Een reis langs rood en wit
Gedichten
Hannie Rouweler
Roger Nupie
ELKE DAG OPNIEUW IN WOORDEN GROEIEN
Een nawoord
“De trein is altijd een beetje reizen” luidt de slagzin van de NMBS die te pas en te onpas gebruikt en vaak - met een ironische knipoog - misbruikt wordt. Lezen is ook altijd een beetje reizen, en niet zomaar een beetje. Je wordt als lezer meegesleurd in een nieuwe wereld. Poëzie doet nog meer: de lezer wordt uit zijn vertrouwd cocon gehaald en maakt via een gedicht een trip die hem, in hart en ziel kan raken. Anders dan bij de spoorwegen, heeft tijd hier geen belang: je valt als lezer buiten de tijd, komt in een ander universum terecht.
Waar Hannie Rouweler ons naartoe voert klinkt raadselachtig: Het wordt Een reis langs rood en wit - een intrigerende titel die de verbeelding prikkelt. De bundel is opgedeeld in drie cycli: “Rood en wit”, “Gedichten over kunst” en het leeuwenaandeel, “Andere gedichten”.
“Rood en Wit” is een schilderij van Edvard Munch. Rouweler liet zich inspireren door hem en vijf andere schilders waar ze werk van zag in Noorwegen en dat levert de ijzersterke gedichten op waarmee de bundel opent. Haar passie voor schilderkunst krijgt helemaal de vrije loop in de tweede cyclus, “Gedichten over kunst”, waar ze zich liet inspireren door notoir gezelschap als Ensor, Félicien Rops, Willem de Kooning, Picasso, Tony Mafia en Van Gogh.
In drie langere gedichten naar aanleiding van reizen is het engagement treffend. In “Rivier de Jordaan” lezen we: De wezenloze stilte van jonge soldaten die naar het front moesten,/ de Golan, Sinaï, / In volle trucks. Het meisje dat ik was en zwijgend naar hen keek en in “Een reis” klinkt het: Zo was ook de oorlog. Sommige mensen vertrekken en komen niet/ meer terug. Niemand weet waar ze bleven. In het al even aangrijpende gedicht “Strafpaal” waarbij mensen in Schotland die straf/ kregen voor overspel, diefstal, hekserij en moord./ Of een ander politiek standpunt innamen/of een geloof dat niet werd aanvaard door de gemeenschap lezen we welk wreed lot hen te wachten stond: Ze bonden hen in de modder vast/ aan een paal waarbij het water met de vloed gaat stijgen/ door het opkomend tij waardoor ze soms verdronken.
Er wordt heel wat afgereisd in deze bundel, al geeft dat een dubbel gevoel: Hier zou ik willen blijven als ik geen vaderland had. Geen/ vaste bodem zou mij weghouden bij jou, als jij zou bestaan./ Als jij mijn hand vastpakte. Als jij mijn hand niet losliet.
Als de dichteres in een gedicht bij een schilderij van Björn Carlesen opmerkt Ik laat de kleuren toe die achter de bomen omhoog stijgen, dan herkennen we een andere constante die steeds weer opduikt in haar poëzie: het landschap, als element van onschuld: Het landschap kan er niets aan doen./ De bomen dragen geen schuld. Het landschap dat vertrouwd is en toch telkens weer opnieuw verrast: Het landschap is oud en nieuw. Landschappen en de natuur schemeren in heel wat gedichten door. Vogels, appels, tulpen en bomen krijgen een eerbetoon toegedicht en ook hier is het engagement niet ver weg: Wie met bomen is begaan/ is dat ook met de mensheid. Het bezwerende “Waarschuwing met water” klinkt als een smeekbede: Stroom niet verder door deze poel van verderf,/ de stank van chloor en venijn, afvalstoffen zink en bitterheden/ ga terug en: laat water/ opnieuw stromen bij de bronnen van goed en kwaad.
In de cyclus “Andere gedichten” baden heel wat gedichten in een serene sfeer van bezinning en melancholie: “De huizen waarin ik woonde”, “Woning” (De nacht is/ nog jong al is het verleden kwetsbaar en klinkt/ gemis in mijn woorden, stamelend, als ik mijn mond/ op jouw zinnen leg en een hand jouw leegte streelt.) “Uit de oude doos”, “Moeders van toen” en “Wachten op je dochter”, over wie ze elders schrijft: Het kind draag ik in gedachten/ mee, op welke reis dan ook. Mijn liefde voor haar kent/ geen grenzen.” En ook, in “Na al die tijd en vage dromen”: Ik vergeet bijna dat ik je moeder ben. Zoveel afstand/ is genomen. Zoveel andere bruggen over dezelfde rivier./ Niets kan ons scheiden. Je blijft mijn kind. Alles hetzelfde.
Maar Hannie Rouweler raakt evengoed geïnspireerd door de meest uiteenlopende onderwerpen, van “De Lange Wapper”, de omstreden brug die er al dan niet in Antwerpen zou komen en Kim Gevaert (“Koningsnummer”) tot een naaimachine (“De oude Singer”). Alsof nog moet bewezen worden hoe veelzijdig haar poëzie is, kan ze ook speels uit de hoek komen, zoals in het gedicht “Pornocrates”, bij een schilderij van Félicien Rops, of ironisch, als ze het heeft over de perikelen bij het verzenden van een “Postpakket voor Oostende” of in het eerder genoemde “Een reis”: …We hebben veel afgeschaft, Freud bleek/ een oplichter eerste klas en iets van hem/ bleef hangen in bibliotheken van pseudologen.
Wie reist, wordt graag verrast. Wie rondreist in deze bundel van Hannie Rouweler, krijgt een caleidoscoop van thema’s en stemmingen aangeboden. Wie verliefd wordt op een bestemming, keert er graag naar terug. “Een reis langs rood en wit” is een bundel waar je als poëzielezer graag in verdwaalt en naar terugkeert: een reis langs gedichten waarin het voor elke poëzieliefhebber blad na blad aangenaam vertoeven is.
Je zit zo lang te wachten/ op dit godvergeten station/ tot iemand je koffers oppakt/ en tegen je zegt: ik ga met je mee. Hannie Rouweler is met deze bundel, “Een reis langs rood en wit”, de ideale reisleider in dit poëtisch avontuur.
Roger Nupie
Een reis langs rood en wit
Hannie Rouweler
ISBN: 978-1-4092-9893-9
Demer Uitgeverij
e-adres: info@demerpress.be
website: www.lulu.com/content/7589959
Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten