Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

30 september 2009

Uit "Helvetiaanse verzen" - Thierry Deleu















RUZIËN

Als het onweert ruziën de
bergen tegeneen zeggen de
lelijkste dingen over
elkaar roepen schreeuwen

donderpreken als volleerde
paters schieten bliksemschichten
af op onschuldige koeien
verhaasten de tred van wandelaars

en als het opklaart schuilen ze
hun gezicht in nevelslierten
en rouwen om hun doden
tot er weer een kwaad woord valt.

HAAR NAAKTHEID PREUTS GEWAAD

Zij koestert zich tegen mijn warme
lijf haar naaktheid preuts gewaad dat
zindert als een espenblad wanneer
ik haar aanraak streel mijn hand een weg

zoekt zij keert zich om schurkt zich tegen
mij aan als een uitnodiging
wanneer ik spelenderwijs geen spier
verkrimp kreunt zij onvoldaan bekend

refrein van brabbelwoordjes mijn hand
glijdt over haar onderbuik houdt stil
loopt voort tot hij verdwaalt in het
woud van haar weelderig reservaat.

RODE BLOEMETJES

Hoog tegen de hoogste berg alleen
met z’n twee binnen handbereik
van bruine koeien en schaars een
paard of twee liggen wij naast een

dicht bij het meer de geur van hooi
prikkelt onze zinnen ik masseer
haar voetjes streel haar witte dijen
in haar lies prik ik zoentjes in

trosjes bijeen haar broekje
kleine rode bloemetjes zoals
toen toen de pubermeisjes de
aandacht trokken van de nerds

uit de hoogste klas wanneer ik mij
boven haar neervlij vlei ik haar op
met lieve woordjes als ik hou
van jou nu zo en voor altijd.

VERGETEN DAT JE OUD BENT

Wanneer de wind zachte bries
over je heen lijkt het of God
nieuwe adems blaast in je stramme
lijf en leden het gevoel dat je

opleeft zet je aan tot grootse
dingen klimmen dalen dromen
van skipistes en après-ski
vergeten dat je oud bent

het risico trotseren dat
je implodeert niet aan denken
zegt ze hopend op een upgrade
van je fysieke kunnen.


Thierry Deleu


POSTPAKKET VOOR OOSTENDE

Postkantoor Diepenbeek, woensdagochtend, 10.30 uur:
“Haalt u die vijf zegels maar van het pakket af, mevrouw,
zo gaat dat niet! Het pakket kan niet door de brievenbus,
is een belpakket. Ik zal een formuliertje ervoor invullen”.

Met friemelende vingers verwijder ik de vijf zegels die ik later,
met lijm, nog wel eens weer kan gebruiken – bedenk ik me.
“Die sticker priority kunt u ook verwijderen,” hoor ik de man achter
het loket zeggen, met een geduldige stem van alle tijd hebben wij.

Gisteren woog ik twee boeken. Ik kwam uit boven de 350 gram.
Ik besloot om nog een derde boek erbij te doen zodat ik maximaal
voor 1 kg postzegels nodig had. Helaas, geen goede envelop in voorraad.
Ik nam een voorgevouwen dik karton waarmee boeken waren aangekomen

van de LULU drukkerij in Spanje (tegenwoordig worden ze in Londen gedrukt).
Op het postkantoor daarom maar een hele stapel nieuwe enveloppen gekocht,
die in het rek lag. En ook nog meer zegels voor binnenlandse zendingen in België
en voor poststukken die geregeld naar het buitenland (o.a. Nederland) moeten.

Wat een opluchting dat ik las dat de geadresseerde naast redacteur van Digther
zelf dichter is en schijft in VIII: “…een stofwolk waait in de juiste richting./De jonge
postbode/….ziet de eindmeet en rinkelt chaotisch over het pad.” Ik ben zeker
helemaal gerustgesteld dat het “belpakket” op de plaats van bestemming aankomt.

(voor Frank Decerf)

(HR)
www.hannierouweler.be

29 september 2009

Gedichtenbundel Ierse dichter bij Demer Press!

(tweetalig: Engels-Nederlands)
Demer Press, Belgium

1 oktober 2009

“Mooie rode zijden liefde /
Beautiful red silk love”

Pearse Hutchinson (Dublin)

Vertaald door: Joris Iven (Diepenbeek) en Peter Flynn (Gent)

Paperback euro 13,50
104 pagina’s
ISBN: 978-90-8130709-3

o.a. te bestellen rechtstreeks via deze website:
http://www.lulu.com/content/7467497

(Deel van het nawoord)
Pearse Hutchinson is een van de oudere, levende dichters in Ierland. Hij is een generatiegenoot van Thomas Kinsella en John Montague, maar anders dan hen schrijft hij zowel in het Engels als in het Iers.
Pearse Hutchinson is geboren in 1927 in Glasgow (Schotland). Zijn vader was een Iers emigrant en militant betrokken bij de strijd van het vroegere Iers Republikeins Leger. In 1932 verhuisden zijn ouders naar Dublin, waar hij werd opgevoed, en waar hij nu - na vele omzwervingen - is naar teruggekeerd. Hij studeerde Iers bij de Christian Brothers in Synge Street en Spaans aan het University College in Dublin. Hij was onder meer journalist en privéleraar en reisde door heel Europa. Hij verbleef lange tijd in Leeds, Genève, Bristol en Barcelona. Van 1971 tot ’73 was hij Gregory Fellow voor poëzie aan de universiteit van Leeds. In de periode van 1977 tot ’78 genoot hij veel bijval onder intellectuelen met zijn maatschappijkritische bijdragen in het wekelijks radioprogramma Oro Domhnaigh. Pearse Hutchinson is ook een van de medeoprichters en redacteuren van het literaire tijdschrift Cyphers.

De bundel kan - na bestelling door u - worden toegezonden naar uw huisadres voor Euro 15 (incl. verzendkosten), eind oktober, na overmaking van genoemd bedrag:
Nederland: Ing/Postbank 3424272 t.n.v. J.R.M. Rouweler, Diepenbeek, Belgie
Belgie: Fortis 001-4253999-43 t.n.v. J.R.M. Rouweler


Demer Press / E publisher
website: www.demerpress.be
e-address: hannierouweler@telenet.be
http://stores.lulu.com/hannierouweler
Beste vrienden, kunstliefhebbers
we nodigen u graag uit voor:

A fallen leaf returning to its branch; butterfly.
expo van 11 oktober t/m 6 december 2009
internationaal kruisbestuivings project - gastcurator: Marjan Verhaeghe
vernissage zondag 11 oktober 2009 om 14u30

deelnemende kunstenaars:
Bram Borloo (België), Eva Corluy (België), Gilbert Degryse
(België), Zjuul Devens (België), Philippe Gouwy (België),
Jonna Johansson (Finland), Juan Kasari (Finland),
Elena Sakalauskaite (Litouwen), Marjan Verhaeghe (België)
en Lei Yan (China).

MONUMENTAL vzw, Luipegem 77 te 2880 Bornem; tel.: +32 (0)3 889.01.69; open: woe, don
en vrij: 10-16 u, zon: 14-18 u;

info: http://users.pandora.be/monumental

28 september 2009

Charles Ducal eerste laureaat poëzieprijs Melopee

‘ONVOORBEREID’ kon de jury het meest bekoren

Tijdens een academische zitting in het restaurant ‘Kasteel van Laarne’ werd gisteren de laureaat van de eerste poëzieprijs Melopee - gemeente Laarne bekendgemaakt. Het gedicht ‘Onvoorbereid’ van de dichter Charles Ducal werd door de jury bekroont met een prijs van 2.500 euro.

De poëzieprijs Melopee 2009 bekroont het meest beklijvende, oorspronkelijk Nederlandstalige gedicht dat in 2008 voor het eerst gepubliceerd werd in een van de geselecteerde Vlaamse literaire tijdschriften.

Professor Frans-Jos Verdoodt, voorzitter van de jury, had de eer de laureaat bekend te maken. Het gedicht ‘Onvoorbereid’ van Charles Ducal werd gekozen uit een short list van 21 gedichten. De selectie van de gedichten gebeurde op een zo objectief mogelijke wijze, waarbij elk jurylid punten gaf op de geselecteerde gedichten.

De laureaat
Charles Ducal, is in het dagelijkse leven beter gekend als Frans Dumortier. Hij is geboren in Huldenberg op 3 april 1952, studeerde Germaanse filologie in Leuven en was lang actief in de Marxistisch-Leninistische beweging en de Maoistische partij van AMADA. In 1987 debuteerde hij als dichter met Het huwelijk, twee jaar later volgde een andere dichtbundel, De hertog en ik. Die laatste bundel werd bekroond met de Prijs van de Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Tegenwoordig in hij leraar Nederlands in het Sint-Albertuscollege in Haasrode.

Ducal was overdonderd door de prijs en vond het een grote eer deze prijs te mogen ontvangen. Hij was onder de indruk van de short list van 21 gedichten en dit maakt de prijs nog dat ietsje specialer, vertelde hij achteraf.

