Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

28 februari 2009

Het dorp waar ik woonde




















FOTO: Huwelijksdag, Diepenbeek – 10 juli 2004


HET DORP WAAR IK WOONDE


Als je de straat uit fietste in de richting
van de Hengeveldestraat
kwam je in een andere wijk,
de andere kant uit naar de Lindelaan
was ook al een hele andere buurt.
Je raakte weldra ver van huis.

Je vergat de lessen van je ouders,
ze bonden je zoveel op het hart,
teveel om al dat goede te onthouden.
De kinderen werden brutaler
in zo’n andere buurt die je niet kende:
je moest je verdedigen om plagerijen
als je die onzichtbare grenzen overstak.

De weg naar het zwembad leek toen
een tocht door volslagen vreemd terrein.
De huizen groot en klein met stegen.
De tuinen leerde je nooit van buiten,
de paden slingerden soms langs hoge muren
door smalle treurige straten spelende kinderen
met pratende moeders op de stoep.

Bij mijn zus achterop. Later alleen op de fiets.
Je bewonderde de meisjes die van de hoge plank
naar beneden doken in hun strak zwart zwempak
terwijl jij je vasthield aan de rand van het bad,
een touw over het water gespannen.

De rechte scheiding in het natte haar getrokken, de tas
met natte handdoek over je ene schouder fietste
je vlug naar huis terug. Je wist niet wat onderweg nog kon
gebeuren omdat de bliksem vaak jonge kinderen trof.
In de spiegel zag je alleen je eigen ogen. Donker, als altijd.

© Hannie Rouweler

Lulu.com viert Nationale Boekenweek in Nederland

Lulu heeft een GRATIS verrassing voor 10 van haar auteurs tijdens de Nationale Boekenweek
Lulu.com wil het belangrijkste evenement op de literaire kalender vieren met een speciale verrassing voor haar Nederlandse auteurs.

Lulu.com is online in Nederland sinds 2006 en verzorgde meer dan 5000 nieuw gepubliceerde titels in 2008 (de traditionele uitgeverijen verzorgden er in totaal ongeveer 14.000). Dit benadrukt het grote succes van Publishing On Demand (POD) in een land met een rijke literaire geschiedenis, en auteurs als Jan Wolkers, Tim Krabbé en Adriaan van Dis.

Om nieuwe auteurs en zelf-publiceren te ondersteunen, en om het belangrijkste literaire evenement van het jaar te vieren, geeft Lulu.com 1 gratis exemplaar aan de eerste 10 auteurs die een nieuw boek publiceren tijdens de Nationale Boekenweek (11 tot 20 maart) en er minimaal 1 exemplaar van verkopen tijdens die 10 dagen aan andere kopers dan de auteur zelf.

Kom op Nederlands talent, haal je manuscripten uit de kast, stof ze af en ga meteen aan de slag op Lulu!
http://www.lulu.com/nl/products/paperback/

Voor meer informatie kan je de Lulu.com blog bezoeken, waar de voorwaarden verder beschreven worden.
http://people.lulu.com/blogs/view.php?blog_id=274225

Over Lulu.com
Lulu.com (www.lulu.com) is de belangrijkste marktplaats voor digitale content op het internet, met meer dan 820.000 recent gepubliceerde titels, en meer dan 5.000 nieuwe titels elke week, gecreëerd door auteurs in meer dan 80 verschillende landen. Met meer dan 2 miljoen geregistreerde leden verandert Lulu de wereld van het publiceren door auteurs toe te laten hun werk zelf uit te geven, met complete controle en behoud van de auteursrechten. Lulu laat auteurs toe hun werk rechtstreeks te verkopen aan hun klanten en aan de rest van de Lulu.com marktplaats. Met gratis online etalages, een social networking optie en de mogelijkheid tot wereldwijde distributie, zijn Lulu auteurs ten volle ondersteund om winst te maken van hun werk.

27 februari 2009

Fotogedicht "Tijdbom" van Marleen De Smet bij een werk van Rudy Baeten

Klik op foto voor groot formaat!


DICHTER, OOK VOOR JOU!

Je wilt je boek (gedichten, verhalen, roman, essay) uitgeven (in eigen beheer of welke vorm ook). Wij maken promotie voor je publicatie. Denk erom: wij geven je boek niet uit, wij prijzen het aan!

OOK DE DICHTERS VOELEN ZICH AANGESPROKEN… NEEM CONTACT VIA MAIL!

VERRASSEND NIEUW INITIATIEF VAN
Razor's Edge Editions
De Geletterde Mens - The Razor
Thierry Deleu

EEN PROMOBOEK VOOR AUTEURS

15 auteurs stellen hun nieuwste boek voor
in een promoboek

Dedicaties


Talrijke nieuwe boeken zijn op komst om hun rentree te maken in het literaire 2010 (einde 2009). Het lijkt wel een grote zee waarin de lezer moet duiken om zijn selectie te maken. Niet te doen, niet alleen omdat er zoveel vissen rondzwemmen, maar omdat de lezer de kleine vissen niet eens opmerkt of vindt, ze vallen niet op of ze schuilen voor de grote.

Op initiatief van de auteurs/dichters die lid zijn van "De Orde van de Scheermesjes" (zij die ook aan de wieg stonden van "De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee") zoek ik 15 auteurs die hun nieuw boek (gedichten, verhalen, roman of essay) willen voorstellen in een promoboek dat de naam Dedicaties krijgt.

Eén voorwaarde: de auteur geeft zijn boek niet uit bij een "officiële uitgeverij" (omdat het manuscript niet werd aangenomen of omdat hij/zij de regels van de commercie niet wenst te volgen).

Het nieuwe boek wordt niet geselecteerd op grond van thema, stijl, visie, maar uitsluitend op kwaliteit. Dit is geen gemakkelijke opdracht voor selectie, maar moeilijk gaat ook.

Wat komt er in Dedicaties?
De auteur stuurt via e-mail een fragment op uit zijn nieuw boek, max. 6 blz. A4din. Bovendien stelt hij/zij het boek voor in 20 regels (+ vermelding prijs en rekeningnummer, zijn/haar (e-mail)adres). Hierin legt hij/zij uit waarom hij/zij dit thema koos, deze constructie, deze uitwerking, welke emoties en reflecties hij bij de lezer wil opwekken. Kortom: de auteur dedicaceert zijn/haar boek aan de lezer! Hij/zij mailt ook een beknopte bibliografie door en een foto van hem/haar (kleur of zwart-wit).

Dit is een originele manier om contact te krijgen met de lezer, om toch als kleine vis in de grote zee waarvan sprake gezien te worden. Dedicaties is een uitnodiging om het (te verschijnen) boek te lezen en aan te kopen.

Onder auspiciën van "De Orde van de Scheermesjes" en in navolging van het succesvolle initiatief "De 50 Meesterdichters" hoop ik 15 auteurs te kunnen voorstellen die niet over de commerciële kanalen (uitgeverijen) en overheidssteun (subsidiëring) beschikken om hun werk te promoten.

"Razor's Edge Editions" verzorgt de uitgave en brengt het promoboek in de pers en bij de potentiële lezer via persberichten en activiteiten. Hierdoor maakt de uitgeverij het nieuwe boek van de auteur (dat in 2010 - eind 2009 verschijnt) bekend bij duizenden lezers. Via de info in het promoboek kunnen zij het nieuwe boek bij de auteur zelf aankopen!

1. De auteur verbindt er zich toe geen honorarium te eisen en verzaakt aan zijn/haar auteursrecht voor het geselecteerde fragment.
2. Zijn/haar bijdrage in de productiekosten en de publiciteit beperkt zich tot de aankoop van drie exemplaren tegen 15 € per ex. Hij/zij schrijft 45 € over op rekening 000-0900214-54 van Thierry Deleu, B-8670 Oostduinkerke.
3. Wanneer zijn/haar boek verschijnt, kan hij een recensie-exemplaar sturen aan Thierry Deleu.

De kopij en de dedicatie worden per e-mail gestuurd aan thierry.deleu@skynet.be.
Het promoboek verschijnt einde 2009.

Ter verduidelijking:
De grote respons en de vele vragen over dit initiatief nopen mij enkele verhelderingen te maken.
1. Het promoboek plaatst een fragment + info over auteur en je boek dat op komst is.
2. Jouw boek (gedichten, verhalen, roman, essay) verschijnt in 2010 bij een niet-commerciële uitgeverij (d.w.z. in eigen beheer, print-on-demand, kleine uitgeverij). Denk erom: wij geven niet je boek uit!
3. Dit betekent niet dat je nieuw boek per se moet zijn geschreven in 2009. Het kan al in je lade liggen.
4. Via dit promoboek maak je dus publiciteit (ruchtbaarheid) voor je nieuw boek: het promoboek is te koop en het wordt op grote schaal bekend gemaakt.
5. Jijzelf koopt min. 3 ex. aan van het promoboek. De promoboeken in jouw bezit geven je de kans om mee het nieuwe boek bekend te maken.
6. Na inzage van het opgestuurde fragment en de gevraagde info beslissen de initiatiefnemers of het fragment wordt geplaatst.
7. De aankoop van min. 3 ex. van het promoboek gebeurt na een oproep door Thierry Deleu.
8. Het promoboek verschijnt ten vroegste einde 2009 en wordt voorgesteld op het gemeentehuis van Koksijde.
9. Ook gedichtenbundels komen in aanmerking voor het promoboek (met 6 gedichten uit de nieuwe te verschijnen bundel).
10. Suggesties zijn altijd welkom indien ze in de geest liggen van het initiatief. Alle correspondentie gebeurt via e-mail aan thierry.deleu@skynet.be.


Thierry Deleu

26 februari 2009

"Een naald zonder oog"

UITNODIGING

De Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers en Edith Oeyen hebben de eer u uit te nodigen op de voorstelling van de bundel EEN NAALD ZONDER OOG of De knieprothes van Edith Oeyen. Deze voorstelling zal plaatsvinden op zaterdag 18 april te 20.15 uur in het Casino te Beringen, Kioskplein 25.

Voorstelling van de bundel: Ina Stabergh, auteur
Moderator en woordje over de dichter: Willy Nelissen, dichter en bestuurslid KVLS
Voordracht uit de bundel: Ingrid Lenaerts en Edith Oeyen
Muzikale intermezzo: Raymond Alberghs, piano
en enkele liedjes door Het Beverkoor.

De bundel kan worden verkregen op de avond zelf of door overschrijving van 12.00 euro plus 2.00 euro verzendingskosten op rekeningnummer 784-5321310-13 van Edith Oeyen, Hanebergstraat 75, 3581 Beringen.
Graag een berichtje over uw aanwezigheid en met hoeveel personen.

Gsm: Edith 0497-663850 of edith.oeyen@telenet.be

Roger Nupie nieuwe gedichten

Roger Nupie schreef gedichten bij het werk van abstract schilder-beeldhouwer Ivo Herwijn en las ze ook in voor de kortfim van videokunstenaar Pieter Conteh, waarin natuurbeelden en het werk van Ivo Herwijn tot een eenheid vervloeien.

Op de tentoonstelling is ook een werk te zien van Ivo Herwijn waarop Nupie de beginregels van één van de gedichten in Engelse vertaling schreef.

De kortfilm wordt eenmalig vertoond tijdens de vernissage van de tentoonstelling van Ivo Herwijn op vrijdag 13 maart om 20u.
Atab Gallery, D'Herbouvillekaai 80, 2020 Antwerpen, 03 248 30 00.

25 februari 2009

Boeiend essay over Marc Behr en de grenzen van de eerlijkheid

“Gide’s texts refuse to separate (...) the shape of one’s sexual subjectivity from that of one’s political subjectivity. Such a practice of writing illuminates the traversal of the personal by the sexual, it exhibits an awareness that the psychic and the social realms are contiguous and interpenetrating, that personal acts (and, in particular, the acts that delimit sexualities) are politically and socially structured.”[i]



Twee romans en enkele essays: het lijkt niet veel. In die duizend bladzijden dissecteert Mark Behr de apartheidsjaren, hij schetst een onuitwisbare band tussen moraal, seksualiteit en politiek en toont zijn persoonlijke ontwikkeling in dat gebeuren. In één beweging neemt hij enkele eeuwen geschiedenis van het zuiden van het Afrikaanse continent mee.

