Eindredactie: Thierry Deleu
Redactie: Eddy Bonte, Hugo Brutin, Georges de Courmayeur, Francis Cromphout, Jenny Dejager, Peter Deleu, Marleen De Smet, Joris Dewolf, Fernand Florizoone, Guy van Hoof, Joris Iven, Paul van Leeuwenkamp, Monika Macken, Ruud Poppelaars, Hannie Rouweler, Inge de Schuyter, Inge Vancauwenberghe, Jan Van Loy, Dirk Vekemans

Stichtingsdatum: 1 februari 2007


"VERBA VOLANT, SCRIPTA MANENT!"

"Niet-gesubsidieerde auteurs" met soms "grote(ere) kwaliteiten" komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen. De Overheid sluit deze auteurs systematisch uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen, omdat zij (nog) niet uitgaven (uitgeven) bij een "grote" uitgeverij, als zodanig erkend.

29 april 2007

vreemde vriend

voel jij je ook soms rotslecht? heb je
ook van die dagen dat je heimwee
hebt naar iets dat verloren lijkt een
verhaal van liefde en schoonheid?

ook nu weer klopt mijn hart zo hard,
of het op springen staat. wie beschermt
mij? ik heb mijn pijl en boog niet bij.
ik verlang naar de maan trotse maan

vol kracht en leven die mij licht geeft
waarin ik eigen schaduw zie, de
zon lacht mij uit, haar stralen vliegen
met mij mee pakken mij onzacht op.

Thierry Deleu

26 april 2007

Als ogen wenen

Als ogen wenen
een natte doorweekte oorlog voeren
bij de aftocht van een vriendschap

Als alle emotie is verdwenen
de wind ophoudt te zingen
dat er geen poëzie bestaat

om samen te vloeien als water
waar er alleen alternatie van eindigheid is;
die zich afvraagt, of er hiervoor troost bestaat

dan trekken jonge trotse wolken voorbij
die zonder hoogmoed tussen de takken
van de bomen om nestwarmte vragen

en dan legt de hoop zijn ei

Jenny Dejager

24 april 2007

ballade van de vriendinnen van één nacht

(conceptuele kunst als replica van boudewijn de groot’s origineel)

tekenstorm

poëzie voor de tweeëntwintigste eeuw

woon nu op phoebe maan van mars

venus heeft geen manen

tenzij milo

en leonardo werd geschilderd

door éne lisa (sad lisa - googel op cat stevens)

[She hangs her head and cries on my shirt.

She must be hurt very badly.

Tell me whats making you sadly?

Open your door, dont hide in the dark.

Youre lost in the dark, you can trust me.

cause you know thats how it must be.

Lisa lisa, sad lisa lisa]

of:

semiotische guerilla voor beginners

[lou reed: lisa says

gaat zo

Lisa says that it’s allright

When she needs to be alone at night

Lisa says that she has a fun

And she'll do it with just about anyone.

Lisa says, Lisa says, Lisa says, Lisa says

Lisa says that she's on the run

Looking for a special one

Lisa says that every time she makes his trip

She knows her heart will beat

Lisa says, Lisa says, Lisa says, Lisa says]

lisa is mijn vriendin van één nacht

[nat king cole:

Mona lisa, mona lisa, men have named you

Youre so like the lady with the mystic smile

Is it only cause youre lonely they have blamed you?

For that mona lisa strangeness in your smile?]

en de maagd maria mijn vriendin van één dag

(24 april 2007)


Eric Rosseel

23 april 2007

Auteur zijn?

Als mieren dating & dollend mijn hersenen belopen
de woorden van mijn evenmens vervagen tot gefluister
snap ik de wereld niet en evenmin de verhalen van
zin en onzin in boekjes bladzijden uitlopend over

de rand van het toelaatbare is dat schrijven? auteur zijn?
ik walg van die bedoening ontvlucht ze constant voor
andere oorden waar mijn denken verdrinkt in prozac
mijn bloed zich dunnetjes mengt met lichtlopend asaflow

en desalniettemin kan ik het niet laten het genot
in de kiem te smoren de angst te doen zegevieren
over het ongewoon banale van het dagelijkse
leven ik broed een ei uit nieuw boek met nooit gevraagde

woorden regels zinnen waar geen mens op wacht tenzij
ik zelf mijn spiegel mijn libido mijn alter ego
ja ja ik besef het weer ik stop ermee ik wil het niet
nog maar eens ondergaan tot eigen eer vergane glorie.

Joris Dewolf

Alphonse D'Heye voor een goed doel


21 april 2007

Christiaan Germonpré, dichter pur sang!

Stadsdichter van Kortrijk

Ik weet niet precies wat er gaande is in poëtisch Kortrijk. Walter Maes van "Het verdriet van Kortrijk", een ludiek online tijdschrift dat soms wild om zich heen schopt - en niet altijd onterecht -, lanceert een wedstrijd om via verkiezingen "stadsdichter van Kortrijk" te worden. Onze eindredacteur dingt mee met het gedicht Beeldenstorm. Hij beweert dat hij dit gedicht niet zelf heeft ingestuurd. Ik gun hem het voordeel van de twijfel. Wat ook: het is een prachtig gedicht!
Wat mij intrigeert, is de ontstaansgeschiedenis van de wedstrijd. Welke zijn de voorwaarden? Is er een prijzenpot?
Ik kies voor Christiaan Germonpré, die door zijn bescheiden opstelling niet oogst wat hij verdient: erkenning!

Joris Dewolf

18 april 2007

Stem op Thierry Deleu

KORTRIJKSE STADSDICHTER
Warme oproep van "De Geletterde Mens"
Betreft: stadsdichter Kortrijk

Stem Thierry Deleu
via
walt.maes@skynet.be
met kort bericht: Thierry Deleu, stadsdichter.

Tussenstand :
Thierry Deleu: 67 stemmen
Peter Wullen: 49
Joris Denoo: 38
Peter Van Synghel: 32
Philip Hoorne: 27
Janne De Decat: 25
Christiaan Germonpré : 24
Jan van meenen : 23
Alain Delmotte: 18
Inge Deconinck: 15
Gie Devos : 13
Frans Deschoemaeker: 12
Achilles Surinx : 11
Geert Verbeke: 11
Tine ‘Tunnel’ : 5
Peter Caessens : 3

Blijven stemmen !
walt.maes@skynet.be

of sms
tot 30 juni.

p.s.: in Kortrijkse bib staat ook een stembus.

16 april 2007

Voorwaarden om "Meesterdichter van de Lage Landen bij de zee" te worden terecht gewijzigd!

ARGUMENTERING:
TE VEEL (VOORAL) JONGE DICHTERS VALLEN UIT DE BOOT, OMDAT ZIJ (NOG) GEEN BUNDEL HEBBEN GEPUBLICEERD.
DAAROM: ÉÉN VOORWAARDE:
minimum drie gedichten in bloemlezing/tijdschrift/of e-magazine!

BELANGRIJKE NOTA VOOR “SOLLICITERENDE MEESTERDICHTERS”:

DOELSTELLING

“De 50 Meesterdichters van Vlaanderen” werd gesticht begin jaren tweeduizend op initiatief van “The Order of the Razorblades”. Het was een idee van enkele dichters, geridderd in de Orde.
Het voorzitterschap is in handen van Thierry Deleu (Derek van ’t Gulle Zand) die met dynamisme en impulsen, nodig bij het opstarten van zo’n initiatief, de club - in opdracht van de Grootmeester - bestuurt.
De stichting beantwoordt aan de wens van talrijke dichters, die de essentiële waarden van hun creativiteit willen veilig stellen: de kwaliteit van de gedichten, het respect voor elkaar en een broodnodige promotie van de Vlaamse poëzie.
Een hele generatie van gelauwerde dichters bracht de Vlaamse poëzie op een nooit bereikt niveau, maar de uitstraling over de grenzen heen bleef schrijnend beperkt. Toch poneren zoveel “buitenlanders” dat de Vlamingen verkeren “in het land waar de dichters wonen”.

Toen ook dichters uit Nederland belangstelling toonden voor het initiatief, werden er gesprekken gevoerd over de wenselijkheid van een uitbreiding tot “de Lage Landen bij de zee”. Na overleg met de Grootmeester werd deze optie genomen. “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee” was een feit.

Via “Razor's Edge Editions” schaart de Grootmeester van de Orde zich achter dit initiatief, maar verkiest op de achtergrond te blijven. Hij rekent op de persoonlijke levenservaring van de eerste voorzitter.
Het oorspronkelijk idee bestond erin een club van Meesterdichters te vormen, die een poëtische doorbraak zouden forceren, in de eerste plaats daar waar het Nederlands werd gesproken, maar ook via vertalingen in het buitenland, er wel over wakend dat de kwaliteit zou blijven primeren op de wet van vraag en aanbod.


MODALITEITEN
1. Het aantal werkende leden “Meesterdichters” wordt vastgesteld op minimum 5 en maximum 50 leden. Om tot “Meesterdichter” te kunnen worden benoemd dient er onherroepelijk een periode als “solliciterende Meesterdichter” te worden doorgemaakt. Deze periode omhelst één jaar.
2. De sollicitant behoort een goede reputatie als dichter te hebben of als een beloftevolle dichter zijn (h)erkend.
3. De titel van “solliciterende Meesterdichter” wordt verleend aan dichters die minstens drie gedichten hebben gepubliceerd in een bloemlezing/tijdschrift/e-magazine, ofwel gelauwerd of geprijsd werden in de Lage Landen.

4. De aansluiting tot (eerst) de club van de “solliciterende Meesterdichters” en (daarna) tot de club van de “50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee” is relatief eenvoudig:
· worden aangeschreven of aangesproken door de voorzitter (en de eerste leden)

· voldoen aan de voorwaarden zoals hierboven opgesomd
· één (tot drie) gedicht(en) opsturen aan de voorzitter: Zandzeggelaan 18-102 te 8670 Oostduinkerke of doormailen aan
thierry.deleu@skynet.be
· bij selectie van het (één) gedicht wordt de sollicitant op de hoogte gebracht. Vanaf dat ogenblik is hij/zij “solliciterende Meesterdichter”.
“Razor’s Edge Editions” stelt een verzamelbundel in het vooruitzicht, met als ondertitel “De 50 Meesterdichters van de Lage Landen bij de zee”. Vermits de “solliciterende Meesterdichters” pas en precies na één jaar “Meesterdichter” worden”, kan deze bundel ten vroegste één jaar na de geselecteerde 50ste “solliciterende Meesterdichter” verschijnen.

VOORWAARDEN
1. De “Meesterdichter” verplicht er zich toe drie exemplaren van deze bundel aan te kopen tegen promotieprijs. Dit engagement wordt per e-mail bevestigd.
2. Daar hij/zij vrijwillig zijn gedicht ter selectie opstuurt, ziet hij/zij ook af van welk honorarium ook en van zijn/haar auteursrecht.
3. Deze verklaring wordt hem/haar ter bevestiging doorgemaild bij het verschijnen van de verzamelbundel.
Namens “Razor’s Edge Editions”, onder de auspiciën van “The Order of the Razorblades”,

Thierry Deleu

Gedicht van Arnold Eloy

Moment

stilte: open raam
en herkomst. Lichaam:
gladde schede, dit geluid.
Als het roepen van kinderen:
luisteren wordt vervoering
een vreemd gespannen storm.

Arnold Eloy

15 april 2007

Gedicht van Jan Van Loy

*

Diep onder et vrieskille smoelwerk der oceanen
Waar de vissen vredig et doorzeken zeewier vreten en de vissen
Daar laaft de hydrocefale onderwatergod der poëzie zich blauw
Aan et vlokkende effluent van de machinerieën van de Overvloed

Ter aarde zuigt de papdikke consumptiemens zich all unisono
Een indigestie aan ampullen van halflauwe tevredenheidsbacillen en verveling
En verzint zich een boven- en ondernatuur waar et beter toeven is
En succesvoller tomaten kweken

En hoog in de kleverige epidermis van de wolken
Lacht een doorvreten smoggod romig door zijn etherische orgelpijpen
De volmondige Vreugde om et aardse levenspuin de zuchten de efemere kindertraan
Die hier ter aarde nooit behoorlijk werden gevierd

Jan Van Loy

9 april 2007

Rapgedicht van Thierry Deleu

‘t Licht in de buurt ligt op straat

I
rommelen:

Julienne, brunoise, dunne plakjes of rafels,
reepjes, staafjes, sneetjes of blokjes, vieze smakeloze troep,
een vlag op een modderschuit, een tang op een varken,
een zadel op een koe, oude lappen, groen hout dat in
de zon is kromgetrokken, de fleur is er af, kop en staart
en geen fatsoen, er genoeg van hebben, puin, prul en
rommel ligt op straat, je bent het beu, je hebt er de brui
en de balen van, je bent het zat met lepels, gespogen spek,
moe als koude pap, de buik van vol, de hoest, het schurft,
de pest, je gruwt er van, puin, prul en rommel ligt op straat,
neen, je bent geen viespeuk, viesneus of viezerik, het is geen gril,
grol, luim, kuur of krul, je gaat ervoor, geen kippekuur,
geen caprice of viezevazen, je bent geen sijsjeslijmer
of wekeling, je bent een keurig mens die zijn rommel op straat zet,
het huis staat op stelten, booi is er baas, de boelijn is er
over de nok, een pakhuis, het huishouden van Jan Steen,
een uitdragerswinkel, het ene hinkt en het andere stinkt,
tussen al die rommel vindt de kat haar jongen niet,
kijkt in de lompenzak, pist op de lampekap, merktekent
wat niet stuk is, in de plunderkamer, de lompenzolder,
bij oud-roest, als een kaarsemakerskat in de maneschijn,
de morgen breekt aan, het licht gaat de deur uit, staand licht,
voetlicht, schamplicht, vallend licht, gedoofd, buiten gebruik, vergeten, dood


II
recycleren:

de buurt stelt haar bandwerkers aan, haar poenderaars, knutselaars,
(grof)vuilsorteerders, ze zoeken tussen troep en troet naar
lichtgevers, vonken, winden, stroom en spanning, vinden
flikkerbuizen, voltazuilen, anoden en katoden,
een blote draad, een snoer, dubbel snoer, stekkers, dubbel stekkers,
T.L.-lampen, schellen, fakkels, toortsen, olielampen,
kinkees, petrollampen, zaklantaarns, duivelsogen,
staande lampen, hanglampen, liggende lampen, spaarlampen,
spiegellampen, lusters, allerlei waslicht, gewone lampen,
gaslampen, elektrische lampen, doorschijnend, kleur,
worden geteld, hersteld, schoongemaakt, op straat gezet,
het licht schijnt in de duisternis en de duisternis
merkt het niet, licht en deemster, hemels licht in ‘t helleduister,
de buren werpen hun schaduw af, komen buiten
met de vleermuizen, in ’t duister is ’t goed fluisteren,
een koetje doen, een klapke, een babbel onder buren,


III
verlichten:

de buurt is in alle staten, geen sluikstorter geraakt
door de mazen van het net, wordt onmiddellijk op
den boek gezet, iedereen werkt mee, bange blanke man,
bruin of zwart, arm als een luis, rijk als Cresus, wat een opstoot
van solidariteit, één lijntje trekken, één leest, één touwtje,
één hart en één ziel zijn, resultaat? de buurt oogt mooi, uiterlijk
en vanbinnen, uiterlijk schoon is hier géén vertoon, schone
mensen, zonder vlek of rimpel, buren goed als brood,
de poenderaars worden aangemoedigd, lieve woordjes,
schouderklopjes, reikende handen, mirakels bestaan echt,
met z’n allen maken zij lampen, geven het licht
aan elkaar door, niemand blijft in het donker, geen huis,
geen straat, geen hoek, geen kant, én kunst wordt ieders bezit,
zowel van kind of kraai, van vent of vrouw, van puber of
senior, alle macht aan de verbeelding, de innovatie,
de inventiviteit, de creativiteit, buurman
of buurvrouw, kunstenaars in spe, artiesten in se,
als de vuilniswagen voorbijkomt, onmisbaar zijn zij
de schoonmakers van de straat, van stof, prut, droes, drab en derrie,
een zak links, een zak rechts, de wagen in, trapje af, trapje op,
de zoveelste stop is geen verlet, kijk hoe zij onverlet
wat niet kapot is, laten zij ongemoeid, wat licht geeft
heeft een naam, een verhaal, een authenticiteit, getuigen
van een blije buurt, de buurman gluurt, zijn vrouw glimt, de straat blinkt,
de buurt in lichtelaaie, ’t is feest, het feest van het licht,
steek de bezem uit, besteek elkaar, fuif, amuseer je,
laten wij slampampen, ’t gemeste kalf slachten, steek het
vreugdevuur aan, het vredevuur, pijlen en fusees,
de buurt baadt in het licht, de buurmeisjes giechelen,
de buurvrijsters lonken, de droogstoppels kietelen zich zelf
tot ze lachen, ’t licht in de buurt ligt op straat als de
donkerte valt, een oase van licht, geen paradox,
sta niet perplex, kijk je ogen uit het hoofd, ’t licht in de buurt
ligt op straat, de mensen van ten allen kante horen
het donderen in Keulen, staan verwonderd als Sint-Pieter
op een kruisstraat, zo rein, zo mooi, zo gezellig warm,
ze voelen zich geborgen, welgekomen, een buurt
om er te wonen, om er verliefd te worden, goedgemutst,
om jou en deze hier, die daar, goedemorgen te zeggen,
goedenacht, goedenavond, goedendag, goedemiddag, hallo


IV
en nu de moraal van het verhaal:

lieve mensen, laten wij met ons allen zorgen voor
moeder Aarde, te beginnen met onze buurt, onze straat,
ons huis, het milieu, het mensdom? dom als het vervuilt,
immens slim als het opruimt, recycleert, selecteert,
zichzelf en de volgende generaties kansen gunt
om te overleven, bovendien is kunst geen luxeproduct
maar een partner in schoonheid, ’t licht in de buurt ligt op straat!

De jeugd leest nog!

Naar aanleiding van de Jeugdboekenweek (van 3 tot 18 maart) vroeg ik mij af of de jeugd, in deze tijden van chatten en gamen, nog tijd en zin heeft om te lezen.

Ik trek naar de bibliotheek en schuif mee aan de vergadertafel van de Kinder- en Jeugdjury (10 tot 12-jarigen). Groot is mijn verbazing als ik zie welke grote en belangrijke rol boeken spelen in het leven van deze jongeren.

Het eerste wat me opvalt, is het grote aantal meisjes in de leesgroep. Volgens ingewijden zou dit komen omdat meisjes meer doorbijten. Indien het boek saai is, lezen ze toch door. Jongens geven veel vlugger op. Gelukkig zitten er toch een paar jongens aan mijn zijde om dit cliché meteen uit de wereld te helpen.

Men denkt altijd dat in deze moderne tijd van computers en spelconsoles, de jeugd geen tijd meer heeft om boeken te lezen. Niets is minder waar, de jongeren van de leesgroep maken een combinatie waarin het boek een centrale plaats krijgt. Sommigen lezen zelfs veel liever boeken dan strips omdat ze dan meer hun fantasie kunnen gebruiken. Anderen maken deze vergelijking in verband met film, bijvoorbeeld het boek “Kruistocht in spijkerbroek” is veel beter dan de film. Om een boek te kiezen, laten ze zich nogal vlug beïnvloeden door de cover. De meisjes lezen graag boeken over gevoelens omdat ze dan kunnen meeleven met de hoofdrollen. Jongens daarentegen lezen liever avontuurlijke verhalen. Griezelverhalen zijn momenteel bij iedereen erg in. De jongeren halen hun boeken meestal van de bibliotheek. Zelf boeken kopen doen ze niet veel.
Lievelingsauteurs van de leesgroep : Patrick Lagrou, Marc De Bel, Roald Dahl, Do van Ranst, Brigitte Minne, Anthony Horowitz…

De leesgroep is een onderdeel van de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Meer dan 6000 jongeren, ingedeeld in verschillende leeftijdscategorieën, lezen samen 9 boeken in een zestal maanden. Deze opgelegde werken worden geselecteerd door een deskundig team. Iedere jongere die graag leest, kan meewerken aan dit project. Van ieder boek wordt een verslag gemaakt en dit wordt besproken in de plaatselijke leesclub. De begeleidster heeft daar een originele manier voor bedacht, zij laat de verslagen schrijven in een brief gericht aan de auteur. De bespreking zelf gebeurt heel enthousiast maar de begeleidster leidt alles in goede banen. Zij bespreekt het inhoudelijke door vragen te stellen en voorwerpen mee te brengen die een belangrijke rol spelen in het boek. Als er jongeren zijn die met bepaalde vragen zitten dan geven de anderen uitgebreid uitleg zodanig dat iedereen weer goed mee is. Iemand schrijft zelfs de leukste zinnen uit het boek op. Bij de bespreking van het boek “Weg” van Bettie Elias valt mij de betrokkenheid op. “Weg” is gebaseerd op echt gebeurde feiten in Kosovo en beschrijft de toestand daar van enkele jaren terug toen deportaties, moord en vluchtelingen er schering en inslag waren. De jongeren kunnen deze feiten heel goed relativeren omdat ze hierover beelden zien in het journaal en vluchtelingen kennen ze uit hun directe omgeving of van op school. Het boek heeft een open einde maar sommigen trekken zelf een eindconclusie. Anderen zouden liever een vervolg lezen. Na het lezen van de 9 boeken wordt een klassement gemaakt over heel Vlaanderen. Zo bekomt men de winnaar van de Kinder- en Jeugdjury.

De Jeugdboekenweek is net zoals de Kinder- en Jeugdjury een project van de “Stichting Lezen” in samenwerking met de bibliotheken, het onderwijs en het boekvak. De bibliotheek heeft een mooi programma samengesteld, voor ieder leerjaar komt een auteur op bezoek. De jongeren zien er al naar uit om de auteurs te ontmoeten en er vragen aan te stellen.

Nog een leuke tip van de jeugdige lezers voor de illustrators van boeken : “In saaie boeken mag er geregeld eens een ‘prentje’ staan, in spannende is dat niet nodig”.
Ook een kwinkslag mag niet ontbreken op de vergadering.

Marc Vandenbussche

6 april 2007

Gedicht van Hilaire Bodein

Dichter

De evenredige oevers verwaarlozen zich
meer en meer.

Ik loop niet tegen de muur
uit gewoonte.

Maar het wakker dromenstelsel bezit
kleverige vingers.

Tenslotte:
speleologen
fluisteren
zeggen
zingen

wat ik niet dacht.

5 april 2007

Het verdriet van Kortrijk - Walter Maes

Walter Maes schrijft in "Het verdriet van Kortrijk" op vrijdag, 30 maart 2007:

THIERRY EN DE ORDE VAN DE SCHEERMESJES
Van de beroemde dichter Thierry Deleu (geboortejaar 1940) viel volgende mare in onze e-postbus :Vanaf 1 februari is er een nieuwe weblog actief: http://geletterdemens.blogspot.com/
“De Geletterde Mens” is een dagelijks e-magazine 'doorlopend & eindeloos literair' dat zich vooral wijdt aan de Nederlandstalige literatuur, maar sporadisch ook aandacht heeft voor andere kunstvormen. “Kleine” auteurs met soms “grote” kwaliteiten komen in het literair landschap te weinig aan bod of worden er niet aangezien als volwaardige spelers. Daar zij geen of weinig aandacht krijgen van critici, recensenten en andere scribenten, komen zij ook niet in the picture bij de bibliothecarissen van de lage landen bij de zee. Ook de overheid sluit systematisch deze auteurs uit van subsidiëring, aanmoediging en werkbeurzen. Lees in de eerste editie ons standpunt over dit netelig en frustrerend fenomeen in de Vlaamse literatuur.“De Geletterde Mens” wil in de eerste plaats een spreekbuis, een uitlaat, een forum zijn voor nieuwe auteurs, debuterende en dakloze schrijvers en dichters, die zoekende zijn of berusten in hun lot. De redactie stelt één criterium voor het plaatsen van creatief werk: kwaliteit!
Kopij insturen naar:geletterdemens@gmail.com of thierry.deleu@gmail.com

Thierry is ook de stichter en gangmaker van "The Knights of the Razorblades" ("Orde van de Scheermesjes"). De eerste significante online-ridderorde! http://www.knightsrazor.com
Even rechtzetten: onze eindredacteur is niet de stichter en/of de gangmaker van de "Orde van de Scheermesjes". Hij is wel een héél actief lid. De Orde telt momenteel 55 ridders en jonkvrouwen.

Thierry dingt mee naar de titel van Stadsdichter van Kortrijk.
Zijn inzending :

Beeldenstorm

Vluchtende monniken dansende
monniken witte benen
tussen reikhalzende schapen
die als juffers opgejaagd

over het plein tippelen.
In bruinharen pijen gehuld
hun kappen vallen als maskers
van hun kruinen lopen zij

de dieren voor de voeten.
Kreunend uit haar acht hoeken
luidt de klok de beeldenstorm.
De bliksem slaat in de oppers

de boeren met heiligenbeelden
onder de arm verdwijnen
in hun houten huizen.
De herder fluit op zijn vingers

over de heuvelkam blaft
de hond zijn schapen bijeen.
Op enkele vamen vandaan
dring ik in jou als halewijn.
(Lavaudieu)

Een fabuleuze kandidaat.

HD's Cartoonhoekje (5)











4 april 2007

Foei of een laatste stuiptrekking van een oude schoolrat

Met vlagen komt de onderwijsmens in mij weer naar boven. In een vorig leven was ik directeur secundair onderwijs en in de laatste vier jaar van mijn carrière resp. hoofdmedewerker en kabinetsattaché van Vlaams minister van Onderwijs Luc Van den Bossche en Eddy Baldewijns. In beide functies kwam ik geregeld in contact met leerplannen, jaarprogramma’s en eindtermen. Ook toen stelde ik vast dat ‘cultuur en onderwijs’ stiefmoederlijk werd behandeld. Misschien was/is het een foute perceptie.
Thierry Deleu

Uitzonderlijk geef ik dit artikel een plaats in de discussie ‘cultuur en onderwijs’.
‘Cultuur laat zich niet onderwijzen,’ beweren sommigen. Zij zou het resultaat zijn van een passie of van (louter) eigenbelang en zich bewegen aan de rand van het leven. Raar maar waar.
Toch moet op school de leerkracht bijzonder alert zijn voor de tekorten van de leerlingen op dit (culturele) domein. Ik besef dat het niet gemakkelijk is om een algemene culturele vaardigheid bij de scholieren aan te kweken.
Soms brengt hun non-interesse de leerkracht tot wanhoop. Indien kinderen geen wiskundige aanleg hebben, zegt de klassenraad: “De leerling kan het niet, maar hij/zij is wel knap voor talen.” De leraars evalueren de gaven en de tekorten van hun leerlingen en drukken hun appreciatie uit voor wat de leerling kan. Maar dit is lang niet (meer) voldoende: in de ontvoogde leefwereld van het kind moeten wij ook eisen (veeleer verlangen, lees hopen) dat de jongens en meisjes in de klas ook cultureel geïnteresseerd worden. Zij moeten op zijn minst van kinds af aan noties hebben van “menselijkheid” en “kunst” en enkele namen kunnen citeren van mannen en vrouwen die menselijkheid uitdragen en van kunstenaars.
Later moeten zij kunnen onderscheiden. Nieuwsgierig zijn naar wat hen omringt, naar wat er gebeurt rondom hen en kunnen argumenteren waarom zij ontroerd worden, geprikkeld, geënthousiasmeerd door mensen en wat die doen. Zij moeten de actualiteit volgen, politiek, literatuur, film, kunst, niet alleen sport.
Ik vraag mij af, of het onderwijs niet beter en intensiever aandacht zou moeten besteden aan de geschiedenis, politieke, literatuur- en kunstgeschiedenis vanaf de tweede graad van het secundair onderwijs.

