Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

28 april 2009

Voor Greet van "Le Moulin du Gué' in Cressy sur Somme











5

In haar donkere ogen opglanzend
antraciet lees ik verbetenheid ook
twijfel drive minutieus aftasten
van mogelijkheden haar glimlach

houdt zij niet altijd vast soms glijdt die
een wijle weg in het ijle van een
oogopslag wij kennen haar verleden
haar strijd overwinning betekent

geen eeuwige roem einde van zorgen
wie wil nu anoniem zijn leven leven
zeker Greet niet die zo flamboyant zich
kan opvleien aan mensen om haar heen

en ja ik weet het al speelt zij haar deel
wie een hoge prijs heeft betaald mag
kwaliteit verwachten woorden waarmee
zij wikt afweegt haar nieuwe gasten.


Thierry Deleu

27 april 2009

Een primeur voor Ina Stabergh






















Na haar aanstelling tot eerste stadsdichter van Diest én eerste stadsdichteres van Vlaanderen (2006-2008) werd Ina Stabergh op 26 april 2009 in Boutersem, tijdens de Hagelanddag, officieel aangesteld tot eerste Hagelanddichter.

Het is de bedoeling dat zij, gedurende één jaar lang, via haar gedichten diverse facetten van toeristisch-recreatief Hageland belicht. Deze unieke streek in de provincie Vlaams-Brabant heeft een opvallend rijke geschiedenis. Overigens is Ina geboren, opgegroeid én woonachtig in hartje Hageland. Wellicht zal het de dichteres niet aan inspiratie ontbreken…

Voor het eerste gedicht: zie a.u.b. Hyperlink
http://users.skynet.be/ina.stabergh/
http://users.skynet.be/ina.stabergh/

PERSBERICHT BEDICHTING DOEL





















10 mei 2009.

De oproep van Frank De Vos, DorpsDichterDoel 2009-2011, om Doel te "bedichten" is nu al een succes. Frank De Vos ontving meer dan 70 inzendingen.

Zondag 10 mei, vanaf 13u, zullen collega-poëten hun gedichten schrijven op witte dekzeilen van 50 op 70 cm. Die dekzeilen worden aangebracht op leegstaande huizen in Doel om een symbolische buffer te vormen tegen verdere afbraak. Zo wordt de Pastorijstraat die dag nog helemaal "bedicht".

Enkele bekende schrijvers engageerden zich voor dit project: Peter Holvoet-Hanssen, Didi De Paris, Hendrik Carette, Martin Carrette, Thierry Deleu en Axel Daseleire.

Ook de deelnemers van de DorpsDichterDoelwedstrijd komen hun engagement na en zullen die dag met watervaste inkt hun pennenroerselen toevertrouwen aan de zeildoeken. 11 gedichten van Mark Meekers, de eerste DorpDichterDoel, krijgen een aparte plaats; tegen de gevel van het parochiehuis. Op een witte bannier, aan de zijgevel van de gezellige taverne Doel 5, schrijft Frank De Vos zijn gastvrij en hartelijk welkomgedicht voor iedere bezoeker die zich verbonden voelt met het lot van dit bedreigde polderdorp.

Om 14u begroeten we textielbaron Didi de Paris en zijn collectief kRûûd, daarna overhandigen de bevoegde instanties symbolisch een kerncentrale als verjaardagscadeau aan de weledele heer de Paris. Aan het volk zullen jodiumtabletten in de vorm van suikerbonen worden uitgedeeld. Daarna zal de weledele heer De Paris en het collectief kRûûd, overal in het dorp een beletterde zegen "Urbi et Orbi" uitspreken.

Axel Daeseleire, achtbaar dichter, acteur en beeldend kunstenaar, stelt samen met zijn kunstcollectief "Amadava" een installatie met transportbanden in de luchthaven van Saxonia op de Engelsesteenweg tentoon. Enige gelijkenis met gebeurtenissen van tijdens de tweede wereldoorlog zijn hierbij volkomen uit de geschiedenis gegrepen.

Die dag herdenken wij in Doel de verloren verkiezingsslag van de Vlaamse regering op 7 juni 2009. Met roerende, gepaste eerbied zal onder het waakzame oog van een minuut stilte, een doornenkroon aan het monument van de gesneuvelden voor Doel worden neergelegd en een andere te water worden gelaten.

Verschillende muzikanten brengen sfeer met straatoptredens.Ook met dit initiatief wil KunstDoel geweldloos, waardig en artistiek protesteren tegen de geplande vernietiging van Doel. Voor KunstDoel hoeven de haven en het dorp geen vijanden te zijn, maar kan het dorp als kunstenaarsoord en toeristische trekpleister een meerwaarde zijn voor de Antwerpse haven.

Tjen Pauwels - Dichters rond de BBQ

We betreden Wanjka’s tuin
kijken uit naar het bloemlezen
wanneer de choliambe zal bloeien
nog gaat de nachtegaal schuil
witte wolken in de lucht
drijven aan drijven af

Rond de brandhaard smeult
heet het woord in het wit
in het rood in het zwart
altijd drukte eromheen
hovelingen prijzen de hofdichter
drijven aan drijven af

Parelmoeren klanken en
verrukt gepraat en gelach
komen samen gaan uiteen
verzen zwermen rond
de dichter in de lucht
drijven aan drijven af.

Het gras wordt alsmaar groener
De wijn roder in de roemer.

Arcadia on my mind.


Tjen Pauwels

Mark Behr en de grenzen van de eerlijkheid

“Gide’s texts refuse to separate (...) the shape of one’s sexual subjectivity from that of one’s political subjectivity. Such a practice of writing illuminates the traversal of the personal by the sexual, it exhibits an awareness that the psychic and the social realms are contiguous and interpenetrating, that personal acts (and, in particular, the acts that delimit sexualities) are politically and socially structured.”


Twee romans en enkele essays: het lijkt niet veel. In die duizend bladzijden dissecteert Mark Behr de apartheidsjaren, hij schetst een onuitwisbare band tussen moraal, seksualiteit en politiek en toont zijn persoonlijke ontwikkeling in dat gebeuren. In één beweging neemt hij enkele eeuwen geschiedenis van het zuiden van het Afrikaanse continent mee.

Een kleine wandeling langsheen het levenspad van Mark Behr maakt duidelijk dat de thema’s uit zijn werk niet toevallig zijn komen aanwaaien.
De familie Behr woonde in het Britse Tanganyika toen Mark in 1963 werd geboren. Na de onafhankelijkheid en het ontstaan van Tanzania volgde de nationalisatie van de blanke boerderijen. Dat was voor de Behrs het signaal om naar Zuid-Afrika te emigreren. Mark bezocht de befaamde Drakensberg Boy’s Choir Music School en studeerde later aan de universiteit van Stellenbosch en aan universiteiten in Noorwegen en de Verenigde Staten. Dat hij niet alleen mastergraden heeft in Engelse literatuur en creatief schrijven, maar eveneens in Internationale Vredesstudies is niet zo verwonderlijk. Begin jaren 80 was de dienstplicht in Zuid-Afrika een realistische militaire ervaring: Mark Behr was actief in de grensoorlog met Angola. De overtuiging dat ze werkelijk tegen het oprukkende internationale terrorisme en communisme vochten, werd stevig in de hoofden gegrift. Niet verwonderlijk dat uit die groep gezagstrouwe dienstplichtigen informanten werden gerekruteerd om later als student aan de universiteit verdachte groepen in het oog te houden. Voor Mark Behr was de ontdekking van nieuwe politieke en sociale denkbeelden zo’n revelatie dat hij de dissidente leiders zijn werk voor de veiligheidsdienst bekende en op hun aandringen vervolgens dubbelspion voor het ANC werd.
Zijn publieke biecht over zijn spionagewerk en zijn aanbod om in de jaren negentig voor de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie te verschijnen vielen niet in goede aarde. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Toch leidt juist spreken, zowel over zijn politieke verleden als over zijn homoseksualiteit, tot bevrijding. Of zoals hij zelf zei:

“Dit was maklik om op Stellenbosch die openbare stem van Nusas-aktiviste te wees. Jy praat namens ander oor politieke kwessies, beginsels, strategieë en probeer druk plaas op die gesaghebbers. Dit was stimulerend ... ek dink ek sou in ‘n ander lewe ‘n politikus wou wees. Maar dis radikaal anders om oor jouself of jou werk te praat en laat my haglik voel. Behalwe vir sporadiese fiksie, hoor ek nie meer ‘n openbare stem binne myself praat niet. Ek was ‘n dubbele agent van die staat en later van die ANC, en nie een van die twee wou hê ek moet oor die verraad praat nie. Maar deur gehoor te gee soos ek jare lank gedoen het, sou ek myself maklik wys kon maak dat ek nie vir die stilswye verantwoordelik is nie.
Die ANC het gesê ek moet stilbly oor die spioenasie, en my wêreld het gesê ek moet heteroseksueel wees. Dit was dus noodsaaklik - psigies, polities en moreel - dat ek my eie besluite moes neem en daarmee saamleef. Dit was die begin van ‘n soort self-integrasie.”

Dat spreken niet altijd op prijs gesteld wordt, maakt de inleiding van dat artikel duidelijk. Geruchten dat hij na zijn bekentenis in 1996 zou ‘verdwenen’ zijn en andere wilde verhalen laten hem in 2003 ondanks alle wantrouwen toch instemmen met dit interview.
Hij is niet verdwenen. Hij doceert aan de universiteit van Santa Fe en brengt jaarlijks enkele maanden in Zuid-Afrika door. Zijn romans De geur van appels en Embrace bevatten echter voldoende elementen om, samen met zijn bekentenis, geruchten en insinuaties in de hoofden van sommige mensen te doen opborrelen.

Zijn werken

De geur van appels
Zijn eerste roman verscheen in 1993 in het Afrikaans. In 1995 publiceerde hij een Engelse versie. Het boek trok vlak na het einde van het apartheidssysteem de nodige aandacht en werd een moderne klassieker. Vertalingen volgden wereldwijd en het boek kreeg bekroningen en nominaties in Zuid-Afrika, Europa en de V.S.
Marius, het zoontje van de zeemachtgeneraal Erasmus, is zich niet bewust van zijn privileges onder de apartheid. Hij geniet samen met zijn vriendje Frikkie van geweldige jongensjaren. Doorheen het dagelijkse leven en het schoollopen wordt voor de lezer duidelijk wat het regime inhoudt. Frikkies iets liberalere omgeving plaatst nu en dan een vraag bij die apartheidsrealiteit.
Ook al zijn het slechts de uitlopers, Marius kan niet anders dan enkele menselijke drama’s van zwarten en kleurlingen op te merken. De superieure blanke moraal valt volledig aan diggelen wanneer Marius ontdekt hoe Frikkie seksueel wordt misbruikt.
Steeds weerkerende fragmenten met beschrijvingen van de latere oorlog in Angola voorspellen hoe zich conformeren met een ziek systeem slechts fataal kan aflopen.