Een kleine wandeling langsheen het levenspad van Mark Behr maakt duidelijk dat de thema’s uit zijn werk niet toevallig zijn komen aanwaaien.
De familie Behr woonde in het Britse Tanganyika toen Mark in 1963 werd geboren. Na de onafhankelijkheid en het ontstaan van Tanzania volgde de nationalisatie van de blanke boerderijen. Dat was voor de Behrs het signaal om naar Zuid-Afrika te emigreren. Mark bezocht de befaamde Drakensberg Boy’s Choir Music School en studeerde later aan de universiteit van Stellenbosch en aan universiteiten in Noorwegen en de Verenigde Staten. Dat hij niet alleen mastergraden heeft in Engelse literatuur en creatief schrijven, maar eveneens in Internationale Vredesstudies is niet zo verwonderlijk. Begin jaren 80 was de dienstplicht in Zuid-Afrika een realistische militaire ervaring: Mark Behr was actief in de grensoorlog met Angola. De overtuiging dat ze werkelijk tegen het oprukkende internationale terrorisme en communisme vochten, werd stevig in de hoofden gegrift. Niet verwonderlijk dat uit die groep gezagstrouwe dienstplichtigen informanten werden gerekruteerd om later als student aan de universiteit verdachte groepen in het oog te houden. Voor Mark Behr was de ontdekking van nieuwe politieke en sociale denkbeelden zo’n revelatie dat hij de dissidente leiders zijn werk voor de veiligheidsdienst bekende en op hun aandringen vervolgens dubbelspion voor het ANC werd.
Zijn publieke biecht over zijn spionagewerk en zijn aanbod om in de jaren negentig voor de Zuid-Afrikaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie te verschijnen vielen niet in goede aarde. Spreken is zilver, zwijgen is goud. Toch leidt juist spreken, zowel over zijn politieke verleden als over zijn homoseksualiteit, tot bevrijding. Of zoals hij zelf zei:

“Dit was maklik om op Stellenbosch die openbare stem van Nusas-aktiviste te wees. Jy praat namens ander oor politieke kwessies, beginsels, strategieë en probeer druk plaas op die gesaghebbers. Dit was stimulerend ... ek dink ek sou in ‘n ander lewe ‘n politikus wou wees. Maar dis radikaal anders om oor jouself of jou werk te praat en laat my haglik voel. Behalwe vir sporadiese fiksie, hoor ek nie meer ‘n openbare stem binne myself praat niet. Ek was ‘n dubbele agent van die staat en later van die ANC, en nie een van die twee wou hê ek moet oor die verraad praat nie. Maar deur gehoor te gee soos ek jare lank gedoen het, sou ek myself maklik wys kon maak dat ek nie vir die stilswye verantwoordelik is nie.
Die ANC het gesê ek moet stilbly oor die spioenasie, en my wêreld het gesê ek moet heteroseksueel wees. Dit was dus noodsaaklik - psigies, polities en moreel - dat ek my eie besluite moes neem en daarmee saamleef. Dit was die begin van ‘n soort self-integrasie.”
[ii]

Dat spreken niet altijd op prijs gesteld wordt, maakt de inleiding van dat artikel duidelijk. Geruchten dat hij na zijn bekentenis in 1996 zou ‘verdwenen’ zijn en andere wilde verhalen laten hem in 2003 ondanks alle wantrouwen toch instemmen met dit interview.
Hij is niet verdwenen. Hij doceert aan de universiteit van Santa Fe en brengt jaarlijks enkele maanden in Zuid-Afrika door. Zijn romans De geur van appels en Embrace bevatten echter voldoende elementen om, samen met zijn bekentenis, geruchten en insinuaties in de hoofden van sommige mensen te doen opborrelen.

Zijn werken

De geur van appels
Zijn eerste roman verscheen in 1993 in het Afrikaans. In 1995 publiceerde hij een Engelse versie. Het boek trok vlak na het einde van het apartheidssysteem de nodige aandacht en werd een moderne klassieker. Vertalingen volgden wereldwijd en het boek kreeg bekroningen en nominaties in Zuid-Afrika, Europa en de V.S.[iii]
Marius, het zoontje van de zeemachtgeneraal Erasmus, is zich niet bewust van zijn privileges onder de apartheid. Hij geniet samen met zijn vriendje Frikkie van geweldige jongensjaren. Doorheen het dagelijkse leven en het schoollopen wordt voor de lezer duidelijk wat het regime inhoudt. Frikkies iets liberalere omgeving plaatst nu en dan een vraag bij die apartheidsrealiteit.
Ook al zijn het slechts de uitlopers, Marius kan niet anders dan enkele menselijke drama’s van zwarten en kleurlingen op te merken. De superieure blanke moraal valt volledig aan diggelen wanneer Marius ontdekt hoe Frikkie seksueel wordt misbruikt.
Steeds weerkerende fragmenten met beschrijvingen van de latere oorlog in Angola voorspellen hoe zich conformeren met een ziek systeem slechts fataal kan aflopen.


Embrace
In 2000 verscheen Embrace. Hiervan presenteerde Mark Behr later zijn eigen Afrikaanstalige versie aan zijn uitgever. Die werd geweigerd “want die taal was te vrot en dit het te Engels geklink” vertelde hij in het interview aan Die Burger. Of had het toch ook iets te maken met de minder vlot verteerbare inhoud?
1976 kondigt zich aan als een hoogtepunt in het bestaan van een Zuid-Afrikaans knapenkoor. De Missa Solemnis van Beethoven wordt een ongeziene uitdaging die met een tournee doorheen Europa bekroond zal worden. De rellen in Soweto en de daaropvolgende wereldwijde boycot zullen dit project kelderen.
De jongens doen echter meer dan zingen. Tijdens dat schooljaar ontdekt Karl De Man hoe de politieke situatie tot in het klasleven wonden slaat, hoe hij in zijn eigen familiegeschiedenis een reflectie vindt van een eeuw zuidelijk Afrika en hoe zijn persoonlijke verkenning van seksualiteit alleen al omwille van zijn homoseksuele relatie met een klasgenoot het autoritaire patriarchale maatschappijbeeld fataal in vraag stelt. Wanneer hij bovendien zo geraffineerd mogelijk alles in de weegschaal gooit om de koorleider tot een relatie te verleiden, knoopt hij zo ongeveer een op scherp gestelde bommengordel om zijn bestaan. Het systeem zal nog talloze slachtoffers eisen, maar Karl De Man heeft onomkeerbare (zelf)ontdekkingen gedaan.

Kaapstad, mijn liefste
In 2006 verscheen Cape Town, My Love in A city imagined, een bundel waarin negentien Zuid-Afrikaanse schrijvers een tekst over Kaapstad publiceerden.
Behrs vertrekpunt is een krantenbericht over een moordpartij in een seksclub. Associaties leiden hem langs zijn persoonlijke ontwikkeling en eindigen bij een ontnuchterend spiegelbeeld van een bloedbad in de apartheidsjaren.

Socrates, Miss Celie and Me
Eveneens in 2006 verscheen zijn bijdrage in het huldeboek voor Johan Degenaar, politiek filosoof en zijn prof aan de universiteit van Stellenbosch.
Openhartig beschrijft hij hoe hij evolueert van een naïeve student voor wie de stap van militair naar informant van de veiligheidsdienst niet meer dan een opportunistische keuze was om zijn studies te financieren.
Die naïviteit houdt niet stand: de vragen van Degenaar en Socrates en de machtsanalyse in The Color Purple van Alice Walker leiden ertoe dat zijn inzichten en waarden nooit meer dezelfde zullen zijn. Ook het schrijven zal definitief een andere diepgang krijgen:
“Good writing reaches for truth no matter how elusive. Good writers insist on trying even as they constantly fail. Good literature rends the fabric of the life-lies with which we sustain our delusion, privilege and entrapment.”[iv]


Gods wil is onze wet
Het fundament van de apartheid was de identiteit van de Afrikaners. Daarvoor werd de waarheid gemanipuleerd en een goddelijke opdracht gecreëerd. Het doel verantwoordde de middelen.
Doorheen de eeuwen was de Kaap van een nederzetting en bevoorradingsplaats een vluchthaven en toekomstdroom geworden voor o.a. Nederlandse en Engelse kolonisten, Franse Hugenoten en Duitse emigranten. De verovering van de Kaap en het hinterland liep niet altijd even eenvoudig. Oorspronkelijke bewoners maar evengoed Engelsen maakten de Afrikaners het leven zuur: oorlogen met Zoeloes (Embrace blz. 331), duizenden vrouwen en kinderen die door de Engelsen in concentratiekampen werden opgesloten en omkwamen (De geur van appels (verder: DGVA) blz. 172, Embrace blz. 146). De apartheid werd zo een realisatie van hun versie van het Bijbelse Beloofde Land voor een eeuwenlang vervolgd volk.
Goed en Kwaad zijn scherp afgelijnd en worden voortdurend verantwoord met een goddelijke duiding. In De geur van appels tonen Marnus en Frikkie de lezers door hun achteloze reacties welke normen en waarheden ze ingeprent kregen. De naam van God ijdel gebruiken, zelfbevlekking, zedeloze popmuziek: het zijn zonder uitzonderingen tickets naar het eeuwige branden in de hel. Al begrijpen Marnus en Frikkie op hun eigen kinderlijke manier dat je beter niet alles aan volwassenen vertelt.
Enerzijds is er de zekerheid dat al die drankverslaafde kleurlingen nooit in de hemel zullen komen - Petrus aan de hemelpoort valt vast om van de drankwalmen uit hun mond -, anderzijds is er Doreen, de trouwe bediende. Met de juiste apartheidshiërarchie in het achterhoofd meent Marnus dat de Here haar zal belonen door haar in de hemel samen met andere christenkleurlingen in kleine huisjes te laten wonen (DGVA blz. 44). Twijfel steekt de kop op wanneer Klein-Neville, het zoontje van de dienstmeid, door spoorwegarbeiders boven een vuur geroosterd wordt als straf voor een steenkooldiefstal. De daders zijn blanken. “De Bijbel leert ons geen kwaad met kwaad te vergelden. Waarom doen blanke mensen zoiets?” vraagt Marnus zich af. Zijn moeder geeft toe dat niet alle blanken christenen zijn. Er is ook een minder soort blanken (DGVA blz. 147).
Dat blijkt eveneens in minder extreme situaties: als roken voor een vrouw al niet zondig is, dan is ze zeker verkeerd opgevoed. Niet alle moeders begrijpen dat de opvoeding van kinderen thuis belangrijker is dan een maatschappelijke carrière. Marnus’ moeder heeft haar zangcarrière opgeborgen. Met een generaal als echtgenoot kan dat. Voor Karl De Man, in Embrace, zijn er dezelfde overtuigingen maar het ligt financieel al iets moeilijker. Hij zegt nog dat “women are meant to have children, take care of the family, Dominic. That’s the way it is all over the world. And it says so in the Bible” (Embrace blz. 615).
Moeder bij de haard. Niet alleen als norm in Zuid-Afrika, maar voor de hele, uiteraard beschaafde, wereld. De Bijbel als garantie. Tussen de tienjarige Marnus en de veertienjarige Karl ligt een wereld van verschil. Niet alleen hun leeftijd speelt. Het veilige, nog relatief zekere land van Marnus in 1974 is twee jaar later in een turbulente stroomversnelling terechtgekomen. Na de rellen in Soweto zal het land nooit meer hetzelfde zijn. Zekerheden brokkelen af.
De klasgenoten van Karl hebben erg verschillende achtergronden en spuien daardoor ook erg botsende meningen. God en Bijbel blijven voor de school een handige stok om een stoute hond mee te slaan. Al is dat in realiteit vaak een leerling en een rietje.
Karl ziet binnen zijn eigen familie hoe geloof en leven erg dubbelzinnig worden geïnterpreteerd. Rijdt zijn vader geen schuine schaats wanneer hij toeristen gidst? Moeder bij de haard evolueert van berusting naar opstandigheid. Tussendoor sleept pa zijn zoon naar een psychiater en dreigt met “I’ll kill you if you ever do it again”. Zo vaak wordt die zin herhaald dat de lezer erdoor geïntrigeerd geraakt: hoe groot is het wangedrag van Karl wel niet geweest?
Draait het hele jaar rond de Missa Solemnis, geeft de dirigent bij ieder onderdeel een godsdienstige duiding, laat de directeur Karl op de Bijbel trouw beloven: de jongen heeft de leeftijd om overal de barsten van de hypocrisie waar te nemen.
Waar Marnus nog naïef geloofde in de aangepaste officiële geschiedschrijving, dan ontdekt Karl dat binnen de blanke gemeenschap heel wat dissidente stemmen de op leugens gebaseerde verhalen niet meer slikken.

“Frikkie zei dat zijn overgrootvader indertijd op zijn boerderij in de Sederberge op Bosjesmannen liet jagen. Er kwamen jagers uit de Kaap en voor twintig pond mochten ze op Bosjesmannen jagen in de bergen. Maar je mocht er niet meer dan één schieten, anders moest je weer twintig pond betalen. Toen we later in de geschiedenisles over de Bosjesmannen leerden, vertelde Frikkie dit verhaal over zijn overgrootvader. Juffrouw Rademeyer zei dat het niet waar was. De Bosjesmannen zijn door de Xhosas uitgemoord, niet door de Boeren.” (DGVA blz. 14)
“‘It sounds like the Mau Mau,’ I said, wanting to show I knew the history of East Africa, ‘who murdered hundreds of whites in their sleep.’
Mr Olver’s chuckle rang across the water. ‘Seven whites, my boy, that’s about all they killed. And we killed thousands of blacks in return.’”
(Embrace blz. 331)

Gods wil is wet. God noch wet kan je ongestraft manipuleren. Marnus zal met de echo van de leugenachtige staatsradio op de achtergrond sneuvelen in een officieel niet bestaande oorlog. Karl zal bezwijken onder de druk tot conformisme. Ten koste waarvan? Definitief? Hij weet immers dat er meer is dan de officiële waarheid.


Seksualiteit is ook politiek
Hoe snel seksualiteit tot hel en verdoemenis leidt, beschrijft Mark Behr al op de eerste bladzijden van De geur van appels. Marnus en Frikkie bezoeken het Nationale Museum in Kaapstad: een museum vol trots en nationale geschiedenis. Helaas brengt een harpoen het gesprek naar de mogelijke lengte van de pik van een walvis. Dat brengt ze tot het zweren van de waarheid voor de Here God en daarover is ze ingeprent dat dan de hel op ze ligt te wachten.
In hetzelfde fragment verwijt Marnus dat Frikkie zelfs met Zelda Kemp heeft gevrijd. “Ik heb jullie gezien. Je hebt haar hand vastgehouden!” Zo eenvoudig was het leven voor tienjarige jongens in 1974. Dat padvinders in vergelijking met Voortrekkers flikkers zijn, dat de luchtmacht en de marine ten opzichte van de landmacht dezelfde beoordeling krijgen, dat iedereen die zingt een homo is: ze herhalen slechts wat de grote wereld hen voorkauwt. Zoals Marnus nooit begrepen heeft waarom Frikkie erg bang is voor generaal Erasmus, zo onvatbaar blijft ook de verkrachting van Frikkie. Hij slaagt erin om die via de wederzijdse zwijgplicht van hun bloedbroederschap van zich af te schuiven. “Ik weet, dat als hij liever niet wil vertellen wat er hier beneden is gebeurd, hij het nooit aan iemand anders zal vertellen. En dat is goed zo.” (DGVA blz. 209) Ontkent de regering later dat er soldaten in Angola zijn? Marnus’ dood zal niet minder reëel zijn. Hij zal het niet aan een ander vertellen. En politiek was dat goed zo.
Enkele jaren maken ook hier een wereld van verschil. De veertienjarige Karl staat op de eerste bladzijden van Embrace niet toevallig boven op de springplank van het zwembad de verlangende blikken van zijn schoolgenoten te monsteren. Van dat gebeuren wil hij deel uitmaken. Nieuwsgierigheid en seksuele spelletjes worden binnen de school fanatiek en ongenadig bestreden. Zijn de jongens het schooljaar daarvoor betrapt en tot bloedens toe met een rietje geslagen? Verbijt pijn en tranen en zo’n straf wordt eervol om te dragen. Het seksuele randje verdwijnt even naar de achtergrond maar weldra steken opdringerige hormonen sterker dan voorheen de kop op. In een gecamoufleerd verlengstuk wordt door een psychiater nog een persoonlijk actieplan opgesteld. Niets ondergraaft dat aangeprate schuldbesef meer dan de ontdekking van het complot van school en ouders achter dit plan. Veel wordt in stilzwijgen en taboesfeer weggedrukt, maar jongens onder elkaar bewandelen hun eigen wegen.
Mark Behr gebruikt de seksualiteit als ongenadig en ultiem beeld om het politieke en morele systeem onderuit te halen. Juist de machoviriliteit die de trots en het ideaal van het mannelijke imago uitmaakt, wordt door de behoeder van familie en leger gebruikt om in Frikkie alle onschuld te verkrachten. Nogal wat lezers beoordelen de ontknoping binnen de opbouw van het verhaal als te sterk. Hoe bitter en hard moet dit beeld dan niet zijn voor de aanhangers van het apartheidsregime? Dieper had Behr ze wellicht niet kunnen treffen.
Zowel op zijn schrijven als op zijn openbare biecht zijn de reacties hard en ongenuanceerd. Cheryl Stobie stelt dat “while his formulations are carefully chosen and subtle, his critics tend to disregard nuance, both in his writing and in their stereotyped responses”.[v]
Toch gaat Embrace nog een stap verder. Voor Karl is de ontdekking van een verboden seksualiteit eveneens de bewustwording van een homoseksuele geaardheid. Vader De Man stelt zeer duidelijk dat “no communist kaffir-loving queer will ever set foot in my house.” (Embrace blz. 596) Karl amuseert zich nog even met de ongewilde CKQ-alliteratie maar dan dringt de wreedheid tot hem door. Afwijkende politieke ideeën leiden tot andere perversies. Of omgekeerd.
Het is geen toeval dat bij Zuid-Afrikaanse auteurs als Troy Blacklaws, J. M. Coetzee, K. Sello Duiker, Koos Prinsloo e.a. moffie zowat het ultieme scheldwoord is. Behr beschrijft in Kaapstad, mijn liefste hoe ingrijpend de apartheidscultuur terroriseerde om een homoseksuele geaardheid te ontkennen. Hij zegt daarin ook dat er “vele jaren, andere steden, leraren, landen en andere teksten voor nodig waren om mijn persoonlijkheid te herscheppen”, om met zichzelf in het reine te komen.
Opnieuw gaat Behr een stap verder. Het lijkt dat Karl uiteindelijk alles wil ontkennen en loochenen. Hij verlaat de school, weigert het mogelijke contact dat enkele vrienden hem nog voorstellen. Hij zal rugby spelen, beantwoorden aan het beeld van de stoere jongen. Definitief? Of toch slechts de jaren op weg naar zelfstandigheid? Wanneer hij zijn verhaal vertelt, voegt hij er voor zijn vriendje Dominic aan toe: “And did you do what I could not allow myself to imagine then: fall in love with another boy...” (Embrace blz. 691) Then! Die jongen heeft eerder immers niet alleen zijn seksualiteit verkend, die veertienjarige heeft doelbewust alles op het spel gezet om een volwassene als zijn seksuele partner te veroveren. Het is die jongen die alle verleidingstrucs in stelling heeft gebracht. Dat hij daarvan niet de volledige diepgang beseft, komt voor hem op de tweede plaats.
In Kaapstad, mijn liefste beschrijft Behr hoe wetten kunnen veranderen, maar evenzeer hoe geen wet een onverdraagzame mentaliteit verandert. Die blijft leiden tot moorden.
Wanneer hij in 1996 in Kaapstad het schrijverscongres met als thema “Fault Lines: Inquiries around Truth and Reconciliation” mag inleiden, openbaart hij hoe hij als dubbelagent heeft gewerkt en hoe homoseksuele ervaringen in de homofobe maatschappij kansen tot chantage creëerden. Hij wordt net niet door iedereen met pek en veren besmeurd. Misschien omdat hij ondertussen in het verre Noorwegen verblijft. Figuurlijk is het wel zijn deel. Eerlijkheid kent zijn grenzen. Is het toeval dat later Embrace heel wat koeler wordt onthaald?
Cheryl Stobie stelt zeer duidelijk dat “the confession has become a kind of appendix or coda to The Smell of Apples, and has affected its subsequent reception as well as that of Behr’s second novel Embrace (blz. 150).”
“Until admitting he once spied for the apartheid machine, Mark Behr was something of a hero. Now the award-winning novelist is being vilified as a traitor.” Zo stond het in een persbericht van de South African Press Association.[vi]

Wat was het ware probleem? Waarom was geen enkele partij gelukkig dat hij zijn rol als dubbelspion bekendmaakte? Vonden collega-auteurs werkelijk dat hij als bekroond schrijver zo nog meer publiciteit zocht? Of kent eerlijkheid zijn grenzen? Kent het recht op vrije meningsuiting zijn grenzen?
Cheryl Stobie laat June Taylor, de organisatrice van het schrijverscongres, aan het woord. Zij is van mening dat “South Africans find it more difficult to forgive him, as his confession reveals how widespread the corruption of apartheid was.” (Blz. 150)

Hoe zou het vandaag in België lopen wanneer een op onrecht gebaseerd machtsapparaat onderuit zou worden gehaald met het verhaal van een veertienjarige die een volwassen man tot een relatie verleidt? Heel wat onafhankelijke media - met duidelijke meningen - zouden daar netjes over struikelen. Meningen kennen grenzen.
Een voorbeeld van de herrie die zou kunnen losbarsten beleefden we in december 2007 toen wielrenner Tom Boonen een relatie bleek te hebben met een meisje van zestien. Het Laatste Nieuws bracht dit nieuws exclusief en sensationeel vanop de voorpagina. Op het webforum van De Telegraaf werd hij daarop regelmatig bestempeld als pedofiel. Maar ook een kwaliteitskrant als De Standaard besteedde er een volle pagina aan en promoveerde het gebeuren tot de vraag van de week: “Hoe zou u reageren als uw tienerdochter een relatie begon met een man van 27?” De krant publiceerde vervolgens een selectie van genuanceerde reacties op de overigens legale situatie. Haalde ze daar haar kop “Tommeke, Tommeke, wat doe je nu?” van twee dagen eerder mee uit de sensatiebeleving van heel wat lezers?[vii]
Niet de legaliteit noch de beargumenteerde eerlijkheid in een discussie bepaalt de redactionele keuze. Het niveau van de schreeuwerigheid is een norm van de schandpaaljournalistiek die in alle redacties lijkt doorgedrongen.

En zouden de veertienjarige Karl en zijn leeftijdsgenoten hier een paradijs vinden? In de zomer van 2007 lazen we in de kranten dat een studie in opdracht van de Vlaamse Minister van Gelijke Kansen aantoonde dat onze jeugd van zestien en zeventien eerder negatief staat tegenover holebi’s en hun rechten. De betreffende enquête uit 2006 werd in 2008 herhaald en van een verbetering was nauwelijks sprake. Het “tolerantieplafond” bleek zo ongeveer bereikt. Anderen verwoordden het helderder: het gaat weer de verkeerde kant op.

“Nadat ek myself as gay aanvaar het, was dit onmoontlik om langer stil te bly oor my politieke ontwikkeling en verlede. Daar was ‘n nuwe krag in my wat nie die regverdediging van stilswye of geheimhouding oor enige aspek van myself wou duld nie.”[viii]

In hetzelfde interview kondigde hij nog aan om te proberen zijn derde roman in “die godsmooie taal”, het Afrikaans, te schrijven. Elders is aangekondigd dat zijn roman Kings of the water enkel nog Noord-Amerikaanse personages zou kennen. Wat het ook wordt: het is onwaarschijnlijk dat zijn volgende roman een vrijblijvend verhaal zal zijn. Laat die ongenadig eerlijk zijn. Om naar uit te kijken dus.

Jef Boden

Werk van Mark Behr

De geur van Appels, De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 1998.
Embrace, Abacus, London, 2001.
“Kaapstad, mijn liefste”, in Streven, juli-augustus 2007.
“Socrates, Miss Celie and Me”, in Gesprek sonder Grense: Huldigingsbundel vir Johan Degenaar, H&B Uitgewers, Stellenbosch, 2006.
[i].Michael Lucay, Gide’s Bent. Sexuality, Politics, Writing, New York, Oxford University Press, 1995, blz. 3-4
[ii].Interview in Die Burger, 17 oktober 2003 blz. 9
[iii].In Zuid-Afrika ontving hij de M-Net Award, de Eugene Marais Prize en de CNA Literary Debut Award. In Groot-Brittannië kreeg hij de Betty Trask Award en in de VS de Art Seidenbaum Award van de Los Angeles Times.
[iv].In Gesprek Sonder Grense: Johan Degenaar Word 80, Stellenbosch, H&R Publishers, 2006.[v].Cheryl Stobie, Somewhere in the Double Rainbow. Representations of Bisexuality in Post-Apartheid Novels, Scottsville, University of KwaZulu-Natal Press, 2007, blz. 152.
[vi]. SAPA, Proof that truth hurts - once a hero, now vilified as a traitor, Johannesburg, 3
0 juli 1996.[vii].De Standaard, 6 en 8 december 2007.
[viii]. Interview in Die Burger, 17 oktober 2003

Leo Vroman

CREMATIE

Zoals de meeste wil ik netjes dood,
met een laatste zucht of liever zoen.
Mijn neus bijvoorbeeld, toch al groot,
moet aan zijn eind niet gek gaan doen.

En dan, inwendig wonderlijk ontregeld,
druk ik toch die inhoud liefst niet uit
maar houd hem eindeloos verzegeld
binnen mijn net nog menselijke huid.

Wie ziet mij als een zwarte geest ontluiken
en dan bladerende terugzakken
op dat helse tweede sterfbed?

Maar ik zal vast wel even ruiken
naar een malse versgebakken
en dan aangebakken varkenskotelet.

Leo Vroman
Fort Worth, 25 februari 2009

24 februari 2009

"Aan een kust" van Hannie Rouweler

Een vissersboot. Op het strand getrokken.
Netten liggen opgerold op zand.
De boot is leeg. Het water is weg.
Wolken drijven naar een andere kant.

Zo liggen wij naast elkaar. Jij en ik.
Je liep langs de tafel naar het raam.
Je kwam terug. Je legde papier weg.
We werden woorden en vloeiden samen.

© Hannie Rouweler

De 124ste Muzeval

Poëzieavond
donderdag 12 maart 2009

Gastdichter
Didi de Paris
Tekstiel Baron, Stadsdichter van Leuven en Hofleverancier van Belletrie

Inleiding en presentatie door Herman J. Claeys en Bart van Peer
Na de pauze: VRIJ poëzie-PODIUM
begeleid door Frans Vlinderman en Bart van Peer
Deuren 19.30 uur - aanvang 20.00 uur
gratis toegang
Locatie: literair-artistiek café Den Hopsack
Grote Pieter Potstraat 24
2000 Antwerpen (centrum)
(openbaar vervoer: Groenplaats)

Organisatie:
Pipelines vzw in samenwerking met Masereelfonds Antwerpen
en met de steun van Antwerpen Boekenstad
Links: www.muzeval.tk, www.masereelfonds.be, http://www.denhopsack.be/

Pipelines vzw/De Muzeval: Herman J. Claeys, Jan van Veen, Willem Plugge, Frans & Nip Vlinderman-Luyben, Erwin van Massenhove, Bart van Peer, Stille Beer, Frank Vranckx, Marijke Van Heddeghem, Pierre Magis.

21 februari 2009

Een late stuiptrekking van een oude schoolrat

Met vlagen komt de onderwijsmens in mij weer naar boven. In een vorig leven was ik directeur secundair onderwijs en in de laatste vier jaar van mijn carrière resp. hoofdmedewerker en kabinetsattaché van Vlaams minister van Onderwijs Luc Van den Bossche en Eddy Baldewijns. In beide functies kwam ik geregeld in contact met leerplannen, jaarprogramma’s en eindtermen. Ook toen stelde ik vast dat "cultuur en onderwijs" stiefmoederlijk werd behandeld. Misschien was/is het een foute perceptie.
Thierry Deleu


Uitzonderlijk geef ik deze rubriek een onverwachte wending en plaats "cultuur en onderwijs" ter discussie.
"Cultuur laat zich niet onderwijzen," beweren sommigen. Zij zou het resultaat zijn van een passie of van (louter) eigenbelang en zich bewegen aan de rand van het leven. Raar maar waar.
Toch moet op school de leerkracht bijzonder alert zijn voor de tekorten van de leerlingen op dit (culturele) domein. Ik besef dat het niet gemakkelijk is om een algemene culturele vaardigheid bij de scholieren aan te kweken.
Soms brengt hun non-interesse de leerkracht tot wanhoop. Indien kinderen geen wiskundige aanleg hebben, zegt de klassenraad: “De leerling kan het niet, maar hij/zij is wel knap voor talen.” De leraars evalueren de gaven en de tekorten van hun leerlingen en drukken hun appreciatie uit voor wat de leerling kan. Maar dit is lang niet (meer) voldoende: in de ontvoogde leefwereld van het kind moeten wij ook eisen (veeleer verlangen, lees hopen) dat de jongens en meisjes in de klas ook cultureel geïnteresseerd worden. Zij moeten op zijn minst van kinds af aan noties hebben van “menselijkheid” en “kunst” en enkele namen kunnen citeren van mannen en vrouwen die menselijkheid uitdragen en van kunstenaars.
Later moeten zij kunnen onderscheiden. Nieuwsgierig zijn naar wat hen omringt, naar wat er gebeurt rondom hen en kunnen argumenteren waarom zij ontroerd worden, geprikkeld, geënthousiasmeerd door mensen en wat die doen. Zij moeten de actualiteit volgen, politiek, literatuur, film, kunst, niet alleen sport.
Ik vraag mij af, of het onderwijs niet beter en intensiever aandacht zou moeten besteden aan de geschiedenis, politieke, literatuur- en kunstgeschiedenis vanaf de tweede graad van het secundair onderwijs.

Ik doe een poging om een kader te creëren voor cultureel onderwijs (daarbij vergeet ik niet dat "cultuur zich niet laat onderwijzen" zoals klassieke leerpakketten). De "leerstof" wordt "besproken" in de vier jaar van het hoger secundair onderwijs.

Eerste pakket ("Moderne Tijden"):
Wat is filosofie - wat wil de filosofie bereiken? Wat leren wij uit de geschiedenis over de economie, de moraal en beide? Hoe relateren doctrines of theorieën zich tot elkaar (b.v. het determinisme, fatalisme, jansenisme)? Is kennis beperkt, technologisch, intellectueel? Wat betekent wetenschap voor de mens (b.v. de geneeskunde)? Wanneer is een wetenschappelijke theorie juist of wanneer kan zij als ‘waar’ worden aanvaard? Hoe werkt de geometrie? Hoe bepaalt de weerman het weer? Is democratie de beste bestuursvorm? Wat is legaal en niet legaal? Hoe gaat men om met illegaliteit? Kunnen enkel de mensen spreken of hebben dieren ook een taal? Hoe ziet er volgens u het ideaal wereldbeeld uit? Wanneer spreekt men van logisch denken?
In dit eerste pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
Pythagoras, Socrates, de rede(nering), de taal, goed en kwaad, waarheid, dialoog, Shakespeare, evolutie(leer), perfectie, doelgerichtheid, Hegel, determinisme, jansenisme (Blaise Pascal), voorbestemming, fatalisme, scepsis, onzekerheid, onbegrensde kennis, Kant, Copernicus, de wetenschap(smens), de sociologie, de economie, Karl Marx, Sigmund Freud, klassenstrijd, Nietzsche, David Hume, de waarschijnlijkheidstheorie, Descartes, Spinoza, tijd en duur, Einstein, Newton, Montesquieu, Rousseau, scheiding der machten, Sofocles, onderscheid tussen teken en signaal, symbolen, syllogisme, Thomas van Aquino, Bertrand Russell.

Tweede pakket.
Dit pakket omvat het omschrijven en verklaren van religieuze passages waarvan de kennis bijdraagt tot een gedegen interpretatie van literaire teksten, beelden en spreekwoorden, mythes en legenden. Dit pakket wordt aangeduid als "Oude Tijden".
Figuren uit de mythologie. Wat is een narcist? Wat is het verband tussen Prometheus en kunst? Sisyfus en arbeid? De betekenis van Cupido toen en nu. Wat is een Oedipuscomplex (psychoanalyse, psychiatrie, psychologie)? Tantaluskwelling? Het Oud Testament (de zondeval, Caïn, Salomon, Babel, het Gouden Kalf). Het Nieuw Testament (Damascus, "de barmhartige Samaritaan", "Geef Caesar wat Caesar toekomt", de vader-zoonverhouding (de verloren zoon), de steniging, Pilatus ("wast zijn handen in onschuld"), Pinksteren. Boeddhisme. Hindoeïsme.
In dit tweede pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
Narcisme, egoïsme, egocentrisme, onwetendheid, Albert Camus, de menselijkheid, existentie en absurditeit, liefdesrelaties, het vertrouwen, Paul Claudel, incest, primaire behoeften (honger, dorst), de list, de intelligentie, de eindbestemming, de zondeval, de rol van de vrouw (serpent, verleiding, heks), Vladimir Jankelevitch, schuld en boete, de broedermoord, criminaliteit, agressie, geweld, neutraliteit, rechtvaardigheidsgevoel, rivaliteit (tussen God en mens, mensen onder elkaar), veeltaligheid, multiculturaliteit, macht en geld, spiritualiteit, barmhartigheid, scheiding der machten, waarden en normen, motivatie, onverschilligheid, Kerk en Staat, verantwoordelijkheid, erfelijkheid, culten en sekten, kasten, status.

Derde pakket.
Dit pakket omvat de grote "Kunststromingen".
Het surrealisme. De Ranaissance. Het impressionisme. De non-figuratieve kunst. Het symbolisme. Is kunst altijd toegankelijk? Decadentie. Kunst in de prehistorie. Conceptuele kunst. Romaanse en gotische kunst.
In dit derde pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
André Breton, provoceren, dadaïsme, Paul Eluard, Louis Aragon, Salvador Dali, René Magritte, Luis Buñuel, humanisme, classicisme, Michelangelo, Raphaël, Edouard Manet, Cézanne, Monet, licht en kleur, het perspectief, clair-obscur, realisme, Mondriaan, Kandinsky, symbolen, de Chardin, Nicolas Poussin, geometrische constructies, Plato, inspiratiebronnen, Marcel Duchamp Joseph Beuys, grottekeningen, beelden (het naakt), Kant, universele schoonheid, de boodschap, technische innovatie, artistieke opbloei, techniek en schoonheid, kathedralen, glas-in-lood(ramen).

Vierde pakket.
Dit pakket omvat de grote "Literaire stromingen".
Romantisme. Classicisme. Klassiek vs. Modern, Klassiek vs. Romantisme. De troubadours. "La poésie pure". De tragedie. "Kunst om de Kunst". De nouveau-roman. Het toneel. De politieroman.
In dit vierde pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
De wonderen van de natuur, romantisme vs. de verlichting, natuurelementen, Middeleeuwen, ridderroman, Walter Scott, Victor Hugo, Alexandre Dumas, melancholie, Baudelaire, Boileau, tragedie, komedie, eenheid van plaats, actie en tijd, Corneille, Molière, Racine, de fabels, La Fontaine, vrijheid van creatie, Stendhal, de troubadours en de liefde, "poésie pure", Rimbaud, dichterlijke vrijheid, Paul Verlaine, metriek, ritme, klank, kleur, de fataliteit, de godenverering, humanisme vs. bovenmenselijke krachten, het (trieste) lot, Flaubert, Gautier, het schoonheidsideaal, Balzac, Zola, Marcel Proust, liefde voor detail, psychologische roman, het Laatste Oordeel, Ionesco, de dood, Samuel Beckett, Edgard Allan Poe, onderzoek, Arthur Conan Doyle, Agatha Christie.€

Vijfde pakket.
Dit pakket wordt aangeduid met "Begrippen en Figuren". Dit pakket kan worden verdeeld over de vier jaren van het hoger secundair en is dus complementair.
Angst (Kierkegaard). Dialectiek. Epicurisme. Hermeneutiek. Machiavelli. Stoïcisme. De ratio (rede-redenering).
In dit vijfde aanvullende pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
Angst, Sören Kierkegaard, Heidegger, gestuurd en vrij onderzoek, diversiteit van ideeën, ethiek, epicurist, onbegrensd genieten van het leven, innerlijke rust, atomenleer, de interpretatie, literair vs. ratio, allegorisch, religieus, mythisch, Rabelais, Socratische methode
(vraag-en-antwoord), gaven en gebreken (erfelijkheid), politieke stabiliteit, welvaart, welzijn (welbehagen), orde, naastenliefde, onderscheidingsvermogen, het (nood)lot, toeval vs. voorbestemd, Diogenes, Socrates, Plato, Aristoteles, de christelijke traditie, Descartes, Spinoza, Locke, Voltaire, Kant, Fichte, Schelling, Hegel, Wittgenstein, Don Juan, Don Quichotte, atheïsme, vrijheid van denken, vrijheid vs. orde, Casanova, Cervantes, de antiridder, lachwekkende helden, dromen, de vrek, de bourgeois, de misantroop, de huichelaar.

Ik besef goed dat verschillende thema’s, begrippen, leringen, figuren, aan bod (kunnen) komen in de meeste vakken. Het voordeel van een leergang "cultuur" is echter een opwaardering, een compacte presentatie, overzichtelijkheid, gestuurde vorming. Indien de leergang "cultuur" niet wordt aangeboden - desnoods facultatief -, komen wij in een latente situatie van "de klok en de klepel", zoals literatuur (literatuurgeschiedenis) ook niet automatisch leidt tot lezen.
Neen, algemene cultuur is geen vernislaagje dat je legt rondom "onwetendheid" of "beperkte kennis". Integendeel, een leergang "cultuur" is noodzakelijk om de samenleving te kunnen begrijpen. En inzicht leidt tot uitzicht!

Samengevat: een leergang "cultuur" omvat vijf leerpakketten (vier + 1 aanvullend): filosofie, mythes en religies, esthetiek, literatuur en ideeën & figuren. Elk pakket, elk deel begint met een multiplechoicetest waardoor kennis wordt gemeten. Via de antwoorden wordt dieper ingegaan op "cultuur".

Uiteraard zal dit voorstel tot leergang "cultuur" aanleiding geven tot discussie. Is dit niet de bedoeling?
Mag ik er jou aan herinneren, lezer, dat "algemene cultuur" (ook wel "culturele ontwikkeling" of "algemene ontwikkeling" genoemd) geen laagje vernis is om ons te onderscheiden van anderen, om mee uit te pakken in een gesprek met vrienden. Integendeel: "cultuur" is noodzakelijk om de samenleving beter te begrijpen. Niet alleen voor de studenten is een leergang "cultuur" (ik ben bang om dit een "vak" te noemen) belangrijk, maar ook voor iedereen die belang hecht aan zijn persoonlijke ontplooiing


Thierry Deleu

Gedicht Thierry Deleu

Meisje met paardenstaart


Meisje met paardenstaart hoe zacht
streel jij mijn kaken wijdbeens
voor mij uit met grote ogen
kijk ik je aan peil zonder

verpinken naar wat je wilt
duw mijn hoofd tegen je borstjes
ondeugend de oogjes neer
een glimlach die mij charmeert

hemels hoe je mond tuitend mijn
hals beroert de zon priemt op mijn rug
de wind speelt in mijn manen en
met je wit vijftrapszomerkleed

als je in mijn neusgaten blaast
nies ik oorverdovend de stilte
die jij met fluistertoon bedaart
vliegen stuiven van je heen.


Een paard

Geschreven tijdens verblijf op La Vallade.
Parijs meisje (op vakantie) komt elke dag tot bij de paarden.

Gedicht Ludo Geloen

Sneeuwvlokken

1.
Ik vraag me af
Hoe het geluid is van
Vallende sneeuwvlokken;
Wat het is,
In fluwelen jasjes
De bodem
Te raken.

(Ze zijn met
Duizenden en
Racen om ter laatst
Aardewaarts.)

Collectief
Voelen zij zich geroepen
Geen druppels te zijn:
Koud is
Hun moeder.

Ze vallen
Uit het nest
En leven voor
Één vlucht.

2.
Deze ochtend
Heeft
Een sneeuwvlaag
Alles
Gegeven
Wat ze in zich had:

Vlokken
Vol
Verwondering.

Ludo Geloen

Wie is Wie? Een collage (3)




























Wie is Wie? Een collage (2)





















Wie is Wie? Een collage (1).






















Gedicht Thierry Deleu

Piramide in zee


De zee stijgt driehoeksgewijs
verbijsterd wrijft de zon zich
de ogen uit meeuwen vliegen
in formatie aangetrokken

door de piramidale
vorm van het aanzuigend
water dat zichzelf opslorpt
tot een punt aan de einder

de eerste schrik deint over
bij de achteruitlopende
kustbewoners het water
blijft als een driehoek pal op

de basislijn alleen de
opstijgende stroming wekt
verbazing verwondering
piramide in zee bij

acht beaufort de natuur neemt
wraak op het verhaal van de
uitwaaiende Rode Zee
de zon bloost van emotie.


Thierry Deleu

Op schattenjacht in Rennes-les-Château

Proloogje

Je hebt twee soorten van “zoekers”: enerzijds zij die niets vinden en anderzijds zij die vinden zonder te zoeken. Ik behoor tot een derde - heel uitzonderlijke - groep van “zoekenden” die via hun verbeelding en hun gaaf gevoel voor onthulling “vinden”.
Voor de meerderheid van de mensen zijn deze laatste “gek” of maken zij deel uit van een operettegezelschap van wie de regisseur hen verplicht te zingen zoals hij gebekt is. Zij die dit verkondigen zijn “betweters” of “angsthazen” die niet verder dan hun neus lang is durven na te denken uit schrik uit hun lood te worden geslagen. Indien er “niets” is, hoef je ook “niets” te vrezen!
Het “Niets” bestaat echter en wacht op ontdekking!

De Fransen die ik in Rennes-le-Château heb gesproken, zegden mij: “Il y a du sérieux dans tout ça.”
Eerst was er het graf van Jezus op de berg Cardou (Corps de Dieu), dan dat van Maria Magdalena (of is het omgekeerd), nu denk ik dat ook het graf van Mohammed in de buurt te vinden is.
De auteurs die ik daarover “persoonlijk” heb aangesproken (behalve één), slaan de stop echter steeds dieper, en bekommeren zich niet om de weeromstuit. Zij herhalen steeds dezelfde citaten, met af en toe een andere of aanvullende verklaring. Nooit kun je hun “historische waarheden” checken of toch onvoldoende. Steeds komt het uit op hetzelfde statement: de Kerk van Rome is bang voor de waarheid!

Behalve één auteur: Claude Boumendil.
Over zijn boek(en) wil ik het hebben in een eerste artikel.


Hoofdstuk 1
Maria Magdalena

Claude Boumendil is de auteur van het boek Marie-Madeleine.
D(erek): Goedemorgen, mijnheer Boumendil, bedankt dat u op mijn uitnodiging voor een gesprek over uw boek bent ingegaan. Wilt u zich even voorstellen?
B(oumendil) (denkt na): …
D: Laten wij het hebben over uw drijfveren om dit boek te schrijven.
B: Graag. Ik ben gepassioneerd door het boek en het schrijven. Van jongs af aan. Wat Maria Magdalena betreft: ik stelde vast dat heel veel kapellen en kerkjes aan haar zijn gewijd. Maar van haar geschiedenis weten wij weinig, behalve een deel van de waarheid, of een mythe, een verhaaltje of een legende, niets concreet. De kerk in Rennes-le-Château is eveneens aan haar gewijd. Waarom? Daar hebben velen veel over geschreven!
D: En u wilde daarin de puntjes op de i plaatsen?
B: Juist. Ik heb geprobeerd zo objectief mogelijk te zijn en naar een evenwicht gezocht tussen legende, mysterie en (bij)geloof in verband met de komst van Maria Magdalena naar de Provence. Ook haar leven in Judea in het gezelschap van Jezus probeerde ik te reconstrueren. Ik kon natuurlijk niet omheen het klassieke verhaal dat teruggaat tot de 12de eeuw en zelfs door theologen wordt geciteerd, uiteraard met enig voorbehoud.
D: Welke bronnen heeft u geraadpleegd, mijnheer?
B: Vooreerst de evangeliën, vooral Sint-Jan die ons vertelt dat Jezus Magdalena een zondares noemt. En vervolgens alle apocriefe boeken, oude manuscripten, teksten uit de 7de, 8ste en 9de eeuw, bewaard in abdijen. Het is moeilijk om na 2000 jaar een geloofwaardig verhaal te schrijven of van een juiste interpretatie te durven spreken.
D: Volgens u is Maria Magdalena van invloed geweest voor rol van de vrouw in de maatschappij? Hoezo?
B: Via Maria Magdalena heeft Jezus de vrouw de plaats gegeven die haar toekomt. Spijtig dat de Kerk van Rome die boodschap niet heeft willen begrijpen. Ook in het toenmalige jodendom had de vrouw een bescheiden rol en kwam zij altijd op de tweede plaats. Zij had als enige taak kinderen baren en opvoeden. Ook de apostelen waren verbaasd over de plaats die Maria Magdalena innam in het leven van Jezus.
D: Jezus heeft dus gewild dat er een revolutie plaatsvond in de geesten van de mensen voor wat de emancipatie van de vrouw betreft?
B: Zonder twijfel. Jezus pleitte voor een gelijkwaardige relatie tussen man en vrouw. Hij onderkende zelfs erotisch-amoureuze gevoelens die hij ook bij zichzelf niet verdrong.
D: Dit is een gedurfd statement, mijnheer Boumendil.
B: Zeker. Jezus is de eerste die zich keert tegen het dogma dat de vrouw als een minderwaardig wezen beschouwt. Hij keert zich tegen het dogma van het Sanhedrin dat het kastensysteem probeert in stand te houden. Hij wil de vrouw rehabiliteren en voor die rehabilitatie koos hij een zondares.
D: Het paradigma van de zondaar wordt geïncarneerd in de vrouw?
B: Ja.
D: Een laatste vraag, mijnheer Boumendil. Is uw boek niet een opportuniteit na het succes van Dan Brown en zijn Da Vinci Code?
B: U vergist zich. Ik heb alleen het parcours willen uittekenen. Ik wil u iets in vertrouwen meedelen. Ik heb het boek niet gelezen. Maar ik weet dat de auteur beweert dat Maria Magdalena de vrouw zou zijn van Jezus. Is dit zo super verbazend? Is het zo ongewoon dat een rabbi, zoals ook Jezus was, een vrouw had? Wat wel verbazing wekt, is het feit dat Maria Magdalena met haar lange lokken de voeten wast van Jezus. Dit is een publieke openbaring van seks! Het enige wat ik durf te stellen is dat Jezus en Maria Magdalena een ongewone relatie hadden.
D: Dank voor het gesprek, mijnheer Boumendil.


Hoofdstuk 2
Bérenger Saunière

Dit klinkt misschien ongeloofwaardig, maar ik heb Bérenger Saunière ontmoet. Neen, ik ben niet gek en neen, ik heb het niet gedroomd, en neen, je hoeft dit niet te catalogeren als verzinsel of verbeelding.
Het geschiedde op die woensdagmorgen in augustus, einde augustus van 2007, juist. Ik had besloten om Rennes-le-Château voor de tweede keer in tien jaar te bezoeken.
De ochtend was helder verlicht en open gelucht. Ik beklom de heuvel van Rhédae als een echte pelgrim…
De weg was nu beter verhard met winkeltjes aan beide kanten van het straatje. De commercie had duidelijk profijt geroken. Toen ik bijna boven kwam, volgde ik de weg langs het oude kasteel van de Heren Van Hautpoul. Mijn blik liep uit op de ruïnes van het kasteel van Coustaussa, enkele heuvels verderop.
Ik aarzelde niet en zette mijn tocht met fikse tred verder. Links sloeg ik het domein van de pastoor in. Daar hield ik even halt om het prachtige landschap te bewonderen.
Even verderop kwam ik bij de Magdala toren. Een ideale plek om te mediteren. Een onbekende angst overmande mij. Ik werd ongerust. Het leek of ik mij bevond in een exclave of veeleer deel uitmaakte van het landschap op het blauwe doek in de bioscoop.
Ineens, bij de ingang tot de toren, merkte ik het zwarte habijt van een pastoor. Ik naderde voorzichtig, de man stond met zijn rug naar mij, een wandelstok in de rechterhand.
Ik verzamelde al mijn moed en fluisterde: “Bérenger?”
Het silhouet keerde zich om. Eerst zag ik zijn haar, dan het hoofd en de rest van het lichaam, alles bewoog traag in een blauw licht. Ik hoorde op de achtergrond muziek van Chostakovitch.
“Ja, ik ben het.”
Wat nu? God, sta mij bij. Het was Bérenger!
“Goedendag, mijn zoon.”
Ik wierp mij aan zijn voeten, bevoelde zijn schoenen, omarmde zijn kleed… Hij legde zijn hand op mijn hoofd en zei: “Ik zegen je, mijn zoon.”
Een felle zonnestraal lichtte het tafereel op… De vorm van de pastoor vervaagde. Ik probeerde hem niet uit het oog te verliezen en hield mij vast aan zijn habijt, zolang tot een stukje stof in mijn hand overbleef…
Het beeld loste nu snel op. Ik bleef geknield, door schrik overmand, wiste mijn tranen met het stukje habijt…
Na dit wonderbaar voorval begreep ik de waarheid van het mysterie. Nooit zou ik hier nog terugkeren.
Altijd heb ik het stukje stof bij mij, als een relikwie, als mijn stoffelijke band met het geheim. Zoals het rode draadje van de basiliek van Dadizele.


Hoofdstuk 3
Op het spoor van een mysterieuze orde…

Einde augustus 2007, om middernacht.
Ik heb een afspraak met een groep enigmatici, die mij per se willen verklaren waarom ze zo zijn. Mijn bekende nieuwsgierigheid heeft mij doen “begeven”.
Het huis van afspraak ligt in Alet (dichtbij Rennes-le-Château). Het ongeloof dat mij zo vaak drijft en mij meestal ironisch stemt, gooi ik overboord om te kunnen genieten van een intens “moment de vivre”. Ik speel het spel mee!
Ik kom in Alet aan om kwart voor middernacht. Klokslag 12 komen drie auto’s aangereden. Vol licht, met veel cc, die zich stationeren op een paar meter van mij. Wij bevinden ons dicht bij het station.
Twee mannen in het zwart, met hoed, stappen uit de eerste wagen en vragen mij hen te volgen. Zij geven mij een teken om in de tweede auto, op de achterbank, plaats te nemen. Ik word geblinddoekt. Zij lopen terug naar de eerste wagen en schuren de nacht in, gevolgd door de tweede auto met mij achteraan en de derde.
Na een kwartiertje, - schat ik, - houden zij halt en zeggen mij dat wij op de plaats van bestemming zijn gearriveerd.
Eens buiten doet het parfum mij vermoeden dat wij in de open natuur staan. Mijn blinddoek wordt er af gehaald en ik zie dat wij pal voor een landhuis staan. In de verte merk ik licht dat lijkt op de verlichting bij een monument.
Binnen in de woning tel ik zes man, de zes die mij tot hier hebben gebracht. In de inkom van het huis dat schaars is gemeubeld, staan twee zetels in bordeaux rood, die mij doen denken aan de jaren ’50. Zij staan recht tegenover een monumentale trap. Ik mag gaan zitten. Vier man verdwijnen en laten mij over aan de “zorg” van de twee andere die rechtop naast mij blijven staan.
Na een tijd die wel een eeuwigheid lijkt, gaat een deur in vol hout open en twee mannen komen naar mij toe, met een levendig gebaar vragen zij mij om mee te komen. Ik tril op mijn benen van zenuwachtigheid.
Met trage en plechtige stap komen wij in een zaaltje waar enkele personen op een soort van bidbank zitten zoals je die ziet in het koor van een kerk. Ze zijn gekleed in een zwarte soutane. Ik schat dat ze met een 30-tal zijn. Allen zijn zij gemaskerd.
Ik word naar het midden van de zaal geleid, over een mozaïek die uitloopt op een verhoog met drie treden. Daar bovenop in een monumentale, in hout gesneden zetel - 17de-eeuws - zit een man die door zijn plaats de chef lijkt te zijn van het gezelschap. Het doet mij denken aan paramaçonnieke loge.
Ik moet gaan zitten in een stoel die men daar voor de gelegenheid heeft geplaatst.
Dit alles gebeurt heel langzaam, zonder enig teken van agressie, plechtig en ingetogen.
Het licht in de zaal komt van een grote luchter met heel veel kaarsen rondom en van zevenarmige kandelaars, opgesteld aan beide zijden van de zaal, dicht bij de twee rijen aanwezigen. Toch is het licht schaars en gedempt.
Een lange stilte geeft mij de kans om alles goed te observeren. Achter het belangrijkste personage, op de hoogte van zijn hoofd, zie ik een grote ingecirkelde A, en op dezelfde muur, rechts van mij, een enorm portret van Bérenger Saunière, en links abt Gélis.
Waar ben ik ingetuimeld?
De centrale figuur, die in zijn linkerhand een kruisbeeld houdt, staat recht, zijn rechterhand op de hartstreek. Iedereen staat recht en in dezelfde houding.
Na enkele welkomstwoorden vraagt de meester van het gebeuren ons om neer te gaan zitten. Hij houdt een lang historisch discours van ruim een uur. Hij heeft het over Bérenger Saunière, abt Gélis die ik niet ken, over paus Leo XIII, over Balaguer, de stichter van Opus Dei, over de katharen en de tempeliers, over Jezus, Maria-Magdalena, de dynastie van de “geheime” koningen, over graven en crypten.
Dan richt hij zich tot mij. Het is hem bekend dat ik maçon ben, rozenkruiser, lid van “l’Orde des Lames” en voorzitter-voor-het-leven van de “Orde van het Zwarte Schaap”. Ik schrik mij een aap.
Ik krijg niet eens de tijd om vragen te stellen. Vooral het feit dat ik auteur ben en artikels pleeg over geheime genootschappen en over de schat van de Tempel van Jeruzalem, de Merovingische koningen, Rennes-le-Château windt hem zienderogen op.
Ik begrijp nu pas dat deze orde, de mensen bij wie ik nu te gast ben, graag wil communiceren met de profane wereld en dat zij mij wil gebruiken als intermediair.
Na zijn betoog wordt mij toelichting en opheldering verstrekt over documenten die de filiatie bevestigen.
De Meester heeft mij bedenktijd en zal later opnieuw met mij contact nemen. De volgende keer zal hij mij uitnodigen naar de crypte van de oude abdij van Alet waar de inwijdingen plaatsvinden.
De zitting wordt gesloten. De aanwezigen, met als laatste de voorzitter, verlaten de zaal. Zij die mij tot hier hebben gebracht, komen mij halen en wij verlaten de plaats zoals wij gekomen zijn: in limousine en geblinddoekt.


Hoofdstuk 4
Ik ben zoekende oud geworden

Toen ik voor het eerst in de streek van Rennes-le-Château rondtoerde (met jonkvrouw Hélène), was ik tien jaar jonger en nog actief als kabinetsattaché van minister Luc Vanden Bossche. Ambitieus op het kabinet ben ik niet geweest: die periode was voor mij de ideale (en verhoopte) afsluiter van mijn onderwijscarrière. Ik kwam daar terecht op suggestie van een van mijn collega’s op het kabinet, Gilbert Lambregt, nu directeur BLO in het Brugse.
Ik hou wel van de dorpjes en de kleine landwegeltjes er naartoe, van oude stenen en oude glorie. Ik klom naar Rennes om er het domein en de realisaties van pastoor Bérenger Saunière met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Ik moet toegeven dat ik aanvankelijk een beetje ontgoocheld was. De Magdala toren was een imponerend baken, dat wel, maar behalve die toren leek mij niets transcendent. Toen ik echter een boek in handen kreeg met de geschiedenis van de pastoor zag ik het weer zitten. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Ik herinner mij nog levendig dat er geen vijf man rondliep op de site. Dan Brown was nog niet uit.
De geschiedenis van die man intrigeerde mij. Ik kreeg overal jeuk. Mijn lichaam gedroeg zich onrustig. De zenuwen gierden door de keel. Ik bleef maar rondhangen op het domein. De kerk fascineerde mij en ik wilde alle symbolen begrijpen. Toch bleef ik met meer vragen dan antwoorden achter.
Mijn vrouwtje volgde mij trouw en in mijn tred maakte zij lucide opmerkingen over wat zij zag. We werden schattenjagers!
Ik was dan ook blij dat ik einde augustus met de Grootmeester, Morgane, Parzival, Hélène, Joris, Peter Deforge en Georges de Courmayeur mee kon voor een kort bezoek aan Rennes-le-Château (ons main target waren echter de katharen).
We liepen alle (nieuwe) boekhandels af, op zoek naar literatuur over de pastoor en zijn onverklaarbare rijkdom. De inboorlingen van Rennes waren die keer beter georganiseerd, negeerden de toeristen niet langer, deden niet meer meewarig over hun zoektocht en enkelen inwoners hadden zich op de commercie gegooid om een “gewijde” stuiver of twee bij te verdienen.
Ik héb ontdekt (merk het accent). Veel dingetjes (bricoles), soms intrigerende, soms verrassende dingetjes, maar die steentjes waren niet voldoende om dieper te graven. Ik leek wel een goudzoeker met een grote zeef.
Ik vroeg mij daar ineens af, hoe mijn leven was verlopen. Een gewone vraag van een normale manspersoon. Tien jaar reeds was ik in de ban van Rennes, de Visigoten, de Merovingers, van schatten en spiritualiteit. Die geschiedenis had mij uitgeput, tien jaar had ik gezocht naar een valabel antwoord, velen hadden mij hun versie verteld of erover geschreven, maar niets voldeed mij, niets kon mij ervan overtuigen dat er meer in het spel was dan de frauduleuze verkoop van missen.
Ik heb geen spijt, maar ik keer niet meer terug. Ik voel mij een beetje triest. In mijn hoofd speelt het liedje: “A la queue leu leu!”


Hoofdstuk 5
Eindelijk een beetje “zakelijke informatie”

Vooraleer ik verder en met nog meer ijver op schattenjacht ga, wil ik je een beetje praktische info geven.
Rennes-le-Château (Rhedae is de oude naam van het dorp) is altijd (toch tot de 18de eeuw) een belangrijke plek geweest: bezet door de Galliërs, veroverd door de Romeinen, hoofdstad van Razes in de tijd van de Karolingers.
In de 18de eeuw werd Razes geteisterd door godsdienstoorlogen. Uitgeput door die oorlogen ging de streek ten onder aan de pest en raakte in de vergetelheid.
In de 19de eeuw kwam pastoor Bérenger Saunière als herder naar de parochie. Hij was een geschoold man,, koningsgezind, een bezige bij. Hij restaureerde de kerk en versierde haar met talrijke symbolen, zoals de duivel die het wijwatervat torst.
Hoe kwam hij aan het geld om al die verbouwingen te doen en nieuwe gebouwen op te trekken? Een mysterie! Geheime perkamenten? Een schat onder het altaar? Ik kom daar natuurlijk uitgebreid op terug.
“Terribilis est locus iste.” Deze plek is een “krachtplek”, een “heilige plaats”, een “magische site”.
Het domein van Bérenger Saunière bestaat uit de pastorie, de villa Bethania, de toren Magdala (met de bibliotheek) en de tuinen.
Het bezoek begint bij de gerestaureerde keuken van de pastorie en gaat verder met: de zaal met de documenten, de eerste verdieping met de geschiedenis van Rennes (Rhedae), de toren Magdala en de villa Bethania (als rusthuis voor bejaarde priesters). Je passeert een boetiekje, de Orangerie, de kerk, de tuin van Calvarie, een grot, de privé kapel, het graf van Saunière.
Als je de kerk binnen bent, moet je letten op een glasraam met Maria Magdalena die Jezus voeten oliet, een glasraam met Martha, Maria Magdalena en Jezus in Bethania, een bas-reliëf van Maria Magdalena in gebed verzonken, een beeld van de heilige Maria Magdalena, de eerste aan wie Jezus verschijnt na zijn kruisiging, het wijwatervat met de duivel en de kansel.
Spijtig dat het dorpskerkhof nu is gesloten voor de toeristen. Ik heb er tien jaar geleden het graf van Marie Dénarnaud, zijn jonge meid, bezocht. Ze heeft geleefd tot 1953. Zij heeft nooit één woord gerept over het mysterie van Rennes en zijn pastoor Bérenger Saunière.
Zwijgplicht? Een belofte of een voorwaarde?


Hoofdstuk 6
In het spoor van Bérenger Saunière

Rennes-le-Château is nu een klein dorpje in de Languedoc, meer bepaald in het departement van de Aude. De weinige dorpelingen leefden er vredig tot op het einde van de 19de eeuw. Zoals je reeds tot vervelens toe weet, geschiedde in het antieke Redhae heel wat bizarre dingen. Op 1 juni 1885 komt er een nieuwe pastoor aan, E.H. Bérenger Saunière, die de vrede in het dorp serieus zou verstoren.
De nieuwe dorpsherder vindt de kerk en het domein eromheen in een lamentabele toerstand. Het pastoriehuis in onbewoonbaar en de kerk verglijdt tot een ruïne. Wat kan hij er aan doen? Hij is arm, hij heeft dus geen persoonlijk fortuin, en hij richt zich eerst tot zijn parochianen. Kind van de streek wordt hij door hen vriendelijk onthaald. Na enkele tijd (niet zo lang) laat hij het dak van de kerk repareren. Geleidelijk wordt de kerk en het domein een drukke werf, werkjes her en der. De dorpelingen fronsen zich de wenkbrauwen. Vanwaar komt het geld? Heeft hun pastoor subsidies gekregen? Of wordt hij gesponsord door geloofsfanatici? Sauniére reist vaak naar Parijs en ’s nachts wroet hij in de grond van het kerkhof. Bovendien ontvangt hij met regelmaat aan zijn rijk gevulde tafel belangrijke personen, VIPS van toen, Fransen en buitenlanders. Hij schenkt ze lekkere wijn in en vergast ze op sterke drank. En wat de inwoner vooral opvalt, zijn de moderne toiletten die zijn meid aankoopt in de grote warenhuizen in Parijs.
Stilaan geraakt het dorp in de ban van alles wat er met de pastoor en zijn jonge meid gebeurt. Ook de nieuwe bisschop van Carcasonne spitst de oren. De plagerijtjes waarvan de pastoor de dupe is, beginnen uit te deinen. De kerkelijke rechtbank veroordeelt Bérenger herhaaldelijk voor zijn frauduleus gebruik van “de trafiek van de missen”. Hij wordt zelfs veroordeeld tot “suspens a divinis” (in zijn ambt geschorst). Deze zware sanctie haalt hem er eindelijk onderuit en in 1917 sterft hij, niet vooraleer hij schriftelijk al zijn bezittingen nalaat voor zijn meid.
Heeft Bérenger Saunière een schat opgegraven? Waar? Pastoor Saunière en zijn meid Marie Denarnaud nemen het geheim mee in hun graf (zij stierf pas in 1953).
Aan ons om “de schat” te definiëren of terug te vinden. Au bulot! Met kleine stappen probeer ik de sluier(s) op te lichten.


Hoofdstuk 7
Rennes-le-Château kwam zomaar in mijn leven

Tien jaar geleden, in 1997, kwamen mijn vrouw en ik aan in Couiza. Ons verhaal:

“We nemen de smalle weg naar Rennes-le-Château. Het miezert en een stevige wind steekt op. Links doemt een vervallen kasteel op en een beetje verder lees ik: “Niet graven in Rennes-le-Château”. In het dorp is geen kat ter bespeuren!
We stationeren onze wagen op een plein, dicht bij een waterkasteel. Op de top zie ik een bord met geometrische figuren. Mijn blik wordt verrast door een wankele toren die gans de vallei domineert. Wij blijven in het dorp uren dralen om de sfeer op te snuiven van mensen en dingen uit vervlogen dagen.
Op de middag duw ik de deur van een boetiekje open recht tegenover boekhandel “L’Empreinte”. De winkel is verlaten. We bevinden ons te midden van allerlei tekeningen: duivels, hoofden, plaatsjes, prenten. De tekeningen brengen ons van de echte naar een fantasiewereld. Ik roep en nog altijd daagt niemand op.
We doorlopen de twee verdiepingen en zien verbazend veel gravures en boeken over het dorp. Ook hier verwijlen wij een tijdje. Ineens komt een stevige kerel de winkel binnen. “De zaak is gesloten,” zegt hij. Alvorens naar buiten te gaan krijg ik van hem een setje uitvouwkaarten met het interieur van de kerk: “Plan – Guide/ Rennes-le-Château, mon église” (Bérenger Saunière) is de titel.
Van toen af werd het mysterie voor mij de werkelijkheid, pakte het mij in, maar ik was wel bang te worden ontgoocheld…”

Tien jaar later, in 2007, kwam ik terug. Ik had boeken verslonden over de pastoor en zijn schat(ten).
Weer rijden wij het kasteel van Coustaussa voorbij.
Het komt mij voor alsof ik in een labyrint rijd, met maar één uitweg, deze van de kennis van de ingewijde: ik weet niet wat ik zal vinden, wat ik zal ontdekken, maar toch zal ik de uitweg vinden. Ik ben geëxciteerd, zenuwachtig als duizend pezen tegelijk, niet gerustgesteld door mijn geweten, alleen mijn arrogantie houdt mij overeind…
De geschiedenis van de schat zal zich niet beperken tot dit dorp, maar zal mij ook naar elders brengen, dit voel ik in al mijn vezels…
Een mythe heeft zich de vorm van een realiteit aangemeten, zij is geen geschiedenis meer maar feit.


Hoofdstuk 8
De eerste keer

De eerste keer dat ik de naam Rennes-le-Château hoorde, was in september 1995. Een vriend vertelde mij toen van Cucugnan en de Katharen, en terloops vernoemde hij ook Rennes-le-Château, maar hij hechtte niet veel geloof aan die “verzinsels”.
Toch was die verwijzing voor mij voldoende om aan de lectuur te beginnen. Eerst het serieuze werk met Het Heilige Bloed en de Heilige Graal, een boek geschreven door Henry Lincoln, Michael Baigent en Richard Leigh over het mysterie van Rennes-le-Château. De schrijvers baseerden zich op documenten, speculatie, en analyses van schilderijen (van onder andere Nicolas Poussin) en topografische kenmerken in het landschap rond Rennes le Chateau en Montsegur.
In 1997 vertrokken wij dan richting Languedoc, Cucugnan, Rennes-le-Château. Tussen 1998 en 2005 gaf ik een paar bouwstukken over dit fenomeen in enkele loges in Zuid-West-Vlaanderen en schreef talrijke artikels over het mysterie.
Bérenger Saunière leek mij eerst een rechtvaardige man te zijn, die de armen liet mee profiteren van zijn rijkdom. Hij genoot echter zelf verschrikkelijk hard van zijn welstand en leefde als een seigneur. Zijn vrijgevigheid had meer te maken met Asmodeus, de duivel, dan met Jezus die aan zijn apostelen had gevraagd brood en wijn te verdelen.
Hoe dan ook Bérenger Saunière en zijn rijkdom werden het onderwerp van vele boeken en artikels in kranten en tijdschriften. Ook recent nog Dan Brown en de Da Vinci Code gebruikten de man als een louche figuur of een eerlijk mens die wist wanneer hij moest zwijgen en wat hij voor die zwijgplicht opeiste.
Maar wat schuilt er achter de “verrassende vondst” van de rijke pastoor en zijn jonge meid?
De schat van de Katharen? Het geheim van de Tempeliers? Perkamenten die verwijzen naar Jezus en Maria Magdalena? Honderden schattenjagers groeven en spitten in de grond van Rennes-le-Château, vooral het kerkhof was de begeerde plaats. Doden werden opgegraven, grafstenen ontcijferd, beelden ontwijd, blasfemie teisterde het christelijke geloof, pastoors werden vermoord.
Maar het enigma bleef overeind. En dit stoorde mij, vandaar mijn twee reizen naar het domein van pastoor Bérenger Saunière. Niet vergeefs bovendien, maar deze ervaring komt pas later in de artikelenreeks aan bod.
Zijn en hebben zijn twee wonderlijke hulpwerkwoorden. Zijn: ik ben en ik weet. Hebben: ik heb en ik bezit. Vinden en (voor zich) houden. Een gewijde, mysterieuze en anonieme plek vinden. In de vallei van de Aude was Bérenger Saunière de geslaagde “zakenman”.
De ondergrond van Rennes zou letterlijk doorspekt zijn met ondergrondse gangen die lopen van het ene hol naar het andere, als de biotoop van een blinde mol.
In een volgend hoofdstukje is een beetje geschiedenis van dit dorp aangewezen onderwerp.


Hoofdstuk 9
Nicolas Poussin

In 1774 heette de pastoor van Rennes-le-Château Antoine Bigou. Hij was de biechtvader van kasteelheer Markies d’Hautpoul. Op zijn sterfbed vertrouwde de markies hem een heel groot geheim toe. Op de zerk van de markies liet Bigou een deksteen aanbrengen met de woorden: Et in arcadia ego. Die steen was afkomstig van een oud graf uit Pontils, een gehucht op enkele km van Rennes.
Voor zijn dood verborg de pastoor enkele documenten in de holte van een steunpilaar van het altaar.
Vooraleer hij stierf (in 1794), gaf hij zijn geheim door aan E.H. Jean Vié, die pastoor was in Rennes-les-Bains, een klein dorpje op 8 km van Rennes-le-Château.
Et in arcadia ego.
Schilder Nicolas Poussin die in Andelys woonde, op enkele km van het kasteel van Gisors, in Normandië, maakte in 1639 het schilderij “Les Bergers d’Arcadie”. De herders waren geïntrigeerd door een ongewoon epitaaf (grafschrift): Et in arcadia ego (Ik ben in Arcadië). Het graf geleek sterk op dat van Pontils (in de gemeente Peyrolles).
Deze plek in Pontils trok vele goudzoekers aan. De eigenaar liet in 1988 het graf ontploffen. Vandaag is enkel nog de grafsteen gaaf op het kerkhof van Rennes.


Hoofdstuk 10
De schat van Titus

In 410 verovert Alaric, koning van de Visigoten Rome en plundert de stad. Hij vindt er de schat van Titus.
In 70 veroverde de Romeinse keizer Titus Jeruzalem. Hij plunderde de tempel en vergaarde een schat aan gewijde voorwerpen, zoals een gouden 7-armige kandelaar. Hij bewaarde de schat in het keizerlijke paleis.
In de 5de eeuw worden de Visigoten de nieuwe meesters van de Languedoc. Een gedeelte van de schat van Titus wordt opgeborgen in Carcasonne. Het tweede gedeelte wordt verdeeld over talrijke, moeilijk toegankelijke plaatsen in Rhedae (Rennes-lChâteau).
Heeft Bérenger Saunière de schat van Salomon (Titus) gevonden?

Op 1 juni 1885 komt de nieuwe pastoor in Rennes aan. Het bergdorpje is enkel te bereiken met een muilezel. Tot zijn grote verbazing vindt hij er een kerk in ruïne en ook het dorp is erg bouwvallig.
Op 4 oktober 1885 verliest Saunière bovendien zijn staatssubsidie, omdat hij zich opstelt als een fervente royalist. Nu moet hij leven met de giften van zijn parochianen. Hij gaat veel vissen en jagen om in zijn rantsoen te voorzien.
Vaak gestraft door zijn superieuren wordt hij geschorst, maar in juli 1886 keert hij reeds terug. De koningsgezinden beslissen om hem te steunen. Van de gravin van Chambord krijgt hij 3.000 frank goudstukken en een voorschot van de gemeente van 1.400 fr. Hiermee begint hij de restauratie van zijn kerk.
Gedurende de werken ontdekken de arbeiders een kuil in de grond. Onder voorwendsel dat het etenstijd is, stuurt hij hen buiten en sluit zich in de kerk op. Hij vindt er een koperen ketel vol goudstukken. “Het zijn goudstukken zonder waarde,” liegt hij voor, “het zijn medailles van Lourdes.”
Deze ontdekking doet de ronde in het dorp en de inwoners beginnen zich vragen te stellen.


Hoofdstuk 11
De eerste ontdekking

Tijdens restauratiewerken aan de kerk vinden de arbeiders een bergplaats in de vloer. Net wanneer zij hun boterhammetjes zullen eten. Tijdens de schaft stuurt Bérenger Saunière hen naar buiten. Hij sluit zich op in de kerk en vindt een ketel vol goudstukken. “Stukken zonder waarde, medailles van Lourdes,” veinst hij. Deze ontdekking doet de ronde en de bewoners stellen zich vragen. “Medailles?”

De werken hervatten enkele dagen na de vondst. De klokkenluider Antoine Captier vindt in de spijl van een oude houten balustrade een kokertje met documenten. “Och, zonder belang,” zegt de pastoor. Maar het gaat om gecodeerde teksten! Opnieuw sluit hij zich op in de pastorij en probeert de boodschap te decoderen. Na enkele dagen kan hij de teksten ontcijferen. Hij sluit zich weer op en verplaatst het altaar dat op een pilaar steunt:: een Visigotische steunzuil. Van binnen vindt hij drie perkamenten met onder andere de stamboom van Dagobert II. Na een woelige nacht roept hij twee metselaars van het dorp bij zich. Voor het altaar heffen zij een grote vloersteen op: de steen van de Ridders.
Op de steen zijn twee ridders afgebeeld die op hun paard klimmen. Bérenger Saunière stuurt opnieuw de arbeiders weg, maar zij vertellen dat de pastoor een graf heeft ontdekt. Hij roept de hulp in van twee pastoors uit de buurt, met name Gelis van Coustoussa en Boudet van Rennes-les-Bains. Zij worden echter niet vol ingewijd in het geheim. Met zijn meid, Marie Denarnaud, werkt hij ’s nachts en legt een crypte bloot.
Hij schrijft in zijn dagboek: “Ontdekking van en graf.”
Zijn bisschop, Billard, wordt door derden op de hoogte gebracht van wat er zich in Rennes-le-Château afspeelt. Hij stuurt Bérenger naar Parijs, met als doel de perkamenten te laten ontcijferen.
In Parijs maakt Bérenger Saunière kennis met pastoor Biel, directeur van het Heilig Graf, Emma Calvé, zangeres, Emile Hoffet, expert in oude manuscripten. Na enkele dagen kent hij “le tout Paris”.
Hij brengt zijn tijd door in het theater, in de kerk van het Heilig Graf en in het Louvre. In het museum koopt hij drie reproducties: “De verleiding van de Heilige Antonius”, “De herders van Arcadië” en een portret van paus Celestin V.
Wanneer hij vertrekt, wil hij zijn perkamenten terug, maar de clerus weigert zonder een verklaring. Pastoor Saunière is de Kerk echter te vlug af: voor zijn vertrek naar Parijs liet hij de documenten kopiëren. Terug in Rennes-le-Château trekt hij zich terug in de pastorij.
Daar ontcijfert hij zelf het geheim van de manuscripten. Met behulp van zijn meid maakt hij nachten na elkaar alle vloerstenen in de kerk los. Hij delft ook op het kerkhof en schendt enkele graven.
Hij spitst zich toe op een bepaalde grafsteen en probeert de inscripties en de grafschriften schoon te maken en opnieuw af te beitelen.


Hoofdstuk 12
De inwoners roeren zich

Wanneer ik tijdens die dagen in Rennes-les-Château rondloop, gonst het dorp van geruchten. Net of je hoort onafgebroken het zoemen van de bijen! “Hij verplaatst de graven, hij zoekt in grafkelders!” “Hij schuift met de beenderen die verspreid op de grond van de kelders liggen, precies of het damstenen zijn!” De mandatarissen van het dorp zijn geërgerd en hebben de prefectuur ingelicht.
Ik doe navraag bij de burgemeester die ik in het (enige) dorpscafé ontmoet. Hij zegt op een sussende toon: “Het kerkhof wordt te klein, we moeten uitbreiden.”
Ondanks de ergernis van de gemeenteraad blijft Bérenger delven, graven, wroeten. Wanneer hij op heterdaad wordt betrapt door de burgemeester, is hij bezig het grafschrift van Marie de Negri d’Ables onleesbaar te maken.
Waarom houdt de pastoor zich zo ijverig bezig met het “verdoezelen” van het graf van Marie de Negri d’Ables? De grafkelder van Marie bevindt zich rechts op het kerkhof, op enkele meters van het familiegraf van de familie Corbu. Blootgelegd door lokale archeologen vóór Bérenger Saunière er kwam, wist men dat de kelder uit twee gedenkplaten bestond: de eerste lag op de grond, de twee stond recht op de eerste. De grafsteen vertoonde heel wat anomalieën. Hij zou - en dit is pas belangrijk! - verwijzen naar de geheime boodschap in de perkamenten van Saunière.

De pastoor ontdekt volgende enigmatische zin:
“Herderin geen bekoringen. Dat Poussins, Teniers de sleutel bewaren door DCLXXXI. Door het kruis en het paard van God, maak ik deze duivelse wachter af op de middag. Blauwe appels.”

Wanneer hij deze boodschap heeft ontcijferd, gooit de pastoor het geld door deuren en vensters: hij restaureert volledig de kerk, hij verandert het meubilair. Hij koopt grond, zes kavels. Hij beveelt de aannemer Elie Bot een gebouw te metselen als nieuw verblijf, de Villa Béthanie. Hij legt een tuin aan met exotische bomen en dieren, waaronder twee apen (Capri en Mora). Een regenput zet een fontein in gang voor de vissen. Hij bouwt op een heuvel een veranda in glas en een bibliotheek. Het lijkt meer op een neogotische toren: de Toren Magdala. Daar bewaart hij 100.000 zegels en 10.000 postkaarten. De bibliotheek is in eik en bevloerd met dure tegels.

De werken duren 8 jaar. Hij ontvangt talrijke prominenten, zoals Emma Calvé die in Millau op een kasteel verblijft, waar zij haar minnaars ontmoet: Jean Stèphan de Hambourg en Etienne Dujardin, een vrijmetselaar. Hij ontvangt ook tonnen correspondentie, zijn tafel is een van de lekkerste van de streek, zijn rum komt van Martinique.
1908. de Kerk sluit de ogen, maar toch komt ineens een onweersvolk op. Monseigneur Billard wordt vervangen door De Beauséjour. Deze verplaatst Bérenger Saunière naar Coustouges, maar hij weigert. Hij neemt ontslag en pastoor Marty wordt de nieuwe parochieherder.


Hoofdstuk 13
Bérenger overlijdt

Voor hij overlijdt (22 januari 1917), maakt Bérenger nog heel wat plannen: hij wil een grote toren bouwen, een auto kopen…
Bij de opening van zijn testament weten de aanwezigen dat Saunière niets meer bezit en dat al zijn onroerende goederen reeds op naam staan van zijn meid, Marie Denarnaud. Zij blijft er wonen tot aan de komst van Noël Corbu aan wie zij het domein verkoopt. Zij belooft hem nog voor zij sterft het geheim van Rennes-le-Château mee te delen. Wanneer zij op 30 januari 1953 ineens sterft in de leeftijd van 85 jaar, omringd door de familie Corbu, neemt (?) zij niet eens de tijd om het geheim te verklappen.
Noël Corbu verandert het domein in een hotel-restaurant. Hij sterft echter in een autoaccident. Het domein wordt gekocht door Henri Buthion, die het laat vervallen.
Vandaag de dag behoort het domein aan de gemeente die het heeft ingericht als een historisch en cultureel centrum.