Bloemlezing
Naar aanleiding van de prijsuitreiking is een bloemlezing uitgegeven met de 21 geselecteerde gedichten. De bundel is verkrijgbaar bij de cultuurdienst van Laarne en kost 10 euro.

Voor meer informatie kunt u de cultuurdienst Laarne contacteren:
Dorpsstraat 2, B – 9270 Laarne
Sofie Van Waes
+32 (9) 365 46 26 / jeugd.cultuur@laarne.be
http://www.melopeelaarne.be/


Onvoorbereid

Charles Ducal

Als alles instort om dit onooglijk huis
is de kans groot dat wij, de aandacht afgeleid
door vegen, spatten, ogen op de ruit,
ons zullen moeten melden bij de tijd.

Het boek zegt: de stad wordt aan de gel gelijk,
de honden zullen van hun meesters eten,
het wordt zo heet dat alle vocht verdwijnt.
Het boek is oud, men zou dit kunnen weten,

maar men sterft makkelijker onvoorbereid.

Wij ook hebben gezwegen, druk bezig
met het peillood in de inkt
om van diep in ons de peilloosheid te meten
en niet te merken dat het stinkt.

27 september 2009


UITZIEN MET MOTTEN

Motten vliegen naar de tuinverlichting
op het terras
en zoeken door open ramen blindelings
de ingang van mijn huis

Je kunt over een mot, nachtvlinder,
denken wat je wil
maar het beestje zal ergens
goed voor zijn

In de mythologie krijgt de mot zoveel betekenissen,
als een vanzelfsprekende aanwezigheid,
dat ik wat voorzichtiger met het dier moet omgaan
en niet behandelen als een mug, vlieg, teek

Hij kan de ziel zijn
van een overledene op weg naar de onderwereld
of een aankondiging van iets waar je zelf
geheel geen vat op hebt, beter laat begaan

Desondanks: ik vind hem niet graag in de klerenkast.
Alles loopt zeker fout. Als g a te n in woord en.

(HR)



HET LANGZAAM STROMEN VAN WATER
(De Dommel)

Ik zing een bijna vergeten lied
bij het langzaam stromen van water
dat aan mijn voeten ligt en in stilte
een zwijgende wandelaar, fietser meevoert.

Het stroomt en stroomt en kent geen
oponthoud. De lange stengels van het riet
wuiven gedwee mee in een zachte bries
op deze namiddag in september, gaande

naar een natte herfst, verval. Het water stroomt en
stroomt en draagt een wispelturig takje met zich mee.
Een verdwaalde eend maakt één enkel geluid
tussen dichtgegroeide waterplanten langs de oever

van deze waterkant. Ik laat de woorden zweven vanaf
de brug. Ze drijven traag voort, eerst samen, verdwijnen
dan één voor één uit zicht achter een flauwe bocht naar de einder.
Ik houd van deze rivier, beek, geduldige stroming, omdat zij gaat

als een beminnelijke vrouw. ’s Zomers in een ruisend kleed met bloemen
in het haar. In het voorjaar een schuchter meisje dat haar ogen
timide neerslaat bij elke doordringende blik. ’s Winters een bevroren uil.
Zoals bronzen uilen seizoenen doorstaan, de eeuwigheid.

(HR)

Uitgaven Demer Uitgeverij / Demer Press (v.a. 2008)
Diepenbeek

http://stores.lulu.com/hannierouweler





Catharina Boer over "Helvetiaanse verzen" van Thierry Deleu

Beste Thierry,

Bedankt voor de digitale toezending van je sfeervolle gedichten.
Ik heb ze met plezier gelezen. Aardige titel trouwens.
De serene sfeer van het Zwitsers landschap, de verre klanken van een koebel en het geslotene van de volksaard, al dit rustige, zwijgende, wordt veelzeggend in jouw poëzie.

In het gedicht "Gedonder" zit de plotse verandering in je taal: "het land herschikt zijn garderobe’’.
In het gedicht "Ruziën": "als volleerde paters schieten bliksemschichten af op onschuldige koeien’’. Geweldig!

Het gedicht dat mij het meest aansprak is: "Bergmeer".
Wat mij betreft een sterk gedicht, dat met de vergelijking daarin, de mens nog dichter plaatst in de natuur.

Alle goeds,
Je
Catharina Boer
Van harte uitgenodigd op de voorstelling van de nieuwe dichtbundel van Roel Richelieu van Londersele
De nieuwsgierigen kunnen ook het wondermooie omslag vinden via link
http://www.marf.be/TotZijDeWijnIs.pdf

BOEKHANDEL WALRY - UITGEVERIJ ATLAS

Hij publiceerde eerder acht dichtbundels, die telkens goed ontvangen werden en vele lezers bereikten. In 2003 werd hij benoemd tot eerste Gentse stadsdichter. Naast poëzie schreef hij nog romans en thrillers. Nu verschijnt bij Uitgeverij Atlas zijn langverwachte nieuwe dichtbundel

TOT ZIJ DE WIJN IS

Helder en toegankelijk bezingt de auteur zijn liefde voor vrouwen, zijn kinderen, zijn stad, zijn jeugd. Zijn gedichten zijn soms wrang en wanhopig, vaak vrolijk en innemend, maar altijd puur en ontwapenend. De bundel bevat ook de gedichten die hij schreef als stadsdichter van Gent.
De nieuwe dichtbundel wordt voorgesteld doorBart Stouten, dichter en presentator van De Tuin van Eden en Stouten op Zondag (KLARA).
De avond wordt muzikaal opgeluisterd doorJust Friends.
Op donderdag 8 oktober 2009 om 20 uur inBrasserie Waterfront.
Het clubhuis van de Koninklijke Roeivereniging Club Gent, vlakbij de Watersportbaan, ruime parking

Yachtdreef 2, 9000 Gent.
De toegang is gratis.

Alle info:
roel richelieu van londersele: rrvl@skynet.be
Uitgeverij Atlas, Antwerpen - T 0494 03 86 92 - m.elst@vbku.be
Boekhandel Walry, Paul Luyten - T 09 222 91 67 - paul.luyten@walry.be

time was simply time then
when then had not yet lost its meaning
and its beautiful summer clothestime simply passing by like innocent clouds
and honest city nomads

when gods and horses won their races
without being doped
with icy speed and flickering velocity

uncertified time not stirred up by acceleration

then in that then
when then was not tortured at Guantanamo Bay
not cunningly stripped off
in glowing Obama speeches

Romanie 66 years old
(Ancient Rome, Roma people, Romania)
had her first and last talk with the Lord
we draw a circle of
memories incense and unpretentious philosophy
we honoured that then that
for the time being we called Romanie
forgetting we were hungry had debts
and that the world was waiting
for new bricks to be built up

all for the glory of people
who never said and never will say
thank you

(oh the time being was rather short!)

peace was peaceful then
not the 2009 boring silence
waiting for the train to enter the station
peace was peace
it was not the absence of war
some cease-fire or Christmas truce
peace was deep underneath its smooth surface
it was my dear Mark
open for swimmers and divers
(surface is an illusion, but so is depth
David Hockney)

then

when humans were not yet
part of the order Lepidoptera
moths that cannot escape the flame of the lamp

[Saturday 26th of September 2009; 5:41 a.m.].

Eric Rosseel
http://zarathoestra.wordpress.com

17 september 2009

De Roos van Allendale
door Renée Van Hekken

Voorstelling in de bibliotheek van Merksem Park, Van Heybeeckstraat Merksem op zondag 11 oktober om 11 u. (einde om 13 u.).

10 Rozengedichten over rozen en vrouwen, in De roos van Allendale gebaseerd op de 19de eeuwse legende. Accordeonist Bart Wils begeleidt

Aansluitend programma met Lizy Meylendonck en accordeonist Mike Smeulders, met poëzie en accordeon.
Inkom: 10 en 12 euro

Reservatie gewenst op : e mail : ccmerksem@stad.antwerpen.be of
bib Merksem e mail : jan.didelez@stad.antwerpen.be

15 september 2009

Gastredacteur (zie linkerkolom) ASTRID DEWANCKER - deel 3

Dichter : Ann Tronquo (° 1969 Oudenaarde, woont in Deinze).
Ann werkt in Gent. Hoewel ze graag met proza experimenteert, gaat haar voorkeur naar het schrijven van poëzie.
Ze volgde literaire creatie en blijft zoeken naar schrijfcursussen die haar schrijfhonger kunnen verzachten.

Afscheid

Nooit had hij zijn liefde verspild. Het brood lag op tafel.
Haar dunne vlees in zijn armen.
In haar ogen rustten voorouders tussen groeven

die jaren hielden. Zoveel man wou hij haar nog geven,
zoveel mooie dingen die bestonden, ergens,
zoals een dampend kopje of het kraken van het bed
net voor het inslapen.

Maar de dood ging zonder moeite door.

's Morgens had hij bloemen geplukt: stokrozen
rood als haar lippen in zijn hoofd, wild en vers tussen gras
dat zij maaide en kleurde. Dat het groen was.

Hoe kon het dat alles nu pas klaarte kreeg en
hij zonder aarzelen in de buurt van haar leven
haar dichter in zich trok
een zuchtje asem in zijn longen.

En hoe hij het zou kunnen
het balsemen van wat nu breed uitspon.

Ann Tronquo
Kunstgalerij Mens & Natuur Maenhoutstraat 75a - 9830 Sint-Martens-Latem

Nog tot 4 oktober: tentoonstelling Marjolein Kruijt

Vrijdag 18 september om 20 uur
Prof. Dr. Jan Verplaetse -Het morele instinct: over de neurobiologie van onze moraal
Hersenen zijn in. Door nieuwe beeldtechnieken kunnen wetenschappers nu rechtstreeks
in het actieve brein te kijken. Ook in het morele en het immorele brein. Op dit ogenblik
brengt men hersenprocessen in kaart die verantwoordelijk zijn voor onze morele
gevoelens, het meeleven van andere mensen, het verwerven van sociale vaardigheden
of het totstandkomen van antisociaal gedrag. Kortom, neurowetenschappers ontrafelen
stilaan de hersenbasis van ons geweten. Welke gevolgen heeft die kennis? Kan men
morgen precies uitmaken of iemand toerekeningsvatbaar is of niet? Kan men in de
nabije toekomst psychopaten terug een geweten geven? Of is men lang nog niet zover?
Zie ook: http://www.themoralbrain.be/

Jan Verplaetse (1969) is doctor in de Wijsbegeerte. Hij doceert momenteel
moraalpsychologie en ethiek aan de universiteit van Gent en verricht neuropsychologisch
onderzoek naar de bouwstenen van menselijke moraliteit.
Hij is auteur van Het Morele Brein (2006) en Het Morele Instinct (2008).

Toegang: 10,00 euro. Reserveren per e-mail: arnold.eloy@skynet.be

Openingsuren Galerie:
donderdag-, vrijdag-, zaterdag- en zondagnamiddag
14:00 t.e.m. 18:00 uur en op afspraak
http://www.mens-en-natuur.com/
Organisatie: Arnold Eloy, Maenhoutstraat 75a, 9830 Sint-Martens-Latem
Tel. 0496-80.57.99 - E-mail: arnold.eloy@skynet.be
Persconferentie over Een nieuw Requiem

het project waarin verschillende kunstenaars hun hedendaags antwoord geven op Mozarts Requiem, gebundeld in een boek, een cd en een muziektheatervoorstelling.

Op dinsdag 29 september 2009 om 10u30 in Foyer De Kunsthaven indeSingel (Desguinlei 25, Antwerpen).

Programma
10u30 – ontvangst. Fragmenten uit de bewerking van Mozarts Requiem door I Solisti del Vento.
11u00 – Presentatie Een nieuw Requiem. Gesprek met Katrijn Hendriks (uitgeverij Wever&Bergh), Francis Pollet (I Solisti del Vento), Guy Coolen (Muziektheater Transparant), Koen Uvin (Klara) door Chantal De Waele.
12u00 – Fragment uit de tekst Een nieuw Requiem door acteur Tom Jansen.
12u15 – Mogelijkheid tot individueel interview met de aanwezigen (Jeroen Brouwers, Roger Raveel, Christian Köhler, Tom Jansen, Francis Pollet, Guy Coolen, Katrijn Hendriks, Koen Uvin).
Op voorhand aan te vragen bij nele@transparant.be.
12u30 – Aansluitend broodjeslunch.

Graag een bevestiging van uw aanwezigheid voor 20 september aan Nele Dhaese via e‐mail
(nele@transparant.be) of telefonisch (+32 3 225 17 02).

Wever&Bergh, I Solisti del Vento, Muziektheater Transparant, deSingel

In Een nieuw Requiem laten alle betrokkenen zich inspireren door de geniale muziek van Mozarts Requiem. Jeroen Brouwers schreef in opdracht van I Solisti del Vento een passend literair antwoord op het muzikale meesterwerk en kunstenaar Roger Raveel voegde zijn visie toe aan de hand van een reeks tekeningen. Componist Christian Köhler maakte een bewerking van de beroemde partituur, die door de blazers van I Solisti del Vento in Gran Partita bezetting (2 hobo’s, 2 klarinetten, 2 bassethoorns, 2 fagotten, 4 hoorns, contrabas) wordt uitgevoerd. Bij uitgeverij Wever&Bergh kregen de tekst, de tekeningen en de muziek hun neerslag in een unieke boekuitgave met cd (opname door radio Klara), rijkelijk gestoffeerd met achtergrondinformatie en illustraties.

Voor Muziektheater Transparant en I Solisti del Vento is dit materiaal de basis voor een gelijknamige muziektheaterproductie. Josse De Pauw regisseert een voorstelling die meer wordt dan een pure instrumentatie, maar een hertaling van Mozarts werk, waarin niet de oorspronkelijke Latijnse gezangen, maar wel de tekst van Jeroen Brouwers wordt geïmplementeerd.

Het boek inclusief cd met muziekopname ligt in de boekhandel vanaf 1 oktober 2009.
De voorstelling gaat in première op 26 november 2009 in deSingel (Antwerpen) en reist daarna door Vlaanderen en Nederland.

Tekst – Jeroen Brouwers
Muziek – Requiem van W.A. Mozart, bewerking van Christian Köhler
Beeld – Roger Raveel
Regie – Josse De Pauw
Decor – Herman Sorgeloos
Acteur – Tom Jansen
Zang – Iris Luypaers
Muzikale uitvoering – I Solisti del Vento o.l.v. Francis Pollet

Speellijst:
26 (première), 27, 28 november ‐ deSingel Antwerpen
17 maart ‐ De Warande Turnhout
30 november ‐ 30cc Leuven
21 maart – Chassé Theater Breda
10 december ‐ cc Kortrijk
22 maart – Stadsschouwburg Amsterdam
11 december ‐ cc Strombeek
24 maart – Rotterdamse Schouwbrug
12 december ‐ Vlaamse Opera Antwerpen
27 maart – Schouwburg Agnietenhof Tiel
5 maart – cc De Spil Roeselare
28 maart – Theater De Vest Alkmaar
9 maart – Theater De Veste Delft
31 maart – Schouwburg Arnhem
11 maart ‐ CC Brugge
2 april – Twentse Schouwburg Enschede
12 maart – Schouwburg Amstelveen
4 april – Stadsschouwburg Utrecht
13 maart – Theater aan het Vrijthof Maastricht
5 april – Leidse Schouwburg Leiden
16 maart – CC Hasselt

12 september 2009




AANKONDIGING EN PERSBERICHT

NIEUWE GEDICHTENBUNDEL VAN
THIERRY DELEU

ALS GESCHENK AAN ZIJN LEZERS
UIT VLAANDEREN EN NEDERLAND


HELVETIAANSE VERZEN

Gedichten

Uitgeverij Het Prieeltje Online Diest


De uitgever aan het woord:
“Hoe goed herken ik jou en je eeuwige thema's daar weer in terug. Vooral de natuur en de liefde die weer overheersen. Genieten en nog eens genieten is het devies van deze verzen. Hoe kan het anders ook in zo’n verbluffend mooi land. Het NetBook zal het nummer 62 dragen en een welgekomen aanwinst zijn voor onze mooie uitgebouwde digitale bibliotheek waarop wij trots zijn.”
(Henri Thijs, verantwoordelijke voor de digitale uitgeverij Het Prieeltje Online vzw)



De auteur
Vanaf de jaren ‘60 beweegt Thierry Deleu zich op een breed literair vlak. Hij schreef leerboeken Nederlands voor het beroepsonderwijs, is auteur van de biografie Marc Bourry, man van het volk en van ettelijke essays over schrijvers en actuele letterkundige onderwerpen.
In de jaren 2002 tot 2004 verscheen de Creuse Trilogie (drie romans met als background de Franse Creuse), in 2006 de roman Klamme handen en in 2008 de politieroman De doden zwijgen niet.
Thierry Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift "Boulevard" (1970-1980), als uitgever van de reeks Schaap Boeken (1981-1987) en als samensteller van enkele bloemlezingen voor het kunstonderwijs. Sinds kort is hij de eerste voorzitter van “De 50 Meesterdichters van de Lage landen bij de zee”.
Liefde, dood, erotiek en natuur zijn de voornaamste thema’s van zijn poëzie.