Embrace
In 2000 verscheen Embrace. Hiervan presenteerde Mark Behr later zijn eigen Afrikaanstalige versie aan zijn uitgever. Die werd geweigerd “want die taal was te vrot en dit het te Engels geklink” vertelde hij in het interview aan Die Burger. Of had het toch ook iets te maken met de minder vlot verteerbare inhoud?
1976 kondigt zich aan als een hoogtepunt in het bestaan van een Zuid-Afrikaans knapenkoor. De Missa Solemnis van Beethoven wordt een ongeziene uitdaging die met een tournee doorheen Europa bekroond zal worden. De rellen in Soweto en de daaropvolgende wereldwijde boycot zullen dit project kelderen.
De jongens doen echter meer dan zingen. Tijdens dat schooljaar ontdekt Karl De Man hoe de politieke situatie tot in het klasleven wonden slaat, hoe hij in zijn eigen familiegeschiedenis een reflectie vindt van een eeuw zuidelijk Afrika en hoe zijn persoonlijke verkenning van seksualiteit alleen al omwille van zijn homoseksuele relatie met een klasgenoot het autoritaire patriarchale maatschappijbeeld fataal in vraag stelt. Wanneer hij bovendien zo geraffineerd mogelijk alles in de weegschaal gooit om de koorleider tot een relatie te verleiden, knoopt hij zo ongeveer een op scherp gestelde bommengordel om zijn bestaan. Het systeem zal nog talloze slachtoffers eisen, maar Karl De Man heeft onomkeerbare (zelf)ontdekkingen gedaan.

Kaapstad, mijn liefste
In 2006 verscheen Cape Town, My Love in A city imagined, een bundel waarin negentien Zuid-Afrikaanse schrijvers een tekst over Kaapstad publiceerden.
Behrs vertrekpunt is een krantenbericht over een moordpartij in een seksclub. Associaties leiden hem langs zijn persoonlijke ontwikkeling en eindigen bij een ontnuchterend spiegelbeeld van een bloedbad in de apartheidsjaren.

Socrates, Miss Celie and Me
Eveneens in 2006 verscheen zijn bijdrage in het huldeboek voor Johan Degenaar, politiek filosoof en zijn prof aan de universiteit van Stellenbosch.
Openhartig beschrijft hij hoe hij evolueert van een naïeve student voor wie de stap van militair naar informant van de veiligheidsdienst niet meer dan een opportunistische keuze was om zijn studies te financieren.
Die naïviteit houdt niet stand: de vragen van Degenaar en Socrates en de machtsanalyse in The Color Purple van Alice Walker leiden ertoe dat zijn inzichten en waarden nooit meer dezelfde zullen zijn. Ook het schrijven zal definitief een andere diepgang krijgen:
“Good writing reaches for truth no matter how elusive. Good writers insist on trying even as they constantly fail. Good literature rends the fabric of the life-lies with which we sustain our delusion, privilege and entrapment.”


Gods wil is onze wet
Het fundament van de apartheid was de identiteit van de Afrikaners. Daarvoor werd de waarheid gemanipuleerd en een goddelijke opdracht gecreëerd. Het doel verantwoordde de middelen.
Doorheen de eeuwen was de Kaap van een nederzetting en bevoorradingsplaats een vluchthaven en toekomstdroom geworden voor o.a. Nederlandse en Engelse kolonisten, Franse Hugenoten en Duitse emigranten. De verovering van de Kaap en het hinterland liep niet altijd even eenvoudig. Oorspronkelijke bewoners maar evengoed Engelsen maakten de Afrikaners het leven zuur: oorlogen met Zoeloes (Embrace blz. 331), duizenden vrouwen en kinderen die door de Engelsen in concentratiekampen werden opgesloten en omkwamen (De geur van appels (verder: DGVA) blz. 172, Embrace blz. 146). De apartheid werd zo een realisatie van hun versie van het Bijbelse Beloofde Land voor een eeuwenlang vervolgd volk.
Goed en Kwaad zijn scherp afgelijnd en worden voortdurend verantwoord met een goddelijke duiding. In De geur van appels tonen Marnus en Frikkie de lezers door hun achteloze reacties welke normen en waarheden ze ingeprent kregen. De naam van God ijdel gebruiken, zelfbevlekking, zedeloze popmuziek: het zijn zonder uitzonderingen tickets naar het eeuwige branden in de hel. Al begrijpen Marnus en Frikkie op hun eigen kinderlijke manier dat je beter niet alles aan volwassenen vertelt.
Enerzijds is er de zekerheid dat al die drankverslaafde kleurlingen nooit in de hemel zullen komen - Petrus aan de hemelpoort valt vast om van de drankwalmen uit hun mond -, anderzijds is er Doreen, de trouwe bediende. Met de juiste apartheidshiërarchie in het achterhoofd meent Marnus dat de Here haar zal belonen door haar in de hemel samen met andere christenkleurlingen in kleine huisjes te laten wonen (DGVA blz. 44). Twijfel steekt de kop op wanneer Klein-Neville, het zoontje van de dienstmeid, door spoorwegarbeiders boven een vuur geroosterd wordt als straf voor een steenkooldiefstal. De daders zijn blanken. “De Bijbel leert ons geen kwaad met kwaad vergelden. Waarom doen blanke mensen zoiets?” vraagt Marnus zich af. Zijn moeder geeft toe dat niet alle blanken christenen zijn. Er is ook een minder soort blanken (DGVA blz. 147).
Dat blijkt eveneens in minder extreme situaties: als roken voor een vrouw al niet zondig is, dan is ze zeker verkeerd opgevoed. Niet alle moeders begrijpen dat de opvoeding van kinderen thuis belangrijker is dan een maatschappelijke carrière. Marnus’ moeder heeft haar zangcarrière opgeborgen. Met een generaal als echtgenoot kan dat. Voor Karl De Man, in Embrace, zijn er dezelfde overtuigingen maar het ligt financieel al iets moeilijker. Hij zegt nog dat “women are meant to have children, take care of the family, Dominic. That’s the way it is all over the world. And it says so in the Bible” (Embrace blz. 615).
Moeder bij de haard. Niet alleen als norm in Zuid-Afrika, maar voor de hele, uiteraard beschaafde, wereld. De Bijbel als garantie. Tussen de tienjarige Marnus en de veertienjarige Karl ligt een wereld van verschil. Niet alleen hun leeftijd speelt. Het veilige, nog relatief zekere land van Marnus in 1974 is twee jaar later in een turbulente stroomversnelling terechtgekomen. Na de rellen in Soweto zal het land nooit meer hetzelfde zijn. Zekerheden brokkelen af.
De klasgenoten van Karl hebben erg verschillende achtergronden en spuien daardoor ook erg botsende meningen. God en Bijbel blijven voor de school een handige stok om een stoute hond mee te slaan. Al is dat in realiteit vaak een leerling en een rietje.
Karl ziet binnen zijn eigen familie hoe geloof en leven erg dubbelzinnig worden geïnterpreteerd. Rijdt zijn vader geen schuine schaats wanneer hij toeristen gidst? Moeder bij de haard evolueert van berusting naar opstandigheid. Tussendoor sleept pa zijn zoon naar een psychiater en dreigt met “I’ll kill you if you ever do it again”. Zo vaak wordt die zin herhaald dat de lezer erdoor geïntrigeerd geraakt: hoe groot is het wangedrag van Karl wel niet geweest?
Draait het hele jaar rond de Missa Solemnis, geeft de dirigent bij ieder onderdeel een godsdienstige duiding, laat de directeur Karl op de Bijbel trouw beloven: de jongen heeft de leeftijd om overal de barsten van de hypocrisie waar te nemen.
Waar Marnus nog naïef geloofde in de aangepaste officiële geschiedschrijving, dan ontdekt Karl dat binnen de blanke gemeenschap heel wat dissidente stemmen de op leugens gebaseerde verhalen niet meer slikken.

“Frikkie zei dat zijn overgrootvader indertijd op zijn boerderij in de Sederberge op Bosjesmannen liet jagen. Er kwamen jagers uit de Kaap en voor twintig pond mochten ze op Bosjesmannen jagen in de bergen. Maar je mocht er niet meer dan één schieten, anders moest je weer twintig pond betalen. Toen we later in de geschiedenisles over de Bosjesmannen leerden, vertelde Frikkie dit verhaal over zijn overgrootvader. Juffrouw Rademeyer zei dat het niet waar was. De Bosjesmannen zijn door de Xhosas uitgemoord, niet door de Boeren.” (DGVA blz. 14)
It sounds like the Mau Mau,’ I said, wanting to show I knew the history of East Africa, ‘who murdered hundreds of whites in their sleep.’
Mr Olver’s chuckle rang across the water. ‘Seven whites, my boy, that’s about all they killed. And we killed thousands of blacks in return."
(Embrace blz. 331)

Gods wil is wet. God noch wet kan je ongestraft manipuleren. Marnus zal met de echo van de leugenachtige staatsradio op de achtergrond sneuvelen in een officieel niet bestaande oorlog. Karl zal bezwijken onder de druk tot conformisme. Ten koste waarvan? Definitief? Hij weet immers dat er meer is dan de officiële waarheid.


Seksualiteit is ook politiek
Hoe snel seksualiteit tot hel en verdoemenis leidt, beschrijft Mark Behr al op de eerste bladzijden van De geur van appels. Marnus en Frikkie bezoeken het Nationale Museum in Kaapstad: een museum vol trots en nationale geschiedenis. Helaas brengt een harpoen het gesprek naar de mogelijke lengte van de pik van een walvis. Dat brengt ze tot het zweren van de waarheid voor de Here God en daarover is ze ingeprent dat dan de hel op ze ligt te wachten.
In hetzelfde fragment verwijt Marnus dat Frikkie zelfs met Zelda Kemp heeft gevrijd. “Ik heb jullie gezien. Je hebt haar hand vastgehouden!” Zo eenvoudig was het leven voor tienjarige jongens in 1974. Dat padvinders in vergelijking met Voortrekkers flikkers zijn, dat de luchtmacht en de marine ten opzichte van de landmacht dezelfde beoordeling krijgen, dat iedereen die zingt een homo is: ze herhalen slechts wat de grote wereld hen voorkauwt. Zoals Marnus nooit begrepen heeft waarom Frikkie erg bang is voor generaal Erasmus, zo onvatbaar blijft ook de verkrachting van Frikkie. Hij slaagt erin om die via de wederzijdse zwijgplicht van hun bloedbroederschap van zich af te schuiven. “Ik weet, dat als hij liever niet wil vertellen wat er hier beneden is gebeurd, hij het nooit aan iemand anders zal vertellen. En dat is goed zo.” (DGVA blz. 209) Ontkent de regering later dat er soldaten in Angola zijn? Marnus’ dood zal niet minder reëel zijn. Hij zal het niet aan een ander vertellen. En politiek was dat goed zo.
Enkele jaren maken ook hier een wereld van verschil. De veertienjarige Karl staat op de eerste bladzijden van Embrace niet toevallig boven op de springplank van het zwembad de verlangende blikken van zijn schoolgenoten te monsteren. Van dat gebeuren wil hij deel uitmaken. Nieuwsgierigheid en seksuele spelletjes worden binnen de school fanatiek en ongenadig bestreden. Zijn de jongens het schooljaar daarvoor betrapt en tot bloedens toe met een rietje geslagen? Verbijt pijn en tranen en zo’n straf wordt eervol om te dragen. Het seksuele randje verdwijnt even naar de achtergrond maar weldra steken opdringerige hormonen sterker dan voorheen de kop op. In een gecamoufleerd verlengstuk wordt door een psychiater nog een persoonlijk actieplan opgesteld. Niets ondergraaft dat aangeprate schuldbesef meer dan de ontdekking van het complot van school en ouders achter dit plan. Veel wordt in stilzwijgen en taboesfeer weggedrukt, maar jongens onder elkaar bewandelen hun eigen wegen.
Mark Behr gebruikt de seksualiteit als ongenadig en ultiem beeld om het politieke en morele systeem onderuit te halen. Juist de machoviriliteit die de trots en het ideaal van het mannelijke imago uitmaakt, wordt door de behoeder van familie en leger gebruikt om in Frikkie alle onschuld te verkrachten. Nogal wat lezers beoordelen de ontknoping binnen de opbouw van het verhaal als te sterk. Hoe bitter en hard moet dit beeld dan niet zijn voor de aanhangers van het apartheidsregime? Dieper had Behr ze wellicht niet kunnen treffen.
Zowel op zijn schrijven als op zijn openbare biecht zijn de reacties hard en ongenuanceerd. Cheryl Stobie stelt dat “while his formulations are carefully chosen and subtle, his critics tend to disregard nuance, both in his writing and in their stereotyped responses”.
Toch gaat Embrace nog een stap verder. Voor Karl is de ontdekking van een verboden seksualiteit eveneens de bewustwording van een homoseksuele geaardheid. Vader De Man stelt zeer duidelijk dat “no communist kaffir-loving queer will ever set foot in my house.” (Embrace blz. 596) Karl amuseert zich nog even met de ongewilde CKQ-alliteratie maar dan dringt de wreedheid tot hem door. Afwijkende politieke ideeën leiden tot andere perversies. Of omgekeerd.
Het is geen toeval dat bij Zuid-Afrikaanse auteurs als Troy Blacklaws, J. M. Coetzee, K. Sello Duiker, Koos Prinsloo e.a. moffie zowat het ultieme scheldwoord is. Behr beschrijft in Kaapstad, mijn liefste hoe ingrijpend de apartheidscultuur terroriseerde om een homoseksuele geaardheid te ontkennen. Hij zegt daarin ook dat er “vele jaren, andere steden, leraren, landen en andere teksten voor nodig waren om mijn persoonlijkheid te herscheppen”, om met zichzelf in het reine te komen.
Opnieuw gaat Behr een stap verder. Het lijkt dat Karl uiteindelijk alles wil ontkennen en loochenen. Hij verlaat de school, weigert het mogelijke contact dat enkele vrienden hem nog voorstellen. Hij zal rugby spelen, beantwoorden aan het beeld van de stoere jongen. Definitief? Of toch slechts de jaren op weg naar zelfstandigheid? Wanneer hij zijn verhaal vertelt, voegt hij er voor zijn vriendje Dominic aan toe: “And did you do what I could not allow myself to imagine then: fall in love with another boy...” (Embrace blz. 691) Then! Die jongen heeft eerder immers niet alleen zijn seksualiteit verkend, die veertienjarige heeft doelbewust alles op het spel gezet om een volwassene als zijn seksuele partner te veroveren. Het is die jongen die alle verleidingstrucs in stelling heeft gebracht. Dat hij daarvan niet de volledige diepgang beseft, komt voor hem op de tweede plaats.
In Kaapstad, mijn liefste beschrijft Behr hoe wetten kunnen veranderen, maar evenzeer hoe geen wet een onverdraagzame mentaliteit verandert. Die blijft leiden tot moorden.
Wanneer hij in 1996 in Kaapstad het schrijverscongres met als thema “Fault Lines: Inquiries around Truth and Reconciliation” mag inleiden, openbaart hij hoe hij als dubbelagent heeft gewerkt en hoe homoseksuele ervaringen in de homofobe maatschappij kansen tot chantage creëerden. Hij wordt net niet door iedereen met pek en veren besmeurd. Misschien omdat hij ondertussen in het verre Noorwegen verblijft. Figuurlijk is het wel zijn deel. Eerlijkheid kent zijn grenzen. Is het toeval dat later Embrace heel wat koeler wordt onthaald?
Cheryl Stobie stelt zeer duidelijk dat “the confession has become a kind of appendix or coda to The Smell of Apples, and has affected its subsequent reception as well as that of Behr’s second novel Embrace (blz. 150).”
“Until admitting he once spied for the apartheid machine, Mark Behr was something of a hero. Now the award-winning novelist is being vilified as a traitor.” Zo stond het in een persbericht van de South African Press Association.

Wat was het ware probleem? Waarom was geen enkele partij gelukkig dat hij zijn rol als dubbelspion bekendmaakte? Vonden collega-auteurs werkelijk dat hij als bekroond schrijver zo nog meer publiciteit zocht? Of kent eerlijkheid zijn grenzen? Kent het recht op vrije meningsuiting zijn grenzen?
Cheryl Stobie laat June Taylor, de organisatrice van het schrijverscongres, aan het woord. Zij is van mening dat “South Africans find it more difficult to forgive him, as his confession reveals how widespread the corruption of apartheid was.” (Blz. 150)

Hoe zou het vandaag in België lopen wanneer een op onrecht gebaseerd machtsapparaat onderuit zou worden gehaald met het verhaal van een veertienjarige die een volwassen man tot een relatie verleidt? Heel wat onafhankelijke media - met duidelijke meningen - zouden daar netjes over struikelen. Meningen kennen grenzen.
Een voorbeeld van de herrie die zou kunnen losbarsten beleefden we in december 2007 toen wielrenner Tom Boonen een relatie bleek te hebben met een meisje van zestien. Het Laatste Nieuws bracht dit nieuws exclusief en sensationeel vanop de voorpagina. Op het webforum van De Telegraaf werd hij daarop regelmatig bestempeld als pedofiel. Maar ook een kwaliteitskrant als De Standaard besteedde er een volle pagina aan en promoveerde het gebeuren tot de vraag van de week: “Hoe zou u reageren als uw tienerdochter een relatie begon met een man van 27?” De krant publiceerde vervolgens een selectie van genuanceerde reacties op de overigens legale situatie. Haalde ze daar haar kop “Tommeke, Tommeke, wat doe je nu?” van twee dagen eerder mee uit de sensatiebeleving van heel wat lezers?
Niet de legaliteit noch de beargumenteerde eerlijkheid in een discussie bepaalt de redactionele keuze. Het niveau van de schreeuwerigheid is een norm van de schandpaaljournalistiek die in alle redacties lijkt doorgedrongen.

En zouden de veertienjarige Karl en zijn leeftijdsgenoten hier een paradijs vinden? In de zomer van 2007 lazen we in de kranten dat een studie in opdracht van de Vlaamse Minister van Gelijke Kansen aantoonde dat onze jeugd van zestien en zeventien eerder negatief staat tegenover holebi’s en hun rechten. De betreffende enquête uit 2006 werd in 2008 herhaald en van een verbetering was nauwelijks sprake. Het “tolerantieplafond” bleek zo ongeveer bereikt. Anderen verwoordden het helderder: het gaat weer de verkeerde kant op.

“Nadat ek myself as gay aanvaar het, was dit onmoontlik om langer stil te bly oor my politieke ontwikkeling en verlede. Daar was ‘n nuwe krag in my wat nie die regverdediging van stilswye of geheimhouding oor enige aspek van myself wou duld nie.”

In hetzelfde interview kondigde hij nog aan om te proberen zijn derde roman in “die godsmooie taal”, het Afrikaans, te schrijven. Elders is aangekondigd dat zijn roman Kings of the water enkel nog Noord-Amerikaanse personages zou kennen. Wat het ook wordt: het is onwaarschijnlijk dat zijn volgende roman een vrijblijvend verhaal zal zijn. Laat die ongenadig eerlijk zijn. Om naar uit te kijken dus.

Jef Boden

Werk van Mark Behr

De geur van Appels, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 1998.
Embrace, Abacus, London, 2001.
Kaapstad, mijn liefste, in Streven, juli-augustus 2007.
Socrates, Miss Celie and Me, in Gesprek sonder Grense: Huldigingsbundel vir Johan Degenaar, H&B Uitgewers, Stellenbosch, 2006.
A swim in the Thames


Two handsome young men
swam in the Thames.
They swam and they swam
both were called James.

Two love-ly women
soon came their way.
They swam and they swam
both were called Fay.

So James met his Fay
there in the Thames
and Fay met her James
there in the Thames.

They married that day
quite near the Thames
James to his Fay and
Fay to her James.

They all bought a boat
berth in the Thames
continued to swim
sharing their names.





(c)2008 Gronama

Gedichten van Peter Van Synghel

en dit is een herhaling van mijn vorige gedicht

ook hier begin ik met 'en' en wat volgt
is een herhaling van mijn vorige gedicht

dat ook begint met 'en' en een herhaling is
van mijn oorspronkelijkste poëtica

(kortom: dit is het vierde gedicht)

(er is geen enkele regel die stelt
vierde keer goede keer)

al lijkt mijn hoop ijdel ik mag graag geloven
dat dit zo niet is want ik leef op hoop

ik leef niet of zo min mogelijk op wat ik koop
ik koop niet veel
het is onmogelijk alleen daarvan te leven

ik leef sporadisch dan heb ik altijd nog over

(de prijzen slaan sneller op dan dat ik
versies van dit gedicht kan maken - je kan wel zeggen
dat mijn levensstandaard krimpt in of tijdens dit gedicht)

en wat ik koop koop ik op hoop
want je weet nooit wat je koopt natuurlijk

als het product niet aan de gewenste eisen kan voldoen
draag ik het niet terug
dat scheelt verplaatsingskosten

op lange termijn win ik met deze strategie

ik loop nooit meer over van verontwaardiging
dat heb ik afgeleerd, vroeger was ik nooit verontwaardigd
in een emmer, die liep altijd over

(het effect bleef uit en daarom ben ik ook gestopt
met 3/4 van mijn reguliere aankopen)

ik blijf van de straat en schrijf nu
een gedicht

(deze versie verschilt in deze
vroeger stond daar
'dit fijne gedicht')


light

ik koop een nieuwe fles limonade
omdat de oude uit is
de bedenking makend dat het er niet toe doet
zolang we gezond blijven
zo low-fi is deze limonade
altijd verkrijgbaar als vredesdrank
om de vrede doordeweeks te vieren
in andere stukken koelen ze hun woede
bij een glas limonade en is
een anderhalveliterfles geen evidentie
maar zij hebben minder te vieren
dus is het toch weer rechtvaardig


amorf

o en ik zou de wolkenpracht beschrijven
die wordt veroorzaakt door de invalshoek
van de ondergaande zon
maar de oude meesters kan ik niet evenaren
en wie leest de oude meesters nog?
een enkeling blijft ze herlezen en heeft geen
goed oog op de toekomst enzo
op wat volgt op de korte opleving van
zo veel en zo schone wolkenpracht
en ik ben enkeling noch oude meester
(ik ben een begeesterde jonge man die
alleen oog heeft voor lieve meisjes
met zwart haar, of blond, of roest)
en ik slaap alleen vannacht
ik zal een beetje zitten luisteren naar liedjes
want de zon is nu toch al onder

Peter Van Synghel

Een gedicht van Martin Wings

In jouw winter

Hoelang duurt hij nog
Jouw winter
Je hebt teveel laagjes aan
Ik kom er niet doorheen.

