Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

24 december 2009


  (1) 't Zand op de dijk in Oostduinkerke
(2) "Mijn broer Honoré is veel bekender dan ik!" 


EEN KORTE BABBEL MET EEN SCHRANDERE BURGER

96 JAAR JONG:
JO LOONES


“Gezondheid!”
“Gezondheid!”
Jo en ik drinken een gancia in ’t Zand in Oostduinkerke. Bij zijn zoon Piet die de horecazaak uitbaat met twee kleinkinderen, Steven Loones (zoon van Koen) en Jan Stockelynck (zoon van Pat).
“Drink je ook graag een ganciaatje?”
“Waarom niet? ’t Is allemaal hetzelfde vergif. Het is een soort drug. Als het tegen de noen draait, drink ik graag een aperitiefje.”
Jo is 96.
Hij is geboren op vrijdag 7 november 1913 in Oostduinkerke. Georges (roepnaam Jo) is een zoon van Florent Loones en Maria Gabrielle Gauquie. Hij heeft twee broers: Honoré, geboren op vrijdag 22 april 1910 en Carolus, geboren op woensdag 29 maart 1911, in Oostduinkerke.
Jo en Maria hebben zes kinderen: Anne (1943), Koenraad (1944), Katherina (1946), Piet 1950), Dirk (1953) en Joris (1956).
Jo is eigenaar/uitbater op rust van het klasse hotel Die Prince in Oostende.

“We hebben dezelfde leeftijd, Jo, maar de cijfers staan in een andere volgorde: 96 en 69.”
“Ik mag niet klagen, maar oud zijn is afzien. Er zijn vele dingen die je mist, die je niet meer kunt, je moet beroep doen op anderen, oud zijn moet je leren, je moet leren leven met je tekorten.”
Hij nipt aan zijn glas en vraagt: “Ben je naar de begrafenis van Karel geweest?”
“Neen, we waren in het buitenland. Maar ik heb Marc een brief geschreven.”
Jo bedoelt de vader van burgemeester Marc Vanden Bussche.
“Op zijn doodsprentje staat een mooie tekst van zijn zoon Luc die in Brugge woont.”

“Je ziet er echt goed uit, Jo.”
“Ja, ik klaag niet, ik heb nochtans veel gewerkt, ik heb de zaak hier zelf vijfentwintig jaar uitgebaat. Als ik de dienster nu met een plateau zie op en af gaan, reken ik uit hoeveel de bestelling kost, in Belgische frank natuurlijk.”
“Je kunt nog altijd goed hoofdrekenen?”
“O ja, de kindjes op school gebruiken nu een rekenmachientje. Ze kunnen niet meer rekenen.”
“Je hebt een goed geheugen, Jo?”
“Ja, ik mag niet klagen. Ik denk veel, ik filosofeer graag.”

Jo liep college in Roeselare.
“Ik ben daar Vlaamsgezind geworden.”
“Zijn er in Koksijde veel Vlaamsgezinden?”
“Ja, maar ze zitten een beetje overal, vroeger waren ze allemaal lid van de Volksunie.”
“Voor de oorlog had je het VNV en het Verdinaso.”
“Het Verdinaso helde een beetje over naar de Belgische kant,” zegt Jo.
Jo is nooit lid geweest van het VNV, maar indien ze het hem hadden gevraagd, zou hij ja hebben gezegd.

“Honoré (1) was tijdens de oorlog burgemeester van Oostduinkerke (van 23 februari 1944 tot 23 februari 1944). In november 1943 werd hij door gouverneur Bulckaert voorgesteld als nieuwe burgemeester van Oostende, ter vervanging van Albert Van Laere. Bulckaert wilde geen van beide Oostendse kandidaten benoemen. De eerste was lid van de DeVlag (2), de tweede was Serruys.”(3)

“Als burgemeester ontving mijn broer nog de Canadezen. Hij week niet van zijn post. Hij had zichzelf niets te verwijten. Zijn schepenen waren wel al naar huis gevlucht. De Duitse commandant had Honoré nog voorgesteld om zich met de Duitsers terug te trekken. Die bescherming had hij niet nodig. Als burgemeester had hij vele mensen in nood geholpen.”
Na de bevrijding werd hij strafrechtelijk vervolgd. Honorés vrouw, Rosa Dewitte, werd burgemeester van Oostduinkerke in 1953 (tot 1964)). Na zijn eerherstel in 1964 werd Honoré opnieuw burgemeester van Oostduinkerke. (4)
In 1976 fuseerde Oostduinkerke met Koksijde.
De periode als oorlogsburgemeester en de repressie nadien hebben bij de Loones’ geen trauma nagelaten. De Lijst-Loones kreeg al kort na de oorlog (1952) de absolute meerderheid.