Helvetiaanse verzen
De gedichten voor Helvetiaanse verzen werden geschreven na zijn recente reis over de bergen in Zwitserland. Specifiek aan deze bundel zijn de verrassende sfeerbeelden.
“Om het dichtwerk van Thierry Deleu nu in zijn geheel te definiëren ben ik geneigd tot de volgende uitspraak: ‘Poëzie tussen Eros en Thanatos, een natuurlijke daad van bevestiging’, waarbij het tweede deel van de zin alludeert op de bekende uitspraak van de Vlaamse dichter Eddy Van Vliet.” (Jan Van Herreweghe)
De natuur is medeplichtig aan ons Zijn, is een factor die onze gemoedsgesteldheid kan beheersen. Zo kan de dichter zich onrustig, troosteloos voelen of veiliger en geborgen binnen de contouren van het landschap. De natuur past perfect in de nieuwe werkelijkheden die de dichter steeds voor ogen heeft.

Voor Thierry Deleu als dichter zijn dat geen nieuwe elementen. Zijn vroegere gedichten baadden al in dergelijke sfeer, waren al ondergedompeld in hetzelfde bad. Alleen is de dichter geëvolueerd, heeft hij zijn taal uitgezuiverd, heeft hij nog meer aandacht besteed aan vorm, ritmiek en structuur. Kenmerkend voor de schrijfstijl van de dichter zijn de vierregelige strofen die weliswaar niet afsluiten met een punt, meestal doorlopen, maar door hun lay-out en beeldvorming een zelfvertrouwen uitstralen.

Sinds zijn bundel Val der Engelen valt op hoe de mystieke sfeer de meeste reisgedichten kleurt. De liefde is nog steeds het uitgangspunt, maar dat tikkeltje godsdienstigheid symboliseert een gevoel van ingetogenheid. Anderzijds wordt dat mystieke gevoel dan weer met opzet doorbroken door erotiek.
(Jan Van Herreweghe en Guy van Hoof).

Praktisch
Hoe verkrijgen?
De gedichten zijn verschenen als NetBook 62 bij Het Prieeltje Online Diest.
Dit zijn E-Books van een speciale soort die daardoor worden gekenmerkt dat ze niet hoeven te worden gedownload of geprint maar op het net kunnen worden gelezen.
Dit houdt in dat deze publicaties een aangepaste lay-out en esthetische vormgeving meedragen volledig in harmonie met de mogelijkheden van het net.
Maak kennis met deze bundel op www.hetprieeltje.net (NetBook nr. 62).

UITERAARD KUN JE DE BUNDEL OOK DOWNLOADEN EN PRINTEN.

Helvetiaanse verzen kun je zo verkrijgen:
1) ofwel surf je naar www.hetprieeltje.net, je kiest voor Netbooks en je scrolt naar beneden tot nummer 62;
2) ofwel klik je rechtstreeks door op de volgende URL:
http://www.hetprieeltje.net/netbook62/index.html
3) ofwel ga je rechtstreeks naar de PDF-versie door te klikken op pdf.


Adobe Acrobotreader is op de meeste computersystemen aanwezig.


Colofon
HELVETIAANSE VERZEN van Thierry DELEU verscheen als tweeënzestigste NetBook van Het Prieeltje Online in de maand september 2009. Lay-out: Henri Thijs
Copyright design:
Het Prieeltje Online Diest.
You've got mail

Voorzichtig zet hij het verkeerde been
op de warme vloer
Hoi poezen, wie gaan we vandaag
onze aandacht geven
Sigaret tussen de lippen zet hij koffie

Verdorie, vergat de pc af te sluiten
vlug kijken wie mij gemaild heeft
Verdomd als ik het niet dacht
hebben vast niets beters te doen
één pot nat

Wat vitriool om ‘t klavier in te dopen
ik geniet, jammer dat ik die smoelen
niet zie
Facebook even orde op zaken
wie schrap ik vandaag

Krant doornemen
'journalisten'... kennen
geen verschil tussen
pedoseksuelen en pedofielen
fraudeurs en tasjesdieven

Ik duik weer onder
de lakens
niets te maken
Debielen en imbecielen:
laat me met rust

Suzaninka
Waar de Hedwigepolder waders en wandelaars gedoogt

Zie meeuwen steltlopers over schorren scheren
scholeksters boven slikken en kreken jongleren
waar ‘t water blikkert tussen Zeeuwse zandbanken
beluisteren wij stiller Westerschelde klanken.

Nu wind ’t riet opwaait de zuidoever droogt
deze Hedwigepolder haar wandelaars gedoogt,
nu wind ’t riet ombuigt de zuidoever droogt
de Hedwigepolder waders en wandelaars gedoogt.

Een zeearend van grensconflicten niets weet
ook deze dag gewoon als lome oudere man kleedt
verbeeld ik me de bodem, deze getijdenrivier
overdenk fierljeppend wringende gedachten hier.

Wat zal van deze wuivende hoge bomen terechtkomen.
‘k Zie talrijke meeuwen laag over schorren scheren
een school scholeksters net boven kreken jongleren
vrezen Zeeuwen opnieuw ‘t water, ’t toen en ’t later.
Vrezen Zeeuwen opnieuw ‘t water, ’t toen en ’t later.

(c) Annemieke Steenbergen-Spijkerman - augustus 2009

Wandelen langs ´t kanaal bij Terneuzen de Schelde en Leie

Zijn kindertranen zo als wolken drijven zegen en regen.
Langs het pad naast dat pand daar bij het zand ligt mortel
en ik schouw naar dit mortel en een boom met zijn wortel.
Misschien is getij tijden niet helemaal bij kennis geweest,
zijn kindertranen zo als wolken drijven compleet verweest.
Wat valt te dragen kunnen gedachten die kieren behagen.

Wat valt te dragen kunnen gedachten die kieren schragen.
‘T water uit deze kanalen en rivieren rijst niet het stuwt.
Op deze dag hebben hemelse sluizen niet opengestaan
de hoge wolken voerden geen hagel mist of regen aan.
De druppels van ooit uit welke bron ook ogen gehuwd
‘t water uit deze kanalen en rivieren rijst niet het stuwt.

Leven is geen strijd enkel aan leven en doodgaan gewijd
leven is geen strijd enkel aan leven en doodgaan gewijd.
Elders rent met ‘n onweerstaanbare vaart ‘n Fries paard
‘n boer gebaard naar zijn oude knecht die staarten vlecht.
Hier woont geen achterdocht over wat wel of niet mocht
tijd tocht stapt voort oogt als twister oogt als hemelkoord.

(c) Annemieke Steenbergen-Spijkerman - augustus 2009

11 september 2009

Fotogedichten van Marleen De Smet














Geachte lezer, beste vriend(in),

Geïnteresseerd in excellente moderne poëzie van Argentinië, China, Georgië, Nicaragua en méér dan 50 andere landen?
Informatie over recente internationale poëziefestivals, boekenbeurzen enz.?
Onze site heeft net een update gekregen (Nederlands, Engels, Spaans…)
met foto’s, gedichten, informatie…
Welkom op de nieuwe site!

POINT Editions

POINT Editions: 25 Jaar moderne internationale poëzie!
Tweemaandelijks nieuwe poëzie van ‘s werelds beste bekende en onbekende dichters in het Nederlands, Engels, Spaans, Arabisch, Chinees... Reeds méér dan 94.000 bezoeken!
http:// www.point-editions.com
Herfstmusette


Bij vlagen bladert najaar partituren
door haar gladde haren. Daar houdt hij van.
Niet van de kleumende wind maar van de rapsodie
die haar omwoelt. Zo kraakt hij walsgewijs
dat kranige kreupelhout tot muzikaal geritsel.
Je weet wel: zoals de klepperende kare kare kiet kiet
stijgend uit het wa-wa-waanzinnige riet, en

-verdomd, er hangt muziek in de lucht en in een poging te componeren krijg ik geen noot op papier, dus pingpong ik met de plingplong en dwing drip te kletsen tegen drop in een zwepende regenzucht vragend aan het venster of het binnensijpelen, laat staan alles wegschrobben mag want na regen komt regenachtig, vertelt Van Dale en dan is er nog het regengordijn dat een refrein woedt met woe-woorden als op woensdag klettert het woeste ouwe wijven-

zijn vingers lenigen haar onstuimige lenden.
Sterren verlichten en verdichten
laag tikkende takken tot een wiegend herfstbed.
Onder het defilé van wolkenrokken last hij een kus
een duizeling in. Hoor de fluistering. Zie
ze dansen. Magisch vollemaans.

© Marleen De Smet

rapsodie
wrong time wrong
plane we see
not plane
people we see
not people
plane is bomb
people things in
people ticket death
people ticket heaven
all die together
together
the same
end cruel end too cruel
end a plane a bomb
end end end end and
a terrible smell
rises in our minds

(based on 9/11 film 'United 93')

(c)2007 Gronama

10 september 2009

Eerbetoon aan Bérénice, klasgenote K.A. Kortrijk 1956-1957 (in dezelfde klas: Greta Deborger, haar vriendin)

Krantenarchief Trouw
19 maart 1992
HANNEKE WIJGH
PAUL DE WISPELAERE, HET VERKOOLDE ALFABET

Paul de Wispelaere, Het verkoolde alfabet. PriveDomein nr. 179, uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam, 299 blz. 45.

