Redactie: Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Thierry Deleu (eindredactie), Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

29 mei 2009
















ON TOP OF A ROOF

In a street not far from the harbor of
Portsmouth you showed me the roof
on which women stood waiting.
Waiting for their husbands to come back
from the sea.

I only see one woman.
She is dressed in a long black robe and a shawl
covers her face in the wind and cold rain.
That woman will never go away.
She could be anybody. Always.

It is like a new song of a long time ago.
You hear in it the saudade from Lisbon,
spleen, the fishermen’s songs from Ireland,
the last waltz from Vienna in the slow waves
from the Danube crossing the heart of Europe.

(written for Charles Simic)

Hannie


Hannie Rouweler
www.hannierouweler.be

28 mei 2009

"The Knights of the Razorblades"

DE EERSTE SIGNIFICANTE ONLINE-RIDDERORDE
IN VLAANDEREN!


Openhartig gesprek met auteur Thierry Deleu (ridder Derek van 't Gulle Zand)

Op 12 november 2004 werd het bestaan van “The Knights of the Razorblades” openbaar gemaakt. “The Knights of the Razorblades” is de eerste significante onelinerridderorde in Vlaanderen. Waar staat deze Orde voor?

Het is zowel een ludieke als een creatieve orde. “Kousenband”, “Halsband”, “Eikenkroon”, “Cordon Bleu”, “Gulden Vlies” waren (zijn) ook geen diepzinnige symbolen en toch waren (zijn) zij ridderorden. “The Knights of the Razorblades” is nog wel iets anders zijn dan een serviceclub. Wij gaan verder in het promoveren van ethische waarden en persoonlijke vervolmaking. Op basis van symbolen en instructies ontwikkelen wij een originele methode van zelfkennis, zelfverbetering en universele solidariteit die verder reikt dan wat een serviceclub aanbiedt.
Los van een collectieve geloofsovertuiging ontwikkelen wij een wereldvisie waar gelovigen en ongelovigen zonder probleem kunnen samenwerken. Wij willen een maatschappij bouwen op basis van de vier absolute normen: waarheid, eerlijkheid, reinheid en onzelfzuchtigheid.
“The Knights of the Razorblades” wil zich echter niet losmaken van een constructie die, hoezeer ze dit ook ontkent, haar onderbrengt bij een quasi‑middeleeuwse organisatie, met name de Tempelridders. Hoewel “The Knights” voor deze constructie kiezen, zijn zij toch geen epigonen die retrogevoelens koesteren en bang weg vluchten in de veilige schoot van de duistere Middeleeuwen. “The Knights” transponeren het gedachtegoed in de toekomst. Ze zijn op hun tijd vooruit. Ze bevinden zich in de Melkweg van het Internet. Op zoek naar de Ultieme Verbinding. Ze willen helemaal niet het middelpunt van de wereld zijn, veeleer en met nadruk een Centrum van Eenheid.
De evolutie naar ofwel godsdienstige ridderorden, ofwel vrijzinnige die oorspronkelijk ook religieus waren, heeft natuurlijk historische verklaringen. Of het ook anders had gekund, is vanuit historisch standpunt een interessante vraag, maar in de optiek van de toekomst minder belangrijk.

Waarom werd het bestaan van de Orde pas einde 2004 openbaar gemaakt? Kent u haar geschiedenis?

Tijdens de vervolging van de Tempeliers zijn velen van hen gevlucht naar veilige oorden. Na verloop van tijd verenigden sommige ingewijde Tempeliers zich opnieuw en stichtten een nieuwe orde. Om alle kans op vervolging te voorkomen werd er gezocht naar een veilige naam: de “Orde van de Scheermessen”. Deze naam verwijst naar het feit dat vele ridders, tijdens hun vlucht, zich van hun baard ontdeden om iedere kans op herkenning te vermijden. In modernere tijden werd deze naam gewijzigd in de “Orde van de Scheermesjes”.
Eén van hun belangrijkste rituelen was het scheren van een hoofd met baard gelegen op een schaal. Het hoofd met baard symboliseerde de oningewijde. De neofiet werd door het afscheren van de baard klaar gemaakt voor inwijding. Na 33 dagen groeide de baard terug en kon het ritueel opnieuw uitgevoerd worden. Deze cyclus van 33 dagen was voor de Orde zeer belangrijk. Daardoor ontstond een eigen kalender, alleen gekend door de hogere graden van de Orde. De herkomst van dit ritueel wordt door velen toegewezen aan de Tempeliers.
Heden ten dage wordt dit ritueel symbolisch overgedaan door aan de leek de vraag te stellen of hij of zij (ridder of jonkvrouw) bereid is zich te laten scheren door zijn broeders en zusters. Via het scheren wordt de overgang van de Tempeliers naar de nieuwe orde gesymboliseerd. Dit ritueel impliceert niet dat alle leden baardloos zijn. Dit is geen vereiste. De Orde laat zijn ridders volledig vrij. De symbolische bereidheid is voldoende en zorgt ervoor dat de ridder op de hoogte wordt gebracht van de voorgeschiedenis van de Orde.
Door de jaren heen heeft deze Orde in alle stilte arbeid geleverd en meegewerkt aan verschillende grote gebeurtenissen in de geschiedenis. Deze geschiedenis zal te gepaste tijde bekend gemaakt worden. Daar de Orde zich altijd heeft aangepast aan haar omgeving en de technische vooruitgang komt zij naar buiten onder de vorm van een website.

“The Knights of the Razorblades” is sinds haar openbaarmaking de eerste significante onelinerridderorde, zegt u.

De geopenbaarde “Knights of the Razorblades” streeft naar de totstandkoming van een netwerksamenleving met het internet als belangrijkste medium. De ingebakken flexibiliteit van het internet biedt de ridders ongekende voordelen in een omgeving gekenmerkt door constante verandering. Het internet is hun geprefereerd communicatiemiddel. Het maakt communicatie mogelijk tussen verschillende personen, op zelfgekozen tijdstippen en op globale schaal.
“The Knights of the Razorblades” moedigt haar ridders en jonkvrouwen aan tot het verwerven van doorgedreven muis‑ en toetsenbordkennis. Via deze kennis tracht men de Ultieme Verbinding te verkrijgen.
Via de website http://www.knightsrazor.be bij sectie “ridders” krijgt de leek meer informatie over toetreding tot de orde. Man of vrouw, computeringewijde of ‑leek, iedereen met een gezonde drang naar kennis en absurditeit, komt in aanmerking.
In de sectie “Geschiedenis” krijgt de leek een overzicht van het ontstaan van de Orde. In de Webtempel kunnen ingewijde en profaan elkaar ontmoeten en informatie uitwisselen. In de Webtempel bevindt zich ook de Aller‑Uitiemste pagina, enkel toegankelijk voor de ridders van “The Knights of the Razorblades”.

Welke zijn haar principes?

“The Knights of the Razorblades” streeft - in haar zoektocht naar de Ultieme Verbinding ‑ naar een perfecte synthese van de belangrijkste bevindingen van The Information Age.
“The Knights of the Razorblades” is gebaseerd op de progressieve principes van openheid en zelfontwikkeling.Vrijheid is de centrale waarde. Deze ridderorde wil zich niet integreren in het spanningsveld politiek‑civiele maatschappij‑internet. Ze wil zich wel organiseren via het net, niet alleen omdat het perfect aansluit bij haar losse netwerkstructuur, maar ook omdat het netwerk de dynamiek verandert van de samenleving.
In een wereld gekenmerkt door wijdverspreide crisis van politieke legitimiteit en onvrede vanwege burgers tegenover politici, acht “The Knights of the Razorblades” het internet een perfect middel om rust en evenwicht, respect en sereniteit te brengen, eerst bij haar leden en daarna in de omgeving van elk van hen. Deze ridderorde beschouwt het internet als bevrijdende technologie.

Welke personen maken thans deel uit van de Orde?

Het valt mij op dat een groot deel van onze leden héél creatieve mensen zijn. Auteurs, fotografen, beeldende kunstenaars, musici, maar ook onderwijsmensen, ambtenaren. Een solliciterende profaan hoeft geen peterschap, via de website kan hij of zij contact nemen met de Grootmeester of met één van de ridders/jonkvrouwen. Via de Grootmeester wordt hij of zij op de hoogte gebracht van de gewoonten.

Ik stel vast dat de Orde nu ook als uitgever optreedt?

Razor’s Edge Editions huisvest inderdaad de nieuwe print-on-demand uitgeverij van “The Order of the Razorblades”. De modaliteiten om bij Razor’s Edge Editions een boek te laten drukken zijn eenvoudig: De auteurs mailen hun kopij door. In het geval van gedichten en korte verhalen maken zij zelf vooraf een selectie van wat zij wensen te publiceren. Dit maakt het de redactie gemakkelijker om een oordeel te vormen. Bij de e-mailzendingen voegen zij suggesties bij over de lay-out. Razor’s Edge Editions neemt het initiatief tot nieuw contact.
Razor’s Edge Editions gebruikt het printing‑on‑demand‑systeem. Dit maakt het mogelijk boeken in kleine oplagen te produceren. De auteur zelf behoudt zijn auteurs- en exploitatierechten.
Is je manuscript klaar of heb je een vraag, stuur dan een mail naar razorsedge@knightsrazor.com.
Mijn recente gedichtenbundels, De kiemjaren en Magisch alfabet en mijn vierde en vijfde roman, Klamme handen en De doden zwijgen niet, zijn uitgaven van Razor’s Edge Editions. Onlangs verscheen ook een eerste cd, met gedichten, foto’s en muziekcomposities van ridders en jonkvrouwen, met de mooie titel Op datsi leren moghen wat liefte is ende wat minne.

De Geletterde Mens dankt u voor dit gesprek.
UITZONDERLIJKE TENTOONSTELLING

in Kunstentaverne DE KLEINE NOTELAAR te Vlassenbroek

Op zaterdag 6 juni 2009, aanvang 16 uur, toont de 15-jarige Anne-Sophie DE MEY haar tekeningen aan het publiek. Zij krijgen alsdan een prachtig plaatsje in Kunstentaverne "De Kleine Notelaar" nr. 222 - Vlassenbroek-Baasrode.

Met de nodige ontspanning, muziekentertainement door Roeland (klassieke gitaar, zoon van illustrator Marijke Meersman), een droogje en een natje aangeboden door vzw Symbiose.
Jeugdauteur Patricia De Landtsheer leidt in en vertelt,
voorzitter Marc Leboeuf verwelkomt de jonge kunstenaar.

Vanaf 19.30 u. gezellig samenzijn.
Melissa en Bernard dragen voor en spelen.

Vrije ingang - Evenement gratis - organisatie vzw Symbiose.
Tentoonstellingsperiode: loopt van 6 juni t/m eind juni.

27 mei 2009


Solitaire Samenlevingsmodellen

Op zaterdag 6 en zondag 7 juni exposeert

Frank Devos'
"Solitaire Samenlevingsmodellen"
in het Begijnhof te Mechelen

Plaats van afspraak is in de Hoviusstraat nr. 6 bij gastvrouw Kathleen Bilsen.
Op dezelfde locatie kun je beelden bewonderen van Dianne Nuyts en unieke monotypes van Bert Bevers.

Op zondagnamiddag is er een optreden van Quirilian.
Iedereen welkom


Buurtwerking Groot Begijnhof vzw organiseert op 6 en 7 juni 2009
de 4e editie van Kunst op het Begijnhof.

Moderne en klassieke kunstdisciplines worden met elkaar geconfronteerd in het cultuurhistorisch patrimonium van het Groot Begijnhof te Mechelen (erkend UNESCO - erfgoed).
Bewoners stellen hun historische begijnhofwoningen en - tuinen ter beschikking van 70 kunstenaars uit binnen - en buitenland.
Schilderijen, beeldhouwwerken, keramiek, visuele & digitale kunsten, juwelen, muziek,… alle zintuigen worden geprikkeld op deze tweedaagse kunstbeleving.
Op zaterdagavond vullen klassieke klanken van Schnittke, Shostakovich en Mendelssohn-Bartholdy, uitgevoerd door het Xanthos-ensemble, de barokke Begijnhofkerk.

Aansluitend kun je met een glaasje nagenieten in de binnentuin van het buurthuis dat in de schaduw van de kerk gelegen is.

Praktische informatie:
zaterdag én zondag: 12.00 tot 18.00.
Het Groot Begijnhof Mechelen is gratis toegankelijk.
Op verschillende locaties zijn drank- en eetstanden voorzien.
Catalogus 7.00 euro.

Deelnemende kunstenaars en muzikanten staan vermeld op onze website http://www.groot-begijnhof-mechelen.be/
Mogelijkheid tot geleide wandelingen (duren ongeveer 2 uur, vooraf inschrijven).

Zaterdag 6 juni: concert vanaf 20.00 in de BegijnhofkerkXanthos Ensemble.
Deuren open: 19.30u.
Toegang: 5.00 euro (of combiticket: catalogus + concert = 10.00 euro).
Voor tickets: Kunst op het Groot-Begijnhof of 0496/549065.

Zondag 7 juni: veiling van jeugdwerken vanaf 17.30u in de Moreelsstraat 3.
Veilingmeester: Tom Kestens (Lala-lover).
Meer info? Mail naar Kunst op het Groot-Begijnhof

De Buurtwerking.
info@groot-begijnhof-mechelen.be
http://www.groot-begijnhof-mechelen.be/

26 mei 2009

"Bloedwraak" - nieuwe roman Ghislaine Bergen (fragment)

Bloedwraak

VAN DEZELFDE AUTEUR
Levende engelen
Het Santiago team: Magistratenvuur/ De luis

Ghislaine Bergen


1.
"Godverdomme. Bah walgelijk," klonk het van Alex, die zijn afgrijnzen niet onder stoelen of banken stak.
De aanblik bood een alles behalve prettig zicht. Dit kon onmogelijk een werkongeval zijn. Alles wees in de richting van een moord. Een gruwelijke, bizarre moord. Overal lagen kleine bloedspatten verspreid over een afstand van tweeëntwintig meter in de diepte van het bouwperceel.
Langsheen de straatkant vond Herman slierten van ingewanden die hij met rode plaatjes markeerde. Het spoor liep dood tegen de bouwkraan. Samen met Chris nam Mateo stalen uit een hoopje braaksel aan de lantaarnpaal. De technische ploeg borstelde het bedieningspaneel van de grote kraan en de deur van de bouwkeet. Boven de onafgewerkte kelder bewoog het corpus delict heen en weer op de cadans van een koude novemberwind.
Alles werd grondig op sporen uitgepluisd. Iedereen droeg schoenbeschermers. De spekgladde grond gaf weinig aanwijzingen. Een diepe groef liep dood aan de Jeep, eigendom van het onfortuinlijke slachtoffer. Voor de rest vond het Santiago team niets dat in de richting wees, dat het om meer ging dan een stom werkongeval. En toch. De man kon nooit zichzelf dood aan de kraan gehesen hebben. Niet zoals hij was toegetakeld noch door de afstand.
Een interventieploeg kwam terug van zijn patrouille door de Heiligenstraat.
"Niemand heeft iets abnormaals gezien of gehoord," meldde Johannes aan Mateo.
"Geen wonder, de straat is voor de helft bewoond en dan liggen de huizen een vijfhonderd meter dieper de straat in. Vanaf de Pannenberg zijn het allemaal bouwwerven, waar nog veel werk in het verschiet ligt," antwoordde Mateo verontwaardigd. "Zelfs hier tegenover is het nog een zooitje van stenen en bouwafval."
"Misschien heeft hij er zelf een eind aan gemaakt, al vermoed ik eerder een afrekening uit het drugsmilieu," zei Mark Bonnarens.
"Stanny was wel stom bezig maar door het lint gaan stond niet in zijn woordenschat," onderbrak Johannes diens betoog. "Dat hij gestraft ging worden, wisten we ook, maar op deze manier, hm."
"Jullie kunnen beschikken. Wij zijn hier ook zo goed als klaar," zei Mateo.
Johannes keerde de wagen en knalde tegen een palet getrommelde grijze stenen van de overburen.
Twee ogen in het beeldschone wezen staarden, maar reageerden niet. Ze keek naar de beschadigingen en glimlachte.
"Doe maar jongens. Dit is nog maar het begin," fluisterde ze in de eenzame kamer.
Met een ruk keerde ze zich van het raam weg. De lijkwagen arriveerde en parkeerde dwars over de straat tussen twee Japanse Kerselaars in. Het kostte flink wat moeite om de homp dood vlees met haak te kisten. De kist sloot nipt. De lijkwagen zakte onder het abnormaal gewicht zwaar door de vering.
Mateo en de technische ploeg vertrokken als eerste. Herman en Alex volgden als laatste, nadat ze de straat met lint hadden afgespannen. Ze kwamen binnen en vingen nog net Mateo’s laatste woorden op, die de eigenaar van het tegenovergelegen pand waarschuwde. De plaats delict mocht onder geen enkel beding gecompromitteerd worden.
"Een maand geduld is voor u geen probleem, meneer Tan Siu?"
Herman noch Alex konden horen wat de ander zei. Ze hoorden hoe Mateo voortdurend met zijn vrije hand op zijn bureaublad trommelde. Een teken dat er geargumenteerd werd.
"Oké," zei Mateo en haakte in.
"Dat was duidelijk niet echt naar de zin," constateerde Herman.
"Shit happens, ook voor bedrijfsleiders. Hij moet tegen het eind van de week in zijn nieuw onderkomen zitten. En dat kan nu niet," lichte Mateo toe.


2.
Ze stiftte haar lippen. Voorzichtig bracht ze nog wat oogschaduw aan. Bruin en goud. Haar ogen hadden door de volheid van haar wimpers geen mascara noch eyeliner nodig. Ze vormden twee dikke, natuurlijke zwarte lijnen. Het gaf haar gezicht de expressieve uitdrukking van een zakenvrouw. Een geboren leider. Hard en meedogenloos, met een neus voor de juiste transacties onder de ideale voorwaarden. Voor vandaag viel haar keuze op een kort, gitzwart rokje en een blauw, glinsterend truitje. Tot slot glipte ze in haar blauwe met jeansstof beklede, hooggehakte schoenen. Goedkeurend knikte ze naar haar spiegelbeeld. Het plaatje was af. Met de nodige aandacht voor haar vlammend rode nagels trok ze de kleerkast achter zich dicht.
In de keuken knipte ze het lichtje van de dampkap aan en opende de oven. Twee zakjes verdwenen in haar handtas. Het blauwe, fluwelen tasje nam ze uit de bestekladen en liet het in haar rokzakje verdwijnen. In de lege huiskamer las ze vluchtig het briefje dat aan de terrasdeur geplakt was. Ze nam de waarschuwing ter harte.
Haar puntige hakjes tikten op de harde garagevloer. Vier oranje lichtjes knipperden en gaven de wagen vrij voor gebruik. Drie garagepoortsegmenten schoven naar boven. Mei Li manoeuvreerde de brede Mercedes langs de rode plaatjes zonder er een te raken. Aan het politielint schatte ze de hoogte in, reed er stapvoets onderdoor en verdween uit het zicht.
Chris tuurde door de lenzen van de microscoop. Met een pincet viste hij de splinters uit de stukjes darm. Het hout was waarschijnlijk afkomstig van een pallet. Een nogal voor de handliggende vindplaats, hoewel hij daar aan twijfelde. Bouwvakkers, ook amateur klussers namen al eens dingen tussen de tanden, die dan ongeoorloofd in hun lichamen terecht kwamen. Het was de eerste keer dat hij hout zag opduiken. Het hardere materiaal, zoals nagels en nieten had hij al eerder gevonden. Meestal bleek het om onfortuinlijke hobbyisten te gaan, die alles behalve voorzichtig waren. Stanny Hayen had gezien de vindplaats, nog meer dan hout binnengekregen. Een royaal ontbijt met champagne als maaginhoud, daarna een geoliede hijskraanhaak in de al overvolle maag. Een afrekening op bijzonder pijnlijke manier.
Inspecteur Hayen was ook het rot appeltje van zone Maasland. Heeft het kopstuk van de drugsbende hem erin geluisd? Of heeft iemand anders een prijs op zijn hoofd gezet, waardoor hij boven de wolken van zijn droomhuis zweefde?
Allemaal vragen die door het hoofd van de patholoog zwierven.
“Hoe kon je zo dom zijn, mijn jongen, om je uniform zo unfair te dragen. Dacht je dan niet aan je partner? Aan je zonechef?”
Chris praatte wel meer tegen de stoffelijke resten die zwijgzaam de berisping over zich heen lieten gaan. De korpsleiding vond hem maar een rare kwibus. Voor dit werk moest je wel heel erg raar in elkaar steken, wilde je het volhouden. Hij kreeg soms de meest walgelijke dingen op zijn tafel, die hij beroepsmatig niet gewoon wilde worden. Gewoonte maakte immers gevoelloos.

3
Mateo en Alex werden bij een wel erg opmerkelijk ongeval geroepen. De afgesloten spoorweg zag er kleurrijk uit. Verwrongen metaal, verspreidde brokstukken hout, maar vooral veel mensen. Teveel naar Alex’ zin, die prompt de sirene liet loeien. De mensenmassa week uiteen en diegene die in hun nieuwsgierigheid volhardden, verplaatsten hun in de steekgelaten voertuigen een eindje verder. Liefst niet te ver van de plaats, want ze moesten eens iets missen, wat niet gemist mocht worden. Hoe sappiger de details, des te gruwelijker was de naakte waarheid. Die mocht liefst geen geweld aangedaan worden, want dan verloor alles zijn glans. Een interventieploeg had zijn handen vol aan het gestrande verkeer.
Alex parkeerde zijn wagen in een parallel gelegen doodlopende straat. De brandweer had zijn beruchte rode tent al boven het voertuig geplaatst. Het was toch wat beter werken dan in de koude buitenlucht, vond Mateo.
Ambulanciers vingen de gestrande reizigers op. Een grote takelwagen hees met veel moeite de voet van het seinhuis omhoog. De bestuurder lag nog in het wrak.
“Miljaar,” vloekte Alex. “Dat is nog een collega!”
Mateo trok de portier open. De airbag lag voor de helft uit het voertuig, de balken van het raam waren verwrongen, maar de rest was intact. De motor lag op de voeten van het slachtoffer. Toch kon dit alles onmogelijk de oorzaak zijn van de verminkingen. Tot tegen zijn neus was het hoofd weg. Rond zijn lippen en op zijn kin ontsierde een eczeem de huid. Vanaf de borst tot aan de broekriem tekende een grote bloedvlek alles bruinrood.
Mateo ging de tent uit. Aan het seinhuis lag de onbeschadigde vooruit. Een klein stuk metaal trok zijn aandacht. Er stond een vage tekening op. Terug in de tent flitste Alex’ fototoestel.
“Controleer even de koffer,” vroeg Mateo aan Mark Bonnarens, die Johannes even verving.
“Het ruikt alsof hij de wagen heeft gepoetst.”
Mateo knikte. Er was inderdaad gepoetst, maar na de moord. De vooruit was te proper. In niets kon men opmaken dat het om meer ging dan een spijtig ongeval. Een onvoorzichtige bestuurder, die ondanks de gesloten overwegslagbomen, geprobeerd had door te rijden, maar dan door de trein gegrepen werd. Toen Alex de boord documenten doornam kwam hij tot de bevinding dan het weer om een inspecteur ging die buiten de lijnen kleurde. Zo bracht dit de zone Beringen op een negatieve manier in kaart. Wie had er baat bij deze mensen op een uitgekookte manier om te brengen? Dit was nummer twee. Mateo’s verbazing en onrust groeiden.
“Mark?”
“Wat is er Mateo?”
“Probeer een profiel op te stellen.”
Alex keek van de een naar de ander.
“Wat is er Mats?”
Mateo ging terug naar buiten en voegde zich bij het team dat onder leiding stond van Mathieu, de hoofdinspecteur van de technische recherche. Daar wees hij zijn collega op een paar ongebruikelijke mogelijkheden die hij in de tent niet had willen blootgeven. Het was al erg genoeg.
De grijze Mercedes van het mortuarium reed langs het spoor tot aan de tent. De auto stond nog maar net stil, toen de patholoog eruit sprong en onmiddellijk in de tent verdween.
“Dat ziet er niet zo best uit,” zei hij.
“Hoe bedoel je,” vroeg Mark.
“Hij is onthoofd met een bijl. Zijn hersenen zijn weg.”
“Of ze hangen tegen het plafond.”
“Nee,” zei Mateo, weer terug bij zijn team, “daar is het brandschoon. Waarom moet het een bijl zijn?”
“Omdat een mes nooit door dik bot heen kan zonder dat het sporen achterlaat en afbreekt. Ik wed op een houthakkersbijl.”
“Van op de achterbank? Verdorie, dat moet een sterke kerel geweest zijn.”
“Beste Alex, houthakkers zijn niet altijd sterk maar een vlijmscherpe bijl gaat door het hardste been als het net geslepen is.”
“Die details hoef ik nu echt niet Chris. Ik denk aan mijn ontbijt,” mopperde Mark, die het niet zo met lijken had.
Uren lang stond Mateo samen met Herman en Alex voor het wit bord. Eerst tekende hij drie vraagtekens, dan kwamen de gruwelfoto’s. De dader hield zich waarschijnlijk op in de twee bendes. Waardoor de beide politiemannen een gemene deler kregen: hun slachter.
Hoe was hij hen in twee verschillende zones op het spoor gekomen? Zone Maasland en Beringen lagen kilometers van elkaar verwijderd.
Chris boog zich over de onfortuinlijke bestuurder op zijn stalen tafel. Langzaam liet hij de schaar door het hemd gaan. Gelukkig was rigor mortis ingetreden anders lag alles op de vloer verspreid. Hij keek naar een bekende incisie, eigen aan zijn beroep. Dieper onderzoek bracht aan het licht, dat er meer ontbrak dan de man zijn hersenen. Zijn hart en lever waren ontvreemd!
De patholoog riep via de intercom Mateo en Alex op. Hopelijk waren ze nog aanwezig. Het was niet ongebruikelijk, dat hij als patholoog het laatst naar huis ging.
Alex en Mateo ondervroegen enkele eerder gearresteerde politiemoordenaars die onder strenge bewaking naar het politiekantoor gebracht waren, maar geen van beiden wist wie achter de moorden stak. Zonder van elkaar af te weten, gaven ze ongewild een aanwijzing. Ze waren er zelf bang voor, zo bang dat ze op verdere vragen niet meer ingingen.
Mateo gaf als eerste op. Dit gezeur bracht hem geen stap verder. Onder de deur van Mathieu zag hij nog licht en hij ging zonder aankloppen naar binnen.
“Heb je even?”
“Kom maar door. Ik ben nog met dat stuk steunbalk bezig. Je had gelijk, er stond een drakenkop op. Voor een Europese wagen een wel erg rare stempel, om dan maar te zwijgen van de vindplaats.”
“Zou hij in China geproduceerd zijn?”
“Volvo? Nee, die zou eerder bij ons geproduceerd zijn. Of in Zweden.”
Mateo printte een kopie uit, kleefde ze bovenaan over een vraagteken op het bord en besloot daarmee zijn dag. Het werd nacht. Chris moest maar wachten. Paulussen ging niet meer lopen. Hij was dood.
Op de hoek van de Pannenberg en de Heiligenstraat lag een zieke Johannes voor het raam in bed. Hij kon de vorderingen van het bouwwerk aan de overkant op de voet volgen.
De Chinese Mei Li scharrelde door het huis. Ze hield de kleindochter Vivi bezig, die lichtverkouden thuis gebleven was en normaal door haar grootouders opgevangen werd.
Voor Mei mocht de tijd een beetje vlugger vooruit gaan. Ze had deze namiddag nog twee colleges te volgen. ’s Avonds werkte ze als serveerster in het Driekoningenhuis, een cultuurcentrum aan de kerk.
Ze was naar Europa gekomen om voor chirurg te studeren, maar was niet kapitaalkrachtig genoeg om dat zonder werken te kunnen doen. Zo werkte ze dan in de voormiddag als poetsvrouw bij twee verschillende gezinnen.
Nu de heer des huizes thuis was, voelde ze zich opgelaten, want ze had hem nog nooit eerder ontmoet. Meestal kreeg ze met de bazin te maken. In deze gezinnen schenen de vrouwen de heersers te zijn. Wat meneer voor de kost deed, wist ze niet maar iets vertelde haar, dat ze niet te loslippig moest zijn over haar dagdagelijkse bezigheden. Hij lag haar niet, en zij mocht hem niet.
Toen de bel ging, schrok ze. Normaal liet ze niemand binnen als ze alleen werkte, maar dat kon ze nu niet maken. Meneer was er immers.
“Meneer, er staat politie aan de deur,” riep ze hem toe.
“Laat maar binnen. Het is goed volk,” antwoordde hij, gevolgd door een verstikkende hoestbui.
“Opie ook woefke,” grapte zijn kleindochter, die mee kefte.
“Opie niet laten lachen, spook. Dag Mark, Mats en Alex.”
“Johan, ken jij mevrouw Hayen?”
“Kennen is veel gezegd, ik heb haar nog niet gezien. Ik weet dat Stanny met een Aziatische getrouwd is, maar hoe zij eruit ziet, kan ik niet zeggen.”
Mei Li liet bijna de kopjes van het dienblad vallen. Vlug liet ze alles op het salontafeltje achter en verdween uit het zicht.
“En dat woont in dezelfde straat,” grinnikte Alex. “Dan kennen ze hun buren niet eens.”
“Ik denk dat niemand in de straat haar al heeft gezien. Ook niet toen Stanny aan de bouw begon.”
“Ze woonde bij een landgenoot, een zeker May Long. De familie Long woont in het fermette huis met de groene luiken iets verder de Heiligenstraat in,” lichtte Mateo Johannes in.
“Dat is toch veel te klein voor zo’n grote familie. Naar het schijnt wonen ook de grootouders bij de Chinezen in,” onthulde Johannes, die prompt weer begon te hoesten.
“Extra verlof in zicht,”grapte Mark.
Onbewust volgden zijn ogen elke beweging die Mei maakte. Ze zat naast Vivi aan tafel maar zei niets tegen het kind dat maar bleef zeuren. Het voelde zich blijkbaar niet lekker. Als ze opstond, keek ze even naar hen om. Was ze bang? Ze gaven toch geen aanleiding om haar angstig te maken.
Het was Mark opgevallen dat ze hoge hakken droeg en hij vroeg zich af of alle poetsvrouwen dat deden. Op een natte vloer niet bijzonder handig om op zulke smalle stokjes te lopen, schoot het door zijn hoofd.
Voor de rest vond hij haar een prachtig vrouwtje. Hij vond het spijtig dat ze al moesten opstappen, want hij had graag een paar woorden met haar gewisseld, maar volgens Johannes verstond ze hem en het kind zeer slecht. Ze sprak gebroken Engels en een mix van Chinees met Nederlands.
“Straks spreekt ze geen enkele taal nog naar behoren,” meende Johannes.
“Hopelijk blijft ze lang genoeg,” grapte Mark, die dit vrouwtje wel wilde leren kennen.
“Kom dan maandag terug, dan werkt ze hier weer,” antwoordde Johannes met schorre stem.
Mei Li keek de politiemannen buiten. Wat haar betrof, mochten ze werkelijk ophoepelen. In alles wat ze nog te doen had, werd ze voorzichtig, voorzichtiger dan gewoonlijk het geval was.
Meneer is dus een politieman en die bezoekers zijn vrienden, stelde ze grimmig vast.
De blonde toonde voor haar veel interesse, maar die boot hield ze af. Met hem kon ze niets aanvangen. Fysiek leek hij niet wat zij zocht. En op dat vlak was ze kieskeurig. Ondanks dat hij een mooie kerel was, hield zij van een ander soort man. Sterke spieren en strakke buik, maar vooral chinees. Hoewel ze haar land ontvlucht was, wilde ze niet met een Belg trouwen. Zulke huwelijken waren gedoemd om vroegtijdig schipbreuk te leiden.
Vanuit de eetkamer weerklonk opnieuw gezeur. Dat klein, blank monstertje hield haar van het vele werk dat nog gedaan moest worden.
“Nee, ik niet komen,” riep ze terug en zette prompt de stofzuiger aan om alle andere geluiden te overstemmen.

4
Mateo stond een meter van het bord. Alle namen en zones stonden in het groen opgetekend. Hij geraakte er niet wegwijs uit. Een harde bons op zijn deur, die Alex op een kier opende.
“We worden verzocht in Genk!”
De stilte in de wagen was onbehaaglijk. Beiden vrienden dachten en hoopten dat het niet nog een collega zou zijn. Ter plaatse werden ze met nieuwe gruwel geconfronteerd. Beelden hoefden geen woorden. Deze misdaad had met dode letters niets te doen. Om de huiver kracht bij te zetten, kraakte vanuit de zender een nog onheilspellender bericht.
“Inspecteur neergehaald!”
Wie en waar meldde men niet. Twee op een paar uur tijd. Mateo’s ploegleden keken verslagen naar Chris. Alsof die pasklare antwoorden had. Mateo had ze evenmin.
Drie lijken in een paar dagen tijd. Allemaal politiemensen die onmenselijk mishandeld en op gruwelijke manier omgebracht waren door een alter ego. Een patholoog van de slechtste soort. Iemand met een bloedhekel aan politie.
Vlak naast het hoofd van Bleyen vond Herman een afdruk op het passagiersportier. Wat had dit te betekenen? Een draak!
Stonden ze voor de figuurlijke drakendoder of vroeg het monster om offerandes?
Iedereen kreeg het moeilijk toen Mathieu’s teamgenoten ijzeren staven uit het lichaam van de onfortuinlijke inspecteur trokken. Het corpus bleef liggen. Chris boog zich voorover en voelde langsheen het lichaam. Onder diens oksel, kort op de lichtbalk, tipten zijn vingers tegen een harde materie.
De patholoog sprong van het voertuig. Polyruthaanschuim! Men had hem vastgelijmd.
Chris kreeg een beangstigende gedachte. Tot overmaat van ramp had Mathieu slechts twee potjes met oplosmiddel bij zich. Om het hele lichaam te ontkoppelen van de interventiewagen, moest hij een andere oplossing hebben. Daarom telefoneerde hij zijn vriend Petermans die een bedrijf runde in deze middelen. Bij A.D products hielp men hem snel verder met de meest voor de handliggende oplossingen. Staaldraad had Mathieu meer dan genoeg. Toch moest hij de rand van het lichaam eerst insmeren vooraleer hij het met staaldraad kon verwijderen.
“Mateo, neem je mensen even mee! Ik ken dit product niet, noch minder hoe het corpus delict erop zal reageren, maar het moet hoe dan ook loskomen,” zei Chris.
Hij begon onder de linkerarm te smeren. Sissend loste het schuim op. Alex ontvluchtte als eerst de rode tent, op de voet gevolgd door de rest. Alleen Mateo bleef waar hij was. Chris merkte op dat het product niet alleen het schuim wegvrat, maar ook het corpus delict littekens bezorgde.
“Mats, spring op de wagen en trek hem bij de armen los.”
Ook hij sprong op de wagen. De koude en het Polyruthaanschuim in verbinding met de rigor mortis, maakte van het werk een zware krachttoer. Een klein stukje onder de ledenmaten liet los. Tranen prikten in Mateo’s ogen. Deze jonge, veelbelovende inspecteur op zo’n manier op zijn eigen interventievoertuig vastpinnen en verlijmen kon alleen het werk van een troep wolven zijn. Een bende hongerige, vrijgevochten beesten.
Hij en Chris werden geestelijk gegijzeld, toen ze met een staaldraad onder de arme sukkelaar het Polyruthaanschuim afzaagden. De plastic overkapping van de lichtbalk smolt zienderogen en knapperend weg door het oplosproduct. Eindelijk liet de wagen zijn ongebruikelijke vracht vrij. Chris slikte moeilijk. Dit corpus delict had een vakkundige vivisectie ondergaan. Alles was weg, tot de man zijn nieren toe. Hij kon wel janken toen hij zijn armen moest breken om hem te kisten. Die handeling deed hem psychisch pijn. Hij vertrok samen met het gemartelde lichaam.
Mathieu’s team borstelde de wagen, maar vonden niets. Alex en Herman doorzochten de binnenkant en ook daar was geen enkel spoor aanwezig.
Rondom het voertuig stonden geen voetafdrukken die hen een stap verder hielpen. Het leek op demonenwerk. Duivelse krachten die alles brandschoon achterlieten en in rook opgingen. Dit fenomeen zaaide ongetwijfeld paniek in alle Limburgse korpsen. Wie waren de hoofdrolspelers in deze horrorfilm?
Mateo staarde naar de uitvergrote landkaart. Met een rode stift verbond hij de gewonde korpsen. Waar eindigde dit zinloze geweld? In de hoofdstad? Nee, daar lag het begin. Vier keer tekende hij de lijnen opnieuw. Bij de vijfde poging werd hij geen meter wijzer. Alles rammelde. Mark Bonnarens, die intussen was binnengekomen, meende:
“Het moet iemand zijn die ons kent. Gemotiveerd genoeg om ons te schaden en emotioneel bijzonder sterk.”
“Iemand intern? Een mol? Niet wat ver gezocht?”
“Het kan. Maar ik sluit het niet uit.”
“Ik vrees dat het einde nog niet in zicht is. We moesten hem een stap voor kunnen blijven, alleen…”
“Welk korps is het volgende?” klonk het van Mark.
Dat vraagteken bleef in Mateo’s kantoor hangen. Het maakte hem onrustig en kort ingebonden. Hij ging ervoor zorgen dat zowel het korps alsook zijn team buiten schot bleven. In het verleden had zijn team teveel in de klappen gedeeld, maar dat zou dit keer anders zijn.

5
Bij de middagbriefing werden enkele maatregelen uitgevaardigd die zonder discussie op te volgen waren. Wijkagenten werden met twee de baan opgestuurd en moesten zich om het half uur melden. Interventieploegen reden met een dubbele ploeg, vier mensen. ’s Nachts met twee wagens. Niet handig maar de enige manier waarop Geert hun veiligheid kon garanderen.
Mateo en Johan Tomsin namen Geert voor hun rekening. Zij zagen er op toe dat hij nooit onbewaakt de deur uit kon. Herman voegde zich bij Mark en Mateo met de mededeling:
“De neergehaalde inspecteur was iemand van zone Kempenland. Ik vermoed dat we slachtoffer zijn van terreuraanslagen.”
“Hebben die niet de gewoonte van hun aanslagen op te eisen?”
“Dat kan alsnog, Mark.”
In het klein kantoor van Santiago ging de discussie over al dan niet opeising door terroristen. Chris zat met een gigantisch probleem. Enerzijds diende hij het lichaam van Bleyen te koelen maar zonder de zonnebanken kreeg hij het Polyruthaanschuim niet uit het lichaam verwijderd. Alleen UV stralen loste dat probleem op en creëerde meteen een ander. Hitte was nooit goed voor een lijk. Het was een beetje zinloos om het tot poeder om te toveren, want hij moest het lichaam na onderzoek toch opvullen. Dat was hij de nabestaanden verplicht. Of hij verzocht om een gesloten kist? Dan mocht de echtgenote hem niet meer zien.
Was dat niet een betere oplossing?
Zijn pathologische fierheid vertelde hem van niet. Hij wilde weten of de organen ook hier op vakkundige wijze verwijderd waren. Bij Stanny Hayen was alleen het hart weg. Klaargemaakt voor transplantatie leek het wel. Alle aders netjes afgebonden en doorgehaald. Voor het toxicologisch rapport was het nog te vroeg. Maar iets vertelde hem dat er nog meer niet goed zat. Ook deze inspecteur had last van een hardnekkig eczeem, dat diens kin en wangen ontsierde. Dat onderzocht hij zodra er een toxicologische aanwijzing was. Bij Hayen lag het aan het drugsgebruik. De stommeling dealde niet alleen, hij gebruikte ook. Bovendien leed hij aan een voedselallergie. Melkeiwit intolerantie. Best moeilijk om te achterhalen.
Enkele minuten later, net als hij alles klaar had gelegd, kwam de Email binnen. Het toxicologisch rapport van Bleyen. Dat wees een nog gevaarlijkere allergie uit. Ze werden met medicijnen onderdrukt, maar de stoffen bleven strikt verboden terrein voor wie aan deze aandoening leed. Visallergie! Zelfs de afgeleide producten konden in kleine hoeveelheden een anafylactische shock veroorzaken. Iemand had hem duidelijk van de ellende verlost. Alleen op de manier waarop dat gebeurde, viel er het een en ander op te merken.
Tijdens het lezen van de gegevens kwam een nieuw bericht binnen. Collega patholoog Louwetta Ramsey deelde hem de gegevens van de neergehaalde inspecteur mede. De man diende in de zone Kempenland. Dertig jaar oud en vader van twee tiener dochters.
Snel scrolde Chris door het bericht. Hier was ook duidelijk sprake van een allergie. Hij mailde haar terug, met de vraag waar de pasjes waren. Ze werden normaliter aan de paspoorten toegevoegd, zodat men bij een ongeval wist welke medicijnen uit den boze waren. Tussen hem en haar was er een speciale band. Ze was zijn klankbord voor de vele moeilijke gevallen die aan zijn vakkundige handen werden toevertrouwd. Twee wisten vaak meer dan een. De medische vooruitgang bleek niet meer te stuiten, nu China een behoorlijke economische status had uitgebouwd. Vanuit dat land werden veel transplantaten aangebracht in ruil voor hoog technologische apparatuur. Zo beschikte hij als patholoog over een vernuft computersysteem dat alle ingebrachte details aan elkaar verbond. Bij menselijke twijfel schotelde het hem een overduidelijke doodsoorzaak voor.
Hij mocht afzijdig zijn, deze machine bracht hem wel op het juiste en vaak enige spoor. Een druk op de entertoets en het bericht verdween in de onzichtbare postwagen van digitaal verkeer. Eindelijk kon hij de zonnepanelen uitschakelen. De UV stralen hadden hun klus geklaard. De geur in het mortuarium nam hij er voor lief bij. Met een fijne, harige borstel veegde hij het Polyruthaan uit het karkas. Het veroorzaakte een stofwolkje. Hij niesde.
“Sorry Peter,” excuseerde hij zich.

Manifest voor een riskante literatuur

Kunst is vrij, maar niet vrijblijvend.
Kunst en entertainment zijn twee afzonderlijke disciplines.
Kunstenaars zijn ten volle verantwoordelijk voor de toestand in de wereld of zij nemen hun eigen kunst niet serieus.
Deze tijden van globalisering, immigratie, toenemende religieuze spanningen, oorlog, uitholling van de democratie onder druk van populisme, verkwanseling van grondrechten onder het mom van bevordering van de veiligheid, ecologische rampspoed en economische crisis zijn bijzondere en bijzonder gevaarlijke tijden die bijzondere eisen stellen aan de kunst.
Wij pleiten voor een moratorium van tien jaar op literatuur die elke pretentie ontbeert om zich op enige manier tot deze thema's te verhouden.
Wij verwachten van de literatuur niet dat zij oplossingen biedt, maar wel dat zij de wereld verandert.
Wij willen literatuur die in geen andere tijd moet zijn geschreven, dan in de tijd waarin ze is geschreven. Schrijvers zouden niet in hun werkkamer een stilleven van een appel en een peer moeten bedichten terwijl buiten het kanonnenvlees in de loopgraven lilt.
Wij verachten slecht geschreven boeken. Wij verachten platte pamflettistische literatuur. Maar evenzeer verachten wij literatuur die schuchter, schichtig of schouderophalend voorbijgaat aan alles wat deze tijd bijzonder en riskant maakt.
Men kan pas werkelijk verachten als men ook kan liefhebben. Wij houden van literatuur. Wij hekelen irrelevantie als einddoel.
Nonchalance in de literatuur is een misdaad.

Manifest voor een riskante literatuur
Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer
Landsmeer en Genua, mei 2009

In het woud van je ogen - Thierry Deleu
















Voor Ginette, muze, minnares, (soul)mate

Als ik verwijl in het woud van
je ogen kauwen vliegen op
uit de bomen tinten bruin
nuances van groen op je

netvlies wij fluisteren lieve
woordjes in de oortjes van al
wie loopt vliegt kruipt ik waar
in je tepelhof je lichaam

ritselt als vallende blaren
in een buil van licht liggen wij
uitgekleed in een wijde kring
om ons heen beuken eiken

halsreikende reeën wanneer
jij de ogen sluit het woud
in nevel de magie verdwijnt
richt ik mij op voor heel even.


Thierry Deleu

25 mei 2009

"De metamorfosen van de dichter" van Willem M. Roggeman

• François Vermeulen

De metamorfosen van de dichter is de recente bundel van Willem M. Roggeman, geboren in Brussel in 1935, uitgegeven door De Contrabas. In vijf reeksen gedichten toont Roggeman nogmaals aan dat hij ongetwijfeld tot de kleine schare van authentieke dichters behoort. Zijn onmiskenbaar talent laat hem ook nu niet in de steek.

Verwijzingen
Taal is het instrument van de dichter. De ontoereikendheid ervan doet de dichter (soms) de das om. Die onmacht levert dan weer mooie gedichten op over taal en over poëzie.
Woorden op zoek naar een betekenis / dringen luidruchtig binnen in deze tekst. (in "Een torpedo in de taal").
Dit gedicht schuift dicht als een gordijn / waarmee een mistlandschap wordt afgesloten. (in "De wet van het medium").
"Dode taal"' begint met Poëzie klinkt een beetje als een dode taal. En eindigt met Eén voor één komen de woorden aan het licht. / Zij bieden een mooi uitzicht op de taal. Met de schim van Slauerhoff die huivert om al wat onbegrepen bleef doet de auteur een milde oproep om niet te snel weg te lopen van (ogenschijnlijk) moeilijke gedichten. Inspanningen zullen beloond worden.
Bijzonder mooi is "Gevonden gedicht" opgedragen aan Gerrit Kouwenaar. De verwijzing naar "Totaal witte kamer" vinden we terug in de versregels De schaduw van Gerrit Kouwenaar zit / in een lege witte kamer te kauwen op taal. Roggeman beschrijft met respect, schroom en poëtische fijngevoeligheid de mogelijke gemoedstoestand van Kouwenaar vóór, tijdens en nà het schrijven van zijn bekende gedicht.
Er zijn ook Verwijzingen naar "De eenzaamheid van een voorwerp" met originele invalshoek en "Een sprekend portret", twee gedichten waarin Roggeman laat zien dat goede poëzie niet altijd metaforen behoeft.

Drie portretten
Homeros. Rabelais. Vermeer. De auteur serveert ons in drie lange gedichten zijn cultuurhistorische kennis, trekt ons mee in de wereld van de geportretteerden, geeft ons een brok geschiedenis aangevuld met whisfull thinking: situaties waarin ze zich hebben bevonden of hadden kunnen beland. Of een fijn anachronisme in "Het handschrift van Homeros" waarin hij de Griekse dichter naar een lied van Theodorakis laat luisteren, die andere grote Griek. Roggeman loodst ons blindelings doorheen de Griekse mythologie.
In "De bulderende lach van François Rabelais", geboren in 1483 (met een vraagteken), monnik, arts, schrijver, humanist leren we dat Rabelais een bourgondiër was. Er zijn verwijzingen naar zijn vijf boeken over vader en zoon Gargantua en Pantagruel, Jeroen Bosch, Nostradamus, Paracelsus.
"Johannes Vermeer bij het virginaal" schetst het (korte) leven van de Nederlandse schilder een ietwat teruggetrokken figuur, waarvan slechts een 34-tal schilderijen zijn bewaard gebleven. In 2003 werd het ontstaansverhaal van "Girl with a Pearl Earring" verfilmd met Scarlett Johansson en Colin Firth naar de gelijknamige roman van Tracy Chevalier. Vermeer stierf in 1675 en liet veel schulden achter.

De metamorfosen van de dichter
Alles staat er toch maar weer, is de eerste zin van een cyclus van vier gedichten. Maar voor het zover is heeft de dichter Hij die voordien alleen in dromen bestond een lange weg afgelegd. Het wit van papier is geduldig, werkt verlammend en de dichter moet veel demonen afschudden, Radeloos vlucht hij weg uit zijn lichaam. Vanuit zijn beperktheid probeert hij vat te krijgen op een tijdsbeeld en Zijn bestaan vult hij langzaam op met taal. Door zijn creatiedrang en onbescheidenheid (?) is the sky the limit maar hij valt telkens terug tussen de regels, erger nog verdwijnt onherroepelijk in de tekst. Of hoort de dichter daar thuis, wordt hij één met zijn tekst? Zijn schrijfproces kent vele gedaantes: Hij kauwt heel traag op een langgerekt woord, Als een giraf kijkt hij over het taallandschap heen. En al stappend vermorzelt hij soms een leesteken. Schitterend.
Roggeman ontleedt de dichter, dus zichzelf en daarom autobiografisch, als een (onrust)zoeker, buitenstaander, observator, dromer en twijfelaar die (taal)grenzen wilt doorbreken en verleggen maar botst op zijn onvolkomenheden, onzekerheden, zijn tekort aan taal.

Jazz
Spreken over Roggeman als jazzliefhebber is onvolledig, haast een belediging. Jazzkenner klinkt dan weer clean, emotieloos. Neen, hij is een jazzfanaat.
Het thema komt regelmatig in zijn oeuvre voor. Voor zijn bundel Blue Notebook waarin hij een jazzperiode beschrijft, ontving hij in 2007 de internationale poëzieprijs "Premio Tratti". De bundel werd uitgegeven door Mobydick en vertaald door Giovanni Nadiani, ere wie ere toekomt. In 20 gedichten, met New York als plaats van gebeuren, "beschrijft hij een jazztijdperk in tedere, eerlijke minibiografieën vol begrip voor de eenzaamheid, de weemoed die soms hun leven beëindigde. Hij kent deze mensen en blue moods door en door. De grote kennis van het onderwerp wordt omzichtig en onopvallend in de gedichten binnengesmokkeld" (Annmarie Sauer in "Stroom", nr 27, dec. 2007).
Enkele jaren geleden heb ik een Knack-aanbieding gekocht, 10 cd's met De legendes van de Jazz. Eerlijk, ik heb mijn best gedaan maar de hersenkronkel ontbreekt. Billie Holiday, Django Reinhardt en Stéphane Grappelli kunnen we wel bekoren en Do you really love me een ballad (jazz?) van Ella Fitzgerald krijgt mijn nekharen omhoog, maar een fan van het genre zal ik nooit worden. Is dit nodig om van de vijf jazzgedichten in De metamorfosen... te kunnen genieten? Moet je weten dat het gedicht "Whisper not" de titelsong is van een studio album van Ella Fitzgerald uit 1967? In "I could write a book" stelt Don Cherry op 11 september 2001 een vraag aan Sonny Rollins. Maar Don Cherry overleed 1995. Of dat de Engelstalige titels allemaal naar een muziekstuk verwijzen? Die kennis is niet vereist om van de associatieve beelden van feiten en fictie te genieten.

Schetsboek
Letterlijke betekenis: een boek met onuitgewerkte tekeningen. Hier slaat het woord volgens mij terug op datgene wat de protagonisten uit de vier lange gedichten bindt, namelijk de beeldende kunsten. De auteur stapt in de denkwereld van zijn vrienden of althans van personen die hem nauw aan het hart liggen. Zijn respect en bewondering verwoordt hij beeldrijk maar met de nodige afstand. Het zijn dan ook niet de minsten, deze internationaal gerenommeerde kunstenaars.
Guy Vandenbranden (1926), belangrijkste Belgische constructivist, "Hij zit in het centrum van een oorverdovend schilderij", met verwijzingen naar meetkundige figuren.
Marc Mendelson (1915), schilder, zeefdrukker, beeldhouwer, van wie enkele pentekeningen in de bundel zijn opgenomen. Allusies op de werkelijkheid, / een kettingreactie van beelden / die plots tot stilstand komen / in een witte verkalkte droom.
Paul Van Gysegem (1935), beeldhouwer, schilder, jazzmuzikant. Hij telt zijn laatste uren en zijn kwetsuren. / Gesoldeerde littekens, als zilveren tranen, / die door de tijd zwart worden geverfd.
Maurice Wyckaert (1923-1996), vooral bekend om zijn landschappen die hij vanuit vogelperspectief schilderde. Zoals Hölderlin leest hij de wolken, / niet te vatten, steeds weer ontsnappend.

Wanneer specifieke personen "model staan", zowel bij de historische figuren, de jazzmusici of de hedendaagse geestgenoten, voel ik telkens die onderhuidse warmte, genegenheid en loyaliteit. En dat vind ik heel knap.
De poëzie van Roggeman vraagt aandacht. Hij "schildert met woorden" (Paul de Vree) en meestal met zachte penseelstreken. Doorheen zijn plastische taal en kennis reis je niet als autocartoerist die in 5 dagen Europa wilt zien, maar als rugzaktoerist. Zo kom je op onbekend terrein dat het vuur aan de lont van je verwondering steekt.

Ingaan op de impact van Willem M. Roggeman op het literaire gebeuren van de laatste decennia is hier onmogelijk.
Zijn oeuvre omvat een vijftigtal publicaties; poëzie, proza, toneel, vertalingen, essays. Zijn werk werd vertaald in vele talen, opgenomen in bloemlezingen en meermaals bekroond. Was journalist bij "Het Laatste Nieuws" van 1959 tot 1981 en van 1981 tot 1994 adjunct-directeur en waarnemend directeur van het Vlaams Cultureel Centrum "De Brakke Grond" in Amsterdam.


OVER HET ONVOORSTELBARE

Zij deed een greep in de geschiedenis
en haalde een huiverend moment boven
waarin de mens het noodlot ontwierp.

Iemand zonk toen langzaam weg in het landschap.
Ver van zijn rustieke dromen kreeg hij een gezicht
op het onvoorspelbare, dat plotseling rimpels trok
in het vergeten grondwater van het eerste mysterie.

In het raam stond de nacht zacht te zingen,
over een maansikkel om het oosters te maken.
En zij hoorde hoe de maan zuchtte
omdat de dichters haar vergeten zijn.

De eenzaamheid van de mensen rook
naar het stof van verdwaalde sterren.

De zon is niet langer die laaiende godin,
oordeelde de laatste hedonist, maar
meteen kwam een nieuwe betekenis
nieuwsgierig om de hoek kijken.




Willem M. Roggeman, De metamorfosen van de dichter, 2008
Uitgeverij De Contrabas, ISBN 978 90 79432 06 6

Mededeling VVL

Nieuwe uitgave:

Vuil Geld

de nieuwe maatschappijkritische factionthrillervan Bob Mendes

wordt op 25 mei feestelijk gepresenteerd in de bridge room van het Rinkven Golfclub te 's Gravenwezel.

Uitgever Wim Verheije en Jan Goddaert, voorzitter Rinkven Golfclub, verwelkomen.
Jeroen Kuypers leidt in.
Het boek gaat over de infiltratie van de maffia in de Vlaamse samenleving en de ondergang van Lernout & Hauspie, ooit het paradepaardje van Vlaanderen

Mededeling VVL

Het poezie & accordeon programma, verbonden aan de gedichtenbundel
DE ROOS VAN ALLENDALE wordt gebracht op zondag 11 oktober 2009 om 11 uur:

10 rozengedichten als aperitiefconcert, in de bibliotheek van Merksem, Park, Van Heybeeckstraat te Merksem.

Reservatie Cultuurcentrum Merksem, ccmerksem@stad.antwerpen.be
Inkom : 10 en 15 euro, aperitief inbegrepen.

De roos van Allendale is een uitgave van "Thuishaven", Schoten.
Renée van Hekken, dichter en textielkunstenares.
Accordeon : Bart Wils, bachelor accordeon, conservatorium Antwerpen.
Begeleiding poezie : Ierse & Keltische muziek.

"Saturnus boven de Schelde" - Thierry Deleu in "Schoon Schip"

Het uitgebreide artikel van Thierry Deleu over Saturnus boven de Schelde is verschenen in "SCHOON SCHIP", nr 2 / 2009.

Ex. liggen o.a. in De Groene Waterman, Antwerpen.

Deze uitgave is ook te bestellen bij Raymond ten Berge, Assen:
Raymond ten Berge
(hoofdredacteur)
De Vallei 42
9405 KK ASSEN
NL

Tel. 0592-356107
E mail ebijma@planet.nl

Demer Uitgeverij

"Bicycle in the clouds" - Gronama















This morning,
ruffled sky welcomes
anyone in town,
looking down.

Thrilled kids splashing
wet clouds.

Big trees,
branches to leaves,
stir under her,
pave the way, today.

She cycles through
people,
road signs, cars.

Large houses vague,
shake and ripple
in puddles.

Sky covering street,
asphalt underneath.

So much better
for cycling
and dreaming.

Unpaintable paintings
remain after rain.


(c)2009 Gronama

"Filosofie van de koelbloedigen"'

Gierik 86, maart 2005
Sekou Sundiata
(vertaling: Hannie Rouweler)

FILOSOFIE VAN DE KOELBLOEDIGEN
(blues voor dichters)

Sinds water zwem ik al,
leerde als liederen te zingen.
Het oudste dat ik ken gaat als volgt:
Sommige mensen kwamen uit bomen,
ik herinner me dat ik uit de onderstroom kwam: de oceaan
van zeeën: de elektriciteit de explosies
miljoenen van ons werden verpletterd door de golven,
dan weggeblazen in het geheugen.
Je kunt ons nog steeds in een deel van een maatslag horen
of in de muziek van een schram gemaakt.
De eerste woorden hebben nog steeds wortels,
als een James Brown lettergreep.
Het ene moment was het een enkele cel en het volgende een harde slag.
Snelheid was wat wij nodig hadden.
Ik herinner me zout en lucht, waterig slijm en modder,
rechtop en duim omhoog, vuur en ijzer.
En het belangrijkste: de poëzie die we toen hadden.
Het waren open gedichten, later Afrika genoemd.
Ik herinner me dat het leven bij een vrouw begon.
Gamete was ik toen ik het wist, zygote was ik
toen ik het me herinnerde.
De aarde was toen negatieve ruimte, een doek
van huwelijksgod naar voorhuid en drumhuid uitgerekt.
En slaap vertelde ons in die dagen
om wakker te blijven: duisternis begint
duisternis eindigt.
Wie ooit zei dat er licht aan het einde was
leefde nooit tot het einde, hoefde nooit vooruit te rennen
om te kijken wat het zal worden: schoot
naar graf naar schoot.
Whoso kwowso, ik bedoel dat ik
Boeddha en Krisna op de trein heb gezien.
En je zou riviergoden, profeten niet kennen
of de wende van de eeuw
als je de laatste mode niet kende
zoals spreuken op T-shirts:
De beste dingen in het leven zijn tolvrij
Ik hou niet van vragen, ook niet van antwoorden, ik wil alleen dansen
ik hoef niet te rijden, ik word al gereden
Wat je krijgt is waar je van houdt
Goede dingen gaan naar diegenen die wachten, betere dingen gaan naar wie dat niet doen
Sommige mensen kijken naar beneden en vinden geld, sommigen kijken naar beneden en
verliezen hun ziel?
Shit gebeurt en het drijft.
Ik herinner me de eerste schepen
die als schaduwen aan de horizon verschenen.
En we renden naar buiten om ze te begroeten met onze zoete palmwijn en guaguanco
en dachten dat hun boeken en harmonieleer ons iets konden bijbrengen
over liefde en schoonheid.
Maar het was meer dan een idee
te midden van die koude Atlantische Oceaan: kots
haaien baby’s met navelstrengen om hun nek
het aardeloos ritme van water dat heen en terug spoelt.
Ik was getuige van de geboorte van rock ‘n’ roll.
Mijn moeder heette Lucy, haar echte naam Lucille.
Zonder blues gaan wij ten onder.

(ALOUD, Voices from the Nuyorican Poets Café, 1994)

"57 gedichten" van François Vermeulen

De bloemlezing van 57 gedichten opent in een bibliotheek waarin de tijd geen vat heeft op het geduld van boeken, nieuwsgierig waadt de lezer er door inktwoorden en eindigt met een gestegen soortelijk gewicht van bewustzijn. De auteur houdt ons hier met koele, afstandelijke, zakelijke blik voor. Zijn teksten zijn vaak miniaturen, korte verhalen en daarbij speelt de esthetica van het verhaal een rol. Eerst is er een huis, een mus, een tuin, dan wordt de dichter het huis, de tuin, de mus... Door hinkelspel van deze personages werkt het verhaal. Dat noem ik stijl en techniek. Een ontredderde, onthutsende blik op het lyrische ik is wat wij zien, geen grandeur of pathos te bekennen. Welke wereld roept François Vermeulen op in zijn werk: een huiselijke binnenwereld en een stedelijke buitenwereld met af en toe een wandeling of een tuin.

Bij het tweede gedicht verandert de toon: inzicht in een delicate materie. Het leven is een aantrekkelijk amalgaam. Betovering en verbijstering bij de alchemisten. Er lijkt nog afstand, maar de inlijving in François’ poëzie is al begonnen en voltooid in de laatste regel: Want een kreet uit het onverwachte is de kracht die ons voortstuwt.

Velen onder ons lijken François Vermeulen te kennen: een auteur geheel gewijd aan de poëzie en de verspreiding ervan, minzaam maar ongenaakbaar. Hij heeft het oog van een fotograaf. Dat verwondert niet want hij is ook actief in de beeldende kunst. Het is door die blik dat de schijnbare afstandelijkheid of objectiviteit ontstaat. De dichter anderzijds speelt, al dan niet bewust, met de lezer. Let bij het lezen van deze bundel op het gebruik van de persoonlijke voornaamwoorden. Bij het neutrale zij van de alchemisten duikt er een ons op. Bij gedichten gericht tot de geliefde staat er U en Uw – respect en ongenaakbaarheid spreekt daaruit maar de titel van het eerste gedicht in die reeks is Piëdestal. Uit de tientallen mogelijke woorden uit het zelfde woordveld kiest de dichter precies dit woord dat voor mij in contrast tot het U onderhuids ironiserend werkt.

Als hij ik gebruikt, is hij vaak ongenadig scherp voor dat lyrische ik. Het lijkt dan op de verdediging van een (over)gevoelig man die met een scalpel motieven en falen blootlegt. Ironie en zachtaardig cynisme maken de eenzaamheid, het niet vervulde verlangen draagbaar voor de lezer. In sommige gedichten is een scherp observerend, alziend oog aanwezig, waar er geen participatie is. Niet voor niets heet één van de uitgevers activiteiten van François: Eigen-zinnig. Niet bereid tot het volledig meespelen van heet spel voor het bereiken van de 5 minuten in het spotlicht van de openbaarheid, legt hij zich neer bij de feiten. Voor hem geen vals lof, geen illusie over (on)vergankelijke roem. Maar een stug timmeren aan de eigen weg. In deze bundel behoort de auteur tot de gewone mensheid en wij tot hem. Het ‘ik’ is vaak ontdubbeld in het bewuste ik dat dingen ziet, voelt, doet of ondergaat en het grotere ik dat dit alles in zich opneemt.

In het derde gedicht is FM en zijn lyrisch ik bijna naakt aanwezig: mijn spraakvermogen is ontoereikend om mijn onrust in te ruilen tegen de verlokkingen. Bewondering versus tekortschieten: schatplichtig en medeplichtig aan elkaar.

In de bundel volgen wij een tocht van liefde naar eenzaamheid, van geladen stilte in een serie van 4 gedichten in 4x2 regels. Ook hier weer is de blik van buitenaf onthutsend, de stem die zich richt tot een U: als mokerslagen op dons is uw opstand en ook het gebrek aan empathie maakt uw gedachten ingekeerd. Dit zijn treffende, maar dubbelzinnige regels: zijn die gedachten ingekeerd om de U niet op empathie kan rekenen omdat U niet empathisch is? Is de opstand te groot, te hard of net teder?

Ik ben ontbrekend.

Tussen mijn oren kwispelt een blinde hond.
Het vuur in mijn schoot geeft warmte maar geen leven.
Mijn hart een trekzak met smartlappen.

Er wordt op het raam geklopt.

Geen enkele ziel is krasvrij.

Roerend... het ‘ik’ verliest in de uiteenzettingen met de vrouw. Er is verlangen naar extase maar de kleine tragedies lachen ons toe en het gevecht kan opnieuw beginnen.

Is het een droeve bundel? Neen. Wij ontdekken ook een frivole FM die ook typografisch experimenteert. Oef, het gaat de dichter toch goed.

Nog iets over de zogenaamde objectieve blik die alles omvat maar niets begrijpt: Wie ben ik? Is de mens die gif is voor de planeet? Ja, er is ook eerlijke maatschappijkritiek te vinden in dit werk.

Het meest troostende gedicht is: “Consolidatie”. Het dagelijkse leven met zijn gewone gebaren en een stilte die een koestering is maakt een codetaal mogelijk. Ook in het aanzicht van de dood die onopvallend rondwaart in deze bundel. De bezinning van het rond de vijftig zijn, levert mooie, melancholische regels, lieve herinneringen aan de eenvoudige kindertijd, met tedere afstandelijkheid behandeld. Termen van weleer als “Nonkel" vinden dan een onderkomen in de tekst. Ik verkies echter de herfstkant van FM, de man die ook weer dubbelzinnig schrijft:

Herfsthart

op dit tapijt, de bladeren verrot,
omhoog geschopt door zware schoenen,
duizelt het hoofd door ijle lucht,
in deze wereld van geel, oker en terrasienna,
een indian-summer-serum, de regels verbroken,
droom ik van klokwalsen, deegduiken,
noedelzuigen, muishameren, fietsdrinken,
ik voel me herboren, ik ben niet langer
de querulant van mijn laffe omgeving,
mijn aspiraties genereren heldenmoed,
droom ik van verzoeningen, rechtvaardigheid, hier op deze plaats, uit de wind, overmoedig
in de tanende warmte, geniet ik van kortstondigheid
waarin mijn binnenste fluistert: de wereld is mooi


Annmarie Sauer
Maart 2009
Amberes-Novotel Straatsburg

15 mei 2009

Gedichten van Eddy Bonte

Gedichten in ’t West-Vlaams (red. 21/01/2009)

WIENTER

De lucht blienkt bleeëkblow.

De kaffie è nog warme,
Gow, zeeëre na binn’n.


TUS

‘Kèn goeët roend èkeek’n,
van ’t Fraansche toet an de zeeë.

‘Tis tus wel enoeg.



GEDICHTEN 2008-2009

DE WACHT

De acacia waakt.

Enkel zij die weten
doorstaan zijn blik.

Later, siert zijn tak mijn graf.


ZEEZICHT

Geen rimpel,
geen wolk,
verstoort de strakke blauwe boog.

Een sloep roeit de traditie verder.


HOLLAND

Kanalen trekken perspectief,

Bomen koppelen
land
en
lucht.


VOYAGE SANS FIN

Je meurs de soif
auprès de la fontaine
pleine de cette eau claire
avançant vers moi,
portant la clarté de la lune
qui allume
l’ici-bas.


MESANGE

Plon
Rond
bond


MEES

Hip
Stip
Wip.


AVOND

De horizon
trekt een brede streep
onder de hemel.


Eddy Bonte





















NIEUWE GEDICHTENBUNDEL VAN THIERRY DELEU
GESCHENK AAN ZIJN LEZERS


BOURGONDISCHE SUITE

Gedichten



De uitgever aan het woord:
“Hoe goed herken ik jou en je eeuwige thema's daar weer in terug. Vooral de natuur en de liefde die weer overheersen. Ik ken Bourgondië en heb daarom met des te meer genoegen van de lectuur van jouw bundel genoten. Want genieten en nog eens genieten is het devies van deze verzen. Hoe kan het anders ook in zo’n verbluffend mooie streek. Dit om je te zeggen dat we aan de confectie van het NetBook zullen gaan beginnen. Het zal het nummer 60 dragen en een welgekomen aanwinst zijn voor onze mooie uitgebouwde digitale bibliotheek waarop wij trots zijn. In elk geval proficiat voor de nieuwe bundel.”
(Henri Thijs, verantwoordelijke voor de digitale uitgeverij Het Prieeltje Online vzw)

De auteur
Vanaf de jaren ‘60 beweegt Thierry Deleu zich op een breed literair vlak. Hij schreef leerboeken Nederlands voor het beroepsonderwijs, is auteur van de biografie Marc Bourry, man van het volk en van ettelijke essays over schrijvers en actuele letterkundige onderwerpen.
In de jaren 2002 tot 2004 verscheen de Creuse Trilogie (drie romans met als background de Franse Creuse), in 2006 de roman Klamme handen en in 2008 de politieroman De doden zwijgen niet.
Thierry Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift "Boulevard" (1970-1980), als uitgever van de reeks Schaap Boeken (1981-1987) en als samensteller van enkele bloemlezingen voor het kunstonderwijs. Sinds kort is hij de eerste voorzitter van “De 50 Meesterdichters van de Lage landen bij de zee”.
Liefde, dood, erotiek en natuur zijn de voornaamste thema’s van zijn poëzie.
Bourgondische suite
De gedichten voor Bourgondische suite werden geschreven na zijn reizen naar de Bourgogne (recent ook weer in 2009). Specifiek aan deze bundel zijn de gedichten in de leefsfeer van Greet en Eddy, tante en oom van Tom Boonen.
“Om het dichtwerk van Thierry Deleu nu in zijn geheel te definiëren ben ik geneigd tot de volgende uitspraak: ‘Poëzie tussen Eros en Thanatos, een natuurlijke daad van bevestiging’, waarbij het tweede deel van de zin alludeert op de bekende uitspraak van de Vlaamse dichter Eddy Van Vliet.” (Jan Van Herreweghe)
De natuur is medeplichtig aan ons Zijn, is een factor die onze gemoedsgesteldheid kan beheersen. Zo kan de dichter zich onrustig, troosteloos voelen of veiliger en geborgen binnen de contouren van het landschap. De natuur past perfect in de nieuwe werkelijkheden die de dichter steeds voor ogen heeft.

Voor Thierry Deleu als dichter zijn dat geen nieuwe elementen. Zijn vroegere gedichten baadden al in dergelijke sfeer, waren al ondergedompeld in hetzelfde bad. Alleen is de dichter geëvolueerd, heeft hij zijn taal uitgezuiverd, heeft hij nog meer aandacht besteed aan vorm, ritmiek en structuur. Kenmerkend voor de schrijfstijl van de dichter zijn de vierregelige strofen die weliswaar niet afsluiten met een punt, meestal doorlopen, maar door hun lay-out en beeldvorming een zelfvertrouwen uitstralen.

Sinds zijn bundel Val der Engelen valt op hoe de mystieke sfeer de meeste reisgedichten kleurt, vooral dan in de reisgedichten met als decorum de Bourgogne. De liefde is nog steeds het uitgangspunt, maar dat tikkeltje godsdienstigheid symboliseert een gevoel van ingetogenheid. Anderzijds wordt dat mystieke gevoel dan weer met opzet doorbroken door erotiek.
(Jan Van Herreweghe en Guy van Hoof).

Praktisch
Hoe verkrijgen?
De gedichten zijn verschenen als NetBook 60 bij Het Prieeltje Online Diest.
Dit zijn E-Books van een speciale soort die daardoor worden gekenmerkt dat ze niet hoeven te worden gedownload of geprint maar op het net kunnen worden gelezen. Uiteraard kun je dit ook!
Dit houdt in dat deze publicaties een aangepaste lay-out en esthetische vormgeving meedragen volledig in harmonie met de mogelijkheden van het net. Maak kennis met deze bundel op http://www.hetprieeltje.net/ (NetBook nr. 60).


Bourgondische suite kun je zo verkrijgen:
1) ofwel surf je naar http://www.hetprieeltje.net/ , je kiest voor Netbooks en je scrolt naar beneden tot nummer 60;
2) ofwel klik je rechtstreeks door op de volgende URL:
http://www.hetprieeltje.net/netbook60/index.html
3) ofwel ga je rechtstreeks naar de PDF-versie door te klikken op pdf.

Adobe Acrobotreader is op de meeste computersystemen aanwezig.

Colofon
BOURGONDISCHE SUITE van Thierry DELEU verscheen als zestigste NetBook van Het Prieeltje Online in de maand april 2009. Lay-out: Henri Thijs
Copyright design: Het Prieeltje Online Diest.

14 mei 2009


POINT EditionsPoëzie waar je even beter van wordt...


GOED nieuws in deze eerder duistere tijden!
Poëzie, Poëzie, Poëzie, Poëzie, Poëzie...

Bertolt Brecht dichtte: In duistere tijden, zal daar ook gezongen worden?Daar zal ook gezonden worden, van de duistere tijden...En de dichters zullen blijven dichten en POINT zal verder internationale poëzie vertalen en publiceren, ook in duistere tijden. Op aandringen van meerdere Nederlandstalige en Spaanstalige fans hebben we nu naast onze Engelse website (reeds méér dan 90.000 bezoekers!) nu ook een Nederlandstalige en een Spaanstalige site die tweemaandelijks een update zal krijgen. De site bevat niet alleen informatie over internationale poëziefestivals maar ook een actuele fondslijst met de covers en gedichten uit ALLE sinds 1984 bij POINT verschenen poëziebundels: een bloemlezing van ’s werelds belangrijkste hedendaagse internationale dichters, een poëtisch 5-sterrenfestijn voor iedereen die van goede poëzie houdt: Gedichten uit 55 landen, GRATIS!
Hieronder alvast enkele verzen uit de volgende POINT-uitgave, poëzie van Sarah Kirsch, de belangrijkste hedendaagse Duits dichteres.

Wij mogen de weg niet verlaten
Geen bloemen afplukken, de vermoeide
Wandelaar niet in de auto meenemen, anders
Grijpt ons de wolf. Achter verkeersborden
Dichtgebladerde struiken en bomen
Heeft hij zijn radarvallen opgezet en wil
Ons beroven. Maar wij kennen hem reeds
En zijn witgepoederde poten.
Graag bezoek aan onze nieuwe site:http://www.point-editions.com

Tweemaandelijks nieuwe poëzie van ‘s werelds beste bekende en onbekende dichtersin het Nederlands, Engels, Spaans, Arabisch... actuele fondslijst boordevol gedichten,informatie poëziefestivals, nieuwe publicaties enz.Reeds méér dan 90.000 bezoekers!

Razor's mededeling 3

























Mijn lotgenoten van edelen bloede!


2008 was geen actief en grensverleggend ridderjaar.
De aangroei van leden bleef en vooral de uitgaven van onze print-on-demand uitgeverij Razor’s Edge Editions eisten de aandacht.
Nochtans zijn het alleen de actieve ridders en jonkvrouwen die effectief bijdragen tot de bekendmaking van onze online orde, maar ook tot een beter inzicht in onze doelstellingen, zoals respect, verdraagzaamheid, research, gevoeligheid voor mysterie en gesloten genootschappen.
Onze activiteit in 2008 stond op een laag pitje.

De oprichting van de exclusieve club van “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee” en het verschijnen van het eerste jaarboek waren topmomenten en topdagen.
Met het dichtersgenootschap en het jaarboek wil de Orde de Nederlandstalige poëzie ruimer bekend maken en de subsidiëringmechanismen nieuw (en beter) leven inblazen.

Na overleg met de ridders en jonkvrouwen is “The Razor” gefuseerd met het e-zine De Geletterde Mens. Dit betekent dat onze leden hun kopij kunnen plaatsen in dit magazine. Zo zal de profane De Geletterde Mens ook een spreekbuis worden van onze Orde en haar initiatieven.

Het spreekt echter vanzelf dat de thuishaven van ridders en jonkvrouwen de riddersite http://www.knightsrazor.be/ is, nieuw en zoveel professioneler!

Simon T. Ranger

ik was me in de gloed
van de ochtendzon

er zit een meisje aan het water
haar bovenlichaam is ontbloot
handen in haar schoot

op haar lippen
het geluid van leven
en van dood

ik kijk toe en ergens ontwaakt er
een roedel wilde wolven
in mijn borst

Simon T. Ranger

13 mei 2009

Hannie Rouweler for Annmarie Sauer

PILGRIMAGE

I was so much concerned
about the black sun

that I didn’t see
the little Cherokee girl.

She was sitting all the time
on the banks of the creek

picking wild flowers
caressing the grass

she once sat with her dad
an early morning in Spring.

I almost forgot about you, and
him, but I feel your presence

and see that your eyes
have grown in his looks

every day more, and more, and
more alike him the longer he left

more distance comes closer
whilst water is slowly streaming by.

(for Annmarie Sauer)

Hannie Rouweler


Uit: Moving Spots

http://www.lulu.com/content/6358078

12 mei 2009















Dimitri Verhulst in 2006. Foto Jorgen Krielen

Dimitri Verhulst wint Libris Literatuurprijs
door onze redacteur Arjen Fortuin

Amsterdam, 12 mei.

De Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst is verrassend tot winnaar uitgeroepen van de Librisprijs 2009 met zijn roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol.

Recensie - Lees de bespreking van het boek van Verhulst op nrcboeken.nl
Een donderslag bij heldere hemel. Zo noemde jurylid Mark Cloostermans de gisteravond met de Libris Literatuurprijs bekroonde roman Godverdomse dagen op een godverdomse bol van Dimitri Verhulst, maar die kwalificatie gold evenzeer voor de toekenning van de prijs aan Verhulst.


De grote favoriet voor de prijs was immers niet de 36-jarige Vlaming, maar Charlotte Mutsaers en haar lovend ontvangen roman Koetsier herfst. Mutsaers erkende voor aanvang van de uitreiking moeite te hebben met haar rol als favoriet en zei te hopen dat zij ‘wijs, volwassen en onrancuneus’ op een eventuele teleurstellende uitslag zou reageren.

