EMMAS LANGE LIJDENSWEG
Grootmoeder, het wordt de hoogste tijd dat ik jouw naam opnieuw in herinnering breng. Het wordt de hoogste tijd dat je gewaden van glanzende zijde gaat dragen: lichtblauwe, knalrode, zachtgele, kies jij maar uit. Dat die zware klompen voorgoed aan de nagel worden gehangen. Dat de donkere lompen waarin je gekleed ging verbrand worden, na bijna een halve eeuw uitgebuit en geestelijk verkracht door het leven te zijn gegaan. Moge de zomerwind de as van jouw armoedig plunje naar de vier windstreken verwaaien en zich verliezen in de tijd.
Wie beter dan ik kent jouw verhaal? Wie beter dan ik kan zich inleven in alles wat je hebt moeten doorstaan? Jouw agonie duurde langer dan een halve dag en de daaropvolgende nacht waarin je je laatste kind zou baren; je had uitzicht op niets dan op een lange lijdensweg die je alleen zou moeten gaan. Wat ging er in je om de laatste maanden vooraleer het laatste van jouw vijf kleine kinderen werd geboren? Heb je je in jezelf gekeerd toen jouw naaste buurman jouw geliefde kippen allemaal de nek omwrong omdat ze een graantje pikten op zijn erf? Kromp je daarom ineen? Heb je hem kunnen vergeven? Is er een andere verklaring waarom je jouw pasgeboren kind niet voeden wou?
Je wou geen gesprekken, je wou je verdriet alleen verwerken, je dacht jezelf te kunnen regenereren. Je kreeg er de tijd niet voor. In een krankzinnigengesticht werd je ingeleverd; de handtekening van de onwetende, ongeschoolde dorpsdokter volstond. Meegenomen werd je door hem. Je zou een tijdje worden 'vastgezet': een term die de gemeentebeambte in het grote logboek schreef. Een paar weken rust zouden je goed doen werd jullie verzekerd: jou en grootvader. Jullie kwamen allebei bedrogen uit. Het werd, en het bleef: Vastzetten.
Na vier weken opsluiting vroeg je grootvader of je mee mocht naar huis. Het mocht niet. Men had je onder voogdij van de Staat geplaatst; hij, de oppermachtige, de genadeloze, de tot vlees en bloed geworden papiermolen. Hij plette je tot minder dan het stof dat alle nutteloos papier om vrijstelling deed opwaaien. De eerste oorlog kwam er aan. Men verhuisde je naar een verre plek waar zelfs geen boemeltrein heen voerde. Het systeem vergat je. De dorpsdokter vergat je. Uitbesteed werd je aan boeren terwijl jouw eigen vijf kleine kinderen zonder jouw liefde en zorgen moesten opgroeien; één ervan mijn geliefde vader die toen amper zeven was.
Tussen twee wereldoorlogen in zat je geklemd tussen zeven kinderen die de jouwe niet waren. Je bracht ze allemaal groot. Je hanteerde het mes en je sneed brood. Je bewees zware taken op de boerderij aan te kunnen; een bewijs van je herstel dat weggewuifd werd. Je eigen kinderen zou je nooit mogen voeden. Het zouden meer dan vijfenveertig lange jaren worden van uiterlijke miserie en innerlijke nood, ondanks het sporadisch bezoek van je geliefden.
Vaak heb ik aan je gedacht, heel vaak de pijn en het onrecht meegeleden die jou werden aangedaan. Alsof ik jou geworden ben, alsof ik jou ben, zo onontwarbaar voel ik me met jou verbonden. Aan jouw lange lijdensweg kwam uiteindelijk een einde toen je stierf, nu al meer dan een halve eeuw geleden. Niemand heeft de diepte van je ziel kunnen peilen die tegelijk met jouw geest een korte tijd in nevel was gehuld. Jouw leven als jonge vrouw werd voorgoed de bodem ingeboord toen jouw kakelende huisvrienden, een onbegrijpelijke, gewelddadige dood moesten sterven. Toen de liefde die je voor hen voelde met blote handen werd gewurgd, jij tegelijk de adem werd afgesneden ofschoon je hoogzwanger was.
Zevenendertig was je. Zachtzinnig. Gedwee. Onderworpen ging je de kalvarieberg op. Ofschoon je geest en je ziel de nevel waren ontstegen vergat het 'systeem' je jouw vrijheid terug te geven; de verantwoordelijken 'vergaten' je. Ver van allen die je blijven beminnen stierf je. Grootmoeder, leer mij jouw kwelgeesten vergeven.
Zie ook: http://www.coquelicot.com.py/
Schrijver: Iris Van de Casteele, 24-09-2008
Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
Stichtingsdatum: 1 februari 2007
"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"
"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.
25 september 2008
24 september 2008
Wat is poëzie?

Volg het pratende!
Wat is poëzie?
Vooraleer ik deze vraag te beantwoorden stel ik eerst een andere vraag: wat is taal?
Taal is een conventie. Een conventie die ruwweg uit twee componenten is opgebouwd, namelijk een auditieve en een visuele. De geluiden en klanken die we produceren en waarmee we woorden en zinnen maken. Dat verstaanbare gedeelte noemen we het auditieve. Het visuele zouden we het alfabet, de (letter)tekens of tekeningen kunnen noemen die we gebruiken om onze gedachten of woorden neer te schrijven. Deze taalelementen gebruikt de dichter in zijn of haar kunstvorm, namelijk poëzie. In poëzie herdefiniëren de dichters deze conventie steeds opnieuw. Sommigen herwerken de bestaande taal zo extreem ver dat ze onherkenbaar wordt. Soms maken ze zelfs een eigen, nieuwe, taal. De poëzieontvanger dient zich deze nieuwe taal eigen te maken om zo de beelden/klanken/gehelen die de dichter heeft gecreëerd te kunnen begrijpen.
Waarom ontvanger en geen lezer? Omdat poëzie meer is dan alleen lettertjes op papier. Soms is het papier zelf de poëzie, of de leegte tussen de letters, of de manier waarop de lettertjes werden gedrukt. Soms is poëzie de klank die de dichter uitstoot, soms…. zijn collages van bijvoorbeeld krantenknipsels of foto’s ook poëzie en soms worden computers ingeschakeld om (ad random) woorden te produceren. In diverse musea voor moderne kunst kan je hiervan voorbeelden terugvinden.
De zoektocht naar pure poëzie is een artistieke evolutie die reeds enkele eeuwen bezig is en op dit moment ook nog steeds aan de gang is. Sommige dichters hebben in hun eigen zoektocht gekozen om meer aandacht te besteden aan het auditieve, terwijl anderen daarentegen het visuele als uitgangspunt genomen hebben.
In de eerste categorie hoort zeker Jan Hanlo thuis. Wat dacht je van het volgende fragment (Uit Jan Hanlo: gedichten (Van Oorschot 7e druk 1994))
Oote
Oote oote oote
Boe
Oote oote
Oote oote oote boe
Oe oe
Oe oe oote oote oote
A
A a a
Oote aaa
Oote oe oe
Oe oe oe
Oe oe oe oe oe
Oe oe oe oe oeOe oe oe oe oe oe oe
Oe oe oe etc.Oote oote oote
Eh eh euh
Euh euh etc.
Oote oote oote boe
etc.
etc.etc.
Sommige dichters wilden ook visueel een meerwaarde aan hun werk geven.
Apollinaire wilde in “il pleut” meer doen dan alleen over de regen schrijven. Het regent letterlijk woorden op het papier

meer op http://www.tussentaalenbeeld.nl/)
In het Rusland van de jaren 20 ontwikkelde Khlebnikov een nieuw eigen (Slavische) taal die Sergej Birjukov me in 2005 leerde kennen en waarmee Janet Kim in 1999 het woord Khlebnikov schreef in haar werk Translations: (zie http://www-scf.usc.edu/~janetkki/)

Het woord Khlebnikov werd herleid tot consonanten: --> Kh + L + B + N + K + V. Versmolten tot een geheel komen we tot bovenstaande tekening. Het dominante cirkeldeel onderaan links (de grootste vorm omdat het de eerste letter is) is de klank “kh”, de witte rechthoek met de daarnaar loodrecht naderende staaf staat voor de “l”. De andere klanken zijn verder willekeurig verspreid aanwezig.
Een nieuwe taal waar ook de kubisten (Malevich bijvoorbeeld) mee overweg konden.
Beide hierboven genoemde dichters behoren duidelijk tot de visuele poëten.
Om een dichter te vinden wiens werk een combinatie is van zowel auditieve als visuele elementen moeten we eigenlijk niet over de grenzen gaan kijken.
Het spelen met taal, klanken (en klanksterkte) en vormen kon Paul Van Ostayen heel goed. Een klein voorbeeldje (tromgeroffel) “Boem Paukeslag” mag dan ook niet ontbreken.

Maar meer nog wil ik je aanzetten om zijn “Bezette Stad” te lezen (bvb op http://users.pandora.be/gaston.d.haese/bezette_stad.html) en te zien hoe diverse talen samen met hun eigen karakter en taalkleur worden gebruikt en versmolten tot een geheel dat de sfeer uitstraalt van de oorlogsjaren en ook in zijn later werk van de “roaring twenties”.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Waarom deze waanzin van het woord, waar blijven de sonnetten, de enjambementen, de pentameters, het eindrijm en de Schoonheid van de Moedertaal? Een van dé kantelmomenten in de geschiedenis waar de poëzie een volledig ander gezicht kreeg is de 1e wereldoorlog. Vele dichters, en ook andere kunstenaars in hun kunstexpressie, konden zich geen – literaire – wereld meer voorstellen vol Schone Sonnetten na een periode die generaties door de vleesmolen had gemaald.
Ik doe onrecht aan alle studies, papers, thesissen, … die over bovenstaande en aanverwante dichters zijn geschreven. Het is soms moeilijk om de grote, ware – echte, liefde te beschrijven. Wetende dat je ze, op het moment dat je ze verwoordt, eigenlijk vermoordt.
Het probleem is eigenlijk dat er over alternatieve dichtvormen ontzettend weinig wordt geschreven in Nederlandstalige (poëzie- en literatuur)tijdschriften, (e-)magazines,...
Een artikel over hermetische poëzie dat onlangs verscheen in het e-zine Meander (http://www.meandermagazine.net/) kwam nog het dichtst in de buurt. Dichtbij, omdat deze poëtische expressievormen, meer nog dan de meer traditionele (geschreven) uitdrukkingsvormen, heel hermetisch zijn.
Hopelijk kan dit artikel een aanzet zijn om hierover meer te lezen en beluisteren. Ik hoop op deze manier hedendaagse dichters aan te zetten om zelf meer te experimenteren met het zelf schrijven in een of meer van de volgende poëzievormen: lautpoesie, grafische poëzie, dada, Zaum, futurisme, fluxus, installatiepoëzie, hun dichte neven en onbekende nichten. Misschien volgen zij dan het voorbeeld wel van Henri Chopin of van John Cage, Hugo Ball, Kurt Schwitters, Karlheinz Stockhausen, Velemir Hlebnikov, Kazimir Malevich, Alan Ginsberg, Meredith Monk, Marilyn Rosenberg en anderen. Of wil je je meer toeleggen op werk zoals Paul Van Ostaijen, Paul De Vree, Theo Van Doesburg, Jan Hanlo, Maja Jantar of Jaap Blonk dat ma(a)k(t)en.
In december komt Henri Chopin trouwens optreden in Bozar te Brussel. Deze in 1922 in Parijs geboren dichter staat bekend om de poëzie die hij creëert met zijn lichaam.
Zijn poëzie komt letterlijk uit zijn mond- en buikholten. (http://www.bozar.be/activity.php?id=7741)
Wie meer wil weten wat er allemaal aan beluisterbare poëzie op het web te vinden is, kan zijn/haar oor te luisteren leggen op www.ubu.com (mp3 archive), waar diverse unieke opnames staan. Ook zij beginnen met Appolinaire.
Een andere audiobibliotheek die me telkens weer en weer en weer doet watertanden is www.lyrikline.org.