Ik doe een poging om een kader te creëren voor cultureel onderwijs (daarbij vergeet ik niet dat ‘cultuur zich niet laat onderwijzen’ zoals klassieke leerpakketten). De ‘leerstof’ wordt ‘besproken’ in de vier jaar van het hoger secundair onderwijs.
Eerste pakket (‘Moderne Tijden’):
Wat is filosofie - wat wil de filosofie bereiken? Wat leren wij uit de geschiedenis over de economie, de moraal en beide? Hoe relateren doctrines of theorieën zich tot elkaar (b.v. het determinisme, fatalisme, jansenisme)? Is kennis beperkt, technologisch, intellectueel? Wat betekent wetenschap voor de mens (b.v. de geneeskunde)? Wanneer is een wetenschappelijke theorie juist of wanneer kan zij als ‘waar’ worden aanvaard? Hoe werkt de geometrie? Hoe bepaalt de weerman het weer? Is democratie de beste bestuursvorm? Wat is legaal en niet legaal? Hoe gaat men om met illegaliteit? Kunnen enkel de mensen spreken of hebben dieren ook een taal? Hoe ziet er volgens u het ideaal wereldbeeld uit? Wanneer spreekt men van logisch denken?
In dit eerste pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
Pythagoras, Socrates, de rede(nering), de taal, goed en kwaad, waarheid, dialoog, Shakespeare, evolutie(leer), perfectie, doelgerichtheid, Hegel, determinisme, jansenisme (Blaise Pascal), voorbestemming, fatalisme, scepsis, onzekerheid, onbegrensde kennis, Kant, Copernicus, de wetenschap(smens), de sociologie, de economie, Karl Marx, Sigmund Freud, klassenstrijd, Nietzsche, David Hume, de waarschijnlijkheidstheorie, Descartes, Spinoza, tijd en duur, Einstein, Newton, Montesquieu, Rousseau, scheiding der machten, Sofocles, onderscheid tussen teken en signaal, symbolen, syllogisme, Thomas van Aquino, Bertrand Russell.
Tweede pakket.
Dit pakket omvat het omschrijven en verklaren van religieuze passages waarvan de kennis bijdraagt tot een gedegen interpretatie van literaire teksten, beelden en spreekwoorden, mythes en legenden. Dit pakket wordt aangeduid als ‘Oude Tijden’.
Figuren uit de mythologie. Wat is een narcist? Wat is het verband tussen Prometheus en kunst? Sisyfus en arbeid? De betekenis van Cupido toen en nu. Wat is een Oedipuscomplex (psychoanalyse, psychiatrie, psychologie)? Tantaluskwelling? Het Oud Testament (de zondeval, Caïn, Salomon, Babel, het Gouden Kalf). Het Nieuw Testament (Damascus, ‘de barmhartige Samaritaan’, ‘Geef Caesar wat Caesar toekomt’, de vader-zoonverhouding (de verloren zoon), de steniging, Pilatus (‘wast zijn handen in onschuld’), Pinksteren. Boeddhisme. Hindoeïsme.
In dit tweede pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
Narcisme, egoïsme, egocentrisme, onwetendheid, Albert Camus, de menselijkheid, existentie en absurditeit, liefdesrelaties, het vertrouwen, Paul Claudel, incest, primaire behoeften (honger, dorst), de list, de intelligentie, de eindbestemming, de zondeval, de rol van de vrouw (serpent, verleiding, heks), Vladimir Jankelevitch, schuld en boete, de broedermoord, criminaliteit, agressie, geweld, neutraliteit, rechtvaardigheidsgevoel, rivaliteit (tussen God en mens, mensen onder elkaar), veeltaligheid, multiculturaliteit, macht en geld, spiritualiteit, barmhartigheid, scheiding der machten, waarden en normen, motivatie, onverschilligheid, Kerk en Staat, verantwoordelijkheid, erfelijkheid, culten en sekten, kasten, status.
Derde pakket.
Dit pakket omvat de grote ‘Kunststromingen’.
Het surrealisme. De Ranaissance. Het impressionisme. De non-figuratieve kunst. Het symbolisme. Is kunst altijd toegankelijk? Decadentie. Kunst in de prehistorie. Conceptuele kunst. Romaanse en gotische kunst.
In dit derde pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
André Breton, provoceren, dadaïsme, Paul Eluard, Louis Aragon, Salvador Dali, René Magritte, Luis Buñuel, humanisme, classicisme, Michelangelo, Raphaël, Edouard Manet, Cézanne, Monet, licht en kleur, het perspectief, clair-obscur, realisme, Mondriaan, Kandinsky, symbolen, de Chardin, Nicolas Poussin, geometrische constructies, Plato, inspiratiebronnen, Marcel Duchamp Joseph Beuys, grottekeningen, beelden (het naakt), Kant, universele schoonheid, de boodschap, technische innovatie, artistieke opbloei, techniek en schoonheid, kathedralen, glas-in-lood(ramen).
Vierde pakket.
Dit pakket omvat de grote ‘Literaire stromingen’.
Romantisme. Classicisme. Klassiek vs. Modern, Klassiek vs. Romantisme. De troubadours. ‘La poésie pure’. De tragedie. ‘Kunst om de Kunst’. De nouveau-roman. Het toneel. De politieroman.
In dit vierde pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
De wonderen van de natuur, romantisme vs. de verlichting, natuurelementen, Middeleeuwen, ridderroman, Walter Scott, Victor Hugo, Alexandre Dumas, melancholie, Baudelaire, Boileau, tragedie, komedie, eenheid van plaats, actie en tijd, Corneille, Molière, Racine, de fabels, La Fontaine, vrijheid van creatie, Stendhal, de troubadours en de liefde, ‘poésie pure’, Rimbaud, dichterlijke vrijheid, Paul Verlaine, metriek, ritme, klank, kleur, de fataliteit, de godenverering, humanisme vs. bovenmenselijke krachten, het (trieste) lot, Flaubert, Gautier, het schoonheidsideaal, Balzac, Zola, Marcel Proust, liefde voor detail, psychologische roman, het Laatste Oordeel, Ionesco, de dood, Samuel Beckett, Edgard Allan Poe, onderzoek, Arthur Conan Doyle, Agatha Christie.
Vijfde pakket.
Dit pakket wordt aangeduid met ‘Begrippen en Figuren’. Dit pakket kan worden verdeeld over de vier jaren van het hoger secundair en is dus complementair.
Angst (Kierkegaard). Dialectiek. Epicurisme. Hermeneutiek. Machiavelli. Stoïcisme. De ratio (rede-redenering).
In dit vijfde aanvullende pakket kunnen volgende namen en begrippen voorkomen:
Angst, Sören Kierkegaard, Heidegger, gestuurd en vrij onderzoek, diversiteit van ideeën, ethiek, epicurist, onbegrensd genieten van het leven, innerlijke rust, atomenleer, de interpretatie, literair vs. ratio, allegorisch, religieus, mythisch, Rabelais, Socratische methode
(vraag-en-antwoord), gaven en gebreken (erfelijkheid), politieke stabiliteit, welvaart, welzijn (welbehagen), orde, naastenliefde, onderscheidingsvermogen, het (nood)lot, toeval vs. voorbestemd, Diogenes, Socrates, Plato, Aristoteles, de christelijke traditie, Descartes, Spinoza, Locke, Voltaire, Kant, Fichte, Schelling, Hegel, Wittgenstein, Don Juan, Don Quichotte, atheïsme, vrijheid van denken, vrijheid vs. orde, Casanova, Cervantes, de antiridder, lachwekkende helden, dromen, de vrek, de bourgeois, de misantroop, de huichelaar.

Ik besef goed dat verschillende thema’s, begrippen, leringen, figuren, aan bod (kunnen) komen in de meeste vakken. Het voordeel van een leergang ‘cultuur’ is echter een opwaardering, een compacte presentatie, overzichtelijkheid, gestuurde vorming. Indien de leergang ‘cultuur’ niet wordt aangeboden - desnoods facultatief -, komen wij in een latente situatie van ‘de klok en de klepel’, zoals literatuur (literatuurgeschiedenis) ook niet automatisch leidt tot lezen.
Neen, algemene cultuur is geen vernislaagje dat je legt rondom ‘onwetendheid’ of ‘beperkte kennis’. Integendeel, een leergang ‘cultuur’ is noodzakelijk om de samenleving te kunnen begrijpen. En inzicht leidt tot uitzicht!

Samengevat: een leergang ‘cultuur’ omvat vijf leerpakketten (vier + 1 aanvullend): filosofie, mythes en religies, esthetiek, literatuur en ideeën & figuren. Elk pakket, elk deel begint met een multiplechoicetest waardoor kennis wordt gemeten. Via de antwoorden wordt dieper ingegaan op ‘cultuur’.

Uiteraard zal dit voorstel tot leergang ‘cultuur’ aanleiding geven tot discussie. Is dit niet de bedoeling?
Mag ik er jou aan herinneren, lezer, dat ‘algemene cultuur’ (ook wel ‘culturele ontwikkeling’ of ‘algemene ontwikkeling’ genoemd) geen laagje vernis is om ons te onderscheiden van anderen, om mee uit te pakken in een gesprek met vrienden. Integendeel: ‘cultuur’ is noodzakelijk om de samenleving beter te begrijpen. Niet alleen voor de studenten is een leergang ‘cultuur’ (ik ben bang om dit een ‘vak’ te noemen) belangrijk, maar ook voor iedereen die belang hecht aan zijn persoonlijke ontplooiing

Thierry Deleu

3 april 2007

Thierry's webcolumn

Destructie: basisprincipe van de 20ste-eeuwse kunst?

De moderne kunst werd bij het begin van de 20ste eeuw uit een big bang geboren. Een aantrekkelijk uitgangspunt dat recht doet aan de branie waarmee de pioniers een afbraak van de oude waarden en de idee van een maagdelijk nieuw begin propageerden. Destructie, deconstructie en creatie vormden een ijzersterk span. Voor verschillende generaties is het tot over de drempel van de 21ste eeuw de belangrijkste motor van de artistieke schepping gebleven (het postmodernisme inbegrepen).

Een terugblik.
Parijs was vanaf het einde van de 19de eeuw tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste draaischijf van de avant-garde, om het met een vandaag totaal in onbruik geraakte term te zeggen. In mei ’68 was Parijs het centrale epicentrum van een originele revolte die alle macht voor de verbeelding opeiste. Zonder het gedachtegoed van mei ’68 zou een lichtvoetig, transparant, democratisch en vooruitstrevend cultuurcentrum als het ‘Centre Pompidou’ (1977) nooit opgericht zijn.

Destructie en creatie zijn gelden als de basisprincipes van de 20ste-eeuwse kunst. Allerlei stromingen getuigen daarvan. We denken aan: het expressionisme met zijn vervormde figuren, de deconstructie in het kubisme, de dynamitisering van de vorm in de abstracte kunst, de grote schoonmaak in anarchistische zin door dadaïsten, in strikt rationalistische zin bij de geometrisch-abstracten, de automatische schriftuur en de spotgeest van de surrealisten, de verheerlijking van afvalstoffen en van de massacultuur bij de popart, de relativering van de vorm door de conceptuelen en het oneigenlijke gebruik van de massamedia bij actuele kunstenaars.

In de 20ste eeuw volgden nieuwe richtingen elkaar in snel tempo op. Filosofisch zou ik die voorbije tijdsspanne veeleer comprimeren tot een aantal kernbegrippen, zoals destructie, constructie/deconstructie, archaïsme, seks, oorlog, subversie, melancholie, herbetovering (réenchantement).

Neem nu het geval Picasso (1881-1973). Een reus van een kunstenaar, maar ook een onverbeterlijke macho en een vrouwenvernietiger. Ook in zijn werk: de manier waarop hij het vrouwelijke lichaam deerlijk vervormde en aan stukken trok. Op vlak van deconstructie volgde Matisse (1869-1954) veeleer schoorvoetend. Grafisch was hij echter ruim de gelijke van Picasso en puur coloristisch overtrof hij hem zelfs. Eleganter, decoratiever en zachter dan welk werk van Picasso ook. Picasso’s eruptieve kracht lag elders. Hij haalde het lichaam uiteen om het op een goddelijke manier opnieuw in elkaar te zetten (‘Femmes devant la mer’). Overtrad het seksuele taboe met een maximum aan expressie (‘La pisseuse’, 1965). Greep terug naar de primitiefste beeldtaal om er hybridische wezens mee te maken (‘L’acrobate bleu’). Bedreef de subversieve vervorming van de figuur om lucht te geven aan zijn brutale gevoel voor het groteske (‘Le chapeau à fleur’).

Om de onttovering van het lichaam te tonen, heb je niet alleen topwerken nodig, zoals de bevreemdende, ontmenselijkte lijven van Francis Bacon, Willem de Kooning of Thomias Schütte. Die zien er nog overtuigender uit in het gezelschap van de doorschijnende ijlgestalten, zwevend boven de nachtelijke stad op een schilderij van Daniel Richter dat niemand kent (‘Duueh’, 2003).

Aan het eind van de 20ste eeuw valt dan toch het begin van een 'herbetovering’ (réenchantement) te bespeuren. Zo begon een eeuw, die op 11 september 2001 al een big bang van formaat te verwerken kreeg, toch nog in het teken van de spiritualiteit en de hoop.

Ik stel vast dat de mens in het algemeen en de kunstenaar in het bijzonder zich bewust zijn (worden) van hun aardse opdracht, met name het mensdom te ontvoogden, het te bevrijden van het juk van absolute vorsten, zowel in geestelijke (het verdoezelen of vervormen van waarheid) als in politieke zin (de geproclameerde verknechting). De kunstenaar moet voorgaan in een zachte oorlog tegen veinzerij, kitsch, buitensporigheid en boerenbedrog. Hij is een kruisvaarder die waarheid, kracht en schoonheid uitdraagt. Althans, dit hoop ik.

2 gedichten van Peter Van Synghel

na 6 uur is het avond

mij ontgingen bepaalde
aspecten in liefdespoëzie
dat ze smeekt om te mogen blijven

dat ze hoedanook een blinkend klein
wit sterk paard wil zijn door mij
bv. bereden

dit is lef: ik wacht op de bus
ik negeer de zon ik heb alles betaald
ik heb een film


sociaal-artistiek

in de pauze liet de man niet los
jij zit naast me?
ik zit naast je
ik hou niet van die acteur
hij valt niet uit zijn rol
drink je wat?
nee dank je, ik mag niet veel drinken
sigaret?
nee dank je, ik rook enkel sigaar
wat verkoop je?
vanalles

Peter Van Synghel

2 april 2007

Stijn Streuvels een opportunist?

Ine Van linthout schrijft boek over De Vlaschaard.
De Kortrijkse erfgoedcel brengt een tentoonstelling, publiceert een boek en een dvd rond De Vlaschaard van Stijn Streuvels. Streuvels schreef zijn meesterwerk honderd jaar geleden. Het werd verfilmd door de Duitse bezetter. In augustus 1942 zakte een Duitse filmploeg af naar bezet België om rond Kortrijk opnames te maken voor ,,Wenn die Sonne wieder scheint''. Deze film was een bewerking van De Vlaschaard van Stijn Streuvels. Voor de couleur locale werd een beroep gedaan op Vlaamse figuranten. De medewerking van Stijn Streuvels aan deze film is controversieel, omdat de prent tijdens de Duitse bezetting werd gerealiseerd. En de opname van de film was wekenlang hét gesprekonderwerp in de regio. Ine Van linthout, mede-auteur van het boek De Vlaschaard 1943. Een Vlaams boek in nazi-Duitsland en een Duitse film in bezet België deed onderzoek. ,,Wenn die Sonne wieder scheint'', die in België werd uitgebracht als "De Vlaschaard", was controversieel. Dat kon ook moeilijk anders. De film werd door een Duitse maatschappij gedraaid terwijl België door nazi-Duitsland werd bezet. In 1942 verbleef een Duitse filmploeg maandenlang in en rond Kortrijk. De film lokte honderdduizenden toeschouwers. Het is weinig verrassend dat uitgesproken tegenstanders van de Duitse bezetter bedenkingen hadden bij de film.
Heeft Streuvels altijd geweten dat de film met Duits geld is gemaakt? ,,Natuurlijk moet hij dat geweten hebben,'' zegt ook Bernard Pauwels van de Kortrijkse erfgoedcel. Het was een Duitse filmmaatschappij en trouwens, alles moest voorgelegd worden aan het propagandaministerie. Maar laten we zeggen dat Streuvels niet kon weerstaan aan het aanbod.'' De Duitse titel van de film laat al merken dat er een positief beeld van Vlaanderen werd geschetst. Van linthout: ,,Dat paste in de beeldvorming over Vlaanderen in nazi-Duitsland. Laten we zeggen dat Streuvels een opportunist was, zonder sympathie tentoon te spreiden voor nazi-Duitsland. Als persoon heeft hij zich ook buiten alle propaganda gehouden. Tot voor kort heeft men altijd geloofd dat het contract voor de film voor de oorlog werd gesloten. Ook Streuvels zei dat. Maar dat klopt niet. Het contract werd getekend op 3 juni 1941. De Vlaamse SS bleek evenmin opgezet met de film. En zelfs in Duitsland liet de nationaal-socialistische pers zich kritisch uit over de film en het boek.''
Er zijn naast de tentoonstelling in het Kortrijkse Vlasmuseum tal van nevenactiviteiten rond ,,Honderd jaar Vlaschaard''. Zo kan je de film gaan bekijken in de Budascoop op 4, 5, 8 en 9 april. Reserveren is aangewezen op 056-22.10.01. Meer info op www.erfgoedcelkortrijk.be

Kris Vanhee - Het Nieuwsblad 02/04/2007

Brocanteren

Waarom lokte de brocanterie me binnen? Er waren geen glazen gesneuveld, ik was niet op zoek naar iets bijzonder.

Niets. Een paar boeken, weinig genoeg om ze eens te bekijken. Eerst Poëzie is een daad van bevestiging een prachtige verzamelbundel van hedendaagse poëzie van 1945 tot heden. Heden is zolang Eddy Van Vliet nog leefde, die samen met C. Budding de bundel samenstelde. Mooie uitgave, lijkt nooit open te zijn geweest, terwijl mijn exemplaar wat gekreukeld thuis staat. Dat boek in ruilen voor een nieuwer model. Nee. Ik hou mijn eigen exemplaar. Dan een boekje Neem nu Jack London van ene Jos Smeyers, uitgegeven door De Clauwaert/Leuven (dit is geen fout in mijn opmaak: zo staat het erop. Ik had het moeten weten!) Ik heb net naar aanleiding van Jack London die altijd ongegeneerd zijn vrienden gebruikte in zijn stukjes en verhalen een discussie over waar je wel en niet over mag schrijven achter de rug. Het intrigeert me dus en het hoofdpersonage ging zelfs naar de Tolkenschool van Antwerpen. Moest ik dus hebben. De eerste twee paragrafen (die ik vluchtig in de winkel las) zijn de beste uit het verhaal. De opbouw volgens de flap beheerst en subtiel, op bladzijde twee, wist ik waaraan me te verwachten. Ook een manier om een levensverhaal te schrijven, doen alsof je niet schrijft en niets te vertellen hebt.

Dan een mooi uitgegeven boekje van Sammi Landweer: Woestijn heet het. Het zijn kort verhalen die in '95 gebundeld werden uitgegeven. Enkele van hen verschenen eerder in tijdschriften. De blurp binnenin belooft "schaduwvelden, onherbergzame vlaktes, zandstormen". Ik kan me daar iets bij voorstellen. Uitgeverij Contact uit Amsterdam investeerde in een gebonden uitgave, hier en daar lezend, besluit ik dat de mij onbekende Sammi kan schrijven. En hij kan schrijven, maar de duisternis en het onheilspellende kunnen mij niet bekoren. Na een hard verhaal over een woestijntocht met verkrachting en moord, houd ik het voor bekeken. Woestijnen zijn surre‘el. Er is een gebrek aan liefelijk grasÉ Ik zie de metafoor van eenzaamheid en dood maar wijs die na 15 jaar woestijnervaring af, voor mij is de realiteit van de leegte adembenemend mooi, de wijsheid van wachten op de regen en zo verder... eerder levendrang dan beklemming. Een goed schrijver is hij wel, zorgvuldig Nederlands, stoere, sterke verhalen maar niet voor mij. Misschien hou ik niet echt van kortverhalen.

Vervolgens wenkte mij de "intieme en melancholieke roman" van Peter Hoefnagels Dansen op het terras uit 1997 van Uitgeverij L.J. Veen, eigenlijk ook van Contact dus. Met plezier gelezen. Een mooi tijdsbeeld van het Nederland van na Wereldoorlog II. Papen tegen Christenen, hypocrisie en verdringing en wat mooie citaten vanuit de toen gangbare lectuur bij literatuurliefhebbers. Ik voel me als een parelvisser die een oester met inhoud heeft opgedoken. Dit boek is sterk opgebouwd, komt nergens ongeloofwaardig over, mooi strak Nederlands, vol en doet je nadenken. De auteur doet je filosoferen over recht en wet, over wat juist en billijk is op een ingehouden manier. Als criminoloog heeft hij inzicht gekregen in de duisterheid van sommige zielen en de bron van die duisternis waarmee kies wordt omgesprongen.

En ja als je een veelvraat bent wat leesvoer betreft, blijf je kijken. Ik liet liggen Fleur Bourgogne en Marion Bloem, niet omdat ze niet goed zouden zijn... maar ik ken hun werk al een beetje. Misschien ga ik nog wel terug naar dat winkeltje. Ik lees niet gericht, probeer alles wat me in handen komt en zal altijd gefrustreerd blijven dat ik niet alles kan lezen, dat ik niet alle talen kan lezen en de vertalingen vergelijken... Wat ik nog wel mee nam was Renate Dorresteins Voor alles een dame uit 1996. Zij is de best verkopende auteur in Nederland. Dit boekje is speels, schalks, dagboek, luchtig een beetje betere chicklitachtig... leuk is dat er op de niet volle bladzijden plaats is om verder te schrijven. Pluk maar wat van Dorrestein en in principe vermaak je je wel, komt een lettervreter als ik wel aan haar trekken. Zij schrijft:

De letteren zijn voor de geest
wat een schuimtaart* is voor de tong,
zodat een lezer en eter gelijkelijk tot onmatigheid neigen.
Maar leer van mij, meisjes,
dat dikke mensen weliswaar langer aan tafel zitten,
doch dat zij doorgaans korter leven.
M. Meermin

Zie 11 september voor het recept

Twee en half op vier is geen slechte vangst... Ga op jacht!

P.S.: Ik heb een probleem! Waar zet ik dat boek van Mevrouw Dorrestein nu? Tussen de kookboeken, tussen de citatenboeken, tussen de letteren of tussen de pedagogie, onderafdeling "boeken voor moeilijk opvoedbare meisjes"....

Annmarie Sauer

Homeland

Dale Maharidge

Dale Maharidge is bij ons onbekend hoewel hij de Pulitzer prijs ontving voor And their Children After Them, een boek over armoede in het zuiden van de Verenigde Staten. Hij reisde veel naar het lege binnenland van de Verenigde Staten waar hij de ware ziel van het land blootlegt. In Homeland volgt hij enkele nieuwsberichtjes op waarvoor in de massa media onvoldoende ruimte was. Waar vind je nog degelijke analyses? Waar worden mensen nog levensecht geschetst? Waar lees je nog achtergrond en inzicht? Hij helpt bij vragen over de woede en angsten van Amerika, toon de persoonlijke moed van enkelen, de machinaties van de macht en huiver veroorzaakt wanneer heethoofden hun mening voor het grote gelijk houden. Aan de hand van reële gebeurtenissen toont hij niet te geloven, maar ook door mij aan den lijve ondervonden, radicale vooroordelen. De natie is verdeeld en er zijn moedige mensen die zich met kleine dingen verzetten tegen het heersende vertoog, soms met hallucinante gevolgen en zo ongewild "helden" worden.

Hij legt de vinger op de wonde van Amerika. Die wonde werd in Europa pas duidelijk na 9/11, maar was al lang daarvoor ingeïnfecteerd. De kleine arme stadjes, verstard in hun conservatisme en voortdurende teloorgang worden door Dale Maharidge bezocht en met een trefzeker oog voor detail beschreven. Michael Wiliamson maakte bovendien enkele beklemmende foto's die de realiteit nog een keer uitvergroten in sober zwart/wit. In dit grote lege midden van Amerika, analyseert hij de denkwereld en praktijken in dat land dat ook mijn vaderland is.

Het boek leest als een trein, sleept je mee, doet je denken en voelen en verdient dat je er even bij stilstaat. Het is een must voor wie naar Amerika gaan en proberen te begrijpen wat zij zien. De voorbeelden zijn schrijnend omdat zelfs bij een kort verblijf bij de lectuur van de regionale pers zal blijken dat vergelijkbare "incidenten" levensgroot aanwezig zijn. Ondanks het onderhuids geweld en de soms hoog oplaaiende drang naar geweld is door de sympathie voor de mensen wiens verhaal hij brengt en het belichten van hun geweldloos verzet dit boek hartverwarmend in koude Republikeinse tijden waarin de Patriot Act het dagelijks leven beheerst. Lezen!

Annmarie Sauer

Met rode inkt

Annmarie Sauer vertaalt Met Rode Inkt - bloemlezing van Indiaanse auteurs

Annmarie Sauer heeft via "Gierik/NVT" altijd mijn bijzondere aandacht getrokken. Ik stelde mij vragen over haar: wie is ze? Waar hoort zij thuis? Ik heb ze nooit ontmoet (tenzij wij elkaar niet herkenden), maar ik kon ze toch goed situeren (dacht ik toen nog), en ik plaatste haar altijd in de dichte nabijheid van Guy Commerman, de hoofdredacteur van het tijdschrift. Zij deelden dezelfde bekommernis om de medemens - Sauer leek mij een fervente feministe, of schrijf ik liever: een geëmancipeerde vrouw? - en beiden waren goede, steengoede vertalers, met gevoel voor de poëzie van de dichter.

Annmarie Sauer werd geboren in de V.S., maar groeide op in Europa. Ze reist veel (ze noemt zichzelf “een nomade”) en verblijft sinds 1991 jaarlijks een tiental weken in Chloride (in de staat Arizona). Ze vertaalde een tiental toneelstukken en heel veel poëzie. Ik denk hier aan Wevers tussen twee werelden over Navajo en Hopi en aan Woestijnwoorden, een bundel aforismen van de Cherokee MariJo Moore. Haar man zaliger, beeldend kunstenaar Tony Mafia, was van vaders kant een Honandaga Cherokee. Sauer stelde ook een bundel gedichten van vrouwelijke auteurs samen, met name Eigen wegen, en bundelde haar eigen gedichten in Jardin Public.

In de inleiding schrijft zij terecht: “Alle auteurs worden ergens geboren. Voor sommigen echter maakt die geboorteplaats, dat land of die natie geen deel uit van de heersende cultuur. In Europa herkennen we dit fenomeen onder meer bij allochtone auteurs. In de V.S. was dit lot vooral de Indianen beschoren… Sinds de tweede wereldoorlog neemt de Amerikaans indiaanse literatuur een hoge vlucht.”
Bijna alle vertaalde auteurs leven en schrijven nog op het ogenblik van de samenstelling van Met Rode Inkt.

De wegbereider voor deze hedendaagse schrijvers is Scott Natachee Momaday, geboren in 1934, in Kiowa. Hij ontving in 1969 de Pulitzer Prize for Fiction voor zijn roman House made of Dawn.

Ik selecteer enkele vertaalde auteurs naar eigen smaak en voorkeur.
Zoals Maurice Kenny, een Mohawk, geboren in 1929, de oudste auteur in deze bloemlezing. Hoor je in het gedicht “Poëzie lezen voor publiek” die schrijnende aanklacht tegen schone schijn, tegen de wijze waarop hij als een “tentoongesteld curiosum” zijn gedichten leest? Hij vertelt over zijn verknecht volk en “zij vragen of indianen zich scheren//en zij willen weten/hoeveel indianen zelfmoord plegen”.

Zoals Diane Burns (°1957) die in haar bundel Riding the one-eyes Ford (1981) het bitterzoete gedicht “Natuurlijk mag je me een persoonlijke vraag stellen” publiceert: “Nee, we zijn niet uitgestorven//Nee, ik weet niet waar je peyote kan krijgen./Nee, ik weet niet waar je spotgoedkope Navajo-tapijten kan krijgen.//Nee, ik heb het vanavond niet doen regenen.”

Volgens Annmarie Sauer is Leslie Marmon Silko de grootste hedendaagse vrouwelijke auteur in de V.S. Zij is een Pueblo indiaanse uit New Mexico en heeft een blanke grootvader. Het stukje dat Sauer heeft vertaald is een beetje grof maar geestig tegelijk. Het komt uit haar eerste roman Ceremony waarin proza en poëzie dooreenlopen. De roman gaat over indiaanse soldaten die uit de Vietnam-oorlog terugkeren en zich verliezen in seks, drugs en drank. Ik citeer: “Het dikke meisje had een auto./Ik zat in het midden en kneep/de hele weg naar Long Beach/met beide handen in tieten//Yes, sir, deze indiaan/pakte heel de nacht/blanke kutjes!”

MariJo Moore is auteur van poëzie, romans, kortverhalen, columns en essays. Bovendien is ze ook beeldend kunstenaar, uitgever en presenteert workshops. Het tijdschrift “Indian Peoples, Indian Artists” vermeldt haar als één van de vijf beste indiaanse schrijvers van de nieuwe eeuw.
In haar gedichten demonstreert zij haar scherpe analyserende blik.

Vrouwen van Woorden

Ze spreken - Wie luistert?
Waarheid is kwetsend - Wie bloedt?
Eer is verheven - Wie heft?

Grote vrouwen van Woorden
Ik zing voor jullie.

Ik zing een zang van geweven bliksem.
Ik zing een zang van storm.

Ook Wendy Rose trekt mijn aandacht. Zij werd geboren in 1948. Har vader is Hopi en haar moeder euro-amerikaans en deels Miwok. Zij schrijft over haar wankele twee-éénheid, zowel in zichzelf als door het feit dat zij tot twee volken en twee culturen behoort. Zij is antropologe. Ze heeft meer dan tien bundels op haar naam. Ik schrijf het eerste gedicht uit de bundel Bone dance over.

Voor mijn volk

Ik was mezelf verwaaid
twee bladeren uit elkaar
zie de grond zwemmen in het
schuiven en slippen, naar
en uit elkaar

Dichter groeiend
bijtend naar onze schaduwen
rechtstaand beminnen
stervend in onze ziel
verliezend elkaar
verliezend onszelf

vinden

Kee W., de Navajokameraad van Annmarie Sauer, had geen elektriciteit toen zij hem leerde kennen. Hij had wel een e-mailadres. Als hij zei dat hij zijn e-mail ging checken, moest zij hem even alleen laten. Hij ging dan ergens op de bosjes een plas doen… Toen hij eindelijk zonnepanelen had, gold het grapje natuurlijk niet meer. De moderne techniek drong door tot in de verst weg gelegen plaatsen.
Dit onderwerp komt voor in de mooie intieme poëzie van Jim Barnes (Choctaw-Welch). Hij publiceerde meer dan 500 gedichten in meer dan 100 tijdschriften. Bovendien vertaalt hij uit het Frans en het Duits.
Jim Barnes is voor mij de betere dichter uit de bloemlezing.

The talking Wire

De afstand drumt je woorden in mijn oor. ’t Is goed
je stem te horen gesterkt door pakken sneeuw.

Ik spreek over dingen klein genoeg om over de lijn te gaan, de
wind van Dakota. Ik tracht een zekere kracht te vinden
voor de woorden om de afstand te verdunnen.

En groeiend in mijn oren zijn de klanken waarvan ik denk dat
we ze kennen:
de vlucht van lage ganzen, de ontzagwekkende kreet van
uilen, de plotse val van losse steen.

Met Rode Inkt is een keuze uit het werk van nog levende indiaanse auteurs. Het is geen “volledig” overzicht.

Vertalen is geen kwestie van een woord opzoeken in het woordenboek of een tekst in een vertaalmachine gooien. Vertalen is mensenwerk. Niet iedereen heeft het talent om een goede vertaling te maken. Iedereen denkt dat hij kennis heeft van het Engels, maar dat is in feite helemaal niet zo. Daar moet je een getraind iemand voor zijn. Annmarie Sauer beschikt over meerdere eigenschappen die haar tot een goede vertaler maken. Zij heeft in de eerste plaats kennis van de brontaal. En niet zomaar een beetje kennis, maar veel. Bovendien beschikt zij over wat ik zou noemen specialistische kennis over het onderwerp. En tot slot is zij in staat dat om te zetten naar leesbaar Nederlands.
Ik noem vertalen veeleer “omdenken” in plaats van vertalen. Het gaat er niet om dat je de woordjes letterlijk omzet in een andere taal, maar dat je de bedoeling van de tekst in een andere taal weergeeft. En dat heeft Annmarie Sauer Met Rode Inkt gedaan. Zij begrijpt alle nuances en bewaart zorgvuldig de oorspronkelijke zeggingskracht.

Uitgeverij bf Ampersand & Tilde heeft met “De Oostakkerse Cahiers” een lovenswaardig initiatief genomen om poëzie een “ernstige” spreekbuis te geven. Met Rode Inkt draagt zeker bij tot de delokalisatie van het initiatief.


Thierry Deleu

* Annmarie Sauer, Met Rode Inkt, De Oostakkerse Cahiers, Uitgeverij bf Ampersand & Tilde, Antwerpen, 2006