Wat ben je somber
Terwijl de zon toch schijnt
Al geeft ze geen warmte
Net als jij.

Jouw winter
Die maar niet voorbij wil gaan
Hoelang moet ik die doorstaan
Wanneer neig je naar de lente.

Na jouw winter wordt alles weer licht.

Martin Wings

"Mimimini" een verhaal van Lenny Peeters

"Het was een gouden dag," zeg ik en ze noteert iets op het papier dat voor haar ligt. Dat ze straks in de map zal steken. Mijn dossier.
De vorige therapeute wreef over haar bolle buik terwijl ze tegen me praatte. Babbelde en babbelde. Over haar man, over het huis dat ze net hadden gekocht, over de baby die gauw zou komen. "Ons kindje zal zo lang bij ons in bed mogen slapen als het zelf wil," vertelde ze, "en ik zal het op mijn buik dragen tot het kan stappen." Ze legde me uit hoe ik gelukkig kon worden. "Je moet kijken naar de dingen alsof je ze voor de eerste keer ziet," zei ze, "en elke hap proeven alsof je voor het eerst eet." Ik wou over de minimini praten, daarvoor kwam ik tenslotte, maar elk woord bleef steken in mijn keel.
De huisdokter had ongeduldig gekeken toen ik vertelde dat ik het nog voelde kloppen in mijn buik. Hij zei dat het niet kon. Dat het in mijn hoofd zat en dat ik erover moest praten. Niet met hem want het was zijn domein niet, maar hij regelde een afspraak voor me bij een collega. Ik ging er diezelfde dag nog langs. Een knuffeltherapeut, zo noemde hij zich. Hij gaf me geen hand maar een kus en ging naast me in de zetel zitten in plaats van over me. Ik schraapte mijn keel en begon aarzelend over de minimini, maar hij onderbrak me. Hij vroeg of hij pik en kut mocht zeggen tijdens de sessies, of het me niet stoorde. En toen ik mijn hoofd schudde, praatte hij over vrije liefde tot het uur om was.
Maar deze vrouw luistert. Ook al komen de woorden dikwijls maar met horten en stoten. Mooi," zegt ze als de grote wijzer op de twaalf tikt en dan schrijft ze snel nog iets op. Af en toe stelt ze een vraag. Hoe ik me voel. Of wat ik me nog herinner van toen.
Het was de hele week al somber en regenachtig geweest, maar toen ik die dag naar het gebouw stapte, scheen de zon. Het was een gouden dag. Ik probeerde niet te denken toen ik in de wachtruimte zat. Ik keek naar de anderen, naar de kale muren, naar de verfomfaaide tijdschriften op de tafeltjes. De gezichten van de dokter en de verpleegster kan ik me niet meer herinneren. Wel nog het bloed, het routineuze van hun handelingen en het kamertje waarin ik achteraf mocht bijkomen. De verpleegster tikte met haar vinger op de klok aan de muur. "Tot dan kan je blijven," zei ze en ze wees een cijfer aan, "ik kom je wel halen." Maar zodra ze weg was, stond ik op en wankelde alleen door de lange gang terug naar buiten. Een donderslag bij heldere hemel. Dat stond in mijn horoscoop op de dag dat ik hem ontmoette. Hij botste tegen me in de drukte van het café op het plein. Bruine ogen en een scheef lachje. We vonden een tafeltje voor ons twee en toen ik giechelachtig en wazig was van alle wijn, nam hij me mee naar zijn kamer in het trappenhuis. Een dieprood dekbed, stofvlokken en theelichtjes in de hoeken en een raam zonder gordijnen. "Je bent intrigerend," fluisterde hij, "onweerstaanbaar."
De volgende ochtend werd ik al vroeg wakker van de zon op mijn gezicht. Toen ik rondkeek, zag ik dat hij op was en zelfs al aangekleed. Hij vroeg of ik nog iets wou drinken voor ik door ging en toen ik mijn hoofd schudde, zocht hij mijn kleren bijeen en legde ze naast me op bed. Hij zei dat hij alvast vertrok en dat ik de deur gewoon achter me kon toetrekken. Dat het een fijne nacht was geweest, maar dat ik wel een tikje vreemd was. "Stil," zei hij, en hij trok er zijn neus bij op. "Je zwijgt aldoor." Paniekerig wou ik antwoorden dat het al heel mijn leven zo is. Dat de woorden blijven hangen in mijn hoofd. Dat ik een denker ben, geen prater. Dat het altijd wat duurt voor ik loskom. Ik wou vragen of we nog een keer konden afspreken. Of hij misschien mijn telefoonnummer wou. Maar ik zweeg.
"Heb je nadien nog contact met hem gehad?" vraagt ze. "Heb je hem kunnen vertellen wat er gebeurd is?" Ik denk aan die keer toen ik hem terugzag in hetzelfde café. Met een andere vrouw. Ze lachten en hij draaide zijn hoofd om toen hij me zag.
Ineens moet ik huilen. En terwijl ze rechtstaat om me de doos papieren zakdoekjes aan te geven, komen de woorden. Ze rollen uit mijn mond, vloeiend, alsof het altijd zo is. Ik vertel haar over de minimini. Dat het een jongetje zou geweest zijn. "Met bruine ogen en een scheef lachje," zeg ik, "net zoals zijn vader. We zouden een kampeerauto huren en door Frankrijk trekken en hij zou vooraan tussen ons in mogen zitten. We zouden stoppen op mooie plekjes en een glas wijn drinken terwijl hij vrolijk heen en weer zou rennen." Ik praat en ik praat en pas als ik eindelijk stilval en naar het klokje op de tafel kijk, merk ik dat mijn tijd allang om is.
"Mooi," zegt ze zacht. Ze noteert niets deze keer en even is het zo stil dat ze het kloppen in mijn buik wel moet horen.

Lenny Peeters
in Japan

witte hemden, zwarte broeken
halen de ochtend in
op het ritme van elk voetpad
beweegt een duizendpoot

niemand struikelt, niemand valt
niemand te laat, niemand kwaad
in een gespleten wereld
vol rauwe, korte klanken,
de glimlach verkrampt

witte hemden, zwarte broeken
lopen voor de avond uit,
dansen op elk zebrapad
de dans der dwazen.


zus

achter glas naait zij. op planken.
in de gaten van jaren.
een rechte steek,
een kruisjessteek, mijn naam.
met schoenveters of scoubidou.
ze blijft kleuren tussen te dikke lijnen.
puzzelt alleen, met grote stukken.
maar weet altijd en overal de weg,
leest dikke catalogen, over alles.

in haar dubbele brilglazen
het archief van duizend foto’s.
altijd mooi zijn.
altijd zondag.
wat ziet ze in de spiegel ?
een gevallen steek ?een puzzel
waar een stuk ontbreekt ?
ze zoekt achter glas waarom zij
het verkeerde water kreeg.


nu is het tijd
(Voor Paul SNOEK )

nu is het tijd om traag te rusten
en te bepalen waar: te land of te water

op het land zullen mijn letters verstenen
onder verplichte bloemen

in water zullen mijn letters verteren,
aanspoelen zonder naam

laat mij rusten in mijn geliefde fles
die ik op de bodem dronk

gooi ze in het diepste water,
laat mijn letters zinken en rollen

hoor de dronken echo van mijn pen,
lees mijn woord in elke branding

wanneer ik uitgeput van water
mijn schat aan land te rusten leg.

Luc C. Martens
luc.martens@skynet.be
http://luccmartens.skynetblogs.be











Yperite


late at night

a mist

fills the valley.

without knowing

it suffocates

like a dark power.

on the fields

our dead bodies

and under the grass

a brown soil


© by Jan Theuninck


Yperiet


‘s avonds laat

vult een mist

de vallei

zonder te beseffen

verstikt hij ons

als een duistere macht

op de velden

liggen onze lijken

en onder het gras

een bruine aarde.


© by Jan Theuninck

26 april 2009

"Voordat je naar beneden gaat" van Hannie Rouweler










Het is goed, voordat je naar beneden gaat,
nog eens een gedicht te willen schrijven
aan het open raam
daarna te kijken of het wel goed was,
- er is geen andere schepper dan jezelf
die met hetzelfde afstandelijk oog dit waarneemt -
of je de woorden, en jezelf, niet te kort hebt gedaan.
Of je de blik naar buiten gericht, in wat je zag,
niet hebt gesmoord in de kiem.
Het is goed erover na te denken wat in zo’n hele dag
van ochtend naar avond voorbij is gegaan
en welke stap je daarin nam, welk memorabel besluit
om het over een andere boeg te gooien, soort ontwenning.
Welk risico en welke mogelijkheden bleven daarin onbenut,
vanwege het zwijgen, uit angst om grenzen te passeren.
En wat en wie heb je onnodig gekwetst terwijl
je de waarheid in gedachten had. De waarheid kent eigenlijk
geen gevoel, is object, subject aan zich zelve. Dus schrijf
vrij uit maar op in een gedicht wat jij zo al de moeite vindt
om te bewaren, in een geschrift:
een ding, verlies, een mens, liefde, geschiedenis, terugblik,
voordat je naar beneden gaat. Je aan een tafel zit, naar
buiten kijkt, een stuk brood eet en tegelijk de gewone dag
doorbladert tot het avond is, het licht kleurloos in zwart vervalt.

Hannie Rouweler

('t Is goed in 't eigen hert te kijken
nog even voor het slapen gaan
,
Alice Nahon)

"Zelfportret" van Joris Iven

Ik sta met mijn lijf in een etalage
en het zegt:
“Ik ben mijn herinnering kwijt.”


Ze hebben mijn hersens uit mijn hoofd gehaald –
gewoon langs één oor.
Ik hoor
nu beter dan voorheen,
maar sla niets op.
Ik hoef niets op te slaan.
Ik moet alleen maar in een etalage staan.


Volslagen vreemde passanten trekken aan mij voorbij.
Iedereen is me vreemd – mijn kinderen,
hun moeder,
mijn moeder.
Gister,
of de dag voordien,
dacht ik
dat ik geen kinderen had,
dat zij geen moeder hadden,
en ik evenmin.


Aan wat het bezoek de dood noemt
heb ik een vage herinnering.


Na het ontwaken uit de diepste slaap,
sta ik als een sprekende pop
in een etalage
en de eerste woorden die ik zeg
zijn “lichaam”,
“contact”,
“zwaailichten”,
in deze volgorde,
met niets verbonden,
zonder enige betekenis.


Ik sta in een etalage
als het bekende resultaat
van een doodgezwegen experiment.
Ik werd onder het mes gelegd,
met mijn knie in Siena,
met mijn heup in Houston,
met mijn arm in Amsterdam.


Over mijn hersens
heeft men zich het hoofd gebroken –
ik ben vergeten in welke stad
dit heeft plaatsgehad.


Alleszins,
achter rechtlijnige littekens
gaan mislukte operaties schuil.
Waar
littekens gekarteld werden aangebracht
verloopt de heling zacht.


Aan wat het bezoek de dood noemt
heb ik een vage herinnering.


Ik sta in een etalage met mijn hoofd
dat tot een moestuin is omgedoopt.
Op mijn hoofd
groeien nu eens aardbeien, dan tomaten,
en altijd lange stelen prei.
Ik kan er niet meer bij.


Ik frunnik aan de draden
in mijn hoofd
en trek er één,
twee,
los,
over,
uit.


Mijn armen worden aan de bedspijlen gebonden,
mijn voeten aan elkaar,
mijn romp om de sponde.


Ik kan mijn straf niet
ontlopen.


Aan wat het bezoek de dood noemt
heb ik een vage herinnering.


Ik sta in een etalage
als de vleesgeworden schaduw
van mezelf
die zich op breekbare benen
nauwelijks staande houdt
en zich inwendig voortdurend spoelt
met bloed.


De stappen voorwaarts komen
misschien
later
wel
eens.



Wie is ooit in staat
bij wat dan ook
de torenhoge woorden
now or never
uit te spreken?


Aan wat het bezoek de dood noemt
heb ik een vage herinnering.


Ik sta in een etalage
als een zwemmer
in zwembroek
en word zittend in een stoel
in het water gehesen.


Ik kan niet zwemmen,
maar moet staan
en stappen.
Met traag getrappel
boek ik vooruitgang,
bevestig mijn bestaan.
Ik kom eraan.


Na het oefenen met partners
sta ik als vaandeldrager
in een etalage,
telefoneer ik mobiel
met de afstandsbediening
van tv
en roep poetsvrouwen,
verzorgenden
en verpleegkundigen op.
Ieder staat tot mijn beschikking.


Aan wat het bezoek de dood noemt
heb ik een vage herinnering.


Ik sta met mijn lijf in een etalage
en ben omringd
door ledematen
in het gips,
door stoelen
die rollen,
door lege hoofden
die barsten van nutteloosheid.
Ik raak mezelf niet kwijt.


* * *


Ik werd door omstandigheden –
volstrekt om en om,
de stand zozo,
het heden nu –
tegen beter weten in
en niet uit vrije wil
getransformeerd tot de verveelde schizofreen
die ik nu wel ben.


Telkens wanneer ik aan mijn nieuwe vorm wen –
met haken en met ogen,
met schroeven en met platen
weer in elkaar gezet,
telkens wanneer ik min of meer accepteer
dat ik ben zoals ik nu ben,
ontdek ik weer
wat anders.
Ik functioneer niet meer,
zoals ik dacht
dat ik functioneren zou,
alsof het dat was wat ik wou,
alsof ik hiervoor had gekozen.


Ik zal proberen op te geven
te zijn
zoals ik was.


Ik kijk vol twijfel om me heen en vind
misschien iets
in mijn schaduw
waarvan ik denk:
dit komt me nog van pas.


Ik groei overwegend willoos mee
met wie ik worden zal.


Joris Iven

http://www.joris-iven.be/

25 april 2009

Moni.Ca exposeert!


Kunstgalerij Mens & Natuur
Maenhoutstraat 75a - 9830 Sint-Martens-Latem

OPENINGSNAMIDDAG
met receptie
ZATERDAG 2 MEI van 14:00 tot 20:00 uur

TENTOONSTELLING
(2 mei - 14 juni 2009)

Moni.Ca
Natuurgestalten

Moni.Ca (samentrekking van Cattoor Monica) °21-1-1942, was eerst werkzaam als
kunsthistorica en restauratrice en later uitsluitend als kunstenares. Vanaf 1981 exposeerde
zij regelmatig ondermeer in Kaleidoscoop in Gent, in de Latemse Galerij, in het Museum
Dhondt- Dhaenens en in Lineart. Zij publiceerde twee dichtbundels en een filosofisch werk.
Over haar kunst zegt ze:
in bijna al mijn werk, zowel schilderkunst, beeldhouwwerk als dichtkunst, heb ik het
golvende lijnenspel dat de natuur ons biedt laten meespelen en daarop dan verder gebouwd.
Waarbij de menselijke ingreep meestal zo meegaat met het natuurlijke gegeven,
dat die zich a.h.w. weer uitwist en opgaat in het geheel. Zelfs in de robotsculpturen
- vervaardigd uit printplaten en als waarschuwing tegen een door computers geregeerde
wereld - lichtte het lijnenspel van hun geheimzinnige, uit natuurkracht gezogen, voedselbron –
de onkenbare, fascinerende elektrische stroom - nog op. Maar daar had het dan ook zijn verste punt bereikt.
In de huidige tentoonstelling heeft de natuur ook als eerste het dode hout door verwering
vorm gegeven en pas dan gaf de hand van de kunstenaar er gestalte aan, vandaar de naam
Natuurgestalten”.
Openingsuren Galerie:
donderdag-, vrijdag-, zaterdag- en zondagnamiddag
14:00 t.e.m. 18:00 uur en op afspraak
www.mens-en-natuur.com - www.man-and-nature.com

In de Galerie is verder werk aanwezig van
Miejef Callaert, Geert De Kockere, Hilde Geelen, George Hezemans,
Olga Gorokhova en Romain Witdouck

Organisatie:
Arnold Eloy, Maenhoutstraat 75a, 9830 Sint-Martens-Latem
Tel. 0496-80.57.99 - E-mail: arnold.eloy@skynet.be

24 april 2009

Want wat is sterven anders?

Want wat is sterven anders

Want wat is sterven anders dan naakt staan in de wind
en samensmelten met de zon?
En wat is ophouden met ademen anders
dan de adem bevrijden van zijn rusteloze eb en vloed,
opdat hij ombelemmerd oprijst en zich ontvouwt en op zoek gaat naar God?
Alleen wanneer je uit de rivier van stilte gedronken hebt, zul je waarlijk zingen.
En wanneer je de top van de berg bereikt hebt,
pas dan zul je beginnen met klimmen.
En wanneer de aarde je ledematen zal opeisen,
pas dan zul je werkelijk dansen.

Kahlil Gibran


Van tijd naar eeuwigheid

Dit alles schonkt ge mij. Wèl was het veel,
maar één verlangen zwelt nog naar mijn keel.
Voor alles dank ik u, wat ge me schonkt,
voor al de malen, dat ge mij toewonkt
in een gedachte, een glimlach, een lied.
Uw straling schonkt ge me, uw kern nog niet.
Eén gave onthield ge mij nog en ik derf
z’al nooder. Daarom vraag ik: eer ik sterf
geef me, al mocht het ook slechts éénmaal zijn,
mij te zonne’ in den glans van uw aanschijn.
Doorscheur’t gezicht eener alomme Tegenwoordigheid,
éénmaal voor mij ’t weefsel van ruimte en tijd.
Maar zoo ’k dit beleven niet waardig ben,
laat dan aan d’overzij der diepe wateren,
mijn wezen, als een pijl gericht,
toevliegen recht op uw Onmeetlijk Licht.

Henriëtte Roland Holst


Aan den dood

Om te vergaan,
dood, maak mij zoet;
ik ben een lichaam zonder naam,
neem het, wanneer het moet;
die mij in u is voorgegaan
bezit mijn bloed
Dood, maak voor de aarde goed,
waarin zij ligt;geef ons hetzelfde soortelijk gewicht,
opdat ik ben geboet,
en met haar stof in evenwicht
bij het opstaan;
wij waren samen één gedicht,
doe het om deze waan,
doe het met ogen dicht

Gerrit Achterberg


Vergeefs

Ik leg mijn huid over de bomen
en naakter ben ik in mezelf.
Op de rooilijn van de nacht loop ik
in evenwicht tussen dag en dood.

Alleen in dit bodemloos landschap
fluit ik opvallend de oren dicht.
De vogels van de angst talmen.
En ook de wind houdt zijn adem in.

Onhandig de handen houd ik
mijn daden in één wens gekneld,
in één waas gehuld, mezelf vergeten.
De nacht vloeit overvloedig toe

en in het ritselen van een ooglid
herken ik de hand van de dood.
Straks wordt het dag in de bomen,
en stoot vergeefs in mijn rug het licht

Thierry Deleu


gelachen hebben we...

maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zulen vergeten

Bert Schierbeek


De gestorvene

Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zevenmaal om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde gaan.

Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan -
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.

Ida Gerhardt


ik denk

ik denk
als het regent
laat ze niet nat worden
en als het stormt
vat ze geen kou
en ik denk ook
dat dat denken
niet helpt
want je wordt nooit meer
nat noch vat je een kou
want het regent
noch waait ooit
meer voor jou

Bert Schierbeek


Als ik doodga

Als ik doodga
hoop ik dat je erbij bent
dat ik je aankijk
dat je mij aankijkt
dat ik je hand nog voelen kan.
Dan zal ik rustig doodgaan
Dan hoeft niemand verdrietig te zijn
Dan ben ik gelukkig

Remco Campert


Nu

nu moeten wij aan veel meer traagheid wennen,
aan liefde die verdween en aan wat nog resteert
aan teerheid in wat najaarslucht en geur van dennen
en aan hoe-het-kon-zijn-gedachten die je nooit verleert.
aan bijna-niets, en aan voortdurend vier dezelfde muren
en aan een belsignaal dat nooit weerklinkt,
aan twintig keer per dag door ramen naar de verte turenen
en altijd jezelf met wie je 's avonds drinkt.
en wat ik overhou is niets om weg te geven:
wat ik nog ben, ben ik alleen voor mij.

Herman de Coninck


Sotto voce

Zoveel soorten van verdriet
ik noem ze niet.
Maar één, het afstand doen en scheiden.
En niet het snijden doet zo'n pijn,
maar het afgesneden zijn.

Nog is het mooi, 't geraamte van een blad,
vlinderlicht rustend op de aarde,
alleen nog maar zijn wezen waard.
Maar tussen de aderen van het lijden
niets meer om u mee te verblijden:
mazen van uw afwezigheid
bijeengehouden door wat pijn
en groter wordend met de tijd.
Arm en beschaamd zo arm te zijn.

M. Vasalis


Sub Finem

En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten -
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen - en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.

M. Vasalis


Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.
Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus

"Een naald zonder oog" van Edith Oeyen (recensie Thierry Deleu)












EEN BUNDEL UITZONDERLIJKE GEVOELSPOËZIE

De knieprothese als ondertitel van een gedichtenbundel. Het verdict, de operatie, het verblijf in het ziekenhuis, de revalidatie als bronnen van inspiratie. Het lijkt mij zoiets als het kappen van een ruwe steen tot hij kubiek wordt. Hij krijgt een nieuwe vorm, maar de inhoud blijft gelijk.
Dit leken mij geen items waarbij een dichterlijke ziel zich geroerd voelt. In dit orthopedisch landschap van bevroren tranen vind je enkel “verbeterde operatietechnieken”, zoals dokter E. Van Vlerken in het voorwoord schrijft.


Ik maakte echter een grote inschattingsfout: patiënte Edith Oeyen schreef een bundel uitzonderlijke gevoelspoëzie. Authentieke gedichten, geen sentimentaliteit, geen trukenpoëzie. De originele wijze waarop zij dokters, verplegers, kinesisten, therapeuten een poëtische identiteit geeft, is knap vakwerk. Doorheen gevoelens van pijn, opluchting, onzekerheid, vreugde en verdriet geeft zij haar medespelers de plaats die hun toekomt. Zij schreef een “document humain” dat niet alleen veel zegt over de boodschap, maar evenveel over de boodschapper: een dichteres die de helende kracht van woorden bezit, die verwoordt en verbeeldt wat zij denkt, voelt en aanvoelt.




Een naald zonder oog is een multifunctionele bundel: een relaas, een dagboek, een handleiding voor lotgenoten.
Op meesterlijke wijze analyseert de dichteres wat haar overkomt. Ook in Een naald zonder oog is dat de drijfveer van haar schrijven: overleven! Zij doet dit altijd op een diep doorleefde manier, authentiek, niet aangedikt, geen pose, tegen een sober decorum. Een naald zonder oog straalt zoveel persoonlijkheid uit, lees: morele moed, die nergens wordt verstoord door opgeklopte ontroering.
Ook nu brengt zij op een verfijnde wijze verslag uit van haar medisch avontuur.

De titel van haar bundel, Een naald zonder oog, deed mij bij een eerste lezing niet nadenken, zelfs geen frons, tot ik in een eerste versie van mijn recensie de titel las als: Het oog van een naald. Door het oog van een naald kruipen: nauwelijks aan een gevaar ontkomen, net goed afgelopen, op het nippertje. Zeg nu zelf: zijn dit niet de juiste woorden om te zeggen dat de kapotte knie is hersteld, dat de knieprothese goed is geplaatst?

Waarom Een naald zonder oog als titel voor een poëtisch dagboek? Biedt een naald zonder oog geen uitzicht op wat komen zal? Is dit de reden waarom de dichteres worstelt met inzicht in haar toestand, waardoor twijfel, wanhoop, angst ontstaan?

De bundel kunnen wij indelen in twee delen:
deel 1: één: de prefase of alles wat haar overkomt, hoe ze zich voelt, wat zij erover (na)denkt, de beslissing, twéé: in het ziekenhuis: de opname, de gesprekken met de anesthesist en de dokter, de eerste operatie, op intensieve zorgen, het bezoek, haar contact met verpleegsters en verplegers, haar hoop op beterschap, drie: naar huis, de kine, de controles, de (te) trage beterschap,
deel 2: één: een nieuwe opname, tweede ingreep, het begin van genezing (het kunnen plooien), twéé: een jaar later, een tweede opinie, een nieuwe afspraak, een nieuwe opname, een nieuwe operatie, de hulpverlening, de kine, de hoop, de ergotherapie, drie: nieuwe hoop op beterschap.


Uit bovenstaande opsomming (de structuur van de bundel) blijkt duidelijk dat de omschrijving “poëtisch dagboek” juist is. De wijze waarop zij haar dagboek verwoordt, is voor mij niet alleen origineel (orthopedie en poëzie hebben weinig of geen affiniteit), maar vooral beheerst, ontroerend toch hoe zij met haar gevoelens omgaat, hoe zij twijfel, angst, hoop, boosheid, dankbaarheid oproept. Dit is een gave die aan weinig dichters is gegeven: in dezelfde verpakking (dagboek), in dezelfde omstandigheden (tijd maken voor poëzie) en in een zelfde woordverkeer het plaatsen van een knieprothese als onderwerp van een gedichtenbundel kiezen.

Ik heb woorden (begripswoorden) als pijn, kwelling, vertrouwen, hoop, tijd, angst in de bundel aangestreept, om de wijze te duiden waarop Edith Oeyen poëtisch en vruchtbaar aan het delven is geweest. De gelaagdheid van haar gedichten is opvallend. Zij heeft haar dagboek, dat drijft op lyrische ontboezeming, ondersteunt door nieuwe ervaringen en ingevingen. Haar observaties leiden tot een levenswijsheid die niet iedereen gegeven is.

Bij het lezen van de meeste gedichten word je stil, doodstil. Hoe vaak en hoe diep moet zij zich over deze specifieke gebeurtenis in haar leven gebogen hebben om dit zo intens te kunnen verwoorden. Wat zo simpel lijkt, en haar zo groot maakt is als dichter, is de wijze waarop zij voortdurend het geleefde leven condenseert in versregels.

Soms begrijp je de diepere betekenis pas na een tweede lezing. Op het eerste gezicht lijkt het gedicht zo eenvoudig dat niets wijst op de gevatte verwoording. Omdat zij het experiment schuwt en zich niet waagt aan woordspelletjes en spitsvondige taalcreaties en zich nooit beweegt op de rand van helderheid en ontoegankelijkheid, wil niet zeggen dat zij geen goede poëzie schrijft. Zij verwoordt haar gevoelens en gedachten in een eenvoudige, particuliere taalkleur.

Argeloosheid, twijfel, vlucht zijn de drie emotionele “kwaliteiten” die in elke bundel van haar opduiken en die zij zorgvuldig met elkaar mixt in poëzie. In Een naald zonder oog was de kans groot dat de dichteres zou vervallen in egotripperij, maar de wijze waarop zij het decorum omhult, haar gevoelens herkenbaar verwoordt, de taal beheerst, verhindert deze valkuil. Bovendien koos zij wijs voor de derde persoon.

wilde een vlinder omarmen
die opvloog
blz. 29

terwijl zijn zachte stem
een lied in haar liet zingen

blz. 41

droefheid weent
in de poriën van zijn huid
blz. 50

ze is een spring-in-’t veld
die huivert
als iemand een traan verpinkt
blz. 65

Wat mij eveneens opvalt, is de zorg waarmee Edith Oeyen elk gedicht en de volledige gedichtenbundel opbouwt. Ik wees hierboven al op de structurering, maar er is meer: op het einde van elk gedicht slaat zij een brug naar de werkelijkheid buiten haar, naar de natuur, de wereld van gezonde mensen. Deze eindverzen geven het gedicht niet alleen een pointe, maar zij zorgen vooral voor breedbeeld, een venster op, een verankering in de wereld van de lezer.


Enkele voorbeelden:
blz. 9: de avond daalt reeds/in de verte.
blz. 17: de winter is nog veraf/dan volgen vleugels vol sneeuw/en dromen kinderen van spelen.
blz. 19: het weiland in de verte/draagt nog steeds een groene kleur.
blz. 21: opwaarts vliegt een vogel/die naar vrede smacht.
blz. 22: met jonge tederheid/omarmt ergens moeder/een kind dat lacht.
blz. 24: de nacht heeft in stilte/dauw op het gras gelegd.
blz. 25: de dood is een witte vlinder/die geurt naar nacht.
blz. 33: schaamteloos loopt een vos/door de donkere nacht onhoorbaar haast/likt hij zijn lippen.
blz. 35: het was hopeloos tasten naar jong mos.
blz. 45: het is al te lang wintertijd geweest.

Het beeld dat zij voor de titel van haar bundel koos, komt voor in het gedicht “Doelloos tasten” (blz. 35):

Hoeveel duisternis
moest ze doorstaan
vooraleer ze weer rozen zag

bezoekers waren
soms als een profeet
elk had zijn verhaal
vertelde over lange tijd
vertelde over hoe het moest

pijnstillers
pijnstillers

ze telde de strepen op de muur
voelde zich verstrikt
in een lus vol twijfels

trachtte de boosdoener te ontmaskeren
maar hoe dan ook
het was een naald zonder oog
een nacht zonder licht

het was hopeloos tasten naar jong mos

Edith Oeyen is een dichteres die met gevoelens om kan. Ook wanneer zij nauw betrokken partij is, overstijgt zij haar eigen wereld.
Warm aanbevolen.


Thierry Deleu

Edith Oeyen, Een naald zonder oog, KVLS, 2009, ISBN 978-90-8003-020-6

Vertroosting der dingen - Annmarie Sauer

Pen penseel palet
met werktuigen leeft het leven
en dan dat laatste rood
het kleinste penseel
minuten
voor de vunzige vale dood

voor de kleuren
grijs voor de polderlucht
wit voor duiven op de vlucht
smaragdgroen voor boom en bos
vermiljoen, karmozijn, scharlaken
voor lust, verlangen, blos en
het wemelend vuur
Napels geel voor de trui die ’k droeg
en blauw
voor ’t waterig gemoed
Sienna, oker, verbrande aarde
voor woestijn en zand

en dan de geur van verf
& terpentijn
ik heb me aan al dat
verbrand

zo schrijf ik
met verschroeide hand


Annmarie Sauer

Uit "Bourgondische suite" - recente gedichten van Thierry Deleu

2

In Bourgondië is het perfect mogelijk
zegt zij dat je het leven aan de lichte
kant bekijkt ook al is de dood nabij geweest
de angst bedwongen met een kracht die niet
des mensen is en opnieuw dwalen mijn

gedachten af naar Karel de Stoute die
ik voor vader had gewenst in mijn strijd
tegen het gezag van grote mensen met
veel wetenschap en zo weinig geloof in

het mysterie van de natuur ik noem het
liever de kosmos het heelal het “hele Al”
dat mij niet langer bang maakt maar hoop geeft
op eeuwigheid in leven eeuwigheid in dood.


Thierry Deleu

23 april 2009

Frederica Garcia Lorca

In het kader van de UPV (Uitstraling Permanente Vorming) van de Vrije Universiteit Brussel,
organiseert de kern Halle
een lezing over Federica Garcia Lorca,
met als spreker Guy van Hoof
in café 't Klein Stadhuis,
Grote Markt 9
1500 Halle.
Aanvang 14.30 u.

21 april 2009




















KVLS
Edith Oeyen - Een naald zonder oog

De nieuwe dichtbundel Een naald zonder oog van Edith Oeyen is een feit.

Op zaterdag 18 april zal de bundel voorgesteld worden. De voorstelling vangt aan om 20u15.
Wij verwelkomen daarom graag alle geïnteresseerden in het Casino te Beringen.
De exacte adresgegevens zijn als volgt:
Casino Beringen - Kioskplein 25 - 3582 Beringen (Beringen - Mijn)
Je kan je aanwezigheid bevestigen door middel van een mailtje aan
edith.oeyen@telenet.be

Kunstgalerij MENS en NATUUR Sint-Martens-Latem

NOG TOT EN MET ZONDAG 26 APRIL:
tentoonstelling Margot MAASKANT - Mijn Holland.

Vrijdag 24 april om 20 uur Video Meat the Truth, een Nederlandse/internationale klimaatfilm over vlees.
Voorstelling op groot scherm van deze spraakmakende documentaire (°december 2007) die begint waar An Inconvenient Truth van Al Gore ophoudt en laat zien hoe de veehouderij wereldwijd meer broeikasgassen uitstoot dan alle auto´s, vrachtwagens, treinen, boten en vliegtuigen samen.
Spectaculair zijn alvast de cijfers die weergeven hoeveel er bespaard kan worden via
vleesvermindering. De berekeningen zijn afkomstig van en gevalideerd door de Wereldvoedsel-
en Landbouworganisatie (FAO), het World Watch Institute, het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit van Amsterdam en tal van andere gezaghebbende bronnen.
De film - productie: Claudine Everaert en Gertjan Zwanikken - is een realisatie van de Nicolaas
G. Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Nederlandse Partij voor de Dieren.
Zie: www.meatthetruth.nl
De voorstelling wordt begeleid door Karlien De Temmerman, projectmedewerker

Donderdag Veggiedag van EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief).
Inkom: 5,00 euro.
Aantal zitplaatsen: 35.
Reserveren liefst per e-mail.

Kunstgalerij Mens & Natuur - Maenhoutstraat 75a - 9830 Sint-Martens-Latem

TENTOONSTELLING
14 maart – 26 april 2009
Margot Maaskant
Mijn Holland

Margot Maaskant (Rotterdam, 1971) volgde de opleiding schilderen / monumentaal aan de kunstacademie St. Joost in Breda. In haar ruime, heldere en kleurrijke atelier geeft ze nu zélf schilderlessen; ze organiseert Mee Open Ateliers en groepsexposities en stelt sinds 1997 regelmatig tentoon in binnen- en buitenland o.a. in het Oblast Art Museum, Kemerovo, Rusland (2008), Galerie ECCE, Rotterdam (bijna jaarlijks), PMMK – Oostende (1998). Zie www.margotmaaskant.nl en op www.mens-en-natuur.com

Openingsuren Galerie:
donderdag-, vrijdag-, zaterdag- en zondagnamiddag 14:00 t.e.m. 18:00 uur en op afspraak.

www.mens-en-natuur.com
www.man-and-nature.com

In de Galerij permanent werk van:
Jeroen Boussier, Miejef Callaert, Geert De Kockere, Hilde Geelen, George Hezemans,
Olga Gorokhova, Romain Witdouck

Organisatie:
Arnold Eloy, Maenhoutstraat 75a, 9830 Sint-Martens-Latem.
T.0496-805799
E-mail: arnold.eloy@skynet.be

20 april 2009

Fotograffitipoëzieroute

VOORSTELLING en START van de FOTOGRAFFITIPOËZIEROUTE MEETJESLAND

Dichteres Maria Sesselle en natuurfotograaf Peter De Craene
hebben de eer u uit te nodigen op de opening.

Wanneer?
zaterdag 25 april 2009
om 10.30 uur stipt

Waar?
CULTUURCENTRUM EVERGEM
in het nieuw BIBLIOTHEEKGEBOUW
Weststraat 31 SLEIDINGE
(Er is parking achteraan op het domein)

Wat?
Korte bespreking door Maria Sesselle
Lange receptie en blij samenzijn!
Het boekje van de grote zoektocht is ter beschikking.

Tijdens de voorstelling loopt een tentoonstelling van alle 50 deelnemende kunstwerken, die als poëzie -natuurfoto’s in aangeboden formaat kunnen worden verkregen, alsook de gedichtenbundels:
Tussen duim en wijsvinger en Een zandkorrel in de storm van Maria Sesselle en de verhalenbundel Kijk papa een kokodril van Peter De Craene

Met hart en noten

Mengeling van licht klassiek overgoten met poëzie en besprenkeld met een zachte humor

René Jonckheer
piano

Patrick Nupie
klarinet

Roger Nupie
poëzie

Woensdag 29 april 2009, 19u30
in de Raadzaal Gemeentehuis Tremelo
Veldonkstraat 1
3120 Tremelo
Tickets: 7€

tel: 0477/54.83.09 (plaatsen beperkt)

18 april 2009

Feestelijke opening van het KunstDoel-Inside kunstproject in Doel

Tien van België’s bekendste kunstenaars maakten een kunstwerk op een binnenmuur bij Doelbewoners thuis. Op 2 mei stellen deze mensen hun woningen voor de eerste maal open voor het publiek.

Wij verwachten u voor de officiële opening, ingeleid door Vlaams Cultuurminister Bert Anciaux, op zaterdag 2 mei om 11 uur in het Ontmoetingscentrum van Doel (Hooghuisstraat). Meteen daarna volgt een rondwandeling langs de tien kunstwerken.

Doel heeft uw steun nu hard nodig en deze opening op 2 mei biedt cultureel Vlaanderen een uitgelezen kans om een niet mis te verstaan signaal naar de Vlaamse overheid te sturen.

Eva van Tulden, voorzitter KunstDoel vzw.

Een mooi gedicht van Eric Rosseel


18/04/2009

waar valt het oog van de wolf nog voor
daar hoog boven de groene heuvel
eens de schapen verder zijn gevlucht
dan de afgekalfde rivier
en bezit van prikkeldraad zijn geworden

kinderen zelfs de omkaderde scouts en
de padvinders die in achterkamers bevallen
scheuren er hun broek aan
brengen de nacht door in spoeddiensten

hoe ver reikt de honger van koningen nog
hoe glansrijk het doelwit
van veredelde drukkers van geld
en betoelaagde staatsbladen

het leven is tot vel over been verworden
nu de Heer de wijn weer
in water heeft veranderd
ook de druïden lezen voor de open haard
liever voor uit boeken
dan in bomen maretak te plukken
immers:
een vrouw is makkelijker te roven
dan een rat te vangen in een klem
en wie zoals ik bloedarmoedig
in verzopen kelders
leven moet van zieke vogels
en verdwaalde kogels
droomt er nog van
spraakmaker te worden
of levende legende

de goden op de hoogste berg hebben
niet eens gemerkt dat we ondertussen
al op zomeruur zijn overschakeld
wat malen ze om een dak dat lekt
of een kind dat niet leren lopen wil

de biodiverse slakken wel
die in in de verschroeide struiken
zijn gaan schuilen:
zie het schuim van hun vreugde
de zonnepanelen op hun rug


Eric Rosseel
http://ericrosseel.blogspot.com
Lees mijn politiek-filosofische roman Roman (over een gemeenschap van mensendie niet meer leven maar ook niet dood zijn)
via Uitgeverij hetzinkendschip@hotmail.com

12 april 2009

Hier mag niets af zijn!





















Uitnodiging

Uitgeverij De Geus en Boekhandel Van Kemenade & Hollaers
hebben het genoegen u uit te nodigen voor
de presentatie van de bundel

Hier mag niets af zijn
van Yvonne Né
donderdag 23 april 2009 • 20.30 uur

Y. Né (Goes, 1958) is dichter en beeldend kunstenaar. Ze studeerde schilderen, tekenen en monumentale vormgeving aan de St. Joost te Breda. Né schrijft beschouwingen over poëzie en publiceerde reeds tien dichtbundels, met daarin ook tekeningen van haar hand. Talloze gedichten werden opgenomen in verzamelbundels. In 2007 won ze de Kunst- en Cultuurprijs Gemeente Breda.
Het poëtische werk van Y. Né balanceert tussen twee elementaire werkelijkheden: de realiteit van het leven en de verbeelding ervan. Steeds weer lijkt er sprake te zijn van een overgangssituatie, waarin aarzelend nieuwe realiteiten worden verkend, terwijl van de oude nog geen afstand is gedaan. Daardoor is alles voortdurend in beweging.
"Veel moderne Nederlandse poëzie gaat over zichzelf, over de tobberijen van de dichter of over diens ingenomenheid met wat hij, al tobbend over zichzelf en de poëzie, onder woorden heeft weten te krijgen. Daar doet Y. Né niet aan. Dat geeft haar gedichten iets krokants en het lezen ervan de verfrissende kracht van een eerste wandeling in het voorjaar. Je kikkert ervan op." - Michaël Zeeman

Programma Boekpresentatie van Hier mag niets af zijn
20.30 uur Ontvangst
20.40 uur Introductie door Ad van den Kieboom, uitgeverij De Geus
20.50 uur Wethouder Willems van Cultuur neemt het eerste exemplaar in ontvangst
21.00 uur Y. Né leest voor uit eigen werk
21.10 uur Receptie en mogelijkheid tot signeren
Het geheel wordt muzikaal ondersteund door pianiste Jetje van Wijk
Locatie:
Boekhandel Van Kemenade & Hollaers
Ginnekenweg 269/271
4835 nb Breda

Informatie:
Lisanne Dridi
Publiciteit
Uitgeverij De Geus, Breda
076 - 522 81 51
publiciteit@degeus.nl

Zalig verblijven in een chambre d'hôte waar Tom Boonen rondwaart...

























Welkom
Ontsnappen aan de druk van het dagelijkse bestaan en in een gemoedelijk ritme het leven eens van een aangenamere kant bekijken, dat is in Bourgondië perfect mogelijk!
Door de eeuwen heen is Bourgondië niet alleen over de landsgrenzen geslopen, ook op de internationale wijn- èn menukaart heeft het zijn naam gemaakt. Heerlijk eten en drinken is gegarandeerd in een regio die qua ‘cuisine’ klassiek èn experimenteel heet, een streek die een ‘gouden helling’ herbergt, de wieg van gerenommeerde wijnen…
Tijdens een bezoek aan Bourgondië ontvlucht u ook de jachtigheid en de spanningen van uw doordeweekse ritme. Want Bourgondiërs verwelkomen u niet alleen op traditioneel openhartige wijze, ze delen ook graag hun gemoedelijkheid en optimisme met u.
De boeren zijn trots op hun vermaarde Charolais-runderen en de druiven op hun wijnstokken.Uw mountainbike spoort de paden op van het Morvan-natuurpark, uw verlangen naar een vaarvakantie wordt in Bourgondië sfeervol op kanalen en rivieren beantwoord en uw culturele uitjes worden hoogtepunten in de abdijen, kastelen en musea met hun vele kunstschatten waar Bourgondië zo trots op kan zijn. U kan tot rust komen in de vele kuuroorden die rond de zwavelbronnen opgericht zijn. Wat gaat er boven een zalig verwendagje in de Thermen?
Een regio die zijn monumenten en natuur daarbij zo fraai kan presenteren, dat is toch een ideaal vakantiegebied?