Ik ga op bezoek bij Henri Buthion.
Hij is eigenaar van het domein van Bérenger Saunière sedert 1964. Ik was toen 24 jaar en debuterende leerkracht Nederlands.
21 jaar later ontmoet ik hem in Rennes (1985).
Ik bel aan. Het is laat in de avond en schaars licht. Hij is klein en het eerste wat hij zegt, is: “Het domein is gesloten!” Dit wist ik. Wanneer ik aandring (ik kom van ver, mijnheer), haalt hij zijn bos sleutels boven en opent het hekje.
Het is een beminnelijke man vol poëzie. Hij ontvangt mij met veel hoffelijkheid in de toren Magdala. Na een korte kennismaking val ik blijkbaar in zijn smaak en hij nodigt mij uit om met hem te tafelen en te blijven overnachten. Toch niet in hetzelfde bed?
Ik blijf er drie dagen en twee nachten.
Mijn gastheer is gepassioneerd door het verhaal van de pastoor en zijn onverklaarbare rijkdom. “Indien hij langer had geleefd, zou hem nooit iets hebben ontbeerd. Hij zou worden gesoigneerd door een keizerlijke familie,” zegt hij met overtuiging.
In de kerk blijft Buthion staan voor een put in de vloer. Ik kijk omhoog en merk dat het hol zich bevindt in de as van de kerk. Buthion heeft er geen verklaring voor.
Samen bezoeken wij het graf van Bérenger Saunière. Er staat een simpel stenen kruis, met de inscriptie “INRI”, Jesus Nazarenus Rex Ludaeroum. Maar tot mijn verbazing zie ik dat de N omgekeerd staat. De plaat die het graf bedekt, heeft dezelfde afmetingen als de grafsteen van de familie van markies d’Hautpoul!


Hoofdstuk 14
De kerk

De kerk in Rennes-le-Château is toegewijd aan de heilige Maria Magdalena die naar Zuid-Frankrijk uitweek na de dood van Jezus. Zij bracht het kruis mee en de beker met enkele bloeddruppels van Jezus: de GRAAL.
Over Maria Magdalea las ik volgende verhaal:
“Maria Magdalena woonde op enkele km van het massief van Baume (in de Var), waar zij een teruggetrokken leven leidde.
Zij was geboren aan het meer van Tiberiade (in Galilea) in het dorp Magdala, wat betekende versterkt burcht. Het dorp was in de tijd van de Romeinse bezetting bewoond door Joden met aanzien die vooral van de visvangst leefden.
Maria Magdalena zou bezeten zijn geweest van zeven duivels. Zij werd gehoond en uitgesloten. Jezus van Nazareth maakte een einde aan haar lijdensweg. Zij werd één van zijn apostelen en volgde hem tot aan de voet van het kruis op Golgotha.
Toen de profeet stierf, was zij aanwezig bij de graflegging. In de morgen van Pasen vond zij de grafkelder leeg. Zij geloofde in de verrijzenis van haar meester.
De Romeinen vervolgden na de dood van Jezus alle apostelen. Maria Magdalena werd opgepakt en op een boot gezet zonder zeilen en zonder voedsel. Zij was overgeleverd aan de goodwill van God.
Na enkele dagen dreef het bootje tot aan de kust van Sainte-Marie de la Mer. Zij besloot zich terug te trekken in een grot tegen de kalkrotsen van het massief van Baume. Haar lang haar beschermde haar tegen de kou.”


Hoofdstuk 15
Terribilis este locus iste

“Deze plek is verschrikkelijk!” lees ik op het fronton van de kerk. 22 letters telt deze ongewone inscriptie. Links en rechts begluren twee grimmige waterspuwers de bezoeker. Ze trekken de aandacht op het monogram IHS. De twee eerste letters van het Griekse alfabet en de S van het Latijnse alfabet. Dit monogram werd in de 14de eeuw vooral gebruikt door de Jezuïeten. Het kruis dat deze letters vormen, wordt geïnterpreteerd als een teken van heiligheid en symboliseert de kosmos.
Een tweede inscriptie, In Hoc Signo Vinces (door dit teken zult u overleven), vind ik in de punt van de frontondriehoek. Twee stenen in de muur zijn daar ondersteboven ingemetseld en verwijzen naar een datum die achteraf is weggewist. Is deze plek dan toch “schrikwekkend”? Achter de deur word je gevat door verbazende decoraties die niet zo katholiek ogen en ook niet voor de hand liggend zijn voor het orthodoxe geloof.
Ik ben geheel in de ban van deze ornamenten. Maar vooral de doopvont valt in het ook van de bezoeker. De kreupele duivel Asmodeus die de schat bewaart en symbool staat voor de slechte geneugten des levens staart mij met grote blauwe ogen aan. Het lijkt wel of hij wil gaan zitten, maar hij vindt geen stoel. Met de vingers van zijn rechterhand maakt hij een cirkelende beweging, terwijl de vingers van zijn linkerhand op de knie rusten. Volgens de legende is Asmodeus de bouwheer van de Tempel van Salomon. Wijst de duivel met zijn rechterhand (vooral zijn duim wijst aan) de juiste plaats aan van een bron dichtbij het kasteel?
Ten zuiden van het kasteel is er een zit in de rosten die de inwoners de stoel van de Duivel noemen. Achter deze stoel in steen bevindt zich een bron: de bron van de Ring of de vicieuze Cirkel. Toeval of niet? Ook Saunière kende deze plek.
In de stoel van de Duivel zijn kabbalistische tekens gegrift. Keltisch geloof?
En wat betekenen de vijf gespreide vingers op de knie van Asmodeus? De Heilige Knie? Het feest van de Heilige Knie werd op 17 januari in de Middeleeuwen gevierd. Datum ook waarop markies d’Hautpoul stierf in 1781. Op de rechtstaande grafsteen van de markies liet Bérenger Saunière een gedeelte van de inscriptie verwijderen?
Boven de duivel zie ik twee engelen. Met erboven de inscriptie: Par ce signe tu le vaincras (door dit teken zul je hem de baas kunnen). Het woordje le werd zorgvuldig door Saunière bijgeplaatst. Waarom? Ook deze inscriptie telt 22 letters. Le staat tussen tu en vaincras op de 13de en 14de plaats in de zin. 1314 is de datum waarop Jacques de Molay, grootmeester van de Tempeliers, werd verbrand. Dicht bij Rennes, in Bézu en Lavaldieu, zijn er commanderijen van deze Orde.
Tussen de twee engelen en Asmodeus vind ik twee initialen: BS. Zijn dit de initialen van Bérenger Saunière? Of Blanque et Sals, twee riviertjes dicht bij de stoel van de Duivel en de bron? Bij het uitgaan van het dorp komen deze twee riviertjes samen. Deze plek wordt “Het Wijwatervat” genoemd. Of verwijzen BS naar het basilicum en de vele salamanders die het wijwater versieren? Fabelachtige dieren en de heraldieke symbolen.


Hoofdstuk 16
Contact met de vrijmetselarij?

Vertelde ik reeds over de angstwekkende, bijzonder erg indringende blik van Asmodeus? Hij fixeert zonder verpinken de bevloering van de kerk. De vloer bestaat uit 64 zwart-wittegels. Een mozaïek die je ook vindt in de loges en in de Tempel van Salomon.
Had Bérenger Saunière contact met Vrijmetselaars van Parijs en in eigen streek? Hij ging vaker naar Parijs, zoals je al weet. Denk ook aan mijn ontmoeting met broeders in Alet (zie hoofdstuk hierover).
De biechtstoel is van eik en het fronton doet het verhaal over herder Ignace Paris. In 1645 ontdekte hij een schat in een diepe put in de rotsen waar ook skeletten lagen. Hij ging naar huis, zijn zakken vol goud. De nieuwsgierige dorpelingen wilden meer te weten komen, maar de herder zweeg. Daarop beschuldigen ze hem van diefstal en sloten hem op. Zijn huis staat nu nog altijd op de heuvel.
Hoe vind ik de put van Paris?
Ik verlaat Rennes-le-Château via de enige berijdbare weg en neem de richting Rennes-les-Bains. Daar rijd ik de weg naar Soubirous op. Aan een boerderij parkeer ik mij op een stuk braakgrond. Rechts van mij zie ik een brede stijgende weg. Na enkele minuten stappen zie ik een witgekalkte dakpan liggen op een afgezaagde boomstam. Zij wijst mij de weg naar de gehuchten Paris en Granes. Maar deze dakpan blijkt een valse richtingwijzer te zijn! Toch zet ik door. Na enkele minuten sla ik rechts in naar Granes. Ik loop tot bij een schaapskooi. Op dit punt begint een van de oudste legenden van de vallei: het verhaal van Paris.
Ik neem de weg die bezijden de schuur loopt. Die schuur was de verblijfplaats van Paris. Recent werd de schuur gerenoveerd door een boer. 300 m links toont een kleine pijl mij de weg naar de kloof van Aven (20 m diep). Ik keer op mijn stappen terug en ga verder naar rechts waar ik na 150 m bij de put van Paris kom. Eindelijk!
Hert is een diepe put, begroeid met struiken en bosschage. In het midden staat een groen eik. Nabij de spelonk wijst groen mos op vochtigheid.
Ik hijs mij toch langzaam in de put. Rechtopstaande rotsstenen schutten de plek. De bodem is redelijk breed. In het midden van de put staat helder water dat uit stalactieten druipt. Het druppelen in het kleine bekken verbreekt de stilte. Rechts hangt een hart in klei, symbool van de liefde.


Hoofdstuk 17
De legende van Paris

Deze legende was pastoor Bérenger Saunière wel bekend.
Op de eiken biechtstoel merk je een geknielde Jezus die hulp biedt aan een lammetje. Dit herinnert zeker aan de legende van Paris. Wanneer je naderbij komt en in detail observeert, stel je vast dat de kop van het lam een menselijke vorm heeft en een beetje gelijkt op de duivel Asmodeus (aan beide kanten van de schedel zie je twee horentjes). Jezus legt zijn handen op het lam en verlicht hierdoor de pijn, zoals de handoplegging bij een zieke, het lijkt wel het laatste sacrament, de berechting, en dit betekent dat de dood dichtbij is.
Het kan geen toeval zijn dat Bérenger Saunière de biechtstoel heeft gekozen voor deze legende. De biechtstoel is immers de plaats waar de zondaar het sacrament van de penitentie ontvangt. Hij biecht zijn zonden op om daarna de absolutie te krijgen.
Er bestaat nog een andere legende van de herder Ignace Paris: zij dateert uit de 18de eeuw. Deze legende brengt de duivel van Blanquefort op de scène. Hij bezat en ontzaglijk groot fortuin en hij etaleerde graag zijn rijkdom. Een herderinnetje betrapte de duivel tijdens de uitstalling van zijn schatten. Met grote schreden haastte het meisje zich naar beneden om hulp te vragen. Terug op de plaats zagen de boeren enkel een veld van kiezelsteentjes.
Heeft pastoor Bérenger Saunière verwarring willen stichten door de twee legenden door elkaar te mixen?

De preekstoel kreeg een plaats in de kerk op 17 november 1891. Hij heeft de vorm van het cijfer 8, een cijfer dat niet bestaat in de christelijke symboliek. Het altaar kwam het eerst aan de beurt voor vernieuwing: onder aan het altaar plaatste Bérenger Saunière een eigengemaakt schilderij van Maria Magdalena, in de gedaante van een berouwvolle prostituee. In het werk zijn er heel wat verwijzingen te zien, zoals de positie van de handen. In de achtergrond merk je het kasteel van Coustoussa, het dorp van zijn vriend en collega Gelis. Gelis was ook aanwezig toen Bérenger de vloersteen van de ridders ontdekte.

Tegenover het altaar bevindt zich een bas-reliëf met de inscriptie: Venez à moi. Dit bas-reliëf werd gemaakt in de ateliers van het huis Giscard in Toulouse. Twee details verrassen mij: het kasteel, in de achtergrond, gelijkt wonderwel op het kasteel van Blanquefort. Blanquefort was de Grootmeester van de Tempeliers. Het kasteel werd gebouwd op de Roco Negro. Rechts onder merk je een beurs (een bazatse) die de schat symboliseert. Een zak vol goudstukken in een religieus tafereel versterkt nog het mysterie.

De polychrome beelden in de kerk zijn eveneens van het huis Giscard (Toulouse). Het zijn Sint-Lucas, Sint-Antonius van Padua, Sint-Antonius Kluizenaar ( feest op 17 januari), Sint-Rochus, Sinte-Germaine en de heilige Maria Magdalena. Onder het beeld van Magdalena staat een grote M. Germaine, Rochus, Antonius en Antonius en Lucas = de GRAAL.


Hoofdstuk 18
De geheime kamer

Achter de deur van de preekstoel heeft Bérenger Saunière een sacristie geïnstalleerd met enkel een groot eiken muurkast. Op de twee deuren van de kast staan de inscripties: Anté Missam en Post Missam (voor en na de mis)! Wanneer je de deuren van de kast openmaakt, ben je toch even uit je lood geslagen: je ontdekt een klein kamertje, een geheim kamertje. De geheime kamer van Bérenger Saunière!
Binnenin een kleine opening, een rond venstertje dat uitgeeft op de poort van het kerkhof. Met oog op de verborgen schat?
Deze sacristie en het klein kamertje zijn niet toegankelijk voor het publiek.


Hoofdfstuk 19
Stralen

Hoogst ongewoon is het effect van een zonnestraal die in de kerk dringt en een glasraam verlicht waarvan de projectie op de muur drie blauwe appels laat zien! Dit fenomeen doet zich ieder jaar op 17 januari voor. Een restauranthouder heeft zijn eethuisje dan ook “La Pomme bleue” gedoopt.
Tweede merkwaardigheid: de kruisweg om de kerk wordt door intimi de weg naar de hel genoemd. Derde fenomeen: in de kerk zal de bezoeker geen enkele verwijzing zien naar de verrijzenis van Jezus.
Drie enigma’s: drie blauwe appels, de kruisweg en het ontbreken van de verrijzenis des Heren. Waarom?

Derek van ’t Gulle Zand
(Wordt vervolgd)