Fragment: "... Het is alsof je oude bekenden ontmoet. Want alles en iedereen is onder de eigen naam aanwezig in Het verkoolde alfabet, het dagboek dat Paul de Wispelaere bijhield van oktober 1990 tot en met september 1991. De schrijver, de katten, maar vooral ook Ilse, zijn grote liefde, met wie hij 'het laatste hoofdstuk van mijn leven' deelt.
Hoewel Het verkoolde alfabet wordt gepresenteerd als een dagboek, is het vooral een weemoedige terugblik op een rijk en emotioneel leven. Alle thema's uit zijn romans en essays komen opnieuw aan de orde, maar onverhulder, alsof geen enkele waarheid hem meer kan tegenhouden. In een adembenemende stijl schrijft Paul de Wispelaere over de teloorgang van het paradijs uit zijn kinderjaren, zijn herinneringen aan de vroeg gestorven Bérénice, zijn ontmoeting met Ilse, maar ook over zijn angst voor de dood en het lichamelijk verval. 'Het enige wat helpt om niet desperaat te worden is het opdelven van herinneringen.'
... Als schrijver van autobiografische romans is De Wispelaere zich bewust van dit gevaar, zoals ook blijkt uit een prachtig beschreven scene waarin Ilse hem verwijt dat hij 'een bloedzuiger is en een menseneter'.
... Hoe ver kun je gaan? '... Al gaat Het verkoolde alfabet over mijn eigen leven, er zijn ook anderen bij betrokken. Bij het schrijven heb ik met dat dilemma rekening gehouden, voor zover mogelijk. Want literatuur gehoorzaamt ook aan eigen wetmatigheden. Zodra je een regel op papier zet, gaat het verhaal een eigen leven leiden. Literatuur is altijd dubbelzinnig. Om de werkelijkheid uit te drukken moet je de waarheid soms liegen.'
... In het dagboek zegt Ilse: 'De wereld die jij beschrijft, is volstrekt verleden tijd. Heb je er heimwee naar?' De schrijver antwoordt haar 'dat heimwee in praktische zin geen nut heeft, maar niettemin bestaat.' Een paar regels verderop zegt hij bijna berustend: 'De herinnering is het domein waar het voorbije als voorbij, het verlorene als verloren en het onbereikbare als onbereikbaar moeten worden bewaard.'
... 'De herinnering is een vorm van verbeelding. Hoe groter de afstand, hoe autonomer de verbeelding. Maar de herinnering hoeft nog niet altijd waar te zijn.'
Die hang naar het verleden is in Het verkoolde alfabet ruimschoots aanwezig. Met veel gevoel voor detail roept De Wispelaere nog eenmaal het verloren paradijs uit zijn kinderjaren in de herinnering terug. ...

... Het lijkt erop dat De Wispelaere zijn grote liefdes voor de slijtageslag van het bestaan wil behoeden door ze op te nemen in de warme, mythische schoot van de literatuur. In die zin worden ze allen afsplitsingen van Bérénice, de eeuwige geliefde die hij maar kort heeft gekend en die na haar snelle dood een ‘symbolisch beeld’ wordt dat zijn innerlijk leven beheerst. Het is typisch dat het ‘vormvaste, onsterfelijke meisje’ Bérénice in Mijn huis is nergens meer (1982) de gestalte krijgt van Barbara, maar vooral van Brigitte, wier vader hij wellicht is. De Wispelaere máákt de meisjes ‘waaruit de tijd gebannen is’. Bérénice is nog maar een naam, ‘die slechts gestalte krijgt op een wit vel papier’.
... De hoofdfiguur richt zich aan het slot van zijn dagboek dankbaar tot Ilse: ‘Voor de eerste keer is uit mijn boeken boeiend leven ontstaan in de concrete zintuiglijke en geestelijke sfeer van alledag, en dat vruchtbare evenwicht heb jij tot stand gebracht, vitaal als niemand tevoren.’


Wandtapijten van de dood
KEES FENS
Gepubliceerd op 11 december 1998
bijgewerkt op 16 januari 2009

Het geluk van het door de dichter gegeven beeld beleefde ik deze week. Het betreft het vierde vers van Twaalf Grafgedichten voor Kira van Kasteel van Christine D'haen:

Gelijk een wandtapijt, gewerkt uit wol en zijde,
ontworpen om Pomona's eeuwig fruit
vol donkergroen en rood in korven uit te spreiden,
in bosschen, park en wei, getorst door zware vrouwen
weemoedig bij dien overvloedigen buit,
geleek het leven u, zoolang gij 't mocht aanschouwen.

Pomona is de Romeinse godin van de boomvruchten, waarmee de appel, in het Italiaans en Frans althans, van goddelijke oorsprong blijkt. Dat leidt tot een bijna bijbelse gedachte. Het is, ook door die verwijzing naar Pomona, een bijna renaissancistisch vers, niet het minst door de overvloed aan taal. Door de oude spelling lijkt het eerder een overgeleverde dan een nu geschreven tekst. Het leven wordt vergeleken met een wandtapijt waarop zeer veel aan vruchtbaarheid te zien is. Wandtapijten zijn altijd overvloedig.
Meer dan een schilderij is een wandtapijt een kunstwerk, vaak niet vrij van natuurlijke kunstmatigheid.
'Wandtapijten' - het leek me een goed beeld voor veel gedichten van Christine D'haen. Om de stijl, om de inhoud, om de taal van hogere kunstmatigheid. In de geciteerde strofe wordt het wereldbeeld van de overledene in een grote vergelijking gegeven, die ver weg reikt in de cultuur. De gestorvene wordt daarmee opgenomen in een groot verband; de strofe is op die manier persoonlijk en onpersoonlijk tegelijk. Voor de stijl geldt hetzelfde: er is hier geen persoonlijke expressie, maar verbeelding in bijna wapperende oude taal. Poëzie schrijven is schrijven in de traditie en dat is meer dan de literaire traditie. Een goed voorbeeld is het volgende gedicht:

De rouwstoet voor de vorsten draagt, met trommen,
met rouwfloers, paarden, toortsen, d'overleden
hertog naar 't marmeren graf, omringd door drommen
schreiers in zwart gewaad, die langzaam treden.
Marcia funèbre's voor gestorven krijgers,
tropheeën boven zerken: helm, zwaard, sporen
der helden, doen voor vijanden, benijders
den doode oprijzen en zijn krijgsroem gloren.
Gij, geen gravin die onder uw gisante
gestrekt ligt, spelend weggerukt, met beide
kinderen in de armen toen de dood u scheidde,
hoort liturgie in 't hart van uw verwanten.


('Gisant' is een ligbeeld, de op de tombe uitgestrekte figuur van de overledene.) Het gedicht lijkt zelf even een 'marche funèbre', een beeldenstoet in dit geval; de opgeroepen verre vorstelijke wereld, inclusief het grafbeeld, maakt de herdachte dode groot: in de verbeelding wordt zij zichtbaar. Ook dit grafdicht is persoonlijk en onpersoonlijk tegelijk en bijna barokvol aan beelden. Maar misschien is toch het belangrijkste dat de dood, die algemeen is, hier in het grafmonument dat dit gedicht is, ook van alle tijden blijkt. Maar het monument is tegelijk een persoonlijke eerbetuiging voor de dode.
De twaalf Grafgedichten voor Kira van Kasteel staan in de bundel Onyx uit 1983. Ze zijn met alle andere grafgedichten van Christine D'haen bijeengebracht in de bundel Bérénice, die de ondertitel heeft: Vier-en-twintig neniën (van het Latijnse 'nenia', dat 'lijkzang' betekent). De naam uit de titel komt uit "Grafschrift voor Bérénice". In dit gedicht wordt de hogere kunstmatigheid misschien wel in haar uiterste vorm bedreven. Het gedicht heeft een Latijns motto (van Catullus): 'Estne novis nuptis odio Venus', in de vertaling van Paul Claes bondig:
'Haten bruiden de liefde?' Dit zijn de eerste twee strofen:

Des Januarius dezes jaars primipare eerstgeboren doode,
in 't kraambed barend door de keizersnede
Francesca Philippé, parend alzoo doodstrijd aan barens nood;
teer-trotsche haren werden eeuwen geleden
als sterrenregen aan de trans geregen tusschen Maagd en Leeuw;
al 't andere nu begraven in de sneeuw.


Het grootste deel van de eerste regel lijkt gevonden op een oude zerk ('primipare' wordt gezegd van een vrouw die voor het eerst baart). De jonge vrouw sterft in het kraambed. In de tweede strofe wordt zij verheven en vereeuwigd door verwijzing naar het sterrenbeeld 'Haar van Bérénice', tussen Maagd en Leeuw.
Op de laatst geciteerde regel volgt een werkelijk indrukwekkende verbeelding van een ondergesneeuwde en bevroren wereld. In het wit is de hele aarde zwart van rouw. Het gaat niet om de impressie, maar om betekenisgeving. Maar vooral toch om eerbetoon aan de grootte van de dode. Funerair is honorair.
In de lijkklachten uit later jaren neemt de eenvoud toe. De tombetekst met monument samen (in die tekst opgeroepen) wordt een geschreven herinnering, verheven, maar daagser. Het wandtapijt maakt plaats voor een kleine ets. Ik verkies de pronkzucht van de oudere gedichten.
De bundel verscheen als eerste uitgave van de uitgeverij Brokaat in Deventer. Het is een bijna symbolische naam bij de publicatie van zoveel verfijnd handwerk met de geest.

9 september 2009

Eerbetoon aan Christine D'haen +



Christine D’haen bevestigt met Innisfree haar ongewoon vormbesef!

Thierry Deleu


Christine D’haen (1923) debuteerde als dichter in 1948 en werd bekroond met onder andere de “Anna Bijnsprijs” en de “Prijs der Nederlandse Letteren”. Haar gedichten werden in 2002 verzameld in Miroirs. Daarna verscheen nog de veelgeprezen bundel Mirabilia. Ze schreef een biografie over Guido Gezelle en bundelde 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige literatuur.

Haar werk gaat over Eros en Thanatos, over strijd, geboorte, eeuwigheid, kunst. Ze doet dat in een taal die van lust getuigt, lust tot poëzie. Haar beginwerk deed, naast het barokke van Van de Woestijne, denken aan de moderne dichters Aafjes en Achterberg. Met haar latere werk sluit ze meer aan bij Milton, Vondel en Rilke.

Door haar sterk gemaniëreerde verzen neemt zij een vrij geïsoleerde plaats in bij de Nederlandse poëzie. Zij staat daar tussen neoclassicisme en experiment. Bovendien onderscheidt ze zich van de meeste andere dichters door de intellectuele en culturele achtergrond van haar werk.

D’haen geeft blijk van een ongewoon vormbesef. Of zij nu korte haiku-achtige maangedichten schrijft of in lange ademloze regels een tuin tot leven wekt, haar beheersing van vrije en gebonden verzen, van ritme en metriek, van rijmschema en strofebouw is weergaloos. In een tijd waarin de vormeloosheid van vele experimentele gedichten of van veel parlando poëzie, is het haar verdienste geweest een dichtkunst van verheven formaat weer in ere te hebben hersteld.

In Bérénice (25 grafgedichten – Brokaat, 1998) schrijft ze: “Wij schrijven gedichten omdat we in gedichten dezelfde liefdesverenigingen kunnen bewerken als met ons lichaam: paringen van klanken, versmeltingen, verleidingen, distanties en hevige toenaderingen, terughouding en overgave, geheime uitstallingen van verboden objecten: la poésie fait tout et plus que tout.”

Proza en poëzie liggen bij Christine D’haen in elkaars verlengde. Haar proza verheldert haar poëzie door commentaar en achtergrond die het levert, terwijl haar poëzie de stijl van haar proza benadert. Beide zijn tegelijk argeloos en verheven, banaal en bizar, lyrisch en zakelijk, open en gesloten, hommage en afrekening, lofdicht en elegie.

“I will arise and go now, and go to Innisfree”, dichtte W.B. Yeats in 1892. Christine D’haen gebruikt de naam van het Ierse eilandje voor een bundel vol klassieke poëzie. Zij liet zich inspireren door Ezra Pound, James Joyce, Geoffrey Chaucer, William Wordsworth, Dylan Thomas en John Donne.

In Innisfree schetst D’haen opnieuw een complete denk- en gevoelswereld. Haar - soms irreële - beelden geven vorm aan de diepste menselijke verlangens. Religie en verbeelding zijn daarbij haar favoriete werktuigen. Ook in het gedicht “De weg”. De juiste weg is Boeddha, de verlichting, het zich wenden tot de wereld om hulp. Het tweede wordt uitgedrukt in Genesis, de schepping.

De weg

Onder de Boom van de verlichting zat
Siddhărta, toen de schande ontsluierd was
van ouderdom, van ziekte, en van dood.

Ătman zag hij, elk mens voorbij; het Licht
ging schemeren in een ledig vergezicht,
een glimlach lichaamloos achter het Rad.

Maar daar zij licht, daar weze hemel, zee,
licht dag, nacht duister, aarde, spruitend gras,
bomen met zaad, tot bakens lichten groot
en kleine, wemelende zielen, paarsgewijs,
vogels gevleugeld, kruipend dier, wild, vee.
En al het kruid zij man en vrouw tot spijs.
In ’t zweet uws aanschijns eet gij brood.

(p. 8)

Ook in Innisfree getuigt haar poëzie van een ongewone eruditie, een groot poëzietechnisch vernuft, een enorme taalrijkdom en een vrouwelijke verbeeldingskracht van een ongeziene zinnelijke en zintuiglijke geladenheid.

Soms stoort mij de koppigheid waarmee zij sterk afwijkt van het gewone taalgebruik. Haar cerebrale poëzie maakt het lezen niet gemakkelijker. Vandaar dat haar bundels aantekeningen bevatten die een toelichting geven op de inhoud van de gedichten. Ik bedoel hier niets negatief. Bovendien: indien je haar echt wilt begrijpen, dan ontvouwt zich zeker de sterke geladenheid van haar poëzie.

Opvallend is ook de inbreng van andere teksten, van schrijvers en andere personages. In Innisfree zijn dit onder andere Ezra Pound, James Thomson, Ariosto, Edmund Spenser, Geoffrey Chaucer, Robert Browning, James Joyce, John Donne, Thomas Gray, William Blake, Edward FitzGerald. Haar poëzie gedijt - soms tot ergeren toe - in de stroom van de klassieke literatuur, haar gedichten lijken soms te veel op poëtische cultuurgeschiedenis.

Eén van de mooiste gedichten lijkt mij toch het vierde gedicht van “Out of key”:


De roos ontplooit haar onvolprezenheid,
geniet zich spiegelend, zij ziet haar tijd.
Haar matte schoonheid schouwt smetloos de maan.
Het water maakt zijn rimpel langzaam, klaar.
De zon zijn vlam verzacht, zijn macht is mild.
De regen trilt aan ’t oor bij drop op drop.
Ademt de mens vervoerd in prachtige storm,
hij begeleidt de reis met schuchtere moed,
de dichter zeilt Atlantis tegemoet.

(p. 15)

Met Innisfree schreef Christine D’haen opnieuw knappe, met uiterste zorg geformuleerde gedichten, heel compacte poëzie, met veel informatie.

Christine D’haen, Innisfree, Amsterdam/Antwerpen, Em. Querido’s Uitgeverij BV, 2007, ISBN 978 90 214 5656 0








HET SYNDROOM VAN SPITZWEG. MIJN LEVEN ALS BOEKENWURM


door JAN VAN HERREWEGHE



JAN VAN HERREWEGHE schrijft vervolg op ZOT VAN BOEKEN. OVER BOEKENGEKTE ALS LEVENSDRANG


Verleden jaar publiceerde bibliothecaris Jan Van Herreweghe Zot van boeken. Over boekengekte als levensdrang. Het is het eerste deel van een cyclus boeken onder de gemeenschappelijke noemer Het menselijk tekort bij een teveel aan papier. Het tweede deel heet Het syndroom van Spitzweg. Mijn leven als boekenwurm en bevat vijf brieven aan een boekenvriend over vele aspecten van bibliofilie zoals bibliofagie (het eten van boeken), bibliokleptomanie (het stelen van boeken), verzonnen boeken, verzonnen bibliotheken, de boekendood, het ambt van bibliothecaris in de Verenigde Staten en in de Lage Landen, de bestudering van het schilderij Der Bücherwurm van Carl Spitzweg en nog meer van dat fraais.

Wanneer: zaterdag 3 oktober 2009 om 20u

Waar: aula CC het SPOOR, Eilandstraat 4 8530 Harelbeke

Jan Van Herreweghe zal geïnterviewd worden door Friedl’ Lesage (Een leven in boeken – Radio 1)

8 september 2009

Aanbevolen!





ADONIS (Ali Ahmad Said)

HET GELAAT VAN DE ZEE

vertaald naar 't Engels
van Kamal Abu-Deeb

door Henri Thijs

NetBook nummer 61
uitgave Het Prieeltje Online



7 september 2009

James Joyce
Men zou voor minder verbitterd zijn denk ik, maar stel dat den artiest helemaal geen intellectueel zou wezen, en blijven haperen aan elk nummertje dat elkeen zou toebehoren. Stel ik nummer vier in plaats van acht en het dood brood negen, en gaat zo maar verder. Dat maakt van den artiest toch geen kuisvrouw, geen kamergeleerde en allicht geen journalist want bij de kunstenaar zou dat dan ook geen boeken, maar gecensureerde kranten zijn. Kraait er één failliet (cfr. de lelijkaard in De Morgen), en twee dagen later is er overal failliet (cfr. al de rest van de Belgische kranten). Des te meer dat de productie verder tuurt met zure melk en de intellectuelen van hun toemaat een spellletje maken. Stel dat de artiest ook niet meer de zatlap is, omringd door de zoveelste verkeerde konten, om zijn bewustzijn te verdrinken in verdrongen gevolgen na de ultieme Oorzaak. Dat overkwam James Joyce, eigenlijk. De enige waarvan ik een zwart-wit poster heb in mijn vuile keuken. Niet zozeer omwille van het feit dat hij aan den toog rammelde omwille van pastoorfunktie (= een bijbel schrijven), maar omdat de man voor zichzelve moest toegeven dat de productie van het woord geen bezigheid meer is dan wel een aliënatie, waar je niet meer onderuit kan. Zijn personnage Dedalus in Ulysse refereert uiteraard naar de Griekse mythologie: de gevangenschap (in Kreta) en de vlucht als zoon van Icarus uit het labyrint door vleugels in pluim en honing gericht naar de zon. Dedalus was ook de naam van een Nederlandstalige uitgeverij. Toen ik ooit in Kreta verbleef, was dat aan een taverne juist met de zee voor mij, en een archeologische stad van steen en ruïne van 2000 jaren geleden achter mij. Er was dan ook bijna niets dan die zee en een oude celibatair met zijn oude moeder, die zorgde voor kamers en kreeft. Hij speelde heel slecht viool, en dat was het. Een belangrijke Italiaanse oude filmregisseur was één van de weinige klanten, samen met zijn heel jonge mooie blonde vriendin, die 's morgens half naakt aan yoga deed op het lege strand. Bijna niemand dus dan ook iemand uit Hamburg, die een beetje diende als bodyguard. Toen ze van ver afkwamen met toeristen van de Club Med was dat afzien voor een uur één of twee dagen gezien de agressieve, luidruchtige frustratie met een klungelende gitaar voor de kudde in een stille teruggetrokken oord, die daar niet voor geschikt was. Nu, is het afstappen naar de zon, zonder de kudde voor mij onmogelijk geworden. Maar nu, ging het toch bij James Joyce over de esthetische of dramatische emotie, volgens hem statisch. Een ideale medelijden of ideale angst wordt tenslotte opgelost door wat hij het ritme van de schoonheid noemt. Tegelijkertijd had hij het ook - als ik mij goed zijn portret van de kunstenaar als jongeman herinner - over het esthetische beeld met een eigen grens, tegen de onmetelijke achtergrond van ruimte of tijd. Je voelt dan ook het ritme van de structuur, stelt James. Een paar woorden over kunst vanwege al deze en andere gekken is altijd meegenomen, dacht ik ooit. Nu interesseert dat niemand meer.
Patrick Pitteman.

Inzending: Ruud Poppelaars
Aard-Jan Quaak overleed op 9 september



Licht en klaar
(In Memoriam Aard-Jan Quaak)

Is het de rapsodie in zijn ogen die je niet ziet.
Stoere vlegel week als thee.
Of is het dan toch de bloem die samenvat hoe eenzaam
de wortel is geweest.
En je denkt slechts dat hij niet slaapt. Bijvoorkeur ’s avonds.
Als de stenen sterren eten. Als de kelp begint te ijlen.
Dan sta ik wel eens vanaf een Scheldedijk een beetje onhandig te sturen in zijn zee. Licht en klaar. En ook daar telkens weer die rapsodie.

Het is inmiddels precies een jaar geleden dat de dichter Aard-Jan Quaak besloot de aarde te laten voor wat ze is.
Maar hij laat sporen achter. Zo kwam ik hem opeens tegen in een versregel halverwege het gedicht Het Tuinfeest van Martinus Nijhoff: Ginds, aan den overkant, gaan reeds gitaren.
Maar wat was Quaak zelf een buitengewoon sterk dichter (Het is de bedoeling dat er een kloeke selectie uit zijn werk verschijnt, bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. De uitgave stond oorspronkelijk voorzien voor het najaar van nu, 2009. Helaas heeft de uitgave vertraging opgelopen. Aldus initiatiefnemer F. Starik) en wat was deze Zeeuw, vol van pretletters, geliefd. Twee collega dichters van hem laten op hun beurt zien wat voor lampionnen hij zoal nog meer in hun tuin achterlaat. Tot voorbij de vlindertoren, welhaast. Mensen. En Quaak, zoals we hem kennen, zelf schraapt nog wat na op straat: We hopen dat het overgaat.

Zwaluwstaart

Groter dan een hemel denk ik niet of hoger jij
'n zwaluw reikt zijn veren aan als schrijfgerei
of vlecht een stoel waarop het zitten lager is

niemand hoort je schrijven in het samen zijn
dan jij alleen als ik je voorlees en we lachend
door de verzen gaan dan ben ik jij, zo dicht

laten we zoete woorden zijn en al het zoute dat
verstijven vloeibaar maakt het weke als ik schrijf
over tijd 'n zwaluwstaart van hoe men veren vond

niet dat vogels zingen zoals jij die anders vliegt
dichter naar zee die verder trekt in golven wee
zoekend water dat leven slaat meer nog dan lucht

één zwaluw maakt geen zomer of zomers van
voorbij maar klinkt zich enkel aan de dagen
die vergedragen stiller maken of een hoger jij

(Rhinda)


Quaak ontwaak

Ik droomde dat je langzaam wakker werd,
de veren schudde. Klanken vielen
uit je mond zo op hun plek alsof
ze daar nog hoorden sinds het ogenblik
dat je de ogen sloot, jouw laatste hand
de pen neerlegde, in je oor opnieuw
de twijfel aan het keer op keer onzinnig
worstelen met dagaanbieding en intieme
rijmafspraken in de schoot zijn kop
legde, dat ene woord blies dat wij
hoorden toen de luchtbel weer eens
doorgeprikt werd. Deze keer. Voorgoed.


(Peter J.R. Vermaat)

6 september 2009

Galeriehouder en kunstcriticus:
een zelfde missie?


“Ik ben toch niet de enige die nadenkt over kunst?” denk ik dan elke keer dat ik een stukje pleeg voor een krant of tijdschrift. Als criticus – recensent klinkt ook al aardig – ben ik een intermediair. Ja, zoals de galeriehouder ook een bemiddelaar is. Maar dan wel van een andere soort. Je staat tussen de kunstenaar en het publiek, in ons geval de lezer. Dit is een niet comfortabele positie.
Het basisprincipe waar ik altijd van vertrek, is: de kunstenaar heeft voorrang. Want zonder kunstenaar is er geen kunstwerk en zonder kunstwerk ook geen kunst. “Logisch toch?” zul je zeggen. Ja, maar hoeveel keer vertrekken wij niet van onze smaak of van onze geldbeugel of van de situatie waarin wij ons op het moment verkeren? Kijk, indien je niet vertrekt van de kunstenaar, dan maak je een inschattingsfout.
Wil dit nu zeggen dat je geen groot oor mag hebben (ik durf niet te schrijven: grote oren)? Maar neen. Je kunt de kunstenaar vragen: “Hoe heb jij dit gedaan?” Maar je mag iemand nooit als voorbeeld nemen. Een galeriehouder vertrekt van zichzelf. Hij moet weten: wat is mijn situatie, hoe moet ik overleven? Een criticus vertrekt van de kunstenaar. Beiden houden van schilderkunst. De eerste toont schilderkunst, de tweede bespreekt schilderkunst.

Meestal vertrekt de eerste van een trend, soms van een modernistische visie (zoals in de jaren ’80, toen werd beweerd dat ‘schilderkunst niet meer bestaat’ of ‘schilderkunst is dood.’) Nu nog vind je galerijen die geen schilderkunst meer durven te tonen. Ze tonen installaties b.v. In de jaren ’90 vonden de kunstenaars het weer kunnen zich als schilder te uiten.
Een goede Belgische galerij moet in eerste instantie werk tonen van mensen van hier, Belgen, Nederlanders, mensen van wie zij het oeuvre door en door kennen. Ze moeten dit werk op een internationaal forum plaatsen. En hier kan de criticus weer inkomen: ook de kriitiek moet eigen mensen internationaal bekend maken. We hebben een gemeenschappelijke taak: het werk van jonge kunstenaars moet door zoveel mogelijk mensen worden gezien. De criticus bespeelt de media, de galeriehouder probeert in eerste instantie te verkopen aan musea, aan openbare collecties. De kunstenaar wil immers het liefst in een museum hangen. Dit spreekt toch vanzelf?

Ik geef toe dat een galeriehouder niet altijd controle heeft over allerlei speculatieve elementen. Hij wil de prijs ‘normaal’ houden. Veronderstel echter eens dat een koper nog dezelfde maand driemaal zoveel voor het werk krijgt, dan zit je als galeriehouder met een probleem. “Wat is de prijs die hij nu gaat vragen voor het volgende werk van deze schilder?” Ik geef toe: dit is een frustrerende bedoening. Gelukkig heeft de criticus van die marktsituatie geen last. Of toch? Ja hoor, ik heb een hartsgrondige hekel aan die marktmechanismen, aan dit speculeren met kunst. Kunst wordt op deze wijze elitair, discrimineert, krijgt on long terms het deksel op de neus. De jonge kunstenaar komt tussen twee stoelen te zitten: indien hij te laag prijst, wordt zijn werk niet als “vol” aangezien, noch door de koper (zelfs niet door hem die de hoge prijs niet aankan, ja, ja), noch door de criticus die zich afzet tegen het elitaire aspect van de kunst. Wanneer de prijzen de pan uitvliegen, wordt kunst uitsluitend nog een belegging voor “rijke mensen”, meer bepaald voor de nouveaux-riches”.
Hoe moet volgens mij een goede galeriehouder tewerk gaan? Hij begint b.v. met twee jonge kunstenaars. Ik weet het: hiervoor is plicht en verantwoordelijkheid nodig. De naam die de galerij heeft, slaat over op de jonge kunstenaar: koopt men voor de kwaliteit van het werk van die kunstenaar of koopt men uit vertrouwen voor de galerij? De galeriehouder mag geen misbruik maken van deze situatie. Dit zou zijn symbolisch kapitaal naar beneden halen. Wat hij heeft opgebouwd, moet hij ook zien te houden. Dit wordt dus een evenwichtsoefening. De galeriehouder is een evenwichtskunstenaar.

En de kunstcriticus? Laat we wel wezen, ik ben geen leek in de materie en heb reeds honderden inleidingen verzorgd, maar toch ben ik geen criticus, veeleer een recensent, een opvoeder die het publiek bij de hand neemt en het probeert rond te leiden in de wereld van de kunst, i.c. de tentoonstellingsruimte.

Nog altijd is er een publiek dat de beeldende kunstenaar wenst te zien als de exponent van de romantiek: de kunstenaar die zich buiten de wet plaatst, die zich niet kan of wil schikken naar de normen die het sociaal verkeer oplegt. De kunstenaar van vandaag is echter de sociale gelijke van de mensen die hem omringen: hij staat niet meer buiten de maatschappij maar is er door osmose in opgenomen. Verzamelaars en intellectuelen ervaren het als een voorrecht de kunstenaar te kennen. Niet als een curiosum, zoals vroeger, maar als een "interlocuteur valable".

Een kunstenaar blijft echter anders dan de gewone mens. Door zijn talent. Het talent dat hem toelaat uit te drukken wat er in zijn hart en geest omgaat. Een hart en een geest die subtieler zijn afgestemd op de gebeurtenissen die in ons leven een diepe indruk nalaten.

Kunstenaars zijn een exponent van het vrije denken. Dit heeft niets te maken met zijn religieuze of filosofische ingesteldheid. Toch kan ook hij niet ontsnappen aan de tijdsomstandigheden of het politiek, economisch, filosofisch of godsdienstig systeem waarin hij werkt.

Zolang hij zich niet (of zo weinig mogelijk) aan dit systeem verkoopt, komt zijn vrije denken niet in de verdrukking.
Kunst is meer dan alleen een verheven smaak van weinigen of versiering, hoe belangrijk en waardevol dat dit op zichzelf ook kan zijn. Kunst is vooral een eigen vorm van communicatie met anderen en met de wereld om ons heen, waarin meer en andere ervaringen kunnen worden opgedaan en uitgedrukt dan met intellectuele middelen mogelijk is. "Guernica" laat ons de Spaanse burgeroorlog beter beleven dan drie verhandelingen daarover.

De (schrijvende en beeldende) kunstenaar is lotsverbonden met de mensheid. Vol attentie voor het menselijke vindt hij in deze situatie zijn inspiratie. Hij vertolkt het wel en wee van de mens en getuigt. In zijn werk is de tijdsgeest hoorbaar: soms als één langgerekte schreeuw om aandacht, soms als een orgastisch gevoel van blijdschap.


Thierry Deleu

5 september 2009



OOSTENDE BY DAY

De eerste avond zat ik aan tafel in de Koninklijke Villa,
nu gesloten als restaurant. Dat soort eetgelegenheden ben ik daarna
gaan noemen: ‘plekken, met veel bestek en veel glazen bij je bord’.
Oostende is haar oude glorie nog lang niet kwijtgeraakt als kuuroord

voor wie graag over de boulevard wandelt, zijn blikveld verruimt
naar een breed uitzicht van strand, golven, en daarboven luchten.
We nemen vis bij een stalletje langs de kade. Grote garnalen met
groentjes prik ik aan een plastic vorkje voor nog geen vier euro.

Oh god wat een genot en het kost allemaal toch niets, terwijl
meeuwen rond drentelen voor restjes vis en frietjes. Twee vrouwen
die Frans praten, naast mij op de bank zitten, kijken afkeurend
naar een dikke vette vrouw in bikini met een wit hondje aan de lijn.

We lachen er samen om. Oh god wat is het een goddelijk weertje.
Het kost allemaal niets. We lopen langs het water terug naar het hotel.
Onderweg nog even een fles wijn gehaald uit de nachtwinkel. Ook
een chocoladereep. In Oostende smelt de chocolade weg op je tong.

Hannie Rouweler
(augustus 2009)

http://demerpress.be


Gastredacteur (zie linkerkolom) ASTRID DEWANCKER - deel 2




gladde plooien


ze aait het wagentje
nog warm van het racen in straten vol logge
bussen met lastige kinderen
deint op het ritme van haar dijen door de deur

stapt hij, in de maat van zijn pak met haar kort
geknipt voor de huisstijl, het kantoor binnen
in de plooi van haar glimlach de flash-back
van een natte nieuwjaarszoen

tot in zijn vingertoppen voelt hij de ronding
van de muis waarmee hij haar functies
opzegt met een virtueel bericht achter

schermen verborgen voor het
ongeloof op haar gezicht

tot het aangepast bestand
uitnodigt om te drinken op een jaar
boordevol kansen dat hij straks
een bocht mist


Trees Vanaerdebrugge



4 september 2009



















Dochter van Willem Elsschot kiest "goede dood"

De jongste dochter van schrijver Willem Elsschot (Alfons De Ridder) is op 91-jarige leeftijd overleden. Ida De Ridder koos volgens Ida Dequeecker, een kleindochter van Willem Elsschot, voor "een goede dood".
Bekijk
Ida De Ridder te gast in "Phara" (2008)
Ida De Ridder te gast in "De zevende dag" (2007)

Sinds de jaren 90 zette Ida De Ridder zich in voor het behoud van het integrale archief van haar vader. Ze ijverde ervoor om het oeuvre te laten erkennen als Vlaams cultureel erfgoed. "Het werk van haar vader kende ze door en door. Tot op het einde van haar leven bleef ze antwoorden zoeken op vragen zoals waarom Elsschot zijn roman Kaas voorstelt als een toneelstuk en wat de echte betekenis van het boek is. Haar hypothese luidde dat de kazen symbool staan voor Elsschots eigen literaire werk, dat tot dan geen succes kende", aldus Ida Dequeecker.Willem Elsschot schreef enkele klassiekers uit de Nederlandse literatuur, onder meer Villa des Roses, Kaas en Lijmen/Het been. Ida De Ridder schreef verschillende boeken over haar ouders. Ze publiceerde onder meer Willem Elsschot, mijn vader, Fine, levenslang met Elsschot en De piano. Het afscheid van Ida De Ridder vindt plaats op vrijdag 11 september in Antwerpen.













DE LANGE WAPPER


Hij is nog steeds niet gekomen
hij was vroeg in de avond verwacht

en zou snoepgoed en speelgoed
meenemen voor de kinderen

voor de dames parfums en chocolade
letters en doorzichtig ondergoed

voor de heren aftershave en
wat kleine handige apparaten.

Hij is er nog steeds niet
ik hoop dat hij toch nog komt

maar ik kan het niet zeggen.
Ik weet niet wat er aan de hand is.

* de Lange Wapper is een geplande brug
die er wel/niet komt, in Antwerpen

Hannie Rouweler
(uit een nieuwe bundel in voorbereiding: uitgave 2010)




THE LONG WAPPER


He still hasn’t arrived
he was expected early in the evening

and would bring sweets with him
and toys for the children

for the ladies perfumes and chocolate
letters and transparent underwear

for the gentlemen aftershave and
a few little handy gadgets.

He still hasn’t arrived
I hope he will come soon

but I can’t tell you.
I don’t know what is going on.


* De Lange Wapper (the long wapper) is a bridge to be or not to be built
in Antwerp, according the latest news.

Uit: MOVING SPOTS (2009)
http://www.lulu.com/content/6358078

Hannie Rouweler
www.hannierouweler.be