Na de oorlog begon Jo met de uitbating van het hotel Die Prince aan de Albert I Promenade in Oostende. Nu wordt het hotel gerund door zijn twee zonen, Dirk en Joris.
Hij was goed bevriend met textielindustrieel Maurice Byttebier en drukker Goethals uit Kortrijk en met Wielsbekenaar Peter Debrabandere.
“Peter was een klant van het hotel en familie aan de ministers Albert en Stefaan De Clerck.”
“Ik ben met hen op reis geweest naar Arabië!”

“Jo, je hebt de moeder en de man van Irma Laplasse gekend?”
“Ja, volgens mij was Irma onschuldig. Ze wilde haar zoon vrij krijgen die door de Witte Brigade was opgepakt.” (5)
“Het gezin Laplasse was toch Duitsgezind? Haar man was lid van het VNV, dochter Angèle was lid van de Dietsche Meisjesscharen en zoon Fred was lid van het Nationaal Socialistisch Jeugdverbond.”
"Ja, dit is juist.”
“Wat denk jij van het proces en de veroordeling?”
“Ik weet dat Irma naar haar moeder is gegaan om te zeggen dat ze Fredje hadden opgepakt en dat hij in de gemeenteschool was opgesloten met nog anderen.”
“Dat de Duitsers toen naar de gemeenteschool zijn getrokken, is volgens jou toeval?”
“Ik weet het niet, maar Irma zal niet bewust zijn geweest dat haar vraag om Fredje te bevrijden zoveel ellende zou veroorzaken. Ik denk dat vele moeders in dezelfde omstandigheden hetzelfde zouden doen.”
“Er werd over de zaak-Laplasse heel veel gepraat en geschreven. Werd die gebeurtenis niet een beetje uitvergroot?”
“Ja, jaloezie zal ook wel een rol hebben gespeeld. Irma was vijftig, een mooie, aantrekkelijke vrouw.”
“Is de repressie ook niet deels een afrekening geweest, Jo?”
“Zeker, velen hebben ervan geprofiteerd om hun vetes te beslechten.”

Ginette komt bnnen. Tussen beiden volgt een geanimeerde babbel over koetjes en kalfjes, over gezondheid en ouderdomskwaaltjes, precies of zij elkaar al jaren kennen.
“Om twaalf uur moet ik weg,” zegt Jo ineens.
“Wanneer spreken wij nog eens af?”
“Ik geef jou mijn telefoonnummer.”
Het tweede gesprek vond nog niet plaats. Gezondheid, winterweer en drukke bezigheden verhinderden het.

Thuis las ik in het dossier De Zaak Irma Laplasse. Deel 2: Het Herzieningsproces:
In de voormiddag van 8 september 1944 werden levensmiddelen opgeladen in de “Ermitage”. Deze villa, gelegen in de Kluislaan te Oostduinkerke-bad, was tijdens de bezetting de verblijfplaats van de Duitse stafbatterij en deed ook dienst als lazaret.
Marcel Ingelbrecht werd ’s morgens door de Duitsers opgevorderd om een burgerauto te besturen, waarmee zij eventueel zouden proberen te vluchten. Het zou de auto van Jo Loones, de broer van Honoré Loones, zijn geweest. Honoré zelf was op dat ogenblik oorlogsburgemeester van Oostende.”


Thierry Deleu
(Wordt vervolgd)

(1)
Honoré is overleden op zaterdag 7 februari 1981 in Oostduinkerke. Hij was 70. Hij trouwde in 1943 met Rosa Dewitte. Zij hadden vijf kinderen: Wouter, Else, Beatrice, Jan en Herman.
Jan (°2 juni 1950), die Vlaams parlementslid is geweest voor de VU en later de NVA, trouwde met Karolien Chauvin. Zij hebben drie kinderen: Lotte, Sander en Miel.

(2)
DeVlag (uitspraak “deevlag”; samentrekking van Deutsch-Vlämische Arbeitsgemeinschaft) was een in 1936 door Vlaamse en Duitse academici opgerichte culturele vereniging voor de bestudering van de gemeenschappelijkheden van de Vlaamse en Duitse cultuur. Na de Duitse inval in België in 1940 ontpopte de DeVlag zich meer als een politieke nationaal-socialistische Groot-Duitse club dan als een culturele vereniging. DeVlag werd een felle concurrent van het VNV (Vlaamsch-Nationaal Verbond), dat weliswaar ook fascistisch was, maar in het begin wat meer aarzelde over zijn houding tegenover de bezetter, waarvan men niet wist of die een onafhankelijk Vlaanderen of Groot-Nederland zou toestaan.
Toen het veel grotere VNV echter voor de collaboratie koos, leek de rol van de DeVlag uitgespeeld. Veel leden van DeVlag (onder wie Jef Van de Wiele) vluchtten na de intocht van de geallieerden in België (augustus 1944) naar Duitsland.

(3)
Henri Serruys (Oostende, 25 april 1888 - 25 januari 1952) was een ingenieur en Belgisch politicus voor de liberalen. Serruys was burgemeester van Oostende van 1940 tot 1941 en van 1944 tot 1952. Naar hem is een ziekenhuis in Oostende genoemd.

(4)
Na de bevrijding werden resp. Firmin Vermeersch (van 1944 tot 1944), Omer Declercq (van 1944 tot 1947) en Aubrey Florizoone (van 1948 tot 1952) de nieuwe burgemeesters.

(5)
Het proces van deze landbouwersvrouw uit Oostduinkerke moest ruim vijftig jaar later (1995) worden overgedaan. Sinds Louis De Lentdecker in 1949 Het dagboek van Irma Laplasse had gepubliceerd, werd dit dagboek beschouwd als bewijs dat Irma onschuldig was en ten onrechte werd veroordeeld en terechtgesteld. Ook Karel Van Isacker was die mening toegedaan. De controverse nam daardoor alleen maar toe. Het blijft een feit dat een Duitse patrouille in aanval deed op de Witte Brigade in Oostduinkerke-Dorp.
Irma Laplasse verklaarde, in gevangenschap, dat “indien ik iets misdaan heb, is het wel uit liefde voor Fred geweest, maar ik reken dat niet als een misdaad, want wie mijn kinderen onrecht aandoet, zijn mijn vijanden” (blz. 36).

In Het Drama Irma Laplasse van prof. Karel Van Isacker lees ik in een kadertekst die het hoofdstuk 14 voorafgaat:
Maar er is meer. Later heb ik van twee personen vernomen dat Bert Mus hun ditzelfde verhaal al vele jaren eerder had verteld. Toen ik Mus nadien bij een nieuw bezoek hierover aansprak, herinnerde hij zich niet eens dat hij het nog aan iemand anders had gezegd!
Zijn herinneringen aan wat hij die voormiddag van 8 september nog meer heeft meegemaakt, zetten zijn verklaringen nog meer kracht bij. Hij is na zijn bezoek aan de batterij immers, met de fiets aan de hand, naar huis teruggekeerd in het gezelschap van Marcel Ingelbrecht. Duitse officieren hadden ‘Schutteltje’ - dat was zijn bijnaam - ’s morgens in de batterij opgevorderd om een burgerauto13 te besturen, waarmee zij eventueel zouden proberen te ontsnappen. Mus had er tijdens zijn bezoek aan de batterij echter voor gepleit Marcel Ingelbrecht vrij te laten. De auto is er wel achtergebleven.
Deze gedetailleerde voorvallen en omstandigheden omkaderen en bekrachtigen in alle geval Mus’ verklaringen aangaande zijn eigen aanwezigheid op 8 september 1944, op het terrein van de Duitse batterij Groenendijk. Hij had geen enkele reden om daarbij de aanwezigheid van Irma Laplasse te verzinnen; integendeel, hij kon maar al te goed beseffen dat zijn (laattijdig) verhaal hem heel wat narigheid zou bezorgen..."
13 Volgens Bert Mus wellicht de auto van Jo Loones, de broer van Honoré Loones. Die laatste was op dat ogenblik oorlogsburgemeester te Oostende.

Geen opmerkingen: