: Peter Deleu
Tekening kaft: ©ROL08
Foto auteur: Ginette Vandenbussche
D/2009/11.230/01
Alle rechten voorbehouden
Verklaring:
Na de Creuse Trilogie, met Eindterm (2002), Amélie Laforêt (2003) en Arsène du Frêne, heer van La Vallade (2004), begaf Thierry Deleu zich met Klamme handen (2006) in de biotoop van de psychiatrie waar hij zich, als dokter Dirk Wolf van Leeuwen, onderdompelt in de (waan)werelden van zijn schizofrene patiënten.
Twee jaar later verscheen zijn politieroman, De doden zwijgen niet. De moord op informant Maarten Decock is het startsein voor een onderzoek dat gekleurd en fout getekend wordt door leden van de Antwerpse GDA zelf. Sporen die zouden kunnen leiden tot hun betrokkenheid bij drugstrafieken worden genadeloos uitgewist.
Moord en wedermoord is de rode draad in het verhaal.
Nu publiceert Thierry Deleu met Liefde en dood op Sint-André een fictieautobiografie (neologisme). Het verhaal gaat over het leven en de liefde van een bijzonder koppel dat niet gespaard wordt van ziekte en dood.
Voorstelling van het boek:
op 5 december, om 11.00 u.,
in de Kok-pit van het (nieuwe) gemeentehuis Koksijde, Zeelaan 303
Welkom: Marc Vanden Bussche,
burgemeester en
Vlaams parlementslid
Inleiding: Ilse Chamon,
woordkunstenares
Receptie aangeboden door de gemeente
*
Prijs: 12 € (verzonden: 15 €)
Over te schrijven op 000-0900214-54 van Thierry Deleu, Oostduinkerke
DANK VOOR JE BESTELLING!
De bestelde ex. zullen op de receptie worden uitgereikt. De boeken (worden op verzoek) door de auteur gesigneerd.
IK HOOP ECHT DAT JE ERBIJ BENT!
Waddenzee
Weer sta ik op de dijk
tussen onwetende, grazende
schapen te kijken naar die
luchten boven beweeglijk water.
Alweer die vreemde spiegel
als aan de horizon geklonken
waarboven wolken geen bestemming vinden,
verder trekken naar een andere kust.
Net als de vogels op het slik
die driftig in de bodem
pikken, voedsel voor hun
lange reis. Als één opstijgt, dan allen.
Ik kijk tot het tij opkomt en water
langzaam binnenstroomt.
Er is niets dat zomaar komt of
gaat en niets dat zomaar blijft.
Hannie Rouweler
25 oktober 2009
24 oktober 2009
Lars Ruben Bregonje
de ontdekking van Onbederf’lijk Vers Nijmegen 2009
Ingezonden door Ruud Poppelaars
Hij komt uit Nijmegen en hij mocht in Nijmegen zijn debuut maken.
De achtienjarige Lars Ruben Bregonje. De bedenker van regels zoals:
“op mijn handen loopt de schaduw van een viool”
en
“voordat je ‘t weet is ‘t weer zo ver
staat er een bloem op uit je nieuwe navel”
Er stonden 21 oktober niet zomaar wat dichters en schrijvers op de diverse podia aldaar
o.a. Adriaan van Dis , Ramsey Nasr (Dichter des Vaderlands) en Anne Vegter.
En dat was allemaal beslist allemaal heel aantrekkelijk. Anne Vegter met vijftien minuten durende monologen sterk en duidelijk serieus. Ramsey Nasr kreeg de zaal plat van het lachen. Toch vind ik hem meer caberetier/entertainer dan dichter. Althans mij verras je niet om in een gedicht naar aanleiding van de mislukte aanslag op het Nederlandse Koningshuis, te Apeldoorn, Het Nederland (intens lachend om zichzelf nota bene) te vergelijken met een land met 16 miljoen koningen. Ik bedoel dat liedje kennen we inmiddels wel.
Maar tussen de gekende dichters staan daar tradtie getrouw de nieuwkomers, de talenten.
Ik zag Karin Beumkes in een prachtige kapel optreden, ik zag Frouke Arns in een intiem
cafe De Mug haar kunsten vertonen. En in dat cafe ook, stond vanaf het katheder de achtienjarige Lars Bregonje zijn debuut te maken.
Voordat hij vorig jaar oktober begon met het schrijven van poëzie maakte hij absurde filmsketches, verzon curieuze theaterstukken en speelde triangel.
“In den beginne vooral beïnvloed door Franse dichters als Rimbaud.”
Dat was de eerste dichter die hij wilde lezen. Rond die tijd stuitte hij ook op een bundel van Lucebert en “het was alsof ik zojuist een antieke houten kist met edelstenen had geopend”.
Indrukkend was vooral zijn voordracht van zijn tot nu toe langste gedicht:
new york
new york is een oude man pratend in een leunstoel
hij heeft een baard maar in zijn schedel beitelt
een steeds jonger wordend volk aan muren en winkels
in zijn steile longen
een kudde loslopende masten
stijgt met de traagheid van verdriet
aan hun donkere ruggen schommelt
het water van de nacht
daartussen ben ik
en alles kijkt naar mij
maar wie slaapt en waarom gaan
aan de torens boven de wanorde
de gevangenen van tovenaars verward naar boven
als een defecte baksteen op een lichaam
de diep verdwaalde dorpszangers
op de kapotte hemel van metrostations
als de huilende lippen
van de adelaarsvrouw wiens kantoor
in vlammen gaan gapen is
ja
wie slaapt nog
en wat lacht zo zacht als een weiland
binnen het absorberende voorhoofd
van een aziatische krijgsheer
die hier geboren is maar de taal niet spreekt
want de taal is doof
en hoe zijn zij gezien?
want zij verdwenen op het moment dat een koffer
vol blauwgewelfde vlinders de straat af rolde
en zij schrokken met veel windstilte in de hals
waarna zij voor eeuwig verbrijzelden onder
de wolkenkrabbers waar zij in sliepen
[althans dit is wat wordt gezegd door hij die een
steeds groeiende stem niet zal rusten
en zeer stiekem zijn eigen mond opeet
en droomt van de gevleugelde bliksemdrager
die uit hoge tempels opengaat
toen de wereld nog oud was]
zo
kortademig is hij
men zou hem willen vangen
met de eetlust van een dode bok
en het lentelichaam van een vrouw
dat zich beweegt over vijftig zwarte trappen
dragend acht wereldzeeën op haar linkerborst
hij is een oude man pratend in een leunstoel
maar in zijn hoofd slaapt niets
in het krakende ei daar gloeide hij
met astma tussen gordijnen
starend naar reclameborden
vallend van lange hoogte
als was hij gelijk een donderend paard een dalende augustus
waardoorheen antieke vazen vlammen
met de braafgeurende minnebrief van de ochtend
wanneer men die in kerkers zingen hoort
daartussen ben ik
en alles kijkt naar mij
en alles gaat opwaarts
als rook op mijn ribben en blond van het bloeden
blond van napoleon de 3e of stuyvesant
die de aarde jammerend op zijn rug wierp
in een natuurverschijnsel van gruwelmoorden
over roodbleke draken met een vreemd lied in de keel
naar de vijand die geen vijand is
want de vijand is weerloos
en nog gaat hij eenzaam als hengelaas,
aan zijn ogen wankelt de verminkte maan van zijn machines
die wij dagelijks voeden met ons eigen eten.
maar hoe zijn zij gezien?
een groene keizer hangend boven het normale volk
ofwel de plots noorweegs zilveren bosgoden
ofwel
dat weet niemand
o wie slaapt en waarom heeft de huid
huilend van peper en olie
de buidel opgeslokt / mohammedanen
ingeslagen en uitgezogen
ja
zo
kortborstig is hij
nochtans ben ik gaan leven
met een opperhoofd van zwaluw
en rook en baksteen en nooit slapend want altijd bestaand
ik ben in new york
daartussen ben ik
en alles kijkt naar mij
De gedichtencyclus Vanuit de verte van Bert Bevers is online te lezen op: http://uitgeverijsansevieria.blogspot.com/
Gastredacteur (zie linkerkolom) FERNAND FLORIZOONE - deel 4
De hoop voor de toekomst: een gedicht van Fernand Florizoone dat 'zomaar' aan een strandkabine in Koksijde hangt...
23 oktober 2009
MIJN KLEINE REPUBLIEK
van hoof(d)zaken en bijzaken
-onregelmatig verschijnend verhaal
(1)
In mijn eigen kleine Republiek (met hoofdletter want het land heeft geen naam, alleen maar Republiek) zwaai ik de scepter. Niet vanuit een sluimerende neiging tot dictatoriaal gedrag maar integendeel geïnspireerd door een diepe bekommernis.
Mjn onderdanen zijn woorden, letters, en ik moet ze op een rijtje zetten, op één lijn krijgen, ze onder controle krijgen, en in bedwang houden.
Overigens is democratie een groot woord, een dik en duur woord, dat door dik en dun verdedigd dient te worden. Met woorden!
Er is nooit teveel aan democratie.
Democratie is een rekbaar begrip en kan voor allerlei doeleinden worden aangewend, ge- of misbruikt. Duitsland was vele jaren verdeeld in een democratisch westers deel en een Democratische Republiek. Er was zelfs een muur voor nodig om waarden, normen en vrijheden van de DDR te waarborgen en te vrijwaren. Is het nog vrijheid te noemen, één die tussen grenzen en muren wordt bewaakt als een gevaarlijke
gevangene?
Was -en is- veel van wat met godsdienst heeft te maken niet ook zo'n terrein dat het muren en wetten wordt vergrendeld, waar bepaalde grenzen niet mochten /mogen worden overschreden?
Alles wat naar fanatisme neigt staat dus blijkbaar vrijheid in de weg, en omgekeerd kunnen vrijheid en fanatisme bijgevolg moeilijk samengaan.
Alleen was het zo dat na de val van de muur het aandeel van cultuur in het maatschappelijke leven plots onrustbarend daalde, zoiets als de val van de cultuur.
In plaats van boeken, concerten en theater wilde iedereen zich laven aan de westerse verworvenheden als MTV, camera's, mode, wegwerpartikelen, consumeren om te produceren, een boot, injectiespuiten.
Neemt in onze maatschappij cultuur méér in dan 0,5 percent van wat mensen bezighoudt? En hoeveel zou je moeten scoren om bevredigend of relevant te zijn?
Moeilijk te meten; bovendien ben ik in ieder geval geen cijferman wat dàt betreft, geen fetisjist van tabellen, kolommen, of polls. Als je de slimme en snelle jongenslaat betijen krijg je overal ter wereld op de kortste keren hamburgertenten, condoomautomaten, gokpaleizen, namaakproducten en slechte drugs, en verdwijnen boekhandels, uitgeverijen van literaire werken en culturele centra. Maar moet je beslist geen doem-
denker voor zijn.
Ondertussen werden en worden er op andere plaatsen muren opgetrokken. Aan de grens van de staat die eens het monopolie bezat als 'machtigste staat' van de wereld en Mexico. Of om Palestijnen nog verder in de armoede en de wanhoop te drijven, de beste voedingsbodem voor wanhoopsdaden, of terreur als ultieme hulpmiddel en uitlaatklep om land te krijgen voor en van zichzelf, een Land met hoofdletter, een Staat en geen bezet gebied.
Een land waar een kind kan opgroeien in harmonie met zichzelf en de rest van de wereld.
Met de hand op de -profetische- Bijbel of op de -koloniale- Portefeuille is al leed genoeg aangericht. Die hand moet -en dat klinkt echt niet melig in mijn oren- op het hart rusten.
Muren hebben nooit iets opgelost, oorlog leidt tot oorlog.
In mijn kleine Republiek staan geen muren, enkel woorden, bladspiegels, utopieën, denkbeelden, illustraties en voorbeelden, esthetiek en realisme, prullenbakken en bloemperken, een schaapherder zowel als de energie van de grootstad, Led Zeppelin, Erik Satie,Tom Verlaineen de New Yorkse Television, Julian Cannonball Adderley en verder planken met boeken vol woorden, mooie, tragische, romantische, originele of 'gewoon' woorden.
Guy van Hoof
23 oktober 2009
22 oktober 2009
Over Conscience en de burgers van Darlingen
De “Société Littéraire de Courtrai”: ongewild voorspel tot de eerste Kortrijkse Loge?
(1863-1922)
Arrondissementscommissaris Hendrik Conscience: “katholieke vrijdenker”?
Kortrijk heeft in het leven van Hendrik Conscience een grote rol gespeeld. Hij verbleef er van 16 januari 1857 tot 11 september 1868 als arrondissementscommissaris.
Een depressieve Conscience
Conscience had een ongelukkige kindertijd. Zijn moeder stierf toen hij acht jaar was. Zijn vader, een ingeweken Fransman, was veel uithuizig. Als opgroeiende jongen was Hendrik dikwijls ziek. De jongen dook onder in zijn verbeelding en schoof de werkelijkheid voor zich uit. Op die manier voelde hij zich minder eenzaam. Hij kon erg neerslachtig zijn, tot op de rand van een zenuwcrisis en had vaak ups en downs. De minste tegenwind bracht hem uit zijn evenwicht.
Conscience werd op rijpere leeftijd hypochonder. Vooral in zijn Kortrijkse tijd regende het klachten over kwaaltjes en ongemakken. Iedere keer dat het met hem slecht ging, voelde hij de drang om van huis te vluchten en te gaan zwerven. Hij logeerde toen in afspanningen of bij “goede mensen”. Ook in Kortrijk poetste hij herhaaldelijk de plaat. In 1859 schreef hij: “Mijn zenuwen zijn ontsteld. Dezer dagen ben ik uit Kortrijk gaan loopen en heb mij naer de zee begeven, tusschen Veurne en Duinkerke, waer ik vier dagen in eenzaemheid langs het strand heb gedwaeld.”
Bij vrienden kon Conscience wel loskomen en boeiend vertellen. Hij had een grote behoefte aan vriendschap, liefde en geborgenheid. Hoorde hij niet permanent echo's van sympathie, dan voelde hij zich eenzaam in “eene woestijn”, zoals te Kortrijk. In 1865 schreef hij aan zijn vriend Van Beers: “In mijne ballingschap worstel ik al voort tegen de uitputting der eenzaamheid."
Conscience hield van de natuur. Zijn liefde voor de natuur was geworteld in zijn diepe behoefte om te genezen van zijn mensenvrees. Hij vond in de planten, bloemen en insecten, partners in eenzaamheid, met wie hij kon spreken. De natuur schonk hem troost, licht en sterkte.
Vanaf 1853 kon hij van zijn pen leven. Hij voelde zich eindelijk erkend toen hij in 1856 benoemd werd tot arrondissementscommissaris in Kortrijk. Daar probeerde hij zijn stand op te houden. Hij leidde er een rijkelijk leventje en was een welkome gast op diners, recepties en andere uithuizigheden. Geregeld kwam hij daardoor in geldnood.
Een katholieke liberaal
De invloed van zijn vrome moeder is op de jonge Conscience waarschijnlijk groot geweest. Zijn religieuze aard kwam heel sterk tot uiting in zijn werk. Enkel in Hlodwig en Clothildis (1854) gaf hij kritiek op het geloof. Als liberaliserende mens hield hij niet van een “klerikaal” katholicisme dat macht demonstreerde in de politiek en het openbaar leven. Hij hield zich ver van een demonstratieve katholiciteit. Hij stond op zijn vrijheid en verzette zich tegen de bemoeiingen van de clerus in het openbaar leven. De meeste van zijn vrienden waren liberalen: Gustaaf Wappers, directeur van de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, Jan van Beers, Emmanuel Hiel, Julius Hoste.
In de typisch burgerlijke geest die hem in zijn hooggeplaatste situatie te Kortrijk kenmerkte, schonk hij veel aandacht aan geldkwesties en status. In De burgers van Darlingen (1861) - waarmee hij de Kortrijkse burgerij bedoelde - zijn geld en kleinburgerlijkheid de rode draad in het verhaal. Conscience was het Kortrijkse milieu blijkbaar niet zó gunstig gezind.
Uit de armoede omhoog gekropen en erg gesteld op materiële en sociale vooruitgang, stelde Conscience zich heel zijn leven conservatief op. Het gezag was onaantastbaar; politiek en godsdienst mochten niet op elkaars terrein komen; onder de standen moest vrede heersen.
Conscience zou levenslang een diepe gehechtheid aan de vrijheid bewaren. Vooral in De Kerels van Vlaenderen (1870) wekte hij de indruk zijn geloof te hebben verloren. Hij was een vurig liberaal katholiek geworden. Hij pleitte voor vrijheid van godsdienst en trok van leer tegen het misbruiken van de geestelijke macht door de hogere geestelijkheid.
Zoals alle liberaal-geïnspireerden van die tijd wilde hij het katholieke wereldbeeld verruimen. Hij was voorstander van de autonome van de kunst: geen dogma’s of klerikale censuur of betutteling.
In 't Wonderjaer
In 't Wonderjaer (1837) verheerlijkte hij de geuzen en als liberaal gelovige had hij weinig sympathie voor het kerkelijk gezag.
In ons land kenden wij onder Willem I een korte, maar vruchtbare samenwerking van liberalen en katholieken, die samen ijverden voor persvrijheid, vrijheid van het individu en voor de scheiding van Kerk en Staat. Maar in 1832 vaardigde Gregorius XVI zijn encycliek “Mirari vos” uit die de aanzet betekende van een heftige antiliberale actie in de Kerk. Vanaf 1832 gingen de politieke conflicten tussen liberalen en katholieken crescendo. De Belgische liberalen werden vrijzinnig en antiklerikaal.
Conscience stemde toe dat zijn In ’t Wonderjaer werd gezuiverd door een paar katholieke geestelijken. Het boek werd omgewerkt tot een verheerlijking van het conservatieve katholicisme. De oorspronkelijke uitgave was niet meer te herkennen.
Die capitulatie voor de dwang van de Kerk viel hem zwaar. Hij had het gedaan om een zo ruim mogelijke verspreiding van zijn werk te bereiken. Het volk was in die jaren immers voor het grootste deel katholiek. De Kerk stond wantrouwig tegenover het literair genre dat hij beoefende. Bovendien was er het strenge antiliberale verzet van de clerus sedert “Mirari vos”.
In kleine steden zoals Kortrijk, waar de katholieken heer en meester waren, vergde het heel wat moed om zich nog vrijzinnig te durven noemen. De katholieke militante houding had veel te maken met de stijgende onvrede over Willem I, die weldra zou uitgroeien tot een georganiseerd verzet en een revolutie. In Kortrijk kozen de meeste notabelen voor het nieuwe België.
In zijn (niet gekuist) historisch verhaal In 't Wonderjaer beschreef Conscience enkele “historische taferelen uit de zestiende eeuw” met de beeldenstorm als middelpunt. De strijd van de geuzen tegen de Spaanse bezetting vormde de hoofdintrige.
Het boek was pro-geus en anti-Spaans, pro-Germaans en antizuiders. Vooral de verheerlijking van de geuzen schokte de katholieke gemoederen. Conscience was gewonnen voor de liberale geest en de vrijheidsroes van de Belgische revolutie. Ook later bleef hij diep gehecht aan die vrijheid. Ook in De Kerels van Vlaenderen getuigde hij van die vrijheidsdrang.
Heeft Conscience in deze periode zijn geloof verloren? Is hij vrijzinnig geworden? In een artikel in de krant “Den Antwerpenaer" (1837) brak Conscience een lans voor het exposeren van vrouwelijk naakt. Hij dreef de spot met de preutsheid en de “belachelijke zondevrees”.
Na de publicatie van De Leeuw van Vlaenderen (1838) was Conscience in de toen nog vrij beperkte milieus van de Vlaamsgezinden een belangrijke figuur geworden. In eigen land werd hij leraar Nederlands aan het Hof.
In Antwerpen ging hij aan politiek doen en richtte een onafhankelijke Vlaamse partij op. Die partij wilde een neutrale koers varen tussen de katholieken en de liberalen.
Zijn politiek experiment bekwam hem slecht. In de verhitte strijd tussen de beide partijen kreeg Conscience het van beide zijden hard te verduren. Hij trok zich gedeprimeerd terug en verhuisde spoedig - en opgelucht - naar Kortrijk.
Naar Kortrijk
Zijn ambt als arrondissementscommissaris te Kortrijk verplichtte hem in politiek opzicht tot strikte neutraliteit. Hij was vierenveertig jaar geworden, een man van aanzien, een beroemde schrijver, gerijpt door tegenslagen en desillusies.
Een van de bedoelingen van eerste minister Pierre de Decker was dat Conscience de vrede in dat onrustige arrondissement en in het verscheurde Kortrijk zou herstellen. De streek aan de Franse grens was méér dan een andere aan de Franse invloed blootgesteld.
Na de eedaflegging bij de provinciegouverneur te Brugge arriveerde Conscience op 16 januari in het hotel “De Gouden Leeuw” bij Louis Janssens-Vercruysse te Kortrijk, waarna hij zijn intrek nam bij zijn vriend Pierre Nicolas Croquison in de Jan Palfijnstraat nr. 16. Croquison was hoofdbouwmeester (architect) van de Stad Kortrijk.
Overal was men ingenomen met Conscience. Hij bleek een man van het gezond verstand en de verzoening te zijn. Op 1 april nam het gezin Conscience zijn intrek in een ruim woonhuis in de Rijselsewijkstraat nr. 486 (nu Consciencestraat).
De taak van arrondissementscommissaris bestond onder andere uit de administratieve controle over de gemeenten, over de kiezerslijsten en de buurtwegen, over de rekrutering van dienstplichtigen onder het lotingstelsel.
Conscience vreesde echter dat zijn literaire arbeid door tijdsgebrek lelijk in de verdrukking zou komen. Een vage hoop op overplaatsing naar Gent knapte af met de val van het ministerie-De Decker, dat in oktober 1857 plaats moest maken voor de homogeen liberale regering W. Frère-Orban.
Consciences dochter, Marie-Sébastienne, huwde met student, dichter en componist Gentil Antheunis. Met zoon, Hildevert, wilde het maar niet lukken. Hij verkwistte veel geld, zocht het vermaak en bezorgde zijn ouders veel verdriet. Conscience deed al wat in zijn macht lag: hij kocht hem vrij van (militaire) dienst en bezorgde hem een job op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat liep op niets uit en Conscience liet zijn zoon een wijn- en likeurhandel uitbaten, wat alweer mislukte. In 1866 vertrok Hildevert naar Kentucky. Na drie jaar kwam hij berooid terug.
In april 1887 verhuisde het gezin Conscience naar de O.L.Vrouwestraat nr. 26.
Conscience had later geen goed woord over voor zijn Kortrijkse periode die hij beschreef als een ballingschap in een klein stadje “vol vooroordelen, beheerscht door eene financiële aristocratie, die hare medeburgers minacht, met eene ongeloofelijke verwaandheid bezield is, zich opsluit in woningen somber en naar als kloosters, en treurig als lag in elk huis een doode.”
Conscience maakte er nochtans een aantal vaste vrienden, zoals de familie Philippe Janssens, huisarts Edward Tilleux, architect Pierre Nicolas Croquison, de vertrouweling Adolf van den Peereboom en schoolinspecteur Adhemar Camille van der Cruyssen. Die laatste voerde bij Consciences begrafenis, op 16 september 1883 op het Antwerpse Kielkerkhof, het woord namens de vrienden. Hij noemde daarbij de Kortrijkse jaren Consciences wellicht gelukkigste tijd. Wat een contradictio in terminis. Wie had gelijk?
De burgers van Darlingen
Met “Darlingen” in het boek De burgers van Darlingen (1861) is Kortrijk bedoeld. Het verhaal situeert zich in de hongerjaren na 1845. Bonifaas Romijs wil zijn dochter uithuwelijken aan de rijke Francis Pottewal, maar zij kiest voor de niet gefortuneerde ingenieur De Cock. Haar zus “offert zich op” en kiest Pottewal.
De tegenstelling tussen het huwelijk uit liefde en het huwelijk uit berekening wordt levendig uitgewerkt. In het boek wordt ook roddeltante Madame Kwas ten tonele gevoerd.
In de Leiestad herkent iedereen iedereen behalve zichzelf. Het boek is een afrekening met de Kortrijkse burger. Het is een “zedenschildering” met bijbehorende zedenles. Consciences oordeel over de benepen provinciestad Darlingen is echter niet zo vleiend.
Dat de tijd te Kortrijk voor Conscience een moeilijke tijd is geweest, wordt algemeen beweerd. Het ging hem familiaal noch financieel voor de wind. Herhaaldelijk bekloeg hij zich erover dat het ambt van arrondissementscommissaris niet zo goed betaald werd. Hij had er wel enkele hechte vrienden van wie Adolf van den Peereboom zijn vertrouweling was. Die laatste kreeg alle nieuwe manuscripten te lezen.
Gedurende de elf jaar die Conscience te Kortrijk doorbracht, publiceerde hij precies twintig boeken. Een materiële noodzaak: zijn gezin, twee meiden en een knecht inbegrepen, leefde op grote voet.
Erevoorzitter van de “Société litteraire de Courtrai”
In 1812 richtten enkele kunstminnende Kortrijkenaren de “Société des Amis des Beaux-Arts” op. Vanaf 1833 stond de vereniging bekend onder de naam « Société pour l'Encouragement des Beaux-Arts et de l'Industrie ». In 1858 ging zij een fusie aan met de concurrerende vereniging “Maetschappij der Minnaers van Schoone Kunsten”. Conscience werd de eerste voorzitter.
De (gefuseerde) “Société des Beaux Arts” organiseerde enkele markante kunsttentoonstellingen. Binnen de schoot ervan werd een bibliotheek aangelegd die later de kern zou vormen van de Kortrijkse stadsbibliotheek.
Van een heel andere aard waren de activiteiten van de “Société littéraire de Courtrai”, een Franstalige discussiegroep van plaatselijke intellectuelen die samenkwamen in het “Café Belge” op de Grote Markt. Op 16 oktober 1863 ging Conscience en meester Adolf Verriest (de oudere broer van Hugo) over tot de stichting van de nieuwe “Société” die als doel had de belangstelling voor wetenschap, kunst en schone letteren te bevorderen.
Tot de stichters (1863) behoorden: Hendrik Conscience, erevoorzitter; Adolf Verriest, voorzitter; Adhemar Camille van der Cruyssen, ondervoorzitter; August Debedts, beheerder; Néotère Verbeke, beheerder; Hippoliet Van Brabander, schatbewaarder; Hildevert Conscience (zijn zoon), secretaris en de leden: Antoine Classen, Jules Coucke, August Dathis, Emile Debrauwere, Félix Denucé, Edouard Paul Depratere, Victor Gantier, Jean Ghyoot, H.-Jos. Leclercq, Charles Petithan, Gustave Preux, Guillaume Vandenhoek, Adolphe Vanwymelbeke en Charles Weemaes.
Adolf Verriest werd nadien bevriend met Guido Gezelle, zijn klasgenoot in het Klein Seminarie van Roeselare, en vestigde zich als advocaat te Kortrijk. Hij werd de eerste rechter die de eed aflegde in het Nederlands.
De “Société” weerde alle discussies over de lokale politiek uit haar vergaderingen. Ze telde drie soorten leden: de actieve leden, de ereleden en de corresponderende leden. Die laatsten werden gekozen onder de niet-Kortrijkenaren die op een of andere wijze een dienst hadden bewezen aan de vereniging of bijgedragen hadden tot kunst en wetenschap. Een normaal fenomeen. Nieuwaangekomenen in een stedelijke gemeenschap hadden behoefte aan “socializing”, teneinde zich in te burgeren, relaties te krijgen en een sociale rol te vervullen. Vooral voor ambtenaren die vaak van standplaats veranderden, was het niet onaardig onmiddellijk op een “Société” te kunnen terugvallen.
De “Société” verdween niet met Consciences vertrek, maar zou pas verdwijnen in de beginjaren '20.
Een vrijzinnige Conscience?
Is die “Société littéraire” een verzamelplaats van mannen geweest die niet bepaald tot het gelovigste deel van de Kortrijkse bevolking behoorden? Het type van de “verlichte bourgeois” uit de 19de eeuw, die de intensieve godsdienstige praktijk aan vrouw en kinderen overlaat? Behoorden enkele leden tot de antiklerikale liberalen? Vooral na 1833 was de splitsing clericaal-liberaal duidelijker geworden.
In Consciences tijd was Kortrijk zonder loge. Op de ledenlijsten van de loges te Gent komen tussen 1833 en 1866 vijftig namen voor van logebroeders uit Kortrijk, Menen, leper en Roeselare. In 1855 stichtten zij een “Cercle Philantropique de l'Ours” (“De Beeren”) en organiseerden muziekconcerten ten voordele van de armen in Kortrijk en Zwevegem. Vanaf 1859 vergaderden zij in “Café du Parnasse” in de Korte Steenstraat.
In 1873 vond ik Honoré Bouvier bij de “membres fondateurs” van de “Société littéraire de Courtrai”, maar ook in het archief van de loge “La Liberté” in Gent.
Hield Conscience contact met de leden van deze filantropische vereniging?
De aandacht van Conscience ging vooral uit naar het onderwijs. Toen in 1864 een einde kwam aan het liberale bewind van burgemeester Danneel, die in september werd vervangen door de katholiek Henri Nolf, vreesden de voorstanders van de gemeentelijke scholen tegenwind. Na een uiteenzetting van meester Emile Crouckhants in de “Société littéraire” nam Conscience het initiatief om financiële steun te zoeken bij particulieren. Een “Comiteit ter ondersteuning van het kosteloos onderwijs” kwam tot stand. Spoedig daarop kon het comité overgaan tot de oprichting van een gemeenteschool voor meisjes. Die actie droeg bovendien bij tot de bloei van het rijksonderwijs in Kortrijk. Conscience had daarin - ongewild - een doorslaggevende rol gespeeld.
In de tweede helft van de 19de eeuw doken in de grotere Vlaamse steden “Sociétés Littéraires” op, onder andere in Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge en ook te Kortrijk.
De stichting
In 1858 komt in Kortrijk door een fusie de “Société des Beaux-Arts et de Littérature” tot stand.
De “Société Littéraire” stelde haar reglement op in de zitting van 29 december 1863. Zij had tot doel de wetenschap en de kunst te bevorderen, maar in datzelfde artikel 1 voegden de stichters daaraan toe: “Elle exclut les questions personelles et les discussions de politique purement locale.”
Om lid te worden moest men zich schriftelijk kandidaat stellen. De kandidatuur werd acht dagen ad valvas in het vergaderlokaal uitgehangen. Bij geheime stemming en met een gewone meerderheid werd de kandidaat aangenomen. Het lidmaatschap bedroeg in 1871 12 frank.
Arrondissementscommissaris Conscience was een gezagvolle en graag geziene gast in dat milieu van Franstalige burgers. Hij hield er enkele voordrachten, haast alle in het Frans, over het verplichtend onderwijs, het tweegevecht, het alcoholisme, de bewaarscholen, de taak van de vrouw, de theogonie, de onaantastbaarheid van het menselijk leven, de christelijke kunst, de spelling, de dichter Emmanuel Hiel.
Op 10 september 1868 werd Conscience benoemd tot conservator van het Wiertzmuseum te Elsene. Een maand later nam de “Société Littéraire” in het “Café Belge” met een banket afscheid van haar erevoorzitter.
De “Société Littéraire de Courtrai” was een verzameling van mannen die niet bepaald tot het gelovigste deel van de Kortrijkse bevolking behoorden. Het type van de “verlichte bourgeois” uit de 19de eeuw, die de intensieve godsdienstige praktijk aan vrouw en kinderen overliet. Enkele leden behoorden tot de antiklerikale liberalen. Vooral na 1833 was de splitsing klerikaal - liberaal zichtbaar geworden.
Opleving
Na zes jaar inactiviteit - van 1914 tot 1920 - hernam de “Société littéraire” haar activiteiten. Het bestuur koos een nieuw lokaal op de eerste verdieping van café “Excelsior” op de Grote Markt. Het lokaal was elke dag toegankelijk, maar het moest worden gedeeld met “Les Amitiés Françaises”, een nieuwe vereniging.
De bibliotheek van de “Littéraire” werd heringericht en de halfmaandelijkse literaire avonden begonnen een nieuw leven.
Joseph Verbeke was de naoorlogse voorzitter, majoor Georges Dobbelaere fungeerde als ondervoorzitter en Paul De Coninck was de nieuwe secretaris. Het lidmaatschapsgeld bedroeg 12,50 fr.; een gezinskaart kostte 15,50 fr. De “Société” telde nog 65 leden.
In “La Liberté” van 4 december 1920 berichtte P.D.C.: “La Société Littéraire s’est bellement vengée, la semaine dernière, de longues années de silence lui imposées par le régime teuton, par l’organe de monsieur Robert de Smet, qui est venu nous entretenir de Bernard Shaw et de son œuvre.»
De eerste Kortrijkse loge
Louis Crouckhants (zoon van Emile), lid van de “Société” sedert 1898, werd op 28 maart 1903 de eerste voorzitter van de “Cercle Fraternel de Courtrai”. Het stichtingsbanket vond plaats in “Café Français” op de Grote Markt. Deze broederschap zou later uitgroeien tot de loge “L’Amitié”.
Van een bijzonder toeval gesproken! Op 14 maart 1803 werd in de Kapittelstraat te Kortrijk de loge “L'Amitié” opgericht. De broeders werden “Les Ours - De Beeren” genoemd. Honderd jaar later, dag op dag, werd de “Cercle Fraternel” erkend door “Het Grootoosten van België”. Hun lokaal “Café Français” had eveneens een uitweg in de Kapittelstraat en hun toenmalige voorzitter heette De Beer!
Verscheidene leden van deze broederschap waren eveneens lid van de “Société Littéraire”: Philippe Baut (1893), Alfred Centner (1893), Charles Verwee (1895), Louis Crouckhants (1898), Gerard Putman (1898), Medard Putman (1898), Prudent Trachet (1899), Adrien Matton ((1900), Hippolite Samoey (1900), Charles Van Eecke (1900), Charles De Beer (1902), Jules Thibau (1903) en Joseph Verbeke (1903).
Hoewel er geen eenstemmigheid werd bereikt in de “Cercle Fraternel” over de wederoprichting van een Kortrijkse loge, kocht Alfred Centner in 1906 een huis op de Houtmarkt, samen met een aanpalende woning die uitgaf op het Plein. Op 26 november 1906 werd de loge “L'Amitié” opnieuw opgericht.
Thierry Deleu
bruisen
het hoofd dat vrij is
en hoog springende
voeten in telgang
is een voorgift.
een rode paradijsvogel
komt in stijl aangestoven
op de rots, zijn echo
in cadans.
tussen bomen en plannen
zijn kleuren gesmeed
om strakke mond
die op de knie rust.
gepeins in gras
een gele vlek glimlacht
warme flarden die rafelen
in telkens uitvliegen.
Katelijn Vijncke
21 oktober 2009
Mooi initiatief!
Hond en kat / en andere beestjes
Wat de meesten wellicht niet weten is, dat Demer Uitgeverij (bestaat sinds 2008) geen papier-vriendelijke uitgeverij is, maar wel een dier-vriendelijke uitgeverij. E Publisher / België.
Onlangs heeft Hannie Rouweler het plan opgevat, om een verzamelbundel – in 2011/2012 – te willen uitgeven die uitsluitend over dieren gaat. Bij voldoende deelnemers, tenminste 30.
De opbrengst van deze uitgave gaat zo goed als geheel naar de Dierenbescherming, waarvan Rouweler lid is, en maandelijkse een financiële bijdrage levert voor hun steunfonds.
De opbrengst van deze uitgave is bedoeld voor opvang van dieren in een asiel, die mishandeld zijn (wat helaas nog zeer veel voorkomt, ook verborgen), of opvang nodig hebben om allerlei redenen.
Het bewijs van overboeking, naar de Dierenbescherming in Nederland, kan zij u / je digitaal mailen t.z.t., zodat je weet hoeveel bijeengebracht is, en dat geldt ook voor de latere verkoop aan particulieren, andere lezers.
Als je er iets voor voelt vrijwillig een bijdrage te leveren, in de vorm van een gedicht, over een dier (hond, kat, mug, olifant, parkiet, elk ander dier), dan zou zij daar graag een bevestiging van ontvangen. En of het je lukt dit gedicht – mag eerder gepubliceerd zijn, in een bundel – voor eind 2010 (of eerder) naar haar toe te sturen.
Voorin de bundel zal vermeld worden dat het copyright bij de auteurs ligt.
En ook is er vermelding, dat de opbrengst een goed doel heeft: nl bestemd voor de Dierenbescherming.
Elke dichter neemt 2 exemplaren van de bundel af, waarschijnlijk gaat hij 14 of 15 € kosten per bundel, excl. verzendkosten, 2 €.
De boeken worden gedrukt in Londen, Lulu drukkerij. De initiatiefneemstyer zal je later 2 ex, met rekening, sturen per post.
Voor het uitbrengen van elk boek, heeft zij als uitgever geringe vaste kosten die daarin niet kunnen worden meegerekend. Dit zijn de drukproeven en ISBN, boekenbank België (een laag bedrag + administratieve kosten, ca. 60 €.
Met jouw bijdrage is het mogelijk, om dieren in nood te helpen. De uitgeefster benadert ook anderstaligen waardoor het mogelijk is dat ook enkele Engelse gedichten worden opgenomen. Uiteraard is dit verzoek op vrijwillige basis, voor wie zich aangesproken voelt. Dit bericht gaat vooral uit naar dichters in Nederland en België (Z. Afrika, Schotland, U.S.A., Denemarken, later).
Hannie Rouweler
Demer Uitgeverij
website: www.demerpress.be
e-address: info@demerpress.be
UITGAVEN: Demer Uitgeverij/Demer Press, Belgium: http://stores.lulu.com/hannierouweler
or contact hannierouweler@telenet.be
Wat de meesten wellicht niet weten is, dat Demer Uitgeverij (bestaat sinds 2008) geen papier-vriendelijke uitgeverij is, maar wel een dier-vriendelijke uitgeverij. E Publisher / België.
Onlangs heeft Hannie Rouweler het plan opgevat, om een verzamelbundel – in 2011/2012 – te willen uitgeven die uitsluitend over dieren gaat. Bij voldoende deelnemers, tenminste 30.
De opbrengst van deze uitgave gaat zo goed als geheel naar de Dierenbescherming, waarvan Rouweler lid is, en maandelijkse een financiële bijdrage levert voor hun steunfonds.
De opbrengst van deze uitgave is bedoeld voor opvang van dieren in een asiel, die mishandeld zijn (wat helaas nog zeer veel voorkomt, ook verborgen), of opvang nodig hebben om allerlei redenen.
Het bewijs van overboeking, naar de Dierenbescherming in Nederland, kan zij u / je digitaal mailen t.z.t., zodat je weet hoeveel bijeengebracht is, en dat geldt ook voor de latere verkoop aan particulieren, andere lezers.
Als je er iets voor voelt vrijwillig een bijdrage te leveren, in de vorm van een gedicht, over een dier (hond, kat, mug, olifant, parkiet, elk ander dier), dan zou zij daar graag een bevestiging van ontvangen. En of het je lukt dit gedicht – mag eerder gepubliceerd zijn, in een bundel – voor eind 2010 (of eerder) naar haar toe te sturen.
Voorin de bundel zal vermeld worden dat het copyright bij de auteurs ligt.
En ook is er vermelding, dat de opbrengst een goed doel heeft: nl bestemd voor de Dierenbescherming.
Elke dichter neemt 2 exemplaren van de bundel af, waarschijnlijk gaat hij 14 of 15 € kosten per bundel, excl. verzendkosten, 2 €.
De boeken worden gedrukt in Londen, Lulu drukkerij. De initiatiefneemstyer zal je later 2 ex, met rekening, sturen per post.
Voor het uitbrengen van elk boek, heeft zij als uitgever geringe vaste kosten die daarin niet kunnen worden meegerekend. Dit zijn de drukproeven en ISBN, boekenbank België (een laag bedrag + administratieve kosten, ca. 60 €.
Met jouw bijdrage is het mogelijk, om dieren in nood te helpen. De uitgeefster benadert ook anderstaligen waardoor het mogelijk is dat ook enkele Engelse gedichten worden opgenomen. Uiteraard is dit verzoek op vrijwillige basis, voor wie zich aangesproken voelt. Dit bericht gaat vooral uit naar dichters in Nederland en België (Z. Afrika, Schotland, U.S.A., Denemarken, later).
Hannie Rouweler
Demer Uitgeverij
website: www.demerpress.be
e-address: info@demerpress.be
UITGAVEN: Demer Uitgeverij/Demer Press, Belgium: http://stores.lulu.com/hannierouweler
or contact hannierouweler@telenet.be
Vriend Marcel!
EEN ONVOLTOOIDE DIALOOG
voor Marcel Coolsaet, kunstschilder
(Lauwe 1927-Wevelgem 2007)
Waarom moeten mensen sterven,
waarom zijn ze sterfelijk ?
Ik weet het antwoord niet en evenmin
of in een na-bestaan aan de rechtvaardigen
recht wordt gedaan.
Kijk eens naar dat zelfportret: een man
die voor zijn leven vocht en wegen zocht
geen menselijk verdriet dat hem niet raakte
of beroerde,oorlog en geweld die tot niets leiden,
wat had hem zo gekweld,gekwetst
zo achterdochtig soms gemaakt
welk deel van zijn gedachten
bleef gesloten voor de beste vriend ?
Ik erf de vragen, deel met hem de twijfels
kende hem wanneer de deur van zijn gemoed
bleef openstaan terwijl hij kleuren mengde
en met woorden overgoot, te somber
om alleen de wereld aan te kunnen.
Kijk hoe hij in mijn ziel keek en me tekende
zoals alleen ik maar mezelf kon kennen,
gekwetst als hij,struikelend en tastend
varend op een bijna onherkenbaar schip
over de scherpe randen van ontembaar water.
Dat is de mens, zei hij
dat zijn wij, zei hij
zie de mens
en nu bereiken woorden hem niet meer
we zijn vroeg of laat alleen
verlangend naar de warmte van een ondergaande zon
op open plekken tussen dichtbegroeide
groene bomen,daar spreek ik met hem af.
Guy van Hoof
voor Marcel Coolsaet, kunstschilder
(Lauwe 1927-Wevelgem 2007)
Waarom moeten mensen sterven,
waarom zijn ze sterfelijk ?
Ik weet het antwoord niet en evenmin
of in een na-bestaan aan de rechtvaardigen
recht wordt gedaan.
Kijk eens naar dat zelfportret: een man
die voor zijn leven vocht en wegen zocht
geen menselijk verdriet dat hem niet raakte
of beroerde,oorlog en geweld die tot niets leiden,
wat had hem zo gekweld,gekwetst
zo achterdochtig soms gemaakt
welk deel van zijn gedachten
bleef gesloten voor de beste vriend ?
Ik erf de vragen, deel met hem de twijfels
kende hem wanneer de deur van zijn gemoed
bleef openstaan terwijl hij kleuren mengde
en met woorden overgoot, te somber
om alleen de wereld aan te kunnen.
Kijk hoe hij in mijn ziel keek en me tekende
zoals alleen ik maar mezelf kon kennen,
gekwetst als hij,struikelend en tastend
varend op een bijna onherkenbaar schip
over de scherpe randen van ontembaar water.
Dat is de mens, zei hij
dat zijn wij, zei hij
zie de mens
en nu bereiken woorden hem niet meer
we zijn vroeg of laat alleen
verlangend naar de warmte van een ondergaande zon
op open plekken tussen dichtbegroeide
groene bomen,daar spreek ik met hem af.
Guy van Hoof
Gedicht van Annemieke Steenbergen (N)
Ik ben een plot gericht denker
Ik ben een plot gericht denker
hou wel van een plot
een verhaal begint toch ergens
de vraag is waar,
waar begint een verhaal
een golfbeweging, waar landt water
waar zwem je veilig of juist niet
ik hou wel van troost
een regel van een huisarts
'n zomerse border in volle bloei
herfst en wintersneeuw en lente
van zeker en onzeker
ik hou van bestaan,
en zo heet het boek
en dit is of was de eerste zin.
©april 1989
Ik ben een plot gericht denker
hou wel van een plot
een verhaal begint toch ergens
de vraag is waar,
waar begint een verhaal
een golfbeweging, waar landt water
waar zwem je veilig of juist niet
ik hou wel van troost
een regel van een huisarts
'n zomerse border in volle bloei
herfst en wintersneeuw en lente
van zeker en onzeker
ik hou van bestaan,
en zo heet het boek
en dit is of was de eerste zin.
©april 1989
20 oktober 2009
OVER LEVEN EN OVERLEVEN
De VZW Bolle Bolle brengt een prachtig foto- en poëzieboek uit, dat bestaat uit 92 bladzijden.
Meester Jef Vermassen, peter van Bollé Bollé, leidt foto's en teksten in met een beschouwend voorwoord.
De 77 schitterende kleurenfoto's zijn van de hand van Antoon Verelst en Bram Rumbaut.
Mark Meekers (Marcel Rademakers), de “meest bekroonde Vlaamse dichter” schreef speciaal voor OVER LEVEN EN OVERLEVEN 32 pertinente gedichten.
De opbrengst gaat integraal naar de bouw van een school met internaat voor 480 meisjesstudenten in hartje Tanzania. De Vlaamse missionaris Albert Bolle is daar al vijftig jaar werkzaam in een gebied zo groot als een derde van België. Hij tracht er de levensomstandigheden van de plaatstelijke bevolking te verbeteren.
Deze mooie, waardevolle en kunstzinnige attentie is een ideaal eindejaarsgeschenk en valt zeker in de smaak bij jong en oud. Laat uw hart spreken en haal dit uniek boek in huis voor slechts € 10. Bestellen kan liefst via www.bollebolle.be of telefonisch via het secretariaat op 015/ 61 44 06. Levering begin december 2009.
De VZW Bolle Bolle brengt een prachtig foto- en poëzieboek uit, dat bestaat uit 92 bladzijden.
Meester Jef Vermassen, peter van Bollé Bollé, leidt foto's en teksten in met een beschouwend voorwoord.
De 77 schitterende kleurenfoto's zijn van de hand van Antoon Verelst en Bram Rumbaut.
Mark Meekers (Marcel Rademakers), de “meest bekroonde Vlaamse dichter” schreef speciaal voor OVER LEVEN EN OVERLEVEN 32 pertinente gedichten.
De opbrengst gaat integraal naar de bouw van een school met internaat voor 480 meisjesstudenten in hartje Tanzania. De Vlaamse missionaris Albert Bolle is daar al vijftig jaar werkzaam in een gebied zo groot als een derde van België. Hij tracht er de levensomstandigheden van de plaatstelijke bevolking te verbeteren.
Deze mooie, waardevolle en kunstzinnige attentie is een ideaal eindejaarsgeschenk en valt zeker in de smaak bij jong en oud. Laat uw hart spreken en haal dit uniek boek in huis voor slechts € 10. Bestellen kan liefst via www.bollebolle.be of telefonisch via het secretariaat op 015/ 61 44 06. Levering begin december 2009.
19 oktober 2009
bleke authenticiteit, glimmende vermeendheid!
Het kost mij geen moeite om toe te geven dat ik ook dit jaar niet naar de Boekenbeurs net ga. Ik heb er niets te zoeken. Mijn boeken zijn er in de loop van de voorbije drie decennia ook zelden te koop aangeboden. Ik behoor tot de auteurs die ofwel geen commerciële uitgeverij vonden of er geen zochten. Het Pablo Nerudafonds Brugge en Paradox Pers Antwerpen waren uitzonderingen op de regel.
Bekende Vlamingen hebben alweer met het oog op deze jaarlijkse manifestatie hun naam aan drukwerk verbonden. Ik vind deze buitenproportionele bijval van al deze loze boeken niet koosjer. Het loopt er storm voor BV’s die zogenaamd een boek hebben geschreven. Het publiek gedraagt zich alsof het staat te drommen voor “Tien om te Zien”, met veel rood aangelopen hoofden, en kiekjes schieten met multifunctionele mobieltjes.
Tussendoor zitten echte schrijvers sip voor zich uit te kijken, onbeklant en bedrukt.
Ik ben echt blij dat ik er niet moet zijn, er naartoe gaan zal ik niet (meer) doen.
De “schrijvende” BV’s weten dat er geen boek in hen schuilt, hoogstens een lintworm. Maar ze treffen geen schuld, het zijn alweer de “commerciële” uitgevers die de populaire BV’s op het idee brengen een boek te (laten) schrijven. Die uitgevers weten al lang niet meer wat kwaliteitsbewaking betekent, wel dat het een oneconomisch gegeven is. Ten slotte, het boek is banale handelswaar.
Uit interviews maak ik op dat die populaire nitwits hun eigen boek niet hebben gelezen.
Ik beken dat ik ook aan ghostwriting heb gedaan, maar het ging slechts om speeches en artikels voor geleerde politici, die geen tijd konden maken voor zaken die zij niet beheersten.
Conclusie: je kunt er als echte schrijver die geen kunstjes opvoert op de tv niet meer tegenop. En toch, mijn gevoel voor harmonie zegt dat vermeende schrijvers eigenlijk op een braderie thuishoren of op signeersessies in warenhuizen als Aldi, Lidl en Wibra.
Thierry Deleu
18 oktober 2009
Alter ego
Ik heb een glimp gezien van de man
van wie ik dacht dat hij was als ik ben
een vat vol tegenstellingen
koning en knecht heerser en slaaf
hoe hij woekert met zijn woorden
zich vergaloppeert aan slechte
vrienden de smaak van de waanzin
zich opwarmt opgeilt zichzelf beroert
talent aanmeet dat hij in één
beweging van tafel veegt hoe hij
goed en kwaad te grabbel gooit
kind met het badwater toen ik
het hem zei was hij boos ontsteld
uitzinnig zoals ik zou zijn
sinds zijn wij onafscheidelijk
ik houd niet eens een spiegel voor.
Thierry Deleu
Dirk Vekemans antwoordt en argumenteert in relevant stuk!
Thierry,
met de weinige middelen die er zijn. doe je ogen open. de tijd van de gemoedelijke burgerlijke inkapseling van het schrijven is ten einde. het vet gaat er af. is er af. we worden teruggeworpen op het eenvoudige feit dat als er iets dient geschreven te worden, het moet bijdragen aan de maatschappij waarin we leven. niet zoals wij die op basis van gecultiveerde romantieke nonsens ingelepeld krijgen, maar op basis van wat het schrijven zelf is. we hebben de taak een traditie te verdedigen, maar dat is niet de traditie van het verkocht krijgen omdat je toevallig wat meer centen liggen hebt om nog iets gedrukt te krijgen. of omdat je iemand kent die het wel geregeld krijgt.
mijn zus is erkend auteur. zij kreeg net de afrekening voor haar publicatiejaar. 8,50 euro. zij lacht daarmee, zoals ik lach met iedereen die lonkt naar faam, glorie en een zwembad in portugal. wij zijn geen broodschrijvers. als je broodschrijver wil worden, ga dan naar de sociale buurt op steenworp afstand van je eigen optrekje. schrijf dan de brieven naar hun schuldeisers, of de smeekbeden naar hun geliefden. dan krijg je tenminste brood op een plank.
de voorwaarden om 'erbij' te horen zijn ondertussen opgezwollen tot een resem strikte richtlijnen. mijn zus krijgt haar laatste bundel, een klein wrang meesterwerkje, ook nergens meer gesleten. niet braaf genoeg, het stuit tegen de borst om de waarheid in briljante vorm door je hart gepriemd te krijgen. die borst is verworden tot een hoornig mediatiek harnas bedekt met laag na laag van onkruidverdelgend slijm. een kweek achter luxueuse ramen, compleet met vrouwentongen en tuinkabouters.
de aanmaak van kwaliteit is een werk van jaren. dat doe je niet zo maar tussendoor, daar komt behoorlijk wat leed aan te pas, maar wat je terugkrijgt is een doorzettingsvermogen dat je weerom kan doorgeven. ik benijd niemand wat. je beantwoordt aan een profiel dat geexploiteerd kan worden om de hypocrisie in stand te houden, of je doet dat niet. dat is een uiterst simpel marktmechanisme, dat heeft met schrijven niks te maken, dat gaat over de aanmaak van producten en de merchandising ervan. onze overheden steunen dat voorlopig nog met wat vaag intellectualistisch geprevel, een neo-liberaal citatenboekje waar je zo door zit. als je niet weigert na te denken, tenminste.
erbij horen is dan ook niet een doel voor mij. het is ook nooit geweest. ik ga ervanuit dat als je wat je schrijft niet gelezen wordt, het niet relevant is. mijn blog heeft (had) ongeveer het dubbele aantal lezers per dag als die van DGM.dat is het resultaat van dagelijks werk. maar ook die blogomgeving is een vorm van exploitatie, ook dat is een economische realiteit. maar je doet het met de middelen die je hebt, en die zijn allemaal gratis.
wat er nodig is dat dit soort van gelezenheid, die zich ophoudt in de schemerzone van onze verschrikkelijk schandalige welvaartstaat, waarin alleen maar gezeurd en geklaagd wordt omdat de derde vakantie niet meer betaald kan worden, wat er nodig is is dat je ergens de eerlijkheid vindt dat je dient te schrijven met de hele wereld in je vingers. als dat niet lukt, dan ga je beter, zoals wittgenstein ooit zei, gewoon in een fabriek werken.
dat neemt niet weg dat de eerste aanzetten daartoe niet moeten ondersteund worden. maar dat doe je niet met voor te wenden dat wat er is, iets anders is dan wat het is. dat doe je door vanuit de basis te werken aan een positieve cultuur, die aanmoedigt, met positieve kritiek. dat doe je door het enge wereldje van de letteren open te gooien naar elke beleving van oprechte creativiteit, iets waar ik met het KLEBNIKOV CARNAVAL aan werk. een deelnemersfestival omdat er alleen maar deelnemers zijn. je zet een poort open, houdt die vrij voor ieder die wil. ik krijg mijn subsidiedossiers daarvoor nooit op tijd af, en dat is maar goed ook. je geeft niet door eerst aan de ontvangenden centen te vragen opdat je màg geven. je doet dat gewoon, de respons komt vanzelf wel, of niet.
soit. ik ben effie uitgeschreven daarover. het zal wel duidelijk zijn. al die misnoegdheid is een verkapte vorm van egocentrisme dat weliswaar noodzakelijk is bij de concentratie voor het schrijven zelf, maar je moet dat in je woorden achterlaten, en je woorden de daad laten overnemen die je aanvankelijk wou stellen. zaai. cultiveer. koester. lees er je boeken op na.
dv
Abonneren op:
Posts (Atom)

