Contact
Bar-Restaurant-Chambres d'hotes
Le Moulin du Gué

Eddy en Greet Melis-Caeyers

71760 Cressy sur Somme (Bourgogne-France)

Tel. int. 0033 385848929 + GSM int. 0033 676140921
contact@moulindugue.com + http://www.moulindugue.com/moulindugue.blogspot.com


Toerisme
Bourgondië, paradijs halfweg het Franse ZuidenWie al zo vaak op weg naar het Zuiden over het asfalt scheurde, passeert Bourgondië zonder iets te merken van de levensvreugde en het goede “Bourgondische leven.” Maar als u tussen Dijon en Mâcon de tolweg verlaat, komt u terecht in een gebied dat met een speelse heuvelslag weggolft, waar koninklijke boomkruinen hun schaduwen over een hecht netwerk van rivieren en kanalen werpen. Liefst dertig procent bebost land maakt van Bourgondië het intiemste bosgebied van heel Frankrijk! En als het bos wijkt, lopen ritmische rijen wijnstokken naar heggetjes en dorpen. Alles lijkt er in een vriendelijke beweging op gang te komen, geïllustreerd door de vele stromen die vanuit het oude hart, de Morvan, alle kanten op willen.

Rijkelijk verleden

De Bourgondische gastvrijheid is ouder dan het toerisme. Hartelijk en welgemeend wordt u begroet in een regio die ook de middeleeuwse reiziger al aantrok. Want als brandpunt van een nog pril kloosterleven trok Bourgondië ontelbare pelgrims aan.

Ook de handel breidde zich uit tot buiten de streekgrenzen. De steengroeven bij Auxerre leverden de bouwsteen voor de Franse hoofdstad en Parijs kreeg ook artistiek hoogte door de opstelling van een toren die een Bourgondiër ontwierp: Eiffel!

De handel stimuleerde ook de kunstproduktie. Meesterbeeldhouwers gingen vervaard aan de slag in de vele mooie oude steden.Zelfs de legendarische Franse held Vercingetorix kon uiteindelijk de kolonisatiedrang van Caesar niet keren. Via Rhône en Saône zochten de Romeinen hun weg stroomopwaarts, vanuit hun Franse provincie (nu de Provence) naar onder meer Autun, op dat moment Gallië’s tweede stad. Zij namen hun cultuur mee en zo pronkt Autun tot op dit moment met de overblijfselen van een Romeins theater en de tempel van Janus. In het museum van Sens prijkt een boeiende collectie van Gallo-Romeinse sculptuur. Ook recente opgravingen geven aan dat Bourgondië van Romeins belang was. Eigenlijk heeft het Romeinse leven overal zijn sporen nagelaten.

In de 5e eeuw liet een alweer verzwakt Romeins bestuur toe dat een zwervende stam zich bij Genève vestigde. Deze pioniers hadden een lange, noordelijke reis acter de rug (Bornholm, nu Denemarken) en verlegden de grenzen van hun nieuwe koninkrijk al vlot tot het huidige Bourgondië was ingelijfd. Deze “Burgundarhomers”, de naamgevers van de streek, pasten zich moeiteloos aan. Romeinse reglementen en het christelijke geloof waren hen snel eigen.
Pelgrims op weg naar Santiago de Compostela en kruistochten vanuit Bourgondië.Santiago de Compostela - gelegen aan de Spaanse Atlantische kust - gold, samen met Rome en Jeruzalem, als de voornaamste Christelijke bedevaartplaats in de Middeleeuwen. Vier officiële routes leidden naar het oord waar de stoffelijke resten van de apostel Jacobus de Meerdere worden vereerd. De pelgrims, die uit heel Europa afkomstig waren, verzamelden zich in Parijs, Vézelay, Le Puy-en-Velay en Arles. In Vézelay kwamen voornamelijk pelgrims uit Duitsland en Centraal-Europa samen. Zij splitsten zich nadien in twee takken, die respectievelijk in La Charité-sur-Loire of in Nevers de Loire overschreden.

Naast deze belangrijkste routes beschreven in de “Guide du pèlerin” die dateert ui het jaar 1140, werden ontelbare andere trajecten gevolgd door de pelgrims die naar Compostela trokken. In Zuid-Bourgondië gold Cluny uiteraard ook als een voorname halteplaats voor de bedevaarders en de abdij was tevens een van de grote promotoren van deze tocht.
Kunstkenners menen dat Vézelay de grootste troef is in het kaartspel van Romaanse kerken. Als pelgrimscentrum had Vézelay dan ook niet te klagen over gebrek aan aandacht. De hier tronende relieken van Maria Magdalena waren meer dan voldoende om de stad van een imposante stroom belangstellenden te verzekeren. Maar niet alleen trok de regio als een religieuze magneet massa’s naar zich toe, er vertrok ook wel eens een vermaarde stoet. Sint Bernardus verkondigde hier namelijk de Tweede Kruistocht op gang. Vézelay ging roemloos ten onder want de Paus zei dat de restanten van Maria Magdalena zich niet in Vézelay, maar in een kerk in Zuid-Frankrijk bevonden. Het is aan de 19e eeuwse architect Viollet-le-Duc te danken dat het vervallen complex weer in oude luister werd gerestaureerd en nu geklasseerd staat in het werelderfgoed.
In Bourgondië kunt u in één van de allereerste kloosters uw rondgang maken: in de 12e eeuwse abdij van Fontenay (in 1981 door UNESCO geclassificeerd). Nog steeds in een groene vallei weggedoken, want hoge torens zoals bijvoorbeeld bij de kathedraal van Sens, waren taboe.
Kastelen, forten en statige pandenIn feodale tijden was een beschermd huis een groot goed. De Bourgondische heren lieten daarom ook stoere, weerbare burchten opmetselen. U vindt ze verspreid door geheel Bourgondië terug. Ze zijn vaak verbouwd want de noodzaak kantelen en pijlspleten, kanonnenluiken en torens te handhaven, verdween in de loop der tijden zodat de ramen werden verbreed, de defensieve complexen met renaissancekunst werden versierd en statige kastelen in een sfeer van luxueuze weelde opgingen. De vlaggen en wapenschilden bleven. Ook in Dijon, waar het Palais de Ducs het comfort van de grote hertogen diende, en het kasteel Rochepot is net zo kleurig toegedekt als het hospitaal van Beaune en vormt een sprookjesachtig contrast met het veel strengere kasteel van Ancy-le-Franc, één van de belangrijkste Franse renaissancecomplexen. Edele huizen, bijna altijd met een intrigerend verleden. De kastelen van Bourgondië, de Romaanse kerken en kunststeden vormen een rijk en erg gevarieerd patrimonium. Ze zijn de uitdrukking van het edele en adellijke, hoewel nochtans hoofdzakelijk landelijke, Bourgondië.

De geest van beroemde persoonlijkheden, zoals Vauban en Madamme Sévigné, Lamartine en Colette, zweeft hier nog rond, van Bazoches tot Cormatin. Maar de kastelen van Bourgondië met hun uitgestrekte domeinen wenken ook voor een bezoek aan hun prachtige tuinen en voor kennismaking met het eenvoudige werk van de landschapstuinders, die de landbouwers in de vier windstreken van Bourgondië door de eeuwen heen waren.

Hofstad Dijon

De bruiloft tussen Phillips de Stoute en Margaretha van Vlaanderen legde Bourgondië geen windeieren. Door het huwelijk ontstond de machtigste staat van de late Middeleeuwen, met als hertogelijk brandpunt de hoofdstad Dijon. De hertogen, de adel en de gegoede burgerij openden zonder reserves hun portefeuilles om de beste kunstenaars naar Bourgondië te halen.

Het Musée des Beaux Arts is een schatkamer zoals u er in Frankrijk weinig tegenkomt.

Het praalgraf van Phillips de Stoute en de Mozesput van de Chartreuse tonen de expressiviteit die Claus Sluters realistische werk kenmerken. De Place de la Libération is een open, halve cirkel, een ‘aura’ voor de zetel van het Bourgondische parlement, het Palais des Etats de Bourgogne. De overkant van het plein drukt tegen een maaswerk van middeleeuwse straatjes. Gastronomisch Dijon begint heel eenvoudig bij het beroemde potje mosterd en geeft eethuis na eethuis blijk van bijzondere gerechten.

Gloedvol Beaune

Het spel van licht en schaduw geeft in wijnstad Beaune vooral het gekleurde pannendak van het Hotel-Dieu een flonkerende gloed. Kanselier Rolin zorgde er voor dat het als armenziekenhuis wel heel rijk ingericht pand de beschikking kreeg over wijngaarden, die nu als bijzonder door het leven gaan. In het gebouw streek de Doornikse schilder Rogier van der Weyden een ontroerend Laatste Oordeel uit de verf. Beaune verbergt z’n ware gezicht achter kelderdeuren, waar de grote namen uitkristalliseren tot wijn die na de test van oog, neus en tong zoveel nuances geeft, dat samengevat met “gloedvol” kan worden volstaan.

Alles ademt een levenskunst

Bijna ongeschonden bewaakt de abdijkerk Saint Philibert nog steeds het geloof in Tournus.Wat voor alle Bourgondische kunststeden geldt, gaat ook voor Tournus op: u verlaat de stadsgrenzen om in de omgeving steeds weer iets nieuws te ontdekken. Het lieflijke kerkje in het vestingsdorp Brancion, het duinachtige natuurreservaat La Truchère en de Mâconnais-wijngaarden zijn slechts enkele voorbeelden. Kunst lijkt een algemeen begrip in Bourgondië, esthetisch uitgestrooid boven de vakwerkrijen van Auxerre en in de schaduw gelegd van de markthallen van Nolay. En ook de Verzorgde wijngaarden, de spiegelende meren van de Morvan en de oude versterkingen van Semur-en-Auxois mogen worden ingelijst in uw geheugen. Want Bourgondië zal u steeds opnieuw uitnodigen. Het romantische vakwerk in Joigny, de kristalweelde in het Château de la Verrerie van Le Creusot, het presidentiële museum in Château-Chinon, een rondgang door een kloosterhof, teveel om op te noemen.

En het draagt allemaal bij tot een vakantie waar levenskunst voorop staat.
Bourbon-LancyGelegen langs de boorden van de Loire, op de grens van de 3 departementen Saône-et-Loire, Nièvre en Allier. Vooral gekend om zijn thermaalse baden, maar ook veel natuur, cultuur en niet te vergeten: lekker eten en drinken!Er zijn grotere supermarkten, alle nutsvoorzieningen zijn voorhanden (bakker, beenhouwer, fietsenwinkel, garage voor zowel auto als motor.....)Er is een groot meer met in de zomer een bewaakt wit strandje, watersportgelegenheid, speeltuin, skateramp enz. Er zijn restaurants, cafés, casino, cinema, pretpark, musea... vermaak voor jong en oud en in de zomermaanden is er elke dag wel iets te beleven!