Het is een schatteneiland, een magisch Wonderland, maar met dat verschil dat overal waar ik graaf ik een Ah of Oh kreetje slaak bij het ontdekken van een volgende schat. Nog zo’n schat is de doctoraatsthesis van Jelle Dierickx die helemaal te lezen is op www.krikri.be/orpheus
Uren, dagen, maanden, jaren kan ik doorbrengen met het beschrijven van meters papier, maar de bomen verdragen dat niet.
Ik hoop dat wat ik hier hebben laten zien kan aanzetten om even na te denken over het dictaat van de geschreven woordpoëzie en meer nog, dat het lezers aanzet zelf te experimenteren met woord, taal, geluid, beeld en dat meer mensen buiten de lijntjes gaan kleuren.
Poëzie mag (moet!) meer zijn dan alleen wat woorden na elkaar. Rijmen met beelden, mezelf uit de houdgreep wurmen van de gedrukte letters. Dat soort van poëzie is mijn dada, mijn Zaum, mijn heilige Cobra, mijn eigen werkterrein.
DAAG
DAG dichter
dag lieve dichter
dag klein dichterlijn mijn.
Knijp fijn, even maar, in mijn zachtpluchen alwetend wit konijn.

Wat is poëzie?
Een roep naar meer experiment
door Philip Meersman
23 september 2008
Christina Guirlande leest voor uit eigen poëzie!
UITNODIGING
Op zaterdag 27 september te 19 uur sluit CHRISTINA GUIRLANDE "Vlassenbroek Poëziedorp 2008" af met een lezing over eigen poëzie.
Na de lezing vindt de vernissage plaats van de tentoonstelling van haar aquarellen en tekeningen.
Op zondag 26 oktober geeft CHRISTINA GUIRLANDE te 15 uur een lezing over "Rainer Maria Rilke en Emile Verhaeren, tijdgenoten en vrienden", voor de Kunstkring idCollectief te Hamme.
Plaats: Tentoonstellingszaal idCollectief, Sint-Jansstraat 27, 9220 Hamme.
U wordt hiermee van harte uitgenodigd.http://users.skynet.be/guirlande
Op zaterdag 27 september te 19 uur sluit CHRISTINA GUIRLANDE "Vlassenbroek Poëziedorp 2008" af met een lezing over eigen poëzie.
Na de lezing vindt de vernissage plaats van de tentoonstelling van haar aquarellen en tekeningen.
Op zondag 26 oktober geeft CHRISTINA GUIRLANDE te 15 uur een lezing over "Rainer Maria Rilke en Emile Verhaeren, tijdgenoten en vrienden", voor de Kunstkring idCollectief te Hamme.
Plaats: Tentoonstellingszaal idCollectief, Sint-Jansstraat 27, 9220 Hamme.
U wordt hiermee van harte uitgenodigd.http://users.skynet.be/guirlande
Heb ik gelijk of heb ik gelijk?
Beste Auteur,
Jij die niet uitgeeft bij een “professionele uitgeverij” en over geen “uitgavencontract tussen uitgever en auteur” beschikt en bovendien geen “auteurshonorarium” ontvangt,
wordt, net zoals ik, gediscrimineerd. Deze discriminatie heeft niets met de kwaliteit van het werk te maken, enkel met de voorkeursbehandeling van de professionele uitgeverijen. Ook hier (zoals bij de subsidiëring van de auteur) geeft de Overheid voorrang aan de commercie boven het belang van de auteur.
Wraakroepend!
Thierry Deleu
Hieronder lees je een schoolvoorbeeld hoe het in de praktijk gebeurt. Stichting Lezen Vlaanderen past de regel toe die haar door de Overheid is opgelegd.
*********************************************************************************
Antwerpen, 19 september 2008.
Geachte heer Deleu,
Enkele jaren geleden meldde u zich aan voor opname in de Auteurslijst. Auteurs op
deze lijst kunnen tot 15 keer per jaar een auteurslezing geven met 100 euro steun van Stichting Lezen. De Auteurslijst is een dynamisch en actueel werkinstrument. Stichting Lezen bekijkt dan ook elk jaar of alle auteurs op de Auteurslijst nog voldoen aan de criteria en in de afgelopen vijf jaar minstens één boek bij een professionele uitgeverij publiceerden (*). Het is immers belangrijk voor het publiek van een lezing dat het werk van een auteur vlot te vinden is in de boekhandel en bibliotheek. Als de laatste publicatie van een auteur ouder is dan vijf jaar, worden zijn gegevens niet meer in de lijst opgenomen tot er nieuw werk verschijnt. Dan kan de auteur zich opnieuw aanmelden.
Voor zover wij hebben kunnen nagaan, verscheen er sinds 2004 geen werk van u bij een professionele uitgeverij, Hierdoor beantwoordt uw profiel niet langer aan de voorwaarden en zullen we uw gegevens niet meer in de Auteurslijst opnemen. Het is natuurlijk mogelijk dat we bij het opsporen van uw bibliografie iets over het hoofd gezien hebben. Als dat het geval is, brengt u ons dan hiervan op de hoogte? Dan voegen we de nieuwe gegevens toe aan uw overzicht en blijft uw naam op de Auteurslijst staan. Ook wanneer u binnenkort weer een boek zal publiceren, kunt u ons dit laten weten.
De criteria voor opname in de Auteurslijst kunt u raadplegen op http://www.stichtinglezen.be/, in de rubriek Auteurslezingen, bij "Ik ben auteur".
Met de meeste hoogachting en vriendelijke groet
Majo de Saedeleer
Directeur Stichting Lezen
An Stessens
Projectmedewerker Auteurslezingen
(*) De voorgestelde publicaties hebben een ISBN-nummer en zijn opgenomen in het Boekenbank-bestand. De uitgeverij verzorgt een aanbieding aan de boekhandel, hanteert de gebruikelijke leveringsvoorwaarden en maakt minstens één keer per jaar een fondslijst. Om deze voorwaarden te toetsen, kan Stichting Lezen informatie inwinnen bij de Vlaamse Boekverkopersbond en bet Vlaams Fonds voor de Letteren. Voor de desbetreffende uitgaven bestaat bovendien een uitgavencontract tussen uitgeverij en auteur. Er wordt een regulier auteurshonorarium aan de auteur betaald. De auteur wordt door de uitgever redactioneel begeleid. Boeken waarvoor de auteur zelf in de productie-, promotie- of distributiekosten participeert of waarvan de auteur een bepaald aantal exemplaren afneemt tegen betaling, komen niet in aanmerking.
Jij die niet uitgeeft bij een “professionele uitgeverij” en over geen “uitgavencontract tussen uitgever en auteur” beschikt en bovendien geen “auteurshonorarium” ontvangt,
wordt, net zoals ik, gediscrimineerd. Deze discriminatie heeft niets met de kwaliteit van het werk te maken, enkel met de voorkeursbehandeling van de professionele uitgeverijen. Ook hier (zoals bij de subsidiëring van de auteur) geeft de Overheid voorrang aan de commercie boven het belang van de auteur.
Wraakroepend!
Thierry Deleu
Hieronder lees je een schoolvoorbeeld hoe het in de praktijk gebeurt. Stichting Lezen Vlaanderen past de regel toe die haar door de Overheid is opgelegd.
*********************************************************************************
Antwerpen, 19 september 2008.
Geachte heer Deleu,
Enkele jaren geleden meldde u zich aan voor opname in de Auteurslijst. Auteurs op
deze lijst kunnen tot 15 keer per jaar een auteurslezing geven met 100 euro steun van Stichting Lezen. De Auteurslijst is een dynamisch en actueel werkinstrument. Stichting Lezen bekijkt dan ook elk jaar of alle auteurs op de Auteurslijst nog voldoen aan de criteria en in de afgelopen vijf jaar minstens één boek bij een professionele uitgeverij publiceerden (*). Het is immers belangrijk voor het publiek van een lezing dat het werk van een auteur vlot te vinden is in de boekhandel en bibliotheek. Als de laatste publicatie van een auteur ouder is dan vijf jaar, worden zijn gegevens niet meer in de lijst opgenomen tot er nieuw werk verschijnt. Dan kan de auteur zich opnieuw aanmelden.
Voor zover wij hebben kunnen nagaan, verscheen er sinds 2004 geen werk van u bij een professionele uitgeverij, Hierdoor beantwoordt uw profiel niet langer aan de voorwaarden en zullen we uw gegevens niet meer in de Auteurslijst opnemen. Het is natuurlijk mogelijk dat we bij het opsporen van uw bibliografie iets over het hoofd gezien hebben. Als dat het geval is, brengt u ons dan hiervan op de hoogte? Dan voegen we de nieuwe gegevens toe aan uw overzicht en blijft uw naam op de Auteurslijst staan. Ook wanneer u binnenkort weer een boek zal publiceren, kunt u ons dit laten weten.
De criteria voor opname in de Auteurslijst kunt u raadplegen op http://www.stichtinglezen.be/, in de rubriek Auteurslezingen, bij "Ik ben auteur".
Met de meeste hoogachting en vriendelijke groet
Majo de Saedeleer
Directeur Stichting Lezen
An Stessens
Projectmedewerker Auteurslezingen
(*) De voorgestelde publicaties hebben een ISBN-nummer en zijn opgenomen in het Boekenbank-bestand. De uitgeverij verzorgt een aanbieding aan de boekhandel, hanteert de gebruikelijke leveringsvoorwaarden en maakt minstens één keer per jaar een fondslijst. Om deze voorwaarden te toetsen, kan Stichting Lezen informatie inwinnen bij de Vlaamse Boekverkopersbond en bet Vlaams Fonds voor de Letteren. Voor de desbetreffende uitgaven bestaat bovendien een uitgavencontract tussen uitgeverij en auteur. Er wordt een regulier auteurshonorarium aan de auteur betaald. De auteur wordt door de uitgever redactioneel begeleid. Boeken waarvoor de auteur zelf in de productie-, promotie- of distributiekosten participeert of waarvan de auteur een bepaald aantal exemplaren afneemt tegen betaling, komen niet in aanmerking.
22 september 2008
De Bloemlezer
Uitnodiging
Poëziefeest in de tuin
bij Paul Geerts & Magda Lambert
Mastellestraat 47 Veltem-Beisem
ZONDAG 28 SEPTEMBER 2008 OM 15 UUR
Met de winnaars van de Mengmettaal-Hannah wedstrijd 2007:
Poëziefeest in de tuin
bij Paul Geerts & Magda Lambert
Mastellestraat 47 Veltem-Beisem
ZONDAG 28 SEPTEMBER 2008 OM 15 UUR
Met de winnaars van de Mengmettaal-Hannah wedstrijd 2007:
Diana Freys
Erna Van den Driessche
Rita Van Hauwermeiren
Erna Van den Driessche
Rita Van Hauwermeiren
Met de Mengmettalers:
Cyriel Gladines
Mark Meekers
Gerda De Preter
Mark Meekers
Gerda De Preter
Karel Sergen
Hilde Boulanger
Herman Rohaert
Anne Wiering
Hilde Boulanger
Herman Rohaert
Anne Wiering
Met de Herentenaars :
Ghislaine Gilissen
Lieve Devijver
Lieve Devijver
Met muzikale omlijsting
door blokfluittiste Els Spanhove en gambaspeler Pieter Vandeveire
Met de Klaproos van Anita Huybens
Met de Klaproos van Anita Huybens
En een drink in de tuin.
Inkom 5 €, incl . programmaboekje en drink
Inkom 5 €, incl . programmaboekje en drink
20 september 2008
Memo: tentoonstelling Geert De Kockere!
_____________________________________________________________________
Kunstgalerij Mens & Natuur
Activiteiten najaar 2008
Vrijdag 10 oktober 2008 om 20 uur:
Indoloog & filosoof Koenraad Elst
De keerzijde van geweldloosheid - een moreel dilemma. Het geval Mathatma Gandhi.
Kan je een gewapende tegenstander overwinnen, op afstand houden of bedaren met geweldloze middelen?
Wie daarop ja zegt, verwijst doorgaans naar het voorbeeld van Mahatma Gandhi.
Inkom: 5,00 euro.
Vrijdag 21 november 2008 om 20 uur:
Damien Deceuninck, docent kunstgeschiedenis
Het landschap in de kunst (met dia’s).
Schilderijen vertellen iets over hoe men de wereld ziet of zou willen zien. Hoe kijkt men naar de wereld, vroeger en nu? Het landschap bij Bruegel, Titiaan, Ruysdael ... Het verlangen naar de natuur bij Friedrich, Cézanne, Van Gogh. Landschappen van de geest bij Dali, Ernst. La condition humaine bij Magritte.
Het landschap van klassiek tot modern.
Inkom: 5,00 euro.
Vrijdag 5 december 2008 om 20 uur:
HARPCONCERT “NOCTURNE”
met Annelies BOODTS (harp) en Sebastiaan HETTEMA (hoorn) - Duo CORDAS.
Inkom: 10,00 euro (reserveren a.u.b.!)
Vrijdag 12 december 2008 om 20 uur:
Damien Deceuninck, docent kunstgeschiedenis
De kunst in het landschap (met dia’s).
Land art, proces art, total art, environmental art, earth works ... kunst die vragen stelt naar onze beleving en codering van de omgeving. Grenzen vervagen bij kunstenaars als Christo, Morris, Smithson ...
Inkom: 5,00 euro.
_______________________________________________________________
Kunstgalerij Mens & Natuur
Maenhoutstraat 75a - 9830 Sint-Martens-Latem
nodigt U van harte uit tot een bezoek aan de
TENTOONSTELLING
23 augustus – 5 oktober 2008
Geert De Kockere
Staaltjes natuur - Moving nature
Natuurfotografie en litenatuurtjes
Geert De Kockere (°1962) publiceerde al 75 boeken voor kinderen, jongeren en volwassenen en
werd daar meermaals nationaal en internationaal voor bekroond. In zijn grote tuin in Gierle bloeide zijn liefde voor de natuur die hij als jongere al had weer helemaal open. In die grote studio ging hij met een macrolens op zoek naar wat vaak moeilijk of niet te zien is. Of wat zich tussen de struiken en onder bladeren schuilhoudt. Een wondere wereld vol poëzie, kleuren en vormen.
Met zijn foto's wil hij niet registreren of informeren, hij wil beroeren, een verhaal vertellen.
Hij is voortdurend op zoek naar kleuren en vormen in de natuur. Naar de poëzie. Naar de humor ook.
Om de beelden te presenteren, ontwierp hij zijn eigen frames uit weervast staal. De foto's worden geprint op canvas en zwevend ingelijst. Als 'staaltjes natuur'.
Geert De Kockere schrijft ook litenatuurtjes. Dat zijn kleine, poëtische teksten over de natuur. Meestal met een woordspeling en een knipoog naar de mens. Relativerend, filosoferend. Hij laat ze ook uit platen weervast staal snijden, zodat hij in een tuin, in een natuurgebied of als staptegels op de grond de toevallige gasten of bezoekers met zijn poëzie kan verwonderen.
Openingsuren Galerie:
donderdag-, vrijdag-, zaterdag- en zondagnamiddag 14:00 t.e.m. 18:00 uur en op afspraak.
www.mens-en-natuur.com - www.man-and-nature.com
In de Galerie permanent werk van:
Miejef Callaert, Hilde Geelen, George Hezemans, Olga Gorokhova
Organisatie:
Arnold Eloy, Maenhoutstraat 75a, 9830 Sint-Martens-Latem. T.0496-805799 - E-mail: arnold.eloy@skynet.be
Kunstgalerij Mens & Natuur
Activiteiten najaar 2008
Vrijdag 10 oktober 2008 om 20 uur:
Indoloog & filosoof Koenraad Elst
De keerzijde van geweldloosheid - een moreel dilemma. Het geval Mathatma Gandhi.
Kan je een gewapende tegenstander overwinnen, op afstand houden of bedaren met geweldloze middelen?
Wie daarop ja zegt, verwijst doorgaans naar het voorbeeld van Mahatma Gandhi.
Inkom: 5,00 euro.
Vrijdag 21 november 2008 om 20 uur:
Damien Deceuninck, docent kunstgeschiedenis
Het landschap in de kunst (met dia’s).
Schilderijen vertellen iets over hoe men de wereld ziet of zou willen zien. Hoe kijkt men naar de wereld, vroeger en nu? Het landschap bij Bruegel, Titiaan, Ruysdael ... Het verlangen naar de natuur bij Friedrich, Cézanne, Van Gogh. Landschappen van de geest bij Dali, Ernst. La condition humaine bij Magritte.
Het landschap van klassiek tot modern.
Inkom: 5,00 euro.
Vrijdag 5 december 2008 om 20 uur:
HARPCONCERT “NOCTURNE”
met Annelies BOODTS (harp) en Sebastiaan HETTEMA (hoorn) - Duo CORDAS.
Inkom: 10,00 euro (reserveren a.u.b.!)
Vrijdag 12 december 2008 om 20 uur:
Damien Deceuninck, docent kunstgeschiedenis
De kunst in het landschap (met dia’s).
Land art, proces art, total art, environmental art, earth works ... kunst die vragen stelt naar onze beleving en codering van de omgeving. Grenzen vervagen bij kunstenaars als Christo, Morris, Smithson ...
Inkom: 5,00 euro.
_______________________________________________________________
Kunstgalerij Mens & Natuur
Maenhoutstraat 75a - 9830 Sint-Martens-Latem
nodigt U van harte uit tot een bezoek aan de
TENTOONSTELLING
23 augustus – 5 oktober 2008
Geert De Kockere
Staaltjes natuur - Moving nature
Natuurfotografie en litenatuurtjes
Geert De Kockere (°1962) publiceerde al 75 boeken voor kinderen, jongeren en volwassenen en
werd daar meermaals nationaal en internationaal voor bekroond. In zijn grote tuin in Gierle bloeide zijn liefde voor de natuur die hij als jongere al had weer helemaal open. In die grote studio ging hij met een macrolens op zoek naar wat vaak moeilijk of niet te zien is. Of wat zich tussen de struiken en onder bladeren schuilhoudt. Een wondere wereld vol poëzie, kleuren en vormen.
Met zijn foto's wil hij niet registreren of informeren, hij wil beroeren, een verhaal vertellen.
Hij is voortdurend op zoek naar kleuren en vormen in de natuur. Naar de poëzie. Naar de humor ook.
Om de beelden te presenteren, ontwierp hij zijn eigen frames uit weervast staal. De foto's worden geprint op canvas en zwevend ingelijst. Als 'staaltjes natuur'.
Geert De Kockere schrijft ook litenatuurtjes. Dat zijn kleine, poëtische teksten over de natuur. Meestal met een woordspeling en een knipoog naar de mens. Relativerend, filosoferend. Hij laat ze ook uit platen weervast staal snijden, zodat hij in een tuin, in een natuurgebied of als staptegels op de grond de toevallige gasten of bezoekers met zijn poëzie kan verwonderen.
Openingsuren Galerie:
donderdag-, vrijdag-, zaterdag- en zondagnamiddag 14:00 t.e.m. 18:00 uur en op afspraak.
www.mens-en-natuur.com - www.man-and-nature.com
In de Galerie permanent werk van:
Miejef Callaert, Hilde Geelen, George Hezemans, Olga Gorokhova
Organisatie:
Arnold Eloy, Maenhoutstraat 75a, 9830 Sint-Martens-Latem. T.0496-805799 - E-mail: arnold.eloy@skynet.be
19 september 2008
(Nog maar eens een) Pleidooi voor gelijkwaardige behandeling van de auteurs!

Geconfronteerd met de malaise in de literaire wereld durf ik nogmaals stellen dat vooral de overheid verantwoordelijk is.
Niet het distributiesysteem in se stel ik in vraag, maar wel de afwezigheid in de rotatie van debutanten en auteurs die geen “gevestigde” uitgeverij vonden of die niet bij een “commerciële” uitgever wensen te publiceren, vind ik discriminerend.
Uitgevers voelen zich bedreigd door de overschotten, door de terugval van het aantal lezers (hun klanten), door de concurrentie op het Internet en vragen een verhoging van de overheidssteun. Indien hun analyse de juiste zou zijn, dan is hun diagnose zeker fout.
Ik bied nogmaals een oplossing aan: start het “Plan Boek” op en vertrek vanuit drie prioriteiten. Primo: een collegiale en transparante procedure tot aankoop van boeken, en/of subsidiëring van de auteur, secundo: een overheidscommissie die de ingestuurde boeken beoordeelt en afhankelijk van dit oordeel een aantal boeken aankoopt en./of de auteur bijkomende steun verleent, tertio: de creatie van een label van “Onafhankelijke Auteurs” (dit kunnen debutanten zijn, maar zeker degenen die in eigen beheer, onder welke vorm ook, uitgeven).
Deze drie prioriteiten kunnen enkel efficiënt werken mits het aanwenden van drie werktuigen. Eén: de samenwerking (juister: de inspanningsverplichting)) tussen overheid, uitgevers, auteurs en bibliotheken. Twéé: de coöptatie van auteurs in alle overheidscommissies die (ook) boekenbevoegdheid hebben; alle auteurs betekent hier: gekazerneerde én dakloze auteurs. Drie: een overheidsdistributiesysteem voor de uitvoering van prioriteit twee.
Het resultaat van “Plan Boek” moet leiden tot een aangenaam retrogevoel: de tijd van administrateur-generaal Walter Debrock (de jaren ’70), toen boeken werden aangekocht van elke auteur en verdeeld over scholen en bibliotheken.
Wat is de positie van de uitgever in dit voorstel? Nergens. De uitgever hoort thuis bij de commerciële ondernemers. Overheidssteun aan bedrijven hoort niet thuis in dit pleidooi voor gelijkwaardigheid. Daarom stel ik meteen ook voor om een nieuw decreet te schrijven, waarin de rol van elke overheidscommissie, die boeken onder haar bevoegdheid heeft, wordt beschreven en waarin de auteur op de eerste plaats komt.
Ik besef dat criteria aanleggen waarmee de aankoop van boeken en de steun aan de auteur worden gemeten heel moeilijk is. Geen enkel meetinstrument kan honderd percent objectiviteit of beoordelingscorrectheid garanderen. Daarom opteer ik om de lat niet te hoog te leggen en de marge breed te houden.
Een officiële recensiedienst wordt in het leven geroepen die korte recensieberichtjes doorstuurt en/of doormailt naar alle bibliotheken. Deze dienst zorgt ook voor de informatie naar de boekhandel die daardoor niet alleen wordt gestuurd vanuit de uitgeverijen, maar ook geïnformeerd wordt over de publicaties die het label “Onafhankelijke Auteurs” dragen.
Ik besef dat er nooit zekerheid zal bestaan over hert onthaal van een boek bij de lezer. Dat is ook afhankelijk van de stijl, de impact van het onderwerp op de lezer, van de publiciteit, van de kritiek, de vakpers.
Samengevat: de dominantie van de “gevestigde” uitgeverijen wordt met het nieuwe decreet en het “Plan Boek” in de kiem gesmoord. De prijs van de boeken is geen zaak van de overheid. De uitgever bepaalt de prijs en zodoende ook de winst. In slechte tijden, wanneer zijn winst vermindert of niet meet vergroot, moet hij zich bezinnen over zijn winstmarge, de productiekosten, de distributiekosten, het aantal titels. Hij moet overleg plegen met de boekhandel, zijn rechtstreekse afnemer. De uitgever drijft handel in ideeën en brengt hem winst op. Ook hij moet een strategie ontwikkelen om zijn producten aan de man te brengen. Dit is een puur economische realiteit.
De bibliothecaris is niet langer (ongewild) de handlanger van de uitgever en de boekhandel, maar hij treedt, in overleg met de gemeentelijke overheid, ongebonden op. Dat kan hij door beide kanalen van informatie te raadplegen, die van de uitgever en die van de overheid.
Ik wil een oproep doen tot de media om meer aandacht te besteden aan het boek, aan de auteur, aan de literatuur in het algemeen. Deze fel verminderde interesse is bovendien mede oorzaak van de malaise in onze literaire wereld.
Ik behoor tot de generatie die 1968 heeft beleefd en hoopvol gestemd was om de verbeelding de macht te gunnen die haar toekwam. Na ’68 werd de kapitalist echter een neo-kapitalist en de liberaal een neoliberaal. Dat betekende dat zij opteerden voor een vrije markt, maar nu met groeiende overheidssteun. En bizarre interpretatie van “sociale markt”.
Thierry Deleu
Niet het distributiesysteem in se stel ik in vraag, maar wel de afwezigheid in de rotatie van debutanten en auteurs die geen “gevestigde” uitgeverij vonden of die niet bij een “commerciële” uitgever wensen te publiceren, vind ik discriminerend.
Uitgevers voelen zich bedreigd door de overschotten, door de terugval van het aantal lezers (hun klanten), door de concurrentie op het Internet en vragen een verhoging van de overheidssteun. Indien hun analyse de juiste zou zijn, dan is hun diagnose zeker fout.
Ik bied nogmaals een oplossing aan: start het “Plan Boek” op en vertrek vanuit drie prioriteiten. Primo: een collegiale en transparante procedure tot aankoop van boeken, en/of subsidiëring van de auteur, secundo: een overheidscommissie die de ingestuurde boeken beoordeelt en afhankelijk van dit oordeel een aantal boeken aankoopt en./of de auteur bijkomende steun verleent, tertio: de creatie van een label van “Onafhankelijke Auteurs” (dit kunnen debutanten zijn, maar zeker degenen die in eigen beheer, onder welke vorm ook, uitgeven).
Deze drie prioriteiten kunnen enkel efficiënt werken mits het aanwenden van drie werktuigen. Eén: de samenwerking (juister: de inspanningsverplichting)) tussen overheid, uitgevers, auteurs en bibliotheken. Twéé: de coöptatie van auteurs in alle overheidscommissies die (ook) boekenbevoegdheid hebben; alle auteurs betekent hier: gekazerneerde én dakloze auteurs. Drie: een overheidsdistributiesysteem voor de uitvoering van prioriteit twee.
Het resultaat van “Plan Boek” moet leiden tot een aangenaam retrogevoel: de tijd van administrateur-generaal Walter Debrock (de jaren ’70), toen boeken werden aangekocht van elke auteur en verdeeld over scholen en bibliotheken.
Wat is de positie van de uitgever in dit voorstel? Nergens. De uitgever hoort thuis bij de commerciële ondernemers. Overheidssteun aan bedrijven hoort niet thuis in dit pleidooi voor gelijkwaardigheid. Daarom stel ik meteen ook voor om een nieuw decreet te schrijven, waarin de rol van elke overheidscommissie, die boeken onder haar bevoegdheid heeft, wordt beschreven en waarin de auteur op de eerste plaats komt.
Ik besef dat criteria aanleggen waarmee de aankoop van boeken en de steun aan de auteur worden gemeten heel moeilijk is. Geen enkel meetinstrument kan honderd percent objectiviteit of beoordelingscorrectheid garanderen. Daarom opteer ik om de lat niet te hoog te leggen en de marge breed te houden.
Een officiële recensiedienst wordt in het leven geroepen die korte recensieberichtjes doorstuurt en/of doormailt naar alle bibliotheken. Deze dienst zorgt ook voor de informatie naar de boekhandel die daardoor niet alleen wordt gestuurd vanuit de uitgeverijen, maar ook geïnformeerd wordt over de publicaties die het label “Onafhankelijke Auteurs” dragen.
Ik besef dat er nooit zekerheid zal bestaan over hert onthaal van een boek bij de lezer. Dat is ook afhankelijk van de stijl, de impact van het onderwerp op de lezer, van de publiciteit, van de kritiek, de vakpers.
Samengevat: de dominantie van de “gevestigde” uitgeverijen wordt met het nieuwe decreet en het “Plan Boek” in de kiem gesmoord. De prijs van de boeken is geen zaak van de overheid. De uitgever bepaalt de prijs en zodoende ook de winst. In slechte tijden, wanneer zijn winst vermindert of niet meet vergroot, moet hij zich bezinnen over zijn winstmarge, de productiekosten, de distributiekosten, het aantal titels. Hij moet overleg plegen met de boekhandel, zijn rechtstreekse afnemer. De uitgever drijft handel in ideeën en brengt hem winst op. Ook hij moet een strategie ontwikkelen om zijn producten aan de man te brengen. Dit is een puur economische realiteit.
De bibliothecaris is niet langer (ongewild) de handlanger van de uitgever en de boekhandel, maar hij treedt, in overleg met de gemeentelijke overheid, ongebonden op. Dat kan hij door beide kanalen van informatie te raadplegen, die van de uitgever en die van de overheid.
Ik wil een oproep doen tot de media om meer aandacht te besteden aan het boek, aan de auteur, aan de literatuur in het algemeen. Deze fel verminderde interesse is bovendien mede oorzaak van de malaise in onze literaire wereld.
Ik behoor tot de generatie die 1968 heeft beleefd en hoopvol gestemd was om de verbeelding de macht te gunnen die haar toekwam. Na ’68 werd de kapitalist echter een neo-kapitalist en de liberaal een neoliberaal. Dat betekende dat zij opteerden voor een vrije markt, maar nu met groeiende overheidssteun. En bizarre interpretatie van “sociale markt”.
Thierry Deleu
Ook geplaatst door:
Verlaine-schrijversmagazine
Medium4You
18 september 2008
Lexicon - antwoord van Marcel Vanslembrouck - mail 17.09.08
Beste Thierry,
het herziene Lexicon zal, zoals de vorige editie, 6 of meer delen bevatten. We hebben zes jaar en zes boekdelen tijd om alle West-Vlaamse schrijvers op te nemen. Zag je mijn lemma in deel 1? Zoek niet, want die staat er niet in! Vergeten? Neen. Opzet? Neen. Toevallig? Ja. Misschien eens het woord vooraf goed lezen. Dus voorbarige kritiek, denk ik. Ik neem het je niet kwalijk.
Ik zie dat ikzelf je lemma schreef in de vorige editie. Met genoegen wil ik het tekstje aanvullen voor het komende deel 2, dat nu geschreven wordt door de medewerkers. Wil je me de bijgekomen informatie bezorgen? Waarvoor dank.
Vriendelijke groeten
Marcel
het herziene Lexicon zal, zoals de vorige editie, 6 of meer delen bevatten. We hebben zes jaar en zes boekdelen tijd om alle West-Vlaamse schrijvers op te nemen. Zag je mijn lemma in deel 1? Zoek niet, want die staat er niet in! Vergeten? Neen. Opzet? Neen. Toevallig? Ja. Misschien eens het woord vooraf goed lezen. Dus voorbarige kritiek, denk ik. Ik neem het je niet kwalijk.
Ik zie dat ikzelf je lemma schreef in de vorige editie. Met genoegen wil ik het tekstje aanvullen voor het komende deel 2, dat nu geschreven wordt door de medewerkers. Wil je me de bijgekomen informatie bezorgen? Waarvoor dank.
Vriendelijke groeten
Marcel
17 september 2008
SHAME ON YOU!
SCHANDE: LEXICON VERGEET (GEWILD - ONGEWILD - schrappen) DE DELEU’s (ik hou niet van Deleus) TE VERMELDEN!
Vanmorgen kreeg ik het eerste deel van het Lexicon van West-Vlaamse Schrijvers in de bus. Een mooi initiatief (dat zich terecht herhaalt: eerste editie verscheen in 1984).
In het eerste deel in 1984 (ingeleid door Raf Seys, met als redactiesecretaris: Marcel Vanslembrouck) stonden
- DELEU, François (Mesen, 29.08.1826 - Brugge, 23.08.1901),
- DELEU, Jozef (Roeselare, 20.04.1937),
- DELEU, Louis (Mesen, 27.07.1872 - Brugge, 25.03.1965),
- DELEU, Thierry (Menen, 11.02.1940).
Deze vier auteurs zijn uit de nieuwe editie verdwenen. Opzet? Vergetelheid? Onnauwkeurigheid? Wie zal het zeggen? De redactie zeker? Koen D’Haene dus!
Heeft die man zichzelf vergeten? O neen hoor, zie maar op blz. 68 en ja, hij is zoals ondergetekende een rasechte Wevelgemnaar en bovendien aldaar bibliothecaris! Of is het Marcel die zijn huiswerk slordig overmaakte?
Hoe dan ook, dit is een spijtige zaak, voor de Deleu’s die de West-Vlaamse literatuur een boost bezorgden (grapje). Dat moet vooral voor Jozef hard aankomen!
Hoe maak je die stommiteit goed? Er zijn mogelijkheden:
1. Een nieuwe druk (onder de mom van herdruk).
2. In deel 2 een begeleidende tekst die de Deleu’s rehabiliteert.
3. Aan de Deleu’s die deel 1 - nieuwe editie gekocht hebben hun geld terugstorten.
4. Een persbericht versturen waarin deze lacune wordt verklaard.
5. Toegeven dat er opzet in het spel is en meteen de dader bekendmaken.
6. De Deleu’s bloemlezen in een apart VWS-cahier.
7. De schuldigen straffen en ontslaan.
Een mix van deze mogelijkheden kan een oplossing bieden. Komt er niets, dan wordt er een persbericht gestuurd naar alle uitgevers en auteurs. Soit, met een “bloemekee” zou ik al gepaaid zijn.
Thierry Deleu,
de gewraakte
Vanmorgen kreeg ik het eerste deel van het Lexicon van West-Vlaamse Schrijvers in de bus. Een mooi initiatief (dat zich terecht herhaalt: eerste editie verscheen in 1984).
In het eerste deel in 1984 (ingeleid door Raf Seys, met als redactiesecretaris: Marcel Vanslembrouck) stonden
- DELEU, François (Mesen, 29.08.1826 - Brugge, 23.08.1901),
- DELEU, Jozef (Roeselare, 20.04.1937),
- DELEU, Louis (Mesen, 27.07.1872 - Brugge, 25.03.1965),
- DELEU, Thierry (Menen, 11.02.1940).
Deze vier auteurs zijn uit de nieuwe editie verdwenen. Opzet? Vergetelheid? Onnauwkeurigheid? Wie zal het zeggen? De redactie zeker? Koen D’Haene dus!
Heeft die man zichzelf vergeten? O neen hoor, zie maar op blz. 68 en ja, hij is zoals ondergetekende een rasechte Wevelgemnaar en bovendien aldaar bibliothecaris! Of is het Marcel die zijn huiswerk slordig overmaakte?
Hoe dan ook, dit is een spijtige zaak, voor de Deleu’s die de West-Vlaamse literatuur een boost bezorgden (grapje). Dat moet vooral voor Jozef hard aankomen!
Hoe maak je die stommiteit goed? Er zijn mogelijkheden:
1. Een nieuwe druk (onder de mom van herdruk).
2. In deel 2 een begeleidende tekst die de Deleu’s rehabiliteert.
3. Aan de Deleu’s die deel 1 - nieuwe editie gekocht hebben hun geld terugstorten.
4. Een persbericht versturen waarin deze lacune wordt verklaard.
5. Toegeven dat er opzet in het spel is en meteen de dader bekendmaken.
6. De Deleu’s bloemlezen in een apart VWS-cahier.
7. De schuldigen straffen en ontslaan.
Een mix van deze mogelijkheden kan een oplossing bieden. Komt er niets, dan wordt er een persbericht gestuurd naar alle uitgevers en auteurs. Soit, met een “bloemekee” zou ik al gepaaid zijn.
Thierry Deleu,
de gewraakte
15 september 2008
Bouwen aan de Tempel van de Mensheid
1.
Respect
Respect voor jezelf wensen betekent dat je ook de ander respecteert! Dit is pure logica en toch zijn er zoveel mensen die dit niet (willen) begrijpen. Cultuur is dynamisch en wie met zijn tijd mee wil, moet zich voortdurend heroriënteren en heraanpassen. Wat wil ik hiermee zeggen? Simpel: wie niet bereid is om te evolueren, stelt zich nooit vragen en blijft op zijn standpunt. Stilstand is achteruitgang!
Het scheppingsverhaal vormt de basis van de Bijbel. Het (natuur)wetenschappelijke denken vormt de basis voor de rest van de wetenschap. Het idee van hoe de wereld tot stand kwam en in elkaar zit, is bepalend voor de culturele bovenbouw. Aan het scheppingsverhaal heb ik - als intellectueel van vandaag - geen boodschap.
Velen hebben schrik voor verandering of zijn “gehecht” aan de vertrouwde verklaringen. Deze twee categorieën zijn niet zo interessant, soms wel gevaarlijk wanneer zij fundamentalistische trekjes vertonen. Zonder opwaarderen, zonder aanpassing aan plaats, cultuur, persoon en tijd geraakt men de weg kwijt of verbijsterd in gehechtheid. Het resultaat is voorspelbaar: geen tolerantie, theologische verdeeldheid over een levende persoonlijke God, geen eenheid in verscheidenheid, wel fundamentalisme, heerszucht, minachting voor de ander.
Boeiend zijn alle groepen van mensen die er tussenin liggen.
Opvallend is dat deze boeiende categorieën van mensen minder (of geen) vriendjespolitiek kennen (nepotisme), niet (of bijna) nooit vervallen in een foute combinatie van verbondenheid, rijkdom en democratie (oligarchie).
Ik hoor bij een tussencategorie van mensen die geen behoefte heeft aan een kapitalistische dictatuur. Ik hou niet van een foute samengaan van kapitalisme en filosofie enerzijds en van een fout idee van politieke macht anderzijds.
Zij die dit aankleven zijn niet alleen zelfgenoegzaam en daardoor ook geneigd om minderheden te verdrukken en geweld aan te doen, maar de rest van de wereld ook onrechtvaardig te behandelen op basis van hun foute denken.
Ik pleit voor een nieuwe wetenschap van de politiek. Op deze wijze kunnen wij een nieuwe wereld creëren. Mensen moeten worden heropgevoed. Door filosofen, door leerkrachten die filosofisch zijn ingesteld en geschoold, door geestelijke leraars. Dit zijn heel andere typen leraars dan theologen, veeleer psychologen/psychotherapeuten die de studenten verlichting in filosofische zelfverwerkelijking bijbrengen. De wedijver die door de leraars van inwijding en instructie wordt onderwezen, moet worden omgebogen in respect door de leraars die (persoonlijke) beleving en introspectie bijbrengen.
Geloof en ongeloof zijn verouderde begrippen. Religie, hypocrisie, ethiek, relatie zijn de nieuwe deugden en ondeugden. Geloof is enkel nog reëel in seksgeloof en geldgeloof. Wie zich niet aanpast aan deze nieuwe werkelijkheid, wordt depressief en een depressieve mens is in drievoud gestoord in de tijd: het verleden ziet zwart, de toekomst is onzichtbaar en het heden is onaangenaam.
Wetenschappelijke verklaringen - hoe juist die ook kunnen zijn - ontsnappen niet aan deze nieuwe werkelijkheid. De tijd is niet absoluut in de snelheid van veranderen met het licht, maar de tijd is wel absoluut in de kwaliteit van het veranderen zelf. Alles is in beweging. Het heeft geen zin ons te hechten aan een theorie in weerwil van die verandering, in weerwil van het absolute gezag van de tijd. Dit betekent dat God - zoals die werd geopenbaard - dood is en dat de gemiddelde, mechanische tijd hopeloos is verouderd. Dat wil bovendien zeggen dat wie het geloof bestrijdt met bijtende spot en cynisme, zich niet kan losmaken van dit geloof. Dat wil bovendien zeggen dat wie zich in zijn geloof consolideert, sociopathisch reageert, als een stekelige cactus.
In mijn essay Schoon volk in de hemel dat verschijnt in het najaar van 2010, na zes jaar onderzoek en literatuur, houd ik niet langer de schijn op van gezag, vooruitgang en beschaving. Ik maak mij los uit mijn “persoonlijk, intellectueel en sociaal failliet” om een nieuw pad te bewandelen. De weg van de kennis, de analyse, de discipline, het respect. Het mag duidelijk zijn dat je met een egobehoefte, met economisch/juridische argumenten, met een conservatieve ethiek, met begrip voor zwakte de wereld niet zult verbeteren. Bouwen aan de Tempel van de Mensheid is “drieledig” (drie werven): een omslag in ons denken en handelen vanuit substantieel onderzoek, wetenschappelijke nuchterheid en principiële spiritualiteit.
Zij die de Opperbouwmeester van het Heelal vrezen en zij die Hem afvallen zullen nooit uit hun narcofiele en angst-neurotische obsessieve depressie en cynisme geraken. Laten wij bouwen aan een wereld waarin een rationeel/democratisch evenwicht heerst tussen het menslievende verlicht humanisme en het materieel gemotiveerde, traditioneel moralistisch/pragmatisme. Theologie en wetenschap zijn niet persoonlijk genoeg. Het is - voor mij - duidelijk dat wij, van de wetenschap via de spiritualiteit en de religie van persoonlijke bekentenissen en bekeringen, moeten evolueren tot een samenleving die deze planeet bij elkaar houdt.
2.
“Weters” en “Gelovers”
Daar ik een schrijver ben en dus gedichten en verhalen schrijf die voor het grootste deel aan mijn verbeelding ontspruiten, - hoewel ik mij af en toe waag aan een essay dat al heel wat minder of helemaal niet fictief is -, zal het jou misschien verbazen dat ik belangstelling toon voor de wetenschap.
Ik gebruik de wetenschap als een werktuig dat ik af en toe nodig heb om mijn “huishouding” te regelen. Wetenschap is voor mij minder interessant, omdat ik niet hou van ingewikkelde theorieën en doodbecijferde stellingen. Ik heb echter leren inzien dat geloof en wetenschap elkaar nodig hebben en het zonder elkaar niet kunnen stellen.
De scheiding van Kerk en Staat betekent op geestelijk gebied de scheiding van geloof en wetenschap. Reeds in de laat-scholastieke filosofie van Duns Scotus (1628-1308) en Willem van Occam (1290-1349) is deze scheiding van geloof en weten volkomen. Het geloof is niet langer bovenverstandelijk, maar ligt soms overhoop met de menselijke rede. Elk van beide kan (hoeft niet) zich zelfstandig ontplooien. Het tweespan heet niet langer God en de ziel, maar mens en kosmos.
Toch duurt het tot in de 17de eeuw voor deze filosofie opgeld maakt. Descartes en anderen verlenen echter “met groot vertrouwen” voorrang aan de wetenschap. “Zij die de rechte weg naar de waarheid zoeken, moeten zich slechts bezighouden met datgene waarvan zij zeker zijn.” De verdrukking van het geloof heeft hier alles te maken met de godsdienst(en) en hun wereldlijke macht of wereldlijke ambities. De scheiding van Kerk en Staat, van geloof en weten, is met andere woorden geen erkenning van de twee polen, als volwaardige spelers, maar het opdringen van een superieure wetenschap aan een inferieur geloof. De Kerk wordt beschouwd als een asiel voor “verdwaasden” of voor hen die twijfelen of angstig zijn. Geloven is voor het volk, dat bang is en naar alles grijpt dat troost en hoop kan bieden in bange dagen. Weten is voor de intellectueel!
Vooral de Westerse godsdiensten hebben deze “inferieure” gevoelens uitgebuit en verzilverd. Verdwazing, twijfel, angst werden in hemelhoge gebouwen op een pateen aangereikt als het goddelijk lichaam. De (mis)wijn als het goddelijke bloed kwam de priester toe. Toen de scène afbladerde, bleef het scenario behouden. De omgeving buiten de kerk veranderde gestaag van hemdje, maar binnen de kerk bleef alles - op enkele details na - ongewijzigd. De magie verdween, de sleur verscheen, de “praktiserende” gelovers woonden routineus de vertoning bij.
Geloven is helemaal iets anders dan “naar de kerk gaan” of zich onderwerpen aan de wil van de Kerk. Geloven is de eerste pijler en wetenschap is de tweede waarop Waarheid rust. De “weters” waren hun “wiskundig” ideaal getrouw en de “gelovers” liepen, naarmate zij kennis verwierven, over naar de eersten.
In de 17de - 18de eeuw krijgen de “gelovers” een eigen wetenschap: de wetenschap van de mens. Die omvatte zowel de wetenschap van de menselijke natuur als alle takken van het geestelijke en maatschappelijke leven: religie, politiek, economie, maatschappijbeschouwing en moraal. Thomas Hobbes (1588-1679) bestudeerde de individuele mens en zijn gedachten. John Locke (1632-1704) introduceerde de “esprit géométrique”.
Dit betekent nog niet dat “de massa (gelovers)” ineens deel gaan uitmaken van de wetenschap: zij worden in de debatten niet betrokken en bovendien beperken deze “nieuwe wetenschappers” zich nauwgezet tot de “verstandelijke” mensen. Immanuel Kant (1755) omschrijft die “verlichting” als “een uittreding van de mens uit zijn aan eigen schuld te wijten onmondigheid”.
Hoe reageerden de godsdiensten op deze “verlichtende boodschap”?
Bang, omdat zij onverbiddelijk werden bekritiseerd door de deïsten (Voltaire) en de atheïsten (Holbach) en opgelucht, omdat - volgens de conservatieve denkers - in het zoeken naar “een natuurlijke” religie de Openbaring kon worden gehandhaafd.
Kant bracht een tegenbeweging op gang onder de naam van piëtisme of de innerlijke vroomheid van het gevoel. Hij stelde de grenzen van het menselijke verstand vast (waarbuiten het alle recht verloor) en schiep met deze grensbepaling een “nieuwe plaats voor het geloof”. De “gelovers” kregen een licht “gerenoveerd” dak boven het hoofd.
Johann Gottfried Herder (1744-1803) oefende echter vanuit het geloof en het gevoel kritiek op deze “vernieuwing”. Hij stond ver af van de Verlichting. Hij beschouwde de geschiedenis van de mens niet “more geometrico”, maar veeleer “’more biologico”. De geschiedenis van de mens was voor hem een “zuivere natuurlijke historie”. Maar in zijn zoeken naar evenwicht tussen “het goddelijk plan” en zijn “biologische beschouwing” zakte hij door het ijs en belandde weer bij de “goddelijke schepping”. De mens was de “eerste vrijgeborene” van de schepping. Hij was geschapen “voor de vrijheid, de beschaving én de religie, voor de hoop op de onsterfelijkheid”.
Toen ineens brak de hemel open wanneer Erasmus Darwin (1731-1802) een lans voor de “ontwikkelingsgedachte” brak. Hij was de grootvader van Charles Darwin. De evolutietheorie zette alle wat voorafging op de helling. Het werk “van de geest” kon van voren af aan beginnen. De (ontzette) “gelovers” spartelden in hun wijwatervaten; de (verstandelijke) “gelovers” verlieten de Kerk, zij gingen ofwel schuilen in gesloten genootschappen ( de kerk-kapelbeweging) of werden fervente aanhangers van de “heidense Kerk”, “het geloof in de goddelijke harmonie”.
In de 20ste eeuw tierden welig sekten en kalfde de aanhang van de Kerk opzienbarend af. Vroeger was het simpel. Toen was God de Onveroorzaakte Oorzaak, de Essentieel Existerende of de Grote Horlogemaker. God had het gedaan. God was de dader van de werkelijkheid. En toen vond de mens de wetenschap uit. ’t Was geen vrolijk nieuws en toch leek de relatie tussen wetenschap en geloof weer helemaal goed te komen.
Klopt dat vredig beeld? Slimme mensen, bij wie ook de “verstandelijke” gelovers behoren, zeggen dat geloven niets te maken heeft met het voor echt aannemen van de uitspraken over werkelijkheid. Geloven heeft meer met “vertrouwen” te maken. Het geloof serveert verklaringen. Zoals de wetenschap verklaringen serveert. Kan de wetenschap alles verklaren? Neen. Zijn “weters” betere mensen dan “gelovers”? Neen. Zijn wetenschappers slimmer dan niet-wetenschappers? Neen. En toch, kennis groeit, God krimpt. Zullen wij ooit het antwoord kennen op de vraag waarom het heelal bestaat? Neen. Onze hersenen zijn daarvoor niet gemaakt. Moeten wij het antwoord op al die grote vragen blijven zoeken? Ja. Onze hersenen zijn gemaakt om antwoorden en verklaringen te zoeken.
3.
Vrijheid en gezag
De mens worstelt met de morele autoriteit en de uitoefening van de macht. Ik zou niet graag in Gods schoenen staan! Het heeft problemen als je je de macht toe-eigent! Dit ondervindt zijn Kerk vandaag. Ook gisteren, maar toen was er nog geen charter over de Rechten van de Mens! Zij kon lustig verbannen, inquisiteur spelen, vervolgen, verbranden. Maar nu? Nu moeten God en zijn Kerk de vrije wil van de mensen respecteren.
Daarom kies ik al decennia voor “de liefde voor het goede” en niet zozeer voor “de speciale vermogens” waarmee je toch de vrije wil niet kan (mag) onderwerpen.
Ik geef toe dat de combinatie van de begrippen vrijheid en gezag een probleem vormt. Natuurlijk moeten wij een bepaalde vorm van gezag erkennen om niet in een chaos van “iedereen tegen iedereen” te vervallen. Iedere bestuursvorm sluit een dominantie in, een hiërarchie, een stratificatie in maatschappelijke klassen. Wat is het marxisme meer geweest dan een “strijd om de middelen”. En vergis je niet: het was meer het gerommel in de bovenbouw dan in de onderbouw, de kleine mens is altijd dupe, marionet, de meest kwetsbare.
Democratie was de oplossing, beweerden zij. “Zij”, de nieuwe machtsbelusten. “Democratie” is een ander woord voor “aristocratie”, “timocratie”, “oligarchie”. “Zij” zijn vandaag de vechtende vertegenwoordigers van een logge bureaucratie. “Zij” zijn ontvankelijk voor gezag dat corrumpeert.
Van het traditioneel gezag van Kerk en edelen ontwikkelde zich het charismatisch gezag van dictators. Na Hitler, Napoleon, Stalin en Mao kwam het legaal-rationele gezag in de plaats. De autoriteit was een ambtelijke werkelijkheid geworden.
Sociaal-psychologisch onderscheid ik vijf vormen van gezag: de macht van belonen (de aangepasten worden beloond), de macht van straffen (de wetsovertreders worden gestraft), de macht van delegeren, de macht van de verdienste en de macht van de deskundigheid. Niets is echter zo problematisch als de machtsbeluste mens die een twijfelachtige moraal heeft!
Wat is het ideaal? Voor de enen een godbewuste wereld zonder tirannie en overbodige luxe en eigendom, voor de anderen een culturele wereld met mensen die bewust leven, vanuit hun hartstocht, voor nog anderen een wereld waarin gezag en orde heersen, voor mij een wereld waarin vrijheid en geluk het hoogste goed zijn.
De politiek bepaalt niet langer de mate waarin vrijheid en gebondenheid moeten worden gecombineerd. Links-rechts heeft afgedaan. Er is geen eenduidigheid en klaarheid meer in deze opdeling. Politieke partijen bepalen niet langer wie zus en zo is, maar de mens zelf. Hij kiest uit veelheid een eenheid en uit ongelijkheid gelijkheid. De mens vindt “eenheid in verscheidenheid”, hij zoekt evenwicht tussen het kwantitatief individuele versus het sociale en tussen het kwalitatief concrete materiële versus het abstract ideële. Dit betekent dat gezagsuitoefening en materiële eigenbelang zijn keuze bepalen.
Ook de belangengroepen in de samenleving hebben hun status verloren en hun integriteit in het handelen. Politiek, ambtenarij (in ministeries), belangengeroepen en rechtspraak vormen de verschillende opties van bestuur, ook al ontvangen zij een inkomen van dezelfde staat. In dit kluwen van bestuur zoekt de mens een uitkomst.
Denk erom, de kiezer heeft een gezonde zin voor deze (politieke) werkelijkheid. Het probleem is echter dat hij of zij zo vaak gedesillusioneerd wordt (illusies die ook ontstaan uit een vals ego). De vrijheid van het individu moet keer op keer worden opgegeven voor het hogere doel. Hij of zij kan zich individueel geen toekomst uittekenen. De vrijheid die hem/haar wordt beloofd, is twijfelachtig. Illusies worden ook vaak gekoesterd uit baatzucht. Deze houding moeten wij afwerpen en leren de oorspronkelijke werkelijkheid onder ogen te zien. Slechts op deze wijze kan de mens het geluk vinden. Je kan de wereld niet verbeteren door je er tegen af te zetten, maar door je leven te verbeteren. Beter leven kan vanuit zelfrealisatie!
De ingrediënten? Dankbaarheid, dienstbaarheid, individuele bevrijding, orde van leven waarin geen domheid en luiheid passen.
4.
Schijndemocratie
Democratie zonder een zelfzekere zin voor orde is een schijndemocratie. Democratie behoeft “regels” waarin het begrip vrijheid niet meer zozeer aan chaos maar aan orde is gekoppeld. Verandering binnen een democratie gebeurt via een “zachte” revolutie, een “geleidelijke” omwenteling van het maatschappelijk denken. Wijze politici dwalen nooit van hun weg af en confirmeren zich aan de wet en aan het goede voorbeeld.
Denk aan de Franse Revolutie die gewelddadig begon met het bestormen van de Bastille in 1789, maar na de chaos de weg koos van het gezag. In een zachte revolutie kiest men voor geleidelijkheid, maakt men tijd voor het vaststellen van feiten en trends en het naar voren treden van een niet te ontkennen of weg te compenseren natuurlijke en sociale werkelijkheid.
De deur naar de utopie openhouden en de weg ernaar vrijmaken, zonder regels en afspraken is geen wijs scenario. Bovendien moreel iets anders voor ogen hebben dan het praktisch nut, is een moeilijke oefening, ook al is de ethiek valabel. Toch blijft verandering onvermijdelijk, want het handhaven van een status-quo om de burgers de kans te geven zich te verbeteren, zet hun aan tot verdere corruptie.
Het morele vingertje lost niets op. Het beste uit een zachte revolutie halen met de mensen die eraan participeren, is beter dan verlichting bij te brengen en hen te willen opvoeden voor een andere wereld. Ik ben niet tegen “verlichting” (kennis) en “opvoeding” (onderwijs) en ook niet tegen “vrij ondernemen” en “vrije organisatie”, maar de morele en maatschappelijke consensus moeten worden gevolgd. Met het spel van de orde wordt niet zozeer de mens opgevoed, maar gerespecteerd.
Alleen met dit respect voor de eenvoudige man als voor de ontwikkelde mens kan men van een werkelijk geslaagde politiek spreken. Politieke partijen en belangengroepen die zelfrespect en respect propageren en toepassen, kunnen overleven. Respect is bovendien de enige solide basis om samen te werken. Uit politiek die als één kracht tot stand komt, één harmonieus vermogen, ontstaat een betrouwbare rede die niet in zichzelf is verdeeld en niet in ideeën, begrippen en een overtuiging blijft steken. Een echte staatsman is iemand die probeert het idee van de orde der zienswijzen te relateren aan de natuurlijke orde van het leven.
De liefde voor de kennis vormt soms een bedreiging voor hen die niet zo’n duidelijk idee hebben van de uiteindelijke werkelijkheid. Politiek is niet alleen opkomen voor je rechten, maar ophouden elkaar te bevechten. Wij moeten stoppen elkaar met illusies te bevechten, liever met elkaar tegen illusies vechten. Homo sapeins, de wetende mens, is onze naam!
Oorspronkelijk was de tijd, maatschappelijk gezien, een religieus begrip. Politici verschilden in weinig van priesters. De orde der dingen, tijd en ruimte en het begrip maatschappelijke orde waren in de kern religieuze fenomenen, dachten de eerste filosofen. Wat niet wilde zeggen dat moed, matiging en gerechtigheid niet werden aangeprezen. Vandaag claimt de wereldorde respect voor de mensenrechten en de burgerlijke identiteit die daarbij hoort.
Ik blijf er echter bij dat wereldvrede slechts mogelijk zal zijn indien enerzijds politieke partijen niet langer meer zullen vechten om verkozen te worden en anderzijds de mensen, ondanks hun verscheidenheid, samen en structuurbewust, zullen strijden om de illusie van valse vereniging te overwinnen.
Thierry Deleu
Respect
Respect voor jezelf wensen betekent dat je ook de ander respecteert! Dit is pure logica en toch zijn er zoveel mensen die dit niet (willen) begrijpen. Cultuur is dynamisch en wie met zijn tijd mee wil, moet zich voortdurend heroriënteren en heraanpassen. Wat wil ik hiermee zeggen? Simpel: wie niet bereid is om te evolueren, stelt zich nooit vragen en blijft op zijn standpunt. Stilstand is achteruitgang!
Het scheppingsverhaal vormt de basis van de Bijbel. Het (natuur)wetenschappelijke denken vormt de basis voor de rest van de wetenschap. Het idee van hoe de wereld tot stand kwam en in elkaar zit, is bepalend voor de culturele bovenbouw. Aan het scheppingsverhaal heb ik - als intellectueel van vandaag - geen boodschap.
Velen hebben schrik voor verandering of zijn “gehecht” aan de vertrouwde verklaringen. Deze twee categorieën zijn niet zo interessant, soms wel gevaarlijk wanneer zij fundamentalistische trekjes vertonen. Zonder opwaarderen, zonder aanpassing aan plaats, cultuur, persoon en tijd geraakt men de weg kwijt of verbijsterd in gehechtheid. Het resultaat is voorspelbaar: geen tolerantie, theologische verdeeldheid over een levende persoonlijke God, geen eenheid in verscheidenheid, wel fundamentalisme, heerszucht, minachting voor de ander.
Boeiend zijn alle groepen van mensen die er tussenin liggen.
Opvallend is dat deze boeiende categorieën van mensen minder (of geen) vriendjespolitiek kennen (nepotisme), niet (of bijna) nooit vervallen in een foute combinatie van verbondenheid, rijkdom en democratie (oligarchie).
Ik hoor bij een tussencategorie van mensen die geen behoefte heeft aan een kapitalistische dictatuur. Ik hou niet van een foute samengaan van kapitalisme en filosofie enerzijds en van een fout idee van politieke macht anderzijds.
Zij die dit aankleven zijn niet alleen zelfgenoegzaam en daardoor ook geneigd om minderheden te verdrukken en geweld aan te doen, maar de rest van de wereld ook onrechtvaardig te behandelen op basis van hun foute denken.
Ik pleit voor een nieuwe wetenschap van de politiek. Op deze wijze kunnen wij een nieuwe wereld creëren. Mensen moeten worden heropgevoed. Door filosofen, door leerkrachten die filosofisch zijn ingesteld en geschoold, door geestelijke leraars. Dit zijn heel andere typen leraars dan theologen, veeleer psychologen/psychotherapeuten die de studenten verlichting in filosofische zelfverwerkelijking bijbrengen. De wedijver die door de leraars van inwijding en instructie wordt onderwezen, moet worden omgebogen in respect door de leraars die (persoonlijke) beleving en introspectie bijbrengen.
Geloof en ongeloof zijn verouderde begrippen. Religie, hypocrisie, ethiek, relatie zijn de nieuwe deugden en ondeugden. Geloof is enkel nog reëel in seksgeloof en geldgeloof. Wie zich niet aanpast aan deze nieuwe werkelijkheid, wordt depressief en een depressieve mens is in drievoud gestoord in de tijd: het verleden ziet zwart, de toekomst is onzichtbaar en het heden is onaangenaam.
Wetenschappelijke verklaringen - hoe juist die ook kunnen zijn - ontsnappen niet aan deze nieuwe werkelijkheid. De tijd is niet absoluut in de snelheid van veranderen met het licht, maar de tijd is wel absoluut in de kwaliteit van het veranderen zelf. Alles is in beweging. Het heeft geen zin ons te hechten aan een theorie in weerwil van die verandering, in weerwil van het absolute gezag van de tijd. Dit betekent dat God - zoals die werd geopenbaard - dood is en dat de gemiddelde, mechanische tijd hopeloos is verouderd. Dat wil bovendien zeggen dat wie het geloof bestrijdt met bijtende spot en cynisme, zich niet kan losmaken van dit geloof. Dat wil bovendien zeggen dat wie zich in zijn geloof consolideert, sociopathisch reageert, als een stekelige cactus.
In mijn essay Schoon volk in de hemel dat verschijnt in het najaar van 2010, na zes jaar onderzoek en literatuur, houd ik niet langer de schijn op van gezag, vooruitgang en beschaving. Ik maak mij los uit mijn “persoonlijk, intellectueel en sociaal failliet” om een nieuw pad te bewandelen. De weg van de kennis, de analyse, de discipline, het respect. Het mag duidelijk zijn dat je met een egobehoefte, met economisch/juridische argumenten, met een conservatieve ethiek, met begrip voor zwakte de wereld niet zult verbeteren. Bouwen aan de Tempel van de Mensheid is “drieledig” (drie werven): een omslag in ons denken en handelen vanuit substantieel onderzoek, wetenschappelijke nuchterheid en principiële spiritualiteit.
Zij die de Opperbouwmeester van het Heelal vrezen en zij die Hem afvallen zullen nooit uit hun narcofiele en angst-neurotische obsessieve depressie en cynisme geraken. Laten wij bouwen aan een wereld waarin een rationeel/democratisch evenwicht heerst tussen het menslievende verlicht humanisme en het materieel gemotiveerde, traditioneel moralistisch/pragmatisme. Theologie en wetenschap zijn niet persoonlijk genoeg. Het is - voor mij - duidelijk dat wij, van de wetenschap via de spiritualiteit en de religie van persoonlijke bekentenissen en bekeringen, moeten evolueren tot een samenleving die deze planeet bij elkaar houdt.
2.
“Weters” en “Gelovers”
Daar ik een schrijver ben en dus gedichten en verhalen schrijf die voor het grootste deel aan mijn verbeelding ontspruiten, - hoewel ik mij af en toe waag aan een essay dat al heel wat minder of helemaal niet fictief is -, zal het jou misschien verbazen dat ik belangstelling toon voor de wetenschap.
Ik gebruik de wetenschap als een werktuig dat ik af en toe nodig heb om mijn “huishouding” te regelen. Wetenschap is voor mij minder interessant, omdat ik niet hou van ingewikkelde theorieën en doodbecijferde stellingen. Ik heb echter leren inzien dat geloof en wetenschap elkaar nodig hebben en het zonder elkaar niet kunnen stellen.
De scheiding van Kerk en Staat betekent op geestelijk gebied de scheiding van geloof en wetenschap. Reeds in de laat-scholastieke filosofie van Duns Scotus (1628-1308) en Willem van Occam (1290-1349) is deze scheiding van geloof en weten volkomen. Het geloof is niet langer bovenverstandelijk, maar ligt soms overhoop met de menselijke rede. Elk van beide kan (hoeft niet) zich zelfstandig ontplooien. Het tweespan heet niet langer God en de ziel, maar mens en kosmos.
Toch duurt het tot in de 17de eeuw voor deze filosofie opgeld maakt. Descartes en anderen verlenen echter “met groot vertrouwen” voorrang aan de wetenschap. “Zij die de rechte weg naar de waarheid zoeken, moeten zich slechts bezighouden met datgene waarvan zij zeker zijn.” De verdrukking van het geloof heeft hier alles te maken met de godsdienst(en) en hun wereldlijke macht of wereldlijke ambities. De scheiding van Kerk en Staat, van geloof en weten, is met andere woorden geen erkenning van de twee polen, als volwaardige spelers, maar het opdringen van een superieure wetenschap aan een inferieur geloof. De Kerk wordt beschouwd als een asiel voor “verdwaasden” of voor hen die twijfelen of angstig zijn. Geloven is voor het volk, dat bang is en naar alles grijpt dat troost en hoop kan bieden in bange dagen. Weten is voor de intellectueel!
Vooral de Westerse godsdiensten hebben deze “inferieure” gevoelens uitgebuit en verzilverd. Verdwazing, twijfel, angst werden in hemelhoge gebouwen op een pateen aangereikt als het goddelijk lichaam. De (mis)wijn als het goddelijke bloed kwam de priester toe. Toen de scène afbladerde, bleef het scenario behouden. De omgeving buiten de kerk veranderde gestaag van hemdje, maar binnen de kerk bleef alles - op enkele details na - ongewijzigd. De magie verdween, de sleur verscheen, de “praktiserende” gelovers woonden routineus de vertoning bij.
Geloven is helemaal iets anders dan “naar de kerk gaan” of zich onderwerpen aan de wil van de Kerk. Geloven is de eerste pijler en wetenschap is de tweede waarop Waarheid rust. De “weters” waren hun “wiskundig” ideaal getrouw en de “gelovers” liepen, naarmate zij kennis verwierven, over naar de eersten.
In de 17de - 18de eeuw krijgen de “gelovers” een eigen wetenschap: de wetenschap van de mens. Die omvatte zowel de wetenschap van de menselijke natuur als alle takken van het geestelijke en maatschappelijke leven: religie, politiek, economie, maatschappijbeschouwing en moraal. Thomas Hobbes (1588-1679) bestudeerde de individuele mens en zijn gedachten. John Locke (1632-1704) introduceerde de “esprit géométrique”.
Dit betekent nog niet dat “de massa (gelovers)” ineens deel gaan uitmaken van de wetenschap: zij worden in de debatten niet betrokken en bovendien beperken deze “nieuwe wetenschappers” zich nauwgezet tot de “verstandelijke” mensen. Immanuel Kant (1755) omschrijft die “verlichting” als “een uittreding van de mens uit zijn aan eigen schuld te wijten onmondigheid”.
Hoe reageerden de godsdiensten op deze “verlichtende boodschap”?
Bang, omdat zij onverbiddelijk werden bekritiseerd door de deïsten (Voltaire) en de atheïsten (Holbach) en opgelucht, omdat - volgens de conservatieve denkers - in het zoeken naar “een natuurlijke” religie de Openbaring kon worden gehandhaafd.
Kant bracht een tegenbeweging op gang onder de naam van piëtisme of de innerlijke vroomheid van het gevoel. Hij stelde de grenzen van het menselijke verstand vast (waarbuiten het alle recht verloor) en schiep met deze grensbepaling een “nieuwe plaats voor het geloof”. De “gelovers” kregen een licht “gerenoveerd” dak boven het hoofd.
Johann Gottfried Herder (1744-1803) oefende echter vanuit het geloof en het gevoel kritiek op deze “vernieuwing”. Hij stond ver af van de Verlichting. Hij beschouwde de geschiedenis van de mens niet “more geometrico”, maar veeleer “’more biologico”. De geschiedenis van de mens was voor hem een “zuivere natuurlijke historie”. Maar in zijn zoeken naar evenwicht tussen “het goddelijk plan” en zijn “biologische beschouwing” zakte hij door het ijs en belandde weer bij de “goddelijke schepping”. De mens was de “eerste vrijgeborene” van de schepping. Hij was geschapen “voor de vrijheid, de beschaving én de religie, voor de hoop op de onsterfelijkheid”.
Toen ineens brak de hemel open wanneer Erasmus Darwin (1731-1802) een lans voor de “ontwikkelingsgedachte” brak. Hij was de grootvader van Charles Darwin. De evolutietheorie zette alle wat voorafging op de helling. Het werk “van de geest” kon van voren af aan beginnen. De (ontzette) “gelovers” spartelden in hun wijwatervaten; de (verstandelijke) “gelovers” verlieten de Kerk, zij gingen ofwel schuilen in gesloten genootschappen ( de kerk-kapelbeweging) of werden fervente aanhangers van de “heidense Kerk”, “het geloof in de goddelijke harmonie”.
In de 20ste eeuw tierden welig sekten en kalfde de aanhang van de Kerk opzienbarend af. Vroeger was het simpel. Toen was God de Onveroorzaakte Oorzaak, de Essentieel Existerende of de Grote Horlogemaker. God had het gedaan. God was de dader van de werkelijkheid. En toen vond de mens de wetenschap uit. ’t Was geen vrolijk nieuws en toch leek de relatie tussen wetenschap en geloof weer helemaal goed te komen.
Klopt dat vredig beeld? Slimme mensen, bij wie ook de “verstandelijke” gelovers behoren, zeggen dat geloven niets te maken heeft met het voor echt aannemen van de uitspraken over werkelijkheid. Geloven heeft meer met “vertrouwen” te maken. Het geloof serveert verklaringen. Zoals de wetenschap verklaringen serveert. Kan de wetenschap alles verklaren? Neen. Zijn “weters” betere mensen dan “gelovers”? Neen. Zijn wetenschappers slimmer dan niet-wetenschappers? Neen. En toch, kennis groeit, God krimpt. Zullen wij ooit het antwoord kennen op de vraag waarom het heelal bestaat? Neen. Onze hersenen zijn daarvoor niet gemaakt. Moeten wij het antwoord op al die grote vragen blijven zoeken? Ja. Onze hersenen zijn gemaakt om antwoorden en verklaringen te zoeken.
3.
Vrijheid en gezag
De mens worstelt met de morele autoriteit en de uitoefening van de macht. Ik zou niet graag in Gods schoenen staan! Het heeft problemen als je je de macht toe-eigent! Dit ondervindt zijn Kerk vandaag. Ook gisteren, maar toen was er nog geen charter over de Rechten van de Mens! Zij kon lustig verbannen, inquisiteur spelen, vervolgen, verbranden. Maar nu? Nu moeten God en zijn Kerk de vrije wil van de mensen respecteren.
Daarom kies ik al decennia voor “de liefde voor het goede” en niet zozeer voor “de speciale vermogens” waarmee je toch de vrije wil niet kan (mag) onderwerpen.
Ik geef toe dat de combinatie van de begrippen vrijheid en gezag een probleem vormt. Natuurlijk moeten wij een bepaalde vorm van gezag erkennen om niet in een chaos van “iedereen tegen iedereen” te vervallen. Iedere bestuursvorm sluit een dominantie in, een hiërarchie, een stratificatie in maatschappelijke klassen. Wat is het marxisme meer geweest dan een “strijd om de middelen”. En vergis je niet: het was meer het gerommel in de bovenbouw dan in de onderbouw, de kleine mens is altijd dupe, marionet, de meest kwetsbare.
Democratie was de oplossing, beweerden zij. “Zij”, de nieuwe machtsbelusten. “Democratie” is een ander woord voor “aristocratie”, “timocratie”, “oligarchie”. “Zij” zijn vandaag de vechtende vertegenwoordigers van een logge bureaucratie. “Zij” zijn ontvankelijk voor gezag dat corrumpeert.
Van het traditioneel gezag van Kerk en edelen ontwikkelde zich het charismatisch gezag van dictators. Na Hitler, Napoleon, Stalin en Mao kwam het legaal-rationele gezag in de plaats. De autoriteit was een ambtelijke werkelijkheid geworden.
Sociaal-psychologisch onderscheid ik vijf vormen van gezag: de macht van belonen (de aangepasten worden beloond), de macht van straffen (de wetsovertreders worden gestraft), de macht van delegeren, de macht van de verdienste en de macht van de deskundigheid. Niets is echter zo problematisch als de machtsbeluste mens die een twijfelachtige moraal heeft!
Wat is het ideaal? Voor de enen een godbewuste wereld zonder tirannie en overbodige luxe en eigendom, voor de anderen een culturele wereld met mensen die bewust leven, vanuit hun hartstocht, voor nog anderen een wereld waarin gezag en orde heersen, voor mij een wereld waarin vrijheid en geluk het hoogste goed zijn.
De politiek bepaalt niet langer de mate waarin vrijheid en gebondenheid moeten worden gecombineerd. Links-rechts heeft afgedaan. Er is geen eenduidigheid en klaarheid meer in deze opdeling. Politieke partijen bepalen niet langer wie zus en zo is, maar de mens zelf. Hij kiest uit veelheid een eenheid en uit ongelijkheid gelijkheid. De mens vindt “eenheid in verscheidenheid”, hij zoekt evenwicht tussen het kwantitatief individuele versus het sociale en tussen het kwalitatief concrete materiële versus het abstract ideële. Dit betekent dat gezagsuitoefening en materiële eigenbelang zijn keuze bepalen.
Ook de belangengroepen in de samenleving hebben hun status verloren en hun integriteit in het handelen. Politiek, ambtenarij (in ministeries), belangengeroepen en rechtspraak vormen de verschillende opties van bestuur, ook al ontvangen zij een inkomen van dezelfde staat. In dit kluwen van bestuur zoekt de mens een uitkomst.
Denk erom, de kiezer heeft een gezonde zin voor deze (politieke) werkelijkheid. Het probleem is echter dat hij of zij zo vaak gedesillusioneerd wordt (illusies die ook ontstaan uit een vals ego). De vrijheid van het individu moet keer op keer worden opgegeven voor het hogere doel. Hij of zij kan zich individueel geen toekomst uittekenen. De vrijheid die hem/haar wordt beloofd, is twijfelachtig. Illusies worden ook vaak gekoesterd uit baatzucht. Deze houding moeten wij afwerpen en leren de oorspronkelijke werkelijkheid onder ogen te zien. Slechts op deze wijze kan de mens het geluk vinden. Je kan de wereld niet verbeteren door je er tegen af te zetten, maar door je leven te verbeteren. Beter leven kan vanuit zelfrealisatie!
De ingrediënten? Dankbaarheid, dienstbaarheid, individuele bevrijding, orde van leven waarin geen domheid en luiheid passen.
4.
Schijndemocratie
Democratie zonder een zelfzekere zin voor orde is een schijndemocratie. Democratie behoeft “regels” waarin het begrip vrijheid niet meer zozeer aan chaos maar aan orde is gekoppeld. Verandering binnen een democratie gebeurt via een “zachte” revolutie, een “geleidelijke” omwenteling van het maatschappelijk denken. Wijze politici dwalen nooit van hun weg af en confirmeren zich aan de wet en aan het goede voorbeeld.
Denk aan de Franse Revolutie die gewelddadig begon met het bestormen van de Bastille in 1789, maar na de chaos de weg koos van het gezag. In een zachte revolutie kiest men voor geleidelijkheid, maakt men tijd voor het vaststellen van feiten en trends en het naar voren treden van een niet te ontkennen of weg te compenseren natuurlijke en sociale werkelijkheid.
De deur naar de utopie openhouden en de weg ernaar vrijmaken, zonder regels en afspraken is geen wijs scenario. Bovendien moreel iets anders voor ogen hebben dan het praktisch nut, is een moeilijke oefening, ook al is de ethiek valabel. Toch blijft verandering onvermijdelijk, want het handhaven van een status-quo om de burgers de kans te geven zich te verbeteren, zet hun aan tot verdere corruptie.
Het morele vingertje lost niets op. Het beste uit een zachte revolutie halen met de mensen die eraan participeren, is beter dan verlichting bij te brengen en hen te willen opvoeden voor een andere wereld. Ik ben niet tegen “verlichting” (kennis) en “opvoeding” (onderwijs) en ook niet tegen “vrij ondernemen” en “vrije organisatie”, maar de morele en maatschappelijke consensus moeten worden gevolgd. Met het spel van de orde wordt niet zozeer de mens opgevoed, maar gerespecteerd.
Alleen met dit respect voor de eenvoudige man als voor de ontwikkelde mens kan men van een werkelijk geslaagde politiek spreken. Politieke partijen en belangengroepen die zelfrespect en respect propageren en toepassen, kunnen overleven. Respect is bovendien de enige solide basis om samen te werken. Uit politiek die als één kracht tot stand komt, één harmonieus vermogen, ontstaat een betrouwbare rede die niet in zichzelf is verdeeld en niet in ideeën, begrippen en een overtuiging blijft steken. Een echte staatsman is iemand die probeert het idee van de orde der zienswijzen te relateren aan de natuurlijke orde van het leven.
De liefde voor de kennis vormt soms een bedreiging voor hen die niet zo’n duidelijk idee hebben van de uiteindelijke werkelijkheid. Politiek is niet alleen opkomen voor je rechten, maar ophouden elkaar te bevechten. Wij moeten stoppen elkaar met illusies te bevechten, liever met elkaar tegen illusies vechten. Homo sapeins, de wetende mens, is onze naam!
Oorspronkelijk was de tijd, maatschappelijk gezien, een religieus begrip. Politici verschilden in weinig van priesters. De orde der dingen, tijd en ruimte en het begrip maatschappelijke orde waren in de kern religieuze fenomenen, dachten de eerste filosofen. Wat niet wilde zeggen dat moed, matiging en gerechtigheid niet werden aangeprezen. Vandaag claimt de wereldorde respect voor de mensenrechten en de burgerlijke identiteit die daarbij hoort.
Ik blijf er echter bij dat wereldvrede slechts mogelijk zal zijn indien enerzijds politieke partijen niet langer meer zullen vechten om verkozen te worden en anderzijds de mensen, ondanks hun verscheidenheid, samen en structuurbewust, zullen strijden om de illusie van valse vereniging te overwinnen.
Thierry Deleu
4 september 2008
Caballero Jan Van Loy is back!
The Caballero Pipeline Company, Ltd.
Toen wilde de caballero wel es een verhelderend gesprekje hebben, en kijk es aan: daar stond een vrouw. Met vrouwen was et aardig spreken, zo werd verteld. Niks was er, dat niet werd verteld - en bijgevolg: alles wat verteld werd, was waar.
Hij spreekt d’r aan, la voix douce.
“Goeiedag mevrouw. Hebt u even?”
Hmm, even. Wat was dat, even? - ze stond op de bus te wachten. Ja, even had ze wel.
O, de caballero kende ’t wel. Zo waren er wel vele bekommernissen, en talloze verhalen daarover. Want alles werd verteld. Van Even en et Eind der Tijden.
“U weet wie ik ben,” zegde de caballero.
“Dat klopt,” knikte de vrouw: “el caballero: geboren te Mortsel, 2 februari in et Jaar des Heren 1984. Had als kind lange oren, moeilijke jeugd, talloze complexen. Zag vrouwen lachen, mensen breken, liefdes sterven. Brak zelf meermaals bijna, maar kon ternauwernood ontkomen, ook meermaals. Kent de pijn, de vreugde en de hartstocht der mensen. Ja, ik ken u, zeer wel.”
O jawel: zeer aangenaam spreken was et, met vrouwen. Et kon maar niet genoeg verteld.
“Goed, dan kunnen we vaart maken. Ik zeg maar zo: de caballero, dat is heden een bedrijf.”
“Zo? Heuglijk nieuws, naar et zich laat aanzien. Schiet et op?”
“Tja. Dat is te zeggen. We draaien momenteel nog wat verlies.”
Jan Van Loy
Toen wilde de caballero wel es een verhelderend gesprekje hebben, en kijk es aan: daar stond een vrouw. Met vrouwen was et aardig spreken, zo werd verteld. Niks was er, dat niet werd verteld - en bijgevolg: alles wat verteld werd, was waar.
Hij spreekt d’r aan, la voix douce.
“Goeiedag mevrouw. Hebt u even?”
Hmm, even. Wat was dat, even? - ze stond op de bus te wachten. Ja, even had ze wel.
O, de caballero kende ’t wel. Zo waren er wel vele bekommernissen, en talloze verhalen daarover. Want alles werd verteld. Van Even en et Eind der Tijden.
“U weet wie ik ben,” zegde de caballero.
“Dat klopt,” knikte de vrouw: “el caballero: geboren te Mortsel, 2 februari in et Jaar des Heren 1984. Had als kind lange oren, moeilijke jeugd, talloze complexen. Zag vrouwen lachen, mensen breken, liefdes sterven. Brak zelf meermaals bijna, maar kon ternauwernood ontkomen, ook meermaals. Kent de pijn, de vreugde en de hartstocht der mensen. Ja, ik ken u, zeer wel.”
O jawel: zeer aangenaam spreken was et, met vrouwen. Et kon maar niet genoeg verteld.
“Goed, dan kunnen we vaart maken. Ik zeg maar zo: de caballero, dat is heden een bedrijf.”
“Zo? Heuglijk nieuws, naar et zich laat aanzien. Schiet et op?”
“Tja. Dat is te zeggen. We draaien momenteel nog wat verlies.”
Jan Van Loy
3 september 2008
Vriendschap
Voor GD
Jij bent een constante in mijn leven
wanneer en hoe ook jij was er
voor mij is dit niet de enig juiste
definitie van vriendschap altijd
voor iemand klaar staan ook als
je denkt dat hij fout is of ontspoord
of onbezonnen te werk gaat? heb ik
jou gegeven wat je van mij verwachtte
een respons een wedergebaar van
vertrouwen? ik weet het niet maar ik
ben niet zo goed in naastenliefde
misschien dat je daar rekening mee hield
nu je het gevecht aangaat tegen
lijf en leden kan ik jou weer niet helpen
ja met woorden zoals nu maar wat heb jij
eraan? ik brand een kaars - misschien is
dit wel wat je nooit zou verwachten
misschien is het dit wat vriendschap
voor mij betekent dat ik iets voor jou
doe wat ik voor mezelf niet zou doen?
Thierry Deleu
Jij bent een constante in mijn leven
wanneer en hoe ook jij was er
voor mij is dit niet de enig juiste
definitie van vriendschap altijd
voor iemand klaar staan ook als
je denkt dat hij fout is of ontspoord
of onbezonnen te werk gaat? heb ik
jou gegeven wat je van mij verwachtte
een respons een wedergebaar van
vertrouwen? ik weet het niet maar ik
ben niet zo goed in naastenliefde
misschien dat je daar rekening mee hield
nu je het gevecht aangaat tegen
lijf en leden kan ik jou weer niet helpen
ja met woorden zoals nu maar wat heb jij
eraan? ik brand een kaars - misschien is
dit wel wat je nooit zou verwachten
misschien is het dit wat vriendschap
voor mij betekent dat ik iets voor jou
doe wat ik voor mezelf niet zou doen?
Thierry Deleu
Hallo... nee, dit wordt geen tweede "Goedele", maar een uitnodiging!
In mijn nieuwe boek draait alles om een (naakt)schilderij dat ook echt bestaat en als cover wordt gebruikt. Het is bijna griezelig hoe kunstschilder Johannes Vlerick mijn fantasie heeft aangevoeld. De vrouw die hij op doek heeft gezet, drukt exact het complexe karakter van het hoofdpersonage uit.
Voor alle duidelijkheid: hoewel het om een lerares Nederlands gaat die een poëzievoorstelling organiseert, beklemtoon ik wel dat: "Alle feiten, voorvallen en personages in dit boek fictief zijn en elke gelijkenis met de werkelijkheid puur toeval is!"
Met heel veel genoegen nodigt uitgeverij "Het Moment bvba" je uit op de voorstelling van mijn boek Milde Waanzin.
Daar zal tevens het schilderij van Johannes Vlerick worden onthuld door de Schepen van Cultuur, mevrouw Herlinde Trenson.
Graag verwelkom ik jou en je partner (en andere boekenliefhebbers) op:
zaterdag 20 september om 15.00u
in café ‘De Litanie’
(een belangrijke locatie uit het verhaal draagt louter toevallig dezelfde naam!)
De Plaats
Knesselare
Tot dan,
Katrien Ryserhove
09/372.05.88
Voor alle duidelijkheid: hoewel het om een lerares Nederlands gaat die een poëzievoorstelling organiseert, beklemtoon ik wel dat: "Alle feiten, voorvallen en personages in dit boek fictief zijn en elke gelijkenis met de werkelijkheid puur toeval is!"
Met heel veel genoegen nodigt uitgeverij "Het Moment bvba" je uit op de voorstelling van mijn boek Milde Waanzin.
Daar zal tevens het schilderij van Johannes Vlerick worden onthuld door de Schepen van Cultuur, mevrouw Herlinde Trenson.
Graag verwelkom ik jou en je partner (en andere boekenliefhebbers) op:
zaterdag 20 september om 15.00u
in café ‘De Litanie’
(een belangrijke locatie uit het verhaal draagt louter toevallig dezelfde naam!)
De Plaats
Knesselare
Tot dan,
Katrien Ryserhove
09/372.05.88
Abonneren op:
Posts (Atom)