Toen de verzamelde pers zich eenmaal rondom Verhulst had verzameld, erkende Mutsaers toch wel aangeslagen te zijn door de uitslag. Mutsaers dankte haar favorietenrol mede aan de aanwezigheid van hoogleraar Nederlandse letterkunde Yhomas Vaessens in de jury, die vorige maand De revanche van de roman publiceerde over het engagement in de Nederlandse literatuur en literatuur prees die zich bezighield met actuele maatschappelijke kwesties.
Hij prees Mutsaers’ Koetsier herfst als ,,een vitale roman" die ,,de verbeelding in de wereld brengt en de wereld in de literatuur". Het bleek echter niet genoeg voor de prijs. Die ging naar de roman die, in de woorden van de jury, ,,het Nederlands had opgepimpt tot een kunsttaal" en de mens beschreef als ,,een deerniswekkende ellendeling".

Juryvoorzitter Ivo Opstelten zei: ,,behalve als geschiedenis van een haperende mensheid valt het ook te lezen als een weergaloze stijloefening". De jurykeuze was unaniem, al was er "tot op het bot gestreden". De andere genomineerden waren Rob van Essen (Visser), Anna Enquist (Contrapunt), Arnon Grunberg (Onze oom) en Robert Vuijsje, die een week eerder nog de Gouden Uil won met Alleen maar nette mensen.

Grunberg liet zich in het Amstel Hotel vertegenwoordigen door majoor Niels Roelen, een militair die hij in Afghanistan leerde kennen. Roelen verklaarde alle genomineerde boeken gelezen te hebben, mede dankzij de grote hoeveelheid tijd die een soldaat wachtend doorbrengt. Hij omschreef het winnende boek van Verhulst als een ,,knappe" roman. Binnenkort publiceert Roelen zelf een boek.

In Godverdomse dagen op een godverdomse bol - een boek dat wegens de titel in sommige Nederlandse boekhandels niet wordt aangeboden - beschrijft Verhulst de geschiedenis van de mensheid als een roman. Werkelijke personages kent het boek niet, de hoofdpersoon wordt aangeduid als ‘’t’.

Het boek kende in Vlaanderen een enorme verschijning doordat het in een oplage van 300.000 werd meegeleverd bij het tijdschrift Humo. ,,Die uitgave is tweedehands voor 1 euro te koop," zei de winnaar na afloop. Zijn uitgever zei te hopen dat de prijs Verhulst ook bij een Nederlands publiek grote bekendheid zal geven.

In Vlaanderen werd Verhulst drie jaar geleden een bestsellerauteur met De helaasheid der dingen. Verhulst schreef sinds zijn debuut in 1999 negen boeken. Hij werd eerder genomineerd voor zowel de AKO als de Librisprijs, wat hem voor de prijsuitreiking de opmerking ontlokte dat hij liever elk jaar genomineerd zou zijn en nooit zou winnen, dan dat hij eenmaal werkelijk bekroond zou worden.

"Double portrait ten years laters"























TOOLS OF SOLACE





Pen pallet pencil
with tools life is lived
and then the red
touched with the smallest
brush
minutes till sudden death


for the colors
gray for the polder sky
for doves up high titanium white
viridian green for trees and woods
alizarin, crimson, rose madder
for lust, blush, desire, burning fire
Naples’ yellow


for a sweater painted twice
and blue
for the hue of soul
Sienna, umber, burned earth
for desert and for sand


and for
the smell of paint &
turpentine
I was ablaze


so it is that
with scorched hand

I write -





My poem from ' Black Sun': Gedichten voor Tony Mafia / Poems for Tony Mafia (boek): 10 poets whom I thank!


Here you can read and order:
The painting obviously is a double portrait, painted not too long before May 10, 1999. It speaks of the importance of art and caring. Tony you are remembered and missed. Let’s celebrate life!

11 mei 2009

Bezige bij Bert Bevers

Tentoonstelling: Vroeger is een lang verhaal monotypes door Bert Bevers
8 mei - 3 juni
Literair Café Den Hopsack
Grote Pieter Potstraat 24
2000 Antwerpen
maandag, woensdag tot en met zaterdag vanaf 20 u.
zondag vanaf 15 u.
www.bertbevers.com

Uit "Meander" (20 oktober 2007)


Interview met Thierry Deleu


















Het systeem schenkt geen voldoening door Yvonne Broekmans
Thierry Deleu (1940) beweegt zich vanaf de jaren zestig op een breed literair vlak. Hij schreef leerboeken voor het beroepsonderwijs, de biografie Marc Bourry, man van het volk en eigenzinnige essays over schrijvers en actuele letterkundige kwesties. In de jaren 2002 tot 2004 verschenen drie romans, De Creuse Trilogie, en in 2006 de roman Klamme handen. Verder was deze Vlaming hoofdredacteur van het tijdschrift Boulevard (1970-1980), is hij uitgever van de reeks Schaap Boeken en samensteller van enkele bloemlezingen voor het kunstonderwijs. Deleu is echter vooral bekend als dichter. Steeds terugkerende thema's zijn (erotische) liefde, dood en natuur.
Is er sprake van verwantschap met je generatiegenoten, in thematiek en vorm?
De grondslag van mijn poëtica gaat terug op de periode van de experimentelen, om precies te zijn op die van de neo-experimentelen, de derde generatie die tijdens of kort na de oorlog is geboren en die zich in de jaren zestig en zeventig manifesteerde. Mijn generatiegenoten vormden een schakel tussen de nieuwe tijd en de eeuwen die achter hen lagen. De dichters van de eerste helft van de eeuw hadden reeds heel veel met woorden bereikt. Nu was het de beurt aan mijn generatiegenoten om op zoek te gaan naar hun eigen identiteit, rond thema's zoals liefde en eenzaamheid. Ik dweepte in die periode nogal met Paul Snoek, die tot de tweede generatie behoort, de zogenaamde Vijfenvijftigers.
'Het thema is onmiskenbaar de verheerlijking van de liefde, met een sterke neiging tot erotiek, en met de natuur als decor' zegt Jan van Herreweghe in zijn essay over je poëzie en Val der Engelen (1997). Geldt dat ook voor je meest recente bundel De kiemjaren (2006)?
De meeste gedichten in De kiemjaren hebben een triviale sfeer; dat is nieuw, maar het onderwerp is onveranderd de liefde en de erotiek. Zoals de titel al suggereert, zijn de gedichten gesitueerd in mijn jeugdjaren.
In de drie ingezonden gedichten is een prominente rol weggelegd voor de vogel, een vertrouwd symbool dat ook in Val der engelen opvallend aanwezig is. Hoe belangrijk is voor jou de metafoor in de poëzie?
Van Herreweghe zei: 'Enerzijds zijn de gedichten een aardse beleving van de liefde en de erotiek; anderzijds bekijkt hij ongegeneerd als voyeur het liefdesspel. Een mystieke sfeer kleurt de meeste gedichten. De liefde blijft het uitgangspunt, maar een tikkeltje godsdienstigheid maakt het dan weer ingetogen. Anderzijds wordt dat mystieke gevoel weer doorbroken door erotiek. (…) Wanneer je zijn andere gedichten beschouwt als een aardse beleving van de liefde en de erotiek, dan zijn die zogenaamde vogelgedichten hemels en bekijkt hij vanuit vogelperspectief het liefdesspel op aarde. Op die manier neemt hij afstand en relativeert hij zijn eigen betrokkenheid.' Beter kan ik het niet verwoorden.
Deze typische 'vogelgedichten' komen enkel voor in Val der Engelen. Inderdaad gebruik ik het beeld van de vogel wel vaker.
In de gedichten bij dit interview voer ik ze vooral ten tonele om hun vlucht, beweging en sierlijkheid.
Je bent voorzitter van het onlangs opgerichte dichtersgenootschap 'De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee'. Hoe is dit ontstaan?
Die inval kreeg ik toen ik een chefkok hoorde zeggen dat hij bij 'De 33 Meesterkoks van België' behoorde, en zag hoe zijn ogen straalden. Het dichtersgenootschap is een boze reactie op de literaire ongelijkheid, op de discriminerende positie waarin zovele goede dichters zich bevinden. Zij vinden geen uitgever, ze hebben weinig naamsbekendheid, ze krijgen geen overheidssteun, ze worden weinig gerecenseerd, ze worden slechts sporadisch door de bibliotheken aangekocht, kortom: zij blijven - hoe mooi hun gedichten ook zijn - lokale vedetten die, indien ze enkele persmaatjes hebben, worden opgevoerd als regionaal nieuws. Inmiddels is het aantal meesterdichters tot vijftig uitgebreid onder de ridderlijke bescherming van 'De Orde van de Scheermesjes', de eerste online ridderorde. Het toekennen van de eretitel 'Meesterdichter' is immers te arrogant om er niet het relativerende 'ludiek' aan te verbinden.' Het is de bedoeling dat de vijftig meesterdichters in Vlaanderen en Nederland de boodschap van het genootschap zullen uitdragen: als elke dichter een gelijke kans krijgt van hen die met poëzie begaan zijn of dat toch beweren zullen er geen eersterangs- en tweederangsdichters meer bestaan, maar dichters: goede en minder goede.
Eerder bleek al uit je essays dat je je intens betrokken voelt bij de positie van de auteur in de maatschappij. Volgens jou wordt de Vlaamse literatuur door de overheid stiefmoederlijk behandeld en zouden schrijvers in aanmerking moeten komen voor structurele ondersteuning. Hoe reëel is dat standpunt?
De overheid keert op het advies van het Vlaamse Fonds voor de Letteren subsidies uit voor de literatuur in de vorm van onder andere stipendia en werkbeurzen. Daar zet ik vraagtekens bij: gebeuren die uitkeringen correct en verstrekken de adviseurs die adviezen met kennis van zaken en zonder vooringenomenheid? Ik zoek vergeefs naar een controlemechanisme waardoor enerzijds adviezen van het fonds kunnen worden bijgesteld of aangevochten en anderzijds de samenstelling van het adviesorgaan kan worden onderzocht op zijn pariteit en integriteit. Of scherper geformuleerd: zijn er voldoende meetbare garanties ingebouwd om enige vorm van belangenvermenging te voorkomen? De criteria om in aanmerking te komen zijn immers willekeurig. Het systeem schenkt geen voldoening.
Het hoge aantal uitgaven in eigen beheer is toch een teken aan de wand dat er iets mis is in de verhouding auteur, uitgever en overheid. Er zijn duidelijk ziektesymptomen die het lampje op rood zetten. Hier zou de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen een belangrijke rol in kunnen spelen, door onder meer uitgaven in eigen beheer of bij niet-erkende uitgeverijen collectief aan te prijzen bij bibliotheken en in kranten, tijdschriften en e-zines. De vereniging dient zich te profileren als een vakbond die gedreven en bedreven onderhandelt met de overheid, met uitgeverijen, het bibliotheekwezen en de boekhandel.

9 mei 2009

De dood, die grote gelijkmaker

Het is buiten enige twijfel dat wij zullen sterven: een wisse gebeurtenis op een onzeker ogenblik. Een onderwerp dat zoveel schrijvers, dichters, schilders en beeldhouwers heeft geïnspireerd tot grote artistieke prestaties.
Maar ook een onderwerp waarover het zo moeilijk praten is, dat zoveel onbehagen opwekt, waarvoor we zo bang zijn, onze ogen voor sluiten. We kunnen wel rustig praten over honderdduizenden slachtoffers van napalm of aardbevingen. Pas als het aantal doden erg klein en erg nabij is, vestarren we. Want het is de eigen dood die we uit onze gedachten bannen. Hoe dichter de dood nabij komt, zoveel te sterker herinnert hij ons aan onze eigen sterfelijkheid.
Zaak is, dat het onbewuste zich geen einde van ons leven op deze aarde kan voorstellen. Het is onvoorstelbaar dat we zouden kunnen sterven aan een natuurlijke doodsoorzaak of aan ouderdom. We zien de dood steeds als een gewelddadige ingreep van buitenaf, een misdaad of een verkeersongeval, een ziekte.
Wij hebben nog altijd niet geleerd de dood in de ogen te zien, te aanvaarden als een onvermijdelijkheid. Het komt mij voor dat hoe meer de samenleving zich losmaakt van het taboe op de seksualiteit, zoveel te sterker wordt het taboe op de dood.
Het wegdenken van de dood is echter voor veel mensen medeoorzaak van een zinledig bestaan. Als je leeft alsof er geen eind aan komt, zijn er zoveel dagen "die niet meetellen", waaraan je geen waarde hecht, die er a.h.w. niet geweest zijn. Iedere dag: een positief saldo voor de innerlijke groei, die de finale aanvaarding van de dood mogelijk maakt.
Door erover te spreken, problemen er rond te uiten, door dagboeken van mensen die dicht bij de dood stonden of met de dood van een gezinslid geconfronteerd werden, kan misschien de angst voor het sterven en voor de dood die lang niet in elke cultuur zo bestaat als bij ons het geval is, verminderen en zelfs overwonnen worden. Voor zover men kan zeggen dat men kan "leren" te léven, kan men ook zeggen dat men kan "leren" te sterven. Wij zijn er ons echter heel vroeg van bewust dat dieren en mensen sterven, en dat ook wij eens zullen doodgaan. Maar gedurende ons leven praten we opvallend weinig over dit fenomeen.
Degenen die zeggen dat zij de angst voor de dood overwonnen hebben, dienen ermee rekening te houden dat deze problematiek niet alleen een rationeel, maar ook een emotioneel aspect heeft. Men moet zichzelf al heel goed kennen om te vermoeden hoe men zich in die laatste levensfase zal gedragen.
Het is juist dat wij in volle creativiteit, als wij opgaan in ons werk, niet denken aan de dood. Maar wat wij doen en scheppen is geprojecteerd tegen de reflexieve achtergrond van een eindig, eindigend leven.

"Leven met de dood..." Het besef van onze individuele eindigheid kan ons tot op zekere hoogte ons eigen zijn en streven doen relativeren. Maar tegelijk geeft dit besef aan elk existentieel moment iets unieks, iets onherroepelijks, iets definitiefs. Het besef van onze dood maakt ons leven zeer kostbaar. Dit houdt in dat wij dienen te leven met haalbare verwachtingen en dat wij ons ook tijdig dienen in te zetten om deze verwachtingen waar te maken, en om onderscheid te maken tussen voor ons belangrijke en minder belangrijke zaken.
Vanaf de heilige boeken der Hindoes tot in de geschriften van onze eigentijdse denkers hebben alle filosofen ernaar gestreefd de zin van de dood te verklaren, om daardoor de mensen te helpen hun vrees te overwinnen. Thomas Mann zei eens: "Zonder de dood zouden er nauwelijks dichters op de wereld zijn." En ieder die een studie maakt over de poëzie kan dit bevestigen. Het eerste epos, de Babylonische Gilgamesj, en het oudst bekende lyrische gedicht uit de wereldliteratuur, een gedicht van Sappho, gaan voornamelijk over de dood. Vanaf toen tot nu is er niet één groot dichter geweest die niet enkele van zijn mooiste verzen aan de dood heeft gewijd.
Bij vele auteurs is de angst voor de dood de motoriek achter hun schrijven. Schrijven omdat je hoopt dat je werk langer zal bestaan dan jezelf. Een schrijver verdraagt ergens de rust niet om niet te moeten denken aan de dood. Schrijven moet hij doen om de dood schaakmat te zetten. Zo gezien hoeft de dood geen catastrofaal, vernietigend gebeuren te zijn. Hij kan worden gezien als een van de meest constructieve, positieve en creatieve elementen van cultuur en leven.
Hoewel het aantal stervenden op deze wereld steeds groeit (meer dan vijftig miljoen in 1977), wordt het aantal mensen dat de dood van nabij meemaakt, steeds kleiner. Steeds meer mensen sterven van ouderdom, maar ook daar hebben we een oplossing voor: bejaardentehuizen, sterfhuizen eigenlijk, waar de oudjes samengetroept buiten ons gezichtsveld kunnen sterven. En voor de meeste andere gevallen hebben we het ziekenhuis.
De dood komt steeds meer in het duister, zodat wij steeds minder met de dood geconfronteerd hoeven te worden, er niet aan hoeven te denken. Maar als we dan gedwongen worden tot de confrontatie, doordat onze geliefden sterven, of onze eigen dood plotseling voor ons opdoemt, komt de klap zoveel te harder aan. We zijn niet tegen de situatie opgewassen.
In primitieve samenlevingen werd de dood gezien als het resultaat van een ingreep van buitenaf, van boze opzet, van krachten buiten jezelf. De dood had geen persoonlijkheid, was niet met jezelf verbonden. De dood was niet iets dat je vanaf je geboorte al in je meedroeg.
Aan het begin van de jaartelling was onze wereld op landbouw ingesteld. De productie van voedsel was primitief, de honger was groot, het sterftecijfer was hoog. Voortdurend werden de mensen geconfronteerd met de dood. Iedereen stierf thuis, in het bijzijn van de andere leden van de gemeenschap. De dood was een vertrouwd verschijnsel.
Dat er toch sprake was van angst blijkt uit de graven. De doden werden buiten de gemeenschap begraven. De angst was niet een angst om zelf te sterven (angst voor de eigen dood), maar angst voor de doden. Angst dat ze terug zouden komen om het de levenden lastig te maken.
Het verschijnsel van de grafkist of sarcofaag was echter vreemd in West-Europa. En het kerkhof was ook niet het kerkhof zoals we dat nu kennen. In die tijd werd de grond rond het kerkgebouw ook tot de kerk gerekend. Binnen in het gebouw begraven te worden, was gereserveerd voor de rijken. De armen werden, gekleed in hun doodshemd, bijgelegd in grote massagraven, buiten het kerkgebouw, in diepe kuilen die pas met aarde bedekt werden als ze vol waren. Tegelijk werd dan een oud graf geopend. De beenderen daaruit werden overgebracht naar de knekelhuizen en langzaam kon dit vrijgekomen graf dan worden opgevuld met nieuwe doden.
Tot aan het begin van de 18de eeuw waren de doden – en daarmee de dood - voor de levenden een vertrouwd deel van het eigen leven. De dood was een natuurlijke gebeurtenis die noch ontlopen, noch begeerd werd, enkel aanvaard.
Als in de 13de eeuw het dansen op de graven (om eer te bewijzen aan de doden) wordt verboden, maakt de dans met de doden plaats voor een nieuwe dodendans: de dans met de dood. Niet langer dansen de levenden met elkaar op de graven, op de doden. Nu danst ieder - zij het ook alleen op schilderijen en in beeldhouwwerk - met zijn eigen dood. Men begreep dat iedereen zijn eigen dood in zich droeg. De dood wordt persoonlijk, een deel van ieders eigen leven.
In religieus opzicht is hier echter nog niets veranderd. God en de Kerk vormen de basis van de samenleving. Al het aardse is slechts een voorbereiding op het hemelse. En de verwachting van een beter leven na de dood maakt de dood tot een (onprettige en angstaanjagende) overgangsfase. De dood is bovendien nog steeds een persoonlijke, bewuste ingreep van God.
Men heeft evenveel reden daarin te geloven in de hoop gelijk te hebben, als er niet in te geloven in de angst ongelijk te hebben. Hoewel men zou kunnen aanvoeren dat, aangezien wij allemaal, of tenminste bijna allemaal, de wens koesteren na de dood voort te leven, alle bewijzen daartoe met gepaste achterdocht beschouwd dienen te worden.
Vanaf de 12de eeuw verandert de hele samenleving drastisch. Handel komt op, steden ontstaan, geld en ambacht groeien uit tot de pijlers van de maatschappij. De wereld werd minder heilig, meer werelds, zakelijker. De mens werd zich bewust van zijn eigen mogelijkheden om zijn lot te verbeteren, zijn eigen wil te volgen, zijn eigen leven te leiden. Kortom, het leven op aarde werd belangrijker, het leven na de dood een onzekerheid. Van overgangsfase wordt de dood daardoor meer eindpunt. Het definitieve einde van het leven hier op aarde. De dood is zekerder geworden dan het voortbestaan na de dood, de onsterfelijkheid. Van nu af aan wordt iedereen geconfronteerd met zijn eigen definitieve dood. En daarmee groeit de behoefte om te leren hoe je dat moet doen, hoe je moet sterven.
De dood krijgt een ander gezicht. Het beeld van de "overgangsfase" gaat niet geheel verloren, maar het wordt meer een natuurverschijnsel. De dood wordt een natuurlijk fenomeen, evengoed als de geboorte. Daarmee verandert ook het image van het lichaam dat meer een voorwerp wordt. Tot dan werd het dode lichaam nog steeds als een persoon gezien. Doden konden vervolgd worden en veroordeeld, hadden wettelijke rechten en verplichtingen. Met de dood als natuurverschijnsel dat het definitieve einde van dat leven betekent, wordt het lijk tot een voorwerp in plaats van een totale mens. Op dat moment verschijnt het lijk voor het eerst als studievoorwerp in de universiteit.
In de 16de eeuw krijgt de dood langzaam maar zeker ook een erotische bijbetekenis. Via het "dansen met de dood" komt er een nieuwe voorstelling: het overweldigd worden door de dood.
Van de 16de tot de 18de eeuw worden beeldende kunsten en literatuur overstroomd met voorbeelden van deze verbondenheid: de dood en de liefde. De beelden van de geslachtsdaad, de overgave aan de liefde, vloeien over in het sterven, de overgave aan de dood. Het orgasme, het allesoverheersende moment, wordt identiek aan dat andere allesoverheersende moment, de dood. Beide zijn een breuk met het gewone alledaagse leven, met de eentonigheid van het bestaan. Beide zijn een eindpunt.
Als onder druk van strenger wordende "fatsoensnormen" deze voorstelling van de dood in de 18de eeuw tot een taboe wordt, duikt ze in een sluikvorm opnieuw op. De harde erotiek wordt bedekt door een zachte laag "romantiek" die zich uit in de romantische dood.
Door de nieuwe welvaart wordt het leven, met name van de rijke burgerij, gemakkelijker. De technologische ontwikkeling zorgde voor comfortabele huizen, wegen en werkomstandigheden. En door de toenemende handel, de daardoor toenemende macht van het geld, konden steeds meer ouderen die een lang leven de tijd hadden gehad om geld te vergaren, hun posities aan de top handhaven. Voor het eerst kreeg de ouderdom een waarde. Aanvankelijk alleen een economische waarde, later ook andere waarden. Ouderdom werd synoniem van ervaring, wijsheid. Tegelijkertijd werd de jeugd de ervaring ontzegd. Het zijn de ouderen, de rijke oude burgers die de geneeskunde binnenhalen om het sterven zo lang mogelijk uit te stellen.
De geneeskunde stapte tussen het leven en de dood, en liet zich daar stevig voor betalen. Sterven niet door ziekte of geweld, maar zonder precieze oorzaak, op liefst hoge leeftijd, omdat het leven op is, wordt het grote ideaal. Aanvankelijk alleen voor de rijken, maar door de socialisering van de samenleving wordt dit recht aan het begin van deze eeuw ook door de arbeidersmassa's verkregen.
Door de enorme sprong voorwaarts van de wetenschap worden we ouder. Werden we een eeuw geleden gemiddeld maar zo'n 37 jaar oud, momenteel sterven we gemiddeld pas als we er 73 zijn. Het is dan ook verleidelijk te denken dat we zo door kunnen gaan. Een sprookjesachtig idee, maar zonder realiteit. We sterven, en we zullen blijven sterven, zoals alles in de natuur sterft, zoals alles om ons heen al bezig is te sterven of af te sterven.
Het sterven is echter niet altijd rechtvaardig: de ene sterft zacht, de andere afgrijselijk. Maar de dood, ja de dood is rechtvaardig. Hij spaart niemand. Hij is de grote gelijkmaker. Hij treedt op zonder aanzien des persoon en dat moeten we hem ten goede houden, hoezeer we hem ook vrezen of haten. Kent hij geen genade, hij kent ook geen favoritisme. De dood is gelijkmoedig. Zegt men niet: doodgewoon, doodeenvoudig, doodzeker? En waarom niet met de dood voor ogen leven?
Het leven is een schaakspel. Het zinnebeeld van de stoutmoedige sprong in de richting van de tegenspeler, in het leven, in het onbekende, in het creatieve. Een schijnbaar rustig spel, tot de dood of het leven ingrijpt en mat roept.
Het leven is een spel. Spel en ernst zijn hetzelfde. Een spel moet je ernstig spelen. Als je vindt dat het "maar" een spel is, mag je niet meespelen. En het leven is meespelen.
Leren zelfrelativeren - zo kan je de dood ontmaskeren. Als het slecht gaat, kun je toch niet gaan huilen, dat doe je niet. Ook niet de held uithangen. Dat is nonsens, niemand gelooft in zo'n heldhaftigheid. Liever de dood proberen te aanvaarden, in de hoop op het schavot tegen de beul te kunnen zeggen: "Pas op, spaar mijn baard" (dixit Thomas Morus).
Dit is geen verheerlijking van de dood. Ik geloof dat wij allen de kwalijke kanten van de dood niet licht uit het oog zullen verliezen: de dood scheidt ons van onze geliefden, er gaat vaak veel leed aan vooraf in de vorm van ziekte of letsel, en bovendien sterven sommige mensen voortijdig, voor ze de kans hebben gehad om datgene wat ze tijdens hun leven tot stand wilden brengen, te voltooien.

Het thema van de dood is een delicaat onderwerp, omdat het ons allen letterlijk en figuurlijk raakt. Er zijn veel mensen die er liever niet over praten, die dit niet aankunnen of niet aandurven. Het is dan ook met schroom dat ik dit onderwerp heb aangepakt. Wanneer de lezer er iets bruikbaars voor zich kan uithalen, dan is mijn doel bereikt.

Wij sterven. Vraagt niet: en dan?
Het beste sterven is leven. Dus leeft, en
sterven kan
u verder geen hoofdbrekens geven.
(Bert Decorte)

Thierry Deleu